Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:718

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-02-2019
Datum publicatie
22-02-2019
Zaaknummer
05/740371-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft een 29-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats veroordeeld voor afdreiging. De man zocht contact met een oudere man, het latere slachtoffer, via een datingsite voor mannen. Vervolgens maakte hij het slachtoffer ruim 10.000 euro en een paar telefoons afhandig door te dreigen met het openbaar maken van gegevens over het seksleven van het slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/740371-18 en 05/062674-17 (tul)

Datum uitspraak : 22 februari 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Raadsman: mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 8 februari 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Primair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 juli 2018 tot en met 4 juli 2018 te 't Harde en/of Elburg en/of Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaarmaking van een geheim, [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 10.800 euro, althans enig geldbedrag en/of (een) mobiele telefoon(s) en/of (een) telefooncontract(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van (een) telefoonabonnement(en), immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), aan die [slachtoffer] medegedeeld dat hij de politie en de omgeving van die [slachtoffer] op de hoogte zou brengen dat die [slachtoffer] seks met een minderjarige wilde in het geval hij niet zou meewerken;

Subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 juli 2018 tot en met 4 juli 2018 te 't Harde en/of Elburg en/of Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van 10.800 euro, althans enig geldbedrag en/of (een) mobiele telefoon(s) en/of (een) telefooncontract(en), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid: - zich voorgedaan als medewerkers van stichting kindermisbruik en/of - tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij de stichting financieel moest steunen door een geldbedrag te betalen en/of - tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij dit geldbedrag in twee delen terug zou krijgen en/of - op verzoek van die [slachtoffer] hiervan een contract opgemaakt en/of - tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij de stichting een dienst kon bewijzen door telefoons aan te schaffen en/of telefoonabonnementen af te sluiten en/of - tegen die [slachtoffer] gezegd dat die abonnementen later zouden worden overgezet naar de stichting waardoor die [slachtoffer] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan afdreiging. Daarbij heeft de officier van justitie er op gewezen dat sprake is van twee tegenover elkaar staande verhalen. Van die twee verhalen volgt zij het verhaal van aangever [slachtoffer] , omdat die aangifte gedetailleerd en uitvoerig is en ondersteund wordt door ander bewijs. Het door verdachte in zijn verklaring gegeven verhaal is volgens de officier van justitie ongeloofwaardig, omdat de verklaring in een laat stadium is afgelegd en weinig gedetailleerd is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde, omdat de aangifte van [slachtoffer] niet wordt gesteund door andere bewijsmiddelen. De andere bewijsmiddelen laten althans ruimte voor de gebeurtenissen zoals weergegeven in de verklaring van verdachte. Als al iets bewezen kan worden, dan is dat oplichting ter zake van de door aangever [slachtoffer] afgesloten telefoonabonnementen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat er op 3 en 4 juli 2018 contact is geweest tussen aangever [slachtoffer] enerzijds, en verdachte en [medeverdachte]2 anderzijds en dat [slachtoffer] op die dagen tot een totaalbedrag van € 10.800 contant geld heeft opgenomen van zijn bankrekening heeft afgegeven. Verder staat vast dat [slachtoffer] op 4 juli 2018, vergezeld van verdachte, een iPhone 8 en een iPhone 8 Plus met abonnementen heeft gekocht.

De door de rechtbank te beantwoorden vraag is of het genoemde contact, de betaling en de koop van de mobiele telefoons, hebben plaatsgevonden in het kader van afdreiging van [slachtoffer] door verdachte en [medeverdachte] . Verdachte heeft namelijk aangevoerd dat de geldbetalingen plaatsvonden in het kader van een transactie tussen hem en [slachtoffer] over de verkoop van een grote hoeveelheid erectiepillen alsmede dat hij [slachtoffer] slechts heeft geholpen bij het afsluiten van de abonnementen. Bij de beantwoording van die vraag neemt de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] tot uitgangspunt, omdat die verklaring zodanig concreet en specifiek is en bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen dat zij de rechtbank geen aanleiding geeft aan de juistheid daarvan te twijfelen.

[slachtoffer] heeft, samengevat en voor zover relevant, het volgende verklaard, waarbij de rechtbank er vanuit gaat dat met [verdachte] steeds verdachte is bedoeld.3 [slachtoffer] heeft op 3 juli 2018, na een contact via de website Bullchat (waar mannen contact zoeken met mannen) op een parkeerplaats een ontmoeting gehad met een man die zich voorstelde als [verdachte] .4 [verdachte] zei tegen aangever dat hij een minderjarig vriendje had, van zeventien jaar.5 Aangever reageerde daarop dat hij daarmee akkoord ging.6 [verdachte] heeft aangever om zijn huisadres gevraagd, en met hem afgesproken dat hij en zijn vriendje dezelfde avond naar dat adres, [adres] ,7 zouden komen.8 Omstreeks 22.30 uur die avond stond [verdachte] alleen bij aangever aan de deur.9 Even later ging opnieuw de bel en liet [verdachte] een man binnen met het volgende signalement: ongeveer 1,90 meter lang, ongeveer 50 jaar oud, met kort donker haar en met tatoeages op de armen en in de nek10, zoals de rechtbank begrijpt [medeverdachte] .11 [verdachte] ging toen staan en zei tegen aangever: “zo vriend, nu heb ik je, wij zijn van de stichting stop kindermisbruik, je weet dat dit niet mag, maar je hebt toestemming gegeven voor een date met een minderjarige”.12 [verdachte] vertelde aangever dat hij alle gesprekken had opgenomen en dat als aangever niet zou meewerken, hij de politie en de omgeving op de hoogte zou stellen wat voor man aangever was.13 De mannen beschuldigden hem ervan dat hij seks met een minderjarige wilde, wat totaal niet waar was, aldus [slachtoffer] en wat door hem als bedreigend werd ervaren.14

Aangever vond dat heel bedreigend overkomen. Hij was hierdoor helemaal van slag.15 [verdachte] zei tegen aangever dat hij moest meewerken door de stichting financieel te ondersteunen. Aangever zou een geldbedrag betalen dat hij later in twee delen terug zou krijgen.16 [medeverdachte] vertelde aangever dat zijn zoon zelfmoord had gepleegd omdat deze misbruikt was. Aangever was door het hele verhaal totaal uit het veld geslagen.17

[verdachte] zag op de telefoon van aangever dat deze ongeveer € 12.000 op zijn bankrekeningen had.18 [verdachte] wilde het geld cash hebben.19 Aangever is met [verdachte] en [medeverdachte] in een auto gestapt en naar een pinautomaat in ’t Harde gereden en naar een pinautomaat in Elburg.20 In totaal heeft aangever € 10.800 gepind en aan [verdachte] overhandigd.21 De mannen zeiden heel directief “Nu ga jij pinnen”; ze wilden dat hij zoveel mogelijk zou pinnen.22
Op 4 juli 2018 heeft [verdachte] aangever gevraagd meerdere telefoons aan te schaffen, en aangegeven dat de abonnementen later zouden worden overgezet naar de stichting.23 Aangever is met [verdachte] naar de Vodafone shop in Nijmegen gegaan, en heeft daar een iPhone 8 en een iPhone 8 Plus met abonnementen gekocht.24 Vervolgens heeft aangever beide telefoons aan [verdachte] overhandigd.25

De verklaring van aangever wordt ondersteund door de volgende bewijsmiddelen.

[slachtoffer] heeft de politie een briefje overhandigd dat volgens hem op de avond van 3 juli 2018 door [verdachte] en [medeverdachte] als schuldigerkenning c.q. leenovereenkomst aan hem is gegeven. In dat briefje wordt gesproken over een lening van € 10.000 die in twee termijnen zal worden terugbetaald. Bovendien zijn in de ondertekening van het briefje de woorden “stichting kind” vermeld, wat past bij het relaas van [slachtoffer] dat verdachte en [medeverdachte] zeiden van stichting stop kindermisbruik te zijn.26

Uit de bankafschriften van de rekening van [slachtoffer] blijkt dat hij in de late avond van 3 en vroege nacht van 4 juli 2018 op verschillende plaatsen meerdere pinopnames heeft gedaan tot een totaalbedrag van € 10.800.27

Onderzoek naar de telefoon van verdachte heeft opgeleverd dat in de week na het voorval zoektermen zijn gebruikt als “oplichting celstraf”, “bullchat”, “sex afpersing” en “sexdate afpersing”.28

Een van de door aangever aangeschafte telefoons (met IMEI [nummer] ) is een dag na aanschaf, op 5 juli 2018 door een donkere man van ongeveer 1,7 meter lang, verkocht aan een derde, met overlegging van de oorspronkelijke aankoopnota.29 De politie heeft geconcludeerd dat [slachtoffer] niet de verkoper van de telefoon was.30 Verder heeft de politie vastgesteld dat het niet logisch is om een telefoon in verpakking, waarvoor ongeveer € 840 is betaald, in te leveren voor

€ 675 terwijl de telefoon binnen 14 dagen mocht worden geruild. De rechtbank overweegt dat verdachte in het signalement van de verkoper van de telefoon past. Dat verdachte de telefoon heeft verkocht past in de verklaring van aangever [slachtoffer] dat hij de mobiele telefoons na aankoop aan verdachte heeft afgegeven.

Op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte op 3 en 4 juli 2018 samen met [medeverdachte] [slachtoffer] onder druk heeft gezet om het geldbedrag en de mobiele telefoons af te geven, door te dreigen met het onder derden verspreiden van het bericht dat [slachtoffer] pedofiel zou zijn. Uit de bewijsmiddelen volgt dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededader. Het feit, dat [medeverdachte] niet zelf aanwezig was bij het afsluiten van de telefoonabonnementen doet daaraan niet af, omdat bij het begin van de afdreiging ook door [medeverdachte] geschermd is met de stichting. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander, door bedreiging met smaad [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van € 10.800 en twee mobiele telefoons, en tot het afsluiten van telefoonabonnementen. De rechtbank acht het feit dan ook bewezen.

De rechtbank gaat voorbij aan de alternatieve verklaring van verdachte. De rechtbank acht die verklaring in het licht van de bewijsmiddelen niet geloofwaardig, omdat de verklaring te weinig concreet en specifiek is en hij daarmee pas na geruime tijd is gekomen. Bovendien geeft verdachte daarmee geen ontzenuwende verklaring voor het bezit en de doorverkoop aan een derde van de mobiele telefoons. Evenmin is aannemelijk dat er sprake zou zijn geweest van verkoop van een grote hoeveelheid erectiepillen zoals verdachte heeft beweerd. Dit relaas is te minder aannemelijk nu [slachtoffer] een dag na die beweerde transactie de politie heeft ingeschakeld.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 juli 2018 tot en met 4 juli 2018 te 't Harde en/of Elburg en/of Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaarmaking van een geheim, [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 10.800 euro, althans enig geldbedrag en/of (een) mobiele telefoon(s) en/of (een)

telefooncontract(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van (een) telefoonabonnement(en), immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), aan die [slachtoffer] medegedeeld dat hij de politie en de omgeving van die [slachtoffer] op de hoogte zou brengen dat die [slachtoffer] seks met een minderjarige wilde in het geval hij niet zou meewerken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van afdreiging.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft verbleven.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzet zich tegen de door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De raadsman heeft erop gewezen dat in soortgelijke situaties een gevangenisstraf van vijf maanden gebruikelijk is, met aftrek van de in verzekering verbleven tijd. In die duur van vijf maanden zou de eventuele toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging voor de duur van een maand inbegrepen moeten zijn. Mocht de rechtbank die duur te kort vinden, dan zou aanvullend een taakstraf opgelegd kunnen worden.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, rekening gehouden met de omstandigheden waaronder dit is begaan, en gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 12 december 2018;

- reclasseringsadviezen, gedateerd 8 augustus 2018 en 24 oktober 2018.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen dat aangever in hem had gesteld nadat zij via een website contact met elkaar hadden gemaakt. Verdachte is daarbij planmatig te werk gegaan door op de website contact met aangever te zoeken, aangever vervolgens tijdens de ontmoeting op de parkeerplaats akkoord te laten gaan met contact met een minderjarige, en aangever vervolgens zo ver te krijgen dat die zijn huisadres aan verdachte heeft gegeven. Op dat huisadres is aangever door verdachte en zijn medeverdachte klemgezet, door hem te confronteren met de komst van medeverdachte, en aansluitend met de indringende mededeling dat aangever als pedofiel betrapt zou zijn. Dit heeft tot een zeer zware mentale druk bij aangever geleid. Dat aangever een man op leeftijd is, en zich in een kwetsbare positie bevond, heeft verdachte niet van zijn handelen weerhouden. In plaats daarvan hebben verdachte en medeverdachte zware druk op aangever uitgeoefend om hem te bewegen tot het delen van zijn bankgegevens, het verhogen van zijn pinlimiet, en het opnemen en afgeven van zijn vrijwel volledige spaarsaldo. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij een kwetsbare man – alleenstaand en op leeftijd – heeft uitgekozen, en dat verdachte zich valselijk heeft voorgedaan als bestrijder van kindermisbruik. Verdachte heeft het bovendien niet bij het, overigens zeer forse, geldbedrag gelaten, maar heeft aangever twee mobiele telefoons met abonnement laten kopen. Dat het daarbij tot twee (dure) mobiele telefoons beperkt is gebleven komt alleen door het toeval dat in de bezochte telefoonwinkels niet méér van de beoogde modellen op voorraad waren.

Daarnaast houdt de rechtbank bij de straftoemeting rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit de reclasseringsadviezen komt naar voren dat bij verdachte sprake is van een delictpatroon van vermogensdelicten in allerlei vormen. Daarbij betrekt de rechtbank dat verdachte geen problemen ziet ten aanzien van zijn gedrag en geen noodzaak om tot gedragsverandering te komen of mee te werken aan hulpverlening. Een en ander geeft er geen blijk van dat verdachte zich het onderhavige en de voorgaande delicten aantrekt.

Alles afwegend, zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden opleggen, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Met name acht de rechtbank strafverzwarend de hoge leeftijd en kwetsbaarheid van aangever, de aard van de afdreiging en de planmatige aanpak door deze verdachte. De door de officier geëiste gevangenisstraf van 15 maanden vindt de rechtbank niet proportioneel gezien de straffen die de rechtbank in soortgelijke situaties oplegt.

7a. Inbeslaggenomen goederen

Telefoon

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal zoals de officier van justitie heeft voorgesteld, de teruggave worden gelast van de mobiele telefoon aan [naam] , te weten een Apple iPhone 8 Plus, met IMEI [nummer] .

7b. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het primair bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 12.340, voor het gepinde en afgegeven geldbedrag van € 10.800, de kosten van de telefoonabonnementen van € 840 en immateriële schade van € 700.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van [slachtoffer] in haar geheel toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatrel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen indien verdachte van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken. Mocht de rechtbank anders oordelen, dan refereert de raadsman zich aan dat oordeel.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van het onder bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. De rechtbank wijst de vordering geheel toe.

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 4 juli 2018.

7c. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van 1 maand gevangenisstraf, die door de politierechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, op 14 augustus 2017 (parketnummer 05/062674-17) voorwaardelijk is opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de duur van de eventuele toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging, inbegrepen zou moeten zijn in de gevangenisstraf van vijf maanden die de raadsman passend vindt als de tenlastegelegde afdreiging bewezen wordt verklaard.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit; dit feit is gepleegd binnen de proeftijd. De bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 14 augustus 2017 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf zal daarom ten uitvoer gelegd worden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een andersluidende beslissing.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14g, 24c, 36f, 43a, 47, 63 en 318 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

gelast de teruggave van:

- de mobiele telefoon aan [naam] ;

De beslissing op de vorderingen van de benadeelde partij

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan benadeelde partij [slachtoffer] tot het bedrag van € 12.340, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, en vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 12.340 (twaalfduizenddriehonderdveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 95 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

 de rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem van 14 augustus 2017 (parketnummer 05/062674-17), te weten: 1 maand gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei (voorzitter), mr. D.R. Sonneveldt en mr. B.F. Schuver, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P. Hoesstee-ter Haar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 februari 2019.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Nederland, Basisteam Veluwe-Noord, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018534876, gesloten op 10 december 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , p. 237, elfde en dertiende alinea.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 213, derde alinea.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 52, tweede alinea van de verklaring van aangever.

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 52, laatste alinea.

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, eerste alinea.

7 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 52, vierde alinea.

8 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, eerste alinea.

9 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, tweede alinea.

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, tweede en derde alinea.

11 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , p. 237, elfde en dertiende alinea.

12 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, vierde alinea.

13 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, vierde alinea.

14 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] , p. 62, laatste alinea.

15 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, vierde alinea.

16 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, vierde alinea.

17 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, vierde alinea.

18 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, vijfde alinea.

19 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, vijfde alinea.

20 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, vijfde en zesde alinea.

21 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, vijfde en zesde alinea.

22 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] , p. 63, elfde alinea.

23 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 53, laatste alinea en p. 54 eerste alinea.

24 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 54, eerste alinea.

25 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 59, eerste alinea van de verklaring van aangever.

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 78, vierde alinea.

27 Bijlage bij vordering verstrekking beelden van beveiligingscamera’s, p. 257-258.

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 89 met bijlagen, p. 109 en 111.

29 Proces-verbaal van bevindingen, p. 173, tweede alinea, en proces-verbaal van bevindingen, p. 183.

30 Proces-verbaal van bevindingen, p. 183, vijfde alinea.