Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:453

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
07-02-2019
Datum publicatie
14-02-2019
Zaaknummer
AWB - 18 _ 4472
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 2:14, tweede lid, Awb. Artikel 2, tweede lid, van de Verordening elektronische publicatie gemeente Arnhem biedt een toereikende wettelijke grondslag voor het uitsluitend op elektronische wijze kennisgeven. Verweerder kon daarom volstaan met de publicatie in het elektronische gemeenteblad.

Het college heeft het bezwaarschrift van eiseres terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat het buiten de bezwaartermijn van 6 weken is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/4472

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2019

in de zaak tussen

Exploitatiemaatschappij Gelredome B.V., te Arnhem, eiseres

(gemachtigde: mr. R.J.G. Bäcker),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Edelwonen I B.V., te Apeldoorn

(gemachtigde: mr. F.H.A.M. Thunnissen).

Procesverloop

Bij besluit van 8 maart 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder aan de derde-partij een omgevingsvergunning verleend.

Bij besluit van 3 juli 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2019. Namens eiseres is verschenen [naam] , bijgestaan door gemachtigde mr. R.J.G. Bäcker en mr. H. Boom. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Hindriks.

Namens de derde-partij is mr. M. Snippe verschenen.

Overwegingen

1. De relevante bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Verordening elektronische publicatie gemeente Arnhem zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

2. Op 30 oktober 2017 heeft de derde-partij een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het transformeren van een kantoorgebouw op het perceel Kroonpark 6 tot 80 appartementen met een ondergeschikte welness, fitness- en loungeruimte.

Bij het primaire besluit heeft verweerder aan de derde-partij een omgevingsvergunning verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2o, Wabo en artikel 4, onderdeel 9, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. Publicatie van deze omgevingsvergunning heeft op 21 maart 2018 plaatsgevonden in het elektronische gemeenteblad van de gemeente Arnhem.

3. Eiseres heeft bij brief van 13 juni 2018 pro-forma bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Bij brief van 14 juni 2018 heeft verweerder eiseres meegedeeld dat het bezwaarschrift buiten de bezwaartermijn van 6 weken is ingediend, en aan eiseres verzocht de redenen van de te late indiening kenbaar te maken. Op 28 juni 2018 heeft eiseres gereageerd en het bezwaarschrift aangevuld.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

4.1.

Eiseres betoogt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Volgens eiseres kon niet slechts worden volstaan met een elektronische publicatie in het digitale gemeenteblad, maar had ook een niet-elektronische publicatie plaats moeten vinden in een huis-aan-huis blad. Eiseres stelt zich voorts op het standpunt dat artikel 2 van de Verordening geen wettelijke grondslag biedt voor het uitsluitend elektronisch bekendmaken van de omgevingsvergunning.

4.2.

Uit artikel 2:14, tweede lid, van de Awb volgt dat kennisgeving niet uitsluitend elektronisch plaatsvindt, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.

In het voorliggende geval is in artikel 2, tweede lid, van de Verordening elektronische publicatie gemeente Arnhem bepaald dat het elektronisch gemeenteblad gebruikt kan worden voor kennisgeving van besluiten die tot één of meer belanghebbenden zijn gericht.

De rechtbank is – anders dan eiseres – van oordeel dat artikel 2, tweede lid, van de Verordening elektronische publicatie gemeente Arnhem een toereikende wettelijke grondslag biedt voor het uitsluitend op elektronische wijze kennisgeven. In het artikel staat weliswaar niet dat de kennisgeving uitsluitend in het elektronische gemeenteblad plaatsvindt, maar deze toevoeging is naar het oordeel van de rechtbank ook niet noodzakelijk. De rechtbank merkt op dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in de door eiseres aangehaalde uitspraak van 7 september 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2421) oordeelde dat een bepaling in een verordening waarin de mogelijkheid van elektronische publicatie wordt geboden, voldoende is als wettelijk voorschrift waarin is bepaald dat van besluiten uitsluitend langs elektronische weg kennis kan worden gegeven. Daarnaast wijst de rechtbank op de uitspraak van de Afdeling van 13 december 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3419), waar de Amsterdamse verordening aan de orde was waarin ook een vergelijkbare formulering (“kunnen”) wordt gehanteerd.

Omdat verweerder heeft voldaan aan de wettelijke bekendmakingsvereisten is een verschoonbare termijnoverschrijding niet aan de orde.

4.3.

Uit het voorgaande volgt dat verweerder het bezwaar terecht kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. Verweerder kon daarom afzien van het horen van eiseres, gelet op het bepaalde in artikel 7:3, aanhef en onder a, van de Awb.

De beroepsgronden slagen niet.

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in tegenwoordigheid van mr. E. Mengerink, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 7 februari 2019

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Op het hoger beroep tegen deze uitspraak is de Crisis- en herstelwet van toepassing.

Op grond van artikel 1.6a van de Crisis- en herstelwet kunnen na genoemde zes weken geen gronden meer worden aangevoerd.

Bijlage

Artikel 2:14, tweede lid, Awb:

“Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, geschiedt de verzending van berichten die niet tot een of meer geadresseerden zijn gericht, niet uitsluitend elektronisch.”

Artikel 3:41, eerste lid, Awb:

“De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.”

Artikel 6:7 Awb:

“De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken.”

Artikel 6:8, eerste lid, Awb:

“De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.”

Artikel 6:11 Awb:

“Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.”

Artikel 7:3 Awb:

“Van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien:

a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is,

(…).”

Artikel 3.8 Wabo:

“Het bevoegd gezag geeft bij de toepassing van titel 4.1 van de Awb tevens onverwijld kennis van de aanvraag om een omgevingsvergunning in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. Het vermeldt daarbij de in artikel 3.1, tweede lid, bedoelde datum waarop de aanvraag is ontvangen.”

Artikel 3.9, eerste lid, aanhef en onder a, Wabo:

“Het bevoegd gezag beslist binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag op de aanvraag om een omgevingsvergunning. Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking doet het mededeling van die beschikking op de wijze waarop het overeenkomstig artikel 3.8 kennis heeft gegeven van de aanvraag.”

Artikel 2 van de “Verordening elektronische publicatie gemeente Arnhem”:

“1. Het gemeentebestuur gebruikt het elektronisch gemeenteblad voor de bekendmaking van:

  1. algemeen verbindende voorschriften;

  2. eleidsregels;

  3. en andere besluiten die niet tot één of meer belanghebbenden zijn gericht tenzij wettelijk een andere wijze van bekendmaking is voorgeschreven;

2. In aanvulling op het eerste lid kan het elektronisch gemeenteblad gebruikt worden voor:

a. de kennisgeving van besluiten die tot één of meer belanghebbenden zijn gericht;

b. de kennisgeving van meldingen, aanvragen en ontwerp-besluiten;

c. overige algemene berichten en kennisgevingen.

(…).”