Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:4856

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-10-2019
Datum publicatie
05-11-2019
Zaaknummer
05/840602-17 en 05/840592-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poolse man wordt veroordeeld tot onder meer een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor het stalken en bedreigen van zijn ex-vriendin en het verspreiden van naaktfoto’s van haar. Daarnaast weigerde hij mee te werken aan een ademanalyse, had hij een vals rijbewijs en heeft hij goederen in de woning van zijn ex-vriendin vernield. De rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat verdachte zijn ex-vriendin lange tijd in angst heeft laten leven en dat zij ook nu nog dagelijks de gevolgen van zijn handelen voelt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/840602-17 en 05/840592-17

Datum uitspraak : 30 oktober 2019

Verstek

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 juli 2018 en 16 oktober 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

in de zaak met parketnummer 05/840602-17

1.

hij op of omstreeks 05 maart 2017 te Renkum opzettelijk en wederrechtelijk een ruit/raam (van de deur van de keuken naar de serre) en/of het kozijn van voornoemde deur en/of een muur (in de woning gelegen aan [adres] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Vivare en/of [benadeelde 1] , heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2.

hij op of omstreeks 05 maart 2017 te Renkum een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een nationaal (Pools) rijbewijs, met rijbewijsnummer: [nummer 1] en/of documentnummer: [nummer 2] , op naam gesteld van, verdachte, [verdachte] , waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 05 maart 2017 te Renkum, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een (personen)auto (te weten een Seat Toledo met kenteken [kenteken] ) te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en/of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen;

4.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 augustus 2016 tot en met 28 augustus 2016 te Renkum opzettelijk de eer en/of de goede naam van [benadeelde 1] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door via Facebook (Messenger) een of meerdere naaktfoto's van die [benadeelde 1] naar (meerdere) perso(o)n(en) (te weten o.a. [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of [getuige 3]

en/of [getuige 4] ) (rond) te sturen en/of (daarbij) (in de Poolse taal) - zakelijk weergegeven - de volgende tekst geschreven:

- ( het bericht aan [getuige 1] ) "dat aangeefster vies maar goed was" en/of

- ( het bericht aan [getuige 4] ) "Jou moeder is een hoer, jou moeder heeft in de slaapkamer vijf vibrators en jou moeder moet het met de vibrators goedmaken" en/of

- ( het bericht aan [getuige 3] ) "Jou mama is een hoer, zij heeft drie geen echte penissen waarmee zij zichzelf goed maakt en jou moeder is seksverslaafd. Je moeder heeft vijf vibrators",

althans woorden van gelijke aard of strekking;

5.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 augustus 2016 tot en met 28 augustus 2016 te Renkum [benadeelde 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door via Facebook Messenger (meerdere) berichten (in de Poolse taal) naar die [benadeelde 1] te sturen, met daarin onder andere de volgende tekst(en):

- " Ik ga je afmaken" en/of

- " Ik ga je afmaken voor wat je hebt gedaan estere esterko" en/of

- " Ik ga jou/haar afmaken dat beloof ik" en/of

- " Slet ik jou maar ze gaat dood, dat beloof ik" en/of

- " Slet, ik maak je kapot. Waak over jezelf" en/of

- " Als ik jou/haar tegenkom, maaar ik jou/haar af",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

in de zaak met parketnummer 05/840592-17

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 maart 2017 tot en met 14 mei 2017 te Renkum en/of Velp (Ge) en/of een of meerdere (onbekend gebleven) (woon)plaats(en) in Polen, althans in Nederland en/of Polen, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 8 maart 2017 gegeven door de officier van justitie te arrondissement Oost-Nederland immers heeft verdachte opzettelijk, op een of meerdere tijdstippen in de periode van 13 maart 2017 tot en met 14 mei 2017 (via WhatsApp, Messenger, Sms-bericht(en)) contact gezocht met [benadeelde 1] , door haar, die [benadeelde 1] ,

- meerdere WhatsApp- en/of SMS-berichten te sturen en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) op te bellen en/of - zich te begeven nabij/rondom/in de buurt van de woning gelegen aan de [adres] te Renkum;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 augustus 2016 tot en met 1 april 2017 te Renkum en/of Velp (Ge) en/of een of meerdere (onbekend gebleven) (woon)plaats(en) in Polen, althans in Nederland en/of Polen, [benadeelde 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde

[benadeelde 1] via WhatsApp en/of SMS (meerdere) berichten te gestuurd en daarin (onder andere) dreigend de woorden toegevoegd - zakelijk weergegeven - :

- " Als ik je dochter zie maak ik haar dood!" en/of

- " Je gaat dood. Jij en je dochter worden gehandicapt" en/of

- " Mijn broer gaat jou doodmaken, ik kan er niks aan doen, je hoeft geen politie te bellen" en/of

- " Ik maak je dood, je moet oppassen" en/of

- " Ik beloof dat ik haar (dochter van [benadeelde 1] ) dood maak" en/of

- " Jij gaat dood en dan ga ik maar de gevangenis in, maar ze houden je in de gaten" en/of

- " Je bent het grootste afval in mijn leven wat ik heb gezien. Dus jou leven is aan zijn einde" en/of

- " Hoer, laat maar dat afmaken, slet iemand gaat je bezoeken. Hou je taai." en/of

- " Ik beloof dat ik ga haar afmaken. Succes. Ik ben klaar. Wees gelukkig." en/of

- " Het is al besloten. Niemand kan je helpen wanneer je het gaat voelen. Het maakt me niets uit maar jij gaat dood."

3.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks 13 maart 2017 tot en met 14 mei 2017 te Renkum en/of Velp (Ge) en/of een of meerdere (onbekend gebleven) (woon)plaats(en) in Polen, althans in Nederland en/of Polen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde 1] , met het oogmerk

die [benadeelde 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar vele malen, althans meermalen,

- ( een) Sms-bericht(en) en/of WhatsApp-bericht(en) en/of Facebook Messenger bericht(en) naar/aan die [benadeelde 1] gezonden/verstuurd en/of

- telefonisch contact gehad/gezocht met die [benadeelde 1] en/of

- op (een) datingsite(s) (te weten onder andere www.xhamster.com) (een) account(s) aangemaakt en/of (vervolgens) daarop (meerdere) (naakt)foto's van die [benadeelde 1] geplaatst en/of (in naam van die [benadeelde 1] ) (een) afspra(a)k(en) met man(nen) gemaakt.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

In de zaak met parketnummer 05/840602-17, Feit 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte en aangeefster [benadeelde 1] hebben een relatie gehad.2

Op 5 maart 2017 was verdachte in de woning van aangeefster [benadeelde 1] , aan de [adres] te Renkum.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

De beoordeling door de rechtbank

Aangeefster verklaart dat zij zag dat [verdachte] weer had gedronken. Ze merkte dat hij agressief was. Aangeefster verklaart dat [verdachte] de deur van de serre zo hard dichtgooide, dat het glas van de deur eruit sprong.

Verdachte verklaart dat hij de deur van de serre uit zijn handen liet glijden en dat hij deze deur vervolgens erg hard dichtsloeg waarna hij het glas is gaan opruimen.4

De getuige [getuige 4] zag dat verdachte met de hamer tegen de muur en op een tafel sloeg.5

Op grond van het voorgaande en de hieronder vermelde blaastest waaruit blijkt dat verdachte indicatie F blies (570 ug/l of meer), acht de rechtbank het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

In de zaak met parketnummer 05/840602-17, Feiten 2 en 3

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Toen verbalisanten ter plaatse kwamen in Renkum, zagen zij verdachte in zijn auto. Tijdens het aanspreken van verdachte roken verbalisanten dat de adem van verdachte rook naar alcoholhoudende drank. 6 Tijdens de aanhouding overhandigde verdachte aan verbalisanten een op zijn naam staand rijbewijs.7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

De beoordeling door de rechtbank

Naar aanleiding van de melding van feit 1, komen verbalisanten ter plaatse. Verdachte heeft op dat moment de woning verlaten, maar verbalisanten zien vervolgens verdachte in een auto komen aanrijden. Omdat zij het vermoeden hadden dat verdachte alcoholhoudende drank had genuttigd, is bij verdachte een ademtest afgenomen. Deze gaf de indicatie F, waarna verdachte werd aangehouden. Ondanks dat hem driemaal werd gevorderd mee te werken aan een ademanalyse, gaf verdachte aan niet mee te willen werken.8

Tijdens zijn aanhouding overhandigde verdachte een op zijn naam staand rijbewijs met rijbewijsnummer [nummer 1] en documentnummer [nummer 2] .9 Dit rijbewijs is door de Koninklijke Marechaussee op echtheid onderzocht, waarbij werd geconstateerd dat het vals is.10 Dat verdachte wist dat dit rijbewijs vals is, leidt de rechtbank af uit het feit dat verdachte verklaart dat hij in Polen geslaagd is voor zijn rijbewijs en dat hij dit rijbewijs niet gekocht heeft op internet. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, is het niet aannemelijk dat verdachte van de Poolse autoriteiten een vals rijbewijs ontvangen heeft. Voorts is verdachte drie jaar eerder ook aangehouden met een vals rijbewijs, waarvan hij toen stelde het op internet te hebben gekocht.11

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank ook de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

In de zaak met parketnummer 05/840602-17, Feiten 4 en 5

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van 26 augustus 2016 tot en met 27 augustus 2016 zijn via Facebook (Messenger) naaktfoto’s van aangeefster [benadeelde 1] naar [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] gestuurd met daarbij de in de Poolse taal geschreven teksten:

- ( het bericht aan [getuige 1] ) "dat aangeefster vies maar goed was" en

- ( het bericht aan [getuige 4] ) "Jouw moeder is een hoer, jouw moeder heeft in de slaapkamer vijf vibrators en jouw moeder moet het met de vibrators goedmaken" en

- ( het bericht aan [getuige 3] ) "Jouw mama is een hoer, zij heeft drie geen echte penissen waarmee zij zichzelf goed maakt en jouw moeder is seksverslaafd. Je moeder heeft vijf vibrators", of soortgelijke teksten.12

In de periode van 26 augustus 2016 tot en met 27 augustus 2016 heeft aangeefster [benadeelde 1] via Facebook Messenger diverse berichten (in de Poolse taal) ontvangen, met daarin onder andere de volgende teksten:

- " Ik ga je afmaken" en

- " Ik ga je afmaken voor wat je hebt gedaan estere esterko" en

- " Ik ga jou/haar afmaken dat beloof ik" en

- " Slet ik jou maar ze gaat dood, dat beloof ik" en

- " Slet, ik maak je kapot. Waak over jezelf" en

- " Als ik jou/haar tegenkom, maak ik jou/haar af",

of woorden van gelijke aard en/of strekking.13

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

De beoordeling door de rechtbank

Op 29 augustus 2016 doet aangeefster aangifte tegen verdachte. Via het account van verdachte zijn berichten met onder meer naaktfoto’s van aangeefster verzonden naar familie en vrienden van aangeefster.14 De dochter van aangeefster heeft bedreigende tekstberichten op de telefoon van haar moeder gelezen die van verdachte afkomstig zijn.15 Daarnaast heeft zij verklaard dat zij, haar vriend en haar broertje en ook vriendinnen van haar moeder via Facebook Messenger naaktfoto’s van haar moeder hebben ontvangen, die verzonden zijn door verdachte.16

Verdachte heeft verklaard dat hij deze berichten niet heeft verstuurd, maar dat zij verzonden zijn door aangeefster en haar dochter. Zij hebben de beschikking over zijn inloggegevens voor Facebook en zij willen hem naar de gevangenis sturen.

De rechtbank vindt dit verweer van verdachte niet aannemelijk. De verzonden berichten zijn immers zeer bedreigend en belastend voor aangeefster. Voorts heeft verdachte zijn verweer op geen enkele wijze onderbouwd.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank ook de onder 4 en 5 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

In de zaak met parketnummer 05/840592-17, Feiten 1, 2 en 3

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 8 maart 2017 is een gedragsaanwijzing voor de duur van 90 dagen uitgereikt aan verdachte. Hij kreeg een contactverbod met aangeefster [benadeelde 1] en een locatieverbod rondom de woning van aangeefster.17

In periodes van 28 augustus 2016 tot en met 1 april 2017 heeft aangeefster [benadeelde 1] meerdere berichten in de Poolse taal via WhatsApp, SMS en/of Facebook Messenger ontvangen inhoudende de teksten:
- "Als ik je dochter zie maak ik haar dood!" en/of

- " Je gaat dood. Jij en je dochter worden gehandicapt" en/of

- " Mijn broer gaat jou doodmaken, ik kan er niks aan doen, je hoeft geen politie te bellen" en/of

- " Ik maak je dood, je moet oppassen" en/of

- " Ik beloof dat ik haar (dochter van [benadeelde 1] ) dood maak" en/of

- " Jij gaat dood en dan ga ik maar de gevangenis in, maar ze houden je in de gaten" en/of

- " Je bent het grootste afval in mijn leven wat ik heb gezien. Dus jou leven is aan zijn einde" en/of

- " Hoer, laat maar dat afmaken, slet iemand gaat je bezoeken. Hou je taai." en/of

- " Ik beloof dat ik ga haar afmaken. Succes. Ik ben klaar. Wees gelukkig." en/of

- " Het is al besloten. Niemand kan je helpen wanneer je het gaat voelen. Het maakt me niets uit maar jij gaat dood."18

Daarnaast is op datingsites zoals www.xhamster.com een account aangemaakt waarop (naakt)foto's van aangeefster [benadeelde 1] zijn geplaatst en zijn in haar naam afspraken met mannen gemaakt.19

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

De beoordeling door de rechtbank

In de zaak met parketnummer 05/840602-17 heeft de rechtbank geconcludeerd dat verdachte naaktfoto’s van aangeefster heeft verspreid naar familie en vrienden van aangeefster. Diezelfde foto’s zijn geplaatst op websites, met daarbij het telefoonnummer van aangeefster. Anders dan verdachte heeft verklaard, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat een ander dan verdachte dit heeft gedaan. Het verweer is immers op geen enkele wijze onderbouwd. Voorts had verdachte de beschikking over de bewuste foto’s en heeft deze al eerder in de openbaarheid gebracht met het kennelijke doel om aangeefster te kwetsen.

Aangeefster heeft een overzicht van ontvangen berichten overhandigd aan verbalisanten. Deze zijn verzonden vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer] , zijnde één van de nummers die in gebruik zijn bij verdachte.20 Uit genoemd overzicht volgt dat verdachte – in strijd met de gedragsaanwijzing – dreigberichten heeft gestuurd naar aangeefster.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

in de zaak met parketnummer 05/840602-17

1.

hij op of omstreeks 05 maart 2017 te Renkum opzettelijk en wederrechtelijk een ruit/raam (van de deur van de keuken naar de serre) en/of het kozijn van voornoemde deur en/of een muur (in de woning gelegen aan [adres] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Vivare en/of [benadeelde 1] , toebehoort, heeft vernield en/of beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2.

hij op of omstreeks 05 maart 2017 te Renkum een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een nationaal (Pools) rijbewijs, met rijbewijsnummer: [nummer 1] en/of documentnummer: [nummer 2] , op naam gesteld van, verdachte, [verdachte] , waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 05 maart 2017 te Renkum, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een (personen)auto (te weten een Seat Toledo met kenteken [kenteken] ) te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en/of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen;

4.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 augustus 2016 tot en met 27 augustus 2016 te Renkum opzettelijk de eer en/of de goede naam van [benadeelde 1] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door via Facebook (Messenger) een of meerdere naaktfoto's van die [benadeelde 1] naar (meerdere) perso(o)n(en) (te weten o.a. [getuige 1] en/of [getuige 2] en/of [getuige 3] en/of [getuige 4] ) (rond) te sturen en/of (daarbij) (in de Poolse taal) - zakelijk weergegeven - de volgende tekst geschreven:

- ( het bericht aan [getuige 1] ) "dat aangeefster vies maar goed was" en/of

- ( het bericht aan [getuige 4] ) "Jouw moeder is een hoer, jouw moeder heeft in de slaapkamer vijf vibrators en jouw moeder moet het met de vibrators goedmaken" en/of

- ( het bericht aan [getuige 3] ) "Jouw mama is een hoer, zij heeft drie geen echte penissen waarmee zij zichzelf goed maakt en jouw moeder is seksverslaafd. Je moeder heeft vijf vibrators",

althans woorden van gelijke aard of strekking;

5.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 augustus 2016 tot en met 27 augustus 2016 te Renkum [benadeelde 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door via Facebook Messenger (meerdere) berichten (in de Poolse taal) naar die [benadeelde 1] te sturen, met daarin onder andere de volgende tekst(en):

- " Ik ga je afmaken" en/of

- " Ik ga je afmaken voor wat je hebt gedaan estere esterko" en/of

- " Ik ga jou/haar afmaken dat beloof ik" en/of

- " Slet ik jou maar ze gaat dood, dat beloof ik" en/of

- " Slet, ik maak je kapot. Waak over jezelf" en/of

- " Als ik jou/haar tegenkom, maak ik jou/haar af",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

in de zaak met parketnummer 05/840592-17

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 maart 2017 tot en met 1 april 2017 te Renkum en/of Velp (Gld) en/of een of meerdere (onbekend gebleven) (woon)plaats(en) in Polen, althans in Nederland en/of Polen, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 8 maart 2017 gegeven door de officier van justitie te arrondissement Oost-Nederland immers heeft verdachte opzettelijk, op een of meerdere tijdstippen in de periode van 13 maart 2017 tot en met 1 april 2017 (via WhatsApp, Messenger, Sms-bericht(en)) contact gezocht met [benadeelde 1] , door haar, die [benadeelde 1] ,

- meerdere WhatsApp- en/of SMS-berichten te sturen en/of

- een of meerdere ke(e)r(en) op te bellen en/of

- zich te begeven nabij/rondom/in de buurt van de woning gelegen aan de [adres] te Renkum;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 augustus 2016 tot en met 1 april 2017 te Renkum en/of Velp (Gld) en/of een of meerdere (onbekend gebleven) (woon)plaats(en) in Polen, althans in Nederland en/of Polen, [benadeelde 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde 1] via WhatsApp en/of SMS (meerdere) berichten te gestuurd en daarin (onder andere) dreigend de woorden toegevoegd - zakelijk weergegeven - :

- " Als ik je dochter zie maak ik haar dood!" en/of

- " Je gaat dood. Jij en je dochter worden gehandicapt" en/of

- " Mijn broer gaat jou doodmaken, ik kan er niks aan doen, je hoeft geen politie te bellen" en/of

- " Ik maak je dood, je moet oppassen" en/of

- " Ik beloof dat ik haar (dochter van [benadeelde 1] ) dood maak" en/of

- " Jij gaat dood en dan ga ik maar de gevangenis in, maar ze houden je in de gaten" en/of

- " Je bent het grootste afval in mijn leven wat ik heb gezien. Dus jou leven is aan zijn einde" en/of

- " Hoer, laat maar dat afmaken, slet iemand gaat je bezoeken. Hou je taai." en/of

- " Ik beloof dat ik ga haar afmaken. Succes. Ik ben klaar. Wees gelukkig." en/of

- " Het is al besloten. Niemand kan je helpen wanneer je het gaat voelen. Het maakt me niets uit maar jij gaat dood."

3.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 maart 2017 tot en met 14 mei 2017 te Renkum en/of Velp (Ge) en/of een of meerdere (onbekend gebleven) (woon)plaats(en) in Polen, althans in Nederland en/of Polen, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde 1] , met het oogmerk die [benadeelde 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar vele malen, althans meermalen,

- (een) Sms-bericht(en) en/of WhatsApp-bericht(en) en/of Facebook Messenger bericht(en) naar/aan die [benadeelde 1] gezonden/verstuurd en/of

- telefonisch contact gehad/gezocht met die [benadeelde 1] en/of

- op (een) datingsite(s) (te weten onder andere www.xhamster.com) (een) account(s) aangemaakt en/of (vervolgens) daarop (meerdere) (naakt)foto's van die [benadeelde 1] geplaatst en/of (in naam van die [benadeelde 1] ) (een) afspra(a)k(en) met man(nen) gemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

In de zaak met parketnummer 05/840602-17

Ten aanzien van feit 1:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

en

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Ten aanzien van feit 2:

Een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht voorhanden hebben, waarvan hij weet dat het vals is.

Ten aanzien van feit 3:

Overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Ten aanzien van feit 4:

Smaad, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 5:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

In de zaak met parketnummer 05/840592-17

Ten aanzien van feit 1:

Opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering.

Ten aanzien van feit 2:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

en

Bedreiging met zware mishandeling

Ten aanzien van feit 3:

Belaging

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich zal houden aan een contactverbod met [benadeelde 1] en een locatieverbod in die zin dat verdachte zich niet binnen een straal van 3 kilometer rond de woning van aangeefster (Waterweg te Renkum) zal bevinden.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 4 juni 2018;

- het uittreksel European Criminal Records Information System Justitiële Documentatie, gedateerd 26 juni 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gedateerd 22 mei 2018.

Verdachte heeft een fors aantal strafbare feiten gepleegd. Deze feiten zijn met name gericht geweest op zijn ex-partner. Hij heeft haar herhaaldelijk bedreigd en lastig gevallen met het versturen van onterende berichten. Daarnaast heeft verdachte naaktfoto’s van zijn ex-partner verstuurd naar vrienden en gezinsleden van haar. Ook heeft hij deze naaktfoto’s op internetsites geplaatst en in haar naam afspraken gemaakt met mannen, waardoor zij herhaaldelijk werd lastiggevallen door personen die meenden met haar te hebben afgesproken voor seks. Vanwege deze feiten heeft verdachte een contactverbod gekregen, maar desondanks is verdachte doorgegaan met het sturen van berichten en het bellen van aangeefster. Met deze gedragingen heeft verdachte telkens opnieuw inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van zijn ex-partner en haar eer en goede naam geschaad. Zij heeft lange tijd in angst geleefd en voelt ook nu nog dagelijks de gevolgen van verdachtes handelen. De rechtbank rekent verdachte dat zwaar aan.

Daarnaast heeft verdachte een ruit in de woning van aangeefster vernield en een muur beschadigd. Hiermee heeft hij geen respect getoond voor andermans goederen.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het weigeren van een ademanalyse. Verdachte heeft daarmee gehandeld in strijd met de belangen van de verkeersveiligheid en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd.

Ten slotte heeft verdachte een vals rijbewijs voorhanden gehad. Hiermee heeft verdachte het vertrouwen geschonden dat in de juistheid en authenticiteit van van overheidswege verstrekte officiële documenten moet kunnen worden gesteld. Dit valse rijbewijs heeft hij als bestuurder van een auto getoond aan de politieambtenaren die belast waren met de controle op de naleving van de wegenverkeerswetgeving.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte eerder is veroordeeld, onder meer voor soortgelijke feiten.

Rekening houdend met de aard en ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals ter terechtzitting aan de orde geweest, acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend. Anders dan het advies van de reclassering en overeenkomstig de vordering van de officier van justitie zal de rechtbank daarbij bijzondere voorwaarden bepalen, gericht op het waarborgen van de rust van aangeefster. Van het onvoorwaardelijke deel zal worden afgetrokken de tijd die verdachte reeds in verzekering gesteld is geweest.

Het voorwaardelijk karakter van de opgelegde straf wordt in het bijzonder ook ingegeven door de noodzaak verdachte in te laten zien dat dit gedrag niet wordt getolereerd en de volgende keer ingrijpende consequenties zal hebben.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hebben zich in de zaak met parketnummer 05/840592-17 in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van respectievelijk € 8.159,72 en € 2.050,-.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van [benadeelde 1] en tot niet-ontvankelijkheid van [benadeelde 2] in haar vordering.

De beoordeling door de rechtbank

Benadeelde [benadeelde 1]

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij twee voegingsformulieren heeft ingediend. Het eerste betreft materiële schade voor een bedrag van € 159,72 en is gedateerd op 28 juni 2018. Het tweede betreft immateriële schade voor een bedrag van € 8.000,- en is eveneens gedateerd op 28 juni 2018. Bij laatstgenoemde is omschreven “in deze procedure wordt geen materiële schade gevorderd”. Ter terechtzitting is door en namens de benadeelde partij aangevoerd dat beide schadevergoedingen worden gevorderd, waardoor de rechtbank uitgaat van een mondelinge aanvulling van de bij voegingsformulier van 28 juni 2018 gevorderde schadevergoeding.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.

Eveneens is komen vast te staan dat de benadeelde als gevolg van het onder feit 4 en 5 bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden. Omdat de benadeelde ook zelf contact bleef houden met verdachte, heeft zij eraan bijgedragen dat het geestelijk letsel in stand werd gehouden. De rechtbank is daarom van oordeel dat het bedrag wegens immateriële schade naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet worden vastgesteld op € 1.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Wat betreft het meer of anders gevorderde moet de vordering, als in zoverre ongegrond worden afgewezen.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde en toegewezen vergoeding voor proceskosten is daar niet bij inbegrepen.

Benadeelde [benadeelde 2]

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu de vordering betrekking heeft op een feit dat niet aan verdachte is ten laste gelegd. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

7b. De in beslag genomen voorwerpen

Het in de zaak met parketnummer 05/840602-17 onder 2 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met betrekking tot het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp. Deze zal aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen
- 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 57, 184a, 261, 285, 285b en 350 van het Wetboek van Strafrecht;

- 163 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op 3 (drie) jaren wordt bepaald:

* de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

* de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [benadeelde 1] , geboren op [geboortedatum 2] te Szprotawa (Polen) en de kinderen van voormelde [benadeelde 1] ;

* zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden binnen de bebouwde kom van

Renkum.

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (05/840592-17)

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van 05/840592-17 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 1], van een bedrag van € 1.159,72 (elfhonderdnegenenvijftig euro en tweeënzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] , een bedrag te betalen van € 1.159,72 (elfhonderdnegenenvijftig euro en tweeënzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 23 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    wijst het door de benadeelde partij meer gevorderde af;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] (05/840592-17)

 verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;

De beslissing over het in beslag genomen voorwerp

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
Rijbewijs, rijbewijsnummer [nummer 2] , serienummer [nummer 3]
goednummer: PL0600-2017102398-1388193

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. van Leeuwen (voorzitter), mr. H.P.M. Kester en mr. J.J.H. van Laethem, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J.W. Lambregts, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 oktober 2019.

Zijnde mr. H.P.M. Kester buiten staat
dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in
in de zaak met parketnummer 05/840602-17
- het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, basisteam Veluwe Vallei-Noord, opgemaakte proces-verbaal, registratienummer PL0600-2017126092, gesloten op 20 maart 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld; in de zaak met parketnummer 05/840592-17 - het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, basisteam Veluwe Vallei-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, registratienummer PL0600-2017235847, gesloten op 8 juni 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld’ - het proces-verbaal van bevindingen met bijlage, proces-verbaalnummer PL0600-2017131222-37, d.d. 15 november 2018.

2 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 54.

3 Het proces-verbaal van aangifte, p. 28 en 29; het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 91.

4 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 91.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , p 84.

6 Het proces-verbaal van aanhouding, p. 17.

7 De kennisgeving van inbeslagneming, p. 101.

8 Het proces-verbaal rijden onder invloed, p. 59 en 60.

9 De kennisgeving van inbeslagneming, p. 101.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 62.

11 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 96.

12 Het proces-verbaal van aangifte, p. 36 en 37; het proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 2] , p. 88.

13 Het proces-verbaal van aangifte, p. 35 e.v.; het proces-verbaal van bevindingen, p. 65 en 71.

14 Het proces-verbaal van aangifte, p. 35 e.v.

15 Het proces-verbaal verhoor getuige [benadeelde 2] , p. 87.

16 Het proces-verbaal verhoor getuige [benadeelde 2] , p 88.

17 Een geschrift, zijnde een Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast d.d. 8 maart 2017, met als bijlage de akte van uitreiking, p. 155 en 156.

18 Het proces-verbaal van aangifte, p. 6 e.v.; het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 15; het proces-verbaal van bevindingen, p. 72 e.v.

19 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 14 en 15 en de door haar overhandigde printscreens, p. 40, 43, 44, 47 en een afdruk van de pagina op de internetsite Xhamster, p 47.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 71.