Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:1573

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-03-2020
Datum publicatie
09-03-2020
Zaaknummer
05/881039-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot 17 maanden en 3 dagen gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk wegens het medeplegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet. Wegens overschrijding van de redelijke termijn is een strafkorting van 5% gehanteerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/881039-17

Datum uitspraak : 2 maart 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

[adres] ,

raadsman: mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 februari 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode tussen 2 februari 2017 tot en met 13 juni 2017 te Putten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden,

bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of het vervaardigen van amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,

zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s)

wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en)

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)

 een garagebox (met nummer [nummer garagebox 1] , gelegen aan de P.C. Hooftstraat te Putten) gehuurd (voor de opslag van voorwerpen (voor de productie van amfetamine) en/of

 betalingen verricht en/of laten verrichten voor de huur van voornoemde garagebox en/of

 één of meer jerrycans (gevuld met doorzichtige vloeistof en/of zwavelzuur) en/of

 één of meer tassen/zakken en/of

 één of meer dozen uit voornoemde garagebox verplaatst en/of getild en/of gedragen naar een voertuig en/of

 één of meer jerrycans (gevuld met doorzichtige vloeistof en/of zwavelzuur) en/of

 één of meer tassen/zakken en/of

 één of meer dozen uit een voertuig naar voornoemde garagebox verplaatst en/of getild en/of gedragen en/of

 (ongeveer vijf) vaten met een tapkraantje en/of

 (ongeveer 40) jerrycans (gevuld met doorzichtige vloeistof en/of zwavelzuur) en/of

 een koperen drukvat en/of

 een of meer glazen kolven en/of

 een (grote) lekbak) en/of

 een zak met soda en/of

 een of meer filters en/of

 verschillende elektrische apparaten,

althans meerdere voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft/hebben gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 2 februari 2017 zijn in garagebox [nummer garagebox 1] aan de P.C. Hooftstraat te Putten grondstoffen en materialen, bestemd voor de productie van amfetamine, aangetroffen. Er stondenvijf vatten met een tapkraantje, rond de 40 jerrycans met daarin een doorzichtige vloeistof, waarvan sommige jerrycans de opdruk Z W Z hadden, een koperen drukvat, glazen kolven, een grote lekbak, een zak met soda, filters en verschillende elektrische apparaten.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Hiertoe is aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte meerdere malen bij de garagebox in Putten is geweest, nu er van de observaties op 14 april, 19 april en 1 mei 2017 geen apart proces-verbaal van herkenning van verdachte is opgemaakt. Volgens de verdediging blijkt uit het dossier evenmin dat verdachte wist dat het om een drugslaboratorium ging, zodat niet kan worden bewezen dat hij opzet had op het tenlastegelegde. Verder is door de verdediging aangevoerd dat geen sprake is van dusdanige omstandigheden dat het zwijgen van verdachte aan hem kan worden tegengeworpen.

Beoordeling door de rechtbank

Garagebox te Putten

Op 9 januari 2017 heeft eigenaar [eigenaar garagebox] garagebox [nummer garagebox 1] aan de P.C. Hooftstraat te Putten verhuurd aan een man en een vrouw genaamd [naam vrouw] . De man vertelde dat hij auto’s importeerde en dat hij een garagebox zocht om auto’s in op te kunnen slaan. De vrouw wilde haar adres niet geven. Zowel de man als de vrouw kregen een sleutel van [eigenaar garagebox] . De man die bij de vrouw was, was rond de 25 jaar oud, had een getint uiterlijk en kort, donker haar. De man droeg geen snor, baard of bril. Hij sprak normaal Nederlands.3

In reactie op het aan hem tonen van een foto van medeverdachte [medeverdachte] verklaarde [eigenaar garagebox] dat deze persoon zo goed als zeker de man was die samen met [naam vrouw] op 9 januari 2017 bij hem thuis was geweest voor het huren van de garagebox.4

Op 4 februari 2017 is naar aanleiding van een melding bij Meld Misdaad Anoniem plaatsbepalingsapparatuur aangebracht op het materiaal dat opgeslagen lag in de garagebox in Putten. Op 13 juni 2017 gaf de plaatsbepalingsapparatuur rond 14:52 uur aan dat het materiaal waarin de apparatuur was aangebracht, in beweging kwam. Het materiaal werd verplaatst naar de garagebox aan de Patrijzenhof [nummer garagebox 2] te Amersfoort.5

Van 8 februari 2017 tot en met 5 mei 2017 is een camera geplaatst bij de garagebox aan de P.C. Hooftstraat te Putten die gericht was op het plein aan de voorzijde van de garageboxen. Op de hiermee gemaakte camerabeelden zijn de volgende handelingen te zien.

Op 22 maart 2017 parkeert een witte [automerk 1] , voorzien van kenteken [kenteken 1] , ongeveer ter hoogte van tweede garagebox. De bestuurder pakt een Albert Heijntas uit de kofferbak en loopt hiermee richting de garagebox. Vervolgens stopt hij in totaal twee tassen in de kofferbak en rijdt hij weer weg.6

Op 14 april 2017 parkeert dezelfde witte [automerk 1] , voorzien van kenteken [kenteken 1] ,ongeveer ter hoogte van de tweede garagebox. De bestuurder pakt een schijnbaar lege Albert Heijntas uit de kofferpak, loopt richting de garagebox en trekt daarbij zwarte handschoenen aan. Hij opent de kanteldeur en trekt deze bijna helemaal dicht. Iets later komt hij weer naar buiten terwijl hij een grote doorzichtige jerrycan bij zich heeft. Het kost hem moeite de jerrycan in de kofferbak te plaatsen. Vervolgens legt hij een grote witte zak vanuit de garagebox in de kofferbak. De bestuurder loopt dan met de Albert Heijntas de garagebox in. De kanteldeur gaat bijna helemaal dicht. Na enige tijd komt de bestuurder naar buiten met een gevulde Albert Heijntas die hij op de achterbank plaatst. Hij trekt zijn handschoenen weer uit, stapt in de auto en rijdt weg.7

Op 19 april 2017 parkeert opnieuw de witte [automerk 1] , voorzien van kenteken [kenteken 1] , met dezelfde bestuurder op het terrein. De bestuurder trekt zwarte handschoenen aan als hij naar de garagebox loopt. Hij opent de garagebox een klein beetje en gaat gebukt naar binnen. Daarna stapt een onbekende man uit de auto en deze gaat ook onder de iets geopende kanteldeur de garagebox binnen. Daarna komt de bestuurder de garagebox uit. Hij draagt alleen nog aan zijn linkerhand een handschoen. Hij opent de kofferbak, waarna de onbekende man een jerrycan in de kofferbak zet. De onbekende man draagt aan zijn rechterhand een handschoen. Hij heeft moeite de jerrycan in een grote boodschappentas van Albert Heijn te krijgen. De bestuurder sluit de garagedeur en daarna rijden zij weg.8

Ook op 1 mei 2017 parkeert de witte [automerk 1] , voorzien van kenteken [kenteken 1] , ongeveer ter hoogte van tweede garagebox. De passagier loopt de garagebox in met een roze rugtas. Dezelfde bestuurder als op 22 maart 2017, 14 en 19 april 2017 loopt gebukt de garagebox in. Daarna wordt de kanteldeur van de garagebox gesloten. De passagier komt naar buiten en stopt de roze rugtas en een boodschappentas in de kofferbak. Ondertussen wordt een bruine doos onder de kanteldeur doorgeschoven. De passagier pakt de doos en zet deze ook in de kofferbak. Dan komt de bestuurder naar buiten en sluit hij de kanteldeur. Beide mannen stappen vervolgens in de auto en rijden weg.9 De bestuurder van de [automerk 1] wordt herkend als zijnde verdachte [verdachte] .10 Blijkens informatie uit het politieregistratiesysteem rijdt [verdachte] regelmatig in de [automerk 1] .11

Op 7 mei 2017 parkeert een witte [automerk 2] , voorzien van kenteken [kenteken 2] , met de achterkant naar de garagebox gericht. Er zitten twee mannen in die beiden de garagebox ingaan. De achterdeuren van de [automerk 2] zijn geopend. Er zijn bewegingen waarneembaar. Daarna worden de achterdeuren gesloten en rijden beide mannen weg met de [automerk 2] . Op 8 mei 2017 parkeren dezelfde mannen met dezelfde [automerk 2] met de achterkant naar de garagebox gericht. Zij laden een groot voorwerp, twee jerrycans en een klein voorwerp in de [automerk 2] vanuit de garagebox. Daarna rijden ze weg. De bestuurder wordt geschat op halverwege de dertig tot begin veertig jaar oud. Hij heeft een bril en een baardje, een stevig postuur en kort donkerblond haar.12 Op 17 mei 2017 parkeert de witte [automerk 2] , voorzien van kenteken [kenteken 2] opnieuw met de achterzijde naar de garagebox gericht. Zowel de bestuurder als de passagier hebben hetzelfde signalement als de mannen die op 7 en 8 mei 2017 in de [automerk 2] reden. De passagier gaat de garagebox in. De bestuurder pakt iets uit het voertuig en neemt dat mee de garagebox in. Iets later verlaten de mannen de garagebox en rijden zij weg.13 De passagier wordt herkend als zijnde [persoon 1] .14

Op 18 mei 2017 wordt de garagebox bezocht door de bestuurder van de witte [automerk 1] , voorzien van kenteken [kenteken 1] . Hij laadt een jerrycan die halfgevuld is met bruine vloeistof in de kofferbak. De bestuurder wordt geschat op halverwege de twintig jaar oud en hij heeft kort donker haar. Op dezelfde dag wordt de garagebox bezocht door de bestuurder en passagier van een [automerk 3] , voorzien van kenteken [kenteken 3] . Deze auto wordt achteruit een stukje in de garagebox geparkeerd. De bestuurder en de passagier dragen allebei handschoenen.15 De bestuurder is [persoon 1] .16 De passagier wordt geschat op halverwege de twintig jaar oud. Hij heeft kort donker haar en een stevig postuur.17

De [automerk 3] , voorzien van kenteken [kenteken 3] , is op 18 mei 2017 rond 12:30 uur tot en met 20 mei 2017 rond 07:00 uur gehuurd door verdachte [verdachte] .18

Op 13 juni 2017 wordt de garagebox bezocht door de bestuurder en de passagier van de [automerk 3] , voorzien van kenteken [kenteken 3] . De auto wordt met de achterkant in de garagebox geparkeerd. Er wordt iets zwaars in de auto geladen. Daarna rijdt de auto omstreeks 14:52 uur weg. De bestuurder wordt geschat op halverwege de twintig jaar oud. Hij heeft een getint uiterlijk en kort zwart haar. De passagier is ook halverwege de twintig jaar oud. Hij heeft een getint uiterlijk, een baardje en kort zwart haar. Beide personen parkeren een paar uur later opnieuw de [automerk 3] met de achterkant in de garagebox en gaan de garagebox in. Zo’n 7 minuten later stappen zij in de auto en rijden zij weg.19 Een van de inzittenden wordt herkend als zijnde [persoon 2] .20

Op 29 juni 2017 is de garagebox in Putten onderzocht. Er bleek enkel een bezem en een emmer met daarin een lege vuilniszak in te staan.21

[naam vrouw] heeft verklaard dat zij in Putten was om een garagebox te huren en dat dat de enige keer was dat zij bij de garagebox was. Zij kreeg € 150,- van de persoon die met haar meeging. Het was niet genoeg voor de huur, maar zij durfde niet om meer geld te vragen. Haar was verteld dat de garagebox bedoeld was om er een auto in te zetten. [naam vrouw] wilde geen namen noemen, omdat zij bang was.22

Garagebox te Amersfoort

Op 5 juli 2017 werd bij de doorzoeking van een garagebox aan de Patrijzenhof [nummer garagebox 2] te Amersfoort een sterk chemische lucht waargenomen. Aangetroffen werd een grote hoeveelheid apparatuur geschikt en bestemd voor het produceren van amfetamine. Daarnaast werd een grote hoeveelheid jerrycans met daarin chemicaliën aangetroffen. Deze chemicaliën kunnen gebruikt worden als grondstoffen voor het produceren van amfetamine.23

De aangetroffen goederen bestaan onder andere uit:

  • -

    54 jerrycans met daarin onder andere lage concentraties amfetamine en BMK, zwavelzuur of een heldere vloeistof;

  • -

    2 plastic maatbekers, met in één daarvan safrol (SIN-nummers AAEJ1870NL/A25 en /A25A);

  • -

    2 reactievaten van 200 liter die onder andere PMK en piperonal bevatten (SIN-nummers AAEJ1879NL/A39 en /39A en AAEI73332NL/A40 en /A40A) ;

  • -

    1 zak van 25 kilo, nagenoeg geheel gevuld met bruin fijn poeder dat waarschijnlijk N-tert-BOC-MDMA bevat (SIN-nummers AAEJ1875NL/A34 en /A34A);

  • -

    1 reactievaatje dat metamfetamine, MDMA, piperonal, gereduceerd PMK en gereduceerd BMK bevat (SIN-nummers AAEJ1876NL/A35 en /A35A);

  • -

    1 scheitrechter die onder andere PMK en piperonal bevat (SIN-nummers AAEJ1877NL/A37 en /A37A);

  • -

    1 metalen ketel die aan amfetamine gerelateerde syntheseverontreinigingen, lage concentraties N-formylamfetamine en BMK bevat (SIN-nummers AAEJ1878NL/A38 en /A38A);

  • -

    een hoeveelheid methanol (SIN-nummer AADP1967NL/Blanco);

  • -

    metalen laboratorium klemmen, plastic maatbekers, aluminiumfolie, au bain-marie bakken, pannen, rondbodemkolfen, trechters, plastic handschoenen, een elektrische afzuiging-ventilator met stekkerdoos, waterslangen, luchtslangen, een luchtafzuiger, gasbranders, koelspiralen, emmers met deksel, een elektrische weckpan, weegschalen, een handmodel elektrische beton-cementmixer, actiefkoolfilters, een lekbak en een doos met glazen stolpen en een thermometer.24

Amfetamine, metamfetamine en MDMA staan vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet. N-tert-BOC-MDMA kan door reactie met een sterk zuur worden omgezet in MDMA. De stof is dan ook als precursor voor MDMA te beschouwen. PMK is een grondstof voor MDMA en aanverwante verbindingen.25

De garagebox aan de Patrijzenhof [nummer garagebox 2] te Amersfoort is sinds mei 2017 verhuurd aan [persoon 3] voor € 115,- per maand. Zij vertelde aan de eigenaar van de garagebox dat zij haar huisraad wilde opslaan, omdat zij aan het verhuizen was. Zij reed in een witte [automerk 1] .26

In de saldo- en transactiegegevens van [persoon 3] is te zien dat zij op 21 april 2017, 24 mei 2017, 24 juli 2017 en 23 augustus 2017 telkens € 115,- ontving van [persoon 4] . Op 22 juni 2017 ontving zij €115,- van [persoon 5] . Daarnaast is te zien dat [persoon 3] op 21 april 2017, 24 mei 2017, 22 juni 2017, 24 juli 2017 telkens € 115,- overboekte naar de eigenaar van de garagebox aan de Patrijzenhof [nummer garagebox 2] te Amersfoort.27

[persoon 4] is de zus van medeverdachte [medeverdachte] . Zij heeft verklaard dat zij geld overboekte naar de bankrekening van [persoon 3] , omdat haar broer haar dat vroeg. Het geld was voor een vriend van hem.28

[persoon 5] is de moeder van medeverdachte [medeverdachte] . Zij heeft verklaard dat zij eenmalig geld overboekte naar de bankrekening van [persoon 3] , omdat haar zoon daarom vroeg.29

Herkenning

Ten aanzien van de herkenning van verdachte [verdachte] bij de garagebox in Putten op 14 en 19 april 2017 en op 1 mei 2017, merkt de rechtbank het volgende op. De verbalisant geeft uitdrukkelijk aan dat op de genoemde dagen de bestuurder van de [automerk 1] verdachte [verdachte] betreft. Bij gebrek aan een aannemelijke verklaring van verdachte ten aanzien van deze herkenningen, ziet de rechtbank geen redenen om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de deze herkenningen.

Wetenschap

Voor wat betreft de stelling van de verdediging dat verdachte niet wist dat het om een drugslaboratorium ging, merkt de rechtbank het volgende op. Verdachte deed steeds zelf de garagebox open. Ook ging verdachte meerdere malen gebukt onder een iets gekantelde garagedeur de garagebox in. Daarbij trok hij handschoenen aan als hij naar binnen ging en deed deze handschoenen weer uit als hij naar buiten kwam. Ook sloot hij de garagedeur als hij in de garagebox was. Bovendien zette hij jerrycans en andere (zware) spullen vanuit de garagebox in de kofferbak van de auto waarmee hij reed. Gelet op deze omstandigheden en bij gebreke aan een ander aannemelijk scenario, kan het niet anders dan dat verdachte wist dat hij aan het sjouwen was met materiaal bestemd voor de productie van synthetische harddrugs. Hierbij merkt de rechtbank op dat op grond van het karakter van de eerder genoemde feitelijke omstandigheden wel degelijk van verdachte mag worden verwacht dat hij hier een verklaring over aflegt.

Medeplegen

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte deel uitmaakte van een groep personen die materiaal opsloeg ten behoeve van de productie van harddrugs. Uit de camerabeelden blijkt immers dat zowel verdachte als anderen spullen vanuit de garagebox in Putten in auto’s hebben gelegd en weg zijn gereden. Er werd in elk geval op 13 juni 2017 materiaal vervoerd naar het drugslaboratorium in de garagebox in Amersfoort. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het opgegeven doel voor het huren van de garagebox in Putten niet in overeenstemming met de werkelijkheid was.

Bovendien is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met de andere betrokken personen. De garagebox in Putten werd immers gehuurd door anderen dan verdachte, terwijl verdachte kennelijk over de sleutel van de garagebox beschikte en hij en andere personen spullen vanuit de garagebox naar elders vervoerden. Hieruit blijkt van een dusdanige samenwerking tussen verdachte en anderen, dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in of omstreeks de periode tussen 2 februari 2017 tot en met 13 juni 2017 te Putten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of het vervaardigen van amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,

zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s)

wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en)

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)

 een garagebox (met nummer [nummer garagebox 1] gelegen aan de P.C. Hooftstraat te Putten) gehuurd (voor de opslag van voorwerpen (voor de productie van amfetamine) en/of;

 betalingen verricht en/of laten verrichten voor de huur van voornoemde garagebox en/of;

 één of meer jerrycans (gevuld met doorzichtige vloeistof en/of zwavelzuur) en/of

 één of meer tassen/zakken en/of;

 één of meer dozen uit voornoemde garagebox verplaatst en/of getild en/of gedragen naar een voertuig en/of;

(ongeveer vijf) vaten met een tapkraantje en/of;

 (ongeveer 40) jerrycans (gevuld met doorzichtige vloeistof en/of zwavelzuur) en/of;

 een koperen drukvat en/of;

een of meer glazen kolven en/of;

 een (grote) lekbak en/of;

 een zak met soda en/of;

een of meer filters en/of;

 verschillende elektrische apparaten;

althans meerdere voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft/hebben gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10, voorbereiden of bevorderen door zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen en voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ingeval van bewezenverklaring verzocht om oplegging van een taakstraf. Hiertoe is aangevoerd dat oplegging van een lange gevangenisstraf ertoe zal leiden dat verdachte zijn huurwoning en zijn werk kwijtraakt.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 9 januari 2020.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische harddrugs als amfetamine, metamfetamine en MDMA. De productie van synthetische harddrugs dient krachtig bestreden te worden, allereerst vanwege de schadelijkheid daarvan voor de volksgezondheid. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van harddrugs als amfetamine verslavend werkt en zeer schadelijk is voor de gezondheid. Daar komt bij dat dit soort drugslabs veel drugsafval veroorzaakt en dat dat afval vaak wordt gedumpt in natuurgebieden (zoals bossen), waarbij chemische afvalstoffen vrijkomen die veel milieuschade kunnen veroorzaken. Het opruimen van dit afval brengt over het algemeen veel kosten met zich mee. Daarnaast wijst de rechtbank nog op ontploffingsgevaar op de locatie waar de drugs worden bereid, wat dodelijke slachtoffers en andere schade tot gevolg kan hebben op de plaats delict en in de directe omgeving. Ook mag niet uit het oog verloren worden dat de pakkans klein is, dat met de productie en handel in amfetamine veel geld wordt verdiend en dat dit geld “witgewassen” wordt. Dit werkt ontwrichtend op de legale bovenwereld. De rechtbank neemt hierbij verder in aanmerking dat de reputatie van Nederland en de provincie Gelderland in het bijzonder, hierdoor geschaad wordt. Duidelijk is dat sprake is van ernstige strafbare feiten die in het algemeen bestraft worden met een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Uit het uittreksel justitiële documenten volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan.

Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om aan verdachte een andere straf op te leggen dan aan medeverdachte [medeverdachte] , nu sprake is van een keten van personen die zich met de voorbereiding van de productie van synthetische harddrugs bezig hield.

De rechtbank zal aan beide verdachten een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 2 jaren opleggen.

Met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak, overweegt de rechtbank dat verdachte op 14 december 2017 is aangehouden en voor het eerst is verhoord. Dat moment is naar het oordeel van de rechtbank de start van de redelijke termijn. Vanaf dit moment heeft verdachte immers de redelijke verwachting kunnen hebben dat hij op enig moment zou worden vervolgd. De strafzaak is pas op 17 februari 2020 inhoudelijk behandeld op de zitting en op 2 maart 2020 is vonnis gewezen. Dit is 2 jaar, 2 maanden en 2 weken later. Hiermee is de redelijke termijn met 2 maanden en 2 weken overschreden, hetgeen resulteert in een strafkorting met 5%. Dit betekent dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 17 maanden en 3 dagen waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met aftrek van voorarrest zal worden opgelegd.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, en 47 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede artikel 10a van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 17 (zeventien) maanden en 3 (drie) dagen;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y. van Wezel (voorzitter), mr. P.C. Quak en mr. C.E.W. van de Sande, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Bril, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 maart 2020.

Mr. P.C. Quak is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, district Noord- Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017052612, gesloten op 31 januari 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 166.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [eigenaar garagebox] , p. 123 en 124.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 april 2017, p. 163.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2017, p. 171.

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 april 2017, p. 188.

7 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 mei 2017, p. 207.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 mei 2017, p. 207 en 208.

9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 mei 2017, p. 208.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 mei 2017, p. 194; proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 mei 2017, p. 196, proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 mei 2017, p. 207 en 208.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 april 2017, p. 199-202.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juni 2017, p. 223 en 224.

13 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 mei 2017, p. 229.

14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 augustus 2017, p. 494.

15 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 mei 2017, p. 229 en 230.

16 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 augustus 2017, p. 494.

17 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 mei 2017, p. 229 en 230.

18 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 augustus 2017, p. 248.

19 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juni 2017, p. 239 en 240.

20 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 juni 2017, p. 243; proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juni 2017, p. 245.

21 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 juni 2017, p. 247.

22 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam vrouw] , p. 519 t/m 521.

23 Proces-verbaal van doorzoeking d.d. 6 juli 2017, p. 423 en 424; proces-verbaal doorzoeking d.d. 11 juli 2017, p. 425.

24 Bijlage bij proces-verbaal doorzoeking d.d. 11 juli 2017, p. 427 en 428; proces-verbaal bevindingen van september 2017, p. 433 t/m 437.

25 NFI-rapport inzake drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op de locatie Patrijzenhof [nummer garagebox 2] (garagebox) te Amersfoort, 5 juli 2017, p. 461.

26 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 juli 2017, p. 357.

27 Bijlage bij proces-verbaal aanvraag vordering verstrekking historische financiële gegevens d.d. 30 september 2017, p. 365 t/m 370.

28 Proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 4] , p. 400.

29 Proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 5] , p. 375 en 377.