Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:843

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-02-2019
Datum publicatie
28-02-2019
Zaaknummer
05/090895-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het aan zijn schuld te wijten zijn dat een voertuig verongelukt, terwijl het feit iemands dood tot gevolg heeft

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/090895.18

Datum uitspraak : 26 februari 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

raadsvrouw: mr. W. van Veldhuizen, advocaat te Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 januari 2018 ongeveer tussen 15:00 uur en 16:00 uur in de gemeente Zutphen op de openbare landweg, te weten Bronsbergen

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam een container heeft geplaatst, waardoor die weg door zijn schuld (gedeeltelijk) werd versperd, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl hij, verdachte in het bezit is van een certificaat van “veilig werken langs de weg”

en/of dientengevolge wist, althans kon weten welke maatregelen hij moest nemen en/of voorzieningen hij op of aan die container moest aan brengen, ten einde de zichtbaarheid van die op die landweg (Bronsbergen) staande container te garanderen of te bevorderen,

op zodanige wijze die container, aan de rechter zijde van die weg, althans in de rijrichting van na te noemen bromfietsster ( [slachtoffer] ) in de berm van die landweg (Bronsbergen) heeft geplaatst, dat een gedeelte van die container op een fietssuggestiestrook van die weg (Bronsbergen) stond, waardoor die openbare landweg (Bronsbergen) gedeeltelijk werd versperd en/of

door welke versperring het verkeer onveilig is geworden en/of

is toen aldaar bij nacht, als omschreven in artikel 1 van voormeld reglement, althans bij duisternis,

- terwijl ter plaatse geen straatverlichting aanwezig was en/of welke container op dat moment niet werd verlicht en/of niet door hem, verdachte van een ingevolge de bijlage: Algemene voorwaarden plaatsen bouwobjecten van het Besluit vergunningvrije voorwerpen op openbare plaatsen van de gemeente Zutphen genoemde rood-wit gestreepte retroreflecterende markering en/of anderszins van veiligheidsvoorzieningen was voorzien-,

een op die fietssuggestiestrook rijdende bromfietsster (te weten het slachtoffer [slachtoffer] ) tegen die container gebotst of aangereden,

welk feit iemands dood (te weten, het slachtoffer [slachtoffer] ) ten gevolge heeft gehad;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 januari 2018 ongeveer tussen 15:00 uur en 16:00 uur in de gemeente Zutphen op de openbare landweg, te weten Bronsbergen

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam een container heeft geplaatst, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl hij, verdachte in het bezit is van een certificaat van “veilig werken langs de weg”

en/of dientengevolge wist, althans kon weten welke maatregelen hij moest nemen en/of voorzieningen hij op of aan die container moest aan te brengen, ten einde de zichtbaarheid van die op die landweg (Bronsbergen) staande container te garanderen of te bevorderen,

op zodanige wijze die container, aan de rechter zijde van die weg, althans in de rijrichting van na te noemen bromfietsster ( [slachtoffer] ) in de berm van die landweg (Bronsbergen) heeft geplaatst, dat een gedeelte van die container op een fietssuggestiestrook van die weg (Bronsbergen) stond en/of

is toen aldaar bij nacht, als omschreven in artikel 1 van Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990, althans bij duisternis,

- terwijl ter plaatse geen straatverlichting aanwezig was en/of welke container op dat moment niet werd verlicht en/of niet door hem, verdachte van een ingevolge de bijlage: Algemene voorwaarden plaatsen bouwobjecten van het Besluit vergunningvrije voorwerpen op openbare plaatsen van de gemeente Zutphen genoemde rood-wit gestreepte retroreflecterende markering en/of anderszins van veiligheidsvoorzieningen was voorzien-,

een bromfietsster (te weten het slachtoffer [slachtoffer] ) tegen die container gebotst of aangereden,

door welke gedragingen het aan zijn, verdachtes schuld te wijten is dat een voertuig, te weten een bromfiets is verongelukt, is vernield en/of onbruikbaar is gemaakt en/of is beschadigd en/of

welk feit iemands dood ( te weten het slachtoffer [slachtoffer] ) ten gevolge heeft gehad;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 januari 2018 ongeveer tussen 15:00 uur en 16:00 uur in de gemeente Zutphen op de openbare landweg, te weten Bronsbergen

terwijl hij, verdachte in het bezit is van een certificaat van “veilig werken langs de weg”

en/of dientengevolge wist, althans kon weten welke maatregelen hij moest nemen en/of voorzieningen hij op of aan die container moest aan te brengen, ten einde de zichtbaarheid van die op die landweg (Bronsbergen) staande container te garanderen of te bevorderen,

op zodanige wijze die container, aan de rechter zijde van die weg, althans in de rijrichting van na te noemen bromfietsster ( [slachtoffer] ) in de berm van die landweg (Bronsbergen) heeft geplaatst, dat een gedeelte van die container op een fietssuggestiestrook van die weg (Bronsbergen) stond en/of

is toen aldaar bij nacht, als omschreven in artikel 1 van Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990, althans bij duisternis,

- terwijl ter plaatse geen straatverlichting aanwezig was en/of welke container op dat moment niet werd verlicht en/of niet door hem, verdachte van een ingevolge de bijlage: Algemene voorwaarden plaatsen bouwobjecten van het Besluit vergunningvrije voorwerpen op openbare plaatsen van de gemeente Zutphen genoemde rood-wit gestreepte retroreflecterende markering en/of anderszins van veiligheidsvoorzieningen was voorzien-,

een bromfietsster (te weten het slachtoffer [slachtoffer] ) tegen die container gebotst of aangereden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2a. Vrijspraak

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde feit

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.

De raadsvrouw van verdachte is van mening dat nu er geen sprake is van versperring van de weg verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit.

De rechtbank overweegt dat voor bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit onder andere bewezen moet worden dat de weg ‘versperd’ was, nu artikel 163, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) slechts ‘versperren’ en niet het ‘gedeeltelijk versperren’ van een weg strafbaar stelt. Er is sprake van ‘versperring’ indien de weg voor het bestemde gebruik niet meer toegankelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan geen sprake, omdat de container niet de gehele weg blokkeerde, maar een deel van de weg, namelijk de fietssuggestiestrook. Weggebruikers konden de container passeren. Het primair tenlastegelegde feit kan om die reden niet worden bewezen en verdachte zal daarom van het primair tenlastegelegde feit worden vrijgesproken.

2b. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 25 januari 2018 heeft verdachte tussen 15:00 en 16:00 uur in de gemeente Zutphen op de openbare landweg, Bronsbergen, een container geplaatst. Deze container stond aan de rechterzijde van de weg, gedeeltelijk in de berm en gedeeltelijk op de fietssuggestiestrook.2 Om 18:31 uur is [slachtoffer] met haar bromfiets tegen de container gebotst, ten gevolge waarvan zij is overleden.3 Ter hoogte van de container was geen straatverlichting aanwezig.4 De container was niet verlicht. Op de container waren geen rood-wit gestreepte retroreflecterende markeringen aangebracht en er waren geen hekken of borden geplaatst. Verdachte was in het bezit van een certificaat van ‘veilig werken langs de weg’.5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich niet uitgelaten over het subsidiair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de dubbele causaliteit en schuld aan de zijde van verdachte ontbreekt. Tevens is er onvoldoende dan wel geen onderzoek gedaan naar het gezichtsvermogen van het slachtoffer of naar de mogelijkheid dat zij voor het ongeval onwel kan zijn geworden.

Beoordeling door de rechtbank

Artikel 169 Sr betreft een culpoos delict: een strafbaar feit dat niet opzettelijk is begaan, maar waarbij de overtreder verwijtbaar nalatig is geweest. Onder het delictsbestanddeel “schuld” in dit artikel wordt verstaan: een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid respectievelijk een min of meer grove of aanmerkelijke schuld. Bij het delict van artikel 169, aanhef en onder 2, Sr is tevens sprake van aan het schuldverband onttrokken gevolgen. Deze gevolgen (het iemands dood ten gevolge hebbend) zijn ‘geobjectiveerd’; het zijn bijkomende voorwaarden voor de strafbaarheid. Blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad dient bij het delict van artikel 169 Sr getoetst te worden aan een algemene voorzienbaarheidseis: was het uit de grondhandeling voortvloeiend gevaar in het algemeen voorzienbaar.

Of sprake is van schuld wordt ten slotte bepaald door de manier waarop die schuld in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd, en is voorts afhankelijk van het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

Uit het VOA-rapport komt naar voren dat het tijdstip van zonsondergang 17:15 uur was. Op de plaats van het ongeval was het aardedonker en de maan was wazig zichtbaar. Het was licht bewolkt en doordat er sluierwolken voor de maan hingen was het licht dat deze maan op de plaats van het ongeval kon genereren nihil te noemen.6

Verder volgt uit het VOA-rapport dat de rijbaan waar het ongeval had plaatsgevonden een
breedte had van circa 5,6 meter. Aan beide zijden van de rijbaan waren roodgekleurde fietssuggestiestroken aangelegd. Deze fietssuggestiestroken waren door middel van onderbroken strepen van het middengedeelte van de rijbaan gescheiden. De door de bromfietsbestuurster bereden fietssuggestiestrook had op de plaats van het ongeval een gemeten breedte van 1,45 meter. De, gezien de rijrichting van de bromfietsbestuurster, aan de linkerzijde van de rijbaan gelegen fietssuggestiestrook had een gemeten breedte van 1,5 meter. Gezien de rijrichting van de bromfietsbestuurster was, gedeeltelijk op de rechter fietssuggestiestrook en gedeeltelijk in de rechterberm een blauwe hoge metalen container geplaatst. De voorzijde van deze container wees in de richting van de Emmerikseweg. De container had een lengte van 6,1 meter, een breedte van 2,46 meter en een hoogte van 2,57 meter. De linker achterzijde van de container stond 1,15 meter op de fietssuggestiestrook.

De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij werkzaam was bij de gemeente als werkleider groen. Aannemer [naam] zou in opdracht van de gemeente de stormschade opruimen bij Bronsbergen. Het plaatsen van een obstakel in de openbare ruimte moet volgens [getuige 1] gemeld worden bij de gemeente. [getuige 1] was er niet van op de hoogte dat door [naam] een container zou worden geplaatst. Volgens [getuige 1] bepaalt de aannemer zelf het materiaal dat wordt ingezet ten behoeve van de zichtbaarheid en of de verkeersveiligheid. Voor het plaatsen van de container op Bronsbergen is geen melding gedaan of een vergunning aangevraagd.7

De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij om 17:05 uur over de Bronsbergen te Zutphen over de Bronsbergen fietste. Hij zag dat een donkerblauwe container aan de rechterzijde van de weg was geplaatst. Hij moest van de fietsstrook afwijken en de rijbaan op om de container te ontwijken. Omstreeks 17:45 uur reed hij met de auto weer langs de container. Omstreeks 18:15 uur reed hij nogmaals over de Bronsbergen, het was toen donker. Op dat moment dat een tegenligger hem passeerde, schrok hij van de container. Hij miste op een haar na de container en de tegenligger. Hij zag de container pas op een afstand van ongeveer 4 à 5 meter.8

Verdachte heeft verklaard dat hij werkzaam was bij [naam] . Na een hectische dag heeft hij op 25 januari 2018 een container op de Bronsbergen neergezet. Hij heeft cursussen gevolgd over het veilig werken met obstakels langs de weg. De container zou de nacht daar blijven staan en de volgende dag zouden opruimwerkzaamheden worden uitgevoerd. Als het donker was geweest, zou hij de container niet op deze wijze hebben achtergelaten.9

Nacht

De rechtbank stelt eerst vast dat er sprake was van nacht in de zin van artikel 1 van het van Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990. Volgens het VOA-rapport is de zon om 17:15 uur onder gegaan. Het ongeval heeft om 18:31 uur plaatsgevonden. Daarnaast hebben zowel de verbalisanten als meerdere getuigen verklaard dat het ter plaatse donker was. Er stond ter hoogte van de container geen straatverlichting.

Mate van schuld

Verdachte heeft een container op de openbare weg geplaatst op een gedeelte van de weg zonder straatverlichting. De container blokkeerde vrijwel de gehele fietssuggestiestrook. Het plaatsen van een container op een openbare weg is volgens regelgeving slechts toegestaan indien de container is voorzien van rood-wit gestreepte retro-reflecterende markering dan wel andere veiligheidsvoorzieningen.10 Verdachte wist dat dergelijke veiligheidsmaatregelen getroffen hadden moeten worden, omdat hij, zoals hij ter zitting aangaf, daarover een cursus had gevolgd. Ook was hij op de hoogte van de aanwezigheid bij het bedrijf van zijn werkgever van benodigde reflecterende bakens en verlichting en gaf hij ter zitting aan altijd zelf een reflecterend vest te dragen bij het werken aan de weg. Daarnaast had verdachte ervaring met het werken met containers, waardoor hij een extra zorgplicht had bij het plaatsen van dergelijke obstakels. Verdachte had weliswaar een rood-wit lint aangebracht rondom de container, maar dit lint reflecteerde niet en was daardoor niet zichtbaar in het donker. Aldus heeft verdachte verzuimd de maatregelen te nemen die van hem als professionele en gecertificeerde weggebruiker mochten worden verwacht.

Volgens verdachte verkeerde hij in de veronderstelling dat de gemeente hekken of bebording zou aanbrengen. Wat er ook zij van deze aanname, dit doet niet af aan de individuele verantwoordelijkheid van verdachte om te allen tijd voor een veilige situatie op de weg te zorgen. Op het moment dat verdachte een container op de openbare weg plaatste, was hij daarvoor verantwoordelijk en diende hij de container op een verantwoorde en veilige wijze achter te laten, zeker nu de container er ’s nachts zou blijven staan. Doordat verdachte niet voldoende veiligheidsmaatregelen heeft getroffen, heeft hij onzorgvuldig en nalatig en daarmee verwijtbaar gehandeld.

Voor wat betreft de rol van de gemeente en de politie, overweegt de rechtbank als volgt. De verdediging heeft aangevoerd dat indien sneller op de melding over een gevaarlijk geplaatste container was gereageerd door de politie of de gemeente er mogelijk geen ongeval had plaatsgevonden. Wat hiervan ook zij, de stelling dat de politie anders had kunnen en moeten prioriteren en/of de gemeente handelend had moeten optreden, kan hier onbesproken blijven nu dit het verwijtbaar handelen van verdachte en diens schuld niet opheft.

Voorzienbaarheid

Of deze verwijtbare gedraging, tevens een strafrechtelijk verwijt oplevert als bedoeld in artikel 169, aanhef en onder 2, Sr wordt bepaald door de beantwoording van de vraag of het uit de grondhandeling voortvloeiend gevaar in het algemeen voorzienbaar was. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Naar het oordeel van de rechtbank is het algemeen bekend dat het plaatsen van een onverlicht obstakel op een deel van een rijbaan gevaarlijk is. Er is ook een melding gedaan van een gevaarlijk verkeerssituatie doordat een container deels op de weg stond. De de getuigen [getuige 3] en [getuige 4] hebben over het gevaar verklaard. De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij ondanks dat hij al twee keer eerder bij daglicht langs de container was gereden, bij duisternis toch bijna tegen de container was aangereden. Door een container op een dergelijke wijze op de openbare weg te plaatsen zonder de benodigde veiligheidsmaatregelen te getroffen was het algemeen voorzienbaar dat bij duisternis gevaar zou kunnen intreden.

Dit betekent dat verdachte onvoorzichtig en verwijtbaar heeft gehandeld en een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt in de zin van artikel 169, aanhef en onder 2, Sr.

Dubbele causaliteit

Naar het oordeel van de rechtbank is er causaal verband tussen het gedrag van verdachte, te weten het plaatsen van de container op de weg op de wijze zoals hiervoor is omschreven, en de botsing van de bromfietsbestuurster. Zonder plaatsing van de container had de aanrijding immers niet plaatsgevonden. Er is ook causaal verband tussen het gedrag van de verdachte en de dood van het slachtoffer. Het slachtoffer is tegen de container gebotst waardoor zij letsel heeft opgelopen ten gevolge waarvan zij is overleden. Er zijn geen aanwijzingen dat zij door een andere oorzaak is komen te overlijden. Vervolgens heeft de rechtbank ook geen aanleiding om aan te nemen dat haar gezichtsvermogen niet goed was ten tijde van het ongeval, dan wel dat zij onwel is geworden en dat zij als gevolg daarvan tegen de container is gebotst.

Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook wettig en overtuigend bewezen worden dat

verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft gepleegd.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 25 januari 2018 ongeveer tussen 15:00 uur en 16:00 uur in de gemeente Zutphen op de openbare landweg, te weten Bronsbergen

zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam een container heeft geplaatst, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl hij, verdachte, in het bezit is van een certificaat van “veilig werken langs de weg”

en/of dientengevolge wist, althans kon weten welke maatregelen hij moest nemen en/of voorzieningen hij op of aan die container moest aanbrengen, ten einde de zichtbaarheid van die op die landweg (Bronsbergen) staande container te garanderen of te bevorderen,

op zodanige wijze die container, aan de rechterzijde van die weg, althans in de rijrichting van na te noemen bromfietsster ( [slachtoffer] ) in de berm van die landweg (Bronsbergen) heeft geplaatst, dat een gedeelte van die container op een fietssuggestiestrook van die weg (Bronsbergen) stond en/of

is toen aldaar bij nacht, als omschreven in artikel 1 van Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990, althans bij duisternis,

- terwijl ter plaatse geen straatverlichting aanwezig was en/of welke container op dat moment niet werd verlicht en/of niet door hem, verdachte, van een ingevolge de bijlage: Algemene voorwaarden plaatsen bouwobjecten van het Besluit vergunningvrije voorwerpen op openbare plaatsen van de gemeente Zutphen genoemde rood-wit gestreepte retro-reflecterende markering en/of anderszins van veiligheidsvoorzieningen was voorzien-,

een bromfietsster (te weten het slachtoffer [slachtoffer] ) tegen die container gebotst of aangereden,

door welke gedragingen het aan zijn, verdachtes, schuld te wijten is dat een voertuig, te weten een bromfiets is verongelukt, is vernield en/of onbruikbaar is gemaakt en/of is beschadigd en/of

welk feit iemands dood (te weten het slachtoffer [slachtoffer] ) ten gevolge heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:

Het aan zijn schuld te wijten zijn dat een voertuig verongelukt, terwijl het feit iemands dood tot gevolg heeft

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 150 uren werkstraf, te vervangen door 75 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat bij het bepalen van de strafmaat rekening dient te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het gebeuren heeft verdachte erg aangegrepen, verdachte is door deze zaak ziek geworden en heeft professionele hulp ingeschakeld. Daarnaast is verdachte een first-offender en is hij afhankelijk van zijn rijbewijs. De raadsvrouw van verdachte bepleit allereerst om verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van een straf of maatregel. Vervolgens bepleit zij een geldboete dan wel het opleggen van een voorwaardelijke straf. In het uiterste geval bepleit zij het opleggen van een werkstraf, waartoe verdachte bereid is.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 16 januari 2019.

Verdachte heeft in opdracht van zijn werkgever een container in de berm en deels op de openbare weg geplaatst. De container blokkeerde vrijwel de gehele fietssuggestiestrook. Verdachte heeft geen maatregelen getroffen om de container in het donker zichtbaar te maken. Het slachtoffer reed in het donker op haar bromfiets over de desbetreffende weg. Zij is tegen de container gebotst, ten gevolge waarvan zij is overleden.

Verdachte had op het moment dat hij de container plaatste veiligheidsmaatregelen moeten treffen zodat de container ook in het donker goed zichtbaar was. Met name omdat hij vaker met containers reed en containers plaatste, had van hem mogen worden verwacht dat hij zorgvuldiger zou hebben gehandeld. Bij dit laatste betrekt overweegt de rechtbank ook de rol die de werkgever had kunnen en moeten spelen bij zowel het verstrekken van de opdracht als het controleren van de uitvoering van de opdracht, in het bijzonder gelet op de korte staat van dienst van verdachte in zijn bedrijf, de tientallen jaren ervaring waarover de werkgever zelf beschikte en zijn bekendheid met de plaatselijke situatie. Met beide aspecten houdt de rechtbank rekening. Ook houdt de rechtbank rekening met de jeugdige leeftijd van verdachte en dat verdachte een blanco justitiële documentatie heeft.

Het leed dat door dit ongeval is veroorzaakt is groot en onherstelbaar. Dat bleek ook ter terechtzitting, waar een woordvoerder van de familie heeft verwoord dat het slachtoffer nog dagelijks wordt gemist door haar kinderen, kleinkinderen en partner. Verdachte heeft op zitting laten zien dat hij zich van het leed van de nabestaanden bewust is en hij heeft zijn spijt en medeleven overgebracht aan de nabestaanden.

Dat het ongeval - en de dramatische gevolgen daarvan - ook in het leven van de verdachte diepe sporen heeft nagelaten is ter terechtzitting gebleken. De verdachte vergelijkt zijn leven na 25 januari 2018 met een horrorfilm. Hij heeft psychologische hulp gezocht om het ongeluk te kunnen verwerken en zijn lijdensdruk te verlichten. De rechtbank houdt daar bij het opleggen van een straf rekening mee.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van het feit een onvoorwaardelijke taakstraf van forse duur aangewezen is. Gelet op alle genoemde omstandigheden acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend, ook omdat hetzelfde strafmaximum geldt voor het primair en subsidiair tenlastegelegde feit.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 169 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 Spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 150 (honderdvijftig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.F.M. Klappe (voorzitter), mr. C.H.M. Pastoors en mr. Y. Cenik, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 februari 2019.

mr. Y. Cenik en de griffier zijn

buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisten van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, basisteam IJsselstreek, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600 2018180734, gesloten op 26 april 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 februari 2019 alsmede het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 13 maart 2018, p. 22 en 23.

3 Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 6.

4 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 februari 2019 alsmede het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 13 maart 2018, p. 24.

5 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 februari 2019.

6 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 13 maart 2018, p. 23.

7 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 77 tot en met 79.

8 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 73 en 74.

9 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 februari 2019.

10 Een schriftelijk bescheid te weten, een besluit nadere regels voor het vergunningvrij gebruiken van een openbare plaats of een gedeelte daarvan anders dan de publieke functie daarvan van de gemeente Zutphen, p. 92 .e.v.