Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:6195

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-10-2019
Datum publicatie
03-01-2020
Zaaknummer
NL18.24633
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vordering van Stichting Brein en aantal omroepen wegens inbreuk op auteursrechten door het aanbieden van IPTV pakketten (streamen van zenders via internet zonder toestemming rechthebbenden). Collectieve actie ex artikel 3:305a BW, ontvankelijkheid. Voorshands bewezen dat gedaagde betrokken was bij de inbreukmakende handelingen. Gelegenheid tot tegenbewijs. Vooralsnog niet vastgesteld dat eisers auteursrechthebbenden zijn. Omroepen zijn wel rechthebbenden uit hoofde van artikel 8 Wnr. Stichting Brein heeft voldoende belang bij verklaring voor recht dat dit handelen in zijn algemeenheid moet worden aangemerkt als een mededeling aan het publiek in de zin van artt. 1 en 12 Aw jo. art 3 Auteursrechtrichtlijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

_________________________________________________________________ _

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer: NL18.24633

Vonnis van 29 oktober 2019

in de zaak van

1 de stichting
STICHTING BREIN,
gevestigd te Hoofddorp,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TALPA TV B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RTL NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Hilversum,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FOX NETWORKS GROUP NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseressen, hierna samen te noemen: Brein c.s.,
advocaten mr. D.J.G. Visser en mr. P. de Leeuwe te Amsterdam,

tegen

[naam verweerder] ,
wonende te Velp,
verweerder, hierna te noemen: [naam verweerder] ,
advocaat mr. M.F.H. van Delft te Leusden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de procesinleiding

- het verweerschrift

- de aktes van Brein c.s. van 13, 19 en 21 augustus 2019

- de mondelinge behandeling op 28 augustus 2019

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Brein heeft als statutair doel – samengevat – de collectieve bestrijding van auteursrechtinbreuken. Talpa en RTL zijn commerciële omroepen. Talpa exploiteert de zenders SBS6, NET5, Veronica en SBS9. RTL exploiteert de zenders RTL4, 5, 7 en 8, RTL Crime, RTL Lounge en RTL Z. Fox is een aanbieder van abonnee-televisie en exploiteert de zenders FOX, Fox Sports, 24 Kitchen, National Geographic en Nat Geo Wild.

2.2.

[naam verweerder] drijft een eenmanszaak onder de namen Atomworld Hosting en Machost. Blijkens de registers van de Kamer van Koophandel bestonden de activiteiten van de onderneming van [naam verweerder] uit gegevensverwerking, webhosting en aanverwante activiteiten, programmeerservers, technische ondersteuning, vps, domeinen (domeinnaamregistratie), dedicated servers en andere internetdiensten.

2.3.

Hiptv is een dienst die via diverse domeinnamen (zoals www.hiptv.nl, www.hiptv.be, www.hiptv.eu, www.hiptv.pl, www.hiptv.fr, www.hiptv.com.de, www.hiptv.es en www.hiptv.uk) wordt aangeboden. Via deze website zijn zogenaamde “IPTV pakketten” aangeboden en verkocht (IPTV staat voor Internet Protocol Television). Gebruikers kunnen een abonnement kopen en met dat abonnement krijgen ze hyperlinks toegestuurd die toegang geven tot meerdere televisiekanalen, waaronder de (premium)kanalen van eisers 2 tot en met 4. Eisers hebben voor het leveren van deze dienst geen toestemming gegeven en ook geen vergoeding ontvangen.

3 Het geschil

3.1.

Brein c.s. heeft bij akte van 21 augustus 2019 haar eis vermeerderd. Daartegen heeft [naam verweerder] geen bezwaar gemaakt. De vordering van Brein c.s. luidt als volgt:

Primair

1. Te verklaren voor recht dat [naam verweerder] met het verhandelen van IPTV- pakketten op een wijze zoals toegelicht in het lichaam van deze dagvaarding, een openbaarmaking c.q. een “mededeling aan het publiek” verricht in de zin van de artikelen 1 en 12 Auteurswet, artikelen 2, 6, 7a en 8 Wet op de Naburige Rechten jo. artikel 3 Auteursrecht-

richtlijn;

2. Te verklaren voor recht dat [naam verweerder] met de onder 1. bedoelde handeling inbreuk heeft gemaakt op de aan eisers toebehorende rechten en jegens hen onrechtmatig gehandeld heeft;

3. [naam verweerder] te bevelen om binnen 24 uur na betekening van het te dezen te wijzen vonnis te staken en gestaakt te houden:

Ieder met winstoogmerk aanbieden van hyperlinks of andere technische verwijzingen, al dan niet in de vorm van zogenaamde (prepaid) IPTV- pakketten of (vooraf geïnstalleerde of te installeren) softwarepakketten, die gebruikers toegang bieden tot ongeautoriseerde (live)streams of ander illegaal aanbod van beschermde werken, uitvoeringen, vastleggingen en uitzendingen die inbreuk maken op auteursrechten en of naburige rechten van BREIN’s aangeslotenen en hun leden, waaronder eisers sub 2, 3 en 4, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 10.000,- (zegge tienduizend euro), per individueel aangeboden IPTV-pakket, individueel aangeboden hyperlink ofwel per dag (een deel van de dag daaronder mede begrepen) dat zij in gebreke blijven aan dit

verbod te voldoen, zulks ter keuze van eisers;

4. [naam verweerder] te bevelen om binnen 12 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis aan de advocaten van BREIN opgave, gestaafd door (duidelijke leesbare kopieën van) alle relevante bescheiden en gespecificeerd per website, te doen van:

a. a) de totale hoeveelheid ingekochte (credits voor) IPTV-pakketten;

b) de totale hoeveelheid verkochte IPTV-pakketten;

c) de gehanteerde inkoopprijs van IPTV-pakketten;

d) de gehanteerde verkoopprijs van IPTV-pakketten;

e) het totale bedrag van de door [naam verweerder] als gevolg van verhandeling van de IPTV-pakketten genoten winst;

f) alle bij hem bekende (contact)gegevens van de (rechts)persoon of (rechts)personen met wie hij contact heeft gehad over de beschikbaarstelling van IPTV-pakketten en/of het verschaffen van hyperlinks naar bronnen waar films en (live)-uitzendingen evident zonder toestemming van de rechthebbenden worden aangeboden;

5. [naam verweerder] te bevelen om binnen 7 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis aan alle afnemers die een IPTV-pakket bij hem hebben besteld en/of een email hebben ontvangen waarmee toegang wordt verleend tot een IPTV-pakket, een brief of email te sturen met uitsluitend de volgende inhoud, d.w.z. zonder enige toevoeging in woord of beeld:

Geachte heer, mevrouw,

U heeft een IPTV-pakket bij ons afgenomen die toegang geeft tot evident illegaal aanbod van televisiekanalen en speelfilms.

Op [datum] heeft de rechtbank Gelderland bepaald dat wij met de verkoop en levering van IPTV-pakketten inbreuk hebben gemaakt op de auteursrechten van de rechthebbenden op films en televisiekanalen. Om die reden heeft de rechtbank ons bevolen het aanbod en de levering IPTV-pakketten direct te staken.

Hoogachtend,

De heer [naam verweerder] (HIPTV, Atom World, ATOM TV)

dit onder gelijktijdige toezending aan de advocaten van BREIN van kopieën van deze brief en/of email;

6. [naam verweerder] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van EUR 5.000,- (zegge: vijfduizend euro) per dag (een gedeelte van de dag daaronder begrepen) waarop hij in gebreke blijft aan de bevelen onder 4 en 5 te voldoen;

7. Voor recht te verklaren dat [naam verweerder] jegens eisers sub 2, 3 en 4 aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de inbreuken zoals genoemd onder 2, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Subsidiair

8. Te verklaren voor recht dat [naam verweerder] kan worden aangemerkt als ‘tussenpersoon’ in de zin van artikel 26d Aw.

9. [naam verweerder] te gebieden om binnen 24 uur na te dezen te wijzen vonnis te staken en gestaakt te houden:

ieder direct of indirect aanbieden (al dan niet als reseller) van hyperlinks of andere technische verwijzingen, al dan niet in de vorm van zogenaamde (prepaid) IPTV-pakketten of (vooraf geïnstalleerde of te installeren) softwarepakketten, die gebruikers toegang bieden tot ongeautoriseerde (live)streams of ander illegaal aanbod van

beschermde werken, uitvoeringen, vastleggingen en uitzendingen die inbreuk maken op auteursrechten en of naburige rechten van BREIN’s aangeslotenen en hun leden, waaronder eisers sub 2, 3 en 4,

10. [naam verweerder] te gebieden om binnen 12 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis aan de advocaten van BREIN opgave, gestaafd door (duidelijke leesbare kopieën van) alle relevante bescheiden, te doen van:

a. Alle klanten die bij of via hem IPTV-pakketten hebben afgenomen;

b. alle bij hem bekende (contact)gegevens van de (rechts)persoon of (rechts)personen met wie hij contact heeft gehad over de beschikbaarstelling van IPTV-pakketten en/of het verschaffen van hyperlinks naar bronnen waar films en (live)-uitzendingen evident zonder toestemming van de rechthebbenden worden aangeboden

11. [naam verweerder] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van EUR 10.000,- (zegge: tienduizend euro) per dag (een gedeelte van de dag daaronder begrepen) waarop hij in gebreke blijft aan de bevelen onder 9 en/of 10 te voldoen;

Zowel primair als subsidiair

12. [naam verweerder] te gebieden om binnen 12 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis aan de advocaten van BREIN opgave, gestaafd van (duidelijk leesbare kopieën van) alle relevante bescheiden, te doen van alle bij hem bekende gegevens van (rechts)perso(o)n(en) die:

a. “HIPTV” zou(den) hebben overgenomen, en

b. diensten als tussenpersoon verricht(en) voor degene(n) die HIPTV zou hebben overgenomen.

zulks op straffe van een dwangsom van EUR 10.000 (zegge tienduizend euro) per dag (een gedeelte van de dag daaronder begrepen) waarop hij in gebreke blijft aan deze vordering te voldoen;

13. [naam verweerder] te veroordelen in de volledige kosten van dit geding als bedoeld in artikel 1019h Rv.

3.2.

Brein legt aan haar primaire vordering ten grondslag dat [naam verweerder] via verschillende websites IPTV pakketten aanbiedt en verkoopt die inbreuk maken op de auteursrechten en naburige rechten van eisers sub 2 tot en met 4. De subsidiaire vorderingen zijn gegrond op de stelling dat [naam verweerder] , voor zover hij zelf geen inbreuk maakt op de auteursrechten van eisers sub 2 tot en met 4, aangemerkt moet worden als tussenpersoon in de zin van artikel 26d Aw.

3.3.

[naam verweerder] voert de volgende verweren ten aanzien van de ontvankelijkheid van Brein c.s. en de geldigheid van de procesinleiding:

a. Eisers sub 2 tot en met 4 zijn niet ontvankelijk omdat zij er geen belang bij hebben om naast Brein als zelfstandige procespartij op te treden;

b. Stichting Brein is niet ontvankelijk omdat niet duidelijk is om welke inbreuk op rechten van intellectueel eigendom het in deze zaak gaat; dit maakt ook dat de procesinleiding nietig is;

c. Stichting Brein is niet ontvankelijk omdat niet voldaan is aan de vereisten van artikel 3:305a BW;

3.4.

Ten aanzien van zijn gestelde betrokkenheid bij het inbreukmakend handelen verweert [naam verweerder] zich als volgt: [naam verweerder] houdt zich enkel bezig met het beheer van domeinnamen, het ter beschikking stellen van server-ruimte, het technisch inrichten van websites en het faciliteren van betaaldiensten; hij is niet betrokken bij de diensten die via de door hem (ten behoeve van anderen) geregistreerde domeinnamen en de door hem beschikbaar gestelde serverruimte worden aangeboden en is niet betrokken bij het aanbieden van IPTV pakketten.

3.5.

Het verdere verweer van [naam verweerder] komt erop neer dat hij betwist dat de rechten met betrekking tot de programma’s die middels de IPTV pakketten zijn geopenbaard aan eisers toekomen. Ten aanzien van de subsidiaire vorderingen betwist [naam verweerder] dat hij als tussenpersoon in de zin van artikel 26d Aw kan worden aangemerkt.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank zal de verweren van [naam verweerder] ten aanzien van de ontvankelijkheid van eisers alsmede de geldigheid van de procesinleiding, zijn betrokkenheid bij het aanbieden van de IPTV pakketten en de aan eisers toekomende rechten hieronder achtereenvolgend behandelen.

Ontvankelijkheid, geldigheid procesinleiding

Ad a. Het belang van eisers sub 2 tot en met 4

4.2.

Het betoog van [naam verweerder] komt erop neer dat de eisers sub 2 tot en met 4 geen zelfstandig belang hebben bij deze procedure, nu Stichting Brein deze procedure al namens hen voert.

4.3.

[naam verweerder] kan hierin niet worden gevolgd. Het belang van Stichting Brein in deze procedure volgt uit haar statutaire doel. Het belang van de eisers sub 2 tot en met 4 volgt uit hun stelling dat inbreuk wordt gemaakt op hun auteursrechten en naburige rechten. Artikel 3:305a schept een bevoegdheid voor een rechtspersoon die een collectieve actie voert ter behartiging van soortgelijke belangen en laat de primaire bevoegdheid van de individuele rechthebbenden om zelf vorderingen in te stellen onverlet.

Ad b. de procesinleiding is onvoldoende duidelijk

4.4.

[naam verweerder] betoogt dat de procesinleiding alleen in generieke termen aangeeft dat [naam verweerder] inbreuk maakt op auteursrechten en naburige rechten, zonder deze nadere rechten te specificeren. Daarmee is volgens [naam verweerder] niet voldaan aan het vereiste van artikel 30 lid 3 sub d Rv.

4.5.

De procesinleiding omvat een concreet omschreven vordering en de daaraan ten grondslag gelegde feitelijke stellingen zijn niet zodanig vaag of innerlijk tegenstrijdig dat [naam verweerder] niet weet waartegen hij zich heeft te verweren dan wel dat de rechtbank niet in staat is aangaande de rechtsbetrekking in geschil een beslissing te geven. Dit verweer zal derhalve worden verworpen.

Ad c. de vereisten van art 3:305a BW

4.6.

[naam verweerder] stelt dat Stichting Brein onvoldoende getracht heeft het gevorderde door het voeren van overleg met [naam verweerder] te bereiken, zodat niet voldaan is aan het vereiste van artikel 3:305a lid 2 BW. Daarnaast zouden volgens [naam verweerder] de rechten van de belangen van de rechtspersonen ten behoeve van wie de rechtsvordering wordt ingesteld, onvoldoende zijn gewaarborgd.

4.7.

[naam verweerder] kan niet in zijn betoog worden gevolgd dat Stichting Brein onvoldoende getracht heeft het gevorderde door het voeren van overleg met [naam verweerder] te bereiken. Immers voert [naam verweerder] zelf aan dat overleg tussen partijen heeft plaatsgevonden maar dat geen wilsovereenstemming is bereikt. Daarnaast gaat het vereiste van artikel 3:305a lid 2 BW niet zover dat de eisende partij in overleg had moeten treden ook indien dat overleg tussen partijen redelijkerwijs niets had kunnen bijdragen aan de oplossing van het geschil. Daarvan kan sprake zijn in het geval dat de verweerder, zoals hier het geval, iedere betrokkenheid bij het gestelde onrechtmatig handelen bestrijdt.

4.8.

De stelling dat de rechten van de belangen van de rechtspersonen ten behoeve van wie de rechtsvordering wordt ingesteld, onvoldoende zijn gewaarborgd volgt, anders dan [naam verweerder] betoogt, niet uit het enkele gegeven dat eisers sub 2 tot en met 4 zelfstandig als procespartij optreden. Nu dit standpunt verder niet is onderbouwd, zal de rechtbank het passeren.

Mate van betrokkenheid van [naam verweerder]

Onderbouwing van de stelling van Brein c.s.

4.9.

Brein c.s. onderbouwt haar stelling dat [naam verweerder] bij het aanbieden van IPTV pakketten betrokken is met de volgende argumenten:

a. De domeinnamen www.hiptv.nl, www.hiptv.es, www.hiptv.be, en www.hiptv.uk, staan of hebben gestaan op naam van [naam verweerder] ;

b. De eenmanszaak van [naam verweerder] , Atomworld Hosting, staat vermeld als administratief contact bij de domeinnaam www.hiptv.nl, met vermelding van het e-mailadres van [naam verweerder] , atom.hosting@outlook.net.

c. De domeinnamen www.hiptv.nl, www.hiptv.es, www.hiptv.fr en www.hiptv.be verwijzen direct door naar www.hiptv.eu, ten aanzien waarvan de identiteit van de domeinhouders is afgeschermd middels een zogenaamde “WHOIS guard”.

d. Indien men op de site www.hiptv.eu klikt op de link voor de Duitstalige versie, wordt men verwezen naar www.hiptv.com.de, ten aanzien waarvan de identiteit van de domeinhouder eveneens is afgeschermd middels een WHOIS guard. Klikt men op de Poolse taal, dan wordt men verwezen naar www.hiptv.pl.

e. Brein heeft op 2 juli 2018 een proefbestelling via www.hiptv.nl geplaatst. De betaling is blijkens het Paypal overzicht overgemaakt op de bankrekening van Atomworld Hosting, die daarop als “Seller” staat aangemeld. Daarbij wordt als e-mailadres genoemd: [naam verweerder] @claro.net.do. De bevestiging en de link naar de IPTV dienst is vervolgens verstuurd vanaf het e-mailadres info@hiptv.nl. Op 3 oktober 2018 heeft Brein het IPTV-pakket verlengd. Ook hiervoor is via Paypal betaald aan Atomworld Hosting.

f. Een zogenaamde “reseller” van de Hiptv diensten heeft verklaard voor de inkoop van Hiptv credits € 5.400,00 overgemaakt te hebben aan Atomworld Hosting. Hij had in dat verband contact via info@hiptv.nl en info@hiptv.uk.

g. Op meerdere sub-pagina’s van de website van Atomworld Hosting (www.atomworld-hosting.com) worden IPTV-pakketten aangeboden (zij het niet onder de naam Hiptv maar onder de naam Atom World IPTV). Deze Atom World IPTV pakketten worden ook aangeboden middels de websites www.atomworld.tv en https://pvr-forum.nl. Deze laatste website heeft hetzelfde IP adres als www.hiptv.be en de login-pagina van www.atomworld.tv linkt door naar de website www.atomworld-hosting.nl.

h. Op het forum van de website www.kodi-forum.nl wordt vermeld dat Hiptv onderdeel is van Atom TV.

i. De domeinnaam atomtv.net is gekoppeld aan een skype account, dat op zijn beurt weer gekoppeld is aan het e-mail adres info@atomworld-hosting.com.

j. Een groot aantal resellers van Atom TV zijn op Facebook bevriend met [naam verweerder] .

k. De Hiptv domeinnamen worden op dezelfde server gehost als www.atomworld-hosting.com.

l. De autorisatieserver van Hiptv kent hetzelfde IP adres als www.atomtv.net.


Het verweer van [naam verweerder]

4.10.

[naam verweerder] verweert zich door te betogen dat de bovenvermelde omstandigheden niet de stelling onderbouwen dat hij betrokken is bij het aanbieden van de IPTV pakketten. In dat verband voert hij aan dat hij vanuit zijn onderneming, Atom World Hosting, meerdere domeinnamen ten behoeve van derden heeft gekocht, geregistreerd en beheerd (waaronder de Hiptv domeinnamen) maar zelf niet betrokken is bij de websites en diensten die middels die domeinnamen worden aangeboden (zie r.o. 4.9 onder a. tot en met d.). De identiteit van deze derden is bij [naam verweerder] niet bekend. Daarnaast verhuurt hij aan die derden serverruimte, hetgeen verklaart waarom bepaalde IP adressen dezelfde zijn als het IP adres van zijn eigen website, www.atomworld-hosting.com (zie r.o. 4.9 onder k. en l.). Ook faciliteert hij betaaldiensten ten behoeve van zijn klanten, zoals Paypal.

4.11.

Uit de door brein verrichte proefbestelling (zie r.o. 4.9 onder e.), volgt volgens [naam verweerder] niet dat hij de IPTV pakketten heeft aangeboden. Hij heeft enkel een paypal account aangemaakt ten behoeve van de website www.hiptv.nl.

4.12.

Ten aanzien van de betalingen die door de reseller zijn verricht op de zakelijke rekening van [naam verweerder] (zie r.o. 4.9 onder f.), verklaart [naam verweerder] dat hij op eigen initiatief de betalingen via Paypal naar zijn eigen rekening heeft laten boeken omdat de derde partij ten behoeve van wie [naam verweerder] diensten had verleend hem nog geld schuldig was.

4.13.

Dat op een aantal subpagina’s van zijn website, www.atomworld-hosting.com, reclame wordt gemaakt voor IPTV pakketten (zie r.o. 4.9 onder g.), is volgens [naam verweerder] niet relevant, nu deze reclamebanners inactief zijn, dat wil zeggen niet doorlinken naar een andere site. Bovendien zouden volgens [naam verweerder] deze subpagina’s buiten zijn invloed zijn gemaakt.

4.14.

Met de websites www.atomworld.tv, https://pvr-forum.nl (zie r.o. 4.9 onder g.) en www.atomtv.net (zie r.o. 4.9 onder l.) zegt [naam verweerder] niets te maken te hebben. De verwijzing naar het e-mail adres info@atomworld-hosting.com bij het skype account van Atom TV (zie r.o. 4.9 onder i.) is volgens [naam verweerder] het gevolg van de overeenstemmende handelsnamen (Atom), waardoor op de betreffende pagina een verzoek tot koppeling kan worden gedaan.

Oordeel ten aanzien van de betrokkenheid van [naam verweerder]

4.15.

De rechtbank stelt voorop dat door [naam verweerder] niet wordt weersproken, en dus vast is komen te staan, dat er een organisatie is die middels de verschillende Hiptv domeinnamen IPTV pakketten heeft aangeboden en verkocht. Evenmin weersproken is dat Hiptv en Atom TV tot dezelfde organisatie behoren.

4.16.

Daarnaast staat vast dat [naam verweerder] ten behoeve van deze organisatie domeinnamen heeft geregistreerd en/of gekocht, serverruimte beschikbaar heeft gesteld, websites technisch heeft ingericht en betalingsdiensten heeft gefaciliteerd. Daarnaast heeft hij gelden die bedoeld waren voor deze organisatie in ontvangst genomen.

4.17.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is dan of de betrokkenheid van [naam verweerder] beperkt is tot het leveren van deze – als zodanig niet direct inbreukmakende – diensten, zoals [naam verweerder] zelf stelt, of dat zijn betrokkenheid verder gaat en hij (mede) verantwoordelijk is voor de diensten die met behulp van die domeinnamen, servers en betaaldiensten worden geleverd, zoals Brein c.s. stelt.

4.18.

Bij de beantwoording van deze vraag, dient de rechtbank als uitgangspunt te nemen dat op Brein c.s. de stelplicht en de bewijslast rust ten aanzien van de stelling dat de betrokkenheid van [naam verweerder] verder strekt dan alleen het verstrekken van de voornoemde diensten aan de Hiptv/Atom TV organisatie. Daartoe heeft Brein het nodige gesteld (zie r.o. 4.9) welke stellingen zij ook met stukken heeft onderbouwd.

4.19.

De rechtbank constateert in dit verband dat [naam verweerder] de feitelijke stellingen van Brein hieromtrent niet (gemotiveerd) heeft weersproken maar heeft betwist dat deze feiten de conclusie rechtvaardigen dat hij direct betrokken is geweest bij het aanbieden en verkopen van de IPTV pakketten. De rechtbank constateert ook dat [naam verweerder] zijn verklaringen ten aanzien van zijn rol in het geheel op geen enkele wijze met stukken heeft onderbouwd of geconcretiseerd. [naam verweerder] heeft bijvoorbeeld geen e-mail berichten, WhatsAppgesprekken of andere stukken overgelegd die zijn bewering staven dat hij een dienstverlener is voor hem onbekende derden die achter Hiptv/Atom TV zouden zitten. Zijn verklaring voor het incasseren van betalingen van resellers wordt geen handen en voeten gegeven (hoeveel was er verschuldigd, waarvoor, op welke termijn, heeft hij gereclameerd bij zijn debiteur). Het enkele geven van (al dan niet plausibele) alternatieve, algemeen verwoorde verklaringen voor de door Brein c.s. gestelde feiten, zonder enig stuk dat die verklaringen onderbouwt of concretisering die die verklaring aannemelijk maakt, wettigt het vermoeden dat [naam verweerder] wel degelijk betrokken is geweest bij het aanbieden van de IPTV pakketten. De rechtbank acht dit voorshands bewezen en [naam verweerder] zal de gelegenheid worden gegeven tegenbewijs te leveren.

Het verweer ten aanzien van de rechten van eisers

4.20.

De volgende vraag aan de orde is of met het aanbieden van IPTV pakketten inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten en/of naburige rechten van Brein c.s. [naam verweerder] heeft niet weersproken dat het aanbieden van IPTV pakketten, waarbij toegang wordt verschaft tot filmwerken een “mededeling aan het publiek” vormt en dat een dergelijke openbaarmaking, zonder dat de auteursrechthebbenden daarvoor toestemming hebben gegeven, een inbreuk maakt op de auteursrechten en naburige rechten van de rechthebbenden. Mede in het licht van de door Brein c.s. aangehaalde wetsartikelen en jurisprudentie gaat de rechtbank daar ook van uit.

4.21.

[naam verweerder] heeft echter aangevoerd dat eisers niet hebben aangegeven precies op welke programma’s en dus welke auteursrechten en naburige rechten inbreuk is gemaakt. De rechtbank begrijpt dit verweer aldus, dat [naam verweerder] niet betwist dat inbreuk wordt gemaakt op auteursrechten en naburige rechten maar dat wel wordt betwist dat inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten en naburige van Brein c.s. met betrekking tot de programma’s die middels de IPTV pakketten van Hiptv/Atom TV openbaar zijn gemaakt.

4.22.

Brein c.s. heeft weliswaar gesteld dat de aangeslotenen van Stichting Brein en hun leden, waaronder eisers 2 tot en met 4, auteursrechthebbenden zijn ten aanzien van de programma’s die via de door hen geëxploiteerde (en door Hiptv/Atom TV verder verspreidde) kanalen/abonnementsdiensten worden vertoond maar heeft dat niet nader gespecificeerd.

4.23.

De gemotiveerde betwisting zijdens [naam verweerder] op dit punt betekent dat voorshands niet vast is komen te staan dat met de Hiptv diensten inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten die toekomen aan de in de dagvaarding genoemde rechthebbenden, te weten “de aangeslotenen van Stichting Brein en hun leden, waaronder eisers 2 tot en met 4”. Evenmin staat bij deze stand van zaken vast dat de rechten van de uitvoerend kunstenaar, de fonogrammenproducent en de filmproducent, zoals bedoeld in de artikelen 2, 6 en 7a Wnr, daadwerkelijk aan de door Brein c.s. aangeduide rechthebbenden zijn overgedragen. Nu Brein c.s. haar stelling daaromtrent niet heeft onderbouwd of gespecificeerd, heeft zij in dat verband vooralsnog onvoldoende gesteld.

4.24.

Door [naam verweerder] is echter niet weersproken dat de IPTV pakketten toegang geven tot de programma’s zoals die door de omroeporganisaties, waaronder eisers sub 2 tot en met 4, zijn uitgezonden. Dat betekent dat vaststaat dat met het aanbieden van de IPTV pakketten via Hiptv/Atom TV inbreuk wordt gemaakt op de naburige rechten van eisers sub 2 tot en met 4 die voortvloeien uit artikel 8 Wnr. Dat artikel geeft de omroeporganisatie immers zelfstandige verbodsrechten met betrekking tot (onder meer) het heruitzenden, opnemen en het verspreiden van opnamen van uitzendingen van het programma, zoals dat door de omroeporganisatie is uitgezonden.

4.25.

Of het onder deze omstandigheden nodig is om vast te stellen of de in het petitum genoemde partijen daadwerkelijk rechthebbend zijn met betrekking tot de auteursrechten en de naburige rechten voortvloeiend uit de artikelen 2, 6 en 7a Wnr hangt nauw samen met de formulering van de vorderingen en zal in dat kader verder worden besproken .

Tussenconclusie

4.26.

Zoals overwogen, acht de rechtbank voorshands bewezen dat [naam verweerder] (mede) verantwoordelijk is voor de diensten die middels de verschillende websites van Hiptv en Atom TV worden aangeboden. [naam verweerder] zal in de gelegenheid worden gesteld om te dien aanzien tegenbewijs te leveren. Slaagt hij in dat tegenbewijs, zal de rechtbank toekomen aan de bespreking van de subsidiaire vordering. Slaagt hij daarin niet, dan zullen de primaire vorderingen worden toegewezen op de hiernavolgende wijze.

1. Verklaring voor recht mededeling aan het publiek

4.27.

De ad 1. gevorderde verklaring voor recht is toewijsbaar zoals gevorderd. Dat niet vast is komen te staan dat de door Brein c.s. aangeduide partijen inderdaad rechthebbend zijn met betrekking tot de auteursrechten en de naburige rechten voortvloeiend uit de artikelen 2, 6 en 7a Wnr staat daaraan niet in de weg nu de vordering ziet op de vraag of het aanbieden van IPTV pakketten zoals hier aan de orde in zijn algemeenheid moet worden aangemerkt als een mededeling aan het publiek in de zin va de artikelen 1 en 12 Aw en 2, 6, 7a en 8 Wnr jo. artikel 3 Auteursrechtrichtlijn. Ten aanzien van Brein geldt in ieder geval dat zij in haar hoedanigheid van belangenbehartiger in de zin van artikel 3:305a geacht kan worden voldoende belang te hebben bij een dergelijke algemene verklaring voor recht.

2 en 3. Verklaring voor recht inbreuk/onrechtmatig handelen en verbodsvorderingen

4.28.

Ook deze vorderingen zijn toewijsbaar nu de inbreuk op artikel 8 Wnr daartoe voldoende grondslag biedt, met dien verstande dat, in het voorkomende geval, de gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd zoals in de eventuele veroordeling te bepalen.

4. Opgave

4.29.

Ten aanzien van de gevorderde opgave heeft [naam verweerder] betoogd dat hij daar geen uitvoering aan kan geven nu de betrokken partijen voor hem anoniem zijn gebleven. Dat [naam verweerder] een dergelijke verplichting inderdaad niet zou kunnen nakomen is vooralsnog onvoldoende gebleken.

5. Rectificatie

4.30.

Ook de gevorderde rectificatie is toewijsbaar met dien verstande dat de inhoud van de rectificatie met betrekking tot de aard van de inbreuk zal worden aangepast aan hetgeen in dit vonnis is overwogen en de termijn waarbinnen deze moet geschieden zal worden vastgesteld op 14 dagen.

6. Dwangsom

4.31.

De hoogte van de dwangsom ten aanzien van de vorderingen onder 4. en 5. komt rechtbank niet onredelijk voor en zal worden gemaximeerd zoals in de eventuele veroordeling te bepalen.

7. Aansprakelijkheid en schade

4.32.

Brein c.s. vordert (na eisvermindering) een verklaring voor recht dat [naam verweerder] aansprakelijk is voor de schade, nader op te maken bij staat. De rechtbank begrijpt deze vordering, mede gezien de toelichting op de eisvermindering waarin staat dat “eisers uitsluiten schadevergoeding vorderen nader op te maken bij staat” als een vordering tot een veroordeling tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat. Nu [naam verweerder] reeds verweer heeft kunnen voeren tegen de in de procesinleiding gevorderde veroordeling tot schadevergoeding, wordt hij hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

4.33.

Deze vordering is toewijsbaar, nu de inbreuk op artikel 8 Wnr daartoe voldoende grondslag biedt, met dien verstande dat Stichting Brein in dit onderdeel van de vordering niet kan worden ontvangen uit hoofde van het bepaalde in artikel 3:305a BW.

13. Opgave opvolgende partijen

4.34.

Tegen deze vordering is geen verweer gevoerd, anders dan ten aanzien van de betrokkenheid van [naam verweerder] . De hoogte van de dwangsom zal worden gemaximeerd zoals in de eventuele veroordeling te bepalen.

Conclusie

4.35.

De rechtbank acht voorshands bewezen dat [naam verweerder] (mede)verantwoordelijk is voor het aanbieden en verkopen van IPTV pakketten onder de namen HIPTV en Atom TV. Daarmee wordt in ieder geval inbreuk gemaakt op de in het geding zijnde rechten die voortvloeien uit artikel 8 Wnr. [naam verweerder] zal de gelegenheid krijgen tot tegenbewijs.

4.36.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

Stelt [naam verweerder] in de gelegenheid tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat [naam verweerder] (mede)verantwoordelijk is voor het aanbieden en verkopen van IPTV pakketten onder de namen HIPTV en Atom TV;

5.2.

bepaalt dat, voor zover [naam verweerder] dit bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. H.F.R. van Heemstra in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

5.3.

bepaalt dat [naam verweerder] uiterlijk op 12 november 2019 getuigen en hun verhinderdagen zal kunnen opgeven, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de dinsdagen in de maanden december 2019 tot en met maart 2020, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald, en bij gebreke waarvan vonnis zal worden gewezen,

5.4.

bepaalt dat [naam verweerder] binnen de hiervoor genoemde termijn ook kenbaar zal kunnen maken dat zij het bewijs uitsluitend schriftelijk wil leveren, waartoe zij dan de gelegenheid zal krijgen door uiterlijk 10 december 2019 een daartoe strekkende conclusie in te dienen,

5.5.

bepaalt voorts dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn en, indien daartoe naar het oordeel van de rechter aanleiding bestaat, tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of de partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden,

5.6.

bepaalt dat de partijen alle schriftelijke (bewijs)stukken die zij nog in het geding willen brengen uiterlijk twee weken voor het getuigenverhoor ingediend moeten hebben,

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2019.