Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:5227

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-11-2019
Datum publicatie
18-11-2019
Zaaknummer
361065
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Kort geding. Auteursrechtinbreuk op damesmodel parka’s. Ltd. als maker aangemerkt. Cofemel-arrest brengt geen wijziging in de naar Nederlands recht aan te leggen werktoets. Parka van eiser is auteursrechtelijk beschermd werk in zin van art. 10 Aw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/361065 / KG ZA 19-462

Vonnis in kort geding van 14 november 2019

in de zaak van

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

KRAKATAU LIMITED,

gevestigd te Hong Kong,

2. voorwaardelijk krachtens procesvolmacht

[naam eiser 2]

wonende te [woonplaats eiser 2]

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KRAKATAU B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen,

advocaten mrs. P.L. Reeskamp en A.M. van der Wal te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

THE STING B.V.,

gevestigd te Tilburg,

gedaagde,

advocaten mrs. P.N.A.M. Claassen en R. Chalmers Hoynck van Papendrecht te Breda.

Eiseres sub 1 zal hierna Krakatau Ltd. worden genoemd, voorwaardelijk eiser sub 2 [naam eiser 2] en eiseres sub 3 Krakatau B.V. Gezamenlijk zullen de eisende partijen Krakatau worden genoemd. Gedaagde partij zal The Sting worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 15

  • -

    de nagezonden producties 16 tot en met 18 van Krakatau

  • -

    de producties 1 tot en met 16 van The Sting

  • -

    de mondelinge behandeling van 5 november 2019

  • -

    de pleitnota van Krakatau

  • -

    de pleitnota van The Sting.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[naam eiser 2] (eiser sub 2) is enig bestuurder en aandeelhouder van Krakatau Ltd. Binnen Krakatau Ltd. worden modeartikelen ontwikkeld, die worden gekenmerkt door een architectonische benadering van kleding. Eén van deze kledingstukken is een parka, waarvan het vrouwenmodel de naam Qw183 draagt. De Qw183 is voorzien van een binnenjas, die zowel als voering in de buitenjas kan worden geritst alsook op zichzelf als jas al dan niet onder de parka kan worden gedragen. De Qw183 buiten- en binnenjas zien er als volgt uit:

2.2.

Krakatau B.V. houdt een exclusieve licentie op de wereldwijde verhandeling van de Krakatau collectie, met uitzondering van Rusland en China. Op 13 december 2017 is namens Krakatau B.V. een bijeenkomst georganiseerd in haar showroom in Amsterdam, waarbij de Qw183 voor het eerst aan publiek is getoond in Nederland. De Qw183 is vervolgens in het najaar van 2018 in de winkels en online beschikbaar gekomen voor de consument.

2.3.

The Sting is een Nederlandse modeketen met in totaal 53 vestigingen. The Sting heeft in het najaar van 2019 de zogenaamde Distrikt Foxy jas op de markt gebracht. Ook dit betreft een vrouwenmodel parka. De Distrikt Foxy jas is voorzien van een binnenjas, die zowel als voering in de buitenjas kan worden geritst alsook op zichzelf als jas al dan niet onder de parka kan worden gedragen. The Sting biedt de Distrikt Foxy jas aan in haar winkels, in ieder geval in Nederland. De Distrikt Foxy buiten- en binnenjas zien er als volgt uit:

2.4.

Begin oktober 2019 is Krakatau op de hoogte geraakt van de verkoop door The Sting van de Distrikt Foxy jas. Krakatau heeft The Sting bij brief van 8 oktober 2019 medegedeeld dat The Sting met haar Distrikt Foxy jas inbreuk maakt op de auteursrechten van Krakatau op de Qw183 en zij heeft The Sting gesommeerd dat inbreukmakend handelen onmiddellijk te staken.

2.5.

In reactie daarop heeft (de advocaat van) The Sting aan Krakatau bericht dat geen sprake is van inbreukmakend handelen. Wel heeft The Sting op dat moment de Distrikt Foxy jas tijdelijk uit de verkoop gehaald. Een toezegging dat de jas ook niet meer terug in de handel zal worden genomen, is tot op heden niet gegeven.

3 Het geschil

3.1.

Krakatau vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I The Sting te verbieden om, onmiddellijk na betekening van dit vonnis, op enigerlei wijze inbreuk te maken op de auteursrechten van Krakatau Ltd., althans onrechtmatig te handelen jegens Krakatau door het aanbieden, verkopen, in voorraad hebben, vervaardigen of doen vervaardigen van de Distrikt Foxy jas;

II Krakatau te machtigen om, na verloop van twee dagen na betekening van dit vonnis, op de markt aangetroffen Distrikt Foxy jassen op kosten van The Sting aan te doen kopen, en The Sting te bevelen het aankoopbedrag te betalen door overmaking op de rekening van Stichting Beheer Derdengelden Advocatuur DLA Piper Nederland N.V. met IBAN NL27 INGB 0 678 129 541 binnen vijf dagen nadat de advocaten van Krakatau The Sting een overzicht hebben gestuurd waarin de aankoopbedragen zijn gespecificeerd onder verwijzing naar kassabonnen betreffende de aankoop van de aangetroffen Distrikt Foxy jassen, een en ander vermeerderd met € 75,00 per (web)winkel waarin de aangetroffen Distrikt Foxy jassen zijn aangekocht (zulks ter dekking van de recall kosten);

III The Sting te bevelen om binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaten van Krakatau te bezorgen een - primair door de huisaccountant, subsidiair door The Sting zelf - verstrekte verklaring die een volledige specificatie dient te bevatten van:

i. het totale aantal door The Sting ingekochte, bestelde, ontvangen en/of in voorraad gehouden Distrikt Foxy jassen, gespecificeerd per leverancier en type, met opgave van alle inkoopprijzen en inkoopdata, met volledige overlegging van goed leesbare afschriften van alle orders, orderbevestigingen, facturen en andere inkoopbescheiden; en

ii. het totale aantal door The Sting reeds verkochte en/of geleverde en/of retour gezonden Foxy jassen, met opgave van alle verkoopprijzen en leverdata, met volledige overlegging van goed leesbare afschriften van alle orders, orderbevestigingen, facturen en andere verkoopbescheiden;

IV te bepalen dat bij overtreding van het onder I opgelegde verbod The Sting een dwangsom verbeurt van € 1.000,00 per product, en bij overtreding van de onder II en III vermelde bevelen een dwangsom van € 5.000,00 per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, met een maximum van € 1.000.000,00, respectievelijk € 100.000,00;

V The Sting te veroordelen tot betaling aan Krakatau van de volledige door Krakatau gemaakte redelijke en evenredige proceskosten en andere kosten als bedoeld in artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening, alsmede de nakosten.

3.2.

The Sting voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat eiseres sub 1 en voorwaardelijk eiser sub 2 zijn gevestigd/woonachtig zijn in Hong Kong. Gedaagde partij The Sting is gevestigd in Nederland en biedt ook in Nederland de in dit kort geding centraal staande Distrikt Foxy jas aan. Omdat The Sting is gevestigd in Nederland heeft de Nederlandse rechter internationale rechtsmacht op grond van artikel 4 lid 1 jo. artikel 6 lid 1 Brussel I-bis. Nu The Sting diverse vestigingen in Gelderland heeft, waaronder een winkel in de binnenstad van Arnhem, vindt het vermeende inbreukmakend handelen (ook) in Arnhem plaats en is de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, op de voet van artikel 102 Rv bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen.

4.2.

Ten aanzien van het toepasselijk recht heeft te gelden dat tussen partijen vaststaat dat op 13 december 2017 op initiatief van Krakatau Ltd. een bijeenkomst heeft plaatsgevonden in Amsterdam. Kennelijk is tijdens deze bijeenkomst (onder meer) de Qw183 getoond aan het aanwezige publiek. Op grond hiervan moet worden aangenomen dat de Qw183 door Krakatau Ltd. voor het eerst in Nederland openbaar is gemaakt. Dat geen sprake was van een openbaarmaking omdat enkel werknemers van Krakatau zelf aanwezig zouden zijn geweest, is onvoldoende onderbouwd. Artikel 8 Auteurswet (Aw) bepaalt dat indien een vennootschap een werk als van haar afkomstig openbaar maakt, zonder daarbij enig natuurlijk persoon als maker ervan te vermelden, de vennootschap, tenzij bewezen wordt dat de openbaarmaking onder de bedoelde omstandigheden onrechtmatig was, als de maker van dat werk wordt aangemerkt. Namens Krakatau Ltd. is in het kader van dit kort geding voldoende duidelijk gemaakt dat zij rechtmatig de Qw183 heeft gepresenteerd tijdens de bijeenkomst op 13 december 2017 en als maker in de zin van artikel 8 Aw heeft te gelden. Er bestaat geen aanleiding daaraan te twijfelen. Het had op de weg van The Sting gelegen om te stellen en zonodig te bewijzen dat ondanks de openbaarmaking eind 2017 Krakatau Ltd. niet de maker van de Qw183 zou zijn en de openbaarmaking daarom een onrechtmatig karakter had. Dat heeft zij niet gedaan. Bij gebreke daarvan, zal in dit kort geding op de voet van artikel 8 Aw Krakatau Ltd. als maker van de Qw183 worden aangemerkt. Verder staat vast dat Krakatau B.V. van Krakatau Ltd. een licentie heeft verkregen om de Qw183 in (onder meer) Nederland te verhandelen. Dit betekent dat Krakatau Ltd. op basis van makerschap en Krakatau B.V. op basis van haar licentie gerechtigd zijn op te treden tegen vermeend inbreukmakend handelen van derden in Nederland. De beoordeling of sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk en of daarop al dan niet inbreuk wordt gemaakt, moet daarom naar Nederlands recht geschieden.

4.3.

Of Krakatau Ltd. ook naar het recht van Hong Kong en China als maker en mogelijk auteursrechthebbende op de Qw183 kan worden aangemerkt, kan in het kader van dit kort geding niet worden vastgesteld en kan verder ook buiten beschouwing blijven. Krakatau Ltd. zal in dit kort geding niet om die reden en naar dat recht als maker van de Qw183 worden aangemerkt. Aangezien Krakatau Ltd. naar Nederlands recht wel als rechthebbende, zoals hierna zal blijken, op het auteursrecht moet worden aangemerkt en dus [naam eiser 2] niet, is aan de voorwaarde om [naam eiser 2] als eiser in te voegen niet voldaan. Als eisers in dit kort geding hebben daarom enkel Krakatau Ltd. en Krakatau B.V. te gelden.

4.4.

Om als auteursrechtelijk beschermd werk in de zin van artikel 10 Aw te kunnen worden aangemerkt, moet het voortbrengsel in kwestie oorspronkelijk zijn, dat wil zeggen niet ontleend zijn aan een ander werk, en een eigen intellectuele schepping zijn van de maker die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt en tot uiting komt door de vrije creatieve keuzes van de maker bij de totstandkoming van het werk. Het moet met andere woorden gaan om een voortbrengsel met een ‘eigen oorspronkelijk karakter’ die de ‘persoonlijke stempel van de maker’ draagt, welk criterium op hetzelfde neerkomt als de volgens het Europese Hof van Justitie benodigde ‘eigen intellectuele schepping’ als verwoord in het Infopaq 1-arrest (HvJ EG 16 juli 2009, NJ 2011/288 (Infopaq 1)). Ook een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen kan een (oorspronkelijk) werk zijn in de zin van de Auteurswet (HR 22 februari 2013, NJ 2013/501 (Stokke/H3 Products)). Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarin geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen (HR 30 mei 2008, NJ 2008/556 (Erven Endstra/Nieuw Amsterdam)). De keuzes van de maker mogen niet louter een technisch effect dienen of te zeer het resultaat zijn van een door technische uitgangspunten beperkte keuze. Verder geldt dat de enkele omstandigheid dat het werk of bepaalde elementen daarvan, passen binnen een bepaalde mode, stijl of trend niet betekent dat het werk of deze elementen zonder meer onbeschermd zijn. Het gaat erom of de vormgeving van de (combinatie van de) verschillende elementen zodanig is, dat aangenomen kan worden dat met het ontwerp door de maker op voldoende eigen wijze uiting is gegeven aan de vigerende stijl, trend of mode (HR 22 februari 2013, NJ 2013/501 (Stokke/H3 Products)). Daarbij is niet vereist dat de maker bewust een werk heeft willen scheppen en bewust creatieve keuzes heeft gemaakt (HR 30 mei 2008, NJ 2008/556 (Erven Endstra/Nieuw Amsterdam).

4.5.

Namens The Sting is betoogd dat sinds het Cofemel-arrest (HvJ EU 12 september 2019, ECLI:EU:C:2019:721) een wezenlijk andere en strengere toets dan hiervoor vermeld geldt om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen. Dat dat zo is, kan in zijn algemeenheid echter niet uit het Cofemel-arrest worden afgeleid. Uit dat arrest moet klaarblijkelijk worden afgeleid dat de enkele omstandigheid dat een werk een bepaalde esthetische of artistieke waarde heeft onvoldoende is om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen. Voor het Nederlandse recht betekent dat geen wijziging in de aan te leggen werktoets, namelijk dat het werk het persoonlijk stempel van de maker moet dragen en dus moet berusten op creatieve keuzes, ongeacht of die keuzes tot een esthetisch resultaat leiden.

4.6.

Voor de beantwoording van de vraag of voorts sprake is van inbreuk op een auteursrecht dient in een geval als hier aan de orde te worden beoordeeld in welke mate de totaalindrukken van het beweerdelijk inbreuk makende werk en het beweerdelijk bewerkte of nagebootste werk overeenstemmen. De auteursrechtelijk beschermde trekken of elementen van laatstbedoeld werk zijn daarbij bepalend. Bij de vergelijking van de totaalindrukken dienen ook onbeschermde elementen in aanmerking te worden genomen, voor zover de combinatie van al deze elementen in het beweerdelijk nagebootste werk aan de “werktoets” beantwoordt (HR 29 december 1995, NJ 1996/546 (Decaux/Mediamax)).

4.7.

Met inachtneming van al het vorenstaande, wordt als volgt overwogen. The Sting heeft zich allereerst op het standpunt gesteld dat de Qw183 geen eigen oorspronkelijk karakter heeft, omdat de parka is ontleend aan een eerder door Krakatau B.V. op de markt gebracht model (regen)jas waarvoor destijds en nog altijd geen auteursrechtelijke bescherming is ingeroepen. Dat standpunt kan niet worden gehonoreerd. Er bestaat geen serieuze twijfel dat één van de eisende partijen in dit kort geding, die nauw aan elkaar zijn gelieerd, ook van dat eerdere model de maker is en het staat de maker als zodanig vrij een eigen creatie verder te ontwikkelen. Aangenomen moet worden dat ook als de maker zich met betrekking tot het eerdere model niet kenbaar op auteursrechtelijke bescherming heeft beroepen, dat er niet aan in de weg staat dat het doorontwikkelde model nog steeds een eigen oorspronkelijk karakter kan hebben voor zover het niet ontleend is aan werken van anderen. Dat de Qw183 is ontleend aan de Hachi jas van het merk People of Shibuya, die ter zitting is getoond, kan niet worden aangenomen omdat de verschillen met die jas te groot zijn.

4.8.

Ten aanzien van het persoonlijk stempel van de maker heeft Krakatau niet betwist dat de elementen die (gezichts)bepalend zijn voor de Qw183 op zichzelf geen auteursrechtelijk beschermde elementen zijn. Dat neemt niet weg dat de wijze waarop die elementen zijn verwerkt, gebaseerd kunnen zijn op eigen creatieve keuzes van de maker die een werk auteursrechtelijke bescherming verlenen. De Qw183 wordt gekenmerkt door een geheel glad front dat niet is voorzien van zakken, kleppen of logo’s in welke vorm dan ook. Op het midden van het front bevindt zich een brede aangezette band over de gehele lengte van het front van de jas, die de zich daarachter bevindende ritssluiting aan het oog onttrekt. In deze band zijn magneten aangebracht waarmee de band kan worden gesloten en als gevolg daarvan bevindt zich in de brede band geen zichtbare sluiting, afgezien van een drukknoop bovenaan en onderaan de band. Verder is het front aan weerszijden van de brede band voorzien van schuin verlopende brede zwarte rubberen ritsen met afdekkapjes aan de bovenzijde, waarachter zich zakken aan de binnenzijde van de jas bevinden die uiterlijk niet zichtbaar zijn. Kenmerkend voor de Qw183 is verder dat de jas aan beide zijkanten is voorzien van eenzelfde soort ritssluitingen als op het front, waarmee het voor- en achterpand van de jas van elkaar kunnen worden gescheiden. De buitenzijde van de Qw183 is uitgevoerd in een heel gladde en soepel vallende stof. Verder is de capuchon van de jas aan de voorzijde voorzien van een kunststof rand in een contrasterende kleur en zijn aan de voorzijden van de capuchon twee openingen aangebracht waardoor een koord loopt dat als lus naar buiten komt en waarmee de capuchon kan worden aangetrokken. De jas is verder voorzien van een binnenjas die als een voering aan de parka kan worden geritst, maar ook als geheel losse jas kan worden gedragen. Deze binnenjas wordt gekenmerkt door contrasterende kleuren aan de binnen- en buitenzijde en door de mogelijkheid om de jas met zowel de ene als de andere kleur aan de buitenkant te dragen. De binnenjas is uitgevoerd in een gewatteerd aanzien en de mouwen zijn voorzien van elastische manchetten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de combinatie van al deze los van elkaar reeds in de markt bekende en in beginsel onbeschermde elementen maakt dat ten aanzien van de Qw183 sprake is van creatieve keuzes van de maker die de jas als geheel toch een eigen duidelijk herkenbaar aanzien en karakter geven, met een duidelijk gestileerd en in het oog springend beeld tot gevolg. Dat de opgezette brede band op het front van de Qw183 kennelijk eigenlijk op een foutje in het ontwerpproces berust, is gelet op het hiervoor onder 4.4. aangehaalde Endstra-arrest niet relevant omdat daaruit volgt dat niet is vereist dat bewust creatieve keuzes zijn gemaakt.

4.9.

Gebleken is dat de combinatie van alle bovenstaande elementen op vrijwel gelijke wijze is terug te vinden in de Distrikt Foxy jas van The Sting. Tussen de twee jassen bestaan, zoals The Sting betoogt, ook wel enkele verschillen, maar die zijn in het geheel van creatieve keuzes die zijn gemaakt van ondergeschikte betekenis en niet relevant voor de totaalindruk die de jas maakt. Dat de Distrikt Foxy jas zoveel gelijkenis vertoont met de Qw183 berust, zoals ter zitting bleek, ook niet op toeval. Namens The Sting is verklaard dat men voor het winterseizoen op zoek was naar een aansprekend model jas, naar aanleiding daarvan in de markt is gaan kijken en toen de Qw183 tegenkwam. Vervolgens heeft The Sting naar eigen zeggen een exemplaar van de Qw183 gekocht en naar China gestuurd met de vraag of men zoiets voor haar zou kunnen maken. Hoewel The Sting heeft benadrukt dat zij niet heeft gevraagd om de Qw183 te kopiëren, leidt het mede gezien voornoemde gang van zaken geen twijfel dat The Sting erop uit was een jas op de markt te brengen die in belangrijke mate zou overeenstemmen met de Qw183. Detail daarbij is dat zelfs op het plastic stoppertje dat aan het koord in de capuchon van de Distrikt Foxy jas is bevestigd het logo van Krakatau is afgebeeld, dat inmiddels ook als beeldmerk van Krakatau is geregistreerd bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom. Dit onderstreept dat in belangrijke mate sprake is geweest van het kopiëren van de Qw183.

4.10.

Bij deze stand van zaken moet worden aangenomen dat de Qw183 een eigen oorspronkelijk karakter heeft en de persoonlijke stempel van de maker draagt en aldus een auteursrechtelijk beschermd werk is in de zin van artikel 10 Aw. Daarnaast moet worden geconcludeerd dat The Sting met haar Distrikt Foxy jas inbreuk op dat aan Krakatau B.V. toekomende auteursrecht op de Qw183 maakt. Dat wordt niet anders doordat The Sting in eerdere seizoenen ook bezig is geweest met het ontwerpen van (winter)parka’s. De jassen die zij in dat verband ter zitting heeft getoond, bevatten al dan niet in aanzet wel enkele elementen van de Qw183 en Distrikt Foxy jas in kwestie, maar het geheel van die elementen geeft die jassen een heel ander aanzien en berust op andere (creatieve) keuzes van de maker. Dit leidt ertoe dat het onder I gevorderde verbod om inbreuk te maken op de auteursrechten van Krakatau B.V. zal worden toegewezen.

4.11.

Vaststaat dat The Sting enkele weken geleden in afwachting van de uitkomst van dit kort geding alle Distrikt Foxy jassen (voorlopig) uit haar winkels heeft gehaald. Op basis daarvan moet worden aangenomen dat The Sting kennelijk zelf in staat is op korte termijn ervoor zorg te dragen dat deze jassen niet (langer) door haar worden verhandeld. Een verbod tot het (opnieuw) verhandelen van de jassen op straffe van een forse dwangsom zal daarom naar verwachting voldoende effect hebben om te voorkomen dat The Sting het hiervoor onder 4.10. bedoelde verbod zal overtreden. De onder II gevorderde zogenaamde recall-vordering is gelet daarop niet nodig en zal worden afgewezen. De op te leggen dwangsom zal worden bepaald op € 1.000,00 per jas, tot een maximum van € 1.500.000,00 zal zijn bereikt. Deze dwangsom zal worden toegewezen vanaf vijf werkdagen na betekening van dit vonnis, omdat aannemelijk is dat The Sting zoals betoogd enige tijd nodig heeft de jassen uit haar winkels te halen en de vervaardiging daarvan te doen stoppen.

4.12.

Het onder III gevorderde bevel tot het verstrekken van een gespecificeerde verklaring over kort gezegd het totaal door The Sting ingekochte en reeds verkochte aantal Distrikt Foxy jassen zal als onweersproken worden toegewezen. Er bestaat voldoende samenhang tussen deze vordering en het onder I gevorderde verbod tot inbreukmakend handelen om ook deze vordering in kort geding te behandelen en nu Krakatau bij het gevorderde verbod voldoende spoedeisend belang heeft, moet worden aangenomen dat dit belang ook bij de nevenvordering bestaat. Het bevel zal op de voet van artikel 611a Rv worden verstrekt met een dwangsom van € 5.000,00 per dag, een dagdeel daaronder begrepen, tot een maximum van € 100.000,00 zal zijn bereikt. Krakatau heeft niet gesteld waarom een door The Sting zelf opgestelde verklaring niet afdoende zou zijn, zodat geen aanleiding bestaat deze door een accountant te laten opstellen.

4.13.

The Sting zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Krakatau heeft in dat verband de werkelijk gemaakte advocaatkosten gevorderd. Op de voet van artikel 1019h Rv wordt de in het ongelijk gestelde partij desgevorderd veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Krakatau heeft ter onderbouwing van haar vordering een urenspecificatie van haar advocaten overgelegd, waaruit blijkt dat de advocaatkosten in totaal € 44.850,00 bedragen. The Sting heeft verweer gevoerd tegen de hoogte van dit bedrag en zich op het standpunt gesteld dat de kosten buitensporig zijn en zouden moeten worden gematigd tot het standaard indicatietarief voor IE-zaken. In reactie daarop heeft Krakatau de opgevoerde kosten nader onderbouwd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat sprake is van een ernstige inbreuk in de kledingbranche, die in zijn algemeenheid maar ook in het onderhavige geval vrij uitgebreid onderzoek vergt om de inbreuk behoorlijk te onderbouwen en daartegen gevoerde verweren te kunnen pareren. Het bedrag van € 44.850,00 komt gelet op de aard en omvang van dit kort geding niet onevenredig of excessief voor, zodat geen aanleiding bestaat de kosten te matigen tot het indicatietarief. Wel zullen de kosten met 10% worden verminderd, omdat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dat gedeelte van de opgevoerde uren is besteed aan de subsidiaire grondslag van de vordering, te weten slaafse nabootsing. Met inachtneming daarvan, worden de kosten aan de zijde van Krakatau tot op heden begroot op:

  • -

    explootkosten € 81,83

  • -

    griffierecht € 639,00

  • -

    salaris advocaat € 40.365,00 (90% van € 44.850,00)

Totaal € 41.085,83

4.14.

De gevorderde wettelijke rente en nakosten zullen worden toegewezen als na te melden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt The Sting met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis op enigerlei wijze inbreuk te maken op de auteursrechten van Krakatau B.V. door het aanbieden, verkopen, in voorraad hebben, vervaardigen of doen vervaardigen van de Distrikt Foxy jas, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per product vanaf vijf werkdagen na betekening van dit vonnis, tot een maximum van € 1.500.000,00 is bereikt,

5.2.

beveelt The Sting binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaten van Krakatau te bezorgen een door The Sting verstrekte verklaring die een volledige specificatie dient te bevatten van:

  1. het totale aantal door The Sting ingekochte, bestelde, ontvangen en/of in voorraad gehouden Distrikt Foxy jassen, gespecificeerd per leverancier en type, met opgave van alle inkoopprijzen en inkoopdata, met volledige overlegging van goed leesbare afschriften van alle orders, orderbevestigingen, facturen en andere inkoopbescheiden; en

  2. het totale aantal door The Sting reeds verkochte en/of geleverde en/of retour gezonden Distrikt Foxy jassen, met opgave van alle verkoopprijzen en leverdata, met volledige overlegging van goed leesbare afschriften van alle orders, orderbevestigingen, facturen en andere verkoopbescheiden,

op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,

5.3.

veroordeelt The Sting tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Krakatau tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 41.085,83, waarin begrepen € 40.365,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis,

5.4.

veroordeelt The Sting in de kosten die zijn ontstaan na dit vonnis, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, en € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden,

5.5.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.H.J. Krijnen op 14 november 2019.