Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:446

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
06-02-2019
Zaaknummer
05/740265-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een vrouw van 41 uit Arnhem tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 13 maanden voorwaardelijk, voor het plegen van ontuchtige handelingen met twee van haar minderjarige kinderen. Zij heeft daar met haar telefoon foto’s van gemaakt en deze ook verstuurd.

De vrouw heeft naar voren gebracht dat ze onder dwang heeft gehandeld. De rechtbank vindt dat dit niet aannemelijk is geworden. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, maar ook met verminderde toerekeningsvatbaarheid van de vrouw en met de omstandigheid dat het nu goed gaat met de kinderen en zij afhankelijk zijn van de zorg van de vrouw. Van belang is ook dat er weinig reden is om te vrezen voor herhaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740265-18

Datum uitspraak : 5 februari 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1977 te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] .

Raadsman: mr. O.J. Ingwersen, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 januari 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2013 tot en met 22 februari 2016 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, met haar zoontje [slachtoffer 1] , geboortedatum [geboortedatum 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige

handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het in haar mond nemen en/of betasten van en/of likken aan de penis van die [slachtoffer 1] ;

2.

zij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2013 tot en met 22 februari 2016 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, met haar dochtertje [slachtoffer 2] , geboortedatum [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het betasten van de vagina van die [slachtoffer 2] en/of het (doen) spreiden van de schaamlippen van die [slachtoffer 2] ;

3.

zij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 22 februari 2016 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, een aantal afbeeldingen/multimediafiles (te weten foto's en/of filmfragmenten), danwel één of meerdere gegevensdragers (te weten een [merk] )) bevattende die afbeeldingen/multimediafiles, van (telkens) (een) seksuele gedraging(en) waarbij een minderjarige was betrokken, in haar bezit heeft gehad en/of heeft vervaardigd en/of verworven en/of verspreid,

welke afgebeelde seksuele gedraging(en) in algemene zin (telkens) heeft/hebben bestaan uit de geheel en/of gedeeltelijk ontklede minderjarigen [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] ) en [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] ) terwijl zij ontuchtig betast worden of geheel of gedeeltelijk naakt poseren, zoals

één of meer afbeeldingen waarop die [slachtoffer 2] naakt poseert en/of zichzelf aan haar vagina betast en/of zichzelf met een vinger vaginaal penetreert en/of aan haar vagina wordt betast (fotoserie nrs. 2, 3 en 4 in de toonmap) en/of

één of meer afbeeldingen waarop die [slachtoffer 1] wordt gepijpt of aan zijn penis wordt gelikt en/of betast (fotoserie nr. 1 in de toonmap),

waarbij de afbeeldingen (aldus) telkens een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

[slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] ) en [slachtoffer 2] (geboren op
[geboortedatum 3] ) zijn een zoon en dochter van verdachte.2

Verdachte heeft in de woning van het gezin in [plaatsnaam] foto’s van deze twee kinderen gemaakt met haar telefoon, een [merk] , waarbij de onderlichamen van de kinderen ontkleed waren. Die foto’s heeft ze ook verstuurd.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft over feit 1 aangevoerd dat verdachte alleen de penis van haar zoon heeft betast, ze heeft de penis niet met haar mond aangeraakt en er niet aan gelikt. Het betasten is wel aan te merken als een ontuchtige handeling. Van feit 2 zou verdachte moeten worden vrijgesproken, want zij heeft de vagina van haar dochter niet betast en de schaamlippen niet gespreid.

Met betrekking tot feit 3 heeft de raadsman naar voren gebracht dat ten aanzien van de dochter alleen bewezen kan worden dat zij naakt heeft geposeerd. Er is enkel sprake geweest van het bezit en het vervaardigen van kinderporno; niet van het verspreiden ervan.

Beoordeling door de rechtbank

De politie heeft nader onderzoek gedaan naar de telefoon van verdachte, waarbij thumbnails (verkleinde afbeeldingen die een weergave bevatten van de inhoud van een (groter) origineel bestand) zijn aangetroffen met in totaal veertig afbeeldingen die als kinderpornografisch zijn aangemerkt.4 In de collectiescan is beschreven dat onder meer sprake is van afbeeldingen van vaginale penetratie door een minderjarige met een vinger/hand, van het betasten/aanraken van de geslachtsdelen van een minderjarige met een vinger/hand en met de mond/tong en van het betasten/aanraken door een minderjarige van de geslachtsdelen met een vinger/hand.5

Uit de nadere beschrijving van de foto’s volgt dat onder meer te zien is dat een vrouw de piemel van een minderjarige jongen in de mond heeft. Ogenschijnlijk wordt de jongen gepijpt.6 Ook is op foto’s te zien dat de jongen met zijn handen aan zijn piemel zit.7 Verdachte heeft verklaard dat zij de piemel van haar zoon in haar mond heeft gehad. Ze deed haar lippen met een open mond eromheen, maar ze heeft de piemel naar eigen zeggen niet aangeraakt.8

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte de piemel van haar zoon in haar mond heeft genomen. Er zijn geen foto’s nader omschreven waarop te zien is dat verdachte de piemel van haar zoon betast of likt en verdachte ontkent deze handelingen te hebben gepleegd. Van dat onderdeel van de tenlastelegging van feit 1 zal verdachte worden vrijgesproken.

Op andere foto’s is te zien dat een minderjarig meisje met haar vingers haar schaamlippen wijd houdt. Haar twee wijsvingers zijn tussen de schaamlippen geplaatst en ogenschijnlijk is één van de vingertoppen in de vagina geplaatst. Bij een van de afbeeldingen van het meisje is een volwassen hand te zien waarvan de vingers de schaamlippen uit elkaar spreiden.9 Verdachte heeft verklaard dat zij de buitenkant van de vagina van haar dochter open heeft getrokken en toen een foto heeft gemaakt.10

Naar het oordeel van de rechtbank is bewezen dat verdachte de schaamlippen van haar dochter heeft gespreid. Verdachte heeft verklaard dat haar dochter zelf haar schaamlippen heeft gespreid omdat ze jeuk had. Gelet op de beschrijving van de foto door de politie, zoals die hierboven is weergegeven en zoals de rechtbank die ter terechtzitting ook zelf zo heeft waargenomen, vindt de rechtbank deze verklaring niet aannemelijk. Dat betekent dat de rechtbank ook bewezen acht dat verdachte de schaamlippen van haar dochter heeft doen spreiden.

Er zijn geen foto’s nader beschreven waarop te zien is dat verdachte de vagina van haar dochter betast en verdachte verklaart daar evenmin over, dus van dat onderdeel van de tenlastelegging van feit 2 zal verdachte worden vrijgesproken.

Verdachte heeft verklaard dat het maken van de foto’s binnen een paar weken is gebeurd. Het was niet eenmalig en de foto’s zijn niet op één dag genomen. Verdachte appte de foto’s gelijk en verwijderde ze dan van haar telefoon.11

Wanneer de foto’s exact zijn gemaakt is niet duidelijk geworden. De telefoon van verdachte is voor het eerst gebruikt op 1 mei 2013 en is in beslag genomen op 22 februari 2016.12 Verdachte heeft verklaard dat ze de foto’s in 2013 of 2014 heeft gemaakt.13 Uit het onderzoek naar de telefoon volgt evenwel dat er foto’s zijn gemaakt in het jaar 2015. Op 13 februari 2014 is een foto verstuurd via WhatsApp.14

De rechtbank vindt gelet op het bovenstaande bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode meerdere malen ontuchtige handelingen heeft gepleegd met haar minderjarige kinderen en dat zij foto’s van seksuele gedragingen met haar kinderen (op haar telefoon) in bezit heeft gehad, heeft vervaardigd en heeft verspreid.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2013 tot en met 22 februari 2016 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, met haar zoontje [slachtoffer 1] , geboortedatum
[geboortedatum 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige

handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het in haar mond nemen en/of betasten van en/of likken aan de penis van die [slachtoffer 1] ;

2.

zij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2013 tot en met 22 februari 2016 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, met haar dochtertje [slachtoffer 2] , geboortedatum [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het betasten van de vagina van die [slachtoffer 2] en/of het (doen) spreiden van de schaamlippen van die [slachtoffer 2] en het (doen) spreiden van de schaamlippen van die [slachtoffer 2] ;

3.

zij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2013 tot en met 22 februari 2016 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, een aantal afbeeldingen/multimediafiles (te weten foto's en/of filmfragmenten), danwel één of meerdere gegevensdragers (te weten een [merk] )) bevattende die afbeeldingen/multimediafiles, van (telkens) (een) seksuele gedraging(en) waarbij een minderjarige was betrokken, in haar bezit heeft gehad en/of heeft vervaardigd en/of verworven en/of verspreid,

welke afgebeelde seksuele gedraging(en) in algemene zin (telkens) heeft/hebben bestaan uit de geheel en/of gedeeltelijk ontklede minderjarigen [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] ) en/of [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] ) terwijl zij ontuchtig betast worden of geheel of gedeeltelijk naakt poseren, zoals

één of meer afbeeldingen waarop die [slachtoffer 2] naakt poseert en/of zichzelf aan haar vagina betast en/of zichzelf met een vinger vaginaal penetreert en/of aan haar vagina wordt betast (fotoserie nrs. 2, 3 en 4 in de toonmap) en/of

één of meer afbeeldingen waarop die [slachtoffer 1] wordt gepijpt of aan zijn penis wordt gelikt en/of betast (fotoserie nr. 1 in de toonmap),

waarbij de afbeeldingen (aldus) telkens een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 2:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 3:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken verspreiden, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd

en

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken in bezit hebben, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te worden verbonden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een volledig voorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte heeft gehandeld onder dwang en zij was verminderd toerekeningsvatbaar.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft ontuchtige handelingen gepleegd met twee van haar nog jonge kinderen. Zij heeft hiervan foto’s gemaakt met haar telefoon en deze verstuurd. Verdachte heeft hiermee een forse inbreuk gemaakt op de fysieke en psychische integriteit van haar kinderen. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan, waarbij zij overweegt dat volkomen onduidelijk is wat er verder met de foto’s is gebeurd en bij wie deze terecht zijn gekomen. Verder verklaart verdachte stellig dat de kinderen sliepen en niets hebben gemerkt, maar de rechtbank overweegt dat, wat ook zij van die verklaring, ook op latere leeftijd kan blijken dat het gebeurde wel degelijk invloed heeft (gehad) op de kinderen.

Naar het oordeel van de rechtbank is er in het dossier en ook overigens uit hetgeen besproken is ter terechtzitting, geen steun te vinden voor de verklaring van verdachte dat zij onder dwang zou hebben gehandeld. Er zijn aanwijzingen voor het bestaan van een affectieve en seksuele relatie tussen verdachte en ene [naam 1] , maar dat hij verdachte heeft gedwongen om kinderpornografische foto’s van haar kinderen te maken en deze naar hem te versturen, is niet aannemelijk geworden. De rechtbank zal bij het bepalen van de straf dan ook geen rekening houden met deze verklaring van verdachte.

In het rapport van psychologisch onderzoek van 23 oktober 2018 is beschreven dat bij verdachte sprake is van een depressieve stoornis, met angstige spanning, op dit moment in gedeeltelijke remissie. Ook is er sprake van afhankelijke en vermijdende persoonlijkheidstrekken.

Verdachte beschrijft een gevoel van derealisatie (“Ik was mezelf niet”). Hierdoor kon verdachte niet meer helder denken en de gevolgen van haar handelen op een bewuste en weloverwogen wijze afwegen. De rapporteur adviseert om verdachte de feiten in verminderde mate toe te rekenen.

Het risico op herhaling is volgens de rapporteur laag. Verdachte is bereid tot hulpverlening en lijkt weer enige stabiliteit te hebben herwonnen. Het is niet noodzakelijk om verdachte in een juridisch kader behandeling op te leggen, aldus de rapporteur.

De reclassering heeft op 29 mei 2018 en 14 november 2018 gerapporteerd. Volgens de reclassering zijn er nauwelijks risicofactoren voor het vertonen van delictgedrag in het algemeen en voor het seksueel delictgedrag in het bijzonder. Verdachte is niet eerder veroordeeld en heeft ook geen verleden van problematisch of grensoverschrijdend gedrag. Ten tijde van onderhavige feiten lijken dan ook vooral de situatieve factoren de reden geweest te zijn, op een moment dat zij zeer kwetsbaar was. Het risico op recidive is laag.

Verdachte heeft sinds mei 2018 contact met de reclassering in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis. Dit toezicht verloopt tot op heden goed.

Er wordt geadviseerd reclasseringstoezicht op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en het ondergaan van ambulante behandeling.

De rechtbank overweegt dat een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend is. Rekening houdend met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, de omstandigheid dat zij niet eerder is veroordeeld en de relatief beperkte hoeveelheid foto’s, komt de rechtbank tot oplegging van een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan dertien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Een onvoorwaardelijk strafdeel vindt de rechtbank, met name vanwege de ernst van de feiten, onontkoombaar. Dat toch een groot deel van de straf voorwaardelijk wordt opgelegd, ligt met name aan het feit dat het nu goed gaat met de kinderen van verdachte en zij vooral afhankelijk zijn van de zorg van verdachte. Bovendien is er weinig reden om te vrezen voor herhaling. Een geheel voorwaardelijke straf, zoals de raadsman heeft bepleit, doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de belangen van de kinderen, die het slachtoffer zijn geworden van het volstrekt verwerpelijke handelen van hun moeder.

Aan het voorwaardelijk strafdeel worden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbonden.

Gelet op de op te leggen gevangenisstraf ziet de rechtbank geen reden het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen, zoals door de verdediging is verzocht.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 240b, 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

 bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf van 13 (dertien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

- de voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- de bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich uiterlijk binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij Reclassering Iriszorg (Nieuwe Oeverstraat 65, 6811 JB Arnhem, telefoonnummer 088 – 6061311) en zich daarna gedurende de door de reclassering te bepalen periode zal blijven melden, zo frequent en zo lang de reclassering dat nodig acht. Huisbezoeken en urinecontroles kunnen deel uitmaken van het toezicht;

- zich laat behandelen door Kairos Arnhem of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de hele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

 geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en tot het begeleiden van verdachte daarbij;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof en

mr. J.M. Graat, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 februari 2019.

De griffier is buiten staat dit

vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] , brigadier van de politie Oost- Nederland, dienst Regionale Recherche, team Zeden Arnhem, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer] (onderzoek [naam 2] ), gesloten op 19 november 2018, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 167, en Toestemmingsverklaring, p. 155.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 176 en p. 184, Kennisgeving van inbeslagneming, p. 55, en Proces-verbaal van verdenking en beschrijving kinderporno, p. 116-125.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 114-115, Proces-verbaal van verdenking en beschrijving kinderporno, p. 117 en Bijlage 1 (Collectiescan), p. 126-127.

5 Bijlage 1 (Collectiescan), p. 126-127.

6 Proces-verbaal van verdenking en beschrijving kinderporno, p. 121-122.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 183.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 183.

9 Proces-verbaal van verdenking en beschrijving kinderporno, p. 123-125.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 184.

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 176 en p. 183-184.

12 Informatie van de Duitse autoriteiten, p. 90.

13 Proces-verbaal van

14 Proces-verbaal van verdenking en beschrijving kinderporno, p. 122-124.