Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:870

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-02-2019
Datum publicatie
13-03-2019
Zaaknummer
NL1813094
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsovereenkomst. Kosten van beredding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer: NL18.13094

Vonnis van 28 februari 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LIMBRACO NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Horst,
eiseres, hierna te noemen: Limbraco Nederland B.V.,
advocaat mr. L.J.M.G. Kunzeler te Venlo,

tegen

de naamloze vennootschap
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN NV,
gevestigd te Apeldoorn,
verweerster, hierna te noemen: Achmea Schadeverzekeringen N.V.,
advocaat mr. B.M. Stroetinga te Eindhoven.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de procesinleiding

  • -

    het verweerschrift

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling op 17 januari 2019.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Limbraco Nederland B.V. heeft met Achmea Schadeverzekeringen N.V. een verzekeringsovereenkomst gesloten ter zake van een Bedrijven Compact Polis. Op de verzekeringsovereenkomst zijn de verzekeringsvoorwaarden MKB versie 5.6 versie januari 2016 van toepassing. De verzekeringsovereenkomst staat ten name van, onder andere, [naam 1] en Limbraco Nederland B.V.

2.2.

Op pagina 21 van het specificatieblad van de verzekeringspolis staat, onder andere, de volgende voorwaarde:

033 Groei- en bloeischade

In aanvulling op dat wat in de verzekeringsvoorwaarden in de Begrippenlijst is bepaald met betrekking tot het begrip schade, wordt onder schade aan zaken tevens verstaan waardevermindering ten gevolge van:

- Groeistoornissen en/of

- Produktieverlies en kwaliteitsvermindering en/of

- Verminderde gewichtstoename en/of

- Uitblijven van voldoende teeltresultaten.

Per aanspraak geldt een eigen risico van € 25.000,-.

2.3.

In hoofdstuk 5, paragraaf 0 onder 11 van de Verzekeringsvoorwaarden Bedrijven Compact Polis MKB, versie 5.6, staat het volgende opgenomen:

11 (Op-)geleverde zaak, verrichte dienst

Ongeacht door wie de schade werd geleden of de kosten werden gemaakt, is niet verzekerd de aansprakelijkheid voor:

  • -

    schade aan zaken die door of onder verantwoordelijkheid van verzekeringnemer zijn geleverd;

  • -

    schade en kosten die verband houden met het terugroepen, vervangen, verbeteren, of herstellen van de zaken die door of onder verantwoordelijkheid van verzekeringnemer zijn geleverd;

  • -

    schade en kosten die verband houden met het geheel of gedeeltelijk opnieuw verrichten van de werkzaamheden die door of onder verantwoordelijkheid van verzekeringnemer zijn verricht.

2.4.

Limbraco Nederland B.V. heeft op 11 april 2014 een overeenkomst gesloten met [naam 2] (hierna: [naam 2]) tot verkoop, levering, installatie en inbedrijfstelling van een champignonkwekerij. Onderdeel van die overeenkomst vormde een warmtepomp afkomstig van de toeleverancier IBK Airconditioning en Koudetechniek B.V. (hierna: IBK).

2.5.

De door IBK geleverde installatie had tot functie het in de teeltcellen van de champignonkwekerij van [naam 2] optimaal beheersen van het voor de teelt van champignons noodzakelijke continue herfstachtige klimaat.

2.6.

Behoud van een herfstachtig klimaat in de teeltcellen in cruciaal voor de teelt en de kwaliteit van de champignons.

2.7.

De warmtepomp die het klimaat in de teeltcellen regelt, bestaat uit twee compressoren die als het hart van het apparaat kunnen worden beschouwd. Op 12 maart 2016 is één van de twee compressoren uitgevallen. De warmtepomp kon desondanks normaal door functioneren. Op 21 maart 2016 viel de tweede compressor uit, waardoor de warmtepomp ook geheel ophield te functioneren.

2.8.

Op 22 maart 2016 is er door Recool B.V. in opdracht van Limbraco Nederland B.V. bij [naam 2] een tijdelijke warmtepomp geïnstalleerd ter vervanging van de defect geraakte warmtepomp. De warmtepomp is tot en met 27 juli 2016 in gebruik gebleven bij [naam 2]. De door Limbraco Nederland B.V. aan Recool B.V. betaalde kosten daarvoor bedroegen € 62.245,27 inclusief BTW.

2.9.

Na 27 juli 2016 werd de gereviseerde warmtepomp van IBK weer in gebruik genomen, die vervolgens op 10 februari 2017 opnieuw uitviel. Weer werd er een tijdelijke warmtepomp van Recool B.V. als noodmachine bij [naam 2] geïnstalleerd. Deze is tot en met 19 juni 2017 in gebruik gebleven bij [naam 2], waarvoor door Limbraco Nederland B.V. een bedrag van totaal € 29.659,24 inclusief BTW is betaald.

2.10.

De overeenkomst met IBK ten aanzien van de verkoop en levering van de warmtepomp is door Limbraco Nederland B.V. ontbonden. In verband daarmee is IBK veroordeeld om aan Limbraco Nederland B.V. te betalen het bedrag van € 101.250,00 ter zake van de koopsom van de warmtepomp en de door Limbraco Nederland B.V. gemaakte kosten in verband met de verkeerde voeding.

2.11.

Limbraco Nederland B.V. heeft de door haar gemaakte kosten voor het huren van een noodmachine van Recool B.V. ten behoeve van [naam 2] bij Achmea Schadeverzekeringen N.V. geclaimd als bereddingskosten gedekt onder de Bedrijven Compact Polis. Achmea Schadeverzekeringen N.V. heeft de claim afgewezen.

3 Het geschil

3.1.

Limbraco Nederland B.V. vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. Achmea Schadeverzekeringen N.V. veroordeelt om aan Limbraco Nederland B.V. te voldoen een bedrag van € 91.904,51, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2017 tot de dag der algehele voldoening,

2. Achmea Schadeverzekeringen N.V. veroordeelt om aan Limbraco Nederland B.V. te voldoen het bedrag van € 1.694,04 ter zake van de buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2018 tot de dag der algehele voldoening,

3. Achmea Schadeverzekeringen N.V. veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van veertien dagen na dagtekening vonnis,

4. Achmea Schadeverzekeringen N.V. veroordeelt in de nakosten.

3.2.

Limbraco Nederland B.V. heeft – samengevat – het volgende aan haar vorderingen ten grondslag gelegd. Op grond van artikel 7:959 lid 1 BW rustte op haar een bereddingsplicht. Zij was daarom gehouden maatregelen te treffen ter voorkoming of vermindering van door [naam 2] te lijden schade als gevolg van het uitvallen van de warmtepomp. Het plaatsen van de noodmachine dient te worden aangemerkt als een bereddingsmaatregel. De kosten daarvan komen als bereddingskosten onder de verzekering bij Achmea Schadeverzekeringen N.V. voor vergoeding in aanmerking.

3.3.

Achmea Schadeverzekeringen N.V. concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Limbraco Nederland B.V. in proces- en nakosten, uitvoerbaar bij voorraad, en voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is in geschil of de door Limbraco Nederland B.V. gemaakte kosten verband houdende met het plaatsen van een vervangende warmtepomp bij [naam 2] door Limbraco Nederland B.V., als bereddingskosten onder de door Limbraco Nederland B.V. bij Achmea Schadeverzekeringen N.V. afgesloten verzekering voor vergoeding in aanmerking komen.

4.2.

De bereddingsplicht is een verplichting aan de zijde van de verzekerde om schade te voorkomen of te verminderen. De verplichting is geregeld in artikel 7:957 BW dat bepaalt dat, zodra de verzekeringnemer of verzekerde van de verwezenlijking van het risico op de hoogte is of behoort te zijn, hij voor zover hij daartoe in de gelegenheid is, verplicht is binnen redelijke grenzen alle maatregelen te nemen die tot voorkoming of vermindering van de schade kunnen leiden.

4.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat schade aan de champignonteelt (groei- en bloeischade) een onder de verzekering gedekt risico betreft. Beoordeeld dient dus te worden of er sprake was van een onmiddellijk dreigend gevaar van schade aan de teelt en, zo ja, of de kosten van de getroffen maatregelen - ook wat betreft de omvang - redelijk en doelmatig zijn geweest.

4.4.

Achmea Schadeverzekeringen N.V. heeft aangevoerd dat de machine geen verzekerd object is. Het vervangen van de defecte compressor zou volgens Achmea Schadeverzekeringen N.V. uitgesloten zijn van dekking, zodat de kosten of schade ter voorkoming van verdere schade als gevolg van dat defect, hetzelfde lot delen. Dit verweer slaagt niet. Artikel 7:957 lid 2 BW bepaalt dat ook de schade aan zaken die bij de beredding worden ingezet door de verzekeraar wordt vergoed. Uit de wetsgeschiedenis1 op dit artikel volgt dat de ingezette zaken niet verzekerd hoeven te zijn en ook niet van belang is of deze zaken eigendom van de verzekerde zijn. De uitsluiting waar Achmea Schadeverzekeringen N.V. een beroep op doet, is dus niet van toepassing, indien komt vast te staan dat de maatregelen als beredding te gelden hebben.

4.5.

Dat bij het geheel uitvallen van de warmtepomp op 21 maart 2016 een acuut gevaar voor bloei- en groeischade aan de champignonteelt ontstond, wordt door Achmea Schadeverzekeringen N.V. niet weersproken. Achmea Schadeverzekeringen N.V. stelt enerzijds dat het vervangen van de defecte pomp dient te worden beschouwd als normale maatregel die Limbraco Nederland B.V. had te treffen uit hoofde van haar verbintenis met [naam 2]. Anderzijds stelt Achmea Schadeverzekeringen N.V. dat de kosten niet redelijk in omvang zijn. Levering van de gerepareerde pomp had veel eerder dan pas na vier maanden gekund, terwijl het onmiddellijk dreigende gevaar geen vier maanden kan hebben voortgeduurd.

4.6.

Dat Limbraco Nederland B.V. met het plaatsen van de noodpomp tevens aan een verplichting uit hoofde van haar verbintenis met [naam 2] voldeed, sluit niet uit dat Limbraco Nederland B.V. daarmee tevens aan haar bereddingsplicht voldeed om de verzekerde schade aan de teelt te voorkomen of te verminderen. Ook dit verweer gaat dus niet op.

4.7.

Het verweer betreffende de periode waarover de gestelde bereddingsmaatregelen zijn toegepast sluit aan op de vraag wanneer het onmiddellijk dreigende gevaar was geweken en de beredding geëindigd was. Uitgangspunt is dat het bij bereddingsmaatregelen moet gaan om buitengewone maatregelen die op doelmatige en effectieve wijze de verwezenlijking of omvang van het verzekerde risico afwenden of beperken. Uit hetgeen hierboven is overwogen, volgt dat bij het uitvallen van de tweede compressor in de warmtepomp er een onmiddellijk dreigend gevaar voor teeltschade ontstond en onmiddellijk ingrijpen vereist was om die schade af te wenden of te beperken. Limbraco Nederland B.V. heeft ter afwending van die schade een noodmachine, gehuurd van Recool B.V., bij [naam 2] laten installeren. Door Achmea Schadeverzekeringen N.V. is niet weersproken dat dankzij die noodmachine de teeltschade bij [naam 2] was beperkt tot € 120.000,- en die schade zonder dat ingrijpen vele malen hoger zou zijn geweest. De maatregel dient dus te worden aangemerkt als een redelijke en doelmatige maatregel. Nadat de noodmachine was geïnstalleerd en in werking was gesteld, was de teelt gered en was het onmiddellijk dreigende gevaar van teloorgang van de teelt geweken. Dat de noodmachine gedurende vier maanden in bedrijf diende te blijven teneinde de defecte warmtepomp te vervangen, betekent niet, zoals Achmea Schadeverzekeringen N.V. terecht stelt, dat het onmiddellijk dreigend gevaar gedurende die vier maanden ook voortduurde. Dat gevaar was immers al geweken op het moment dat de noodmachine was geïnstalleerd. Nu slechts maatregelen die strekken ter afwending van het onmiddellijk dreigend gevaar door de verzekering vergoed dienen te worden, kan niet anders geconcludeerd worden dan dat enkel de kosten van het plaatsen, installeren en in bedrijf stellen van de noodmachine als bereddingskosten voor vergoeding in aanmerking komen. De kosten voor het huren van de noodmachine gedurende de periode dat de warmtepomp werd gerepareerd, vallen niet in de sfeer van de beredding, doch eerder in die van de contractuele verhoudingen tussen enerzijds Limbraco Nederland B.V. en [naam 2] en anderzijds Limbraco Nederland B.V. en IBK. Het verweer van Achmea Schadeverzekeringen N.V. slaagt in zoverre. De bereddingskosten die, in beginsel, voor vergoeding in aanmerking komen zijn beperkt tot de kosten van installatie van de noodmachine op 21 maart 2016 en vervolgens op 10 februari 2017.

4.8.

Achmea Schadeverzekeringen N.V. heeft voorts aangevoerd dat vanaf
10 februari 2017 geen sprake kan zijn van verzekerde bereddingskosten, ten eerste omdat niet duidelijk is geworden of ten tijde van het opnieuw uitvallen van de gereviseerde pomp een acuut gevaar op schade dreigde en, ten tweede dat nu het herstel kennelijk niet goed is geweest het herhaalde falen van IBK aan Limbraco Nederland B.V. kan worden toegerekend. Dit verweer wordt niet gevolgd. Dat de warmtepomp niet optimaal functioneerde, is voldoende komen vast te staan. De pomp was immers reeds op
21 maart 2016 volledig defect geraakt waarna de reparatie ruim vier maanden heeft geduurd. De pomp raakte vervolgens zes maanden later weer defect, waarna Limbraco Nederland B.V. de overeenkomst om die reden heeft mogen ontbinden. Het is in het licht van al het voorgaande dan ook voldoende aannemelijk geworden dat de pomp op 10 februari 2017 opnieuw defect raakte en opnieuw een acuut gevaar voor teeltschade veroorzaakte. Dat dit anders zou zijn is door Achmea Schadeverzekeringen N.V. onvoldoende gemotiveerd weersproken. De betwisting door Achmea Schadeverzekeringen N.V. is verder niet onderbouwd. De kosten, voor zover die zien op het installeren van de noodmachine op 10 februari 2017, komen daarom evenzeer voor vergoeding in aanmerking. De ontbinding van de overeenkomst tussen Limbraco Nederland B.V. en IBK, die pas op 20 maart 2017 plaatsvond, kan niet tot een ander oordeel leiden. De bereddingsplicht van Limbraco Nederland B.V. staat immers los van die overeenkomst.

4.9.

Achmea Schadeverzekeringen N.V. heeft verder nog aangevoerd dat er sprake is van misbruik van verzekering. Volgens Achmea Schadeverzekeringen N.V. heeft Limbraco Nederland B.V. het op de beredding laten aankomen, door de eerste compressor niet meteen te vervangen toen die bezweek. Limbraco Nederland B.V. zou met die afwachtende houding misbruik hebben gemaakt van de verzekering. Limbraco Nederland B.V. heeft gesteld dat na het uitvallen van de eerste compressor, IBK meteen is ingeschakeld. De defecte compressor zou zijn uitgebouwd en naar IBK zijn afgevoerd ter controle. De tweede compressor zou zijn doorgemeten en bleek in orde te zijn. Desondanks bezweek ook de tweede compressor amper negen dagen later. Deze gang van zaken is door Achmea Schadeverzekeringen N.V. onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat van de juistheid daarvan zal worden uitgegaan. Dat Limbraco Nederland B.V. in deze kwestie naar de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar heeft gehandeld is uitgaande van die omstandigheden niet gebleken, zodat ook aan dit verweer wordt voorbijgegaan.

4.10.

Op grond van het voorgaande luidt de conclusie dat de kosten voor installatie van de van Recool B.V. door Limbraco Nederland B.V. op 21 maart 2016 en vervolgens op 10 februari 2017 gehuurde warmtepomp, als bereddingskosten voor vergoeding door Achmea Schadeverzekeringen N.V. in aanmerking komen. Limbraco Nederland B.V. heeft reeds aangevoerd dat met de installatie extra kosten gemoeid waren verband houdende met aangepaste bekabeling/elektravoorzieningen. Limbraco Nederland B.V. zal in de gelegenheid worden gesteld de kosten van het plaatsen en installeren van de warmtepomp op genoemde data te specificeren. De zaak zal daarvoor worden verwezen naar
28 maart 2019 voor akte uitlating door Limbraco Nederland B.V. waarna Achmea Schadeverzekeringen N.V. in de gelegenheid zal worden gesteld hierop bij antwoordakte te reageren.

4.11.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

stelt Limbraco Nederland B.V. in de gelegenheid zich uiterlijk 28 maart 2019 bij akte uit te laten over hetgeen is overwogen in r.o. 4.10,

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens - Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2019.

KL/St

1 MvT, Kamerstukken II 1985/86, 19 529, nr. 3, p. 28.