Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:1631

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-02-2020
Datum publicatie
10-03-2020
Zaaknummer
C/05/365307 / JE RK 20-98
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Er zijn veel zorgen over het meisje, omdat zij al enige tijd is ingetrokken bij haar vriendje in de woning van de opa van het vriendje en de ouders al geruime tijd geen contact meer met haar kunnen krijgen. Ook gaat ze al enige tijd niet meer naar school. Hierdoor dreigt ze geïsoleerd te raken. Doordat ze zeer zelfbepalend is en het gezag van haar ouders (maar eigenlijk van geen enkele volwassene) lijkt te accepteren wordt zij in haar ontwikkeling bedreigd. Dit maakt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De uithuisplaatsing is noodzakelijk omdat er momenteel geen zicht is op haar, haar opvoed- en opgroeisituatie. Omdat het meisje zelf niet aanwezig was, maar wel bijna volwassen is en een sterke eigen mening heeft, heeft de kinderrechter ook een beoordeling voor haar geschreven, zodat zij mogelijk meer begrip heeft voor de uitspraak en misschien zelfs zou willen meewerken. Daarin legt de kinderrechter niet alleen uit wat de zorgen zijn en waarom zij deze uitspraak heeft gedaan, maar ook wat dit voor gevolgen heeft/kan hebben.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Zaakgegevens: C/05/365307 / JE RK 20-98

Datum uitspraak: 10 februari 2020

beschikking ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Arnhem, hierna: de Raad,

regio Gelderland, locatie Arnhem,

betreffende

[betrokkene], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] , hierna: de moeder,

[belanghebbende 2] , hierna: de vader,

beiden wonende te [woonplaats].

Het procesverloop


Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    het verzoek met bijlagen van de Raad van 22 januari 2020, ingekomen bij de griffie op 23 januari 2020;

  • -

    het verleningsbesluit van de gemeente [plaats] van 24 december 2019.

  • -

    de moeder,

  • -

    de vader,

  • -

    een vertegenwoordigster van de Raad.

De feiten


Het ouderlijk gezag over [betrokkene] wordt uitgeoefend door de ouders.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [betrokkene] voor de duur van een jaar verzocht.

Tevens wordt de uithuisplaatsing van [betrokkene] voor de duur van de ondertoezichtstelling in een gezinshuis verzocht.

Tot slot is verzocht de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd, in die zin dat daarmee voor wat betreft de gevraagde duur bedoeld is tot aan haar meerderjarigheid, en toegelicht.

Het standpunt van de ouders

De ouders hebben ter zitting naar voren gebracht dat zij zich grote zorgen maken om [betrokkene]. De ouders zien of spreken [betrokkene] sinds april 2019 nog maar zeer beperkt en zij weten niet zeker waar [betrokkene] verblijft. Ook lijkt [betrokkene] over veel dingen te liegen, waarbij het voor de ouders onduidelijk is waarom [betrokkene] dit doet. In de afgelopen jaren hebben de ouders verschillende vormen van hulpverlening ingeschakeld om [betrokkene] te helpen, maar dit heeft tot op heden niet tot het gewenste resultaat geleid. De ouders geven aan de grip op [betrokkene] te zijn verloren en lijken geen invloed meer op haar uit te kunnen oefenen, omdat [betrokkene] zich tegen de ouders blijft verzetten en hun gezag niet accepteert. De ouders zijn ten einde raad. De ouders vragen zich af of een plaatsing van [betrokkene] in een gezinshuis helpend zal zijn, aangezien [betrokkene] niet bereid is mee te werken. Een gesloten plaatsing zou in de huidige situatie mogelijk passender zijn volgens de ouders. Zeker nu [betrokkene] bijna meerderjarig is en er niet genoeg tijd is om eerst de ene optie te proberen en pas bij mislukking de andere optie te proberen. De ouders willen heel graag dat al het mogelijke wordt gedaan om hun dochter te helpen.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is de kinderrechter gebleken dat de Raad en de ouders zich ernstige zorgen maken over [betrokkene]. Doordat [betrokkene]’s sociaal emotionele vaardigheden zijn overvraagd, omdat zij op haar tiende al naar de middelbare school is gegaan, is [betrokkene] onvoldoende in evenwicht opgegroeid. [betrokkene] lijkt steeds verder van haar ouders te zijn verwijderd door een onvoldoende veilige hechting. [betrokkene] heeft zich daardoor in de afgelopen maanden steeds verder teruggetrokken in het contact met haar ouders, waardoor zij op dit moment alleen nog (af en toe) contact via WhatsApp hebben met elkaar. Ook gaat [betrokkene] al langere tijd niet naar school en lijkt zij zich (sociaal) te isoleren door zich volledig met haar vriend [naam] terug te trekken in het huis van de opa van [naam]. Hierdoor dreigt [betrokkene] het normale contact met de buitenwereld kwijt te raken. Ook onttrekt [betrokkene] zich op deze manier aan het gezag van haar ouders. Doordat [betrokkene] niet meer thuis woont, wordt zij ook overvraagd op haar zelfstandigheid. De ouders hebben meerdere keren geprobeerd [betrokkene] naar huis te laten komen, maar [betrokkene] weigert dit. [betrokkene] accepteert het gezag van haar ouders niet en is zeer zelfbepalend. Daarnaast heeft [betrokkene] een negatief zelfbeeld. Doordat er momenteel geen zicht is op haar huidige opgroei- en opvoedsituatie, kan voor [betrokkene] niet de juiste hulpverlening worden ingeschakeld en is zij niet in staat eventuele hulpverlening te benutten.

Dit maakt dat de kinderrechter van oordeel is dat zowel de ondertoezichtstelling als de uithuisplaatsing van [betrokkene] noodzakelijk zijn. Uit het voorgaande volgt immers dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom [betrokkene] onder toezicht stellen tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot 13 november 2020. Ook zal de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [betrokkene] verlenen op grond van artikel 1:265b BW, omdat dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [betrokkene].

De kinderrechter constateert dat de Raad heeft verzocht [betrokkene] onder toezicht van Jeugd Veilig Verder te stellen. Omdat Jeugd Veilig Verder tegenwoordig werkzaam is onder de naam Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam zal de kinderrechter deze nieuwe naam opnemen in de beslissing.

De kinderrechter acht het - evenals de Raad - van belang dat er in de komende periode zal worden gewerkt aan de volgende doelen:

  • -

    er is duidelijkheid over de verblijfplaats van [betrokkene] en de toereikendheid ervan;

  • -

    [betrokkene] werkt mee aan passende hulpverlening;

  • -

    inzetten van de juiste psychologische hulp (traumaverwerking);

  • -

    er is sprake van een duidelijk toekomstperspectief en als terugkeer niet meer mogelijk is, wordt er toegewerkt naar zelfstandigheid;

  • -

    de huidige hulpverlening van sociaal wijkteam [teamnaam] continueren. Ouders ondersteunen waar nodig, de juiste hulp inzetten om de veiligheid van [betrokkene] te waarborgen.

[betrokkene] heeft van de uitnodiging voor een gesprek met de kinderrechter geen gebruik gemaakt. De kinderrechter zal daarom hieronder een toelichting van de beslissing voor [betrokkene] opnemen, zodat zij de beslissing hopelijk zal begrijpen en daaraan zal meewerken.

Voor [betrokkene]

Tijdens de zitting hebben jouw ouders en de Raad voor de Kinderbescherming vertelt dat zij zich grote zorgen om jou maken. Je woont namelijk niet meer thuis, maar met jouw vriend [naam] bij zijn opa. Doordat jij ook nog maar heel erg weinig contact hebt met jouw ouders (eigenlijk alleen nog maar af en toe via WhatsApp) weten jouw ouders niet hoe het nu met je gaat. Voor jouw ouders is dat wel heel belangrijk. Zij willen namelijk dat het goed met je gaat, dat je gezond eet en naar school gaat. Maar, doordat zij jou niet kunnen spreken of zien kunnen zij er niet voor zorgen dat jij al deze dingen doet, terwijl dit wel hun taak als ouders is. Dat staat zelfs zo (met iets andere woorden) in de wet.

Omdat verschillende mensen in jouw omgeving, zoals jouw ouders, mensen van de gemeente en docenten op jouw (oude) school, zich zorgen om jou maken, heeft de Raad voor de Kinderbescherming besloten de kinderrechter te verzoeken jou onder toezicht te stellen en uit huis te plaatsen. Tijdens de zitting van 10 februari 2020 heeft de kinderrechter dit verzoek toegewezen. Dit betekent dat er een “gezinsvoogd” komt die met jou en je ouders zal kijken wat er nu precies aan de hand is en jullie zal helpen de problemen die er zijn op te lossen. Ook betekent dit dat jij een aantal maanden, in ieder geval tot je achttiende verjaardag, niet meer bij je vriend [naam] zal wonen, maar in een gezinshuis. Dit is om ervoor te zorgen dat jij even rust krijgt door op een andere plek te wonen, maar wel op een plek waar jouw ouders en de gezinsvoogd kunnen weten hoe het met je gaat. Ondanks dat jij daar misschien zelf anders over denkt, hebben minderjarigen (ook jongvolwassenen van zeventien jaar) regels en structuur nodig. Minderjarigen die dit namelijk niet (of te weinig) hebben gekregen hebben daar later, als ze volwassen zijn, last van. Omdat het nu niet duidelijk is of jij die regels en structuur wel krijgt, vindt de kinderrechter het belangrijk dat jij de komende tijd in een gezinshuis gaat wonen, waar je in ieder geval wel deze structuur krijgt. Van daaruit kan ook de hulpverlening worden ingezet die jij nodig hebt om te werken aan jouw persoonlijke ontwikkeling. De kinderrechter vindt het ook belangrijk dat er daarbij aandacht is voor het contact tussen jou en jouw ouders, in de hoop dat dit zich herstelt.

De kinderrechter weet dat je bijna volwassen bent en dat jij dit misschien allemaal niet nodig vindt. Toch zal je aan deze beslissing moeten meewerken. De kinderrechter hoopt dat je dit ziet als een kans om te laten zien dat je straks op eigen benen kunt staan en belangrijke beslissingen zelf kunt nemen.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [betrokkene], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, met ingang van 10 februari 2020 tot 13 november 2020;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], in een gezinshuis, voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot uiterlijk 13 november 2020;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Koopman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Vries als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 februari 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden