Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:4808

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23-10-2019
Datum publicatie
29-10-2019
Zaaknummer
05/156747-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op 23 oktober 2019 heeft de rechtbank een 37-jarige man uit Rotterdam veroordeeld voor het bezit van een vuurwapen, een extra magazijn en munitie. Vanwege meerdere strafverzwarende omstandigheden, is de rechtbank tot een fors hogere straf gekomen dan doorgaans wordt opgelegd voor verboden wapenbezit. De rechtbank heeft een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden opgelegd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/156747-19

Datum uitspraak : 23 oktober 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] (hierna: verdachte),

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [woonplaats]

thans gedetineerd in de PI Nieuwegein - HvB loc. Nieuwegein.

Raadsvrouw: mr. K. Blonk, advocaat te Spijkenisse.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

9 oktober 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 30 juni 2019 te 't Harde, gemeente Elburg, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Glock (type 19) zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, voorhanden heeft

gehad;

2.

hij op of omstreeks 30 juni 2019 te 't Harde, gemeente Elburg, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een magazijn met 15 patronen en/of een (verlengd) magazijn met 30 patronen, voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

Door de raadsvrouw is geen bewijsverweer gevoerd, gelet op de bekennende verklaring van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, waarbij elk bewijsmiddel betrekking heeft op het feit waarop het blijkens zijn inhoud ziet.

Bewijsmiddelen feiten 1 en 2:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 20 t/m 22;

- het proces-verbaal van onderzoek wapen en munitie, p. 44 en 45;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 oktober 2019.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 30 juni 2019 te 't Harde, gemeente Elburg, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Glock (type 19) zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, voorhanden heeft

gehad;

2.

hij op of omstreeks 30 juni 2019 te 't Harde, gemeente Elburg, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een magazijn met 15 patronen en/of een (verlengd) magazijn met 30 patronen, voorhanden heeft gehad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het

feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

Ten aanzien van feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd dat aansluiting moet worden gezocht bij de zogeheten Amsterdamse oriëntatiepunten omtrent verboden wapenbezit en vergelijkbare uitspraken. Ook moet rekening worden gehouden met de justitiële documentatie en de omstandigheden waaronder het wapen en het verlengde magazijn zijn aangetroffen. Ten aanzien van het wapen en het verlengde magazijn vordert de officier van justitie onttrekking aan het verkeer.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat een voorwaardelijke gevangenisstraf passend is, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft werk, een woning en vijf kinderen waarvoor hij zorgt. Ook is hij bezig zijn schulden af te lossen. In het dossier zijn geen aanknopingspunten te vinden waaruit blijkt dat verdachte van plan was om een liquidatie te plegen. Verdachte wordt door de politie gelinkt aan een motorclub, maar dit is onterecht. Een (al dan niet deels) voorwaardelijke straf kan ervoor zorgen dat hij in de toekomst wel naar de politie stapt als hij bedreigd wordt.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en met de omstandigheden waaronder dit is begaan. Ook is rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 30 augustus 2019;

- het reclasseringsadvies van 26 september 2019.

In het reclasseringsadvies van 26 september 2019 is gerapporteerd dat de reclassering geen mogelijkheden ziet om door middel van bijzondere voorwaarden of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen. Daarom wordt een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is bij een toevallige politiecontrole op een parkeerplaats langs de snelweg aangetroffen terwijl hij onderweg was naar Rotterdam. Hij had een rugtas bij zich met daarin een geladen vuurwapen en een vol verlengd magazijn. Het voorhanden hebben van een vuurwapen en scherpe munitie is een ernstig strafbaar feit. Een dergelijk wapen heeft immers een groot bereik, terwijl het gebruik van kogels uit hun aard fors, levensbedreigend letsel kan aanrichten of zelfs kan leiden tot de dood. Het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie brengt dus een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee. Daarnaast zorgt het voor grote gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Vanuit oogpunt van generale preventie dient streng te worden opgetreden tegen vuurwapenbezit.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) die strafrechters in Nederland hanteren. Voor het bezit van een pistool is het uitgangspunt een gevangenisstraf van drie maanden (voor een first offender). De rechtbank acht echter meerdere omstandigheden fors strafverzwarend.

Verdachte had niet alleen een geladen vuurwapen voorhanden, maar ook een extra magazijn met 30 patronen. Hiermee was verdachte in staat om in korte tijd totaal 45 patronen af te schieten. Dat is een grote hoeveelheid. Het strafblad van verdachte laat sinds 2001 een groot aantal veroordelingen zien voor ernstige feiten: verboden wapenbezit, drugsdelicten en geweldsfeiten, ook met fatale afloop. Hij is op 2 april 2019, minder dan drie maanden voor het plegen van de nu bewezenverklaarde feiten, door het Hof Den Haag veroordeeld tot een forse gevangenisstraf voor vuurwapenbezit. Dit heeft hem er niet van weerhouden opnieuw een geladen vuurwapen én een extra magazijn met 30 patronen bij zich te dragen. Verdachte loopt dus al langere tijd met een vuurwapen rond. Ook acht de rechtbank strafverzwarend dat het vuurwapen geladen was en dat verdachte het vuurwapen en het magazijn in een tas binnen handbereik (in een voertuig) buitenshuis voorhanden had. Uit de verklaring van verdachte, dat hij het wapen (in elk geval sinds begin dit jaar) ter beveiliging had geleend en sindsdien in zijn bezit heeft gehad omdat hij bedreigd wordt, leidt de rechtbank af dat hij bereid en in staat is dit ook te gebruiken. De rechtbank acht dit extreem gevaarzettend, ook voor anderen zoals (onschuldige) omstanders. Onduidelijk is gebleven wat er klopt van de door verdachte genoemde dreiging en of deze inmiddels is afgenomen. Verdachte heeft de rechtbank er niet van weten te overtuigen dat hij in het vervolg anders zal handelen.

De rechtbank is, gelet op alle genoemde strafverzwarende feiten en omstandigheden, van oordeel dat een gevangenisstraf van 15 maanden passend en geboden is. De tijd die verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, wordt daarvan afgetrokken. Voor een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen grond.

Onttrekking aan het verkeer

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven vuurwapen, het extra magazijn en de munitie, waarmee het onder feit 1 en 2 bewezenverklaarde zijn begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven vuurwapen, het extra magazijn en de munitie.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei (voorzitter), mr. J.M.J.M. Doon en
mr. T. Bertens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 oktober 2019.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam] van de politie Oost Nederland, District Noord- en Oost-Gelderland, Basisteam Veluwe-Noord, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019287139, gesloten op 2 juli 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.