Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:4847

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-10-2019
Datum publicatie
31-10-2019
Zaaknummer
05/720393-18 en 05/066617-17 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordelingen door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen van een 21-jarige man uit Arnhem en een 21-jarige man uit Amsterdam tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden en een 20-jarige man uit Arnhem tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek van de tijd die zij al vast hebben gezeten. Daarnaast moeten zij schadevergoeding betalen aan de benadeelde partij. De 21-jarige man uit Arnhem moet ook nog een eerder opgelegde gevangenisstraf van één week uitzitten en de 21-jarige man uit Amsterdam moet nog een eerder opgelegde werkstraf van 40 uur uitvoeren.

De mannen zijn veroordeeld voor afpersing en diefstal met geweld. Het slachtoffer is door twee mannen opgetild richting de woning van één de mannen. Uiteindelijk zijn in de woning meerdere goederen van het slachtoffer afgenomen, waarbij is gedreigd met geweld en ook geweld op het slachtoffer is uitgeoefend. Het slachtoffer is meerdere malen geslagen en er is gedreigd met een mes. Het slachtoffer was uiteindelijk zo bang, dat hij uit het raam van de woning is gesprongen, waarbij hij aanzienlijk letsel heeft opgelopen, te weten twee gebroken hielbenen.

Ten aanzien van de 20-jarige man uit Arnhem is een lagere straf opgelegd omdat hij, in vergelijking met de andere twee mannen, geen strafblad had en niet in een proeftijd liep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/720393-18 en 05/066617-17 (tul)

Datum uitspraak : 28 oktober 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

GBA-adres: [woonplaats 1] ,

Opgegeven adres: [woonplaats 2] ,

raadsvrouw: mr. N. Tanoglu, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 februari, 25 april en 14 oktober 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 oktober 2018 te Arnhem, in elk geval in Nederland, in een woning aan de [adres] , tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer] ,

heeft/ hebben gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (IPhone 7), een portemonnee, de pincode behorend bij de pinpas op naam van die [slachtoffer] , een horloge(merk Armani), een ring, een riem, schoenen en/of een jas, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen, een mobiele telefoon (IPhone 7), een portemonnee, een horloge (merk Armani), een ring, een riem, schoenen en/of een jas, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de medeverdachten de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of zijn mededaders

- die [slachtoffer] heeft/hebben gevraagd naar voornoemde woning te komen,

- die [slachtoffer] van achteren heeft/hebben vastgepakt en vervolgens bij zijn armen en benen heeft/hebben vastgepakt en de trap richting voornoemde woning op heeft/hebben getild,

- de deur van voornoemde woning op slot heeft/hebben gedraaid,

- meermalen, in ieder geval éénmaal, dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd "Jij kent mij niet, maar ik heb vaak mensen geschoten en vast gezeten, dus jij kent mij niet" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- meermalen, in ieder geval éénmaal dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat hij zijn jas en geld moest (af)geven,

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal (met kracht) (een) klap(pen) en/of een slag(en) met gebalde vuist(en) en/of vlakke hand(en) in/op zijn gezicht heeft/hebben gegeven,

- een (klap/zak)mes, in ieder geval een dergelijk (scherp) (steek)voorwerp, in de richting van het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben gehouden en daarbij dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat hij zijn spullen moest afgeven anders zou hij dood worden gemaakt,

- meermalen, in ieder geval éénmaal die [slachtoffer] (met kracht) met een riem tegen zijn rug en/of linkerarm heeft/hebben geslagen,

- een (keuken)mes, in ieder geval een dergelijk (scherp) (steek)voorwerp, in de richting het lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en daarbij dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat hij zijn geld moest afgeven anders zou hij worden (neer)gestoken,

- een (keuken)mes ieder geval een dergelijk (scherp) (steek)voorwerp, op de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben gezet en daarbij dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd "Geef me jouw pincode van de bank anders steek ik je dood" en/of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of die [slachtoffer] vervolgens meermalen, in ieder geval éénmaal (met kracht) (een) klap(pen) met (een) vlakke hand(en) in/op zijn gezicht heeft/hebben gegeven en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd "Jij blijft hier en misschien wel een paar dagen" en/of woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zowel de afpersing als de diefstal met geweld. Verdachte heeft deze feiten samen met zijn mededaders gepleegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat het steunbewijs voor de aangifte ontbreekt. Om die reden kan niet worden bewezen dat verdachte een aandeel heeft gehad. Vrijspraak dient dan ook te volgen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank dient allereerst de vraag te beantwoorden of kan worden vastgesteld wat er zich op 20 oktober 2018 in de woning aan de [adres] in Arnhem heeft plaatsgevonden. In ieder geval kan worden vastgesteld dat [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) op enig moment vanaf een hoogte van ruim vijf meter uit het raam is gesprongen en daarbij beide onderbenen heeft gebroken. De vraag is waarom hij dat heeft gedaan.

[slachtoffer] heeft aangifte gedaan van hetgeen volgens hem die dag is gebeurd. Hij heeft verklaard dat hij [medeverdachte 1] al een tijdje kent maar dat hij sinds een paar maanden wat kleine problemen met hem heeft, over een jas en over een voorval met een meid.2 Op 20 oktober 2018 omstreeks 17:00 uur werd hij door [medeverdachte 1] gebeld en vroeg hij hem om langs te komen. [medeverdachte 1] woont aan de [adres] in Arnhem. Om 18:40 uur kwam [slachtoffer] met de trein aan en belde hij [medeverdachte 1] op om te zeggen dat hij er was. [medeverdachte 1] zei dat hij er aan zou komen.3 Toen [slachtoffer] op de Steenstraat stond, zag hij enkele minuten later plots een auto zijn richting op rijden. [medeverdachte 1] zat achter het stuur en verder zaten in de auto [medeverdachte 2] en twee jongens die [slachtoffer] nog nooit had gezien.

De vier jongens liepen naar [slachtoffer] toe en zeiden dat hij mee naar boven moest. [slachtoffer] zei dat hij dat niet wilde. [slachtoffer] draaide zich toen om en wilde weglopen maar voelde toen dat iemand hem met twee armen van achteren bij zijn bovenlichaam beetpakte en vasthield. [slachtoffer] durfde zich niet te verzeten. [medeverdachte 1] had hem van achter vast en zei dat [slachtoffer] naar boven moest komen. Terwijl [medeverdachte 1] hem bij zijn bovenlichaam vasthield, pakte [medeverdachte 2] hem met beide handen en armen bij zijn beide benen vast en zo tilde ze hem van de grond. Verdachte-3 en verdachte-4 liepen ook mee naar boven.

Bij de woning gingen zij allemaal naar binnen en deed [medeverdachte 1] de deur dicht.4 [slachtoffer] stond met de vier jongens in de woonkamer van [medeverdachte 1] en werd bang [medeverdachte 2] zei tegen [slachtoffer] dingen als “Jij kent mij niet maar ik heb vaak mensen geschoten en vast gezeten dus jij kent mij niet.” Hij vroeg ook naar een geleende jas en zei dat [slachtoffer] geld moest geven aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] begon hard te lachen en zei dat de jas die [slachtoffer] nu droeg ook van hem was en hij die jas wilde hebben. Omdat [slachtoffer] bang was dat hij geslagen zou worden, heeft hij tegen [medeverdachte 1] gezegd dat hij die jas van hem mocht pakken. [slachtoffer] hoorde dat [medeverdachte 1] tegen die andere jongens zei dat zij met hem mochten doen wat ze wilden en mochten pakken wat zij wilden. [slachtoffer] zag dat verdachte-4 naar hem toe liep en met zijn rechtervuist drie met kracht heel hard tegen de linkerkant van zijn gezicht sloeg. [slachtoffer] voelde direct veel pijn. [medeverdachte 2] sloeg hem ook een aantal keer met zijn vlakke hand, ook in zijn gezicht en dit deed ook pijn. Verdachte-4 had een klein klapmes in zijn rechterhand, vouwde het mes open en bedreigde [slachtoffer] hiermee. Verdachte-4 stond heel dichtbij [slachtoffer] met zijn arm in negentig graden en hief het mes een aantal keer de kant van [slachtoffer] op, richting zijn bovenlichaam en gezicht. Het scherpe gedeelte van het mes was daarbij richting [slachtoffer] gericht. Verdachte-4 zei dat [slachtoffer] zijn spullen af moest geven en dat hij [slachtoffer] dood zou maken. [slachtoffer] heeft vervolgens zijn witte iPhone 7 aan [medeverdachte 2] afgegeven omdat hij dat moest van [medeverdachte 2] en verdachte-4. [slachtoffer] was bang dat hij geslagen of gestoken zou worden. De portemonnee, met pasjes, die in de broekzak van [slachtoffer] zat, werd door verdachte-4 uit de broek van [slachtoffer] gepakt en verdachte-4 hield de bankpas van [slachtoffer] vast. [medeverdachte 2] nam [slachtoffer] de broekriem af en draaide de riem een aantal keer stevig om zijn rechterhand. Vervolgens sloeg [medeverdachte 2] met kracht een paar keer met de riem tegen de rug en linkerarm van [slachtoffer] .5 Door verdachte-4 werd een groenkleurige gewatteerde jas afgepakt. [medeverdachte 2] pakte de ring en de schoenen van [slachtoffer] , terwijl [medeverdachte 1] aan het lachen was en zei dat [slachtoffer] zijn geld moest gaan geven. Op een gegeven moment kwam [medeverdachte 2] uit de keuken aanlopen. Hij had een mes in zijn handen en zei een paar keer dat [slachtoffer] zijn geld moest afgeven en dat hij [slachtoffer] zou pakken en neer zou steken. Daarbij dreigde hij met het mes in zijn richting.

Daarna was [medeverdachte 1] even weg. Verdachte-4 zei toen tegen [slachtoffer] dat er zo iemand zou komen en dat [slachtoffer] moest doe alsof hij vrijwillig daar was. [medeverdachte 1] kwam terug met een blond meisje. [medeverdachte 1] en het meisje zijn een kwartier in de woning gebleven. Terwijl [medeverdachte 1] nog in de woning maar niet in de ruimte was, kwam verdachte-4 met het mes in zijn hand naar [slachtoffer] toe en trok hij hem omhoog van de bank en mee naar de wc. Daar deed hij de deur op slot. Verdachte-4 zette [slachtoffer] tegen de muur aan en stak de scherpe punt van zijn mes op de keel van [slachtoffer] en zei “Geef me jouw pincode van de bank anders steek ik je dood”. Hierbij sloeg verdachte-4, [slachtoffer] met zijn vlakke hand een paar keer in het gezicht. Vervolgens gaf [slachtoffer] zijn pincode aan verdachte-4. Toen haalde hij het mes van de keel van [slachtoffer] , deed de wc-deur open en zette hij [slachtoffer] weer terug op de bank.6 [slachtoffer] moest vervolgens via internetbankieren aan verdachte-4 en [medeverdachte 2] laten zien hoeveel geld hij op de bank had.7 Dat was € 8,00.- Op de vierentwintigste van de maand zou [slachtoffer] studiefinanciering ontvangen. [medeverdachte 1] zei toen tegen [slachtoffer] : “Jij blijft hier en misschien wel een paar dagen. Jij blijft hier tot ik geld van jou krijg. Ik weet dat jij geld krijgt. Die is voor mij.” [medeverdachte 2] begon op dat moment te bellen en zei tegen de persoon die hij aan het bellen was dat hij een kamer nodig had om [slachtoffer] langer vast te zetten. Verdachte-3 en verdachte-4 besloten naar de bank te gaan om van de rekening van [slachtoffer] te pinnen. [medeverdachte 1] was ondertussen ook met het meisje weggegaan. [slachtoffer] was alleen met [medeverdachte 2] in de woning. [medeverdachte 2] liep naar de keuken. [slachtoffer] wilde weg en zag geen andere uitweg dan door uit het raam in de woonkamer te springen. Hij besloot aan de onderzijde van het raam te gaan hangen en vanuit een hangende positie zich naar beneden te laten vallen. Hij belandde op zijn voeten en benen op de grond. Hij voelde enorme pijn in zijn voeten. [slachtoffer] is een winkel ingegaan en heeft daar een meisje verzocht de politie te bellen.8 In het ziekenhuis bleek dat [slachtoffer] door de val beide onderbenen had gebroken.9

[slachtoffer] heeft dus een zeer gedetailleerder verklaring afgelegd. Daar staat tegenover de ontkennende verklaringen van de verdachten. Hun verklaringen komen er in de kern op neer dat zij wel in de woning zijn geweest maar dat er daar niets is voorgevallen of zij daar geen aandeel in hebben gehad. De vraag is dus of de aangifte van [slachtoffer] wordt ondersteund door overige feiten en omstandigheden of dat deze op zich staat.

De getuige [getuige] is het meisje over wie [slachtoffer] spreekt. Zij heeft verklaard dat zij op 20 oktober 2019 in de woning van [medeverdachte 1] kwam In de woning zaten vier buitenlandse jongens van wie [medeverdachte 2] er één was. In de kamer zaten nog twee of drie jongens die zij niet kende. Ook zat er nog een jongen in de stoel bij het raam, dat was de jongen die uit het raam is gesprongen Zij heeft iedereen een hand gegeven om zich voor te stellen.10 Ze kon aan het gezicht van de jongen zien dat hij angstig was, hij keek alsof hij bijna moest janken. [getuige] heeft bij de rechter-comissaris verklaard dat zij het apart vond dat ze de riem van de jongen hadden afgedaan en zijn schoenen uit hadden gedaan.11

[medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) heeft verklaard dat hij op 20 oktober 2018 met [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) voor de bakkerij had afgesproken. [medeverdachte 1] stapte uit de auto en hij dacht dat [slachtoffer] een beetje bang was voor die jongens die bij hem waren. Die stonden bij de auto op de Spijkerlaan, 10 á 20 meter bij hem vandaan. [slachtoffer] wilde niet mee naar boven. [medeverdachte 1] heeft [slachtoffer] toen opgetild en [slachtoffer] kwam daarbij los van de grond. Toen [medeverdachte 1] vanaf de hoek van de bakkerij richting zijn huis liep, verloor hij kracht en liet hij [slachtoffer] los.12 Daarna heeft [medeverdachte 2] , [slachtoffer] op dezelfde manier opgepakt en naar de deur gedragen. Hierna is [slachtoffer] zelf naar binnen gelopen.13 In de kamer van [medeverdachte 1] zaten [naam] , diens neef, [medeverdachte 2] en [slachtoffer] .14 [medeverdachte 1] is weggeweest om [getuige] op te halen en toen hij terug kwam hoorde hij iemand roepen dat er iemand was gesprongen. Dit bleek [slachtoffer] te zijn.15 [medeverdachte 1] heeft de schoenen en riem van [slachtoffer] , die in zijn woning lagen, afgegeven aan de politie. [medeverdachte 1] had die spullen van [medeverdachte 2] gekregen.16

Kort na de aanhouding van [medeverdachte 1] troffen verbalisanten op de tafel in de woning van [medeverdachte 1] de zorgpas van [slachtoffer] (uit zijn portemonnee) aan. De schoenen van [slachtoffer] lagen onder de salontafel en zijn broeksriem hing in de kledingkast van [medeverdachte 1] .17

[medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) heeft verklaard dat hij [medeverdachte 1]18, [medeverdachte 1] noemt19 en dat hij op 20 oktober 2019 met hem afgesproken en naar zijn woning gegaan is. Daar hebben [medeverdachte 1] en Kerim met elkaar gesproken20 en heeft [medeverdachte 2] [slachtoffer] vanaf de straat naar de voordeur getild.21 In de woning hoorde [medeverdachte 2] de twee andere jongens met [slachtoffer] praten. Hij zag dat [slachtoffer] een dik linker og had. Hij hoorde die twee jongens schreeuwen tegen [slachtoffer] .22 [slachtoffer] moet het dikke oog in het huis van [medeverdachte 1] hebben opgelopen want hij had op straat nog geen dik oog.23 [medeverdachte 2] heeft ook gehoord dat één van de twee jongens om de pinpas vroeg.24

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij samen met zijn neef [verdachte]25 in de woning van [medeverdachte 1] is geweest. Daar was naast [medeverdachte 1] ook aangever en een jongen die hij niet kende.26 [medeverdachte 3] herkent [medeverdachte 1] van foto 1, de kennis van [medeverdachte 1] op foto 2, zichzelf op foto 3 en zijn neef op foto 4.27 Verdachte heeft verklaard zichzelf te herkennen op de aan hem getoonde foto 2.28 [slachtoffer] is een viertal foto’s getoond van de verdachten in deze zaak. [slachtoffer] herkende op foto 1 [medeverdachte 1] , op foto 2 [medeverdachte 2] , op foto 4 een jongen die er bij was en op foto 3 een andere jongen die er bij was maar niet zoveel deed. In zijn aangifte verwijst [slachtoffer] naar [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte 3 respectievelijk verdachte 4.29 De rechtbank begrijpt en concludeert uit de verklaring van [slachtoffer] dat met verdachte 3 wordt bedoeld, de persoon op de hem getoonde foto 3, en met verdachte 4 de persoon op de hem getoonde foto 4. De aan [slachtoffer] getoonde foto’s zijn niet in het dossier opgenomen. Aan getuigen, verdachte en medeverdachten is steeds een zelfde set foto’s van de verdachten in deze zaak getoond. In die sets is foto 1 steeds van [medeverdachte 1] , foto 2 van [medeverdachte 2] , foto 3 van [medeverdachte 3] en foto 4 van [verdachte] . Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat met verdacht 3 door [slachtoffer] is bedoeld [medeverdachte 3] , en met verdachte 4 [verdachte] .

Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat de aangifte van [slachtoffer] in voldoende mate wordt ondersteund door overige bewijsmiddelen. Zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 1] bevestigen dat zij [slachtoffer] hebben gepakt en naar boven hebben geduwd en getuige [getuige] bevestigt dat daar spullen van [slachtoffer] zijn afgedaan. Een deel van deze spullen is teruggevonden in de woning waarbij niet valt in te zien waarom [slachtoffer] zijn riem op eigen initiatief zou afdoen en in de kast van [medeverdachte 1] zou hangen. Hetzelfde geldt voor de schoenen. Opmerkelijk is ook dat een deel van de spullen, waaronder telefoon en pinpas, niet is teruggevonden terwijl [slachtoffer] deze ook niet bij zich droeg toen hij naar beneden sprong. Tot slot vindt ook de verklaring van [slachtoffer] over het geweld ondersteuning in de verklaring van [medeverdachte 2] en het in de letselbeschrijving genoemde blauw oog.30

Gelet op het voorgaande – in onderlinge samenhang bezien – kunnen de tenlastegelegde handelingen wettig en overtuigend worden bewezen en is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer] zijn mobiele telefoon, een iPhone 7, onder dwang heeft moeten afgegeven en de andere tenlastegelegde goederen van hem door geweld of bedreiging van geweld zijn weggenomen.

Naar het oordeel van de rechtbank is er tussen verdachte en zijn medeverdachten sprake geweest van een bewuste en nauwe samenwerking. Uit het relaas van [slachtoffer] volgt dat ieder van hen een aanzienlijke rol in de situatie heeft gehad en een bijdrage van voldoende, vergelijkbaar gewicht heeft geleverd. [medeverdachte 2] en [verdachte] hebben weliswaar meer geweld gebruikt dan [medeverdachte 1] , maar daar staat tegenover dat [medeverdachte 1] de aanstichter is geweest door [slachtoffer] naar zijn huis te laten komen, naar boven heeft getild en daar heeft gezegd dat ze met hem konden doen en konden pakken wat ze wilden. Alle feitelijke handelingen kunnen aan verdachte worden toegerekend, ook al heeft deze niet alle handelingen zelf verricht.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 20 oktober 2018 te Arnhem, in elk geval in Nederland, in een woning aan de [adres] , tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer] ,

heeft/ hebben gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (IPhone 7), een portemonnee, de pincode behorend bij de pinpas op naam van die [slachtoffer] , een horloge(merk Armani), een ring, een riem, schoenen en/of een jas, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen, een mobiele telefoon (IPhone 7), een portemonnee, een horloge (merk Armani), een ring, een riem, schoenen en/of een jas, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of de medeverdachten de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte en/of zijn mededaders

- die [slachtoffer] heeft/hebben gevraagd naar voornoemde woning te komen,

- die [slachtoffer] van achteren heeft/hebben vastgepakt en vervolgens bij zijn armen en benen heeft/hebben vastgepakt en de trap richting voornoemde woning op heeft/hebben getild,

- de deur van voornoemde woning op slot heeft/hebben gedraaid,

- meermalen, in ieder geval éénmaal, dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd "Jij kent mij niet, maar ik heb vaak mensen geschoten en vast gezeten, dus jij kent mij niet" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- meermalen, in ieder geval éénmaal dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat hij zijn jas en geld moest (af)geven,

- die [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal (met kracht) (een) klap(pen) en/of een slag(en) met gebalde vuist(en) en/of vlakke hand(en) in/op zijn gezicht heeft/hebben gegeven,

- een (klap/zak)mes, in ieder geval een dergelijk (scherp) (steek)voorwerp, in de richting van het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben gehouden en daarbij dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat hij zijn spullen moest afgeven anders zou hij dood worden gemaakt,

- meermalen, in ieder geval éénmaal die [slachtoffer] (met kracht) met een riem tegen zijn rug en/of linkerarm heeft/hebben geslagen,

- een (keuken)mes, in ieder geval een dergelijk (scherp) (steek)voorwerp, in de richting het lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en daarbij dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat hij zijn geld moest afgeven anders zou hij worden (neer)gestoken,

- een (keuken)mes ieder geval een dergelijk (scherp) (steek)voorwerp, op de keel van die [slachtoffer] heeft/hebben gezet en daarbij dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd "Geef me jouw pincode van de bank anders steek ik je dood" en/of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of die [slachtoffer] vervolgens meermalen, in ieder geval éénmaal (met kracht) (een) klap(pen) met (een) vlakke hand(en) in/op zijn gezicht heeft/hebben gegeven en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd "Jij blijft hier en misschien wel een paar dagen" en/of woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

afpersing door twee of meer verenigde personen

en

diefstal, door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren,

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Daarbij heeft de officier van justitie rekening gehouden dat verdachte eerder is veroordeeld en in een proeftijd liep.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zes maanden in voorarrest heeft doorgebracht en daarna zes maanden met een enkelband heeft gelopen. Dat heeft een behoorlijke impact op verdachte. Op dit moment gaat verdachte naar school en daarnaast heeft hij een baan. Er zijn geen contra-indicaties voor het opleggen van een werkstraf. Nu verdachte al voldoende is gestraft, verzoekt de raadsvrouw om alleen een voorwaardelijk deel op te leggen met mogelijk een maximale werkstraf. Verdachte is bereid om mee te werken aan reclasseringstoezicht.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 1 oktober 2019;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 21 januari 2019.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan afpersing en diefstal met geweld. Het slachtoffer is door twee mededaders opgetild richting de woning van een mededader. Uiteindelijk zijn in de woning meerdere goederen van het slachtoffer afgenomen, waarbij is gedreigd met geweld en ook geweld op het slachtoffer is uitgeoefend. Het slachtoffer is meerdere malen geslagen en er is gedreigd met een mes. Het slachtoffer was uiteindelijk zo bang, dat hij uit het raam van de woning is gesprongen, waarbij hij aanzienlijk letsel heeft opgelopen, te weten twee gebroken hielbenen. Voor het slachtoffer moeten deze feiten een beangstigende ervaring zijn geweest, te meer omdat verdachte met drie anderen was. Verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelen inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer. Daarbij komt dat feiten als deze zorgen voor maatschappelijke gevoelens van onrust en onveiligheid.

Uit de justitiële documentatie van verdachte volgt dat hij eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten en dat hij onderhavig strafbaar feit heeft gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling. Deze eerdere veroordeling heeft verdachte er niet van weerhouden wederom een strafbaar feit te plegen.

Tevens heeft de rechtbank rekening gehouden met het reclasseringsrapport. Hieruit blijkt – onder meer – dat verdachte op dit moment niet open staat voor enige vorm van zorg en/of begeleiding. Hierdoor is het niet mogelijk gebleken om delict gerelateerde criminogene factoren vast te stellen en om een beschrijving te geven van zijn zelfinzicht aangaande het tenlastegelegde. Daarnaast heeft verdachte aangegeven niet mee te willen werken aan een NIFP trajectconsult. De mogelijkheden voor het adviseren van een plan van aanpak zijn met verdachte doorgenomen, maar hij wenst geen verplichtingen na te komen. Dit alles maakt dat de reclassering geen plan van aanpak kan adviseren.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur passend en geboden is. De door de officier van justitie geëiste straf zal wel worden gematigd omdat de rechtbank de op te leggen straf in strafmaat passender vindt. De rechtbank ziet geen ruimte voor een voorwaardelijke straf. Hoewel volgens de raadsvrouw verdachte bereid is mee te werken aan reclasseringstoezicht, volgt uit de rapporten van de reclassering dat de reclassering geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezichthet gedrag van verdachte te veranderen. De weigering van verdachte om met de reclassering mee te werken is daaraan debet

Het geschorste bevel voorlopige hechtenis zal worden opgeheven.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.430,50 aan materiële schade en een bedrag van € 1.750,00 aan immateriële schade. Het totale gevorderde bedrag bedraagt € 3.180,50. Voorts wordt vergoeding van wettelijke gevorderd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot betaling van het bedrag van € 3.180,50 toe te wijzen, en gevorderd dat daarbij de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 41 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij voor wat betreft de materiële schade, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering dan wel de vordering dient te worden afgewezen, nu de vordering onvoldoende is onderbouwd. Ten aanzien van de immateriële schade is de raadsvrouw van mening dat de benadeelde partij zelf uit het raam is gesprongen en dat de uitspraak waar aansluiting bij wordt gezocht niet vergelijkbaar is met de situatie van de benadeelde partij. Om die reden dient de benadeelde partij ten aanzien van de immateriële schade eveneens niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering.

Beoordeling door de rechtbank

Materiele schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schadeposten voldoende zijn onderbouwd en voor toewijzing in aanmerking komen. Voorts wordt de wettelijke rente over deze schade toegewezen met ingang van de datum van de indiening van het verzoek tot schadevergoeding, te weten 8 november 2018.

Ten aanzien van het horloge merkt de rechtbank nog op dat zij uitgaat van het bedrag dat de benadeelde partij in zijn aangifte heeft genoemd, namelijk € 200,00. Toegewezen wordt,
€ 1.330,50, voor het overige deel van deze post zal aangever niet-ontvankelijk worden verklaard.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met anderen onder bedreiging van geweld en met geweld goederen van de benadeelde partij afgenomen. Daarbij zijn ook messen gebruikt. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 1.750,00 toewijzen. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen. De wettelijk rente over dit deel van de vordering wordt toegewezen met ingang van 20 oktober 2018.

De vordering wordt voor een bedrag van € 3.080,50 toegewezen.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.

Nu vast staat dat verdachte tot het hiervoor genoemde bedrag aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed.

7a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Nu is bewezen dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dient de bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Gelderland van 5 september 2017 (parketnummer 05/066617-17) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf ten uitvoer gelegd te worden.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 3.080,50 (drieduizend tachtig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2018 over een bedrag van € 1.750,00 en met ingang van 8 november 2018 over een bedrag van
    € 1.330,00, steeds tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 3.080,50 (drieduizend tachtig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2018 over een bedrag van € 1.750,00 en met ingang van 8 november 2018 over een bedrag van € 1.330,00 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 40 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Gelderland van 5 september 2017 (met parketnummer 05/066617-17), te weten van: één week gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en
mr. F.E. Venema, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 oktober 2019.

mr. F.E. Venema is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, Overvallenteam, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL06000 2018475282, onderzoek ON4R018158 (Stone), gesloten op 6 november 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 27.

3 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 28.

4 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 29.

5 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 30.

6 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 31.

7 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 31 laatste regel en p. 32 eerste regel.

8 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 32.

9 Letselbeschrijving, p. 37.

10 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 67 en 68.

11 Het proces-verbaal getuigenverhoor [getuige] kabinet rechter-commissaris, p 3, tweede en zesde alinea.

12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 110.

13 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 111.

14 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 105, vierde alinea.

15 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 99, vierde en zevende alinea.

16 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 111, elfde alinea.

17 Proces-verbaal verbaal van aanhouding van [medeverdachte 1] , p. 80.

18 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 138, negende alinea.

19 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 139, dertiende alinea.

20 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 156, tiende alinea.

21 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 158, elfde alinea.

22 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 156, tiende alinea en p. 157, derde regel.

23 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 158, regel 17 t/m 20.

24 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 162, tweede, derde en zesde alinea.

25 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] p.207.

26 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] p.215 en 216.

27 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] p.218, 10e alinea en p.223 t/m 226.

28 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 141, regel 6 t/m 8 en p.143.

29 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p. 29, 3e t/m 5e alinea.

30 Letselbeschrijving, p. 38.