Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:4356

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-09-2019
Datum publicatie
10-12-2019
Zaaknummer
AWB - 19 _ 1074
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Legessanctie. De rechtbank is van oordeel dat niet voldaan is aan het bepaalde van artikel 3.1, tweede lid, van de Wro, omdat het reparatieplan 2012 de bestemming, noch de daar geldende regels, heeft veranderd van de gronden waarop de rookgasreiniger is gelegen. Immers was ten tijde van de aanvraag om de omgevingsvergunning meer dan tien jaar verstreken sinds de vaststelling van het bestemmingsplan 2006. Dat in artikel 2 van het reparatieplan 2012 is vermeld dat de niet-gewijzigde voorschriften van het bestemmingsplan 2006 onverminderd van toepassing blijven, maakt het oordeel niet anders. Immers houdt die vermelding geen nieuwe vaststelling van een bestemming of regels in voor de gronden waarop de rookgasreiniger is gelegen. Nu ook geen verlengingsbesluit is genomen als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, van de Wro, is de legessanctie van het vierde lid ingetreden. Verweerder was dan ook niet bevoegd om leges te heffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2019/2877
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Belastingrecht

zaaknummer: AWB 19/1074

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van

in de zaak tussen

[X] B.V., te [Q] , eiseres

(gemachtigde: drs. [A] MeBa),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Maasdriel, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres bij factuur van 22 december 2017 leges in rekening gebracht.

Bij uitspraak op bezwaar van 4 januari 2019, verzonden op 8 januari 2019, heeft verweerder de legesfactuur gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 18 februari 2019, ontvangen door de rechtbank op

19 februari 2019, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 september 2019.

Namens eiseres zijn verschenen [B] en haar gemachtigde. Namens verweerder is verschenen mr. [C] .

Overwegingen

1. Eiseres exploiteert een [fabriek] die is gelegen aan de [adres a] in [Q] . De [fabriek] bestaat uit een aantal fabriekshallen omgeven door parkeer- en opslagterreinen en is gelegen aan de oever van het [naam kanaal] . Op de oever zijn twee los- en laadwallen aangelegd voor de overslag van goederen van en naar schepen.

2. De gemeenteraad van de gemeente Maasdriel heeft op 22 februari 2006 het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Buitendijks deel’ (hierna: bestemmingsplan 2006) vastgesteld. Uit de plankaart, behorende bij dit bestemmingsplan, blijkt dat op de gronden behorende tot het perceel van eiseres de bestemming ‘niet-agrarische bedrijven’ rust.

Delen van de aan het kanaal gelegen gronden hebben op de plankaart de aanduiding ‘los en laadwal’ (llw). In artikel 6.1 van het bestemmingsplan is de doeleindenomschrijving gegeven voor de bestemming ‘niet-agrarische bedrijven’. In artikel 6.2 is een nadere detaillering van die doeleinden gegeven. In artikel 6.3 en verder zijn voor de bestemming ‘niet-agrarische bedrijven’ bepalingen opgenomen over bebouwing, vrijstelling, aanlegvergunningen, gebruik en nadere eisen.

3. Het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland (GS) heeft het bestemmingsplan 2006 op 17 oktober 2006 gedeeltelijk goedgekeurd. Omdat in artikel 6.2 van het bestemmingsplan een relatie ontbrak met de aanduiding ‘los- en laadwal’ heeft GS onder meer goedkeuring onthouden aan die delen van de plankaart met de aanduiding ‘los- en laadwal’ binnen de bestemming ‘niet-agrarische bedrijven’.

4. De gemeenteraad van de gemeente Maasdriel heeft op 26 januari 2012 het bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2009, reparatieplan (BP10650)’ vastgesteld (hierna: reparatieplan 2012). Met dit bestemmingsplan zijn ten eerste de leemtes gerepareerd die waren ontstaan door de onthouding van goedkeuring door GS. Verder zijn met dit bestemmingsplan enkele verschrijvingen en omissies in de planvoorschriften gerepareerd en zijn tussentijdse ontwikkelingen gecodificeerd.

5. Eiseres heeft op 21 februari 2017 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een rookgasreiniger. De omgevingsvergunning is verleend op 12 oktober 2017. Verweerder heeft voor de behandeling van de aanvraag € 20.298,80 aan leges in rekening gebracht.

Geschil

6. Het geschil gaat over de vraag of de aanslag moet worden vernietigd omdat de legessanctie als bedoeld in artikel 3.1, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van toepassing is.

Beoordeling van het geschil

7. Artikel 3.1 van de Wro luidt, voor zover relevant:

“1. De gemeenteraad stelt voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vast, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Deze regels betreffen in elk geval regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Deze regels kunnen tevens strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied.

2. De bestemming van gronden, met inbegrip van de met het oog daarop gestelde regels, wordt binnen een periode van tien jaar, gerekend vanaf de datum van vaststelling van het bestemmingsplan, telkens opnieuw vastgesteld.

3. Telkens indien de gemeenteraad van oordeel is dat de in het bestemmingsplan aangewezen bestemmingen en de met het oog daarop gegeven regels in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening, kan hij, in afwijking van het tweede lid, besluiten tot verlenging van de periode van tien jaar, genoemd in dat lid, met tien jaar. In aanvulling op artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht plaatsen burgemeester en wethouders de kennisgeving van het besluit tot verlenging tevens in de Staatscourant en voorts geschiedt deze langs elektronische weg.

4. Indien niet voor het verstrijken van de periode van tien jaar, genoemd in het tweede of het derde lid, de raad onderscheidenlijk opnieuw een bestemmingsplan heeft vastgesteld dan wel een verlengingsbesluit heeft genomen, vervalt de bevoegdheid tot het invorderen van rechten terzake van na dat tijdstip door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met het bestemmingsplan.

8. Uit plankaart nr. 10 (Mdl 16-10) bij het reparatieplan 2012 blijkt in de eerste plaats dat het reparatieplan 2012 geldt voor de gebieden die zijn gelegen binnen de gestippelde lijnen. Op het perceel van eiseres zijn twee gebieden omgeven door gestippelde lijnen. Bij deze gebieden is de aanduiding llw vermeld. Uit de legenda volgt dat op deze twee gebieden de bestemming ‘niet-agrarische bedrijven’ rust met de aanduiding ‘los- en laadwal’. Eiseres heeft tijdens de zitting luchtfoto’s overgelegd waaruit blijkt dat de vergunde rookgasreiniger is gelegen op gronden waarop de bestemming ‘niet-agrarische bedrijven’ rust, maar niet op de gronden met de nadere aanduiding ‘los- en laadwal. Het reparatieplan 2012 heeft in zoverre de bestemming van de gronden waarop de rookgasreiniger is gelegen, niet gewijzigd.

9. In artikel 2 van het reparatieplan 2012 is in de tweede plaats bepaald welke voorschriften van het bestemmingsplan 2006 zijn gewijzigd. De wijzigingen hebben alleen betrekking op de gronden met de bestemming ‘niet-agrarische bedrijven’ en met de aanduiding ‘los- en laadwal. Zo is aan artikel 6.1.2. de (secundaire) doeleindenomschrijving ‘los- en laadwal’ toegevoegd en is aan artikel 6.2. toegevoegd welke bedrijvigheid is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘los- en laadwal’. De voorschriften van het bestemmingsplan 2006 die betrekking hebben op de bestemming ‘niet-agrarische bedrijven’ zonder de nadere aanduiding zijn niet gewijzigd. Het reparatieplan 2012 heeft dus ook de regels die gelden voor de gronden waarop de rookgasreiniger is gelegen, niet gewijzigd.

10. De rechtbank is van oordeel dat niet voldaan is aan het bepaalde van artikel 3.1, tweede lid, van de Wro, omdat het reparatieplan 2012 de bestemming, noch de daar geldende regels, heeft veranderd van de gronden waarop de rookgasreiniger is gelegen. Immers was ten tijde van de aanvraag om de omgevingsvergunning meer dan tien jaar verstreken sinds de vaststelling van het bestemmingsplan 2006. Dat in artikel 2 van het reparatieplan 2012 is vermeld dat de niet-gewijzigde voorschriften van het bestemmingsplan 2006 onverminderd van toepassing blijven, maakt het oordeel niet anders. Immers houdt die vermelding geen nieuwe vaststelling van een bestemming of regels in voor de gronden waarop de rookgasreiniger is gelegen. Nu ook geen verlengingsbesluit is genomen als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, van de Wro, is de legessanctie van het vierde lid ingetreden. Verweerder was dan ook niet bevoegd om leges te heffen.

11. Het beroep is gegrond. De uitspraak op bezwaar en de legesfactuur zullen vernietigd worden.

12. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.024 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 512 en een wegingsfactor 1). Voor de door eiseres genoemde proceskosten, te weten reis- en verblijfkosten wordt verweerder, met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht, veroordeeld deze te vergoeden tot een bedrag van € 29,64 (reiskosten op basis van tweede klas openbaar vervoer). Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de legesfactuur;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 1.053,64;

- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 345 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.J. Zippelius, rechter, in tegenwoordigheid van

M.I.M. Geraerts, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.