Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:4077

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-09-2019
Datum publicatie
10-09-2019
Zaaknummer
05/037866-19 en 05/080602-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ex-militair veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 40 uren ter zake van bedreiging met zware mishandeling en bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/037866-19 en 05/080602-19 (gevoegd)

Datum uitspraak : 9 september 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

raadsvrouw: mr. R.J.J. Bosma, advocaat te Spier.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 augustus 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

met betrekking tot parketnummer 05/080602-19

hij op of omstreeks 8 juni 2018, te Franeker, gemeente Waadhoeke, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door toen aldaar met een mes, althans met een op een mes/steekwapen gelijkend voorwerp, in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te gaan en/of met dat mes/voorwerp (een) zwaaiende beweging(en) te maken en/of door (daarbij) de woorden

 " "Oprotten" en/of

 " "Wat moeten jullie hier" en/of

 " "Opdonderen"

te schreeuwen/roepen;

met betrekking tot parketnummer 05/037866-19

hij op of omstreeks 14 februari 2019, te Franeker, in de gemeente Waadhoeke [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of een of meer anderen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door toen aldaar met een mes, althans met een daarop gelijkend voorwerp, een woning binnen te gaan en/of dat mes/voorwerp op duidelijk zichtbare wijze te tonen aan die (in de woning aanwezige) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of die ander(en) en/of daarmee een of meer malen een zwaaiende/stekende beweging te maken en/of (daarbij) die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of die ander(en) de woorden

 " "Ik ben op oorlogspad" en/of

 " "Ik steek jullie allemaal dood" en/of

 " "Ik maak jullie allemaal af",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, toe te voegen.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Met betrekking tot parketnummer 05/080602-19 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 8 juni 2019 was verdachte met een aantal anderen buiten in Franeker in de gemeente Waadhoeke.2 Zij werden aangesproken door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Verdachte pakte daarop een mes en zwaaide daarmee.3

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de verdediging hebben beiden gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Beoordeling door de militaire kamer

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij rond 00:00 uur op 8 juni 2018 enorm harde knallen hoorde. Hij liep toen naar een groepje mensen dat op het plein bij hem in de buurt stond. Verdachte is zijn buurman en stond hier ook bij. Aangever vroeg aan de groep of zij wilden ophouden met het afsteken van vuurwerk en of het wat rustiger kon. Verdachte werd kwaad, schreeuwde en haalde een mes tevoorschijn. Hij slingerde hiermee dreigend in de rondte en schreeuwde: “Oprotten hier, wat moeten jullie hier te wonen, stelletje kut kakkerlakken!”. Volgens aangever werd verdachte helemaal gek. Aangever dacht bij zichzelf dat hij weg moest gaan, voordat hij door verdachte zou worden neergestoken. Hij liep weg en voelde zich erg bedreigd.4

Getuige [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 8 juni 2018 naar het groepje buren liep. Hij hoorde zijn buurman [slachtoffer 1] (de militaire kamer begrijpt: aangever [slachtoffer 1] ) iets tegen de groep zeggen. [slachtoffer 2] vroeg toen ook of het wat zachter kon met het vuurwerk. Verdachte riep toen tegen hen: “Sodemieter op kankerlijers! Dan ga je toch in een andere wijk wonen. Kankerflikker!”. Verdachte haalde een groot mes tevoorschijn en begon hiermee te zwaaien van links naar rechts. Hij liep naar [slachtoffer 2] toe terwijl hij met het mes zwaaide. Daarbij bleef hij schreeuwen en razen dat zij op moesten opdonderen.”5

Verdachte heeft verklaard dat hij op 8 juni 2018 met een aantal mensen buiten stond te kletsen. Op een gegeven moment stak hij drie rotjes af. Daarna kwamen twee buurmannen verhaal bij hem halen. Verdachte voelde zich bedreigd door één van hen en zwaaide toen met zijn dienstmes. Daarna gingen de twee buurmannen weg. Verdachte weet niet meer wat hij tegen de buurmannen riep, hij heeft in elk geval niet het woord “kakkerlakken” gebruikt. Verdachte denkt dat hij iets heeft geroepen als “rot op”.6

Op grond van het voorgaande acht de militaire kamer wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd door met het mes te zwaaien en ermee naar [slachtoffer 2] te lopen. Hoewel er wisselend wordt verklaard over wat verdachte heeft geschreeuwd naar [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , hebben zowel verdachte als [slachtoffer 1] verklaard over “oprotten”. De militaire kamer acht daarom ook bewezen dat verdachte in elk geval “oprotten” heeft geschreeuwd.

Met betrekking tot parketnummer 05/037866-19 7

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , pagina 12 en 13;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , pagina 15 en 16;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 45 en 46.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 05/037866-19 en parketnummer 05/080602-19 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

parketnummer 05/037866-19

hij op of omstreeks 8 juni 2018, te Franeker, gemeente Waadhoeke, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door toen aldaar met een mes, althans met een op een mes/steekwapen gelijkend voorwerp, in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te gaan en/of met dat mes/voorwerp (een) zwaaiende beweging(en) te maken en/of door (daarbij) de woorden

 " "Oprotten" en/of

 " "Wat moeten jullie hier" en/of

 " "Opdonderen"

te schreeuwen/roepen;

parketnummer 05/080602-19

hij op of omstreeks 14 februari 2019, te Franeker, in de gemeente Waadhoeke [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of een of meer anderen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door toen aldaar met een mes, althans met een daarop gelijkend voorwerp, een woning binnen te gaan en/of dat mes/voorwerp op duidelijk zichtbare wijze te tonen aan die (in de woning aanwezige) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of die ander(en) en/of daarmee een of meer malen een zwaaiende/stekende beweging te maken en/of (daarbij) die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of die ander(en) de woorden

 " "Ik ben op oorlogspad" en/of

 " "Ik steek jullie allemaal dood" en/of

 " "Ik maak jullie allemaal af",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, toe te voegen.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van parketnummer 05/037866-19:

bedreiging met zware mishandeling;

ten aanzien van parketnummer 05/080602-19:

bedreiging met enig misdrijf teven het leven gericht, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van al het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot betaling van een geldboete ten bedrage van € 150,- en tot het voorwaardelijk verrichten van 30 uren werkstraf, met aftrek van de tijd in inverzekeringstelling doorgebracht, met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd en heeft verzocht om oplegging van een (voorwaardelijke) taakstraf. Gelet op de penibele financiële situatie waarin verdachte verkeert wordt een onvoorwaardelijke geldboete niet opportuun geacht. In dit kader is gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft ten gevolge van een aantal uitzendingen PTSS opgelopen. Het afgelopen half jaar heeft verdachte een klinische behandeling doorlopen. Verdachte ondergaat nog steeds behandeling en zal dit voortzetten onder begeleiding van de GGZ Drenthe te Beilen. Daarnaast blijven de raadsvrouw en haar collega er op toe zien dat het goed blijft gaan met verdachte. De raadsvrouw is contactpersoon voor de politie eenheid Noord-Nederland als zich incidenten voordoen met militairen of veteranen met PTSS.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 19 juli 2019;

- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, gedateerd 12 juli 2019.

De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft verschillende mensen bedreigd met een mes, waaronder zijn eigen broer en zus. Daarbij heeft hij zijn broer en zus gedreigd dood te steken. Verdachte had een conflict met zijn broer over een financiële kwestie, waarbij duidelijk is dat verdachte erg boos is geworden. Ook heeft verdachte twee buren bedreigd die hem aanspraken op zijn gedrag. Bedreiging met een wapen is een ernstig feit, dat door het gewelddadig en bedreigend karakter ervan zeer beangstigend voor het slachtoffer kan zijn en vaak nog lang in diens herinnering blijft, zoals ook gebleken is uit de door de zus van verdachte ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring. Daarnaast veroorzaken dergelijke delicten gevoelens van angst en onveiligheid binnen de samenleving in het algemeen. Dit neemt de militaire kamer de verdachte kwalijk.

Uit het reclasseringsadvies komt naar voren dat verdachte met PTSS kampt waardoor hij forse emotie- en agressieregulatie problemen kent. De geboden hulp was op het moment van beide incidenten niet voldoende. Ondertussen heeft een klinische opname plaatsgevonden en is de medicatie aangepast. Verdachte ontvangt nog steeds hulp voor zijn problemen. Zijn motivatie om zich te laten helpen en mee te werken aan de geboden hulp is groot. Dit kan gezien worden als een beschermde factor ten aanzien van recidive, evenals de leefgebieden wonen en inkomen. Verdachte heeft vaste woonruimte en een inkomen. Hij leeft samen met zijn vriendin en zij hebben samen de zorg voor drie kinderen. Ook de vriendin van verdachte zou kampen met PTSS, veroorzaakt door het overlijden van één van haar kinderen. Verdachte blijft door zijn problematiek een man die gevoelig is voor het op een inadequate manier omgaan met vermeend onrecht. Het zich kunnen handhaven in de maatschappij op een sociaal aanvaardbare manier zal ook nog lange tijd ondersteuning behoeven. Hij plaatst zichzelf nu aan de zijlijn, omdat hij de prikkels niet aan kan. Er is nog een lange weg te gaan voordat er gesproken kan worden van een mentaal meer stabiel leven. Indien verdachte de geboden handvatten weet te integreren in zijn leven, wordt de kans op herhaling laag geacht. Verdachte en zijn broer hebben inmiddels met elkaar gesproken en hebben begrip voor elkaars situatie. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf met een lange proeftijd zonder bijzondere voorwaarden. Interventies of toezicht zijn niet nodig, omdat verdachte uit eigener beweging diverse therapieën volgt.

Uit het uittreksel justitiële documentatie volgt dat verdachte niet eerder voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. Dit neemt de militaire kamer in het voordeel van verdachte mee. Daarnaast hecht de militaire kamer waarde aan de omstandigheid dat verdachte PTSS heeft opgelopen ten gevolge van traumatiserende ervaringen tijdens uitzendingen waaraan verdachte heeft deelgenomen in het landsbelang. Verdachte heeft een goed gesprek gevoerd met zijn broer en gaat dit nog doen met zijn zus.

Het voorgaande in aanmerking nemend zal de militaire kamer, anders dan de officier heeft geëist, volstaan met een voorwaardelijke taakstraf. De militaire kamer acht een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 40 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaar, passend en geboden. De militaire kamer ziet hierbij geen aanleiding om daar bijzondere voorwaarden aan te koppelen. Hoewel het verdachte wel de nodige moeite kost zelf de benodigde zorg en behandelingen te organiseren, wordt hij in staat geacht om dit zonder reclasseringstoezicht te blijven doen. De militaire kamer neemt daarbij mede in aanmerking dat, zoals ter zitting is verklaard, verdachte kan terugvallen op het netwerk van zijn raadsvrouw als hij op dat vlak problemen ondervindt. In reclasseringstoezicht ziet de militaire kamer daarom geen meerwaarde.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De militaire kamer:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 40 (veertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;

 bepaalt, dat deze werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

 heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.B. Heijmans (voorzitter), mr. Y. van Wezel, rechters, en Kolonel mr. C.E.W. van de Sande, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. A. Bril, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 september 2019.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een wachtmeester 1e klasse der Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, Brigade Waddengebied, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27NW/18-002273, gesloten op 9 augustus 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 03.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 021, proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 11.

4 Proces-verbaal van aangifte, p. 03.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 21.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 12.

7 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een wachtmeester 1e klasse der Koninklijke Marechaussee, van de Brigade Recherche, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer BPS 19-013760 / dossiernr. 19-000578, proces-verbaalnummer 2019031911004419, gesloten op 18 maart 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.