Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:6385

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-07-2019
Datum publicatie
07-03-2022
Zaaknummer
7105998
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dexia-zaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

Zaakgegevens: 7105998 CV 18-3283

Grosse aan: mr. van Staveren

Afschrift aan: mr. van Dijk

Verzonden d.d.

vonnis van de kantonrechter d.d. 17 juli 2019

inzake

[eis.conv./ged.reconv.] ,

wonende te [plaats] ,

eisende partij in conventie,
verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,

tegen

de besloten vennootschap Dexia Nederland B.V.

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij in conventie,
eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde mr. J.R. van Staveren.

Partijen worden hierna [eis.conv./ged.reconv.] en Dexia genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 juli 2018,

- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in (voorwaardelijke) reconventie,

- de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie,

- de conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in (voorwaardelijke) reconventie en vermindering van eis,

- de conclusie van dupliek in (voorwaardelijke) reconventie.

1.2.

Hierna is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eis.conv./ged.reconv.] is op 14 mei 1998 met (de rechtsvoorganger van) Dexia een effectenlease-overeenkomst aangegaan, genaamd ‘Direct Rendement Effect’. De overeenkomst heeft contractnummer [nummer 1] . Op 14 februari 2000 is [eis.conv./ged.reconv.] met Dexia een effectenlease-overeenkomst aangegaan met de naam ‘Allround Sparen’ en het contractnummer [nummer 2] .

2.2.

De overeenkomst Allround Sparen is geëindigd op 23 mei 2006. Daarbij is een restschuld ontstaan van € 574,74, die door [eis.conv./ged.reconv.] is voldaan. De overeenkomst Direct Rendement Effect is eveneens geëindigd. [eis.conv./ged.reconv.] heeft de aandelen van Dexia overgenomen.

2.3.

De gemachtigde van [eis.conv./ged.reconv.] , Leaseproces, heeft bij brief van 13 februari 2006 de nietigheid, vernietiging, dan wel ontbinding van de overeenkomsten ingeroepen op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame. Tevens wordt het recht voorbehouden daartoe ook andere gronden nog aan te voeren.

2.4.

[eis.conv./ged.reconv.] heeft door middel van een zogenaamde ‘opt-out verklaring’ aangegeven niet gebonden te willen zijn aan de door het Gerechtshof Amsterdam op 25 januari 2007 algemeen verbindend verklaarde Duisenberg-regeling.

2.5.

Namens [eis.conv./ged.reconv.] zijn (stuitings)brieven aan Dexia gezonden in 2009, 2012, 2015, 2016 en 2018.

3
3. De vordering en het verweer in conventie en in reconventie

3.1.

[eis.conv./ged.reconv.] vordert (samengevat) dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eis.conv./ged.reconv.] en/of toerekenbaar is tekort geschoten,
2. Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [eis.conv./ged.reconv.] van al datgene dat [eis.conv./ged.reconv.] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomsten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover,

3. Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [eis.conv./ged.reconv.] ,
4. Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Dexia voert verweer tegen de vorderingen. Het verweer mondt uit in een deels voorwaardelijke tegenvordering, waarbij Dexia vordert (samengevat) dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- voorwaardelijk, namelijk onder de voorwaarde dat de in conventie opgeworpen verweren met betrekking tot de klachtplicht en de verjaring worden verworpen:
[eis.conv./ged.reconv.] zal bevelen aan Dexia een kopie te verstrekken van het dossier dat Leaseproces omtrent hem heeft aangelegd, althans van het(de) intakeformulier(en), op straffe van een dwangsom,
- onvoorwaardelijk:
1. voor recht zal verklaren dat de overeenkomsten rechtsgeldig tot stand gekomen zijn, niet zijn vernietigd en niet blootstaan aan vernietiging,
2. voor recht zal verklaren dat [eis.conv./ged.reconv.] met betrekking tot de overeenkomsten niet is blootgesteld aan het risico op een onaanvaardbaar zware financiële last,
3. voor recht zal verklaren dat Dexia niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd is,
4. [eis.conv./ged.reconv.] zal veroordelen in de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenlease-overeenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 á 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, waaronder [eis.conv./ged.reconv.]

4.2.

De veelheid van procedures heeft geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend. Ook deze rechtbank heeft een groot aantal uitspraken gedaan in de afgelopen jaren, zoals de gemachtigden weten. Er bestaat geen aanleiding om in de huidige procedure bij dezelfde stand van de jurisprudentie omtrent dezelfde stellingen, standpunten en stukken een ander oordeel te geven dan in eerdere procedures is gedaan.
Waar dit aan de orde is, zal dan ook naar de in eerdere uitspraken weergegeven overwegingen en oordelen verwezen worden. Dit geldt in het bijzonder voor de uitspraken van deze rechtbank die gedaan zijn op 22 mei 2019 en die gepubliceerd zijn onder nummers
ECLI:NL:RBGEL:2019:2253 en ECLI:NL:RBGEL:2019:2254.
in conventie voorts

volmacht, verjaring en klachtplicht
4.3. Dexia beroept zich op verjaring en het schenden van de klachtplicht. Ook betwist zij dat Leaseproces nog steeds over een geldige procesmachtiging beschikt. Ten aanzien van deze verweren wordt verwezen naar de bovengenoemde uitspraken van 22 mei 2019, waarin deze verweren zijn beoordeeld en verworpen. In de onderhavige zaak zijn geen feiten of stellingen aan de orde die tot een andere conclusie leiden.


tussenpersoon
4.4. [eis.conv./ged.reconv.] stelt dat de overeenkomsten tot stand gekomen zijn na advisering door een tussenpersoon. Hij stelt hierover het volgende:

[eis.conv./ged.reconv.] is in contact gekomen met Spaar Select toen een adviseur ongevraagd bij de woning van [eis.conv./ged.reconv.] aanbelde en vroeg of hij interesse had in een financieel gesprek om een en ander te bespreken. [eis.conv./ged.reconv.] heeft hiermee ingestemd.
Met de financieel adviseur is gesproken over de wens vermogen op te bouwen voor later, om dat te kunnen investeren bij de aankoop van een huis. De adviseur vertelde dat [eis.conv./ged.reconv.] het beste een Direct Rendement Effect kon afsluiten. De adviseur liet aan de hand van rekenvoorbeelden uitsluitend positieve vooruitzichten zien en presenteerde het produkt als een veilige manier om vermogen op te bouwen. Hij heeft [eis.conv./ged.reconv.] gevraagd hoeveel hij per maand voor het Direct Rendemet Effect te besteden had. Toen [eis.conv./ged.reconv.] vertelde dat hij

ƒ 250,- per maand beschikbaar had, heeft de adviseur een overeenkomst met die maandelijkse inleg in orde gemaakt.
Twee jaar later nam een andere adviseur van Spaar Select, de heer [betrokkene] , contact op met [eis.conv./ged.reconv.] en werd weer gevraagd om een huisbezoek. [eis.conv./ged.reconv.] heeft hierin toegestemd.
De adviseur vertelde dat het erg goed ging met de overeenkomst die [eis.conv./ged.reconv.] twee jaar eerder had afgesloten en dat het zonde zou zijn het bij deze overeenkomst te laten. Door nog een overeenkomst af te sluiten zou het vermogen hoger kunnen worden. [betrokkene] adviseerde [eis.conv./ged.reconv.] het Allround Sparen af te sluiten. Ook [betrokkene] liet uitsluitend positieve rekenvoorbeelden zien en vroeg welk bedrag [eis.conv./ged.reconv.] maandelijks zou kunnen missen. [eis.conv./ged.reconv.] gaf aan nog ƒ 150,- extra te kunnen missen en heeft de overeenkomst afgesloten.

4.5.

In de arresten van 2 september 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2012 en 2016:2015) heeft de Hoge Raad geoordeeld, kort weergegeven, dat indien een cliëntenremisier zich niet beperkt tot het aanbrengen van potentiële cliënten bij een beleggingsinstelling of effecteninstelling, maar hij die belegger tevens in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf adviseert, de aldus handelende cliëntenremisier over een vergunning dient te beschikken. Als de cliëntenremisier geen vergunning heeft en zich niet alleen heeft beperkt tot het aanbrengen van de cliënt maar ook jegens de afnemer als financieel adviseur is opgetreden, handelt zij in strijd met artikel 41 NR 1999. Indien Dexia wist of behoorde te weten dat de cliëntenremisier tevens adviseerde, dan levert dit een (extra) onrechtmatigheidsgrond jegens de afnemer van het effectenproduct op. Gelet op de uiteenlopende ernst van de wederzijds gemaakte fouten, eist de billijkheid in dat geval in beginsel dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft zowel wat betreft een eventuele restschuld als wat de door de particuliere belegger reeds betaalde rente, aflossing en kosten aangaat. Dit geldt ook als de mogelijke financiële gevolgen van de leaseovereenkomst geen onaanvaardbaar zware financiële last voor de afnemer vormden.

4.6.

Tussen partijen is niet in geschil dat Spaar Select niet beschikt over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. Beoordeeld moet derhalve worden of sprake is geweest van concrete advisering door Spaar Select aan [eis.conv./ged.reconv.] . [eis.conv./ged.reconv.] heeft geen stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn stelling hieromtrent.
Omdat Dexia gemotiveerd heeft betwist dat sprake is geweest van advisering in de zin van artikel 41 NR 1999, had het op de weg van [eis.conv./ged.reconv.] gelegen zijn stellingen hieromtrent nader te onderbouwen. Bij gebreke van voldoende onderbouwde stellingen bestaat ook geen ruimte voor bewijslevering.

doorgeven order
4.7. [eis.conv./ged.reconv.] stelt dat niet alleen sprake is geweest van verboden advisering, maar ook van het optreden door Spaar Select als orderremisier. Hij voert daarbij aan, dat uit de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 19 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:216, volgt dat het namens en voor rekening van een cliënt door de tussenpersoon insturen van een aanvraagformulier aan Dexia is aan te merken als het doorgeven van een order.
Deze uitspraak van het Gerechtshof wordt niet gevolgd, zoals is weergegeven in het eerder genoemde vonnis van deze rechtbank met nummer ECLI:NL:RBGEL:2019:2253.

schending waarschuwingsplicht

4.8.

Tussen partijen staat vast dat Dexia haar waarschuwingsplicht niet is nagekomen. Daarmee heeft Dexia onrechtmatig gehandeld jegens [eis.conv./ged.reconv.] . Dexia dient in verband daarmee tweederde van de restschuld op zich te nemen. Vast staat ook dat Dexia ter voldoening van deze verplichting op 13 januari 2012 met betrekking tot de overeenkomst Direct Rendement Effect een bedrag van € 2.592,61 aan [eis.conv./ged.reconv.] heeft betaald en met betrekking tot de overeenkomst Allround Sparen een bedrag van € 493,68. Uit de stellingen van [eis.conv./ged.reconv.] volgt niet, dat hij meent dat daarmee deze verplichting niet voldoende is nagekomen. De gevorderde verklaring voor recht zal daarom op die grond toegewezen worden op de wijze die hierna is aangegeven.

buitengerechtelijke kosten
4.9. [eis.conv./ged.reconv.] heeft vergoeding gevorderd van buitengerechtelijke kosten. De Hoge Raad heeft zich recent in het arrest van 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590, over deze kwestie uitgesproken in een andere procedure over een effectenlease-overeenkomst, waarbij dezelfde gemachtigden betrokken zijn geweest als in de huidige procedure. Het arrest is dan ook bij (de gemachtigden van) partijen bekend. In het arrest is geoordeeld dat de buitengerechtelijke werkzaamheden die in die procedure door Leaseproces waren gesteld op grond van
art. 6:96 lid 3 BW in verbinding met art. 241 Rv niet voor vergoeding in aanmerking komen.
In de procedure van partijen zijn dezelfde buitengerechtelijke werkzaamheden gesteld als die, welke in het arrest aan de orde waren, namelijk het opstellen en versturen van enkele gestandaardiseerde stukken (zoals een klachtbrief, een opt-out verklaring en stuitingsbrieven), het voeren van een intakegesprek, het beoordelen van de haalbaarheid van de aanspraken van de belegger en het adviseren daaromtrent en het verzamelen van gegevens om de omvang van de aanspraken van de belegger te kunnen bepalen, zodat ook in dit geval geen aanspraak bestaat op vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

proceskosten

4.10.

Nu [eis.conv./ged.reconv.] grotendeels in het ongelijk gesteld wordt zal hij worden veroordeeld in de proceskosten.

in reconventie voorts
4.11. Omdat in conventie het beroep van Dexia op verjaring en de klachtplicht verworpen zijn, wordt toegekomen aan de voorwaardelijk ingestelde vordering.
Zoals door deze rechtbank in vele vonnissen is geoordeeld, kan de vordering, die gebaseerd is op artikel 843aRv, niet worden toegewezen, omdat Dexia daar geen belang bij heeft. Bij toewijzing van de vordering bij eindvonnis kunnen de gegevens waar de vordering op ziet, niet in deze instantie gebruikt worden door Dexia. Dexia heeft niet gesteld welk belang zij na het eindvonnis heeft bij afgifte van (een kopie van) de gevorderde stukken.

4.12.

Dexia vordert voorts verschillende verklaringen voor recht die ertoe strekken het niet-bestaan van een recht vast te stellen. In haar visie is zij niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd. De procesefficiëntie is er volgens haar bij gediend om alle geschilpunten in deze procedure beoordeeld te krijgen en om ervoor te zorgen dat Leaseproces na afwijzing van de vordering niet een nieuwe procedure aanhangig maakt. Volgens [eis.conv./ged.reconv.] heeft Dexia geen belang bij haar gevraagde verklaringen voor recht, is haar vordering te vaag om toegewezen te worden, heeft Dexia haar vordering niet onderbouwd en meent hij ten slotte nog enkele vorderingen op Dexia te hebben.

4.13.

Ook met betrekking tot de vragen of en wanneer de door Dexia gevraagde verklaringen voor recht toegewezen kunnen worden, wordt verwezen naar de overwegingen die zijn neergelegd in de eerdergenoemde uitspraken van deze rechtbank van 22 mei 2019.
Voor wat betreft de eerste vordering zal de gevraagde verklaring voor recht op de daarin genoemde gronden worden toegewezen voor zover het de gronden uit de artikelen 3:44 BW, 6:228 BW, 3:40 BW en 1:89 BW betreft. De gevraagde verklaring voor recht zal niet geheel conform de vordering worden toegewezen omdat niet kan worden uitgesloten dat zich in de toekomst, al dan niet op grond van uitgekristalliseerde jurisprudentie, een situatie voordoet dat [eis.conv./ged.reconv.] de overeenkomsten alsnog op een andere grond kan vernietigen.

4.14.

Nu de vordering in conventie grotendeels is afgewezen heeft Dexia, anders dan [eis.conv./ged.reconv.] betoogt, belang bij deze gevraagde verklaring voor recht omdat de eventuele blootstelling aan het risico op een onaanvaardbaar zware financiële last relevant is voor de schadeverdeling volgens het Hofmodel, zoals ontwikkeld door het hof Amsterdam in zijn arresten van 1 december 2009 (ECLI:NL:GHAMS: 2009:BK4978: BK4981,BK4982 en BK4983). Van de zijde van Dexia is gesteld dat [eis.conv./ged.reconv.] bij het aangaan van de overeenkomsten niet werd blootgesteld aan een risico op een onaanvaardbaar zware financiële last. In conventie heeft [eis.conv./ged.reconv.] aangegeven in deze zaak niet in te willen gaan op dit vraagstuk en heeft hij zich dienaangaande alle rechten voorbehouden. Daarmee heeft hij het standpunt van Dexia onweersproken gelaten. Indien [eis.conv./ged.reconv.] een andere mening was toegedaan dan had het op zijn weg gelegen dit andersluidende standpunt bij wijze van verweer in reconventie in te nemen en bovendien te voorzien van een concrete onderbouwing. Nu hij dat heeft nagelaten, moet het ervoor worden gehouden dat de overeenkomst geen onaanvaardbaar zware financiële last op [eis.conv./ged.reconv.] heeft gelegd. De gevraagde verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen.

4.15.

Voor toewijzing van de derde vordering van Dexia is vereist dat in dit geding kan worden vastgesteld dat zij niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd is. Dat betekent dat wanneer dat niet ten volle kan worden vastgesteld, in beginsel afwijzing van de vordering behoort te volgen.

4.16.

[eis.conv./ged.reconv.] verweert zich tegen de vordering door te stellen dat hij nog een vordering heeft in verband met de door Dexia onterecht in rekening gebrachte resterende termijnen en beleggings-technische gebreken. De stelplicht en bewijslast rusten op de partij die in materieel opzicht aan bepaalde feiten rechtsgevolgen verbonden wil zien. Waar het aldus [eis.conv./ged.reconv.] is die zich verweert tegen de vordering van Dexia met een beroep op onverschuldigde betaling of een vorderingsrecht, rusten op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast ter zake van feiten die tot het door [eis.conv./ged.reconv.] gestelde rechtsgevolg leiden op [eis.conv./ged.reconv.] . [eis.conv./ged.reconv.] heeft ter onderbouwing van zijn stelling geen bedragen genoemd, maar slechts volstaan met een verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 21 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:773). Dexia betwist (ook) op dit punt nog iets aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd te zijn. Volgens haar zijn er geen resterende termijnen in rekening gebracht. [eis.conv./ged.reconv.] heeft zijn standpunt hierop niet voorzien van een nadere onderbouwing, zodat dit als onvoldoende onderbouwd wordt gepasseerd. Ook ten aanzien van de beleggings-technische gebreken heeft [eis.conv./ged.reconv.] zelf aangegeven dat hij geen vordering terzake zal instellen, gelet op de stand van de jurisprudentie. Dat er desondanks een vordering zou bestaan is dan onvoldoende onderbouwd.

4.17.

[eis.conv./ged.reconv.] heeft voorts aangevoerd dat Dexia de op haar rustende waarschuwingsplicht met betrekking tot het restschuldrisico heeft geschonden, om welke reden hij Dexia nog aansprakelijk kan stellen. Ook dit betoog wordt verworpen, omdat schending van deze zorgplicht reeds door Dexia is erkend en geen sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last, zodat op dit punt voor Dexia geen verdere verplichting tot schadevergoeding bestaat.

4.18.

Nu [eis.conv./ged.reconv.] niet heeft toegelicht welke vordering(en) hij verder op Dexia meent te hebben, slaagt zijn verweer niet. Dat betekent dat de gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar is. Ook hier geldt dat de verklaring voor recht niet conform gevorderd zal worden toegewezen, omdat niet kan worden uitgesloten dat zich in de toekomst een situatie voordoet waarin Dexia op een andere grond nog iets verschuldigd is. De vordering wordt daarom toegewezen, in die zin dat voor recht wordt verklaard dat Dexia op de in deze procedure aangevoerde gronden niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] is verschuldigd.

proceskosten

4.19.

[eis.conv./ged.reconv.] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

in conventie:

5.1

verklaart voor recht dat Dexia bij de totstandkoming van de overeenkomsten met nummers [nummer 1] en [nummer 2] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eis.conv./ged.reconv.] door de op haar rustende waarschuwingsplicht niet na te komen,

5.2.

veroordeelt [eis.conv./ged.reconv.] in de proceskosten, die aan de zijde van Dexia tot op heden worden vastgesteld op € 900,00 aan salaris van de gemachtigde,

in reconventie:

5.3

verklaart voor recht dat de overeenkomsten met nummers [nummer 1] en [nummer 2] rechtsgeldig tot stand zijn gekomen, niet zijn vernietigd op grond van de artikelen 3:44 BW, 6:228 BW, 3:40 BW en 1:89 BW en niet bloot staan aan vernietiging op één van deze gronden,

5.4.

verklaart voor recht dat [eis.conv./ged.reconv.] met betrekking tot deze overeenkomsten niet werd blootgesteld aan het risico op een onaanvaardbaar zware financiële last,

5.5.

verklaart voor recht dat Dexia op de in deze procedure aangevoerde gronden niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd is,

5.6.

veroordeelt [eis.conv./ged.reconv.] in de proceskosten, die aan de zijde van Dexia tot op heden worden vastgesteld op € 450,00 aan salaris van de gemachtigde,

in conventie en in reconventie:

5.7.

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.