Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:4806

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-10-2019
Datum publicatie
29-10-2019
Zaaknummer
05/720433-18 en 99-000260-25 (vord. herr. VI)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 28-jarige vrouw uit Den Haag, een 37-jarige man uit Voorburg, een 67-jarige man uit Amsterdam en een 41-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats voor het medeplegen van diefstal met geweld en bedreiging met geweld tegen personen en medeplegen van afpersing. De mannen krijgen hiervoor een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar opgelegd. De vrouw krijgt een gevangenisstraf van 4 jaar opgelegd.

Een andere 41-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats wordt veroordeeld voor medeplichtigheid hieraan en wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND.

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/720433-18 en 99-000260-25 (vord. herr. VI)

Datum uitspraak : 17 oktober 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd te PI Veenhuizen, gev. Norgerhaven te Veenhuizen.

Raadsvrouw: mr. M.P. Friperson, advocaat te 's-Gravenhage.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen

van 28 februari 2019, 4 april 2019, 27 juni 2019 en 5 en 6 september 2019 en 17 oktober 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 2 augustus 2018 in de gemeente Nunspeet, in een woning

gelegen aan de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

2 mobiele telefoons en/of één of meerdere geldbedrag(en) en/of een zonnebril

merk Quay en/of een goudkleurige ring (merk Mimoneda) en/of een goudkleurig

horloge (merk Fossiel) ,

in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld

tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (10 jaar oud), gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit

van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]

(10 jaar oud) heeft gedwongen tot de afgifte van

2 mobiele telefoons en/of één of meerdere geldbedragen en/of een zonnebril

merk Quay en/of een goudkleurige ring (merk Mimoneda) en/of een goudkleurig

horloge (merk Fossiel) ,

in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij

verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp en/of handschoenen en/of (een) bivakmuts(en) en/of een panty, in

ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde

woning is/zijn gegaan en/of

- de achtertuin van voornoemde woning heeft/hebben betreden waar die [slachtoffer 1]

en [slachtoffer 2] zich op dat moment bevonden en/of

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op

die [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht en gericht gehouden en/of tegen die

[slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd "Die kant op.", in ieder geval woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking en/of

- achter die [slachtoffer 1] is/zijn gaan staan en/of een vuurwapen, in ieder

geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in/tegen de zij, in ieder geval

in/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd/gezet en/of een arm

en/of hand van die [slachtoffer 1] met kracht heeft/hebben vastgepakt en/of die [slachtoffer 1]

met kracht om de nek heeft/hebben vastgepakt en/of die [slachtoffer 1] vervolgens de

woning in heeft/hebben geduwd en/of

- om die [slachtoffer 2] is/zijn gaan staan en/of de beide armen en/of handen van die [slachtoffer 2]

heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of die [slachtoffer 2] vervolgens de woning

in heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] met kracht heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of met die

[slachtoffer 2] in een worsteling is/zijn geraakt en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben tegengehouden

(toen zij de woning wilde verlaten) en/of een hand op de mond van die [slachtoffer 2]

heeft/hebben gelegd/gedrukt (om haar het schreeuwen te beletten) en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in de woning naar een slaapkamer heeft/hebben

geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] op het bed heeft/hebben gezet en/of de handen/polsen van die

[slachtoffer 1] tegen elkaar heeft/hebben geduwd en/of vervolgens deze met een touw aan

elkaar heeft/hebben vastgeknoopt en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meermalen heeft hebben gezegd "Rustig

blijven, rustig blijven, dan gebeurt er niets.", in ieder geval woorden van

gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezet/geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd "We willen alleen

geld.", in ieder geval woorden gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een adapter met een snoer heeft/hebben gepakt (ten einde die [slachtoffer 2] vast te

binden) en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft hebben gezegd "Die 2 kluizen moeten

open. Ze moeten open.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt en/of omhoog getrokken en/of een

vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen

het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezet en/of gezet gehouden en/of die

[slachtoffer 1] vervolgens heeft/hebben meegenomen naar een andere kamer in de woning

en/of

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben vastgepakt en/of een hand op de mond van die

[slachtoffer 3] heeft/hebben gelegd/gedrukt (om hem het schreeuwen te beletten) en/of

dreigend tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd dat hij stil moest zijn, in

ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of die

[slachtoffer 3] (met kracht) vanuit een kamer de gang in heeft/hebben getrokken;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van diefstal met geweld van twee telefoons, een ring, horloge, een zonnebril en een geldbedrag van €2.100,- en medeplegen van afpersing van €400,-.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden, nu niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte betrokken is geweest bij een diefstal met geweld dan wel afpersing. Verdachte heeft verklaard zijn auto met daarin zijn telefoon eind juli 2018 aan medeverdachte [medeverdachte 2] uitgeleend te hebben. Verdachte was op 2 augustus 2018 niet de gebruiker van de auto en de telefoon die in die auto lag.

Beoordeling door de rechtbank

Op 2 augustus 2018 zaten aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in de tuin van de woning op camping [naam 1] , aan de [adres] in Nunspeet. [slachtoffer 3] zat in de woning op zijn slaapkamer.2

Rond 18:30/19:00 uur kwamen vijf personen de achtertuin inlopen, vier mannen en een vrouw.3 Man 1 had een zwarte bivakmuts of donkere panty op zijn hoofd. Man 2 had een grijze bivakmuts op zijn hoofd.4 Man 4 had een lapje voor zijn gezicht.5 Man 1 liep op [slachtoffer 1] af en zei: “ die kant op” en duwde hem met het wapen in zijn rechterzijde naar binnen. [slachtoffer 1] werd door man 1, met een wapen in zijn rechterhand, rond zijn nek vast gepakt en één van de andere mannen pakte hem bij zijn linkerarm en linkerhand vast. Hij werd op die manier de woning in geduwd.6

[slachtoffer 2] rende de woning in en pakte haar telefoon. Ze werd vervolgens in de keuken aangevallen door de vrouw. De vrouw pakte haar vast. Ze kwam in een worsteling met de vrouw. Ze wilde naar buiten rennen. Ze werd weer vastgepakt.7

De vrouw pakte de mobiele telefoon uit haar handen.8 [slachtoffer 2] begon te schreeuwen. De man met het lapje voor zijn mond kwam erbij en deed zijn hand voor haar mond.9 Ze werden beiden meegenomen naar een slaapkamer. [slachtoffer 1] werd op een bed gezet en een man hield een vuurwapen tegen het hoofd van [slachtoffer 1] . Twee van de mannen waren de woning aan het doorzoeken. Ze wilden geld.10 Mannen 1 en 3 zeiden steeds: “rustig blijven, rustig blijven want dan gebeurt er niks”.11

Man 1 heeft de handen van [slachtoffer 1] met het koordje uit zijn eigen zwembroek bij zijn polsen bij elkaar geknoopt. De vrouw kwam de slaapkamer binnen met een adapter met snoer om [slachtoffer 2] vast te binden.12 [slachtoffer 2] riep dat ze geld had. Daarop is [slachtoffer 2] met één van de mannen naar de badkamer gelopen en heeft zij € 400,- uit haar toilettas gepakt en aan de man gegeven.13

Toen [slachtoffer 2] weer terug kwam in de slaapkamer zei man 1: “die twee kluizen moeten open. Ze moeten open”. In de slaapkamer van [slachtoffer 1] zitten in de kast twee kluizen. [slachtoffer 1] moest opstaan om de slaapkamer uit te gaan, terwijl hij werd vastgepakt aan zijn armen en hij onder schot werd gehouden door man 1.14 [slachtoffer 3] is in eerste instantie in de kast van zijn slaapkamer gekropen. Toen hij later naar de naastgelegen kamer ging, heeft de vrouw, die in die kamer was, hem vastgepakt en hield zij haar hand voor de mond van [slachtoffer 3] . Ze zei dat hij stil moest zijn en pakte zijn telefoon af. Ze nam hem mee de gang op.15

Er is € 400,- van [slachtoffer 2] meegenomen, een geldbedrag van [slachtoffer 1] , een zonnebril, merk Quay, een goudkleurige ring, merk Mimoneda en een zwart/goudkleurig horloge, merk Fossiel.16

Verbalisanten [naam 2] en [naam 3] kregen op 2 augustus 2018 om 19:10 uur de melding om naar camping [naam 1] te gaan in Nunspeet. Ze troffen medeverdachten [medeverdachte 1] (verder te noemen: [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 2] (verder te noemen: [medeverdachte 2] )17 in de bosjes aan. Er kwam een vrouw aanlopen die zei dat ze zojuist waren overvallen door vijf personen. Ze herkende [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] als mededaders van de overval. 18

Op de parkeerplaats van VV Nunspeet aan de Sportlaan in Nunspeet is op 2 augustus 2019 een blauwe Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] op naam van verdachte aangetroffen. De motorkap was nog warm. De parkeerplaats bevindt zich hemelsbreed op 200 meter van de woning van [slachtoffer 1] .19

- Bevindingen aangetroffen telefoon Samsung Galaxy J1

In de Volkswagen Polo zijn op de achterbank, in een zwarte Adidas-tas, drie telefoons en een paspoort op naam van medeverdachte [medeverdachte 3] (verder: [medeverdachte 3] ) aangetroffen. Onder de bestuurdersstoel zat een vakje met daarin een paspoort op naam van verdachte en een zwarte Samsung. En in het dashboardkastje lagen enveloppen met diverse papieren gericht aan verdachte.20

De zwarte Samsung telefoon die is aangetroffen in een vakje onder de bestuurdersstoel van de auto is een Samsung Galaxy J1, model SM J100H.21

Deze telefoon is met het WhatsApp-profiel gekoppeld aan telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Volgens de politiesystemen is dit nummer gekoppeld aan verdachte.22

Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer van verdachte op 2 augustus 2018 in de periode 00:29:44 uur tot en met 13:31:04 uur tijdens communicatie GSM-masten aanstraalt in Voorburg en Den Haag. In de periode 15:28:11 uur tot en met 16:09:42 uur wordt tijdens communicatie de GSM-masten in Amsterdam aangestraald. Om 15:28:11 uur en 16:09:42 uur wordt een GSM-mast aangestraald aan de Distelkade 21 in Amsterdam. Daarna worden masten in Muiden aangestraald.23

Tussenconclusie

De rechtbank stelt vast dat de telefoon Samsung Galaxy J1 met telefoonnummer [telefoonnummer 1] toebehoort aan verdachte en stelt vast dat deze telefoon, gelet op de bevindingen van de historische verkeersgegevens, op 2 augustus 2018 vanuit regio Den Haag naar Amsterdam is gereisd en uiteindelijk in de auto van verdachte is aangetroffen, die geparkeerd stond op een parkeerplaats op 200 meter van de woning van [slachtoffer 1] .

- Bevindingen overige aangetroffen telefoons

De in de auto aangetroffen telefoon Huawei, P8 Lite, met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , behoort toe aan medeverdachte [medeverdachte 1] .24

Uit historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van [medeverdachte 1] blijkt dat op 2 augustus 2018 masten worden aangestraald in Den Haag en daarna in Amsterdam.25

De in de auto aangetroffen telefoon Samsung J5 met telefoonnummer [telefoonnummer 3] en telefoon Samsung J3 met telefoonnummer [telefoonnummer 4] behoren toe aan medeverdachte [medeverdachte 3] .26

Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon Samsung Galaxy J5 met telefoonnummer [telefoonnummer 3] blijkt dat op 2 augustus 2018 deze telefoon zendmasten heeft aangestraald in Den Haag, vervolgens in Amsterdam en vervolgens in Muiden, Almere en Harderwijk.27

Op 2 augustus 2018 is er een conversatie tussen de telefoon van [verdachte] ( [verdachte] ) en de telefoon met telefoonnummer 31685611377 welke gelinkt wordt aan [medeverdachte 2] (L)28:

[medeverdachte 2] : 00:22 uur: “morgen heb ik een klus, zeker weten!”

[verdachte] : 00:32 uur: “ik bel je morgen zodat we kunnen praten”

[medeverdachte 2] : 00:33 uur: “oke, maar is het iets zeker”

[medeverdachte 2] : 00:33 uur: “informatie van binnen”29

Op 2 aug 2018 zijn er om 11:42 en 16:25 uur uitgaande gesprekken vanaf de telefoon met telefoonnummer van [verdachte] , met het telefoonnummer van [medeverdachte 2] . Op 2 aug 2018 is er om 12.08 uur een inkomend gesprek van het telefoonnummer van [medeverdachte 1] . Op 2 aug 2018 om 10:21 uur, 10:41 uur, 11:38 uur en 12:04 uur zijn er gesprekken vanaf en naar het telefoonnummer van [medeverdachte 3] .30

- Overige bewijsmiddelen

Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van [medeverdachte 2] , blijkt dat op 2 augustus 2018 tussen 08:37 uur en 13:54 uur, telefoonmasten in Amsterdam worden aangestraald. Er is contact met het telefoonnummer van [verdachte] . Daarna zijn er meerdere contacten waarbij telefoonmasten worden aangestraald in Muiden, Blaricum, Zeewolde en Harderwijk.31

[verdachte] woont aan de [woonplaats] .32 Medeverdachte [medeverdachte 2] woont in Amsterdam.33

Medeverdachte [medeverdachte 4] (verder: [medeverdachte 4] ) heeft verklaard dat hij op 1 augustus 2018 bij [medeverdachte 2] heeft geslapen in Amsterdam. Op 2 augustus 2018 zouden er mensen komen en kon [medeverdachte 4] met [medeverdachte 2] meerijden naar Nunspeet.34 Tijdens een verhoor op 15 november 2018 zijn aan [medeverdachte 4] een foto’s van [verdachte]35 en van [medeverdachte 3]36getoond.37 Tijdens een daaropvolgend verhoor heeft [medeverdachte 4] verklaard dat “die [medeverdachte 1] ” en “die met die tattoo in zijn nek” en “die met die rasta haren” naar de woning van [medeverdachte 2] kwamen.38 [medeverdachte 4] zat bij [medeverdachte 2] in de auto. Die anderen zijn achter hen aangereden en onderweg werd er onderling met elkaar gebeld.39

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat ze op 2 augustus 2018 met twee andere personen vanuit Den Haag is vertrokken naar Amsterdam. In Amsterdam zijn er nog drie anderen in een andere auto gestapt. Ze zijn in de buurt van een camping in Nunspeet gestopt. Rond 19:00 uur zijn ze daar aangekomen.40 Ze stopten op een parkeerplaats in de buurt van de camping bij een voetbalveld. Er werd haar verteld dat er een soort overval in scene gezet zou worden. Ze zijn met vijf personen de camping opgelopen. Als groep zijn ze de tuin van een vrijstaande woning ingelopen.41 Daar waren een man en een vrouw. De vrouw liep naar binnen en [medeverdachte 1] is met iemand achter haar aangelopen de woning in. Ze is door de woning gelopen en heeft rommel gemaakt. De vrouw gilde heel hard. In een andere kamer zag ze een jongen van 10/12 jaar oud lopen.42

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Gelet op de verklaring van [medeverdachte 4] stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 2] op 1 en 2 augustus 2018 in zijn woning in Amsterdam was.

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] en “die met zijn tattoo in zijn nek” en “die met die rasta haren” naar de woning van [medeverdachte 2] zijn gekomen. De rechtbank stelt vast dat, gelet op de verklaring van [medeverdachte 4] over “die met zijn tattoo in zijn nek” en “die met die rasta haren” in samenhang met de hem in een eerder verhoor getoonde foto’s van verdachte en [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , respectievelijk verdachte en [medeverdachte 3] heeft bedoeld.

De rechtbank concludeert dat verdachte en [medeverdachte 3] op 2 augustus 2018 vanuit regio Den Haag naar de woning van [medeverdachte 2] in Amsterdam zijn gekomen.

De verklaring van [medeverdachte 1] , dat zij met twee anderen vanuit Den Haag naar Amsterdam is gereden, ondersteunt de verklaring van [medeverdachte 4] op dit punt.

- Alternatief scenario

Verdachte heeft als verklaring voor het aantreffen van zijn telefoon en auto in Nunspeet op 2 augustus 2018, aangevoerd dat hij zijn auto met daarin zijn telefoon eind juli 2018 heeft uitgeleend aan [medeverdachte 2] .

De rechtbank is van oordeel dat dit alternatieve scenario onaannemelijk is en geen steun vindt in de bewijsmiddelen. Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat de telefoon van verdachte op 2 augustus 2018 vanuit Den Haag naar Amsterdam is gereisd, terwijl [medeverdachte 2] die dag volgens de verklaring van [medeverdachte 4] in Amsterdam was. Dit spoort niet met het door verdachte geschetste scenario. Daarnaast zijn er op 2 aug 2018 om 11:42 en 16:25 uur uitgaande gesprekken vanaf de telefoon van verdachte, met het telefoonnummer van [medeverdachte 2] . Tevens is er op 2 augustus 2018 tussen de telefoon van [medeverdachte 2] en de telefoon van verdachte een conversatie over ‘een klus’ de volgende dag. Het is volstrekt onaannemelijk dat [medeverdachte 2] deze telefonische contacten heeft gehad met de telefoon van verdachte die, zoals verdachte heeft gesteld, in de door [medeverdachte 2] geleende auto zou hebben gelegen, de auto die op 2 augustus 2018 in Nunspeet is aangetroffen op 200 meter van de plaats delict. Daar komt bij dat in deze auto het paspoort van verdachte is aangetroffen en dat hij na 2 augustus 2018 nimmer aangifte heeft gedaan van vermissing van zijn auto of zijn paspoort.Hetgeen naar het oordeel van de rechtbank voor de hand had gelegen als verdachte inderdaad zijn (op 2 augustus 2018 door de politie in beslag genomen) auto met daarin zijn telefoon en paspoort eind juli 2018 aan [medeverdachte 2] had uitgeleend en deze daarna niet had terugkregen. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging.

Tussenconclusie

De rechtbank is daarom van oordeel dat vast is komen te staan dat verdachte vanuit Den Haag, samen met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] naar de woning van [medeverdachte 2] in Amsterdam is gereden en vanuit daar verder is gereisd naar Nunspeet waar zij hebben geparkeerd op de parkeerplaats van VV Nunspeet aan de Sportlaan hemelsbreed op 200 meter van de woning van [slachtoffer 1] .

- Medeplegen overval

De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , kort samengevat inhoudende dat de overval door vijf personen is gepleegd, wordt ondersteund door hetgeen [medeverdachte 1] heeft verklaard. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat op de parkeerplaats werd gesproken over een overval (die in scene gezet zou worden) en dat ze met vijf personen de camping op zijn gelopen en de tuin van de woning van [slachtoffer 1] in zijn gelopen. Deze verklaring wordt daarnaast ondersteund door een conversatie op de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 2] in de nacht voor de overval, waarin over “een klus” wordt gesproken.

De rechtbank is van oordeel dat uit de aangiften van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en uit de verklaring van [slachtoffer 3] blijkt dat er sprake is geweest van gezamenlijke uitvoeringshandelingen en dat, gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] , sprake was van (stilzwijgende) afspraken die vooraf zijn gemaakt tussen de vijf personen die de woning hebben betreden, met betrekking tot de te plegen diefstal met geweld en/of te plegen afpersing.

De rechtbank concludeert dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de vijf verdachten. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld en bedreiging met geweld, door het tonen van een vuurwapen, van geld en goederen en afpersing van een geldbedrag, zoals de rechtbank hieronder bewezen verklaart.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 2 augustus 2018 in de gemeente Nunspeet, in een woning

gelegen aan de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

2 mobiele telefoons en/of één of meerdere geldbedrag(en) en/of een zonnebril

merk Quay en/of een goudkleurige ring (merk Mimoneda) en/of een goudkleurig

horloge (merk Fossiel),

in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld

tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (10 jaar oud), gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit

van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]

(10 jaar oud) heeft gedwongen tot de afgifte van

2 mobiele telefoons en/oféén of meerdere geldbedrag(en) en/of een zonnebril

merk Quay en/of een goudkleurige ring (merk Mimoneda) en/of een goudkleurig

horloge (merk Fossiel),

in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij

verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp en/of handschoenen en/of (een) bivakmuts(en) en/of een panty, in

ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde

woning is/zijn gegaan en/of

- de achtertuin van voornoemde woning heeft/hebben betreden waar die W.A.

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich op dat moment bevonden en/of

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op

die [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht en gericht gehouden en/of tegen die [slachtoffer 1]

heeft/hebben gezegd "Die kant op.", in ieder geval woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking en/of

- achter die [slachtoffer 1] is/zijn gaan staan en/of een vuurwapen, in ieder

geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in/tegen de zij, in ieder geval

in/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd/gezet en/of een arm

en/of hand van die [slachtoffer 1] met kracht heeft/hebben vastgepakt en/of die [slachtoffer 1]

met kracht om de nek heeft/hebben vastgepakt en/of die [slachtoffer 1] vervolgens de

woning in heeft/hebben geduwd en/of

- om die [slachtoffer 2] is/zijn gaan staan en/of de beide armen en/of handen van die [slachtoffer 2]

heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of die [slachtoffer 2] vervolgens de woning

in heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] met kracht heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of of met

die [slachtoffer 2] in een worsteling is/zijn geraakt en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben

tegengehouden (toen zij de woning wilde verlaten) en/of een hand op de mond

van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gelegd/gedrukt (om haar het schreeuwen te beletten)

en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in de woning naar een slaapkamer heeft/hebben

geduwd en/of

- die [slachtoffer 1] op het bed heeft/hebben gezet en/of de handen/polsen van die

[slachtoffer 1] tegen elkaar heeft/hebben geduwd en/of vervolgens deze met een touw aan

elkaar heeft/hebben vastgeknoopt en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meermalen heeft hebben gezegd "Rustig

blijven, rustig blijven, dan gebeurt er niets.", in ieder geval woorden van

gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezet/geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd "We willen alleen

geld.", in ieder geval woorden gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een adapter met een snoer heeft/hebben gepakt (ten einde die [slachtoffer 2] vast te

binden) en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft hebben gezegd "Die 2 kluizen moeten

open. Ze moeten open.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt en/of omhoog getrokken en/of een

vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen het

hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezet en/of gezet gehouden en/of die [slachtoffer 1]

vervolgens heeft/hebben meegenomen naar een andere kamer in de woning en/of

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben vastgepakt en/of een hand op de mond van die

[slachtoffer 1] heeft/hebben gelegd/gedrukt (om hem het schreeuwen te beletten) en/of

dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij stil moest zijn, in

ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of die

[slachtoffer 1] (met kracht) vanuit een kamer de gang in heeft/hebben getrokken;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

“diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”

en

“afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaat verweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 4 september 2019.

De verdachte heeft op 2 augustus 2018 samen met anderen op grove wijze een overval op een woning gepleegd.

Verdachte en zijn mededaders zijn samen vanuit Amsterdam naar de woning van [slachtoffer 1] in Nunspeet gereisd met het doel hem daar te overvallen. Door als groep te opereren hebben verdachte en zijn mededaders een zeer bedreigende en intimiderende situatie gecreëerd. In de woning waren twee volwassenen, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , en een tienjarig kind, [slachtoffer 3] , aanwezig. Verdachte en zijn mededaders hebben, onder dreiging van een vuurwapen, of in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, geld en goederen weggenomen en een geldbedrag afgeperst.

Een woning is bij uitstek de plaats waar een persoon zich veilig behoort te voelen. De wijze waarop met het vuurwapen is gedreigd, namelijk door dit tegen het hoofd van [slachtoffer 1] te zetten, is niet alleen voor [slachtoffer 1] , erg bedreigend geweest. Ook voor [slachtoffer 2] , die deze bedreiging heeft moeten aanzien, is de dreiging met het vuurwapen bijzonder angstaanjagend geweest. Bovendien heeft één van de overvallers [slachtoffer 3] vastgepakt, hem een hand op zijn mond gedrukt, is tegen hem gezegd dat hij zijn mond moest houden, is zijn telefoon afgepakt en is hij meegetrokken de gang op.

De verdachte en zijn mededaders hebben, door op deze wijze een woningoverval te plegen, blijk gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke integriteit van anderen, hun gezondheid, hun veiligheid en hun eigendommen.

Ter terechtzitting is gebleken dat [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ruim een jaar na dato nog volop nadelige gevolgen van de woningoverval ondervinden.

[slachtoffer 1] heeft nog steeds problemen met slapen en kan daardoor zijn werkzaamheden niet goed uitvoeren. Ook [slachtoffer 2] slaapt slecht en is door het gebeuren lange tijd niet in de woning van [slachtoffer 1] geweest omdat ze zich daar onveilig voelde. Haar gevoel voor veiligheid is nog altijd aangetast. [slachtoffer 3] heeft zich tijdens het gebeuren verstopt in een kast. [slachtoffer 3] heeft door het gebeuren een post traumatisch stress syndroom opgelopen. Hij is een angstig kind geworden dat veel last heeft van nachtmerries.

De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke geweldsmisdrijven nog lange tijd de nadelige psychische gevolgen hiervan kunnen ondervinden. Daarnaast hebben verdachte en zijn mededaders bijgedragen aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving die het gevolg zijn van woningovervallen.

De rechtbank rekent dit de verdachte en zijn mededaders zwaar aan.

De rechtbank is van oordeel dat voor dit feit niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht van gerechtshoven en rechtbanken (LOVS). Het oriëntatiepunt voor woningovervallen waarbij sprake is van licht geweld/bedreiging, is een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren. Wanneer sprake is van ander geweld is het oriëntatiepunt een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank rekening met de het feit dat de woningoverval samen met anderen is gepleegd. De rechtbank weegt voorts het feit dat er een kwetsbaar slachtoffer (een tienjarig kind) in de woning aanwezig was, zwaar ten nadele mee.

Gelet op wat de rechtbank hierboven heeft overwogen is zij van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden is.

7a. Beslag

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de onder verdachte in beslaggenomen telefoons en sleutels terug mogen naar verdachte, met uitzondering van de telefoon Huawei P8 Lite, deze dient terug te worden gegeven aan medeverdachte [medeverdachte 1] .

De onder verdachte in beslaggenomen auto, ter waarde van € 500,- (in tegenstelling tot de € 400,- zoals op de beslaglijst staat) dient verbeurd te worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat de Volkswagen Polo teruggegeven dient te worden aan verdachte nu de verdediging vrijspraak heeft bepleit.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven telefoons (één Huawei P8 Lite, één Samsung SM-J320FDS, één Samsung J1 Prime en één Samsung SM-J100H), de vier sleutels aan twee ringen en de brieven dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbende.

De onder verdachte in beslaggenomen en nog niet teruggeven personenauto, Volkswagen Polo, dient verbeurd te worden verklaard, nu het een voorwerp betreft met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan.

7b. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van respectievelijk € €7.670,85, €4.412,05 en €2.750,-.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot betaling van het bedrag van €7.670,85 toe te wijzen, bestaande uit €3.670,85 aan materiële schade en €4.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Voorts heeft de officier van justitie verzocht de vergoeding voor proceskosten toe te wijzen voor een bedrag van €4.908,31, nu de raadsvrouw van [slachtoffer 1] , mr. A. Foppen, voldoende heeft onderbouwd dat afgeweken kan worden van het liquidatietarief in kantonzaken, nu dit tarief ziet op de behandeling van slechts één enkele vordering.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot betaling van het bedrag van €4.412,05 toe te wijzen, bestaande uit €412,05 aan materiële schade en €4000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] tot betaling van het bedrag van €2.750 aan immateriële schade toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] gesteld dat de vorderingen afgewezen dienen te worden nu vrijspraak is bepleit.

De verdediging heeft subsidiair ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] gesteld dat de materiële schade onvoldoende onderbouwd is. De hoogte van het weggenomen geld is niet eenvoudig vast te stellen.

Ten aanzien van de immateriële schade stelt de verdediging dat geen sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. De vordering dient daarom niet-ontvankelijk dan wel gematigd te worden.

Meer subsidiair dient de vordering ten aanzien van de immateriële schade gematigd te worden, gelet op de opgelegde vergoeding aan immateriële schade in soortgelijke zaken.

Ten aanzien van de gevorderde proceskosten is onvoldoende onderbouwd waarom afgeweken is van het liquidatietarief kantonzaken, zoals deze door de rechter in Nederland wordt gehanteerd. Dit deel van de vordering kan slechts in zoverre worden toegewezen.

De verdediging heeft subsidiair ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] gesteld dat de vordering niet voldoende is onderbouwd ten aanzien van de immateriële schade. Een enkel gevoel van onvrede/onveiligheid is onvoldoende voor toewijzing.

Meer subsidiair dient de vordering ten aanzien van de gevorderde immateriële schade à

€ 4.000,- gematigd te worden, nu [slachtoffer 2] niet bedreigd is met een wapen en niet is vastgebonden, in tegenstelling tot [slachtoffer 1] . Daarnaast is het litteken niet blijvend ontsierend en is geen sprake van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. De vordering is, in geval van toewijzing, toewijsbaar tot een bedrag van € 2.000,-.

De verdediging stelt subsidiair dat de vordering van [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk verklaard, dan wel gematigd dient te worden, nu hij minder van de bewezenverklaarde feiten heeft meegekregen dan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , omdat hij toen op zijn kamer verbleef.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer 1]

De vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 1] bestaat uit materiële schade voor een bedrag van € 3.670,85, bestaande uit de posten weggenomen geld, reiskosten en gederfd inkomen, en uit immateriële schade voor een bedrag van € 4.000,-.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit, tot vergoeding waarvan verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is, een en ander zoals hierna overwogen en beslist.

Materiële schade

Er is een bedrag van € 2.100,- gevorderd aan weggenomen geld, waarbij verwezen wordt naar een als bijlage gevoegde kasstaat. Benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft wisselend verklaard over de hoogte van het weggenomen bedrag. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat het weggenomen bedrag € 2.100 bedraagt. De rechtbank schat deze schadepost op een bedrag van € 1.000,-. Uit de stukken is gebleken dat verdachte een bedrag van € 400,- vergoed heeft gekregen van de verzekering, welke daarom in mindering moet worden gebracht. De rechtbank stelt het bedrag daarom vast op € 600,-.

De rechtbank is van oordeel dat de opgevoerde reiskosten voor bezoek aan de politie ten bedrage van € 24,09 kan als materiële schade worden toegewezen. De overige reiskosten zullen onder de post “overige proceskosten” worden besproken.

De benadeelde partij heeft voor gederfd inkomen een bedrag van € 1.874,40 opgevoerd. De rechtbank is in tegenstelling tot de verdediging van oordeel dat deze post voldoende is onderbouwd en voor toewijzing in aanmerking komt, nu er een arbeidskundig onderzoek van de arbeidsongeschiktheidsverzekering, De Amersfoortse, aan ten grondslag ligt en de advocaat van [slachtoffer 1] op basis van de uitkomsten van dat arbeidskundig onderzoek de hoogte van het gederfde inkomen heeft berekend.

De rechtbank komt daarmee op het totale bedrag van € 2.498,49 aan materiële schade en zal de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.

Immateriële schade

De benadeelde partij is slachtoffer geworden van een gewelddadige woningoverval. Hij is bedreigd met een vuurwapen tegen zijn hoofd, en hij is vastgebonden geweest. Ook zijn partner en zoon zijn vastgehouden en bedreigd. Daarmee is een dermate grote inbreuk gemaakt op zijn gevoel van veiligheid, dat hij juist in zijn eigen woning zou moeten kunnen ervaren, dat dit kan worden aangemerkt als een andere aantasting van de persoon als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 BW. Het nadeel dat daardoor ontstaat komt voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank stelt de immateriële schade naar billijkheid vast op een bedrag van € 2.000,-. De vordering zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.

Kosten rechtsbijstand

De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een andere feitencomplex dan in andere gevallen waarin door een advocaat bijstand wordt verleend aan een benadeelde partij.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het liquidatietarief kantonzaken (Liquidatietarieven Kanton 2019) dient te worden toegepast, waarbij het toe te wijzen bedrag (€ 4.498,40) als uitgangspunt wordt genomen. Dit leidt ertoe dat een proceskostenveroordeling aan de benadeelde partij toekomt.

Bij een vordering tussen € 3.750,00 en € 5.000,- wordt in de regel € 210,00 per punt als salaris toegekend. De benadeelde partij komt in dit verband tweeënhalve punt toe: één punt voor het door zijn advocaat indienen van de vordering en anderhalve punt (één punt de eerste dag van de terechtzitting en een halve punt voor de tweede dag van de terechtzitting) voor de aanwezigheid van zijn advocaat ter terechtzitting in eerste aanleg.

De rechtbank zal de kosten van rechtsbijstand dan ook toewijzen tot een bedrag van € 525,-. Voor het overige zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Overige proceskosten

De rechtbank is van oordeel dat de posten ten aanzien van de reiskosten, te weten € 18,09 aan reiskosten naar pro forma zitting en € 54,27 aan reiskosten naar rechtbank voor slachtoffergesprek en twee zittingsdagen, voldoende onderbouwd zijn en daarmee voor toewijzing als overige proceskosten in aanmerking komen.

De rechtbank zal deze proceskosten toewijzen tot een bedrag van € 72,36.

Conclusie

De rechtbank zal de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 4.498,49 aan materiële en immateriële schade.

De rechtbank stelt de proceskosten vast tot een bedrag van € 597,36.

De rechtbank zal verder de gevorderde wettelijke rente toewijzen, over de materiële schade met ingang van 27 augustus 2019 en over de immateriële schade met ingang van 2 augustus 2018.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis vaststelt op maximaal 7 dagen.

[slachtoffer 2]

De vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 2] bestaat uit materiële schade voor een bedrag van € 412,05 bestaande uit de posten weggenomen geld en reiskosten, en uit immateriële schade voor een bedrag van € 4.000,-.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit, tot vergoeding waarvan verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is, een en ander zoals hierna overwogen en beslist.

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van € 412,05. De verdediging heeft dit ook niet betwist. De rechtbank wijst dit deel van de vordering toe.

Immateriële schade

De benadeelde partij is slachtoffer geworden van een gewelddadige woningoverval. De benadeelde partij is getuige geweest van bedreiging van haar partner, die een vuurwapen tegen zijn hoofd gehouden heeft gekregen en vastgebonden is geweest.

Daarmee is een dermate grote inbreuk gemaakt op het gevoel van veiligheid, dat zij juist in haar eigen woning zou moeten kunnen ervaren, dat dit kan worden aangemerkt als een aantasting van de persoon als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 BW. Daarnaast heeft de benadeelde partij fysiek letsel opgelopen, zoals uit foto’s in het procesdossier is gebleken. Het nadeel dat daardoor ontstaat komt voor vergoeding in aanmerking.

De rechtbank stelt de schade naar billijkheid vast op een bedrag van € 2.000,-. De vordering zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.

Conclusie

De rechtbank zal de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 2.412,05.

De rechtbank zal verder de gevorderde wettelijke rente toewijzen, over de materiële schade met ingang van 28 augustus 2019 en over de immateriële schade met ingang van 2 augustus 2018.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis vaststelt op maximaal 7 dagen.

[slachtoffer 3]

De vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 3] bestaat uit immateriële schade voor een bedrag van € 2.750,-.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen immateriële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Conclusie

De rechtbank zal de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van €2.750,-.

De rechtbank zal verder de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 2 augustus 2018.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis vaststelt op 37 dagen.

7b. De beoordeling van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling

Bij de stukken bevindt zich een vordering herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling (parketnummer 99-000260-25). Verdachte is op 8 april 2013 bij arrest van het gerechtshof Den Haag (onder parketnummer 22-004273-12) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren. Ten aanzien van deze straf is op 2 november 2016 voorwaardelijke invrijheidstelling verleend. Deze beslissing is op 11 oktober 2016 aan verdachte betekend. De duur van de v.i.-periode bedraagt 735 dagen, nadat op 10 oktober 2018 van de 855 dagen, 120 dagen herroepen zijn.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling geheel toe dient te worden gewezen aangezien verdachte de algemene voorwaarde heeft overtreden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, nu de verdediging vrijspraak heeft bepleit.

Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de vordering niet onverwijld is ingediend en dient te worden afgewezen. Immers, verdachte is in november 2018 aangehouden en de vordering tot herroeping is eerst in augustus 2019 ingediend.

Meer subsidiair heeft de verdediging verzocht om gedeeltelijke toewijzing, nu een gehele toewijzing disproportioneel is.

Beoordeling door de rechtbank

De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering niet onverwijld is ingediend en dat de vordering om die reden dient te worden afgewezen. De rechtbank overweegt daartoe dat de wet geen rechtsgevolg verbindt aan de niet-naleving van het voorschrift dat de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling “onverwijld” dient te worden ingediend (in de zin van artikel 15i WvSr) (HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2647). De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling op grond van overtreding van de algemene voorwaarde toegewezen dient te worden. Veroordeelde heeft ten tijde van de proeftijd opnieuw strafbare feiten gepleegd.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de vordering gedeeltelijk te herroepen.

Conclusie

De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van 735 dagen zal worden toegewezen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 gelast de teruggave van de in beslag genomen aan de rechthebbende, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    één telefoontoestel, Huawei P8 Lite [nummer 1] , kleur wit;

  • -

    één telefoontoestel, Samsung SM-J320FDS, [nummer 2] , kleur zwart;

  • -

    één telefoontoestel, Samsung J1 Prime, [nummer 3] , kleur zwart;

  • -

    één telefoontoestel, Samsung SM-J100H, kleur zwart;

  • -

    vier sleutels aan twee ringen, met een zwarte tag, kleur zilver;

  • -

    brieven, gemeente, politie, deurwaarder, zorgverzekering;

verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- één personenauto, Volkswagen Polo, [kenteken] , t.w.v. €500,-;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 4.498,49 (vierduizendvierhonderdenachtennegentig euro en negenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 27 augustus 2019 en over de immateriële schade vanaf 2 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 597,36;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 4.498,49 (vierduizendvierhonderdenachtennegentig euro en negenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 27 augustus 2019 en over de immateriële schade vanaf 2 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 7 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 2.412,05 (tweeduizendvierhonderdentwaalf euro en vijf eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 28 augustus 2019 en over de immateriële schade vanaf 2 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 2.412,05 (tweeduizendvierhonderdentwaalf euro en vijf eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 28 augustus 2019 en over de immateriële schade vanaf 2 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 7 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .

veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een bedrag van € 2.750 (tweeduizendzevenhonderdenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van € 2.750 (tweeduizendzevenhonderdenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 37 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Ten aanzien van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling (99-000260-25)

Gelast dat van het gedeelte van de vrijheidsstraf, dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, te weten 735 (zevenhonderd en vijfendertig) dagen gevangenisstraf, moet worden ondergaan.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.S.M. Bak (voorzitter),

mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. R. Raat, rechters,

in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 oktober 2019.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 4] , districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL201902151110, gesloten op 1 maart 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 524-525 1e alinea, proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 1008 en proces-verbaal van bevindingen studioverhoor [slachtoffer 3] , p. 578

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 525 en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 1008

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 525 en 548

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 549 en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 1011

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 526

7 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 1008 en 1009, 1e en 2e alinea

8 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 1009

9 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 1025

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 526 en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , 1009

11 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 526

12 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 526-527 en proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 1010

13 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 1009, laatste alinea en p. 1010, eerste alinea

14 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 527

15 Proces-verbaal van bevindingen studioverhoor [slachtoffer 3] , p. 578

16 Proces-verbaal van bevindingen ontvreemde goederen, p. 560

17 Proces-verbaal ibn schoeisel uit fouillering verdachten, p. 533

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 531

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 541

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 681-682

21 Proces-verbaal biologisch vooronderzoek p. 693.

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 748

23 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 4 september 2019, p. 8 van 13, proces-verbaal vordering verstrekking verkeersgegevens telefonie, p. 1277

24 Proces-verbaal van bevindingen, p. 774

25 Proces-verbaal van bevindingen, p. 774

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 773

27 Proces-verbaal van bevindingen, p. 774

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 739

29 Proces-verbaal van bevindingen, p. 756

30 Proces-verbaal van bevindingen, p. 749-750

31 Proces-verbaal van bevindingen, p. 775, laatste alinea en 776 eerste alinea.

32 De als bijlage gevoegde ID-staat betreffende [verdachte] , p. 291

33 De als bijlage gevoegde ID-staat betreffende [medeverdachte 2] , p. 152

34 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4] , p. 278

35 De als bijlage gevoegde foto van [verdachte] , p. 265

36 De als bijlage gevoegde foto van [medeverdachte 3] , p. 266

37 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4] , p. 260

38 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4] , p. 278

39 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4] , p. 279

40 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , p. 103

41 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , p. 104

42 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] , p. 105