Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:1131

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-02-2020
Datum publicatie
24-02-2020
Zaaknummer
C/05/365996 FA RK 20/323
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

de officier van justitie verzoekt om een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

De rechtbank wijst het verzoek toe voor de duur van drie weken en houdt de beslissing voor het overige aan.

Over drie weken moet duidelijk zijn of betrokkene toestemming heeft gekregen van de woningbouwvereniging om bij zijn ouders in te wonen.

In dat geval is opname in een accommodatie niet meer nodig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Zaakgegevens: C/05/365996 / FA RK 20/323

Zittingsdatum: 12 februari 2020

Datum uitspraak: 19 februari 2020

schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[naam betrokkene]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

verblijvende te [verblijfadres],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. F.H.J. van Gaal te Wijchen.

1 Procesverloop

1.1

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op

7 februari 2020.

Bij het verzoekschrift zijn – onder andere – de volgende bijlagen gevoegd:
- de bevindingen van de geneesheer-directeur, van 28 januari 2020;

- de medische verklaring, van 27 januari 2020;

- het zorgplan, van 2 januari 2020.

1.2

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op het verblijfadres van betrokkene.

1.3

Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- dhr. [naam 1], als psychiater verbonden aan Pro Persona;

- mw. [naam 2], als verpleegkundig specialist verbonden aan Pro Persona;

- de officier van justitie;

- de moeder van betrokkene.

2 Beoordeling

2.1

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie, een benedengemiddelde intelligentie, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in het gebruik van alcohol en drugs.

2.2

Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar of ernstig lichamelijk letsel voor anderen;

- ernstige psychische schade voor anderen;

- ernstige materiële schade voor anderen;

- ernstige immateriële schade voor anderen;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

2.3

Om deze ernstige nadelen af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. Betrokkene is momenteel op grond van artikel 37 Wetboek van Strafrecht (Sr) opgenomen. Deze titel loopt tot 20 februari 2020. De verpleegkundig specialist heeft ter zitting aangegeven dat gezocht wordt naar een passende woonvorm voor betrokkene. Zolang deze nog niet beschikbaar is, zou hij ter overbrugging bij zijn moeder kunnen gaan wonen, mits de woningbouwvereniging daarvoor toestemming geeft. Er is daarom een tweesporenbeleid uitgezet, waarbij het ene spoor leidt tot een passende woonvorm, in combinatie met ambulante behandeling van het Forensisch FACT-team (ForFACT). Het andere spoor zou leiden tot een langere opname op grond van de nu verzochte zorgmachtiging in afwachting van het vinden van een passende woonvorm.

Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat woningbouwvereniging Portaal mondeling toestemming heeft gegeven voor het inwonen van betrokkene bij zijn ouders. Dit leek eerder niet mogelijk, omdat Portaal betrokkene vanwege overlast eerder uit huis heeft gezet middels een uithuiszettingsprocedure.

De rechtbank heeft ter zitting telefonisch contact opgenomen met Portaal om een en ander te verifiëren. Hieruit bleek dat er wel een verzoek tot inwoning is gedaan (door de moeder), maar dat hier nog op beslist moest worden. De verwachting van Portaal was dat binnen een week zou zijn besloten op het verzoek tot inwoning. Ter zitting is daarom besproken welke vormen van verplichte zorg nodig zijn in de situatie waarin Portaal niet de betreffende toestemming verleent en welke vormen nodig zijn in de situatie waarin Portaal de toestemming wél verleent. Op 19 februari 2020 bleek dat Portaal nog niet heeft beslist op het verzoek.

De rechtbank is daarom van oordeel dat de beslissing op het verzoek om een zorgmachtiging te verlenen, (vooralsnog) niet gericht kan zijn op de situatie waarin betrokkene bij zijn ouders woont. Een andere passende woonvorm is ook niet voorhanden, terwijl de huidige verblijfstitel 20 februari 2020 afloopt.

2.4

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat opname van betrokkene in een accommodatie (vooralsnog) nodig blijft. Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, blijkt dat betrokkene echter niet meer opgenomen wil zijn. Betrokkene zou – in afwachting van de beslissing van Portaal – naar een daklozenopvang willen of bijvoorbeeld naar een opvang van het Leger des Heils (Domus). De verwachting is dat het drugsgebruik van betrokkene daar zal toenemen. Hij heeft geen zicht op zijn beperkingen en kwetsbaarheid zodat het gevaar dreigt van ontregeling en destabilisatie.

Hieruit blijkt dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig.

De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit:

- opnemen in een accommodatie;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van de stoornis, dan wel vanwege de stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- controle op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- onderzoek van de verblijfsruimte gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene.

2.5

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Er is namelijk nog geen passende vervolgplek gevonden, waar de behandeling ambulant kan worden voortgezet.

2.6

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Zonder zorgmachtiging bestaat het risico dat betrokkene de instelling verlaat en hij (bijvoorbeeld) in een daklozenopvang terecht komt. Dit leidt waarschijnlijk tot een toename van het gebruik van middelen, wat een psychotisch toestandsbeeld aanwakkert.

2.7

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van drie weken (tot en met 10 maart 2020), waarbij de beslissing op het verzoek voor het overige zal worden aangehouden tot 10 maart 2020 pro forma, in afwachting van de beslissing van Portaal. Deze korte duur van de machtiging biedt de mogelijkheid om de informatie van Portaal af te wachten.

2.8

In het licht van de nieuwe wetgeving en de rechtsontwikkeling overweegt de rechtbank hierover nog het volgende. De tekst van de Wvggz lijkt een gedeeltelijke toewijzing onder aanhouding van het overige niet bij voorbaat uit te sluiten. De beslissing over het resterende deel zal echter moeten worden genomen op basis van stukken die een voldoende actueel beeld geven over de situatie van betrokkene. Dat betekent dat op 10 maart 2020 de huidige informatie over betrokkene nog voldoende actueel moet zijn. De rechtbank is van oordeel dat dit in de situatie van betrokkene hoogstwaarschijnlijk het geval zal zijn. De bevindingen van de geneesheer-directeur zijn van 28 januari 2020 en de medische verklaring is van 27 januari 2020. De stoornissen van verdachte zijn al jaren aanwezig en staan niet ter discussie en zijn (grotendeels) onveranderbaar. Ook is duidelijk wat er voor nodig is om betrokkene weer deel te laten nemen aan het maatschappelijk leven. Er is echter nog enige tijd nodig om dit te regelen. Een kort durende toewijzing van de machtiging onder aanhouding van het overige voorkomt dat een nieuw verzoekschrift voor een zorgmachtiging moet worden opgesteld, voorkomt een nieuwe rechtszitting en biedt de kans op duidelijkheid voor betrokkene binnen enkele weken. Dit alles is in het belang van betrokkene en draagt bij aan een effectieve inzet van schaarse middelen in de zorg en de rechtspraak.

2.9

De rechtbank verzoekt de officier van justitie om uiterlijk vrijdag 6 maart 2020 de rechtbank schriftelijk te infomeren over de stand van zaken (omtrent de beslissing van Portaal) en het standpunt met betrekking tot het overige deel van het verzoek.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[naam betrokkene] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- opnemen in een accommodatie;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van de stoornis, dan wel vanwege de stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- controle op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- onderzoek van de verblijfsruimte gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene.

3.2

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 10 maart 2020;

3.3

houdt de beslissing voor het overige aan tot 10 maart 2020 pro forma en verzoekt de officier van justitie te handelen zoals hiervoor is weergegeven.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2020 door
mr. M.G.J. Post, rechter, in tegenwoordigheid van S.C. Dijksterhuis, griffier.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.