Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:4203

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-09-2019
Datum publicatie
18-09-2019
Zaaknummer
05/720014-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 6 jaren voor het medeplegen van afpersing, diefstal met geweld, poging tot zware mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/720014-19

Datum uitspraak : 13 september 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] ,

thans gedetineerd in de PI Nieuwegein - HvB loc. Nieuwegein.

Raadsman: mr. R.P.A. Kint, advocaat te Zoetermeer.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 april 2019, 21 juni 2019 en 30 augustus 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 1 januari 2019, in de gemeente Nijmegen en/of te Ewijk en/of Winssen, in de gemeente Beuningen, in ieder geval in Nederland, ondermeer op de Energieweg, in ieder geval op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van 520 Euro en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goederen en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), en/of dat weg te nemen goed onder hun bereik heeft/hebben gebracht de door

(geheime) pincode van voornoemde bankpas te gebruiken, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder(s) van die bankpas(sen) niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was/waren, in ieder geval door middel van een valse sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 520 Euro en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goederen en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of dat weg te nemen goed onder hun bereik heeft/hebben gebracht door de (geheime) pincode van voornoemde bankpas te gebruiken, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) door de rekeninghouder(s) van de bankpas(sen) niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was, in ieder geval door middel van een valse sleutel, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

- die [slachtoffer 1] in zijn/hun, verdachtes, auto heeft/hebben laten instappen en/of een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek) voorwerp en/of een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] heeft/hebben getoond en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd ze wilden dat hij moest gaan pinnen, in ieder geval woorden van gelijke strekking en/of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, met dat vuurwapen buiten de auto heeft/hebben geschoten en/of

- ( bij een pinautomaat aangekomen) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij zijn bankpas en pincode af moest geven, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- onder bedreiging van het vuurwapen tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij uit de auto moest stappen en op zijn buik in de berm moest gaan liggen en/of heeft/hebben geroepen dat er geschoten moest worden en/of

- een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek) voorwerp in de richting van de nek/hals/keel van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gehouden en/of

- een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek) voorwerp op de nek/hals/keel van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezet/gedrukt en/of

- die [slachtoffer 1] wederom in zijn/hun, verdachtes, auto heeft/hebben laten instappen en/of meermalen, in ieder geval éénmaal, dat vuurwapen op het voorhoofd en/of in de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezet en/of

- die [slachtoffer 1] onder bedreiging van dat vuurwapen heeft/hebben gedwongen naar de woning gelegen aan de Gitaar te Ewijk te gaan;

2.

hij op of omstreeks 1 januari 2019, in de gemeente Nijmegen en/of te Ewijk en/of Winssen, in de gemeente Beuningen, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of één of meer

van zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] onder bedreiging van een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek)voorwerp en/of een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen (nadat die [slachtoffer 1] in zijn/hun, verdachtes, auto was gestapt) in die auto te blijven zitten, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) met die auto bleven rijden en/of

- die [slachtoffer 1] onder bedreiging van dat mes en dat vuurwapen gedwongen uit de auto te stappen en/of in de berm te gaan liggen en/of vervolgens weer in de auto te stappen en/of naar een woning gelegen aan de Gitaar te Ewijk te gaan;

3.

hij op of omstreeks 1 januari 2019, te Ewijk en/of Winssen, in de gemeente Beuningen, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

- een nog onbekend geldbedrag en/of een huissleutel en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goed en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of

- een geldbedrag van 750 Euro en/of een bankpas en/of een pincode, in elk

geval van enig geldbedrag en/of goed en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of

- een geldbedrag van 800 Euro en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goed en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of dat weg te nemen goed onder hun bereik heeft/hebben gebracht de door (geheime) pincode(s) van voornoemde bankpas(sen) te (laten) gebruiken, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder(s) van die bankpas(sen) niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was/waren, in ieder geval door middel van een valse sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5] en/of voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van

- een nog onbekend geldbedrag en/of een huissleutel en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goed en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of

- een geldbedrag van 750 Euro en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goed en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of

- een geldbedrag van 800 Euro en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goed en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of dat weg te nemen goed onder hun bereik heeft/hebben gebracht de door (geheime) pincode(s) van voornoemde bankpas(sen) te (laten) gebruiken, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder(s) van de bankpas(sen) niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was/waren, in ieder geval door middel van een valse sleutel, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

- met die [slachtoffer 1] onder bedreiging van een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek)voorwerp, heeft/hebben gedwongen naar een woning gelegen aan de Gitaar te Ewijk te gaan en/of

- die woning vervolgens heeft/hebben betreden en/of (direct) die [slachtoffer 3] met een mes in het gezicht en/of de rug, in ieder geval in het lichaam heeft/hebben gesneden/gestoken/geprikt en/of - een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] (constant) heeft/hebben getoond en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd/geschreeuwd dat ze geld moesten hebben en dat ze op een rij op de bank moesten gaan zitten en/of dat ze mee moesten gaan pinnen en/of dat hij al 6 jaar had gezeten voor doodslag, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd/geschreeuwd dat hij dood moest en/of dat hij hem zou neersteken en/of dat hij hem moest doodmaken, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- met veel kracht aan een deur heeft/hebben getrokken (waardoor deze deur uit de deursponning los kwam) en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] onder bedreiging van het mes en/of het vuurwapen naar buiten heeft/hebben gedwongen en/of vervolgens heeft/hebben gedwongen in een auto te stappen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd dat zij hun handen tegen het dak van de auto moesten plaatsen en/of dat vuurwapen naar achteren in de richting van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- bij (een) pinautoma(a)t(en) die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] heeft/hebben gewdongen uit de auto te stappen om te gaan pinnen en/of - tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd dat hij ze wilde afmaken en/of dat ze hen kapot moesten maken, omdat zij hun gezichten hadden gezien, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 1 januari 2019, te Ewijk en/of Winssen, in de gemeente Beuningen, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] onder bedreiging van een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek)voorwerp en/of een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen in een woning te blijven en/of op de bank te gaan zitten en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] gedwongen in een auto te stappen en/of (nadat die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] in zijn/hun, verdachtes, auto waren gestapt) in die auto te blijven zitten, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) met die auto bleven rijden en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] onder bedreiging van dat vuurwapen gedwongen uit de auto te stappen en/of te gaan pinnen;

5.

hij op of omstreeks 1 januari 2019, te Ewijk, in de gemeente Beuningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 3] van het leven te beroven, dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- meermalen, in ieder geval éénmaal, met een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek)voorwerp, in het gezicht en/of in de rug, in ieder geval in het lichaam, heeft/hebben gesneden/gestoken/geprikt;

6.

hij op of omstreeks 7 januari 2019 in de gemeente Nijmegen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 16,53 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst I.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft overeenkomstig een overgelegd schriftelijk requisitoir gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle zes tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van het vijfde feit heeft de officier van justitie gesteld dat het medeplegen van een poging tot doodslag niet kan worden bewezen, maar wel het medeplegen van een poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich overeenkomstig een overgelegde schriftelijke pleitnota op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten 1 t/m 5. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte stelt dat hij na het feest in Waalhalla met [getuige 1] en [getuige 2] mee naar huis is gegaan en dat hij daar heeft geslapen. Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaring van [getuige 2] en [getuige 1] . De overige bewijsmiddelen in het dossier kunnen dit scenario niet zonder twijfel weerleggen. Verdachte heeft verklaard dat hij zijn auto heeft uitgeleend aan medeverdachte [medeverdachte] en dat het telefoonnummer eindigend op 4020 wordt gebruikt door meerdere personen als dealertelefoon. Het mes dat bij de aanhouding is aangetroffen lag ook in de auto. De signalementen in het dossier zijn bovendien tegenstrijdig en weerleggen de verklaring van verdachte niet. Er is in de woning een schoenafdruk gevonden die geen gelijkenis vertoont met de schoen van verdachte, dit is ontlastend. Subsidiair heeft de raadsman ten aanzien van feit 5 aangevoerd dat het prikken met het mes geen poging tot doodslag of een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel oplevert. Er is geen sprake van (voorwaardelijke) opzet en ook kan niet gesproken worden van ernstig letsel.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 6

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen:

  • -

    de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 augustus 2019;

  • -

    Proces-verbaal, p 661;

  • -

    het proces-verbaal NFiDENT d.d. 23 augustus 2019.

Bewijsmiddelen feit 1 t/m 5

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij in de nacht van 1 januari 2019 vanuit de stad in Nijmegen naar huis in Ewijk liep. Een auto stopte en de twee inzittenden boden hem een lift aan. [slachtoffer 1] heeft aangeboden hier € 20,- voor te betalen. In de auto zag hij dat de bestuurder een mes had en dat de bijrijder een vuurwapen op hem richtte en zei dat hij moest gaan pinnen. Ze zijn bij een bank gestopt waarna aangever zijn pincode moest intoetsen en het geld van zijn rekening werd gehaald. Na het pinnen sloeg de grote man, de bijrijder, een arm om hem heen en zei dat het wel goed kwam. In de auto zei de grote man dat aangever meer geld moest regelen en toen [slachtoffer 1] opkeek schoot de grote man uit het open raam. Bij een donker stuk bij afslag Deest zijn ze gestopt en daar moest aangever op zijn buik in de berm gaan liggen waarbij de kleine man, de bestuurder, zei dat er geschoten moest worden. De kleine man heeft hier ook een mes op de keel van [slachtoffer 1] gezet. Toen er een auto aan kwam zijn ze weer ingestapt en naar Ewijk gereden. In de auto heeft de bijrijder meerdere malen het vuurwapen op het hoofd van [slachtoffer 1] gezet. De mannen wilden dat [slachtoffer 1] thuis geld zou halen. Omdat de huissleutel van [slachtoffer 1] bij aangever [slachtoffer 3] lag, zijn ze naar de woning van [slachtoffer 3] gegaan. In de woning zei de bijrijder dat hij € 600,- voor zijn jas wilde hebben. [slachtoffer 3] reageerde waarna de kleinere man [slachtoffer 3] in zijn rug stak. [slachtoffer 1] zag later via internetbankieren dat er € 520,- van zijn rekening is gehaald.2

Aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] met twee mannen de woning van [slachtoffer 3] binnen kwam. De mannen zeiden dat er bloed op de jas van de grote man was gekomen en dat dit vergoed moest worden. De kleine man was zeer agressief en riep dat aangever [slachtoffer 4] neergestoken moest worden. De kleine man liep naar de keuken en maakte vervolgens een slaande beweging richting de rug van [slachtoffer 3] . [slachtoffer 4] zag dat een mes in de rug van [slachtoffer 3] terecht kwam. De grote man had een vuurwapen in zijn hand. Vervolgens werd [slachtoffer 3] door de kleine man in zijn gezicht gestoken. De vier aangevers moesten in een auto stappen, terwijl [slachtoffer 1] achter bleef in de woning. De grote man zat met het vuurwapen op de bijrijdersstoel. De aangevers zijn met de grote man uitgestapt en de kleine man reed weg met de auto. [slachtoffer 4] pinde als eerste. De grote man duwde hem vervolgens aan de kant en haalde € 750,- van zijn rekening. Daarna moest een van de andere aangevers pinnen. Toen er geen geld meer uit de automaat kwam, belde de grote man iemand op en zei ‘kom me ophalen, ik ga niet lopen’. Hierop kwam de kleine man teruggereden.3

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] binnen kwam met twee mannen en dat zij een schadevergoeding wilden hebben omdat er bloed op de jas zat. De grote man zei dat hij net vrij was in verband met doodslag en vervolgens liet hij een vuurwapen zien. De kleine man had een mes vast en kwam naar de aangevers toegelopen. Hij stak [slachtoffer 3] in de rug met het mes en daarna in de wang. De kleine man was erg agressief. De vier aangevers moesten mee in de auto naar een pinautomaat. De grote man liep mee naar de pinautomaat. [slachtoffer 4] moest eerst pinnen en daarna moest [slachtoffer 2] . De grote man heeft € 800,- van zijn rekening afgehaald.4

Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij omstreeks 05.30 uur in zijn woning was met [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] . Ongeveer 20 minuten later kwam [slachtoffer 1] met de twee mannen binnen. [slachtoffer 3] gaf een weerwoord toen een van de mannen aan het schreeuwen was en voelde een prik in zijn wang. Vervolgens voelde hij een prik in zijn rug. Hij had toen door dat hij gestoken was. De andere man trok een pistool en wilde in de portemonnees van de aangevers kijken. Alle aangevers moesten op de bank gaan zitten. Hij wilde € 600,- omdat het bloed van [slachtoffer 1] op zijn jas was gekomen. Omdat er niet genoeg in de portemonnees zat, moesten ze gaan pinnen. Vlak voordat ze weg gingen draaide de kleinere man door. Hij stond op dat moment in de gang. Beide mannen trokken zo hard aan de deur dat de deur uit het kozijn is gekomen. Vervolgens moest iedereen mee naar buiten om te gaan pinnen, behalve [slachtoffer 1] . De kleine man bestuurde de auto en de grote man zat op de bijrijdersstoel met een pistool. Aangevers moesten hun handen tegen het dak plaatsen. Toen [slachtoffer 3] moest pinnen gaf de pinautomaat aan dat hij buiten werking was. De grote man zei dat ze geen aangifte mochten doen omdat hij anders zijn vrienden op ze af zou sturen.5

Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat [slachtoffer 3] een snijwond in zijn rug en in zijn wang had.6

Aangever [slachtoffer 5] heeft verklaard dat de grote man het vuurwapen op de aangevers richtte en zei dat hij hen dood zou schieten als zij niet zouden betalen. Hij heeft het wapen doorgeladen om te laten zien dat het een echt vuurwapen was. In de auto zijn ze onder schot gehouden. Na het pinnen ontstond een discussie omdat de kleine man vond dat ze doodgeschoten moesten worden en de grote man vond dat ze bang genoeg waren en toch geen aangifte zouden doen.7

In de woning van aangever [slachtoffer 3] zijn door de politie bloedspatten aangetroffen op de vloer van de hal, op de vloer bij de deur in de woonkamer en op de vloer bij de bank in de woonkamer. Verder zaten er bloedvegen op de toegangsdeur naar de eerste verdieping, lagen er bebloede tissues op en voor de bank in de woonkamer en lag er een bebloede handdoek op de grond bij de eettafel. Ook was het onderste scharnier van de toegangsdeur naar de woonkamer vernield.8

De politie heeft de camerabeelden van een pinautomaat aan de Hatertseweg in Nijmegen en een pinautomaat aan de Leegstraat in Winssen van 1 januari 2019 uitgekeken. Op de beelden van de bank op de Hatertseweg is aangever [slachtoffer 1] te zien met een man. Op de beelden van de Leegstraat in Winssen zijn de vier andere aangevers te zien met deze man. Zij voeren tussen 07.01 uur en 07.05 uur meerdere handelingen uit op de pinautomaat.9 Een van de aangevers houdt een doekje tegen zijn gezicht en gaat op de grond zitten.10 De op dat moment nog onbekende man wordt door verbalisanten herkend als medeverdachte [medeverdachte] .11

Op 7 januari 2019 zijn verdachte en medeverdachte [medeverdachte] aangehouden in een Renault Clio met kenteken [kenteken] .12 Op de rechter veiligheidsgordel op de achterbank in de Renault Clio is bloed aangetroffen.13

Onder verdachte is een mes in beslag genomen.14 De snijrand van dit mes is door het NFI onderzocht op DNA sporen. Van het DNA in deze bemonstering is een DNA-profiel verkregen van tenminste één man. Ten behoeve van het berekenen van de bewijskracht zijn onder de daarbij beschreven aannames (die naar de rechtbank vaststelt, in deze procedure niet ter discussie staan) de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar:

Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van slachtoffer [slachtoffer 1] .

Hypothese 2 : de bemonstering bevat DNA van een willekeurige persoon.

Volgens het NFI is het verkregen DNA-profiel meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.15

Op basis van deze resultaten, de locatie van het aantreffen van het mes en de plaats delict komt de rechtbank tot de vaststelling dat [slachtoffer 1] de (hoofd)donor is van het celmateriaal op de snijrand van het mes.

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij de opa is van verdachte en dat hij de eigenaar is van de Renault Clio met kenteken [kenteken] . Omdat hij nu niet goed kan lopen mag verdachte er in rijden. Hij heeft één sleutel van de auto. Hij heeft de sleutel de vrijdag voordat verdachte werd aangehouden, nog gehad. Met oud en nieuw had verdachte de auto ook bij zich omdat hij zou gaan stappen met een aantal vrienden. Hij heeft verdachte niet meer gezien tot vrijdag 4 januari 2019.16

De telefoon van [getuige 2] is uitgelezen, en hieruit blijkt dat zij op 7 januari 2019 meerdere berichten naar de moeder van verdachte stuurt, samengevat: dat ze weinig kan zeggen over de telefoon, dat er wel wat is gebeurd met nieuwjaarsavond maar dat ze niet weet of ‘ [verdachte] ’ hier er veel mee te maken heeft. Vervolgens stuurt ze naar de moeder van verdachte: ‘hij was met ons, en toen ging hij opeens weg, tot 5 was hij met ons, we waren uit geweest, was super gezellig, en toen kreeg [naam 1] ruzie met [medeverdachte] , en toen ging [verdachte] ook weg samen met hem. We hadden ze uit elkaar gehaald, ik nam [naam 1] en zijn vriendin mee, en hij nam zijn mattie mee’.17

Op 1 januari 2019 om 07.09 uur heeft telefoonnummer [telefoonnummer 1] contact gehad met het nummer [telefoonnummer 2] . Hierbij werd een mast in Winssen aangestraald.18 [naam 2] van Iriszorg heeft verklaard dat het nummer [telefoonnummer 1] van medeverdachte [medeverdachte] is.19 Beide nummers hebben eerder die nacht masten aangestraald in Nijmegen nabij Waalhalla. Uit het dossier blijkt dat deze nummers in de nacht van 1 januari 2019 verschillende keren contact met elkaar hebben gehad.20

Het nummer [telefoonnummer 2] blijkt na 4 januari 2019 te 23.18 uur niet meer actief te zijn.21

In de auto waarin beide verdachten zijn aangehouden, zijn twee telefoons aangetroffen en in beslag genomen. De nummers die bij deze telefoons horen zijn [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] .22 Het nummer [telefoonnummer 3] is in gebruik sinds 3 januari 2019.23

Op 2 januari 2019 wordt door de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 3] , naar meerdere personen berichten gestuurd dat hij een nieuwe nummer heeft. Hij noemt zichzelf ‘kleine’ en zegt dat het een werknummer betreft. Op 4 januari stuurt de gebruiker van dit nummer naar een contact met de naam ‘ [naam 3] W’: “Oké, dit is me werk nr als je me nr door geeft of iemand vraagt geef deze app je zo met privé nr”. Het nummer [telefoonnummer 4] stuurt op 4 januari 2019 een bericht naar het contact met de naam [naam 3] W: “Dit is mijn nieuwe nr, gr [verdachte] . Is prive nr hou deze alleen voor je zelf die anderen je weet wel.

In de telefoon met nummer [telefoonnummer 3] zijn geen berichten gevonden waarin gesproken wordt over ‘wij’ of ‘ons’ maar enkel over ‘mijn nieuwe nummer’. Ook verder zijn er door de politie geen aanwijzingen gevonden dat de gebruiker van dit nummer samenwerkt met een ander.24

Het nummer [telefoonnummer 3] is vergeleken met het nummer [telefoonnummer 2] . Hieruit blijkt dat zij 20 overeenkomstige belcontacten hebben. Op 3 en 4 januari 2019 stralen de telefoons een aantal keer vlak na elkaar dezelfde mast aan in Ooij.25

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij verdachte al van kleins af aan kent. Medeverdachte [medeverdachte] kent hij via verdachte. In de nacht van oud en nieuw is hij samen met verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bij Waalhalla in Nijmegen geweest. In zijn telefoon staat bij het nummer [telefoonnummer 2] zowel de naam ‘R’ als ‘R nieuw’.26

Bewijsoverwegingen

Vast staat dat er een reeks incidenten heeft plaatsgevonden tussen aangevers [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] enerzijds en twee mannen anderzijds. Medeverdachte [medeverdachte] is herkend op de camerabeelden als één van de twee betrokken mannen, zijnde de lange man/bijrijder. De vraag die de rechtbank nu moet beantwoorden is of verdachte de andere betrokken persoon is geweest. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend op grond van het navolgende.

Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in de nacht van 1 januari 2019 samen op een feest waren in Waalhalla. Medeverdachte [medeverdachte] heeft om 2.23 uur gebeld naar het nummer [telefoonnummer 2] . Beide nummers maken op dat moment contact met zendmasten die in de nabijheid van Waalhalla staan.

Omstreeks 07.05 uur was verdachte [medeverdachte] met 4 aangevers bij de pinautomaat in Winssen. Om 07.09 uur heeft het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , dat kan worden gekoppeld aan medeverdachte [medeverdachte] , opnieuw contact gehad met het nummer [telefoonnummer 2] . Aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] op dat moment telefonisch contact had met de kleine man en zei dat hij opgehaald moest worden, omdat hij niet wilde gaan lopen. [slachtoffer 4] heeft verder verklaard dat de kleine man vervolgens met de auto terugkwam. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat het nummer [telefoonnummer 2] ten tijde van het delict in gebruik was bij de kleine man die de auto bestuurde.

Bij de aanhouding zijn onder verdachte zijn twee telefoons aangetroffen en in beslag genomen. Uit vergelijkend onderzoek is gebleken dat deze twee telefoons enkele dagen na 1 januari 2019 in gebruik zijn genomen. De nummers die bij deze telefoons horen zijn [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] . Het nummer [telefoonnummer 3] heeft op 2 januari 2019 naar meerdere personen een bericht gestuurd dat dit nummer een nieuw nummer is en dat het een werktelefoon betreft. In de telefoon met nummer [telefoonnummer 3] zijn geen berichten gevonden waarin gesproken wordt over ‘wij’ of ‘ons’ maar enkel over ‘mijn nieuwe werknummer’. Ook verder zijn er door de politie geen aanwijzingen gevonden dat de gebruiker van dit nummer samenwerkt met een ander of dat er meerdere gebruikers zijn van het nummer. Het nummer [telefoonnummer 4] heeft op 4 januari 2019 berichten gestuurd dat dit het privénummer betreft.

Het nummer [telefoonnummer 2] blijkt na 4 januari 2019 te 23.18 uur niet meer actief te zijn. Het nummer [telefoonnummer 3] is vergeleken met het nummer [telefoonnummer 2] . Hieruit blijkt dat zij 20 overeenkomstige belcontacten hebben. Op 3 en 4 januari 2019 stralen de telefoons een aantal keer vlak na elkaar dezelfde mast aan in Ooij, waar verdachte verbleef op die datum. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat het nummer [telefoonnummer 2] door zijn gebruiker is vervangen door het nummer [telefoonnummer 3] , welke onder verdachte is aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat er meerdere personen gebruik hebben gemaakt van deze nummers omdat het dealertelefoons betreft. De rechtbank vindt deze verklaring ongeloofwaardig nu door de politie geen enkele indicatie is aangetroffen waaruit blijkt dat meerdere personen gebruik maakten van die telefoon. Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat het nummer [telefoonnummer 2] ten tijde van het plegen van de feiten bij verdachte in gebruik was.

De rechtbank stelt verder vast dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , tijdens de delicten gebruik hebben gemaakt van een Renault Clio met kenteken [kenteken] . Uit het dossier blijkt dat deze auto eigendom is van de opa van verdachte. De opa van verdachte, getuige [getuige 3] , heeft verklaard dat hij deze auto op met oud en nieuw heeft uitgeleend aan verdachte omdat hij met vrienden ging stappen. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn op 7 januari 2019 aangehouden in deze auto.

Onder verdachte is verder een mes aangetroffen en in beslag genomen, op het snijvlak waarvan celmateriaal is aangetroffen waarvan de rechtbank hiervoor reeds heeft vastgesteld dat [slachtoffer 1] de (hoofd)donor is. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat dit mes bij het plegen van de feiten is gebruikt tegen [slachtoffer 1] . Verdachte heeft dus een aantal dagen na de onderhavige feiten het mes voorhanden gehad dat tegen [slachtoffer 1] is gebruikt.

Omdat het nummer [telefoonnummer 2] ten tijde van het plegen van de feiten bij verdachte in gebruik was, tijdens de delicten gebruik is gemaakt van de Renault Clio met kenteken [kenteken] die eigendom is van de opa van verdachte en onder verdachte een mes is aangetroffen dat tegen [slachtoffer 1] is gebruikt, stelt de rechtbank vast dat verdachte de “kleine man” en de bestuurder van de auto is waar aangevers over verklaren.

Het alternatieve scenario acht de rechtbank niet aannemelijk. Verdachte heeft gesteld dat ook een ander gebruik maakte van de telefoons en de auto. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij het mes zelf in de auto heeft gevonden en dat dit mes op 1 januari 2019 in gebruik moet zijn geweest bij een ander. De rechtbank overweegt dat de verklaring van verdachte niet verifieerbaar is. Hij heeft geen verklaring willen geven over de personen die gebruik maakten van de auto of met wie hij samenwerkte, terwijl dit wel op de weg van verdachte had gelegen. Volstaan met een enkele stelling zonder deze nader te onderbouwen is onvoldoende om het door verdachte gestelde alternatieve scenario voldoende aannemelijk te maken.

Door verdachte is naar voren gebracht dat hij bij getuige [getuige 1] en [getuige 2] verbleef ten tijde van de delicten. De rechtbank overweegt dat uit het dossier is gebleken dat verdachte een seksuele relatie had met getuige [getuige 2] en dat hij getuige [getuige 1] al sinds de kindertijd kent. Met beide getuigen had verdachte veel contact in de periode rondom 1 januari 2019. Getuige [getuige 2] heeft berichten verzonden aan de moeder van verdachte waaruit blijkt dat zij in de nacht van 1 januari 2019 met verdachte uit was geweest, dat het gezellig was en dat hij om 5.00 uur opeens met medeverdachte [medeverdachte] is vertrokken. Getuige [getuige 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij niemand heeft gebeld in de nacht van 1 januari 2019 om 06.28 uur terwijl verdachte zelf ter zitting heeft verklaard dat hij met [getuige 1] heeft gebeld. De verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] bevatten derhalve tegenstrijdigheden ten opzichte van de overige bewijsmiddelen. Gelet op het voorgaande, beoordeelt de rechtbank de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] dan ook als ongeloofwaardig. Het voorgaande betekent dat de rechtbank het alternatieve scenario van verdachte verwerpt.

Aangevers [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] hebben vlak na het incident een verklaring afgelegd. De verklaringen van de vijf aangevers komen op grote lijnen en essentiële punten overeen. De rechtbank acht die verklaringen daarom betrouwbaar. Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] betrokken is geweest bij de tenlastegelegde feiten, wordt het volgende overwogen ten aanzien van de specifieke feiten.

Feit 3

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte, samen met een ander, in de nacht van 1 januari 2019 bij aangever [slachtoffer 3] in de woning was. In de woning is aangever [slachtoffer 3] in zijn wang en rug gestoken door verdachte. Vervolgens zijn verdachten, met de aangevers [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] naar een pinautomaat in Winssen gereden en hebben zij € 750,- van de rekening van aangever [slachtoffer 4] gepind en € 800,- van de rekening van aangever [slachtoffer 2] . Dit geld is door medeverdachte [medeverdachte] in zijn zak gestopt. De rechtbank acht bewezen dat door medeverdachte [medeverdachte] is gedreigd met een vuurwapen. Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachten hebben gezegd dat ze geld wilden hebben voor de jas, dat aangevers mee moesten gaan pinnen, dat medeverdachte [medeverdachte] al zes jaar heeft gezeten voor doodslag en dat [slachtoffer 4] dood moest/neergestoken zou worden. Beide verdachten hebben zo hard aan de deur getrokken dat deze los kwam uit de deursponning. Vervolgens hebben verdachten de aangevers onder bedreiging van een mes en een vuurwapen gedwongen in de auto te stappen en gezegd dat zij hun handen tegen het dak van de auto moesten plaatsen. Tot slot hebben verdachten aangevers gedwongen hun pincode in te toetsen en heeft medeverdachte [medeverdachte] het geld uit de automaat gepakt.

Het door middel van geweld en bedreiging met geweld iemand dwingen tot het intoetsen van zijn pincode en het leeghalen van zijn rekening, levert zowel afpersing als diefstal met geweld op. De rechtbank is dan ook van oordeel dat beide alternatief-cumulatief onder feit 3 tenlastegelegde feiten wettig en bewezen kunnen worden verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat waaruit blijkt dat verdachte sleutels, een pinpas en/of andere goederen van aangevers heeft gestolen. Ten aanzien van dit deel van het tenlastegelegde onder feit 3 spreekt de rechtbank verdachte vrij.

Feit 4

Op basis van de bewijsmiddelen heeft de rechtbank hierboven bij feit 3 vastgesteld dat verdachte, samen met een ander, in de woning van [slachtoffer 3] was. Medeverdachte [medeverdachte] had een vuurwapen in zijn handen waarmee hij dreigde. Verdachte had een mes waarmee hij in dreigde en [slachtoffer 3] in zijn wang en rug heeft gestoken. Uit deze feiten blijkt dat door verdachte en die ander een zeer bedreigende en agressieve sfeer was gecreëerd die maakte dat aangevers niet vrij waren in hun keuze om wel of niet in de auto te stappen en om zich al dan niet aan de situatie te onttrekken. In de auto moesten de aangevers hun handen tegen het dak houden en werd er door medeverdachte [medeverdachte] een vuurwapen op ze gericht. Gelet op het voorgaande hebben verdachten aangevers naar het oordeel van de rechtbank opzettelijk wederrechtelijk van hun vrijheid beroofd. Van omstandigheden die aantonen dat aangevers vrijwillig in de auto zijn gestapt is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van feit 4.

Feit 1

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte, samen met een ander, in de nacht van 1 januari 2019 met aangever [slachtoffer 1] naar een pinautomaat in Nijmegen is gereden en € 520,- heeft opgenomen van de rekening van [slachtoffer 1] . De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 1] ten aanzien van de geweldshandelingen en bedreiging wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen. Alle andere aangevers hebben net als [slachtoffer 1] eveneens verklaard dat verdachten een vuurwapen en een mes bij zich hadden. Onder verdachte is bovendien een mes aangetroffen op het snijvlak waarvan celmateriaal is aangetroffen waarvan de rechtbank hiervoor reeds heeft vastgesteld dat [slachtoffer 1] de (hoofd)donor is. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat dit mes bij het plegen van de feiten is gebruikt tegen [slachtoffer 1] . Nu de verklaring van [slachtoffer 1] op deze specifieke punten wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen, is de rechtbank van oordeel dat er wettig en overtuigend bewijs is ten aanzien van het eerste feit. Het door middel van geweld en bedreiging met geweld iemand dwingen tot het intoetsen van zijn pincode en het leeghalen van zijn rekening, levert zowel afpersing als diefstal met geweld op. De rechtbank is dan ook van oordeel dat beide alternatief-cumulatief onder feit 1 tenlastegelegde feiten wettig en bewezen kunnen worden verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat waaruit blijkt dat verdachte een telefoon, pinpas en/of andere goederen van aangever heeft gestolen. Ten aanzien van dit deel van het tenlastegelegde onder feit 1 spreekt de rechtbank verdachte vrij.

Feit 2

Op basis van de bewijsmiddelen heeft de rechtbank hierboven bij feit 1 vastgesteld dat verdachte, samen met een ander, in de nacht van 1 januari 2019 met aangever [slachtoffer 1] naar een pinautomaat in Nijmegen is gereden en €520,- heeft opgenomen van de rekening van [slachtoffer 1] . Ook is vastgesteld dat verdachten dreigden met een vuurwapen en een mes. Na het pinnen is [slachtoffer 1] onder bedreiging van het vuurwapen gedwongen om uit te auto te stappen en op zijn buik in de berm te gaan liggen. Hierbij is een mes tegen zijn keel gehouden en is hij bedreigd. Vervolgens is hij gedwongen weer in te stappen en zijn ze naar Ewijk gereden.

Uit deze feiten blijkt dat door verdachten een zeer bedreigende en agressieve sfeer was gecreëerd die maakte dat aangever niet vrij was in zijn keuze om uit de auto te stappen of zich al dan niet aan de situatie te onttrekken. Dat aangever in eerste instantie vrijwillig in de auto is gestapt maakt dat niet anders. Pas in de auto ontstond een dreigende en agressieve sfeer.

Gelet op het voorgaande hebben verdachten naar het oordeel van de rechtbank aangever [slachtoffer 1] opzettelijk wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd. Van omstandigheden die aantonen dat aangever vrijwillig in de auto is blijven zitten en opnieuw is ingestapt is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van feit 2.

Feit 5

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen heeft de rechtbank hierboven vastgesteld dat verdachte, samen met een ander, in de nacht van 1 januari 2019 bij aangever [slachtoffer 3] in de woning was. In de woning is aangever [slachtoffer 3] in zijn wang en rug gestoken door verdachte. De vraag is welk strafbaar feit dit oplevert: verdachte wordt verweten dat hij heeft gehandeld met (voorwaardelijk) opzet op de dood of het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan aangever [slachtoffer 3] . Voor een bewezenverklaring hiervan is vereist dat sprake is geweest van een aanmerkelijke kans dat aangever als gevolg van de handelingen zou komen te overlijden of zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.

De rechtbank overweegt dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat bij het steken/snijden met het mes de dader [slachtoffer 3] wilde doden of de kans daarop op de koop toe nam. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair ten laste gelegde (medeplegen poging tot doodslag).

Wel acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling. [slachtoffer 3] is twee keer gestoken, één keer in zijn gezicht en één keer in zijn rug. De kans dat aangever zwaar lichamelijk letsel zou oplopen was gelet hierop aanmerkelijk. Bij het steken in de romp en het gezicht bestaat naar algemene ervaringsregels immers een aanmerkelijke kans dat die persoon zwaar lichamelijk letsel oploopt. Er bevinden zich veel kwetsbare delen in de romp en het gezicht. Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen – het met een mes uithalen naar het gezicht en de rug van aangever [slachtoffer 3] – kan het niet anders zijn dan dat verdachte zich bewust is geweest van die aanmerkelijke kans en die kans willens en wetens heeft aanvaard. Hiermee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de onder feit 5 alternatief tenlastegelegde medeplegen van poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 1 januari 2019, in de gemeente Nijmegen en/of te Ewijk en/of Winssen, in de gemeente Beuningen, in ieder geval in Nederland, ondermeer op de Energieweg, in ieder geval op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van 520 Euro en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goederen en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), en/of dat weg te nemen goed onder hun bereik heeft/hebben gebracht de door

(geheime) pincode van voornoemde bankpas te gebruiken, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder(s) van die bankpas(sen) niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was/waren, in ieder geval door middel van een valse sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 520 Euro en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goederen en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of dat weg te nemen goed onder hun bereik heeft/hebben gebracht door de (geheime) pincode van voornoemde bankpas te gebruiken, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) door de rekeninghouder(s) van de bankpas(sen) niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was, in ieder geval door middel van een valse sleutel, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

- die [slachtoffer 1] in zijn/hun, verdachtes, auto heeft/hebben laten instappen en/of een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek) voorwerp en/of een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] heeft/hebben getoond en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd ze wilden dat hij moest gaan pinnen, in ieder geval woorden van gelijke strekking en/of aard en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal, met dat vuurwapen buiten de auto heeft/hebben geschoten en/of

- ( bij een pinautomaat aangekomen) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij zijn bankpas en pincode af moest geven, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- onder bedreiging van het vuurwapen tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij uit de auto moest stappen en op zijn buik in de berm moest gaan liggen en/of heeft/hebben geroepen dat er geschoten moest worden en/of

- een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek) voorwerp in de richting van de nek/hals/keel van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gehouden en/of

- een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek) voorwerp op de nek/hals/keel van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezet/gedrukt en/of

- die [slachtoffer 1] wederom in zijn/hun, verdachtes, auto heeft/hebben laten instappen en/of meermalen, in ieder geval éénmaal, dat vuurwapen op het voorhoofd en/of in de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezet en/of

- die [slachtoffer 1] onder bedreiging van dat vuurwapen heeft/hebben gedwongen naar de woning gelegen aan de Gitaar te Ewijk te gaan;

2.

hij op of omstreeks 1 januari 2019, in de gemeente Nijmegen en/of te Ewijk en/of Winssen, in de gemeente Beuningen, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of één of meer

van zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] onder bedreiging van een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek)voorwerp en/of een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen (nadat die [slachtoffer 1] in zijn/hun, verdachtes, auto was gestapt) in die auto te blijven zitten, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) met die auto bleven rijden en/of

- die [slachtoffer 1] onder bedreiging van dat mes en dat vuurwapen gedwongen uit de auto te stappen en/of in de berm te gaan liggen en/of vervolgens weer in de auto te stappen en/of naar een woning gelegen aan de Gitaar te Ewijk te gaan;

3.

hij op of omstreeks 1 januari 2019, te Ewijk en/of Winssen, in de gemeente Beuningen, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

- een nog onbekend geldbedrag en/of een huissleutel en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goed en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of

- een geldbedrag van 750 Euro en/of een bankpas en/of een pincode, in elk

geval van enig geldbedrag en/of goed en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of

- een geldbedrag van 800 Euro en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goed en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of dat weg te nemen goed onder hun bereik heeft/hebben gebracht de door (geheime) pincode(s) van voornoemde bankpas(sen) te (laten) gebruiken, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder(s) van die bankpas(sen) niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was/waren, in ieder geval door middel van een valse sleutel, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5] en/of voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van

- een nog onbekend geldbedrag en/of een huissleutel en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goed en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of

- een geldbedrag van 750 Euro en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goed en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of

- een geldbedrag van 800 Euro en/of een bankpas en/of een pincode, in elk geval van enig geldbedrag en/of goed en/of informatie, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of dat weg te nemen goed onder hun bereik heeft/hebben gebracht de door (geheime) pincode(s) van voornoemde bankpas(sen) te (laten) gebruiken, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder(s) van de bankpas(sen) niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was/waren, in ieder geval door middel van een valse sleutel, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

- met die [slachtoffer 1] onder bedreiging van een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek)voorwerp, heeft/hebben gedwongen naar een woning gelegen aan de Gitaar te Ewijk te gaan en/of

- die woning vervolgens heeft/hebben betreden en/of (direct) die [slachtoffer 3] met een mes in het gezicht en/of de rug, in ieder geval in het lichaam heeft/hebben gesneden/gestoken/geprikt en/of - een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] (constant) heeft/hebben getoond en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd/geschreeuwd dat ze geld moesten hebben en dat ze op een rij op de bank moesten gaan zitten en/of dat ze mee moesten gaan pinnen en/of dat hij al 6 jaar had gezeten voor doodslag, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd/geschreeuwd dat hij dood moest en/of dat hij hem zou neersteken en/of dat hij hem moest doodmaken, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- met veel kracht aan een deur heeft/hebben getrokken (waardoor deze deur uit de deursponning los kwam) en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] onder bedreiging van het mes en/of het vuurwapen naar buiten heeft/hebben gedwongen en/of vervolgens heeft/hebben gedwongen in een auto te stappen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd dat zij hun handen tegen het dak van de auto moesten plaatsen en/of dat vuurwapen naar achteren in de richting van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- bij (een) pinautoma(a)t(en) die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] heeft/hebben gedwongen uit de auto te stappen om te gaan pinnen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd dat hij ze wilde afmaken en/of dat hij hen kapot moesten maken, omdat zij hun gezichten hadden gezien, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 1 januari 2019, te Ewijk en/of Winssen, in de gemeente Beuningen, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] onder bedreiging van een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek)voorwerp en/of een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen in een woning te blijven en/of op de bank te gaan zitten en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] gedwongen in een auto te stappen en/of (nadat die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] in zijn/hun, verdachtes, auto waren gestapt) in die auto te blijven zitten, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) met die auto bleven rijden en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] onder bedreiging van dat vuurwapen gedwongen uit de auto te stappen en/of te gaan pinnen;

5.

hij op of omstreeks 1 januari 2019, te Ewijk, in de gemeente Beuningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 3] van het leven te beroven, dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- meermalen, in ieder geval éénmaal, met een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek)voorwerp, in het gezicht en/of in de rug, in ieder geval in het lichaam, heeft/hebben gesneden/gestoken/geprikt;

6.

hij op of omstreeks 7 januari 2019 in de gemeente Nijmegen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 16,53 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst I.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

de eendaadse samenloop van

medeplegen van diefstal, voorafgegaan en gevold van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden

Ten aanzien van feit 3:

de eendaadse samenloop van

medeplegen van diefstal, voorafgegaan en gevold van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, meermalen gepleegd

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 4:

medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 5:

medeplegen van poging tot zware mishandeling

Ten aanzien van feit 6:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Volgens de officier van justitie doet een kortere gevangenisstraf geen recht aan de feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien verdachte wordt veroordeeld tot de tenlastegelegde feiten 1 t/m 5, een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar te hoog is. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat een gevangenisstraf van 6 jaar doorgaans in ernstigere zaken wordt opgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en met de omstandigheden waaronder dit is begaan. Ook is rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 6 maart 2019;

- het reclasseringsadvies d.d. van 11 april 2019;

- het trajectconsult psychiater A.C. van Dijk van 18 februari 2019;

- de Pro-Justitiarapportage psychiater T.W.D.P. van Os, van 12 april 2019;

- de Pro-Justitiarapportage psycholoog R.A. Sterk, van 17 april 2019.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met medeverdachte [medeverdachte] schuldig gemaakt aan afpersing/diefstal met geweld, een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en wederrechtelijke vrijheidsberoving van meerdere personen. Daarnaast had verdachte cocaïne in zijn bezit.

Verdachte heeft in de nieuwjaarsnacht samen met medeverdachte [medeverdachte] , een hem onbekende man een lift aangeboden. Deze man was gewond omdat hij was gevallen. Toen de man in de auto was ingestapt hebben verdachten hem bedreigd met een mes en een vuurwapen en hebben zij hem gedwongen om te gaan pinnen. Verdachten hebben de bankrekening van het slachtoffer leeg getrokken en hem gedwongen weer in te stappen. Bij een donker stuk weg is het slachtoffer gedwongen om op zijn buik in de berm te gaan liggen, waar door verdachte een mes op zijn keel is gezet. Verdachte heeft geroepen dat er geschoten moest worden. Het slachtoffer heeft doodsangsten uitgestaan. Vervolgens zijn verdachten naar de woning van een vriend van het slachtoffer gereden en hebben ze het slachtoffer en vier van zijn vrienden bedreigd met een mes en een vuurwapen. Bij dreigen is het niet gebleven. Een van de vrienden is in de woning twee keer gestoken door verdachte, in zijn gezicht en in zijn rug. Zij hebben de groep vrienden vervolgens onder bedreiging van een mes en een vuurwapen gedwongen om in de auto te stappen en ook te gaan pinnen. Ook zij hebben doodsangsten uitgestaan.

Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben langdurig en met wapens gedreigd en fors geweld gebruikt. Zij hebben bij hun handelen enkel hun eigen financieel gewin voor ogen gehad en zijn volledig voorbij gegaan aan de ingrijpende gevolgen die hun handelen voor de aangevers heeft gehad. Deze gebeurtenis heeft een grote impact gehad, waarvan aangevers nog steeds de nadelige gevolgen ondervinden. Dergelijke misdrijven roepen bovendien niet alleen bij de slachtoffers, maar ook bij hun naasten en in de samenleving gevoelens van afschuw, angst en onveiligheid op. Verdachte heeft bij de politie en ter zitting een berekenende houding laten zien en heeft geen openheid van zaken gegeven. Verdachte neemt dus geen verantwoordelijkheid voor zijn daden.

Gezien de aard en de ernst van het gepleegde feit acht de rechtbank een langdurige vrijheidsbenemende straf op zijn plaats. De LOVS oriëntatiepunten voor straftoemeting vermelden bij een woningoverval met geweld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren. De rechtbank zoekt ten aanzien van het onderhavige feitencomplex aansluiting bij deze oriëntatiepunten omdat verdachte en zijn medeverdachte gewapend in de woning van een van de aangevers stonden, een van de aangevers hebben gestoken en hen hebben gedwongen om in een auto te stappen en te gaan pinnen. In totaal is twee maal wederrechtelijke vrijheidsberoving, twee maal afpersing/diefstal met geweld, een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en het bezit van cocaïne bewezenverklaard. Het strafblad van verdachte vermeldt justitiecontacten voor geweld en wapens.

Alles overwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren passend en geboden. De tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, wordt van deze straf afgetrokken. Gelet op de duur van de op te leggen straf is er geen ruimte voor een voorwaardelijk strafdeel.

Beslag

De rechtbank beschikt niet over een beslaglijst. Door de officier van justitie is gevorderd dat het onder verdachte in beslag genomen mes verbeurd wordt verklaard. De officier van justitie heeft teruggave aan de rechthebbenden van de overige in beslag genomen goederen gevorderd.

Het onder verdachte in beslag genomen en nog niet teruggeven mes is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met betrekking tot welke het bewezenverklaarde onder feit 1 t/m feit 5 is begaan.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de overige onder verdachte in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbenden, voor zover hierover nog geen beslissing was genomen.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Aangevers [slachtoffer 4] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder feit 1 t/m 4 bewezenverklaarde feiten (en bij [slachtoffer 3] ook feit 5). Alle aangevers hebben de rechtbank verzocht om de parkeerkosten naar redelijkheid vast te stellen en toe te wijzen.

Door aangever [slachtoffer 4] wordt een bedrag van € 2.635,90 gevorderd, bestaande uit een bedrag van € 635,90 aan materiële en € 2.000,- aan immateriële kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Door aangever [slachtoffer 3] wordt een bedrag van € 4.032,11 gevorderd, bestaande uit een bedrag van € 1.132,11 aan materiële en € 2.900,- aan immateriële kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Door aangever [slachtoffer 1] wordt een bedrag van € 2.835,33 gevorderd, bestaande uit een bedrag van € 558,33 aan materiële en € 2.250,- aan immateriële kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Door aangever [slachtoffer 2] wordt een bedrag van € 2.049,31 gevorderd, bestaande uit een bedrag van € 49,31 aan materiële en € 2.000,- aan immateriële kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen, met wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet ontvankelijk moet worden verklaard gelet op zijn bepleite vrijspraak ten aanzien van de geweldshandelingen. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het T-shirt van [slachtoffer 1] in het bezit is van de politie en deze post niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding van [slachtoffer 1] voor de sleutels, moet ook niet-ontvankelijkheid volgen nu uit het dossier niet blijkt dat deze zijn gestolen. Hetzelfde geldt voor de gevorderde schadevergoeding voor de sleutels bij aangever [slachtoffer 3] .

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen onder feit 1 t/m 4 (en aangever [slachtoffer 3] ook ten aanzien van feit 5), materiële en immateriële schade hebben geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Reiskosten en parkeerkosten van de benadeelde partijen

De rechtbank merkt de door de benadeelde partijen gevorderde reiskosten voor het bijwonen van de zitting op 30 augustus 2019 en de parkeerkosten voor het bijwonen van dezelfde zitting, aan als proceskosten. Deze reiskosten worden telkens toegewezen zoals gevorderd. De parkeerkosten worden telkens geschat op, en toegewezen tot, een bedrag van € 10,00.

[slachtoffer 4]

De rechtbank acht de vordering benadeelde partij van aangever [slachtoffer 4] voldoende onderbouwd en niet gemotiveerd betwist. Zowel de materiële en immateriële posten zijn voor toewijzing vatbaar. In totaal zal een bedrag van € 2.645,90 aan materiële schade, immateriële schade en proceskosten worden toegewezen.

[slachtoffer 3]

De rechtbank acht de vordering benadeelde partij van aangever [slachtoffer 3] voldoende onderbouwd en niet gemotiveerd betwist, met uitzondering van de door [slachtoffer 3] gevorderde kosten met betrekking tot de sleutels. Nu verdachte ten aanzien van de diefstal van de sleutels is vrijgesproken, verklaart de rechtbank deze post niet-ontvankelijk.

In totaal zal een bedrag van € 3.887,21,- aan materiële schade, immateriële schade en proceskosten worden toegewezen. Voor het meerdere wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard omdat de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

[slachtoffer 2]

De rechtbank acht de vordering benadeelde partij van aangever [slachtoffer 2] voldoende onderbouwd en niet gemotiveerd betwist. Zowel de materiële als de immateriële schadeposten zijn voor toewijzing vatbaar. In totaal zal een bedrag van € 2.059,31 aan materiële schade, immateriële schade en proceskosten worden toegewezen.

[slachtoffer 1]

De rechtbank acht de vordering benadeelde partij van aangever [slachtoffer 1] voldoende onderbouwd en niet gemotiveerd betwist, met uitzondering van de door [slachtoffer 1] gevorderde kosten met betrekking tot de sleutels en het T-shirt. Nu verdachte ten aanzien van de diefstal van de sleutels is vrijgesproken, en het T-shirt voor onderzoek bij de politie ligt en terug kan naar [slachtoffer 1] , verklaart de rechtbank deze posten niet-ontvankelijk.

In totaal zal een bedrag van € 2.315,33 aan materiële schade, immateriële schade en proceskosten worden toegewezen. Voor het meerdere wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Wettelijke rente

De door de benadeelde partijen gevorderde wettelijke rente is ten aanzien van de immateriële schade telkens toewijsbaar vanaf 1 januari 2019. Ten aanzien van de materiele schade is de wettelijke rente telkens toewijsbaar vanaf de datum waarop de vordering is ingediend.

Hoofdelijkheid

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag met uitzondering van de proceskosten ten behoeve van genoemde benadeelde partij(en). In de omstandigheid dat sprake is van mededaders, ziet de rechtbank aanleiding de vervangende hechtenis te halveren.

7a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering na voorwaardelijke veroordeling toe te wijzen aangezien het een soortgelijk delict betreft.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling moet worden afgewezen gelet op de bepleite vrijspraak.

Beoordeling door de rechtbank

Nu is bewezen dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, dient de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2017 (parketnummer 13/650613-16) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden ten uitvoer te worden gelegd.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 45, 47, 55, 282, 302, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslissing ten aanzien van het beslag

verklaart verbeurd het onder verdachte in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een mes;

 gelast de teruggave van de onder verdachte in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde/rechthebbende, voor zover hierover nog geen beslissing is genomen;

Beslissing ten aanzien van de vorderingen benadeelde partij

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening.

Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente v.a.

1 [slachtoffer 4] materieel € 605,27 24 mei 2019

[slachtoffer 4] immaterieel € 2.000,00 1 januari 2019

2 [slachtoffer 3] materieel € 946,41 14 mei 2019

[slachtoffer 3] immaterieel € 2.900,00 1 januari 2019

3 J.M. Lammaterieel € 18,14 21 mei 2019

[slachtoffer 2] immaterieel € 2.000,00 1 januari 2019

4 [slachtoffer 1] € 24,53 18 februari 2019

[slachtoffer 1] immaterieel € 2.250,00 1 januari 2019

 legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partij(en) te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag Vervangende hechtenis

1 [slachtoffer 4] € 2.605,27 18 dagen

2. [slachtoffer 3] € 3.846,41 24 dagen

3. [slachtoffer 2] € 2.018,14 15 dagen

4. [slachtoffer 1] € 2.274,53 16 dagen

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 veroordeelt verdachte tot betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partijen gemaakt, tot de hierna genoemde bedragen aan de daarbij genoemde partijen:

Benadeelde partij Bedrag

1. [slachtoffer 4] € 40,63

2. [slachtoffer 3] € 40,80

3. [slachtoffer 2] € 40,91

4. [slachtoffer 1] € 40,80

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in hun vordering.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2017 te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei (voorzitter), mr. R. Raat en mr. B.F.M. Klappe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 september 2019.

mr. Van der Mei is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de districtsrecherche Gelderland-Zuid Oost Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2019233800, Onderzoek ON5R019001 Aarmunt, gesloten op 31 mei 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 156 t/m 158, gelezen in onderlinge samenhang met proces-verbaal van getuigenverhoor [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris d.d. 17 juni 2019.

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] , p. 131 t/m 135

4 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 141 t/m 143

5 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , p. 145 t/m 148

6 Geneeskundige verklaring, p. 152

7 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5] , p. 167 t/m 170

8 Aanvullend proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 1 januari 2019

9 Proces-verbaal van beeldverslag, p. 224 t/m 230

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 223

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 22

12 Proces-verbaal van aanhouding, p. 27

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 510

14 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen nr. 327 d.d. 29 augustus 2019

15 Rapport NFI d.d. 29 augustus 2019

16 Proces-verbaal van getuigenverhoor [getuige 3] , p. 175 en 176

17 Voorlopig proces-verbaal van onderzoek alternatief scenario d.d. 9 augustus 2019

18 Proces-verbaal van rapportage analyse histo’s zendmasten, p. 634

19 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen nr. 277, d.d. 28 mei 2019

20 Aanvullend proces-verbaal, analyse [telefoonnummer 1] , nr. 289 d.d. 19 juni 2019, en aanvullend proces-verbaal, analyse [telefoonnummer 2] , nr. 287 d.d. 18 juni 2019.

21 Proces-verbaal van rapportage analyse Histo’s telecommunicatie, p. 638 en 639

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 598

23 Aanvullend proces-verbaal, analyse gebruiker [telefoonnummer 3] , nr. 208a, d.d. 17 juni 2019

24 Voorlopig proces-verbal van onderzoek alternatief scenario d.d. 9 mei 2019.

25 Aanvullend proces-verbaal, rapportage gebruiker [telefoonnummer 2] , nr. 285, d.d. 18 juni 2019

26 Proces-verbaal van getuigenverhoor [getuige 1] , p. 184 en 185