Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:4483

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-08-2019
Datum publicatie
30-07-2020
Zaaknummer
C/05/317945 / HZ ZA 17-167
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Benoeming deskundige voor de beoordeling van in beslag genomen bewijsstukken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/317945 / HZ ZA 17-167

Vonnis van 28 augustus 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VENTILEX B.V.,

gevestigd te Heerde,

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie,

advocaat mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TEMA PROCESS BV,

gevestigd te Heerde,

2. [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

4. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats],

5. [gedaagde 4],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. H. Eijer te Zoetermeer.

Partijen zullen hierna Ventilex, Tema Process (gedaagde sub. 1) en gedaagden gezamenlijk Tema c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 17 juli 2019

  • -

    de akte houdende uitlating na tussenvonnis van Ventilex

  • -

    de antwoord akte voordragen deskundige van Tema c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In haar laatste akte heeft Ventilex als haar voorkeur uitgesproken geen comparitie van partijen te bepalen voor het benoemen van de derde deskundige maar dat de rechtbank zelf de knoop doorhakt en de derde deskundige aanwijst. Ventilex stelt dat een comparitie van partijen alleen maar tot nieuwe vertraging gaat leiden. Zij wijst er op dat uit de door Ventilex overgelegde correspondentie niet blijkt van serieuze bezwaren bij [naam 1] (de door Tema c.s. aangewezen deskundige) tegen de door [naam 2] (de door Ventilex aangewezen deskundige) voorgestelde voorzitter/derde deskundige. De door [naam 2] voorgestelde deskundige is de heer dr. ing. W.J. Coumans.

2.2.

Tema c.s. heeft in haar laatste akte de voorkeur uitgesproken voor het houden van een comparitie van partijen in aanwezigheid van de twee partij-deskundigen. Tema c.s. stelt dat de twee deskundige onderling niet in staat zijn de impasse over de te benoemen voorzitter/derde deskundige te doorbreken. Het voordeel van een comparitie van partijen is dat partijen en de rechtbank dan door de twee deskundigen hierover kunnen worden ingelicht, zonder dat zij “spreekbuis” worden van partijen.

2.3.

De rechtbank meent dat voor de beide standpunten wat te zeggen is. Wel is zij, na (her)lezing van de door [naam 2] en [naam 1] gevoerde correspondentie, het met Ventilex eens dat in die correspondentie geen door [naam 1] geuite inhoudelijke bezwaren tegen de persoon van Coumans zijn te vinden, ook niet nadat [naam 2] [naam 1] uitdrukkelijk verzoekt dergelijke bezwaren kenbaar te maken. [naam 2] wijst er in die correspondentie op dat Coumans een bekende droogexpert in Nederland is en dat hij blij en vereerd is dat een man met zoveel ervaring in het ontwerpen van drogers met hen wil samenwerken. In een e-mail van 16 mei 2019 schrijft [naam 1] dat het hem verbaast dat [naam 2] niet bereid is met een nieuwe deskundige te komen. [naam 1] plaatst in verband met het vasthouden aan Coumans vraagtekens bij de onpartijdigheid van [naam 2]. “Conclusie, wij komen er niet uit. Laat de rechter hier maar verder over zijn oordeel vellen”, zo besluit [naam 1] deze e-mail.

2.4.

Nu er van de zijde van Tema c.s. geen inhoudelijke bezwaren bekend zijn tegen Coumans als voorzitter/derde deskundige en om de procedure niet nog langer te vertragen zal de rechtbank overgaan tot benoeming van Coumans als derde deskundige. Zoals door partijen is afgesproken zal de derde deskundige de positie van voorzitter hebben. De andere twee deskundigen zijn door partijen zelf benoemd, een en ander conform hetgeen in het eerdere tussenvonnis van 10 april 2019 is beslist. Het is aan de voorzitter om, nadat het hierna genoemde voorschot is overgemaakt, in samenspraak met de twee partij-deskundigen, het onderzoek aan te vangen.

2.5.

Ten aanzien van het door de deskundige verlangde voorschot geldt hetgeen partijen op 3 april 2018 in een procedure bij het Gerechtshof zijn overeengekomen. Dit houdt in dat partijen de kosten van de eigen deskundige ieder zelf zullen dragen en dat Ventilex het voorschot draagt van de derde (door de rechtbank te benoemen) deskundige.

2.6.

De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen en de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vaststellen op het in de beslissing vermelde bedrag.

2.7.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundigen en dat onderzoek niet te verhinderen. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.8.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundigen doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.9.

De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

Onderwerp van het door de deskundigen uit te voeren onderzoek

2.10.

Het onderwerp van het onderzoek ligt besloten in een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 december 2015 (zaaknummers 200.123.957 en 200.123.947). Een kopie van dit arrest is door Ventilex als productie 1 bij de dagvaarding in het geding gebracht. Ventilex dient aan de drie deskundigen een kopie van dit arrest ter beschikking te stellen.

2.11.

In het arrest staat geformuleerd wat de deskundigen dienen te onderzoeken. Uit die formulering, die hierna wordt toegelicht, volgt dat van de deskundigen niet méér wordt verwacht dan dat zij – op een wijze die door het hof is beschreven – een selectie maken uit bewijsmateriaal dat door Ventilex in beslag is genomen en dat zich bij een gerechtelijke bewaarder bevindt. Het Hof was van oordeel dat dit in beslag genomen materiaal niet zonder meer aan Ventilex kon worden overhandigd omdat het niet is uit te sluiten dat Ventilex daarmee ook de beschikking zou kunnen krijgen over bedrijfsgeheimen van Tema Process. Zie overweging 3.72 van dat arrest. In overweging 3.73 formuleert het hof vervolgens in algemene zin waartoe het werk van de deskundige(n) zou moeten leiden: “Het ligt dan meer voor de hand dat de deskundige (…) de stukken bij de gerechtelijk bewaarder inziet en selecteert, en alleen datgene kopieert of laat kopiëren dat Ventilex nodig heeft voor de bepaling van haar schade.” Verderop in het arrest (bij overweging 4 “De beslissing”) heeft het Hof meer concreet uitgewerkt wat de deskundige(n) te doen staat.

2.12.

Aldus heeft de opdracht aan de deskundigen een andere strekking dan normaliter het geval is en behoeven zij geen deskundigenrapport op te stellen. Ook heeft het geen zin om, zoals te doen gebruikelijk is, aan de deskundigen een kopie van het gehele procesdossier ter beschikking te stellen. Het is voldoende als de deskundigen kennis nemen van hetgeen als hun opdracht in het arrest bij 4 (De beslissing) is beschreven. Het onderzoek van de deskundigen leidt enkel tot een selectie van bij de gerechtelijk bewaarder opgeslagen materiaal dat aan Ventilex ter beschikking moet worden gesteld. Het is vervolgens aan Ventilex om - al dan niet mede op basis van dit materiaal - haar stellingen over de door haar door het onrechtmatig handelen van Tema c.s. geleden schade, nader te onderbouwen en begroten.

2.13.

Bij 4 (De beslissing) in het arrest van het hof staat, direct onder “opnieuw rechtdoende” op blad 19 tot aan de derde alinea onderaan blad 21, specifiek beschreven welk materiaal de deskundigen moeten selecteren. De rechtbank gaat er daarbij overigens vanuit dat de twee daar genoemde USB sticks reeds in het bezit zijn van Ventilex.

Voor enkele onderdelen van het daar door het hof genoemde materiaal geldt een nader selectiecriterium (bijvoorbeeld ten aanzien van de op blad 21 genoemde tekeningen, namelijk: “voor zover deze tekeningen congruent zijn aan de tekeningen die onder het eerste gedachtenstreepje vallen”). De deskundigen wordt opgedragen zich nauwgezet te houden aan de door het hof op deze bladzijden gegeven aanwijzingen voor de selectie van het in beslag genomen materiaal. Indien de deskundigen van mening verschillen over de vraag of stukken wel of niet binnen die selectie vallen beslissen zij bij meerderheid. Indien van een meerderheid niet kan worden gesproken, beslist de voorzitter.

2.14.

Als gezegd zal het deskundigenonderzoek moeten leiden tot een pakket materiaal dat aan Ventilex - en niet aan Tema c.s. - ter beschikking moet worden gesteld. Het onderzoek leidt niet tot een deskundigenrapport. Indien nodig of desgewenst mogen de deskundigen wel (kort) aan partijen en de rechtbank een gezamenlijk verslag uitbrengen van de gang van zaken rondom hun onderzoek.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

benoemt tot deskundige:

W.J. Coumans,

Correspondentie- en bezoekadres: [adres]

telefoon: [nummer],

emailadres: [emailadres],

het voorschot

3.2.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 5.000,00,

3.3.

bepaalt dat Ventilex het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.4.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.5.

bepaalt dat Ventilex het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 december 2015 in afschrift aan de deskundigen dient te doen toekomen,

3.6.

bepaalt dat de deskundige – tezamen met de twee partij-deskundigen - het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats, met inachtneming van hetgeen hiervoor in de overwegingen 2.10 tot en met 2.14 is overwogen,

3.7.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

3.8.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.9.

het onderzoek leidt niet tot een schriftelijk deskundigenrapport. De deskundige wordt opgedragen om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot, de voor Ventilex geselecteerde stukken aan haar ter beschikking te stellen en vervolgens de rechtbank een gespecificeerde declaratie toe te sturen,

overige bepalingen

3.10.

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 1 april 2020,

3.11.

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

  • -

    indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

  • -

    na afronding van het deskundigenonderzoek: voor conclusie na deskundigenonderzoek aan de zijde van Ventilex op een termijn van vier weken,

3.12.

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

3.13.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms, mr. O. Nijhuis en mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2019.

PB/ON/St