Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:841

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-02-2019
Datum publicatie
28-02-2019
Zaaknummer
05/740313-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een gevangenisstraf van 4 maanden wegens medeplegen van een woninginbraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740313-18

Datum uitspraak : 28 februari 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] , [woonplaats 1] ,

raadsman: mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 februari 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij in of omstreeks de periode van 11 oktober 2017 tot en met 12 oktober 2017, te Beek-Ubbergen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende

bevond,

- een of meerdere siera(a)d(en) (waaronder horloge(s), ketting(en), kettinghanger(s), ring(en), armband(en)),

- een of meerdere munt(en),

- een of meerdere bankpas(sen),

- een zorgverzekeringspas,

- een of meerdere kussenslo(o)p(en),

- een of meerdere visitekaartje(s) en/of

- een of meerdere foto('s),

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 11 oktober 2017 tot en met 12 oktober 2017, te Beek-Ubbergen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal een of meer goederen, te weten

- een of meerdere siera(a)d(en) (waaronder horloge(s), ketting(en), kettinghanger(s), ring(en), armband(en)),

- een of meerdere munt(en),

- een of meerdere bankpas(sen),

- een zorgverzekeringspas,

- een of meerdere kussenslo(o)p(en),

- een of meerdere visitekaartje(s) en/of

- een of meerdere foto('s),

heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Bij een surveillance op 11 oktober 2017 werd omstreeks 23.10 uur een voertuig gesignaleerd dat bij het [naam 1] tankstation, nabij het [naam 4] , stond. Verbalisanten wilden het voertuig aan een controle onderwerpen, maar de bestuurder ging ervan door. Na een langdurige achtervolging is het voertuig in Duitsland gecrasht. Er werden drie personen aangehouden: verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] .2 In de auto werden onder meer de volgende goederen aangetroffen: kussenslopen met daarin talrijke sieraden, bankpassen en een verzekeringskaart op naam van [naam 2] en een visitekaartje met daarop onder meer de tekst [naam 3] , [adres 2] , [postcode] Beek/Ubbergen.3 Bij de goederen bevonden zich eveneens pasfoto’s en munten. Voornoemde goederen waren weggenomen uit een woning aan de [adres 2] te Beek-Ubbergen op 11 oktober 2017.4 Van die woning was het uitzetraam in de achtergevel opengebroken. Op een tuinbankje, dat voor het raam stond, en op de vensterbank onder het raam werden meerdere schoensporen aangetroffen.5 Uit de in totaal zes veiliggestelde schoensporen, kwamen in ieder geval twee verschillende schoenprofielen.6 Uit een vergelijkend schoensporenonderzoek kwam naar voren dat één van de veiliggestelde schoensporen waarschijnlijk is veroorzaakt met de rechterschoen van [medeverdachte 1] en dat één van de veiliggestelde schoensporen mogelijk is veroorzaakt door de rechterschoen van [medeverdachte 2] .7

Uit de historische gegevens is gebleken dat de mobiele telefoon met IMEI-nummer [nummer] , zijnde de telefoon van verdachte8, op 11 oktober 2017 om 22.47 uur de telefoonmast op de [adres 3] te Beek-Ubbergen heeft aangestraald. De afstand tussen deze telefoonmast en de [adres 2] bedraagt hemelsbreed 680 meter. De snelste route tussen de [adres 2] te Beek-Ubbergen en het [naam 1] tankstation, waar de auto met daarin onder meer verdachte omstreeks 23.10 uur werd gesignaleerd, bedraagt circa 25,2 kilometer en duurt tussen de 22 en 26 minuten.9

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft verzocht om het voorwaardelijk verzoek van de raadsman om medeverdachten te horen af te wijzen nu dit verzoek onvoldoende is onderbouwd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Ten aanzien van het primair ten laste gelegde feit heeft de raadsman aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte betrokken zou zijn bij de woninginbraak. Er kan niet meer worden vastgesteld dan dat verdachte in het voertuig zat waarin de gestolen goederen werden aangetroffen. Dit is onvoldoende om verdachte als medepleger van de woninginbraak aan te kunnen merken. Verder heeft de raadsman een voorwaardelijk verzoek gedaan om de medeverdachten als getuigen te horen, indien zij een voor verdachte belastende verklaring zullen afleggen.

Beoordeling door de rechtbank

Medeplegen woninginbraak

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte aangemerkt kan worden als medepleger van de woninginbraak. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Op 11 oktober 2017 heeft een inbraak plaatsgevonden in de woning aan de [adres 2] te Beek-Ubbergen waarbij onder meer sieraden, kussenslopen, pasfoto’s, munten en pasjes zijn weggenomen. De woning is omstreeks 19.30 uur in goede staat afgesloten. Omstreeks 23.10 uur wordt het voertuig, waarin verdachte en medeverdachten zijn aangetroffen, gesignaleerd bij het [naam 1] tankstation nabij het [naam 4] . De rechtbank overweegt dat dit relatief kort na de inbraak moet zijn geweest. Daarbij heeft zij in aanmerking genomen dat omstreeks 22.47 uur de telefoon van verdachte een telefoonmast op korte afstand (hemelsbreed 680 meter) van de plaats delict heeft aangestraald. Uit berekeningen met behulp van Google Maps komt naar voren dat de afstand tussen de plaats delict en het [naam 1] tankstation ongeveer 25 kilometer bedraagt, welke afstand in 22 tot 26 minuten gereden kan worden. Wanneer verbalisanten bij de afrit van het tankstation het voertuig willen controleren, geeft de bestuurder gas en rijdt met hoge snelheid weg. De verbalisanten gaan achter het voertuig aan. Na een wilde achtervolging, die in Duitsland eindigt, worden in het voertuig de goederen aangetroffen die bij de inbraak zijn weggenomen.

Gelet op het vorengaande en in het bijzonder ook de relatief korte tijd waarin alles heeft plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte en medeverdachten gezamenlijk de woninginbraak hebben gepleegd. Over de rol van verdachte overweegt zij het navolgende.

Schoensporen

De verdediging heeft aangevoerd dat, volgens de forensische opsporing, de zes veiliggestelde schoensporen van niet meer dan twee verschillende schoensporen afkomstig zijn en dat er dus twee personen (zijnde de medeverdachten) bij de woning moeten zijn geweest. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit niet zonder meer geconcludeerd worden. In het proces-verbaal van bevindingen is vermeld dat uit de zes veiliggestelde schoensporen in ieder geval twee verschillende schoenprofielen kwamen. Dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat er méér schoenprofielen op de plaats-delict zijn geweest, betekent niet dat dit kan worden uitgesloten.

Verklaring verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij met medeverdachte [medeverdachte 2] op pad is gegaan om hem gezelschap te houden. Ze hadden geen plan en zijn, samen met medeverdachte [medeverdachte 1] , gaan rijden. Verdachte heeft verklaard dat hij onderweg in slaap is gevallen en bij het [naam 1] tankstation wakker is geworden. Daarna begon de achtervolging. Volgens verdachte werd daarover niets gezegd. De bestuurder ging er vandoor toen hij de verbalisanten zag en verdachte heeft hem daar niet naar gevraagd.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte ongeloofwaardig. Nog daargelaten dat verdachte, die in [woonplaats 2] woont, wel erg ver uit de buurt was om zonder doel rond te rijden, is het niet aannemelijk dat verdachte de hele rit heeft liggen slapen, terwijl hij, naar eigen zeggen, was ingestapt om [medeverdachte 2] gezelschap te houden. De rechtbank acht het bijzonder ongeloofwaardig dat verdachte niets zou hebben gemerkt van een inbraak die kort voor de aanhouding is gepleegd en waarvan de buit in de gecrashte auto is aangetroffen. Dat verdachte, die niets van de inbraak zou weten, vervolgens bij de wilde achtervolging ook niets over die achtervolging zou hebben gezegd of gevraagd, acht de rechtbank eveneens niet aannemelijk en volstrekt ongeloofwaardig.

Conclusie

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, tezamen en in vereniging met medeverdachten, het primair tenlastegelegde heeft gepleegd. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte voor voornoemde ook geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven.

Nu niet is gebleken van een noodzaak om de medeverdachten als getuigen te doen horen, zal de rechtbank het voorwaardelijk verzoek van de verdediging afwijzen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op in of omstreeks de periode van 11 oktober 2017 tot en met 12 oktober 2017, te Beek-Ubbergen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende

bevond,

- een of meerdere siera(a)d(en) (waaronder horloge(s), ketting(en), kettinghanger(s), ring(en), armband(en)),

- een of meerdere munt(en),

- een of meerdere bankpas(sen),

- een zorgverzekeringspas,

- een of meerdere kussenslo(o)p(en),

- een of meerdere visitekaartje(s) en/of

- een of meerdere foto('s),

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan verdachte toebehoorde en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 19 december 2018.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van een woninginbraak. Op de avond van 11 oktober 2017 is hij samen met anderen in een auto rond gaan rijden, op zoek naar een geschikte woning, waar niemand thuis was. Na het forceren van een raam is door verdachte en of zijn mededaders naar binnen gegaan en is de hele woning overhoop gehaald. Daarbij zijn onder meer sieraden meegenomen. Dit betreft een naar feit, waar de rechtbank zwaar aan tilt. Niet alleen veroorzaakt een woninginbraak de nodige materiële schade, maar daarnaast wordt een forse inbreuk gemaakt op de privacy en de gevoelens van veiligheid van de bewoner. Het is bijzonder onaangenaam om te moeten leven met de wetenschap dat vreemden in de woning zijn geweest en de persoonlijke bezittingen hebben doorzocht. In dit geval betrof het bovendien een slachtoffer op hoge leeftijd. Verdachte en zijn mededaders hebben gehandeld met als enig doel het eigen financiële gewin. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte. Daaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens vermogensdelicten, waaronder woninginbraken.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van een brief van de reclassering van 16 januari 2019, waarin de opdracht tot het opstellen van een advies is teruggegeven, omdat het niet mogelijk was met verdachte in contact te komen.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank ook gelet op de oriëntatiepunten straftoemeting. Voor een woninginbraak wordt als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden gehanteerd. Medeplegen van dit feit geldt als strafverzwarende omstandigheid. Gelet op de aard en ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Met inachtneming van de oriëntatiepunten, waaronder de strafverzwarende omstandigheid van het medeplegen, zal de rechtbank een andere straf opleggen dan geëist door de officier van justitie.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. van Leeuwen (voorzitter), mr. I.D. Jacobs en

mr. M.J. Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Blankenspoor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 februari 2019.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, districtsrecherche woning inbraken team, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL2017471835, onderzoek [naam 5] , gesloten op 25 juni 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 16-19.

3 Notitie, p. 201.

4 Proces-verbaal van aangifte [naam 6] namens [slachtoffer] , p. 22-23 en proces-verbaal van bevindingen, p. 49-54 (inclusief bijlagen).

5 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 66-70.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 71.

7 Proces-verbaal vergelijkend schoensporenonderzoek p. 73-74 en proces-verbaal vergelijkend schoensporenonderzoek p. 84-85.

8 Verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 14 februari 2019.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 111-113 (inclusief bijlage).