Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:4616

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-09-2019
Datum publicatie
24-10-2019
Zaaknummer
C/05/356385/ KG RK 19/596
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

De klachten van verzoeker zijn in wezen gericht tegen de mogelijke beslissing van de rechter om een tussenuitspraak te nemen. De juistheid van de beslissing kan op zichzelf niet door middel van een wrakingsverzoek aan de orde worden gesteld. De mogelijke beslissing is niet zo onbegrijpelijk dat het in het onderhavige geval leidt tot gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/356385/ KG RK 19/596

Beslissing van 25 september 2019

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[Naam A] wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: verzoeker,

gemachtigde: [Naam B]

strekkende tot de wraking van

mr. M.J.M. Verhoeven,

rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het schriftelijke wrakingsverzoek van 15 juli 2019

  • -

    de schriftelijke reactie van de rechter

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 18 september 2019.

Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:

  • -

    verzoeker, bijgestaan door zijn gemachtigde

  • -

    de rechter.

2 Het wrakingsverzoek

2.1

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer AWB 18/6436 tussen verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg.

2.2

Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Tijdens de zitting van 11 juli 2019 heeft de rechter duidelijk laten blijken de kant te kiezen van de gemeente Elburg door te opperen dat zij een tussenuitspraak zou kunnen doen, waarbij de gemeente Elburg de mogelijkheid werd geboden om (processuele) fouten te herstellen en inhoudelijke aanvullingen te doen. Ook de vraag van de rechter of zijn gemachtigde jurist is kan hij niet goed plaatsen en lijkt niet ter zake doende, aldus verzoeker.

2.3

De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3 De beoordeling

3.1

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.

3.2

Daargelaten de vraag of het verzoek tot wraking tijdig is ingediend, is de wrakingskamer van oordeel dat niet is gebleken dat de rechter vooringenomen is of dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Verzoeker stelt dat de rechter vooringenomen is omdat zij de mogelijkheid heeft geopperd om een tussenbeslissing te nemen waarbij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg de mogelijkheid krijgt de uitspraak op bezwaar nader te motiveren. Hieruit volgt echter niet dat de rechter vooringenomen is of dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. De Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) draagt de bestuursrechter immers op om geschillen zoveel mogelijk definitief te beslechten. Om dit te bewerkstelligen kan de bestuursrechter op grond van die wet een tussenbeslissing nemen waarbij een bestuursorgaan de mogelijkheid krijgt om eventuele gebreken, zoals een onvoldoende of onvolledige motivering, te herstellen. De door de rechter geopperde mogelijkheid volgt dus rechtstreeks uit de Awb. Daar komt bij dat de juistheid van een rechterlijke beslissing alleen kan worden beoordeeld als daartegen een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) is aangewend. De wrakingsprocedure is daarvoor niet bestemd, omdat het daarin uitsluitend gaat over de (schijn van) vooringenomenheid van de rechter. Alleen als de beslissing gelet op de motivering of de wijze van totstandkoming zo onjuist of onbegrijpelijk is dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard, is er mogelijk een grond voor wraking. De door verzoeker aangevoerde grond haalt deze hoge drempel niet.

3.3

Voorts is de vraag van de rechter of de gemachtigde een jurist is in het kader van het verzoek om proceskostenvergoeding niet vreemd of opmerkelijk. Voor de hoogte van de vergoeding is immers relevant of sprake is van een professionele rechtsbijstandsverlener.

3.4

De slotsom is dat uit hetgeen door verzoeker naar voren is gebracht, niet blijkt van vooringenomenheid van de rechter, zodat het verzoek tot wraking wordt afgewezen.

4 De beslissing

De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beslissing is gegeven door de mrs. A.M.F. Geerling, O. Nijhuis en S.J. Peerdeman in tegenwoordigheid van de griffier mr. N.J.H. Klomp en in openbaar uitgesproken op 25 september 2019.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.