Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:6384

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-11-2019
Datum publicatie
07-03-2022
Zaaknummer
7112158
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dexia-zaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 7112158 CV EXPL 18-8222

Grosse aan: mr. Van Staveren

Afschrift aan: mr. Van Dijk

Verzonden d.d.

vonnis van de kantonrechter d.d. 13 november 2019

inzake

[eis.conv./ged.reconv.] ,

wonende te [plaats] ,

eisende partij in conventie,
verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,

tegen

de besloten vennootschap Dexia Nederland B.V.

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij in conventie,
eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,

gemachtigde mr. J.R. van Staveren.

Partijen worden hierna [eis.conv./ged.reconv.] en Dexia genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 juli 2018,

- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in (voorwaardelijke) reconventie,

- de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie,

- de conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in (voorwaardelijke) reconventie, tevens houdende akte wijziging van eis in onvoorwaardelijke reconventie,

- de conclusie van dupliek in (voorwaardelijke) reconventie.2. De feiten

2.1.

[eis.conv./ged.reconv.] is op 20 mei 1999 met (de rechtsvoorganger van) Dexia een effectenlease-overeenkomst aangegaan, genaamd ‘Allround Sparen’. Deze overeenkomst heeft het contractnummer [nummer 1] . (hierna: de overeenkomst)

2.2.

De overeenkomst is geëindigd op 2 juni 2004. Dexia heeft een eindafrekening opgesteld, die eindigt met een door [eis.conv./ged.reconv.] te betalen bedrag van € 4.100,11. [eis.conv./ged.reconv.] heeft de restschuld voldaan.

2.3.

[eis.conv./ged.reconv.] heeft door middel van een zogenaamde ‘opt-out verklaring’ aangegeven niet gebonden te willen zijn aan de door het Gerechtshof Amsterdam op 25 januari 2007 algemeen verbindend verklaarde Duisenberg-regeling.

2.4.

De gemachtigde van [eis.conv./ged.reconv.] , Leaseproces, heeft bij brief van 2 mei 2007 de nietigheid, vernietiging, dan wel ontbinding van de overeenkomsten ingeroepen op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame. Tevens wordt het recht voorbehouden daartoe ook andere gronden nog aan te voeren.

2.5.

Namens [eis.conv./ged.reconv.] zijn (stuitings)brieven aan Dexia gezonden in 2009, 2012, 2016 en 2018.

3
3. De vordering en het verweer in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

3.1.

[eis.conv./ged.reconv.] vordert (samengevat) dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eis.conv./ged.reconv.] en/of toerekenbaar is tekort geschoten,
2. Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [eis.conv./ged.reconv.] van al datgene dat [eis.conv./ged.reconv.] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover,

3. Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [eis.conv./ged.reconv.] ,
4. Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Dexia voert verweer tegen de vorderingen. Het verweer mondt uit in een deels voorwaardelijke tegenvordering, waarbij Dexia vordert (samengevat) dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- voorwaardelijk, namelijk onder de voorwaarde dat de in conventie opgeworpen verweren met betrekking tot de klachtplicht en de verjaring worden verworpen:
[eis.conv./ged.reconv.] zal bevelen aan Dexia een kopie te verstrekken van het dossier dat Leaseproces omtrent hem heeft aangelegd, althans van het(de) intakeformulier(en), op straffe van een dwangsom,
- onvoorwaardelijk:
1. voor recht zal verklaren dat de overeenkomst rechtsgeldig tot stand gekomen is, niet is vernietigd en niet blootstaat aan vernietiging,
2. Dexia zal veroordelen om aan [eis.conv./ged.reconv.] te betalen maximaal € 2.733,41, vermeerderd met de wettelijke rente en voor recht zal verklaren dat [eis.conv./ged.reconv.] met betrekking tot deze overeenkomsten niet is blootgesteld aan het risico op een onaanvaardbaar zware financiële last,
3. voor recht zal verklaren dat Dexia niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd is,
4. [eis.conv./ged.reconv.] zal veroordelen in de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenlease-overeenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 á 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, waaronder [eis.conv./ged.reconv.] .

4.2.

De veelheid van procedures heeft geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend. Ook deze rechtbank heeft een groot aantal uitspraken gedaan in de afgelopen jaren, zoals de gemachtigden weten. Er bestaat geen aanleiding om in de huidige procedure bij dezelfde stand van de jurisprudentie omtrent dezelfde stellingen, standpunten en stukken een ander oordeel te geven dan in eerdere procedures is gedaan.
Waar dit aan de orde is, zal dan ook naar de in eerdere uitspraken weergegeven overwegingen en oordelen verwezen worden. Dit geldt in het bijzonder voor de uitspraken van deze rechtbank die gedaan zijn op 22 mei 2019 en die gepubliceerd zijn onder nummers
ECLI:NL:RBGEL:2019:2253 en ECLI:NL:RBGEL:2019:2254.
in conventie voorts
machtiging, verjaring en klachtplicht
4.3. Dexia beroept zich op verjaring en het schenden van de klachtplicht. Ook betwist zij dat Leaseproces beschikt over een recente machtiging. Ten aanzien van deze verweren wordt verwezen naar de bovengenoemde uitspraken van 22 mei 2019, waarin deze verweren zijn beoordeeld en verworpen. In de onderhavige zaak zijn geen feiten of stellingen aan de orde die tot een andere conclusie leiden.


tussenpersoon
4.4. [eis.conv./ged.reconv.] stelt dat de overeenkomst tot stand gekomen is na advisering door een tussenpersoon. Zij stelt hierover het volgende:
werd door Spaar Select benaderd. Er werd voorgesteld een afspraak te maken voor een huisbezoek om de financiële situatie van [eis.conv./ged.reconv.] door te nemen. [eis.conv./ged.reconv.] heeft hiermee ingestemd. De adviseur, genaamd ‘ [betrokkene 1] ’, heeft geïnformeerd naar de financiële situatie en wensen van [eis.conv./ged.reconv.] . [eis.conv./ged.reconv.] , toen een alleenstaande moeder met baby, wenste vermogen op te bouwen voor haar kind. De adviseur heeft [eis.conv./ged.reconv.] geadviseerd een Allround Sparen product van Bank Labouchere af te sluiten. Hiervoor diende [eis.conv./ged.reconv.] haar spaargeld aan te wenden. De adviseur heeft [eis.conv./ged.reconv.] niet gewaarschuwd voor risico’s en verkocht het als een veilig product. [eis.conv./ged.reconv.] had geen ervaring met beleggen of kennis van complexe financiële producten en heeft het advies opgevolgd. Ze heeft ƒ 19.200,- aan spaargeld op de overeenkomst vooruitbetaald.

4.5.

In de arresten van 2 september 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2012 en 2016:2015) heeft de Hoge Raad geoordeeld, kort weergegeven, dat indien een cliëntenremisier zich niet beperkt tot het aanbrengen van potentiële cliënten bij een beleggingsinstelling of effecteninstelling, maar hij die belegger tevens in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf adviseert, de aldus handelende cliëntenremisier over een vergunning dient te beschikken. Als de cliëntenremisier geen vergunning heeft en zich niet alleen heeft beperkt tot het aanbrengen van de cliënt maar ook jegens de afnemer als financieel adviseur is opgetreden, handelt zij in strijd met artikel 41 NR 1999. Indien Dexia wist of behoorde te weten dat de cliëntenremisier tevens adviseerde, dan levert dit een (extra) onrechtmatigheidsgrond jegens de afnemer van het effectenproduct op. Gelet op de uiteenlopende ernst van de wederzijds gemaakte fouten, eist de billijkheid in dat geval in beginsel dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft zowel wat betreft een eventuele restschuld als wat de door de particuliere belegger reeds betaalde rente, aflossing en kosten aangaat. Dit geldt ook als de mogelijke financiële gevolgen van de leaseovereenkomst geen onaanvaardbaar zware financiële last voor de afnemer vormden.

4.6.

Tussen partijen is niet in geschil dat Spaar Select niet beschikt over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. Beoordeeld moet derhalve worden of sprake is geweest van concrete advisering door Spaar Select aan [eis.conv./ged.reconv.] .
heeft echter geen stukken overgelegd ter onderbouwing van haar stellingen. Met name ontbreekt een financieel plan of ander op de persoon van [eis.conv./ged.reconv.] en haar specifieke situatie toegesneden stuk. Nu Dexia gemotiveerd heeft betwist dat sprake is geweest van advisering in de zin van artikel 41 NR 1999, had het op de weg van [eis.conv./ged.reconv.] gelegen haar stellingen hieromtrent nader te onderbouwen. Het enige door [eis.conv./ged.reconv.] overgelegde, op haar persoon toegespitste stuk betreft de - niet ondertekende – overeenkomst. Hierop is vermeld: ‘adviseur: ATP 00170 - Spaar Select BV’, Op de door Dexia overgelegde, getekende, overeenkomst staat deze vermelding ook, maar daarop is tevens een stempel aanwezig met daarop (voor zover leesbaar) de naam ‘Paul Mes’ en dus geen [betrokkene 1] . [eis.conv./ged.reconv.] heeft hier geen verklaring voor gegeven. Bij gebreke van voldoende onderbouwde stellingen bestaat ook geen ruimte voor bewijslevering.

doorgeven order
4.7. [eis.conv./ged.reconv.] stelt dat niet alleen sprake is geweest van verboden advisering, maar ook van het optreden door Spaar Select als orderremisier. Zij voert daarbij aan, dat uit de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 19 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:216, volgt dat het namens en voor rekening van een cliënt door de tussenpersoon insturen van een aanvraagformulier aan Dexia is aan te merken als het doorgeven van een order.
Deze uitspraak van het Gerechtshof wordt niet gevolgd, zoals eerder door deze rechtbank beslist in de uitspraak van 22 mei 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:2253 en overigens ook in het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2019, ECLI:NL: GHARL:2019:8462, dat aan de gemachtigden bekend zal zijn.

schending waarschuwingsplicht

4.8.

Tussen partijen staat vast dat Dexia haar waarschuwingsplicht niet is nagekomen. Daarmee heeft Dexia onrechtmatig gehandeld jegens [eis.conv./ged.reconv.] . Dexia dient in verband daarmee tweederde van de restschuld op zich te nemen, zoals Dexia in de reconventionele procedure ook gevorderd heeft. De gevorderde verklaring voor recht zal daarom op die grond toegewezen worden op de wijze die hierna is aangegeven.

buitengerechtelijke kosten
4.9. [eis.conv./ged.reconv.] heeft vergoeding gevorderd van buitengerechtelijke kosten. De Hoge Raad heeft zich recent in het arrest van 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590, over deze kwestie uitgesproken in een andere procedure over een effectenlease-overeenkomst, waarbij dezelfde gemachtigden betrokken zijn geweest als in de huidige procedure. Het arrest is dan ook bij (de gemachtigden van) partijen bekend. In het arrest is geoordeeld dat de buitengerechtelijke werkzaamheden die in die procedure door Leaseproces waren gesteld op grond van art. 6:96 lid 3 BW in verbinding met art. 241 Rv niet voor vergoeding in aanmerking komen. In de procedure van partijen zijn dezelfde buitengerechtelijke werkzaamheden gesteld als die, welke in het arrest aan de orde waren, namelijk het opstellen en versturen van enkele gestandaardiseerde stukken (zoals een klachtbrief, een opt-out verklaring en stuitingsbrieven), het voeren van een intakegesprek, het beoordelen van de haalbaarheid van de aanspraken van de belegger en het adviseren daaromtrent en het verzamelen van gegevens om de omvang van de aanspraken van de belegger te kunnen bepalen, zodat ook in dit geval geen aanspraak bestaat op vergoeding van buitengerechtelijke kosten.


uitvoerbaar bij voorraad
4.10. [eis.conv./ged.reconv.] vordert het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dexia voert verweer hiertegen en verzoekt een eventuele veroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Daarbij wijst Dexia er op dat deze vordering onderdeel is van het grote aantal procedures. De financieel nadelige gevolgen voor Dexia bij een (massale) uitvoerbaar bij voorraad verklaring van betalingsveroordelingen staan niet in verhouding tot het relatieve ongemak van [eis.conv./ged.reconv.] om wat langer te moeten wachten op betalingen, te meer omdat [eis.conv./ged.reconv.] zelf al vele jaren gewacht heeft voordat de procedure is begonnen. Ook is er een restitutierisico, aldus Dexia.
heeft op dit verweer niet inhoudelijk gereageerd. Volgens vaste jurisprudentie kan aangenomen worden, dat degene, die een veroordeling tot betaling van een geldsom vordert, het vereiste belang bij uitvoerbaarverklaring bij voorraad heeft (HR 27 februari 1998, NJ 1998/512), terwijl een daartegenover gesteld restitutierisico geconcretiseerd moet worden (HR 17 juni 1994, NJ 1994/591). Dat de executie mogelijk tot ingrijpende gevolgen leidt, die moeilijk ongedaan gemaakt kunnen worden, staat op zichzelf niet in de weg aan uitvoerbaarverklaring bij voorraad, maar is slechts een omstandigheid die meegewogen moet worden (HR 28 mei 1993, NJ 1993/468). Dexia heeft niet onderbouwd dat en waarom uitvoerbaar bij voorraadverklaring voor haar zal leiden tot financieel nadelige gevolgen. Het gestelde restitutierisico is niet geconcretiseerd voor wat betreft de situatie van [eis.conv./ged.reconv.] . Het belang van Dexia weegt niet zwaarder dan het belang van [eis.conv./ged.reconv.] , zodat de gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring toegewezen zal worden.

proceskosten

4.11.

Nu beide partijen deels in het ongelijk gesteld worden, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

in reconventie voorts

4.12.

Omdat in conventie het beroep van Dexia op verjaring en de klachtplicht verworpen zijn, wordt toegekomen aan de voorwaardelijk ingestelde vordering.
Zoals door deze rechtbank in vele vonnissen is geoordeeld, kan de vordering, die gebaseerd is op artikel 843aRv, niet worden toegewezen, omdat Dexia daar geen belang bij heeft. Bij toewijzing van de vordering bij eindvonnis kunnen de gegevens waar de vordering op ziet, niet in deze instantie gebruikt worden door Dexia. Dexia heeft niet gesteld welk belang zij na het eindvonnis heeft bij afgifte van (een kopie van) de gevorderde stukken.

4.13.

Dexia vordert voorts verschillende verklaringen voor recht die ertoe strekken het niet-bestaan van een recht vast te stellen. In haar visie is zij niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd. De procesefficiëntie is er volgens haar bij gediend om alle geschilpunten in deze procedure beoordeeld te krijgen en om ervoor te zorgen dat [eis.conv./ged.reconv.] /Leaseproces na afwijzing van de vordering niet een nieuwe procedure aanhangig maakt. Volgens [eis.conv./ged.reconv.] heeft Dexia geen belang bij haar gevraagde verklaringen voor recht, is haar vordering te vaag om toegewezen te worden, heeft Dexia haar vordering niet onderbouwd en meent hij ten slotte nog enkele vorderingen op Dexia te hebben.

4.14.

Ook met betrekking tot de vragen of en wanneer de door Dexia gevraagde verklaringen voor recht toegewezen kunnen worden, wordt verwezen naar de overwegingen die zijn neergelegd in de eerdergenoemde uitspraken van deze rechtbank van 22 mei 2019.
Voor wat betreft de eerste vordering zal de gevraagde verklaring voor recht op de daarin genoemde gronden worden toegewezen voor zover het de gronden uit de artikelen 3:44 BW, 6:228 BW, 3:40 BW en 1:89 BW betreft. De gevraagde verklaring voor recht zal niet geheel conform de vordering worden toegewezen omdat niet kan worden uitgesloten dat zich in de toekomst, al dan niet op grond van uitgekristalliseerde jurisprudentie, een situatie voordoet dat [eis.conv./ged.reconv.] de overeenkomsten alsnog op een andere grond kan vernietigen.

4.15.

Nu de vordering in conventie grotendeels is afgewezen heeft Dexia, anders dan [eis.conv./ged.reconv.] betoogt, belang bij deze gevraagde verklaring voor recht omdat de eventuele blootstelling aan het risico op een onaanvaardbaar zware financiële last relevant is voor de schadeverdeling volgens het Hofmodel, zoals ontwikkeld door het hof Amsterdam in zijn arresten van 1 december 2009 (ECLI:NL:GHAMS: 2009:BK4978: BK4981,BK4982 en BK4983). Van de zijde van Dexia is gesteld dat [eis.conv./ged.reconv.] bij het aangaan van de overeenkomsten niet werd blootgesteld aan een risico op een onaanvaardbaar zware financiële last. [eis.conv./ged.reconv.] heeft het standpunt van Dexia onweersproken gelaten. Indien [eis.conv./ged.reconv.] een andere mening was toegedaan dan had het op haar weg gelegen dit andersluidende standpunt bij wijze van verweer in reconventie in te nemen en bovendien te voorzien van een concrete onderbouwing. Nu zij dat heeft nagelaten, moet het ervoor worden gehouden dat de overeenkomst geen onaanvaardbaar zware financiële last op [eis.conv./ged.reconv.] heeft gelegd. De gevraagde verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen.

4.16.

Voor toewijzing van de derde vordering van Dexia is vereist dat in dit geding kan worden vastgesteld dat zij niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd is. Dat betekent dat wanneer dat niet ten volle kan worden vastgesteld, in beginsel afwijzing van de vordering behoort te volgen.

4.17.

[eis.conv./ged.reconv.] verweert zich tegen de vordering door te stellen dat zij nog een vordering heeft in verband met de door Dexia onterecht in rekening gebrachte resterende termijnen en beleggings-technische gebreken. De stelplicht en bewijslast rusten op de partij die in materieel opzicht aan bepaalde feiten rechtsgevolgen verbonden wil zien. Waar het aldus [eis.conv./ged.reconv.] is die zich verweert tegen de vordering van Dexia met een beroep op onverschuldigde betaling of een vorderingsrecht, rusten op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast ter zake van feiten die tot het door [eis.conv./ged.reconv.] gestelde rechtsgevolg leiden op [eis.conv./ged.reconv.] . [eis.conv./ged.reconv.] heeft ter onderbouwing van deze stelling geen bedragen genoemd, maar slechts volstaan met een verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 21 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:773). Dexia betwist (ook) op dit punt nog iets aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd te zijn. Volgens haar zijn er geen resterende termijnen in rekening gebracht. [eis.conv./ged.reconv.] heeft zijn standpunt hierop niet voorzien van een nadere onderbouwing, zodat dit als onvoldoende onderbouwd wordt gepasseerd. Ook ten aanzien van de beleggings-technische gebreken heeft [eis.conv./ged.reconv.] zelf aangegeven dat zij geen vordering terzake zal instellen, gelet op de stand van de jurisprudentie. Dat er desondanks een vordering zou bestaan is dan onvoldoende onderbouwd.

4.18.

[eis.conv./ged.reconv.] heeft voorts aangevoerd dat Dexia de op haar rustende waarschuwingsplicht met betrekking tot het restschuldrisico heeft geschonden, om welke reden hij Dexia nog aansprakelijk kan stellen. Ook dit betoog wordt verworpen, omdat schending van deze zorgplicht reeds door Dexia is erkend en geen sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last, zodat op dit punt voor Dexia geen verdere verplichting tot schadevergoeding bestaat.

4.19.

Nu [eis.conv./ged.reconv.] niet heeft toegelicht welke vordering(en) zij verder op Dexia meent te hebben, slaagt haar verweer niet. Dat betekent dat de gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar is. Ook hier geldt dat de verklaring voor recht niet conform gevorderd zal worden toegewezen, omdat niet kan worden uitgesloten dat zich in de toekomst een situatie voordoet waarin Dexia op een andere grond nog iets verschuldigd is. De vordering wordt daarom toegewezen, in die zin dat voor recht wordt verklaard dat Dexia op de in deze procedure aangevoerde gronden niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] is verschuldigd.

proceskosten

4.20.

[eis.conv./ged.reconv.] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

in conventie

5.1

verklaart voor recht dat Dexia bij de totstandkoming van de overeenkomst met nummer [nummer 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eis.conv./ged.reconv.] door de op haar rustende waarschuwingsplicht niet na te komen,

5.2.

compenseert de proceskosten, zodanig dat iedere partij met de eigen kosten belast blijft,

in reconventie:

5.3

verklaart voor recht dat de overeenkomst met nummer [nummer 1] rechtsgeldig tot stand is gekomen, niet is vernietigd op grond van de artikelen 3:44 BW, 6:228 BW, 3:40 BW en 1:89 BW en niet bloot staat aan vernietiging op één van deze gronden,

5.4.

verklaart voor recht dat [eis.conv./ged.reconv.] met betrekking tot deze overeenkomsten niet werd blootgesteld aan het risico op een onaanvaardbaar zware financiële last,

5.5.

verklaart voor recht dat Dexia op de in deze procedure aangevoerde gronden niets meer aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigd is,

5.6.

veroordeelt [eis.conv./ged.reconv.] in de proceskosten, die aan de zijde van Dexia tot op heden worden vastgesteld op € 450,00 aan salaris van de gemachtigde,

in conventie en in reconventie:

5.7.

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.