Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:1292

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-02-2020
Datum publicatie
27-02-2020
Zaaknummer
05/188478-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 22-jarige man uit Arnhem voor een aantal tasjesroven, opzet- en schuldheling, bedreiging met geweld, zware mishandeling en handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Dit soort feiten leveren veel overlast en schade op voor de betrokkenen. Met name de tasjesroven, waarbij tassen uit handen werden getrokken, veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers. Twee slachtoffers ondervinden ook fysieke gevolgen van de misdrijven. De rechtbank legt verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05.188478.19, 05.020142.18 en 05.105324.19

Datum uitspraak : 17 februari 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [detentieadres] ,

raadsman: mr. R.A.C. Frijns, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 11 november 2019 en 3 februari 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Onder parketnummer 05.188478.19, na een toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging:

1.

hij op of omstreeks 18 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

-een handtas met inhoud,

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, hij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

-(met een scooter) (dicht) naast die [benadeelde 1] heeft gereden en/of

-meermalen, althans eenmaal met kracht aan de handtas van die [benadeelde 1] heeft getrokken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 18 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een laptoptas met inhoud (te weten: een laptop),

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

-(met een scooter) (dicht) naast die [benadeelde 2] te gaan rijden en/of

-met kracht de laptoptas uit de hand van die [benadeelde 2] te trekken en/of rukken;

3.

hij op of omstreeks 18 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een boodschappenkar met inhoud en/of

-een portemonnee en/of

-een pinpas op naam van die [benadeelde 3] en/of

-een paspoort en/of

-een OV-chipkaart en/of

-een geldbedrag van ongeveer 10 euro en/of

-een mobiele telefoon ( [merk 1] ),

in elk geval enig goed/geldbedrag, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

-(met een scooter) (dicht) naast die [benadeelde 3] te gaan rijden en/of

-met kracht de boodschappenkar uit de hand van die [benadeelde 3] te trekken en/of rukken en/of

-in die richting van die [benadeelde 3] trappende voetbewegingen te maken;

4.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 18 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland

-een geldbedrag van 15,00 euro en/of

-een geldbedrag van 11,10 euro en/of

-een geldbedrag van 23,30 euro,

in elk geval enig geldbedrag, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door:

-contactloos te betalen met een pinpas op naam van die [benadeelde 3] , tot welks gebruik verdachte niet gerechtigd was;

5.

hij op of omstreeks 18 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een rugzak met inhoud,

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

6.

hij in of omstreeks de periode van 23 augustus 2018 tot en met 22 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten:

-een (motor)scooter (merk: [merk 2] , met VIN: [X] ), voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door

misdrijf verkregen goed betrof;

7.

hij op of omstreeks 31 augustus 2018 te Arnhem, althans in Nederland,

-brandstof ter waarde van een bedrag van 7,49 euro,

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] ., heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Onder parketnummer 05.105324.19

1.

hij op of omstreeks 1 juni 2018 te Arnhem, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

-die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "Ik sla de tanden uit je bek" en/of

- tegen een of meerdere beveiligers/medewerkers van het gemeentehuis Arnhem te zeggen: "Hij krijgt een kogel door zijn kop en ik sla al zijn tanden uit zijn bek". Ik kom tussen vijf en zes terug" en/of "Ik ga naar huis om een tang te halen kom tussen 17.00 en 18.00 terug en trek zijn tanden uit zijn mond en zijn kiezen uit zijn bek en ik heb er schijt aan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, van welke bedreiging(en) die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] kennis heeft/hebben genomen;

2.

hij op of omstreeks 8 juli 2018 te Arnhem [benadeelde 5] heeft mishandeld door die [benadeelde 5] in/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen ten gevolge waarvan die [benadeelde 5] ten val kwam en/of (vervolgens) die [benadeelde 5] op/tegen het (boven)lichaam te trappen/schoppen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten uitgevallen (voor)tand

en/of een gebroken brug en/of een gebroken (onder)tand en/of een of meerdere ontzette tanden ten gevolge heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 1 mei 2019 te Arnhem een of meerdere wapen(s) van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk:

- een vuurwapen, te weten een [merk vuurwapen 1] en/of

- een vuurwapen, te weten een [merk vuurwapen 2] , voorhanden heeft gehad;

4.

hij op of omstreeks 1 mei 2019 te Arnhem, een goed, te weten een motorfiets (merk [automerk 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Onder parketnummer 05.020142.18

hij in of omstreeks de periode van 8 december 2017 tot en met 9 december 2017 te Arnhem, een auto ( [automerk 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] , heeft

weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door een sleutel (behorende bij voornoemde auto) zonder daartoe bevoegd te zijn te gebruiken;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 december 2017 te Lent (gemeente Nijmegen) en/of Nijmegen, een goed te weten een auto ( [automerk 2] ) met de daarbij behorende autosleutel heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Onder parketnummer 05.188478.19 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Er worden in het dossier weinig specifieke en onderscheidende kenmerken genoemd die overeenkomen met de uiterlijke kenmerken van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten 1 t/m 5

Op 18 september 2018 zijn in het centrum van Arnhem in kort tijdsbestek een aantal tasjesroven gepleegd door twee personen op een scooter. De vraag is of verdachte een van die personen is geweest.

De rechtbank overweegt als volgt. Aangeefster [benadeelde 1] heeft verklaard dat zij op 18 september 2018 omstreeks 21:20 uur over de Steenstraat in Arnhem liep toen zij twee personen zag die haar tegemoet kwamen rijden op een donkerkleurige scooter. De scooter reed vlak naast haar toen de persoon achter op de scooter haar handtas vastpakte en trok. Vervolgens liet de persoon achterop de scooter de handtas weer los.2

Op camerabeelden van de Steenstraat is door verbalisanten gezien dat [benadeelde 1] om 21:27 uur over het trottoir liep, op het moment dat de bestuurder van een donkerkleurige scooter samen met een passagier aan haar rechterzijde verscheen. Zij kwamen op ongeveer een meter afstand gereden en probeerden de tas van de vrouw vast te pakken. De vrouw raakte uit balans. De bestuurder droeg een zwarte helm met daaronder een skull masker (met een doodskopafbeelding). Een voet was bedekt met een witte stof en de bestuurder droeg vermoedelijk slippers. De scooter had een zeer opvallende zilverkleurige grill.3

Aangeefster [benadeelde 2] heeft verklaard dat zij op 18 september 2018 tussen 21:10 uur en 21:30 uur over de Koningstraat in Arnhem liep toen zij een hard brommer geluid hoorde en een scooter zag naderen met daarop twee personen. De bestuurder was een man en hij droeg een masker met een doodskop afbeelding. Aangeefster voelde dat haar laptoptas met daarin een laptop van haar linkerschouder gleed en door de achterste persoon op de scooter uit haar hand werd gerukt. De scooter reed weg maar verloor zijn kentekenplaat met kenteken [kenteken 1] .4

Aangeefster [benadeelde 3] heeft verklaard dat zij op 18 september 2018 tussen 21:30 uur en 21:38 uur op de Graaf Lodewijkstraat in Arnhem liep met haar boodschappenkar. Ze zag twee personen op een scooter naderen. Ze voelde dat de boodschappenkar met kracht uit haar hand werd gerukt door de persoon die achterop de scooter zat. De achterste persoon en de bestuurder trapten allebei nog in de richting van aangeefster. In de kar zat haar portemonnee met een ABN AMRO bankpas op haar naam, een paspoort, een ov-chipkaart met een bedrag van 73 euro, 10 euro aan contant geld en een mobiele telefoon ( [merk 1] ).

Volgens aangeefster is op 18 september 2019 met haar pas drie keer contactloos betaald: bij de [supermarkt] op het Willemsplein Arnhem zijn om 21:49 uur twee bedragen van 11,10 euro en 15,- euro afgerekend en bij de [supermarkt] aan de Kleine Oord 86 is om 21:45 uur 23,30 euro afgerekend.5

Op camerabeelden van de [supermarkt] op het Willemsplein is gezien dat om 21:49 uur een persoon met zwarte helm en een gezicht dat is bedekt met een doodskop-mondkapje pinbetalingen heeft uitgevoerd en daarna op een scooter is gestapt waarvan het kenteken ontbrak.6 Op de camerabeelden van de [supermarkt] Kleine Oord is gezien dat een persoon met een skull-masker met een bankpas contactloos heeft betaald. De persoon droeg een zwarte helm, zwarte badslippers en zijn enkel was voorzien van wit verband.7 De persoon stapte achter op een zwarte scooter.8

Aangever [benadeelde 4] heeft verklaard dat hij op 18 september tussen 20:00 uur en 21:15 uur op De Markt in Arnhem stond en zijn rugzak tussen zijn fiets en een bankje had gelegd. Vervolgens zag hij dat er een scooter met daarop twee personen recht op het bankje kwam afgereden en dat de bijrijder zijn rugzak wegpakte en dat de scooter daarna wegreed. In zijn rugzak zaten twee blikjes bier en een portemonnee met o.a. een creditcard. Aangever heeft de bestuurder omschreven als iemand met donkere kleding en helm rijdende op een donkere scooter.9 Op camerabeelden van de Remisestraat in Arnhem is gezien dat twee personen op een scooter, waarvan de voorste persoon een doek met een witte doodskopmond droeg, een rugzak in de struiken hebben gegooid.10 De rugzak is daar door een getuige gevonden en in de rugzak is een portemonnee met pasjes op naam van aangever aangetroffen.11

Deze vijf feiten zijn telkens gepleegd door twee personen op een donkere scooter met een zilverkleurige beugel. Er zijn ook zeer specifieke overeenkomsten in de signalementen, namelijk dat de bestuurder slippers en een masker of doek met een doodskopmond droeg, en een voet had bedekt met een witte stof of verband. De rechtbank acht daarom bewezen dat deze feiten gepleegd zijn door dezelfde daders. De vraag is wie dat waren.

Naar aanleiding van dit signalement heeft de politie een bericht op Facebook geplaatst, waarop een getuige met de politie heeft gebeld. Hij vertelde dat hij om 00:44 op zijn balkon stond en dat hij op het Immerloopark op het fietspad keek. Op het trottoir stond een scooter met draaiende motor en er stond een man naast de scooter op het fietspad. Hij omschreef deze man als in het zwart gekleed met een zwarte helm en een wit skeletmasker voor zijn mond.12 Naar aanleiding van deze melding is de politie ter plaatse gegaan en hebben verbalisanten daar een scooter op de grond aangetroffen, waarvan de uitlaat nog warm was. De scooter had geen kentekenplaat en was matzwart/donkergrijs van kleur. Een speurhond pakte direct een spoor op vanaf de scooter langs het water waar ongeveer 50 meter verderop een zwarte bivakmuts werd aangetroffen.13

Op de voorzijde van de scooter is een handpalmafdruk gevonden. Deze is vergeleken met een afdruk van de handpalm van verdachte zoals deze is geregistreerd in de landelijke vinger- en handpalmafdrukken verzameling Havank. Uit dit vergelijkingsonderzoek kwam een zeer grote mate van overeenkomst naar voren tussen het spoor van de scooter en de referentieafdruk van de handpalm van verdachte in Havank. Deze bevindingen zouden geheel in de lijn der verwachting liggen wanneer het spoor van de donor afkomstig is. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein.14 Op basis van die bevindingen concludeert de rechtbank dat de aangetroffen handpalmafdruk door verdachte is veroorzaakt.

De aangetroffen bivakmuts is bemonsterd en er zijn sporen veiliggesteld. Uit vergelijkend DNA-onderzoek van het NFI komt naar voren dat een in de bivakmuts aangetroffen spoor een mengprofiel bevat dat afkomstig kan zijn van minstens drie personen: van [medeverdachte] (medeverdachte, matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard), van verdachte en van een willekeurig onbekend persoon. Hypothese I is dat de bemonstering DNA bevat van [medeverdachte] , verdachte en 1 willekeurige onbekende persoon is. Hypothese II dat de bemonstering DNA bevat van [medeverdachte] , en twee willekeurige onbekende personen. Het verkregen DNA-mengprofiel is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese I waar is dan wanneer hypothese II waar is .15 Op basis van die bevindingen concludeert de rechtbank dat het aangetroffen DNA-mengprofiel DNA van verdachte bevat.

In de telefoon van verdachte zijn foto’s gevonden van 6 juli 2019 waarop twee personen stonden afgebeeld, waarvan een persoon een doodshoofdmasker voor zijn mond droeg en de passagier een bivakmuts. Vergeleken met andere foto’s in zijn telefoon is door de politie een sterke gelijkenis waargenomen tussen de passagier en medeverdachte [medeverdachte] voor wat betreft huidskleur, haarlengte, ogen en wenkbrauwen. Op een andere foto in verdachtes telefoon droeg verdachte een soortgelijke camouflagejas als de bestuurder op de voorgaande foto’s.16 Gezien die vergelijkingen alsmede het feit dat het een “selfie” betreft op de telefoon van verdachte, acht de rechtbank bewezen dat het verdachte is die te zien is op die foto.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte degene is geweest die op 18 september 2018 in Arnhem samen met een ander meerdere tasjesroven heeft gepleegd.

De feiten zijn wettig en overtuigend bewezen.

Feit 6

De scooter zonder kentekenplaten die verdachte in het Immerloopark in Arnhem heeft achtergelaten, bleek gestolen te zijn.

De rechtbank overweegt als volgt. Aangeefster [benadeelde 6] heeft verklaard dat op 23 augustus 2018 in de ochtend haar rode motorscooter met chassisnummer [X] en kenteken [kenteken 2] is gestolen.17 De in het park aangetroffen scooter is aan de hand van het chassisnummer aangemerkt als de scooter van [benadeelde 6] . De scooter was overgespoten met zwarte lak en een mechanisch deel van het contactslot was verwijderd.18

Verdachte heeft gereden op een scooter, zonder kentekenplaten, overgespoten en waarvan een deel van het contactslot ontbrak. De scooter had de uiterlijke kenmerken van een gestolen scooter. Dat was voor een ieder en dus ook voor verdachte zichtbaar. Door toch op die scooter te rijden heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij een gestolen goed voorhanden had. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de opzetheling heeft begaan.

Feit 7

De rechtbank overweegt als volgt. [slachtoffer 1] . heeft aangifte gedaan van diefstal van benzine. Op 31 augustus 2018 omstreeks 18.37 uur werd getankt zonder te betalen. Het voertuig was een motorscooter met het kenteken [kenteken 2] . De bestuurder droeg een donkere helm en had een masker voor zijn mond (wit doodskopkapje en over zijn neus, droeg slippers en een soort wit verband om zijn voet.19 De hoeveelheid brandstof had een waarde van € 7,49.20

Uit de voorgaande feiten is gebleken dat verdachte de scooter met kenteken [kenteken 2] op 30 augustus 2018 voorhanden heeft gehad. Op basis van het signalement, stelt de rechtbank vast dat het verdachte is geweest die brandstof ter waarde van € 7,49 heeft getankt zonder dit af te rekenen. Het feit is wettig en overtuigend bewezen.

Onder parketnummer 05.105324.19 21

Feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat enkel bedreiging met zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen kan worden en dat verdachte dient te worden vrijgesproken van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. Op 1 juni 2018 heeft bij de Gemeente Arnhem in Arnhem een gesprek plaatsgevonden tussen verdachte, twee medewerkers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , en de begeleider van verdachte, [naam begeleider] .22 Naar aanleiding van dit gesprek zou bepaald worden of verdachte nog recht had op uitkering.

Aangever [aangever 1] heeft verklaard dat zijn medewerkers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op 1 juni 2018 tussen 13:45 uur en 14:15 uur door verdachte zijn bedreigd. Verdachte heeft tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] gezegd: “ik sla de tanden uit je bek”23. Daarna is hij de kamer uitgelopen en hoorden beveiligers dat hij zei: “hij krijgt een kogel door zijn kop en ik sla al zijn tanden uit zijn bek. Ik kom tussen vijf en zes terug” en “ik ga naar huis om een tang te halen, kom tussen 17:00 en 18:00 uur terug en trek zijn tanden uit zijn mond en zijn kiezen uit zijn bek en ik heb er schijt aan”.24

Op grond van bovenstaande staat vast dat dat verdachte [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling. De bedreiging was van dien aard en onder zodanige omstandigheden gepleegd dat bij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] de vrees bestond dat verdachte ook daadwerkelijk uitvoering zou geven aan wat hij heeft gezegd. Het feit is wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte, als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 5] , p. 44-45;

- de verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 3 februari 2020.

Het letsel van [benadeelde 5] is naar algemeen spraakgebruik aan te duiden als zwaar lichamelijk letsel. Er is sprake van fors letsel dat zonder medisch ingrijpen blijvend is en dit medisch ingrijpen is niet als licht te kwalificeren.

Feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte, als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aanhouding, p. 61;

- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 71-72;

- de verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 3 februari 2020.

Feit 4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat verdachte geen beschikkingsmacht had over de motorscooter. Verdachte beschikte weliswaar over de sleutel van de kelderbox, maar dit wil niet zeggen dat verdachte de exclusieve toegang had. Het enkel gegeven dat de scooter in de schuur stond waar verdachte mede de toegang tot heeft gehad, is derhalve onvoldoende om het ten laste gelegde te bewijzen. Verdachte dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. Aangever [benadeelde 7] heeft verklaard dat zijn motorfiets van het merk [automerk 3] , op 16 januari 2019 tussen 12:30 uur en 13:30 uur is gestolen.25

Na de aanhouding van verdachte op 1 mei 2019 zagen verbalisanten in de kelderbox van de woning in Arnhem waar verdachte op dat moment verbleef onder meer een motor, [automerk 3] , zonder kentekenplaat staan. De verlichting was afgeplakt. Naast de motor lag een kentekenplaat [kenteken 3] . Het framenummer van de motor kwam overeen met dat behorende bij de motor met kenteken [kenteken 3] .26

De kelderbox hoorde bij de woning van de oma van verdachte (waar hij verbleef) maar het was verdachte die een sleutel had en gebruik maakte van die kelderbox.27 Er zijn daarin ook meerdere goederen van hem aangetroffen en verdachte heeft zelf verklaard dat de overige sleutels in handen zijn van zijn oom en zus en dat zij er niets mee te maken hebben.28 Dat de door hem verloren sleutels in gebruik zijn genomen door onbekenden en dat die onbekenden deze motorfiets stiekem in de kelderbox hebben gestald, zoals verdachte heeft gesteld, is onaannemelijk, omdat er verder niets is wat op de aanwezigheid van anderen duidt. Verdachte had een gestolen motorfiets voorhanden, met afgeplakte lamp en zonder kentekenplaat. Op grond van die verschijningsvormen had verdachte minst genomen redelijkerwijs moeten vermoeden dat of het een onder misdrijf verkregen goed betrof. Het feit is wettig en overtuigend bewezen.

Onder parketnummer 05.020142.18 29

Feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde feit. Van het primair tenlastegelegde moet verdachte worden vrijgesproken. Het Salduz verweer van de raadsman dient te worden verworpen, omdat aan verdachte geen vraag is gesteld. Het proces-verbaal doet vermoeden dat verdachte slechts een opmerking heeft gemaakt en dat die is genoteerd. Er is dan geen sprake van een verhoor.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat verdachte voorafgaand aan zijn verhoor bij de politie heeft gevraagd een advocaat te consulteren, maar dat hem toch een inhoudelijke vraag werd gesteld. Daarmee is, onder verwijzing naar het Salduz vs. Turkije arrest, niet voldaan aan de eisen die artikel 6 EVRM stelt aan een eerlijk proces. Verder heeft de raadsman vrijspraak gevraagd voor het primair tenlastegelegde. Dat de auto door verdachte is weggenomen kan niet worden bewezen. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman eveneens vrijspraak gevraagd omdat opzet of schuld niet bewezen kan worden.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. Aangever Duong heeft verklaard dat hij op 8 december 2017 omstreeks 20:50 uur zijn [automerk 4] heeft geparkeerd aan de Helmondstraat te Arnhem, en de volgende dag ontdekte dat zijn auto was gestolen.30 Hij heeft de sleutelbos, waar tevens de sleutel van zijn auto aan zat, gedurende de nacht aan de buitenzijde van de voordeur laten zitten.31 Op 15 december 2017 is de auto gesignaleerd en is verdachte na een achtervolging aangehouden.32 Verdachte was in bezit van de sleutel.33 Verdachte stond op het moment van achtervolging geparkeerd, toen de politie op de auto klopte. Verdachte riep toen tegen de bijrijder dat het misschien wel de politie kon zijn of de eigenaar van de auto en is er daarna met grote snelheid en met zeer gevaarzettend rijgedrag vandoor gegaan.34

Er is geen bewijs voorhanden dat verdachte de auto heeft gestolen.

Verdachte wordt daarom vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte wist dat de auto van misdrijf afkomstig was. Niet valt in te zien waarom verdachte zich anders zorgen zou maken over de komst van de eigenaar of de politie en er meteen vandoor zou gaan bij het vermoeden van het opdoemen van de eigenaar. Gelet op het voorgaande is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte schuldig is aan het subsidiair tenlastegelegde. Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd, behoeft geen bespreking omdat dit niet als bewijsmiddel wordt gebruikt.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 05.188479.19 1 t/m 7 tenlastegelegde, onder parketnummer 05.105324.19 1 t/m 4 tenlastegelegde en onder parketnummer 05.020142.18 het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

05.188479.19

1.

hij op of omstreeks 18 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

-een handtas met inhoud,

in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 1] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, hij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

-(met een scooter) (dicht) naast die [benadeelde 1] heeft gereden en/of

-meermalen, althans eenmaal met kracht aan de handtas van die [benadeelde 1] heeft getrokken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 18 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een laptoptas met inhoud (te weten: een laptop),

in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 2] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, hij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

-(met een scooter) (dicht) naast die [benadeelde 2] te gaan rijden en/of

-met kracht de laptoptas uit de hand van die [benadeelde 2] te trekken en/of rukken;

3.

hij op of omstreeks 18 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een boodschappenkar met inhoud en/of

-een portemonnee en/of

-een pinpas op naam van die [benadeelde 3] en/of

-een paspoort en/of

-een OV-chipkaart en/of

-een geldbedrag van ongeveer 10 euro en/of

-een mobiele telefoon ( [merk 1] ),

in elk geval enig goed/geldbedrag, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 3] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, hij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

-(met een scooter) (dicht) naast die [benadeelde 3] te gaan rijden en/of

-met kracht de boodschappenkar uit de hand van die [benadeelde 3] te trekken en/of rukken en/of

-in die richting van die [benadeelde 3] trappende voetbewegingen te maken;

4.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 18 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland

-een geldbedrag van 15,00 euro en/of

-een geldbedrag van 11,10 euro en/of

-een geldbedrag van 23,30 euro,

in elk geval enig geldbedrag, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door:

-contactloos te betalen met een pinpas op naam van die [benadeelde 3] , tot welks gebruik verdachte niet gerechtigd was;

5.

hij op of omstreeks 18 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een rugzak met inhoud,

in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

6.

hij in of omstreeks de periode van 23 augustus 2018 tot en met 22 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten:

-een (motor)scooter (merk: [merk 2] , met VIN: [X] ), voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs hadden moeten vermoeden dat het een door

misdrijf verkregen goed betrof;

7.

hij op of omstreeks 31 augustus 2018 te Arnhem, althans in Nederland,

-brandstof ter waarde van een bedrag van 7,49 euro,

in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] ., heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

05.105324.19

1.

hij op of omstreeks 1 juni 2018 te Arnhem, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

-die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "Ik sla de tanden uit je bek" en/of

- tegen een of meerdere beveiligers/medewerkers van het gemeentehuis Arnhem te zeggen: "Hij krijgt een kogel door zijn kop en ik sla al zijn tanden uit zijn bek". Ik kom tussen vijf en zes terug" en/of "Ik ga naar huis om een tang te halen kom tussen 17.00 en 18.00 terug en trek zijn tanden uit zijn mond en zijn kiezen uit zijn bek en ik heb er schijt aan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, van welke bedreigingen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] kennis heeft/hebben genomen;

2.

hij op of omstreeks 8 juli 2018 te Arnhem [benadeelde 5] heeft mishandeld door die [benadeelde 5] in/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen ten gevolge waarvan die [benadeelde 5] ten val kwam en/of (vervolgens) die [benadeelde 5] op/tegen het (boven)lichaam te trappen/schoppen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten uitgevallen (voor)tand

en/of een gebroken brug en/of een gebroken (onder)tand en/of een of meerdere ontzette tanden ten gevolge heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 1 mei 2019 te Arnhem een of meerdere wapens van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk:

- een vuurwapen, te weten een [merk vuurwapen 1] en/of

- een vuurwapen, te weten een [merk vuurwapen 2] , voorhanden heeft gehad;

4.

hij op of omstreeks 1 mei 2019 te Arnhem, een goed, te weten een motorfiets (merk [automerk 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

05.020142.18

subsidiair

hij op of omstreeks 15 december 2017 te Lent (gemeente Nijmegen) en/of Nijmegen, een goed te weten een auto ( [automerk 2] ) met de daarbij behorende autosleutel heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

05.188479.19

ten aanzien van feit 1 t/m 3, telkens:

diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van feit 4:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 5:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van feit 6:

medeplegen van opzetheling

ten aanzien van feit 7:

diefstal.

05.105324.19

Ten aanzien van feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

en

bedreiging met zware mishandeling.

ten aanzien van feit 2:

mishandeling, met zwaar lichamelijk letsel als gevolg.

ten aanzien van feit 3:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 4:

schuldheling.

05.020142.18

subsidiair :

opzetheling.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat in de strafmaat moet worden meegewogen dat inzake parketnummer 05.105324.19, het onder 2 tenlastegelegde, aangever [benadeelde 5] een eigen aandeel valt te verwijten. Hij zou verdachte hebben geprovoceerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en met de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan. Ook is rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij ook is gelet op het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister, gedateerd 6 augustus 2019.

De rechtbank overweegt het volgende. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere tasjesroven diefstallen, opzethelingen, een bedreiging en een mishandeling. Dit soort feiten leveren veel overlast en schade op voor de betrokkenen. Met name de tasjesroven, waarbij tassen uit handen werden getrokken, veroorzaken angst bij de slachtoffers. Uit de toelichting ter zitting van mw. [benadeelde 3] blijft ook dat zij tot op de dag van vandaag last heeft van hetgeen haar is overkomen. Zij heeft zich lang onveilig gevoeld op straat door toedoen van verdachte. De mishandeling van [benadeelde 5] heeft zwaar lichamelijk letsel veroorzaakt en het is de vraag of dit letsel ooit helemaal zal herstellen. Bij dergelijke feiten past geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Het is niet de eerste keer dat verdachte met justitie in aanraking komt. In het oog springt de veroordeling in 2014 tot 24 maanden jeugddetentie voor soortgelijke feiten maar op zijn strafblad staan ook diverse recentere zaken. Contact met de reclassering weigert hij zodat ook niet gekeken kan worden wat er nodig is om herhaling te voorkomen, terwijl verdachte wel strafbare feiten blijft plegen. Het lijkt bij de verdachte niet door te dringen welke impact zijn daden hebben of hij neemt dat op de koop toe.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting, waarbij 4 maanden gevangenisstraf uitgangspunt is bij een tasjesroof en recidive.

Gelet op de grote hoeveelheid gepleegde feiten acht de rechtbank een lange gevangenisstraf dan ook op zijn plaats. De rechtbank legt verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Het voorwaardelijk strafdeel dient om verdachte voor de toekomst ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet geen aanleiding om in de straftoemeting rekening te moeten houden met een eigen aandeel van [benadeelde 5] . Uiteindelijk is het verdachte die op [benadeelde 5] is afgelopen en hem heeft geslagen met alle gevolgen van dien. De rechtbank houdt eveneens geen rekening met overschrijding van de redelijke termijn bij de opzetheling uit 2017. Er is weliswaar sprake is van overschrijding van de termijn van twee jaar, maar die overschrijding is veroorzaakt omdat die zaak gevoegd werd behandeld bij de nieuwe zaken tegen verdachte. Dat de termijn is overschreden, komt dan ook voor rekening van verdachte.

De op te leggen straf is lager dan door de officier van justitie is geëist omdat de rechtbank, gezien de afdoening in soortgelijke zaken en de LOVS oriëntatiepunten, tot een andere strafmaat komt dan de officier van justitie. Daarbij kwalificeert de rechtbank het uit de hand rukken van tasjes als “ licht geweld”, terwijl de strafeis van de officier van justitie meer past bij toepassing van zwaardere geweldshandelingen.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Onder parketnummer 05.188478.19

Benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder parketnummer 05.188478.19 tenlastegelegde feiten.

De raadsman heeft primair naar voren gebracht dat er geen plaats is voor het toewijzen van de vorderingen indien verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. Subsidiair heeft hij gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens een gebrek aan onderbouwing.

Ter zake van het onder 1 tenlastegelegde:

[benadeelde 1] . Gevorderd wordt een bedrag van € 45,- aan materiële schade en €7.000,- aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] toe te wijzen tot het bedrag van € 45,- vermeerderd met de wettelijke rente, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 1.045,- schade heeft geleden bestaande uit: € 45,- aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is wat betreft de hoogte van de immateriële schadevergoeding boven € 1.000,- onvoldoende onderbouwd Voor het vaststellen van het toe te wijzen bedrag is aansluiting gezocht bij vergelijkbare jurisprudentie. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen gijzeling. Het ondergaan van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 18 september 2018.

Ter zake van het onder 2 tenlastegelegde:

[benadeelde 2] . Gevorderd wordt een bedrag van € 420,- aan materiële schade en € 650,- aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot betaling van het bedrag van € 1.070,- toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 870,- schade heeft geleden bestaande uit: € 220,- aan materiële schade en € 650,- aan immateriële schade, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. De rechtbank heeft bij de begroting van de materiële schade rekening gekeken naar de dagwaarde van de laptop ten tijd van het gepleegde feit. Wat betreft het meer of anders gevorderd zal de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 dagen gijzeling. Het ondergaan van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 18 september 2018.

Ter zake van het onder 3 en 4 tenlastegelegde:

[benadeelde 3] . Gevorderd wordt een bedrag van € 315,25 aan materiële schade en €520,- aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] tot betaling in zijn geheel toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van onder 3 en 4 bewezen verklaarde handelen tot € 835,25 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het ondergaan van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 18 september 2018.

Ter zake van het onder 5 tenlastegelegde:

[benadeelde 4] . Gevorderd wordt een bedrag van € 385,- aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft gesteld dat behandeling van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] een onevenredige belasting is voor het strafgeding, zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

De rechtbank overweegt dat op grond van het bepaalde in artikel 6:106 lid 1 onder b Burgerlijk Wetboek komt vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade in aanmerking als sprake is van lichamelijk letsel of schending van de goede eer of naam. Van dergelijk letsel of dergelijke schending is geen sprake geweest. Dat sprake is geweest van een aantasting van de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 onder b Burgerlijk Wetboek, in die zin dat geestelijk letsel is ontstaan in de vorm van een aan de hand van objectieve maatstaven vast te stellen psychische beschadiging, is niet gebleken. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Ter zake van het onder 6 tenlastegelegde:

[benadeelde 6] . Gevorderd wordt een bedrag van € 1250,- aan materiële schade.

De officier van justitie heeft gesteld dat behandeling van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. Het is niet bewezen dat verdachte de schade heeft veroorzaakt.

De rechtbank overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan de vordering van een benadeelde partij, over een benadeling door diefstal, onder bijzondere omstandigheden worden toegerekend aan de heler van bij die diefstal buitgemaakte goederen. In deze zaak zijn die bijzondere omstandigheden niet zonder meer aan te wijzen. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Onder parketnummer 05.105324.19

Benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder parketnummer 05.105324.19 tenlastegelegde feiten.

Ter zake van het onder 2 tenlastegelegde:

[benadeelde 5] . Gevorderd wordt een bedrag van € 3.459,95 aan materiële schade en €2.750,- aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] tot betaling in zijn geheel toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

De raadsman heeft naar voren gebracht dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard kan worden, nu de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het 2 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van

€ 4.530,25 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. De rechtbank heeft een deel van het gevorderde materiële bedrag gematigd, omdat onvoldoende is onderbouwd dat een of meerdere wortelkanaalbehandelingen en kosten voor controle in causaal verband staan tot de mishandeling. Ten aanzien van de immateriële schade is anders gewogen en acht de rechtbank een bedrag van € 1.500,- passend. Wat betreft het meer of anders gevorderd zal de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 8 juli 2018.

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 90 dagen gijzeling. Het ondergaan van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Ter zake van het onder 4 tenlastegelegde:

[benadeelde 7] . Gevorderd wordt een bedrag van € 753,- aan materiële schade.

De officier van justitie heeft gesteld dat behandeling van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. Het is niet bewezen dat verdachte de schade heeft veroorzaakt.

De rechtbank overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan de vordering van een benadeelde partij, over een benadeling door diefstal, onder bijzondere omstandigheden worden toegerekend aan de heler van bij die diefstal buitgemaakte goederen. In deze zaak zijn die bijzondere omstandigheden niet zondermeer aan te wijzen. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 45, 57, 285, 300, 311, 312, 416, 417bis van het Wetboek van Strafrecht en artikel 13 van de Wet wapens en munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 05.020142.18, feit 1, primair tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

 bepaalt, dat 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partijen.

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil;

Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente v.a.:

05-188478-19

1. [benadeelde 1] feit 1) € 1.045,- 18 september 2018

2. [benadeelde 2] feit 2) € 870,- 18 september 2018

3. [benadeelde 3] feit 3 en 4) € 835,25 18 september 2018

05-105324-19 (feit 2)

4. [benadeelde 5] € 4.530,25 8 juli 2018

 verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 5] voor het overige niet-ontvankelijk in hun vorderingen;

 verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] (05.188478.19, feit 5), [benadeelde 6] (05-188478-19, feit 6) en [benadeelde 7] (05-105324-19, feit 4) niet-ontvankelijk in de vordering;

 legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal gijzeling zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

Benadeelde partij Bedrag Gijzeling

1. [benadeelde 1] € 1.045,- 20 dagen

2. [benadeelde 2] € 870,- 17 dagen

3. [benadeelde 3] € 835,25 16 dagen

4. [benadeelde 5] € 4.530,25 90 dagen

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.A.M. Janssen, voorzitter, mr. C. Kleinrensink, en mr. C.C.M. Poland, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.G.M. van Ophuizen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2020.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019361102, gesloten op 15 augustus 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 1] , p. 193-194.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 197-198.

4 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 2] , p. 215-216.

5 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 3] , p. 231-232.

6 Het processen-verbaal van bevindingen, p. 253-254 en 262-263.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 283.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 286.

9 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 4] , p. 240-241.

10 Het proces verbaal van bevindingen, p. 243.

11 Het proces-verbaal van onderzoek zwarte tas, p. 250.

12 Het proces- verbaal van verhoor getuige, p. 312.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 314-315.

14 Het proces-verbaal van individualisatie dactyloscopisch spoor en rapport, p. 339-342.

15 Het NFI-rapport van DNA-onderzoek van 11 december 2018, p. 345-349.

16 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 406.

17 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 6] , p. 428-430.

18 Het proces-verbaal ter identificatie, p. 331-338.

19 Het proces-verbaal van aangifte, p. 421 en 423.

20 Bijlage van het proces-verbaal van aangifte, p. 424.

21 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019189183, gesloten op 4 mei 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

22 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 3 februari 2020.

23 Het proces-verbaal van aangifte, p. 31.

24 Een schriftelijk bescheid, namelijk [bedrijfsnaam] specifiekrapport, p. 42.

25 Het proces-verbaal van aangifte, p. 91.

26 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 61-62.

27 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 3 februari 2020.

28 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 87.

29 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017574710, gesloten op 17 februari 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

30 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] , p. 5.

31 Het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 4] , p. 8.

32 Het proces-verbaal van aanhouding, p. 25-26.

33 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 39.

34 Het proces-verbaal van verhoor [naam] , p. 56.