Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:6347

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-03-2019
Datum publicatie
29-07-2020
Zaaknummer
346417 FZ RK 18/3207
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Adoptie kind afkomstig uit Haïti

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 10 109
Burgerlijk Wetboek Boek 10 108
Burgerlijk Wetboek Boek 10 110
Burgerlijk Wetboek Boek 10 19
Burgerlijk Wetboek Boek 10 20
Burgerlijk Wetboek Boek 10 22
Burgerlijk Wetboek Boek 1 5
Burgerlijk Wetboek Boek 1 4
Burgerlijk Wetboek Boek 1 25
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2020/5543
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: 346417 FZ RK 18/3207

beschikking van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 26 maart 2019

op het verzoek van:

[naam] ,

verder te noemen verzoekster,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. P. Baur te Landgraaf.

Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 6 december 2018;

  • -

    de brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag van 25 januari 2019;

  • -

    het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Gelderland, teArnhem, van 18 februari 2019.

De feiten

Op [geboortedatum] is te [geboorteplaats] , Haïti, geboren de minderjarige:

[naam minderjarige] ,

als dochter van [naam] , de moeder.

De identiteit van de vader is niet bekend.

De minderjarige heeft de Haïtiaanse nationaliteit.

De Staatssecretaris van Justitie heeft bij besluit van 27 juli 2009, aan verzoekster toestemming verleend voor het opnemen van een eerste buitenlands kind ter adoptie. Deze toestemming is door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verlengd bij besluiten van 26 juli 2013 en van 8 juni 2017.

Blijkens het stuk de Autorisation d’Adoption van het Ministère des Affaires Sociales, Haïti, van 17 mei 2017 wordt toestemming gegeven van de adoptie van de minderjarige door verzoekster.

Blijkens de uitspraak van het Tribunal de Première Instance de Port-au-Prince, Haïti, van

20 juni 2017, is naar het recht van Haïti de adoptie van de minderjarige door verzoekster tot stand is gekomen. Sedert de adoptie naar het recht van Haïti is de minderjarige genaamd [naam] .

De minderjarige heeft in verband met deze adoptie haar geboorteland mogen verlaten.

De minderjarige staat sinds 6 november 2017 ingeschreven op het adres van verzoekster.

Het verzoek

Verzoekster verzoekt dat de rechtbank bij beschikking:

- primair: de erkenning en voor zoveel nodig de omzetting zal uitspreken van de adoptie van de minderjarige en zal bepalen dat de minderjarige de voornamen [nieuwe voornamen] en de achternaam [geslachtsnaam verzoekster ] zal dragen;

subsidiair, de adoptie naar Nederlands recht zal uitspreken van de minderjarige en zal bepalen dat de minderjarige de voornamen [nieuwe voornamen] en de achternaam [geslachtsnaam verzoekster ] zal dragen;

- voor zoveel nodig, de geboortegegevens van de minderjarige zal vaststellen.

De beoordeling

Erkenning

Ten tijde van het verzoek tot beginseltoestemming op 10 augustus 2007 was Haïti geen verdragsstaat bij het Haags Adoptieverdrag 1993. Ten gevolge hiervan is afdeling 3 van Titel 6 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ‘Erkenning van een buitenlandse adoptie’ van toepassing op de onderhavige zaak.

Ingevolge artikel 10:109, eerste lid onder a, b en c van het BW wordt een buitenlands gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen en die is uitgesproken door een ter plaatse bevoegde autoriteit van de vreemde staat waar het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak zijn gewone verblijfplaats had, terwijl de adoptiefouders hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden, erkend indien:

a. de bepalingen van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (nader te noemen: Wobka) in acht zijn genomen, en

b. de erkenning van de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, en

c. erkenning niet op een grond, bedoeld in artikel 10:108, lid 2 of lid 3 van dit boek, zou worden onthouden.

De erkenning van de adoptie wordt op grond van artikel 10:108, lid 2 of lid 3 van dit boek onthouden indien aan de beslissing houdende adoptie kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan of de erkenning van die beslissing kennelijk in strijd met de openbare orde zou zijn, waarvan in ieder geval sprake is indien de beslissing kennelijk op een schijnhandeling betrekking heeft.

De rechtbank is van oordeel dat de buitenlandse adoptiebeslissing is gegeven door een ter plaatse bevoegde autoriteit van Haïti, hetgeen blijkt uit de uitspraak van het Tribunal de Première Instance de Port-au-Prince, Haïti, van 20 juni 2017.

Gelet op de overgelegde uittreksels van de basisregistratie personen stelt de rechtbank vast dat verzoekster ten tijde van de indiening van het verzoek tot adoptie en ten tijde van de buitenlandse adoptie beslissing in Haïti haar gewone verblijfplaats in Nederland had. De minderjarige had zowel ten tijde van het verzoek als ten tijde van de uitspraak van de adoptie in Haïti haar gewone verblijfplaats.

Nu de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op 8 juni 2017, de op grond van artikel 2 Wobka vereiste beginseltoestemming aan verzoekster heeft verlengd gaat de rechtbank ervan uit dat de bepalingen van de Wobka in acht zijn genomen.

Gelet op de uitspraak van het Tribunal de Première Instance de Port-au-Prince, Haïti, van

20 juni 2017, waarbij de adoptie van de minderjarige naar Haïtiaans recht is bekrachtigd, alsmede gelet op de verleende beginseltoestemming aan verzoekster, welke niet dan na voorafgaand onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming wordt verleend, het feit dat de minderjarige sinds 6 november 2017 bij verzoekster haar gewone verblijfplaats heeft en de inhoud van het voormelde rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 18 februari 2019, is de rechtbank van oordeel dat de erkenning van de Haïtiaanse adoptie in het belang van de minderjarige is.

Ook overigens zijn uit de stukken geen gronden gebleken voor het onthouden van de erkenning van de Haïtiaanse beslissing als bedoeld in artikel 10:109 lid 1 onder a, b en c van het BW.

Gelet op de laatste zin van het tweede lid van artikel 10:109 BW is de procedure van artikel 1:26 BW toepasselijk en zal de rechtbank derhalve voor recht verklaren dat de uitspraak van het Tribunal de Première Instance de Port-au-Prince, Haïti, van 20 juni 2017, vatbaar is voor inschrijving in het desbetreffende register van de burgerlijke stand. De rechtbank zal op grond van artikel 10:109 lid 3 BW gelasten dat een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte van de burgerlijke stand wordt toegevoegd.

Omzetting

Artikel 10:110 tweede lid BW bepaalt dat als de adoptie in de staat waar zij plaatsvond niet tot gevolg heeft dat voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, de adoptie dat gevolg ook in Nederland mist. De adoptie kan in die situatie worden omgezet naar een adoptie naar Nederlands recht.

Nu op grond van de informatie van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag van 25 januari 2019 vaststaat dat de adoptie naar het recht van Haïti tot rechtsgevolg heeft dat de familierechtelijke betrekkingen tussen de minderjarige en haar verwanten zijn verbroken, zal de rechtbank het verzoek hieromtrent afwijzen.

Geslachtsnaam en voornamen

Op grond van artikel 10:19 lid 1 BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft. Op grond van artikel 10:20 BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht. Artikel 10:22 lid 1 BW bepaalt dat ingeval van verandering van nationaliteit het recht van de staat van de nieuwe nationaliteit van toepassing is, daaronder begrepen de regel van dat recht betreffende de gevolgen van de nationaliteitsverandering voor de naam.

De minderjarige bezit thans de Haïtiaanse nationaliteit. Op het moment dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan levert dit een grondslag op voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Het voorgaande brengt mee dat Nederlands recht dan van toepassing is op het verzoek dat betrekking heeft op de geslachtsnaam en de voornamen van de minderjarige.

Verzoekster heeft verzocht te verstaan dat de minderjarige de geslachtsnaam [geslachtsnaam verzoekster ] zal hebben. Gelet op het bepaalde in artikel 1:5 BW kan een beslissing ter zake achterwege blijven. Niettemin zal de rechtbank hieronder verstaan dat de minderjarige de geslachtsnaam [geslachtsnaam verzoekster ] zal hebben.

Wat betreft het verzoek tot voornaamswijziging bepaalt artikel 1:4 lid 4 BW dat deze door de rechtbank kan worden gelast. Het verzoek zal worden toegewezen, aangezien van bezwaren daartegen niet is gebleken. De rechtbank zal derhalve wijziging van de voornamen van de minderjarige gelasten, opdat de voornamen van de minderjarige zullen luiden: [nieuwe voornamen] . Tevens zal inschrijving hiervan worden gelast.

Geboortegegevens

Bij de stukken bevindt zich een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door de daartoe bevoegde instantie opgemaakte akte van geboorte van de minderjarige, genummerd [nummer] . De rechtbank gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag het aan deze beschikking aangehechte en gewaarmerkt afschrift van de akte van geboorte van de minderjarige op grond van artikel 1:25 lid 2 BW in te schrijven in het register van geboorten van de gemeente Den Haag.


De beslissing

De rechtbank:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag de akte van geboorte van de minderjarige:

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Haïti,

genummerd [nummer] , in te schrijven in het desbetreffende register;

stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarden voor erkenning van de adoptie van voormelde minderjarige door verzoekster;

verklaart voor recht dat de uitspraak van het Tribunal de Première Instance de Port-au-Prince, Haïti, van 20 juni 2017, voor inschrijving in de desbetreffende registers van de burgerlijke stand vatbaar is;

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;

bepaalt dat de griffier van deze rechtbank daartoe een afschrift van deze beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag zal zenden, zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan;

gelast de wijziging van de voornamen van de minderjarige in de voornamen: [nieuwe voornamen] ;

stelt vast dat verzoekster heeft verklaard dat de minderjarige de geslachtsnaam [geslachtsnaam verzoekster ] zal dragen;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, kinderrechter, in tegenwoordigheid van A. de Wijse-Hageman LLB als griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2019.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.