Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:507

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-01-2019
Datum publicatie
11-02-2019
Zaaknummer
C/05/348190/KG RK 19/47
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat de beslissing van de rechter om een datum te bepalen waarop vonnis wordt gewezen niet zo zeer onbegrijpelijk is, dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de vrees dat de rechter partijdig is dan wel jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, objectief gerechtvaardigd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/348190 / KG RK 19/47

Beslissing van 29 januari 2019

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker]

hierna te noemen: verzoeker,

gemachtigde: J. Makkelie

strekkende tot de wraking van

mr. F.M.Th. Quaadvliet,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de kantonrechter.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het schriftelijke wrakingsverzoek van 10 januari 2019

  • -

    de schriftelijke reactie van de kantonrechter van 21 januari 2019

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 29 januari 2019

1.2

Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:

  • -

    verzoeker

  • -

    de kantonrechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen

1.3

Nadat de behandeling van het wrakingsverzoek is gesloten, heeft de wrakingskamer na een korte schorsing direct mondeling uitspraak gedaan. Het wrakingsverzoek is afgewezen. Hierna volgt de motivering van deze mondelinge uitspraak.

2 Het wrakingsverzoek

2.1

Het verzoek strekt tot wraking van de kantonrechter in de zaak met nummer 7090537 CV EXPL 18-2794 (de bodemzaak) tussen verzoeker en Univé Schade N.V. (hierna: de wederpartij).

2.2

Verzoeker heeft, blijkens het schriftelijke verzoek en zijn mondelinge toelichting ter zitting, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd.

Verzoeker stelt dat de kantonrechter bij hem de indruk heeft gewekt dat zij de wederpartij in de bodemprocedure bevoordeeld. Op 14 december 2018 heeft de wederpartij een conclusie van dupliek in reconventie (met producties) ingediend. De kantonrechter heeft vervolgens bepaald dat vonnis wordt gewezen. Verzoeker heeft de kantonrechter op 19 december 2018 – tevergeefs – verzocht om inhoudelijk te mogen reageren op de conclusie van dupliek in reconventie, omdat deze conclusie, nog niet besproken inhoudelijke argumenten bevat die verzoeker, met bewijsmiddelen, wenst te weerleggen. Omdat de kantonrechter verzoeker de mogelijkheid ontneemt om inhoudelijk op de laatst ingediende producties te reageren, stelt zij de wederpartij meer dan verzoeker in staat producties in te brengen en haar standpunten te bepleiten, aldus verzoeker.

2.3

De kantonrechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Zij voert allereerst aan dat een procedurele beslissing in beginsel geen grond voor wraking kan vormen en niet valt in te zien dat de rechterlijke onpartijdigheid in deze zaak enige schade heeft kunnen leiden. De kantonrechter heeft voorts in haar reactie toegelicht dat na de conclusie van dupliek in principe de conclusiewisseling ten einde is. Zij heeft daarnaast aangevoerd dat in algemene zin geldt dat voor zover in een conclusie van dupliek nieuwe stellingen zijn ingenomen, de rechter die stellingen niet voor onweersproken mag achten en de rechter nadere conclusies kan toestaan ingeval dit voor een goede instructie van de zaak dan wel met het oog op het beginsel van hoor en wederhoor noodzakelijk is.

3 De beoordeling

3.1

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.

3.2

Verzoeker vindt de kantonrechter vooringenomen omdat zij een volgens verzoeker onjuiste beslissing heeft genomen door te bepalen dat vonnis wordt gewezen zonder hem in de gelegenheid te stellen te reageren op de conclusie van dupliek in reconventie met producties, althans door niet in te gaan op zijn verzoek daar nog op te reageren voordat vonnis wordt gewezen.

De juistheid van deze rechterlijke beslissing kan echter alleen worden beoordeeld als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. De wrakingsprocedure is daarvoor niet bestemd, omdat het daarin uitsluitend gaat over de (schijn van) vooringenomenheid van de rechter. Ook in een geval als het onderhavige, waarin hoger beroep vanwege een te beperkt geldelijk belang van de vordering niet mogelijk is, is de wrakingsprocedure niet bestemd om alsnog een beroepsmogelijkheid te creëren. Alleen als de beslissing, gelet op de motivering of de wijze van totstandkoming, zo onjuist of onbegrijpelijk is dat deze naar objectieve maatstaven uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard, is er grond voor wraking. De aangevoerde grond haalt deze hoge drempel niet.

3.3

Daarom wordt het verzoek afgewezen.

4 De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beslissing is gegeven door de mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. R.M.H. Pennings en mr. H.C. Leemreize in tegenwoordigheid van de griffier [naam griffier] en in openbaar uitgesproken op 29 januari 2019.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.