Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:4010

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-09-2019
Datum publicatie
05-09-2019
Zaaknummer
05.114150.19 en 05.015329.19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

woninginbraak – wederspannigheid – belediging ambtenaren – gevangenisstraf negen maanden – gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05.114150.19 en 05.015329.19 (gev. ttz)

Datum uitspraak : 3 september 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven op de [woonplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de PI Arnhem,

raadsvrouw: mr. V.W.A.M. van de Port, advocaat te Putten (namens raadsvrouw mr. L.M.F. Aarts, advocaat te Putten).

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 augustus 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05.015329.19 ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 20 januari 2019 te Apeldoorn opzettelijk
een of meerdere ambtenaren, te weten [slachtoffer 1] , hoofdagent
van politie Eenheid Oost-Nederland en/of [slachtoffer 2] , hoofdagent van
politie Eenheid Oost-Nederland, gedurende of ter zake van de
rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid,
mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen de woorden toe te voegen: "Kankermongolen"
en/of "kankerklootzakken" en/of "je kankermoeder", althans woorden
van gelijke beledigende aard en/of strekking;

2.
hij op of omstreeks 20 januari 2019 te Apeldoorn,
zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet
tegen een of meerdere ambtenaren, [slachtoffer 1] , hoofdagent van
politie Eenheid Oost-Nederland en/of [slachtoffer 2] , hoofdagent van politie
Eenheid Oost-Nederland, werkzaam in de rechtmatige oefening van
zijn/hun bediening, immers heeft hij, verdachte, toen voornoemde
ambtenaren hem wilden aanhouden teneinde hem onverwijld voor te
geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te
brengen naar een plaats van verhoor:
- zich een of meerdere malen in tegengestelde richting bewogen dan voornoemde ambtenaren hem trachtten te bewegen en/of
- een of meerdere malen naar, althans in de richting van, voornoemde ambtenaren getrapt en/of (vervolgens)
- toen hij, verdachte, in de politiebus zat een of meerdere malen (met kracht) tegen de ruit van voornoemde politiebus getrapt.

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05.114150.19 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 mei 2019, te Apeldoorn, in ieder geval in Nederland,
in of uit de woning gelegen aan de [adres 1] ,
een of meerdere sierraden, waaronder een of meerdere kettingen, en/of een of meerdere
oorbellen en/of een of meerdere broches, en/of een of meerdere ringen, en/of een horloge, van
het merk Rolex, en/of een metalen kist met inhoud, te weten een geldbedrag van 2000 euro,
en/of een of meerdere handtassen, van het merk Louis Vuitton, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] ,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft
verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik
heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat ten aanzien van de woninginbraak partiële vrijspraak dient te volgen van braak/verbreking/inklimming wegens het ontbreken van bewijs.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het feit onder parketnummer 05.114150.19 heeft de verdediging primair vrijspraak bepleit, nu niet kan worden bewezen dat verdachte zich toegang tot de woning heeft verschaft en de goederen heeft weggenomen. De aangetroffen schoensporen wijzen niet per definitie naar verdachte, nu wel meer mensen Nike schoenen dragen. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van braak/verbreking/inklimming zodat partiële vrijspraak dient te volgen. Voor het overige heeft verdachte bekend en wordt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van parketnummer 05.015329.19 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • -

    de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 augustus 2019;

  • -

    het proces-verbaal van aanhouding, p. 7-8.

Ten aanzien van parketnummer 05.114150.19 2

In de ochtend van 11 mei 2019 tussen 09:45 en 10:15 uur vond er een diefstal plaats in de woning van [slachtoffer 3] en haar echtgenoot, gelegen aan [adres 1] te Apeldoorn. Hierbij zijn door de dader de volgende goederen weggenomen: twee Louis Vuitton tassen, een rode metalen kist met daarin verschillende euromunten en meerdere sieraden, waaronder een schakelketting, meerdere oorbellen en broches, een gouden ring en een Rolex horloge.3

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 11 mei 2019 omstreeks 10:00 uur naar een bedrijf gevestigd aan [adres 2] te Apeldoorn ging. Ter plaatse zag hij verdachte met een middelgrote rode koffer en een Louis Vuitton tas lopen. [getuige 1] zag dat verdachte deze goederen in een bedrijfsauto legde, vervolgens uit de rode koffer een zak met muntgeld pakte en deze in zijn jaszak deed. Daarna zag [getuige 1] dat verdachte in de bedrijfsauto stapte en wegreed.4

Getuige [getuige 2] heeft verdachte op voormelde dag bij een tankstation aangetroffen met bovengenoemde bedrijfsauto.5 In de laadruimte van de bedrijfsauto zijn een rode koffer en een bruine tas met hierin nog een tas aangetroffen.6 Deze goederen kwamen overeen met de goederen die door [slachtoffer 3] waren beschreven.7

In de woning van [slachtoffer 3] is forensisch onderzoek verricht. In de slaapkamer zijn op de vloer fragmenten van schoensporen aangetroffen en veiliggesteld (kenmerken [nummer 1] en [nummer 2] ). De schuifbare uitzetters van het slaapkamerraam waren niet vergrendeld, waardoor het raam na opening op de maximale openstand kon. Op de vensterbank van dit raam waren vegen/verstoringen zichtbaar.8

De zolen van de schoenen die verdachte droeg ten tijde van de aanhouding op 11 mei 2019 zijn vergeleken met de in de slaapkamer aangetroffen fragmenten van schoensporen. Uit dit onderzoek is gebleken dat het fragment met kenmerk [nummer 2] is veroorzaakt met de linkerschoen van verdachte (onder meer vanwege acht specifieke beschadigingen).9

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat het verdachte is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan de woninginbraak. Gelet op de aangetroffen vegen/verstoringen op de vensterbank acht de rechtbank daarbij bewezen dat verdachte via het raam in de slaapkamer is ingeklommen. Ondanks dat niet alle weggenomen goederen bij verdachte zijn aangetroffen, acht de rechtbank het wegnemen van alle in de tenlastelegging genoemde goederen bewezen. De rechtbank heeft geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de aangifte van [slachtoffer 3] . Daarbij heeft verdachte voldoende tijd gehad om zich van een deel van de goederen te ontdoen.

Verdachte heeft meerdere (wisselende) verklaringen gegeven voor de reden dat hij (een deel van) de goederen onder zich had en in de bedrijfsauto reed. De rechtbank acht deze verklaringen in het licht van bovenstaande bewijsmiddelen niet geloofwaardig.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

ten aanzien van parketnummer 05.015329.19

1.
hij op of omstreeks 20 januari 2019 te Apeldoorn opzettelijk een of meerdere ambtenaren, te weten [slachtoffer 1] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland en/of [slachtoffer 2] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland, gedurende of ter zake van de
rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid,
mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen de woorden toe te voegen: "Kankermongolen"
en/of "kankerklootzakken" en/of "je kankermoeder", althans woorden
van gelijke beledigende aard en/of strekking;

2.
hij op of omstreeks 20 januari 2019 te Apeldoorn,
zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meerdere ambtenaren, [slachtoffer 1] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland en/of [slachtoffer 2] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland, werkzaam in de rechtmatige oefening van
zijn/hun bediening, immers heeft hij, verdachte, toen voornoemde ambtenaren hem wilden aanhouden teneinde hem onverwijld voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor:
- zich een of meerdere malen in tegengestelde richting bewogen dan voornoemde ambtenaren hem trachtten te bewegen en/of
- een of meerdere malen naar, althans in de richting van, voornoemde ambtenaren getrapt en/of (vervolgens)
- toen hij, verdachte, in de politiebus zat een of meerdere malen (met kracht) tegen de ruit van voornoemde politiebus getrapt;

ten aanzien van parketnummer 05.114150.19

hij op of omstreeks 11 mei 2019, te Apeldoorn, in ieder geval in Nederland,
in of uit de woning gelegen aan de [adres 1] ,
een of meerdere sierraden, waaronder een of meerdere kettingen, en/of een of meerdere
oorbellen en/of een of meerdere broches, en/of een of meerdere ringen, en/of een horloge, van
het merk Rolex, en/of een metalen kist met inhoud, te weten een geldbedrag van 2000 euro,
en/of een of meerdere handtassen, van het merk Louis Vuitton, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 3] ,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft
verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik
heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van parketnummer 05.015329.19,

feit 1:

‘eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd’

feit 2:

‘wederspannigheid’

ten aanzien van parketnummer 05.114150.19:

‘diefstal, waarbij de schuldige zich de plaats tot het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming’.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht een straf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest en voorts bij de strafoplegging rekening te houden met het geweld dat bij de aanhouding op

20 januari 2019 op verdachte is toegepast.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en met de omstandigheden waaronder dit is begaan. Ook is rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie van 2 augustus 2019 en een reclasseringsadvies van Iriszorg van 6 augustus 2019.

Verdachte heeft een woninginbraak gepleegd, waarbij één van de slachtoffers weerloos vanuit een rolstoel moest toekijken hoe verdachte hun bezittingen wegnam. Een dergelijk feit getuigt van grote brutaliteit en een gebrek aan respect voor andermans bezit. De slachtoffers zijn hierdoor ernstig geschaad in het gevoel van veiligheid in hun eigen huis; een plaats waar zij zich bij uitstek veilig moeten kunnen voelen.

Verdachte heeft zich daarnaast met geweld verzet tijdens zijn aanhouding en twee politieagenten beledigd. Ook dat soort gedrag is hinderlijk. Bovendien heeft verdachte hiermee inbreuk gemaakt op het gezag van deze personen en het respect dat zij verdienen.

Het is niet voor het eerst dat verdachte voor het plegen van strafbare feiten wordt veroordeeld. Uit het eerder aangehaalde uittreksel uit het justitiële documentatieregister blijkt dat verdachte al eerder wegens (onder meer) vermogensdelicten is veroordeeld. Eerdere veroordelingen hebben verdachte klaarblijkelijk niet weerhouden opnieuw delicten te begaan. De rechtbank meent dat in dit geval alleen een vrijheidsbenemende straf een passende reactie vormt.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de verzochte strafvermindering toe te passen. Verdachte heeft aangevoerd dat, toen de politie hem vroeg zich uit het uitgaansgebied te verwijderen en hij aan dat verzoek geen gehoor gaf, hij door de politie is geduwd en daardoor op de grond is gevallen. Uit het proces-verbaal van aanhouding blijkt voorts dat verdachte later na zijn aanhouding een vuistslag heeft gekregen. Naar het oordeel van de rechtbank is hier sprake geweest van proportioneel handelen door de politie. Verdachte verleende geen medewerking, gaf bij herhaling geen gehoor aan bevelen en heeft zich gewelddadig verzet bij zijn aanhouding. Eventueel opgelopen letsel dat verdachte heeft opgelopen door de reactie van de politie op die opstelling van verdachte heeft verdachte aan zichzelf te danken, waardoor dit niet zal worden verdisconteerd in de straf. De rechtbank zal daarom – mede gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van de LOVS – verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden.

7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 3] heeft zich mede namens haar echtgenoot [naam] als benadeelde partij in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder parketnummer 05.114150.19 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van

€ 17.456,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering toe te wijzen tot een bedrag van

€ 12.456,00 (schadepost ‘Rolex dameshorloge’), waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag. Ten aanzien van de schadepost ‘gouden ring’ heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair gelet op de bepleite vrijspraak verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering. Subsidiair heeft de verdediging verzocht rekening te houden met het gegeven dat het Rolex dameshorloge uit het jaar 2002 is.

Beoordeling door de rechtbank

Schadepost ‘Rolex dameshorloge’

Tijdens de woninginbraak is een Rolex dameshorloge weggenomen. De benadeelde partij heeft dit horloge nauwkeurig omschreven en ter onderbouwing van deze schadepost een afschrift van een kassabon overgelegd. Hieruit blijkt voor welk bedrag de benadeelde partij dit betreffende horloge heeft gekocht. De rechtbank is van oordeel dat een restwaarde van

€ 12.456,00 bij gebreke van een gemotiveerde betwisting een redelijk bedrag is voor een dergelijk goed en acht dit bedrag voor toewijzing vatbaar.

Schadepost ‘gouden ring’

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij deze schadepost onvoldoende heeft onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot € 12.456,00 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 57, 180, 266, 267 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij

 veroordeelt verdachte ten aanzien van parketnummer 05.114150.19 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] , van een bedrag van € 12.456,00 (twaalfduizend vierhonderdzesenvijftig), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, een bedrag te betalen van € 12.456,00 (twaalfduizend vierhonderdzesenvijftig), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 97 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Raat (voorzitter), mr. C.H.M. Pastoors en mr. T. Bertens, rechters, in tegenwoordigheid van D. Waizy, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 september 2019.

mr. R. Raat is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019030106, gesloten op 14 april 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019205312, gesloten op 27 mei 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Het proces-verbaal van aangifte, p. 13-14.

4 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 26.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 30.

6 Het proces-verbaal van aanhouding, p. 22.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 21.

8 Het proces-verbaal van forensisch onderzoek woning, p. 18.

9 Het proces-verbaal vergelijkend schoensporenonderzoek, p. 54.