Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:648

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15-02-2019
Datum publicatie
19-02-2019
Zaaknummer
6487690
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verklaringsprocedure na derdenbeslag. Verrekeningsverweer derdebeslagene. Art. 6:130 BW. Geen te verrekenen vordering wegens schuldeisersverzuim door opschorting door wederpartij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 6487690 \ CV EXPL 17-5512 \ 398

uitspraak van

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam eiser]

gevestigd te [vestigingsplaats eisende partij]

eisende partij

gemachtigde: mr. J.A.J. Hooymayers

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DL Agro Transport B.V.

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DL Agro Logistics B.V.

beide gevestigd te Nijmegen

gedaagde partijen

gemachtigde: mr. E.A.M. Heijdra (ARAG)

Partijen worden hierna [naam eiser] , Transport en Logistics genoemd.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 26 januari 2018

- de brief van mr. Hooymayers van 28 mei 2018 met een productie

- de brief van mr. Heijdra van 4 juni 2018 met een productie

- de op 6 juni 2018 gehouden comparitie van partijen

- de akte wijziging van eis van [naam eiser] van 6 juli 2019

- de antwoordakte van Transport en Logistics van 7 september 2019.

1.2

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

Ter verzekering van een vordering die [naam eiser] wegens levering van dieselolie en een in huurkoop geleverde tank op Synetos B.V. (hierna: Synetos) stelde te hebben, heeft [naam eiser] op 11 augustus 2017 beslag gelegd onder Transport en Logistics.

2.2

Op 1 september 2017 heeft Logistics, vertegenwoordigd door haar bestuurder [naam bestuurder gedaagde 2] (hierna: [naam bestuurder gedaagde 2] ), verklaard dat er tussen haar en Synetos geen enkele rechtsverhouding bestond of bestaan had, uit hoofde waarvan Synetos op het tijdstip van het beslag nog iets van Logistics had te vorderen of te vorderen zou gaan hebben.

2.3

Op dezelfde datum heeft ook Transport, vertegenwoordigd door haar directeur [naam bestuurder gedaagde 1] (hierna: [naam bestuurder gedaagde 1] ), een verklaring afgelegd. Volgens deze verklaring was er sprake van een rechtsverhouding tussen Synetos en Transport en had Synetos nog € 1.457,04 van Transport te vorderen.

2.4

Bij e-mail van 14 september 2017 heeft mr. Hooymayers namens [naam eiser] aan Transport ( [naam bestuurder gedaagde 1] ) onder meer laten weten:

Via de deurwaarder ontving ik uw bijgevoegde verklaring derdenbeslag namens DL Agro Transport.

U bevestigde mij gisteren dat uw boekhouder, de heer [naam boekhouder] , de verklaring heeft ingevuld, waarop ik u aangaf dat u als bestuurder van DL Agro Transport uiteraard voor de inhoud van die verklaring geheel verantwoordelijk bent.

U bevestigde mij tevens dat de op de verklaring ingevulde bedragen niet conform de realiteit zijn.

Concreet, DL Agro Transport is niet het in de verklaring aangegeven bedrag van slechts € 1.457,04 (..) verschuldigd maar een vele malen hoger bedrag van om en nabij de € 35.000,00, wat aansluit bij de door mij verkregen informatie (..)

2.5

Bij vonnis van 20 september 2017 is Synetos door de kantonrechter te Roermond bij verstek tot betaling van € 25.000,- aan [naam eiser] wegens de onder 2.1 genoemde leveringen veroordeeld, alsmede tot betaling van € 2.460,81 wegens proceskosten en nakosten.

2.6

Bij e-mail van 4 oktober 2017 heeft mr. Heijdra namens Transport aan [naam eiser] (mr. Hooymayers) onder meer laten weten:

Het door cliënte in de door haar ingediende verklaring genoemde bedrag van € 1.457,04 is het correcte bedrag dat cliënte nog verschuldigd is aan Synetos. Dit bedrag blijft over na verrekening van de facturen van Synetos aan cliënte met de facturen van cliënte aan Synetos. Hierbij verwijs ik naar artikel 476a Rv. Uit dit artikel volgt dat cliënte jegens uw cliënt als beslaglegger niet meer verschuldigd is dan dat zij zou zijn aan Synetos en het beslag bovendien de verweermiddelen die cliënte jegens Synetos heeft, zoals verrekening, onverlet laat (..)

2.7

Daarop heeft mr. Hooymayers op 26 oktober 2017 onder meer geantwoord:

Cliënt betwist onverkort de door uw cliënte DL Agro Transport B.V. afgelegde verklaring en inmiddels, na aanvullende informatie, ook de door DL Agro Logistics B.V. afgelegde verklaring (..)

De bijgevoegde verklaring van de heer [naam voormalig bestuurder] , voormalig bestuurder van Synetos B.V., spreekt boekdelen.

De verklaring maakt duidelijk dat voor de verrekening waarop uw cliënte DL Agro Transport B.V. zich beroept geen deugdelijke gronden aanwezig zijn.

De verklaring maakt verder duidelijk dat DL Agro Logistics B.V. en DL Agro Transport B.V. de beslagdebiteur Synetos B.V., al dan niet in gezamenlijkheid, op een dwaalspoor hebben gebracht door facturen te laten richten aan DL Agro B.V., een niet bestaande vennootschap. Ik verwijs u ter verdere onderbouwing naar het emailbericht van DL Agro Logistics B.V. van 24 oktober 2016, waarin Synetos B.V. expliciet is verzocht de facturen op naam te stellen van DL Agro B.V.

(..)

Ik bied uw cliënten hierbij een laatste gelegenheid om uiterlijk woensdag 1 november a.s. te bevestigen dat zij omgaande zullen voldoen aan de afdracht-verplichting voor het bedrag dat nog aan Synetos B.V. verschuldigd is, volgens het door uw cliënten overgelegde overzicht een bedrag van minimaal € 35.869,44.

2.8

Transport en Logistics hebben hun verklaringen (als bedoeld in art. 476a Rv) niet herzien en zijn ook niet tot enige afdracht aan [naam eiser] overgegaan.

3 Het geschil en de vordering

3.1

[naam eiser] vordert na wijziging van eis dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. primair Transport en Logistics, subsidiair Transport en meer subsidiair Logistics zal veroordelen om binnen veertien dagen na het desbetreffende vonnis verklaring te doen met inachtneming van hetgeen [naam eiser] in de dagvaarding heeft gesteld, kortweg binnen de aangegeven termijn te bevestigen dat zich onder hen/haar nog een aan Synetos toekomend bedrag van € 35.869,74 bevindt, op welk bedrag geen bedragen zullen worden verrekend dan wel anderszins in mindering gebracht, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 5.000,- per dag of dagdeel dat zij hiermee in gebreke blijven;

b. primair Transport en Logistics hoofdelijk, subsidiair Transport en meer subsidiair Logistics zal veroordelen tot betaling aan [naam eiser] van € 25.000,-, in welk bedrag hoofdsom, rente tot de dag van de dagvaarding en buitengerechtelijke kosten zijn begrepen (waarbij [naam eiser] uitdrukkelijk afstand doet van het meerdere boven de genoemde

€ 25.000,-), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding tot die van de algehele voldoening.

3.2

[naam eiser] grondt een en ander op het vaststaan van de vordering van Synetos op Transport en de onverrekenbaarheid van een eventuele tegenvordering van Transport op Synetos, alsmede – wat de vordering op Logistics betreft – op de volgens [naam eiser] bestaande innige verwevenheid van Transport en Logistics, hetgeen zou moeten leiden tot vereenzelviging van beide vennootschappen althans de conclusie misbruik van rechtspersoonlijkheid en onrechtmatig handelen door Logistics met de daaraan gekoppelde verplichting tot schadevergoeding.

3.3

Transport en Logistics voeren verweer, waarop hierna zal worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Transport betwist de vordering van Synetos van € 35.869,74 op Transport niet (zie conclusie van antwoord, onder 14). Zij stelt evenwel een tegenvordering op Synetos te hebben van € 34.412,40, die zij in verrekening wenst te brengen met de vordering van Synetos op haar. De kantonrechter overweegt dat dat laatste ingevolge artikel 6:130 lid 1 in verbinding met lid 2 BW mogelijk is, mits de tegenvordering uit dezelfde rechtsverhouding als de beslagen vordering voortvloeit of reeds vóór het beslag aan Transport is opgekomen en opeisbaar geworden.

4.2

Transport stelt dat tussen Synetos en haar een samenwerkingsverband bestond, waarbij Synetos sinds september 2016 in opdracht van Transport transporten met kippenmest uitvoerde. Volgens Transport heeft Synetos haar diensten op of omstreeks 26 juli 2017 echter eenzijdig gestaakt, waardoor Synetos, nu zij geen redelijke opzegtermijn in acht nam, toerekenbaar tekortschoot in de nakoming van het samenwerkingsverband. Transport stelt

Synetos op 7 augustus 2017 in gebreke te hebben gesteld om uiterlijk op 11 augustus 2017 “voornoemd gebrek in de nakoming van de overeenkomst te herstellen”. Op 22 augustus 2017 heeft zij dat nogmaals gedaan en Synetos in de gelegenheid gesteld om “alsnog uiterlijk 28 augustus 2017 voornoemd gebrek in de nakoming van de overeenkomst te herstellen en [de] werkzaamheden te hervatten”. Omdat Synetos daaraan niet voldeed heeft Transport haar op 24 augustus 2017 en 1 september 2017 twee facturen gestuurd wegens gemist voordeel uit de transportdiensten tot 1 september 2017. Deze komen uit op een bedrag van € 34.412,40.

4.3

Het beroep op verrekening wordt verworpen, niet omdat niet aan artikel 6:130 BW zou zijn voldaan – ofschoon partijen van mening verschillen over de vraag of vordering en tegenvordering uit dezelfde rechtsverhouding zijn ontstaan – maar (grotendeels) omdat volgens de eigen stellingen van Transport Synetos uiteindelijk pas in verzuim kon komen op 29 augustus 2017. Dan kan de te vergoeden schade hooguit geleden zijn over twee dagen.

4.4

Verder bevinden zich bij de stukken twee verklaringen van [naam voormalig bestuurder] , de toenmalige bestuurder van Synetos, die stelt dat Synetos gestopt is met rijden omdat Transport de facturen van Synetos niet meer betaalde. Uit het facturenoverzicht van Synetos (zie onder meer productie 2 van Transport en Logistics) is af te leiden dat van 14 van de 23 facturen ten tijde van het staken van de diensten door Synetos de betaaltermijn al (geruime tijd) was verstreken. Synetos deed dus kennelijk een beroep op een opschortingsrecht (iets anders kan daar vanuit het samenwerkingsperspectief van Transport redelijkerwijs niet uit worden afgeleid), waardoor Transport in schuldeisersverzuim kwam te verkeren. Ter zake van de eventueel nog uit te voeren vervoersdiensten kon Synetos dan ook niet meer in verzuim raken.

4.5

Transport heeft zich nog beroepen op een betalingsregeling met Synetos van

€ 4.000,- per week om de achterstand in te halen maar de opmerking ter zitting van de gemachtigde van [naam eiser] dat ook die regeling niet werd nagekomen is door Transport toen onvoldoende (begrijpelijk) onderbouwd betwist.

4.6

De door [naam eiser] gestelde innige verwevenheid tussen Transport en Logistics maakt nog niet dat de identiteit tussen deze twee rechtspersonen moet worden weggedacht. Ook is onvoldoende gesteld voor onrechtmatig handelen van Logistics jegens [naam eiser] . Uiteindelijk stelt [naam eiser] niet meer dan dat zij het risico loopt dat verhaal bij Transport niet mogelijk blijkt doordat vermogensbestanddelen vanuit Transport zijn of worden overgeheveld naar Logistics. Concrete aanwijzingen omtrent dat (dreigende) overhevelen ontbreken echter.

4.7

Het gevorderde is dus alleen toewijsbaar tegen Transport. De kantonrechter ziet daarom aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1

veroordeelt Transport om binnen veertien dagen na heden verklaring te doen, in die zin dat zij ten tijde van het leggen van het beslag € 35.869,74 aan Synetos verschuldigd was, op welk bedrag geen bedragen mogen worden verrekend dan wel anderszins in mindering gebracht, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag of dagdeel dat zij daarmee in gebreke blijft;

5.2

veroordeelt Transport tot betaling aan [naam eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting van € 25.000,-, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de dag van de dagvaarding tot aan die van de algehele voldoening;

5.3

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4

wijst af het meer of anders gevorderde;

5.5

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R.J.J. van Acht en uitgesproken in het openbaar op