Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:4171

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-09-2019
Datum publicatie
17-09-2019
Zaaknummer
05/841158-17 + 05/243487-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aanwezig hebben van GHB, flesjes hennepolie, hennep en wapen. Rijden onder invloed en voorhanden hebben van een nabootsing van een vuurwapen. Voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met proeftijd 2 jaar. Werkstraf 180 uren, 90 dagen vervangende hechtenis. Ontzegging rijbevoegdheid 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/841158-17 + 05/243487-18 (gev. ttz)

Datum uitspraak : 17 september 2019

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1964 te [geboortedatum] ,

wonende te [adres]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 september 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/841158-17 ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2016 tot en met 25 juli 2017 te Heveadorp, gemeente Renkum, en/of te Heelsum, gemeente Renkum, in elk geval in Nederland, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in

elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (grote) hoeveelheid, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-hydroxyboterzuur (GHB), zijnde 4-hydroxyboterzuur (GHB) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2016 tot en met 25 juli 2017 te Heveadorp, gemeente Renkum, en/of te Heelsum, gemeente Renkum, in elk geval in Nederland, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8039 milliliter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-hydroxyboterzuur (GHB), zijnde 4-hydroxyboterzuur (GHB) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 25 juli 2017 te Heveadorp, gemeente Renkum, in elk geval in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 190 milliliter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennepolie, zijnde hennepolie een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op of omstreeks 25 juli 2017 te Heveadorp, gemeente Renkum, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1560 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

hij op of omstreeks 25 juli 2017 te Heveadorp, gemeente Renkum, in elk geval in Nederland, een of meer wapens van categorie III, te weten een geweer (merk: [merk 1] ), en/of munitie van categorie III, te weten een patroon (merk/type: [merk 2] ), voorhanden heeft gehad.

Voorts is aan verdachte, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten aanzien van parketnummer 05/243487-18, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 september 2018 te Renkum als bestuurder van een voertuig, (personen)auto, dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van (een) stof(fen), te weten

  • -

    amfetamine en/of;

  • -

    methamfetamine en/of;

  • -

    4-hydroxybutaanzuur/gamma-butyrolacton (GHB)

waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;

2.

hij op of omstreeks 22 september 2018 te Renkum opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 646 milliliter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-hydroxybutaanzuur/gamma-butyrolacton (GHB) en/of ongeveer 0,15 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde 4-hydroxybutaanzuur/gamma-butyrolacton (GHB) en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 22 september 2018 te Renkum een wapen van categorie I, onder 7◦ van de Wet wapens en munitie, te weten een nabootsing van een vuurwapen, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand wapen (te weten een pistool van het merk [merk 3] ), voorhanden heeft gehad.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/841158-17 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht verdachte vrij te spreken van feit 1, aangezien er voor dit feit onvoldoende bewijs is. Ten aanzien van feit 2 stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte 3145 milliliter GHB aanwezig heeft gehad. Zij heeft verder verzocht verdachte vrij te spreken van feit 3, omdat er sprake is van bewijsmateriaal dat door een onrechtmatige doorzoeking is verkregen en daarom moet worden uitgesloten van het bewijs. De verbalisanten hebben na binnentreding in de woning enkele keukenkastjes geopend en daar hennepolie aangetroffen, terwijl er geen machtiging doorzoeking was afgegeven. Voor wat betreft feit 4 stelt de officier van justitie zich op standpunt dat bewezen kan worden dat verdachte 1513 gram hennep aanwezig heeft gehad. Zij heeft tot slot gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 5.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de enkele verklaring van verdachte onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te komen van het aan hem tenlastegelegde. De rechtbank zal verdachte, nu ander bewijs ontbreekt, daarom van dit feit vrij spreken.

Ten aanzien van feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 6 e.v.;

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 15 e.v.;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 september 2019.

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat er niet sprake is geweest van een onrechtmatige doorzoeking van de woning waardoor de aangetroffen hennepolie zou moeten worden uitgesloten van het bewijs. Uit het dossier kan worden afgeleid dat de woning niet stelselmatig en gericht is onderzocht op de aanwezigheid van voor inbeslagneming vatbare voorwerpen. De aanwezigheid van de politie in de woning heeft circa 15 minuten geduurd en gedurende die tijd is een keukenlade onder het fornuis geopend waarin de flesjes hennepolie zijn aangetroffen. In dat fornuis waren kort daarvoor, als gevolg van een sterke hennepgeur, hennep en GHB aangetroffen. Bij dit onderzoek is verder ook niets verbroken. Het onderzoek was aldus eenvoudig en weinig ingrijpend van aard ook in relatie tot de bekennende proceshouding van verdachte.

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 6 e.v.;

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 15 e.v.;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 september 2019.

Ten aanzien van feit 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 6 e.v.;

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 15 e.v.;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 september 2019.

Ten aanzien van feit 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 6 e.v.;

- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 22 e.v.;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 september 2019.

Ten aanzien van parketnummer 05/243487-18 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle drie de tenlastegelegde feiten.

Beoordeling door de rechtbank

Er is ten aanzien van alle drie de tenlastegelegde feiten sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt per feit volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1:

  • -

    het proces-verbaal rijden onder invloed, p. 27 e.v.;

  • -

    het rapport drugs in het verkeer d.d. 18 oktober 2018 van het Labor Mönchengladbach, p. 36-38;

  • -

    de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 september 2019.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2:

  • -

    het proces-verbaal van aanhouding, p. 7-8;

  • -

    het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 23-25;

  • -

    de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 september 2019.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 3:

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, p. 20;

  • -

    het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 41;

  • -

    de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 september 2019.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 2, 3 en 4 en 5 van parketnummer 05/8441158-17 en feit 1, 2 en 3 van parketnummer 05/243487-18 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/841158-17:

2.

hij op of omstreeks de periode van 19 juli 2016 tot en met 25 juli 2017 te Heveadorp, gemeente Renkum, en/of te Heelsum, gemeente Renkum, in elk geval in Nederland, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3145 milliliter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-hydroxyboterzuur (GHB), zijnde 4-hydroxyboterzuur (GHB) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 25 juli 2017 te Heveadorp, gemeente Renkum, in elk geval in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 190 milliliter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennepolie, zijnde hennepolie een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op of omstreeks 25 juli 2017 te Heveadorp, gemeente Renkum, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1531 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

hij op of omstreeks 25 juli 2017 te Heveadorp, gemeente Renkum, in elk geval in Nederland, een of meer wapens van categorie III, te weten een geweer (merk: [merk 1] ), en/of munitie van categorie III, te weten een patroon (merk/type: [merk 2] ), voorhanden heeft gehad.

Ten aanzien van parketnummer 05/243487-18:

1.

hij op of omstreeks 22 september 2018 te Renkum als bestuurder van een voertuig, (personen)auto, dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van (een) stof(fen), te weten

  • -

    amfetamine en

  • -

    methamfetamine en

  • -

    4-hydroxybutaanzuur/gamma-butyrolacton (GHB)

waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;

2.

hij op of omstreeks 22 september 2018 te Renkum opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 646 milliliter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-hydroxybutaanzuur/gamma-butyrolacton (GHB) en/of ongeveer 0,15 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde 4-hydroxybutaanzuur/gamma-butyrolacton (GHB) en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 22 september 2018 te Renkum een wapen van categorie I, onder 7◦ van de Wet wapens en munitie, te weten een nabootsing van een vuurwapen, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand wapen (te weten een pistool van het merk [merk 3] ), voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Parketnummer 05/841158-17:

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van feit 3:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van feit 4:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van feit 5:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Parketnummer 05/243487-18:

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994.

Ten aanzien van feit 2:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van parketnummer 05/841158-17 het onder feit 2, 4 en 5 tenlastegelegde en parketnummer 05/243487-18 het onder feit 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 180 uren werkstraf. Daarnaast heeft de officier van justitie een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren geëist. De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van parketnummer 05/243487-18 het onder feit 1 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdachte

De verdachte heeft aangevoerd dat hij zijn werk niet kan voortzetten als aan hem een (deels) onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid wordt opgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 31 juli 2019 en een voorlichtingsrapportage van Reclassering Iriszorg van 2 september 2019.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft meerdere soorten harddrugs voorhanden gehad, waaronder GHB. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs, zoals juist ook GHB, een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Bovendien is verdachte reeds in juli 2017 aangehouden voor het aanwezig hebben van harddrugs (bewezen verklaard onder parketnummer 05/841158-17) en heeft dit hem er niet van weerhouden om in september 2018 wederom harddrugs te bezitten (bewezen verklaard onder parketnummer 05/243487-18). Verdachte heeft zich van deze eerdere aanhouding klaarblijkelijk niets aangetrokken. Daarnaast heeft verdachte onder invloed van GHB een personenauto bestuurd, waarmee hij niet alleen zichzelf maar ook medeweggebruikers in gevaar heeft gebracht. De rechtbank neemt dit de verdachte zeer kwalijk. Uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte eerder in juli 2015 in Duitsland veroordeeld is voor illegale handel in verdovende middelen, waarvoor aan hem een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden is opgelegd.

Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte een eigen woning heeft, inmiddels gestart is met een eigen bedrijf en bijna van het gebruik van GHB af is. De rechtbank wil deze positieve lijn in het leven van verdachte niet doorkruisen. Voor de bewezen verklaarde feiten worden doorgaans onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte nog een laatste kans gegeven moet worden. De rechtbank zal, alles afwegende, conform de eis van de officier van justitie, verdachte veroordelen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot het verrichten van 180 uren werkstraf, te vervangen door 90 dagen hechtenis. Ook wordt aan verdachte voor het onder parketnummer 05/243487-18 feit 1 tenlastegelegde een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren opgelegd.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57 van het Wetboek van Strafrecht;

2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet;

13, 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie;

8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

 een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden en bepaalt, dat deze gevangenisstraf, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

  • -

    ontzegt verdachte ten aanzien van het onder parketnummer 05/243487-18 feit 1 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden

  • -

    bepaalt, dat een gedeelte van deze bijkomende straf groot 9 (negen) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.E. Venema (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. J.M. Graat, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Rokette, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 september 2019.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 1] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017339795, gesloten op 24 oktober 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 2] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018565433, gesloten op 16 december 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.