Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:1169

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-02-2020
Datum publicatie
21-02-2020
Zaaknummer
05/213595-19 en 05/285139-19 (gev. ttz.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt een 61-jarige man vrij van grooming, omdat het voorstel om te ontmoeten niet aan de minderjarige is gedaan terwijl dit wel ten laste is gelegd. De man is ook vrijgesproken voor het verstrekken van (seksueel getinte) schadelijke video’s aan een minderjarige, omdat het dossier onvoldoende ondersteuning biedt voor het ten laste gelde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/213595-19 en 05/285139-19 (gev. ttz.)

Datum uitspraak : 20 februari 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1958 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] , [woonplaats] .

Raadsman: mr. S.J. Nijhof, advocaat te Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

6 februari 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05/213595-19

hij in of omstreeks de periode van 2 september tot en met 4 september

2019 te Harderwijk, althans in Nederland,

door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van

een communicatiedienst, te weten snapchat en/of whatsapp en/of

skype en/of videobellen,

een persoon, [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] ,

van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd

van zestien jaren nog niet had bereikt,

een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige

handelingen,

met die [slachtoffer 1] te plegen en/of een afbeelding van een seksuele

gedraging

waarbij die [slachtoffer 1] betrokken te vervaardigen,

terwijl verdachte enige handeling heeft ondernomen gericht op het

verwezenlijken van die ontmoeting, door

(terwijl die [slachtoffer 1] meermalen heeft aangegeven 14 jaar te zijn)

- via social media (snapchat) contact te leggen met die [slachtoffer 1] en/of

- een video te sturen waarop hij, verdachte, met ontbloot geslachtsdeel

te zien is en/of

- een ontmoeting af te spreken op 4 september 2019 te Harderwijk en/of

hierbij aan te geven dat hij, verdachte, met die [slachtoffer 1] wilde vrijen

en/of haar kusjes wilde geven en/of dat zij met haar hand in zijn broek

mocht en/of

- daadwerkelijk op genoemde datum naar de afgesproken plaats te gaan;

Parketnummer 05/285139-19

hij op of omstreeks 13 december 2018 te Harderwijk, althans Nederland,

één of meer afbeeldingen (video’s)

waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de

leeftijd van zestien jaar

heeft verstrekt en/of aangeboden en/of vertoond

aan de minderjarige [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] ,

van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze

jonger was dan zestien jaar,

hebbende verdachte (via facebookmessenger) meerdere video’s waarop

hij zijn geslachtsdeel toont en/of waarop hij zichzelf aftrekt

aan die [slachtoffer 2] verzonden;

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 05/213595-19

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht. In het bijzonder heeft de officier van justitie verwezen naar de inhoud van de berichten gestuurd door verdachte, waaruit blijkt dat [slachtoffer 1] een meisje van 14 was, dat hij druk op [slachtoffer 1] uitoefende, dat hij een ontmoeting tot stand wilde brengen met [slachtoffer 1] en dat hij met [slachtoffer 1] ontuchtige handelen wilde verrichten, zoals kussen, vrijen en haar hand in zijn broek doen. De officier van justitie heeft voorts verwezen naar de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting, waarin verdachte zei dat de cijfers ‘1’ en ‘4’ hem niets zeggen.

Parketnummer 05/285139-19

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht. Uit het dossier volgt dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de persoon met wie hij contact had jonger was dan 16 jaren.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ten aanzien van beide parketnummers zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandelverplichting, een contactverbod met aangeefsters en een verbod op het gebruik van sociale media, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De bijzondere voorwaarden dienen dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard.

De inbeslaggenomen telefoons van verdachte dienen verbeurd te worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

Parketnummer 05/213595-19

De raadsman heeft zich, voor zover van belang, op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte aan de minderjarige [slachtoffer 1] een ontmoeting heeft voorgesteld. Het doen van een voorstel aan de meerderjarige tante van [slachtoffer 1] is niet strafbaar.

Parketnummer 05/285139-19

De raadsman heeft zich, voor zover van belang, op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. In dit verband heeft hij aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 2] jonger was dan zestien jaar.

Beoordeling door de rechtbank

Parketnummer 05/213595-19

De rechtbank overweegt dat de tenlastelegging voorschrijft dat verdachte aan [slachtoffer 1] , die op dat moment jonger was dan 16 jaar, heeft voorgesteld om elkaar te ontmoeten met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 1] te plegen en/of een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij die [slachtoffer 1] is betrokken te vervaardigen. De rechtbank kan op basis van het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht echter niet vaststellen dat verdachte deze ontmoeting aan [slachtoffer 1] heeft voorgesteld. De voorstellen om elkaar te ontmoeten zijn telkens gedaan aan de tante van [slachtoffer 1] , die zich voordeed als [slachtoffer 1] en die de leeftijd van 16 jaren al had bereikt. De rechtbank merkt op dat de wetgever met de wetswijziging van 1 maart 2019, betreffende artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht, heeft voorzien in gevallen, zoals het onderhavige, waarbij een ontmoeting wordt voorgesteld aan een persoon ouder dan 16 jaar die zich voordoet als een minderjarige. Deze voorziening is echter niet opgenomen in de tenlastelegging.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het vorenstaande het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit tenlastegelegde feit.

Parketnummer 05/285139-19

De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier en/of hetgeen ter zitting is besproken niet kan worden vastgesteld op welke data het berichtenverkeer tussen verdachte en [slachtoffer 2] zou hebben plaatsgevonden. Ook kan niet worden vastgesteld via welk Facebook-account [slachtoffer 2] contact met verdachte zou hebben gehad, welke profielfoto ten tijde van dat contact bij welk Facebook-account hoorde en/of deze profielfoto’s zichtbaar waren. Verdachte kan zich, desgevraagd, de hem getoonde foto’s niet herinneren.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan de rechtbank niet vaststellen dat het feit op of omstreeks 13 december 2018 is gepleegd noch dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de persoon aan wie hij de video’s toonde, dan wel toestuurde, jonger was dan 16 jaar. Het tenlastegelegde kan derhalve niet wettig en overtuigend worden bewezen. De rechtbank zal verdachte eveneens vrijspreken van dit tenlastegelegde feit.

3. De beslissing

De rechtbank:

spreekt verdachte vrij van de onder parketnummers 05/213595-19 en 05/285139-19 ten laste gelegde feiten.

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven, voorwerpen aan de rechthebbende, te weten: twee mobiele telefoons;

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kleinrensink (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en mr. Y. Yildiz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. Doedens, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 februari 2020.

mr. C. Kleinrensink is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.