Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:1331

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-02-2020
Datum publicatie
05-03-2020
Zaaknummer
8208466
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht, tussenbeschikking, arbeidsovereenkomst voor bepaalde of voor onbepaalde tijd, bewijsopdracht werkgever, billijke vergoeding, verrekening teveel betaald loon?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0289
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 8208466 \ HA VERZ 19-200 \ 520 \ 918

uitspraak van 25 februari 2020

beschikking

in de zaak van

[naam verzoekster]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

gemachtigde mr. A.B. Kalmeijer-Gerts

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Soap & Spices Scherpenzeel B.V.

gevestigd te Scherpenzeel

verwerende partij

gemachtigde mr. A. Heijink

Partijen worden hierna [naam verzoekster] en Soap & Spices genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 5 december 2019 met producties

- de brief van 8 januari 2020 van de zijde van [naam verzoekster]

- de brief van 22 januari 2020 met producties van de zijde van Soap & Spices

- de mondelinge behandeling van 28 januari 2020 mede inhoudende de pleitnotities van de gemachtigde van [naam verzoekster] en de gemachtigde van Soap & Spices.

2 De feiten

2.1.

[naam verzoekster] is sinds 1 november 2018 bij Soap & Spices in dienst.

2.2.

Bij e-mailbericht van 27 september 2018 heeft Soap & Spices [naam verzoekster] onder meer als volgt bericht:

“(…) Hierbij de afspraken op een rijtje:

je komt bij ons werken voor 37 uur (fulltime)

je uurloon wordt 11,36

je contract gaat in op 1 november 2018

je hebt recht op een gebruikelijke reiskostenvergoeding van 0,19 cent per km

je gaf aan geen bezwaar te hebben tegen werkzaamheden in meerdere filialen

we gaan komende week het contract opstellen en ondertekenen (…)”

2.3.

In een niet door partijen ondertekende arbeidsovereenkomst is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van 12 maanden en derhalve van rechtswege eindigt op 31 oktober 2019.

2.4.

Bij brief van 26 september 2019 heeft Soap & Spices [naam verzoekster] onder meer als volgt bericht:

“(…)

31 oktober 2019 verloopt het arbeidscontract voor bepaalde tijd tussen Soap & Spices en jouw persoon.

We vinden het spijtig je te moeten mededelen dat wij na intern overleg hebben besloten dit arbeidscontract niet te verlengen.

Jou werkzaamheden voor Soap & Spices komen zodoende per 31 oktober 2019 te stoppen.

Wij zullen per 31 oktober 2019 de openstaande vakantiedagen en het tot zover opgebouwde vakantiegeld aan je uitkeren samen met het loon over oktober 2019. (…)”

2.5.

Bij e-mailbericht van 3 oktober 2019 heeft de gemachtigde van [naam verzoekster] Soap & Spices bericht dat [naam verzoekster] zich niet in staat acht verder te re-integreren en verzocht om toezending van het personeelsdossier van [naam verzoekster] .

2.6.

Bij brief van 16 oktober 2019 heeft de gemachtigde van [naam verzoekster] Soap & Spices onder meer als volgt bericht:

“(…) Allereerst stelt cliënte zich op het standpunt dat er tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. (…)

Uw mededeling dat het dienstverband met cliënte aldus eindigt per 31 oktober 2019 kan gezien worden als een opzegging. Cliënte heeft met de beëindiging niet ingestemd. Door de ziekte van cliënte geldt er ook een opzegverbod. Cliënte is van oordeel dat er in juridische zin ook geen grond is om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. U hebt gehandeld in strijd met de in acht te nemen wettelijke bepalingen. De arbeidsovereenkomst is derhalve niets rechtsgeldig opgezegd en de opzegging is vernietigbaar.

(…)

Gelet op het voorgaande verzoek ik u mij binnen 5 werkdagen schriftelijk te bevestigen dat u de opzegging intrekt en dat u het loon van cliënte doorbetaalt vanaf 1 november 2019 totdat het dienstverband rechtsgeldig geëindigd is. Cliënte behoudt zich het recht voor om in plaats van de vernietiging een beroep te doen op de billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging etc. Indien ik niet of niet tijdig uw schriftelijke bevestiging heb ontvangen zal cliënte genoodzaakt zijn om een gerechtelijke procedure aan te laten spannen bij de kantonrechter. (…)

Voorts verzoek ik u om mij per omgaande een kopie toe te sturen van het personeelsdossier van cliënte. (…)”

2.7.

Bij e-mailbericht van 9 januari 2020 heeft de gemachtigde van Soap & Spices de gemachtigde van [naam verzoekster] onder meer als volgt bericht:

“(…) Cliënte heeft uw cliënte aangenomen op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Ik begreep dat cliënte de overeenkomst (getekende versie) niet kan vinden. In zoverre heeft zij een bewijsprobleem. Dat neemt niet weg dat uw cliënte jegens een collega bevestigt heeft dat uw cliënte het contract wel heeft maar nooit ondertekend heeft. De betreffende collega heeft dat bevestigt aan de directie van cliënte. Dat is – gelet op de stellingen die u voor mw. [naam verzoekster] innam – op zijn minst vreemd te noemen. (…)

Gelet op het bewijsprobleem, ben ik vooralsnog geneigd cliënte te adviseren om mw. [naam verzoekster] terug te laten keren. Zoals ik al aangaf is het dan wel zinvol dat partijen op korte termijn met elkaar in gesprek gaan (…).”

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[naam verzoekster] verzoekt de kantonrechter – na het bij brief van 8 januari 2020 laten vervallen van de in het verzoekschrift opgenomen primaire vordering en de voorlopige voorziening – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking Soap & Spices te veroordelen:

a. tot betaling aan haar van een billijke vergoeding van € 25.000,00 bruto, dan wel een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding;

b. tot betaling aan haar van de nog opstaande en niet genoten vakantiedagen, de netto tegenwaarde van € 455,00 bruto (37 uur x € 11,36 bruto x 8% vakantiegeld), althans een door de kantonrechter naar goede justitie te bepalen bedrag;

c. tot betaling aan haar van de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen tot aan de dag van volledige betaling;

d. tot betaling van de buitengerechtelijke kosten conform de daarvoor bestemde en thans geldende staffel, rechtstreeks te voldoen aan de gemachtigde van [naam verzoekster] ;

e. in de proceskosten;

f. om binnen een week na deze beschikking een kopie te overleggen van het gehele personeelsdossier van [naam verzoekster] , onder toekenning van een dwangsom van € 100,00 per dag.

3.2.

[naam verzoekster] legt aan haar verzoeken kort samengevat het volgende ten grondslag.

Tussen partijen was sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Soap & Spices heeft deze overeenkomst opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. [naam verzoekster] maakt daarom op grond van artikel 7:681 BW aanspraak op een billijke vergoeding.
Soap & Spices heeft ernstig verwijtbaar gehandeld. Ten tijde van de onrechtmatige opzegging was [naam verzoekster] ziek en bezig met haar re-integratie. Soap & Spices heeft [naam verzoekster] in het ongewisse gelaten door niet te reageren op verzoeken om opheldering, heeft [naam verzoekster] onder druk gezet en heeft ondanks het advies van de gemachtigde van [naam verzoekster] geen juridische hulp ingeschakeld. [naam verzoekster] heeft bovendien enige tijd zonder inkomsten gezeten door het handelen van Soap & Spices. Mede gelet op de onrechtmatigheid en het punitieve karakter van de billijke vergoeding acht [naam verzoekster] een bedrag van € 25.000,00 bruto redelijk. De gemachtigde van [naam verzoekster] heeft buiten rechte werkzaamheden verricht om Soap & Spices tot betaling te bewegen. [naam verzoekster] maakt daarom aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten.

3.3.

Soap & Spices betwist dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Volgens haar zijn partijen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van een jaar aangegaan. Het einde van deze arbeidsovereenkomst is door haar tijdig aangezegd, zodat [naam verzoekster] geen aanspraak kan maken op een billijke vergoeding. Mocht [naam verzoekster] al aanspraak kunnen maken op een billijke vergoeding, dan dient bij de hoogte daarvan rekening te worden gehouden met de volgende omstandigheden. Soap & Spices heeft [naam verzoekster] niet onfatsoenlijk behandeld. Zij ging oprecht uit van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en heeft getracht met [naam verzoekster] in gesprek te gaan. Pas nadat Soap & Spices [naam verzoekster] had aangeboden terug te keren, heeft [naam verzoekster] de switch gemaakt. Zij heeft inmiddels een nieuwe baan en heeft in de tussengelegen periode aanspraak kunnen maken op een uitkering. Het dienstverband zou hoe dan ook niet langer dan nog een jaar hebben geduurd.

Soap & Spices betwist het bestaan van een (gevuld) personeelsdossier en dat er sprake is van nog openstaande en niet genoten vakantiedagen. De wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten is zij niet verschuldigd, aldus Soap & Spices.

Ten slotte beroept Soap & Spices zich op verrekening met het gedurende de arbeidsongeschiktheid van [naam verzoekster] teveel betaalde loon van € 2.744,11 bruto.

4. De beoordeling

a. Billijke vergoeding

4.1.

Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil of sprake was van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Waar het Soap & Spices is die zich beroept op de rechtsgevolgen van het bestaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, is het ook aan Soap & Spices om dit standpunt nader te onderbouwen en zo nodig te bewijzen.
Soap & Spices heeft haar standpunt onderbouwd door een arbeidsovereenkomst over te leggen. Nu deze arbeidsovereenkomst echter door geen van partijen is ondertekend en [naam verzoekster] betwist deze overeenkomst te kennen, kan hieruit niet volgen dat deze overeenkomst een weergave is van hetgeen partijen zijn overeengekomen. Aldus is vooralsnog onvoldoende aannemelijk dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot stand is gekomen. Nu Soap & Spices daarvan tijdens de zitting uitdrukkelijk het bewijs heeft aangeboden wordt zij in de gelegenheid gesteld alsnog te bewijzen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

4.2.

De kantonrechter oordeelt reeds nu als volgt.

Indien Soap & Spices slaagt in het haar opgedragen bewijs en aldus voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, is het einde van deze arbeidsovereenkomst met de brief van 26 september 2019 tijdig aangezegd en bestaat er geen grondslag voor de verzochte billijke vergoeding.

In het geval Soap & Spices niet slaagt in het haar opgedragen bewijs, is er sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die door Soap & Spices op onrechtmatige wijze is opgezegd. Daarmee heeft Soap & Spices ernstig verwijtbaar gehandeld en toekenning van een billijke vergoeding ligt dan ook in de rede. Rekening wordt daarbij gehouden met de gevolgen van het ontslag (HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187).

Dienaangaande wordt als volgt overwogen. Enerzijds heeft Soap & Spices de arbeidsovereenkomst onrechtmatig opgezegd en [naam verzoekster] vervolgens langere tijd in het ongewisse gehouden. Anderzijds heeft [naam verzoekster] er, nadat de gemachtigde van Soap & Spices op 8 januari 2020 had aangegeven dat zij terug kon keren, voor gekozen om dit niet te doen. Aldus heeft [naam verzoekster] eerst nadat Soap & Spices aan haar primaire verzoek wilde voldoen de switch gemaakt. Vanaf 8 januari 2020 dient het feit dat de arbeidsovereenkomst niet is voortgezet dan ook voor rekening en risico van [naam verzoekster] te blijven. Dat geldt temeer nu tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [naam verzoekster] vanaf 1 januari 2020 een nieuwe baan heeft. Dat zij op het moment van de mondelinge behandeling nog in haar proeftijd verkeerde en bij haar nieuwe baan minder verdient en minder uren maakt, doet daar niet aan af. Zij heeft er immers zelf voor gekomen om niet terug te keren bij Soap & Spices. Aldus is [naam verzoekster] feitelijk slechts van 1 november 2019 tot 1 januari 2020 werkloos geweest. De kantonrechter ziet daarin aanleiding om, indien Soap & Spices niet slaagt in het haar opgedragen bewijs, rekening houdend met het salaris over die periode en de door [naam verzoekster] ontvangen
WW-uitkering, de billijke vergoeding bij nog te wijzen eindbeschikking te bepalen op een bedrag van € 2.000,00 bruto.

b. Vakantiedagen

4.3.

Dat sprake is van nog opstaande en niet genoten vakantiedagen wordt door
Soap & Spices betwist en is door [naam verzoekster] op geen enkele wijze onderbouwd. Uit de overgelegde loonspecificatie blijkt bovendien dat hiervan geen sprake is. De vordering zal daarom bij nog te wijzen eindbeschikking worden afgewezen.

c. Wettelijke verhoging en wettelijke rente

4.4.

Nu geen sprake is van verschuldigd loon, bestaat geen grondslag voor toewijzing van de wettelijke verhoging. De vordering zal daarom bij nog te wijzen eindbeschikking in zoverre worden afgewezen.

De beslissing ten aanzien van de wettelijke rente wordt aangehouden.

d. Buitengerechtelijke kosten

4.5.

Nog daargelaten of de verzochte billijke vergoeding wordt toegewezen heeft het volgende te gelden. Onbetwist staat vast dat [naam verzoekster] voor het eerst in onderhavige procedure aanspraak maakt op een billijke vergoeding. Van een opeisbare geldvordering was op het moment van het verrichten van de werkzaamheden bovendien geen sprake. Aldus is van buitengerechtelijke werkzaamheden die zien op het in onderhavige procedure verzochte geen sprake. De vordering wordt om die reden bij nog te wijzen eindbeschikking afgewezen.

e. Proceskosten

4.6.

De beslissing ten aanzien van de proceskosten wordt aangehouden.

f. Overleggen Personeelsdossier

4.7.

Soap & Spices heeft onbetwist gesteld dat er, behoudens de niet getekende arbeidsovereenkomst en de aanzeggingsbrief van 26 september 2018, geen sprake is van een personeelsdossier. De vordering van [naam verzoekster] wordt daarom bij nog te wijzen eindbeschikking wegens gebrek aan belang afgewezen.

g. Verrekening teveel betaald loon

4.8.

Soap & Spices beroept zich op verrekening met teveel betaald loon. Zij stelt dat zij over de periode vanaf haar ziekmelding, zijnde vanaf 11 juni 2019, aan [naam verzoekster] ten onrechte haar volledige loon heeft doorbetaald. Het teveel betaalde loon, ten bedrage van € 2.744,11 bruto, heeft zij onverschuldigd betaald, althans [naam verzoekster] is door de betaling hiervan ongerechtvaardigd verrijkt, aldus Soap & Spices. Soap & Spices beroept zich daarom op verrekening van dit bedrag met een eventueel aan [naam verzoekster] te betalen bedrag. [naam verzoekster] betwist dat er teveel aan loon is betaald. Soap & Spices heeft haar vordering op geen enkele wijze onderbouwd, zodat de gegrondheid hiervan niet op eenvoudige wijze is vast te stellen. De kantonrechter gaat daarom, gelet op het bepaalde in artikel 6:136 BW, aan het beroep op verrekening voorbij.

5 De beslissing

De kantonrechter,

5.1.

stelt Soap & Spices in de gelegenheid te bewijzen dat de tussen partijen tot stand gekomen arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de bepaalde tijd van 12 maanden;

5.2.

bepaalt dat Soap & Spices zich uiterlijk op 24 maart 2020 schriftelijk kan uitlaten over de vraag hoe zij het bewijs wil leveren;

5.3.

bepaalt dat, als Soap & Spices bewijs wil leveren door middel van schriftelijke stukken, zij deze stukken uiterlijk op de hiervoor vermelde datum over moet leggen;

5.4.

bepaalt dat Soap & Spices, als zij bewijs door getuigen wil leveren, de naam en woonplaats van de te horen getuigen moet opgeven met de verhinderdata van haarzelf, haar gemachtigde en de getuigen en zo mogelijk van de tegenpartij, waarna een dag voor het getuigenverhoor zal worden vastgesteld;

5.5.

bepaalt dat, als een getuigenverhoor wordt gehouden, beide partijen daarbij aanwezig moeten zijn om eventueel aansluitend aan het verhoor de zaak te bespreken en om te bekijken of een schikking mogelijk is;

5.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2020.