Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:3948

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-09-2019
Datum publicatie
03-09-2019
Zaaknummer
05/860853-17, 05/740512-18 (gevoegd) en 05/881358-18 (gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens bedreigingen, vernieling, diefstal in vereniging met een valse sleutel, afpersing en diefstal met geweld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een maximale taakstraf. Diverse bijzondere voorwaarden opgelegd. Geen contactverbod noodzakelijk. Vorderingen benadeelde partijen afgewezen, dan wel deels toegewezen, deels niet-ontvankelijk. Tevens ad informandum feiten bewezen en meegenomen in strafoplegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/860853-17, 05/740512-18 (gevoegd) en 05/881358-18 (gevoegd)

Datum uitspraak : 2 september 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

raadsman: mr. P.H. Vestiens, advocaat te Doetinchem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 19 augustus 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 05/860853-17

1.

hij in of omstreeks de periode 27 juli 2017 tot en met 31 juli 2017 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door:

 via WhatsApp een foto van een vuurwapen te versturen met daarbij de woorden: "Nu kan het nog normaal, laatste kans", en/of de woorden: "Neem je mee naar Duitsland, nooit gaat iemand je meer vinden, geloof mij", en/of ten aanzien van de zwangerschap van [slachtoffer 1] , de woorden: "Laatste kans, anders kom ik nu en zorg ik dat je dat kind niet meer krijgt", of soortgelijke woorden van bedreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 18 augustus 2017 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een televisie, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar

gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 29 december 2017 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door:

 via een telefonische verbinding opzettelijk dreigend de woorden toe te voegen: "Ik steek je in je nek", en/of de woorden: "Ik kom nu naar de woning. Ik maak je kapot, ik gooi stenen door je raam, alle ruiten gaan eruit", of soortgelijke woorden van bedreigende aard en/of strekking;

4.

hij in of omstreeks de periode 27 augustus 2017 tot en met 29 augustus 2017 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, een ander, te weten [slachtoffer 2] , door bedreiging met geweld en/of enige andere feitelijkheid gericht tegen die

[slachtoffer 2] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het afsluiten van een telefoonabonnement en/of het afgeven van de hierbij verkregen telefoon en/of goed(eren) en/of geldbedrag(en) aan hem door:

 een of meerdere WhatsApp bericht(en) te sturen, met de woorden: "Anders kom ik gewoon bij je huis. Schreeuwen. Beter ga je nu pinnen", en/of de woorden: " [slachtoffer 2] ben je al bang", en/of de woorden: "Als je niet komt, heb je voor jezelf problemen he? Dan ga ik lijp worden".

Ad informadum zijn gevoegd:

 vernieling op 2 augustus 2017 te Arnhem;

 diefstal in vereniging op 25 januari 2017 te Arnhem;

 vernieling op 27 juli 2017 te Arnhem.

parketnummer 05/740512-18

primair

hij op of omstreeks 20 december 2017, te Ede, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in of uit de woning gelegen aan de [adres 2] ,

 een Playstation 4, een of meer (daarbij behorende) controllers en/of een of meer (daarbij behorende) spellen, en/of

 een laptop (van het merk HP), en/of

 diverse kledingstukken, waaronder een trainingspak (van het merk Armani), een of meerdere spijkerbroeken (van het merk EA7) en/of een (zwarte) zomerjas (van het merk Stone Island), een vest (van het merk Jack & Jones), een paar (witte) schoenen (van het merk Nike, type 'Air'), een paar (groene) schoenen (van het merk Adidas, type 'Superstar'), en/of een paar badslippers (van het merk Adidas), en/of

 een waterpijp, en/of

 een of meerdere sieraden, waaronder een of meerdere (gouden) armbaden, een of meerdere (gouden) kettingen, een of meerdere (gouden) ringen, en/of een of meerdere (gouden) fotomunten, en/of

 een of meerdere sleutels, en/of

 enig geldbedrag, te weten 15 euro, en/of

 een of meerdere 'sier' messen,

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming, een valse sleutel,

immers heeft/hebben verdachten beschikking gehad over een huissleutel, hen door die [naam 1] ter beschikking gesteld;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

hij op of omstreeks 23 december 2017, te Arnhem, in ieder geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een Playstation 4, een of meerdere kabels (behorende bij de Playstation 4) en/of een of meerdere controllers (behorende bij de Playstation 4), heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

parketnummer 05/881358-18

hij op of omstreeks 3 maart 2018, te Zevenaar, aan de [adres 3] , in ieder geval op de openbare weg in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft/hebben gedwongen tot afgifte van een portemonnee met inhoud (waaronder een geldbedrag van ongeveer 300 euro) en/of een jas, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan die [slachtoffer 4] , in ieder geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een portemonnee met inhoud (waaronder een geldbedrag van ongeveer 300 euro) en/of een jas, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] , in ieder geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededaders

 richting die [slachtoffer 4] heeft/hebben geroepen 'Je hebt 300 euro hier ermee' en/of 'geef hier die 300 euro nu, ik weet dat je het hebt, geef het nu', althans woorden van soortelijke aard en/of strekking en/of

 die [slachtoffer 4] bij de kraag van zijn jas heeft/hebben gepakt en/of

 die [slachtoffer 4] twee, althans een of meer klappen/stompen in het gezicht heeft/hebben gegeven en/of

 richting die [slachtoffer 4] heeft/hebben geroepen 'geef hier die jas, nu'.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05/860853-17 1

Met betrekking tot feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina’s 35 en 36, en pagina’s 37 t/m 39 van de bijlage bij die aangifte;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 42.

Met betrekking tot feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 18 augustus 2017 was verdachte in de woonkamer van de woning van zijn moeder, [slachtoffer 1] , in Arnhem. Verdachte heeft toen een aansteker gegooid, waardoor de televisie stuk is gegaan.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 2 ten laste gelegde vernieling.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Verdachte had namelijk geen opzet op het vernielen van de televisie.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij de aansteker in de richting van zijn moeder gooide, die op dat moment voor de televisie stond.3 Het was zijn bedoeling om haar te raken en niet de televisie.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte door een aansteker in de richting van zijn moeder te gooien, die voor de televisie stond, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij - in de relatief kleine ruimte - de televisie zou raken in plaats van zijn moeder, waardoor de televisie schade zou kunnen oplopen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van voorwaardelijk opzet en acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde.

Met betrekking tot feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 3 ten laste gelegde bedreiging.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij op 29 december 2017 een gesprek had met Jeugdbescherming. Tijdens dit gesprek is zij gebeld door verdachte. Zij hoorde verdachte zeggen: “Ik kom nu naar de woning. Ik maak je kapot, ik gooi stenen door je raam, alle ruiten gaan eruit.”. Later die avond is aangeefster wederom gebeld door verdachte, terwijl zij met haar huistelefoon de meldkamer van de politie aan de lijn had. Zij zette haar mobiele telefoon op de luidsprekerfunctie, zodat de meldkamer mee kon luisteren. Op dat moment hoorde zij verdachte tegen haar zeggen: “Ik steek je in de nek!”. Hierdoor voelde aangeefster zich bedreigd.4

Het gesprek dat aangeefster met de meldkamer had, is als volgt uitgewerkt:

“22:37 u: MEVR [slachtoffer 1] BELT NU ZELF.(…)

22:38 u: TIJDENS DIT GESPREK BELT ZOON WEER. IK HOOR HEM ZEGGEN: 'IK STEEK JOU IN JE NEK'.”5

Verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat het best zou kunnen dat hij dit uit woede heeft gezegd.6

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zijn moeder met de dood heeft bedreigd, door tegen haar te zeggen dat hij haar kapot maakt. Daarnaast heeft hij haar met zware mishandeling bedreigd door tegen haar te zeggen dat hij haar in haar nek steekt. Nu de meldkamer deze laatste opmerking van verdachte ook heeft gehoord, gaat de rechtbank voorbij aan de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting, dat hij dit soort dingen niet tegen iemand zou zeggen. De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 tenlastegelegde.

Met betrekking tot feit 4

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

Zowel de officier van justitie als de verdediging heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 4 tenlastegelegde. In dit kader heeft de officier van justitie gewezen op de aangifte van [slachtoffer 2] , de zich in het dossier bevindende berichten, afkomstig van de telefoon van de telefoon van [slachtoffer 2] , en de verklaring, die verdachte ten overstaan van de politie heeft afgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 4 tenlastegelegde. Vast staat, dat aangever [slachtoffer 2] op 28 augustus 2017 een telefoonabonnement heeft afgesloten, maar de rechtbank heeft niet de overtuiging dat hij dat onder dwang van verdachte heeft gedaan. De rechtbank betrekt hierbij in zijn oordeel dat [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij “het ook wel lekker vond om 1300 euro te verdienen” en dat hij “het geld goed kon gebruiken” (pagina 134). Daarnaast is van belang dat de ten laste gelegde berichten “ [slachtoffer 2] ben je al bang” en “als je niet gaat komen heb je voor je zelf problemen hé. Dan ga ik lijp worden” (pagina 135 en 136) op een dinsdag zijn verstuurd, terwijl aangever heeft verklaard dat verdachte hem op zondag 27 augustus 2017 voor het eerst benaderde voor het afsluiten van een telefoonabonnement en dat hij op maandag 28 augustus 2017 het telefoonabonnement heeft afgesloten. Het bericht van verdachte aan aangever met de tekst “Anders kom ik gewoon bij je huis. Schreeuwen. Beter ga je nu pinnen" (pagina 200) kan eveneens geen betrekking hebben op de door verdachte uitgeoefende dwang op [slachtoffer 2] om een telefoonabonnement af te sluiten, omdat uit het proces-verbaal van bevindingen (pagina 150), waarvan pagina 200 een bijlage is, volgt dat dit bericht tussen dinsdag 5 september 2017 van 21:00 uur en woensdag 6 september 2017 08:10 uur door verdachte aan [slachtoffer 2] zou zijn gestuurd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de onder 4 ten laste gelegde dwang niet kan worden bewezen en zal verdachte hiervan vrijspreken.

Parketnummer 05/740512-18 7

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , pagina 24 en 25 ;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 136 tot en met 138;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 1] , pagina 176.

Parketnummer 05/881358-18 8

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 3 maart 2018 bevond [slachtoffer 4] zich op de [adres 3] in Zevenaar. Drie personen, waaronder verdachte, kwamen op hem afgelopen met de bedoeling om geld van hem af te pakken. [slachtoffer 4] is een aantal keer in zijn gezicht geslagen of gestompt, waardoor hij letsel heeft opgelopen. De daders hebben zijn portemonnee met inhoud, waaronder een geldbedrag van ongeveer € 300,-, en zijn jas meegenomen.9

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat twee of drie personen uit een auto stapten. Eén van de personen had blond haar.10 Deze blonde persoon liep op hem af en riep direct: “Je hebt € 300,-, hier ermee”. Hij pakte aangever aan de voorzijde van zijn jas bij zijn kraag vast en gaf aangever een klap op zijn gezicht. Hierdoor had aangever een aantal tanden door zijn bovenlip. De blonde jongen riep vervolgens: “Geef hier die € 300,- nu, ik weet dat je het hebt. Geef het NU!”. Daarop gaf aangever zijn portemonnee met daarin pasjes en € 300,- aan de blonde jongen af. De blonde jongen gaf de portemonnee af aan een andere jongen, die ermee wegliep naar de auto. Vervolgens hoorde aangever de blonde jongen roepen: “Geef hier die jas, nu”. Aangever wilde de jas niet geven en probeerde langs de jongen te lopen. Hij kreeg toen opnieuw een klap in zijn gezicht van de jongen, ditmaal op zijn oog. De jas is ook van aangever afgenomen. Aangever had eerder die nacht € 300,- van [naam 2] gekregen.

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij in de nacht van 3 maart 2018 samen met aangever in Zevenaar liep. Toen zij in de [adres 3] liepen, sprongen er drie mannen uit een auto. Zij stormden direct op aangever af. Zij schreeuwden tegen aangever: “€ 300,- nu, nu, we weten dat je het hebt”. Ondertussen werd aangever door de mannen vastgepakt en meermalen op zijn gezicht geslagen. Aangever gaf daarop zijn portemonnee aan één van hen.11 Eén van de mannen schreeuwde toen dat ze zijn jas wilden hebben: “Ik wil je jas, ook je jas”. Aangever kreeg vervolgens weer een klap op zijn gezicht. Daarop begon hij zijn jas uit te trekken, waarbij hij werd geholpen door de mannen. Zij trokken met kracht aan de jas van aangever. Nadat zij de jas hadden, zijn zij naar de [merk auto] terug gerend en weggereden.12

Verdachte heeft verklaard dat hij op 3 maart 2018 met drie andere personen in een auto zat. Ze zaten te bedenken hoe ze geld moesten maken13. Ze werden getipt dat aangever € 300,- had gekregen en die zij makkelijk konden afpakken.14 Zij werden geïnformeerd over de route die aangever naar huis liep en over zijn adres.15 Toen zij aangever zagen, liepen verdachte en twee anderen op aangever af. Tegen aangever werd gezegd: “Geef je portemonnee (...)”. Verdachte zei toen tegen hem: “Ja, je hebt € 300,-”. Daarna kreeg aangever een paar klappen Eén van hen is terug naar de auto gerend en heeft daar de portemonnee gelegd. Verdachte riep tegen aangever: “Geef me je jas” en hij gaf hem toen één klap. Aangever deed één arm uit zijn jas en verdachte trok de jas van de andere arm af. Daarna rende verdachte terug naar de auto en reden zij weg.16

Met betrekking tot de gang van zaken op 3 maart 2018 oordeelt de rechtbank als volgt. De lezingen over hoe de jas en de portemonnee in handen van verdachte en zijn medeverdachten terecht zijn gekomen lopen op details uiteen. De rechtbank realiseert zich dat er sprake is geweest van een chaotische situatie tijdens de overval, waarbij het voor aangever lastig moet zijn geweest alle details te reconstrueren. Om die reden gaat de rechtbank uit van de verklaringen van de getuige [getuige] en van verdachte over de wijze waarop verdachte de jas van aangever in handen heeft gekregen. Uit hun beider verklaring volgt dat verdachte de jas bij aangever heeft uitgetrokken en afgepakt, zodat ten aanzien van de jas sprake is van diefstal met geweld.

Voor wat betreft de wijze van ontvreemding van de portemonnee van aangever, gaat de rechtbank uit van de verklaringen van aangever en de getuige [getuige] , die op dit punt namelijk eensluidend zijn. Uit hun verklaringen volgt duidelijk dat aangever zijn portemonnee aan de blonde jongen heeft afgegeven, nadat geweld op hem was toegepast door de daders, zodat ten aanzien van de portemonnee sprake is van afpersing.

De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 tenlastegelegde.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd onder parketnummer 05/860853-17 (feiten 1 tot en met 3), onder parketnummer 05/740512-18 (primair) en onder parketnummer 05/881358-18, te weten dat:

parketnummer 05/860853-17

1.

hij in of omstreeks de periode 27 juli 2017 tot en met 31 juli 2017 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door:

 via WhatsApp een foto van een vuurwapen te versturen met daarbij de woorden: "Nu kan het nog normaal, laatste kans", en/of de woorden: "Neem ik je mee naar Duitsland, nooit gaat iemand je meer vinden, geloof mij", en/of ten aanzien van de zwangerschap van [slachtoffer 1] , de woorden: "Laatste kans, anders kom ik nu en zorg ik dat je dat kind niet meer krijgt", of soortgelijke woorden van bedreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 18 augustus 2017 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een televisie, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar

gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 29 december 2017 te Arnhem, in ieder geval in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door:

 via een telefonische verbinding opzettelijk dreigend de woorden toe te voegen: "Ik steek je in je nek", en/of de woorden: "Ik kom nu naar de woning. Ik maak je kapot, ik gooi stenen door je raam, alle ruiten gaan eruit", of soortgelijke woorden van bedreigende aard en/of strekking;

parketnummer 05/740512-18

primair

hij op of omstreeks 20 december 2017, te Ede, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in of uit de woning gelegen aan de [adres 2] ,

 een Playstation 4, een of meer (daarbij behorende) controllers en/of een of meer (daarbij behorende) spellen, en/of

een laptop (van het merk HP), en/of

 diverse kledingstukken, waaronder een trainingspak (van het merk Armani), een of meerdere spijkerbroeken (van het merk EA7) en/of een (zwarte) zomerjas (van het merk Stone Island), een vest (van het merk Jack & Jones), een paar (witte) schoenen (van het merk Nike, type 'Air'), een paar (groene) schoenen (van het merk Adidas, type 'Superstar'), en/of een paar badslippers (van het merk Adidas), en/of

een waterpijp, en/of

een of meerdere sieraden, waaronder een of meerdere (gouden) armbaden, een of meerdere (gouden) kettingen, een of meerdere (gouden) ringen, en/of een of meerdere (gouden) fotomunten, en/of

 een of meerdere sleutels, en/of

 enig geldbedrag, te weten 15 euro, en/of

een of meerdere 'sier' messen,

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming, een valse sleutel,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader de beschikking gehad over een huissleutel, hen door die [naam 1] ter beschikking gesteld;

parketnummer 05/881358-18

hij op of omstreeks 3 maart 2018, te Zevenaar, aan de [adres 3] , in ieder geval op de openbare weg in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft/hebben gedwongen tot afgifte van een portemonnee met inhoud (waaronder een geldbedrag van ongeveer 300 euro), die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan die [slachtoffer 4] , in ieder geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en dat

hij op 3 maart 2018, te Zevenaar, aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een jas, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] , in ieder geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededaders

 die [slachtoffer 4] bij de kraag van zijn jas heeft/hebben gepakt en/of

 die [slachtoffer 4] twee, althans een of meer klappen/stompen in het gezicht heeft/hebben gegeven en/of

 richting die [slachtoffer 4] heeft/hebben geroepen 'geef hier die jas, nu'.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

parketnummer 05/860853-17

ten aanzien van feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

en

bedreiging met zware mishandeling.

ten aanzien van feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken.

ten aanzien van feit 3:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

parketnummer 05/740512-18

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

parketnummer 05/881358-18

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

diefstal, voorafgegaan of vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen .

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde, en rekening houdend met de ad informandum gevoegde feiten, zal worden veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf voor de duur van 200 uren, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van 356 dagen, waarvan 300 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met bijzondere voorwaarden.

De officier van justitie vordert tevens de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om te volstaan met oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals voorgesteld door de reclassering. Daarmee kan de reeds ingezette positieve lijn in het leven van verdachte worden voortgezet. De verdediging heeft in dit kader aangevoerd dat verdachte fouten heeft gemaakt en bereid is de consequenties daarvan te aanvaarden. Verzocht is om rekening te houden met het aandeel van de andere verdachten in de straatoverval, dat minstens, zo niet groter is dan dat van verdachte. Bovendien betreffen het oude feiten.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 3 juli 2019;

- een voortgangsverslag toezicht aan opdrachtgever van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gedateerd 20 maart 2019;

- een voortgangsverslag toezicht aan opdrachtgever van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gedateerd 28 juni 2019;

- een reclasseringsadvies van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gedateerd 9 augustus 2019.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich in een relatief kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waaronder een straatoverval waarbij geweld is gebruikt. Verdachte en zijn mededaders zijn daarbij planmatig te werk gegaan, onder meer door een voorverkenning uit te voeren. De overval zelf, waarbij sprake was van een getalsmatige overmacht, heeft in het openbaar en in het bijzijn van een getuige plaatsgevonden. Door het geweld dat gebruikt is, heeft het slachtoffer letsel opgelopen. Dat de overval een grote impact heeft gehad op het leven van het slachtoffer is gebleken tijdens het voorlezen van de slachtofferverklaring ter terechtzitting. Het slachtoffer heeft slaapproblemen, concentratieproblemen, is meer prikkelbaar en heeft zelfs een PTSS opgelopen, waarvoor hij een intensieve behandeling ondergaat. Dit neemt de rechtbank de verdachte zeer kwalijk.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een diefstal uit een woning. Verdachte lijkt zich hierbij te hebben laten leiden door persoonlijk financieel gewin. Het is echter een feit van algemene bekendheid dat diefstal uit een woning het gevoel van veiligheid van de bewoners in grote mate kan aantasten. Juist thuis moeten mensen zich veilig kunnen voelen. Verdachte heeft aldus een ernstige inbreuk op dit veiligheidsgevoel gemaakt.

Tenslotte heeft verdachte zijn moeder meermalen bedreigd en heeft hij een televisie in haar woonkamer vernield.

In beginsel rechtvaardigen deze feiten oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Uit het uittreksel justitiële documentatie volgt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van het plegen van strafbare feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

In het voordeel van de verdachte houdt de rechtbank rekening met het navolgende.

Het gaat om oudere feiten van anderhalf tot tweeëneenhalf jaar geleden, en het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is per 7 december 2018 onder voorwaarden geschorst uit de voorlopige hechtenis. In de recente reclasseringsadviezen is te lezen dat verdachte een belaste voorgeschiedenis kent, waarbij hij al op achtjarige leeftijd uit huis werd geplaatst vanwege gedragsproblemen. In 2015 werd hij gediagnosticeerd met ODD, ADHD en onderliggende hechtingsproblematiek. Door persoonlijke problemen waren zijn ouders niet altijd beschikbaar en zijn zij niet voldoende consequent geweest. Verdachte heeft zich ontwikkeld tot een jongen met weinig basisvertrouwen, van waaruit hij geneigd is zijn omgeving uit te testen en waarbij hij enerzijds oppositioneel gedrag laat zien, terwijl hij zich anderzijds ook afhankelijk kan opstellen. Zijn drugsgebruik wordt gezien als een vlucht voor problemen en het creëren van rust. Verdachte is een man die goede intenties heeft, maar die moeite heeft om zijn leven te organiseren. Verdachte is beïnvloedbaar en komt daardoor in de problemen. Een beschermende factor is gelegen in het feit dat verdachte in oktober 2019 vader zal worden. De reclassering ziet een wisselend beeld van verdachte. Enerzijds ziet zij een jongeman die duidelijke doelen voor ogen heeft, zoals het zijn van een goede vader voor zijn nog ongeboren kind en het willen beteren van zijn leven. Anderzijds laat verdachte in zijn gedrag vaker het tegenovergestelde zien. Dit is voortkomend uit de problematiek waarvoor behandeling geïndiceerd is. De overval heeft hem doen besluiten zijn leven te willen beteren. Hij heeft er spijt van en wil zijn excuses aanbieden.

Het risico op recidive wordt als hoog ingeschat en de reclassering adviseert in geval van een bewezenverklaring oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), begeleid wonen of maatschappelijke opvang, drugsverbod, meewerken aan middelencontrole, contactverbod, locatiegebod en het beschikken over een vorm van zinvolle dagbesteding.

Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank, dat het reclasseringstoezicht met horten en stoten verloopt en dat verdachte van tijd tot tijd opstandig gedrag laat zien. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte acht de rechtbank (net als de officier van justitie) doorkruising van de door verdachte ingezette weg naar een beter bestaan door oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ongewenst. De rechtbank zal daarom een deels voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de periode die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Volgens de gegevens van de rechtbank gaat het dan om 52 dagen die in mindering op het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf moeten worden gebracht.

Van belang is verder dat verdachte het kader, waarbinnen hij thans de mogelijkheid heeft om zijn leven verder te verbeteren, kan voortzetten. Daartoe zullen aan hem de bijzondere voorwaarden worden opgelegd, zoals hierna uitgeschreven.

Een contactverbod met de moeder van verdachte acht de rechtbank niet noodzakelijk. Immers, alhoewel zijn moeder contact met hem zoekt, heeft verdachte zeer duidelijk te kennen gegeven dat hij geen enkel contact met haar wenst.

Nu er geen aanwijzingen zijn dat verdachte contact zal opnemen met aangever [slachtoffer 4] , ziet de rechtbank ook hier geen aanleiding om een contactverbod op te leggen.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat niet gebleken is dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, zodat de vordering van de officier van justitie om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren wordt afgewezen.

Vanwege de ernst van de bewezen verklaarde overval zal de rechtbank tevens de maximale taakstraf aan verdachte opleggen.

Ad informandum gevoegde zaken, bij parketnummer 05/860853-17

De rechtbank heeft bij de straftoemeting rekening gehouden met de ad informandum gevoegde zaken. Verdachte heeft erkend deze strafbare feiten te hebben gepleegd. De officier van justitie heeft toegezegd ter zake van deze feiten geen afzonderlijke strafvervolging te zullen instellen indien dit wordt verdisconteerd in de strafoplegging. Het betreft de volgende feiten:

  • -

    vernieling van een wc-raam op 2 augustus 2017 te Arnhem;

  • -

    diefstal van een stofzuiger op 25 januari 2017 te Arnhem;

  • -

    vernieling van een bovenraam op 27 juli 2017 te Arnhem.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder parketnummer 05/860853-17, feit 1 tot en met 3 bewezen verklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 650,- aan immateriële schade.

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder parketnummer 05/881358-18 bewezen verklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 12.537,49, bestaande uit € 9.537,49 aan materiële schade en € 3.000,- aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot betaling van het bedrag van € 650,- toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft tevens geadviseerd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] tot betaling van een bedrag van € 4.112,49 toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente, en met vordering dat de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag. Dit bedrag omvat alle door de benadeelde partij gevorderde schade met uitzondering van de schade die gerelateerd is aan de opgelopen studievertraging. De officier van justitie adviseert de benadeelde partij voor dit laatste deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] dient te worden afgewezen, omdat een causaal verband tussen de bewezen verklaarde feiten en de gevorderde schade ontbreekt.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft de verdediging aangevoerd dat het materiële deel kan worden toegewezen met uitzondering van het bedrag dat samenhangt met de opgelopen studievertraging. De verdediging heeft verzocht om afwijzing van dit bedrag van € 8.425,-, omdat niet is gebleken dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden. Daarnaast heeft de verdediging verzocht om matiging van de hoogte van het gevorderde bedrag aan immateriële schade.

Beoordeling door de rechtbank

Met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 1]

Naar het oordeel van de rechtbank dient de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] te worden afgewezen. Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, is niet komen vast te staan dat de benadeelde partij ten gevolge van het onder parketnummer 05/860853-17, feit 1 tot en met 3 bewezen verklaarde handelen de gestelde schade heeft geleden.

Met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 4]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] als gevolg van het onder parketnummer 05/881358-18 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 3.068,89 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

€ 49,17

tandartskosten

€ 347,22

eigen risico in verband met de behandeling bij de psycholoog

€ 250,-

jas Parajumper

€ 300,-

gestolen geld

€ 15,60

reiskosten politiebureau

€ 104,-

reiskosten psycholoog

€ 2,90

parkeerkosten psycholoog

€ 2.000,-

immateriële schade

€ 3.068,89

totale schade

Wat betreft de gevorderde schade voor de opgelopen studievertraging, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in zijn vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan dit deel van zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Voor wat betreft de immaterieel gevorderde schade overweegt de rechtbank nog dat de benadeelde partij niet alleen lichamelijk letsel heeft opgelopen, maar ook dat hij op andere wijze in zijn persoon is aangetast. De rechtbank acht aannemelijk dat de benadeelde partij angstig is, uit zijn gewone doen en dat hij verwerkingsproblemen ervaart. De rechtbank maakt gebruik van zijn schattingsbevoegdheid en bepaalt dat de immateriële schade van de benadeelde partij gewaardeerd moet worden op € 2.000,-.

De benadeelde partij vordert tevens vergoeding van de proceskosten die hij heeft gemaakt ter verkrijging van schadevergoeding, bestaande uit reis- en parkeerkosten die hij heeft gemaakt voor het bezoeken van Slachtofferhulp Nederland en zijn advocaat. Het door hem gevorderde bedrag van € 43,60 zal de rechtbank toewijzen.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij [slachtoffer 4] .

De gevorderde en toegewezen vergoeding voor proceskosten is daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 3 maart 2018.

Nu de afpersing door meerdere verdachten is gepleegd, zal de rechtbank de vordering met betrekking tot bovengenoemd bedrag hoofdelijk toewijzen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22b, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 285, 311, 312, 317 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een taakstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

 veroordeelt verdachte tevens tot een gevangenisstraf voor de duur van 352 (driehonderdtweeënvijftig) dagen;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 300 (driehonderd) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald, te weten:

als algemene voorwaarde, dat veroordeelde zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

als bijzondere voorwaarden, dat veroordeelde:

1. zich uiterlijk op vrijdag 6 september 2019 om 12:00 uur zal melden bij Reclassering Leger des Heils op het adres [adres 4] (telefoon: 088-0901140). Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;

2. zich wegens zijn persoonlijkheidsproblematiek (ambulant) laat behandelen door GGzE ‘De Woenselse Poort’ of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de reclassering, en voor zover en voor zolang de reclassering dat nodig vindt;

3. zich wegens zijn middelengebruik (ambulant) laat behandelen door een door de reclassering aan te wijzen verslavingszorginstelling, en voor zover en voor zolang de reclassering dat nodig vindt;

4. zal meewerken aan een klinische opname, van maximaal 7 weken, in een zorginstelling (overeenkomstig de desbetreffende indicatiestelling) ten behoeve van detoxificatie en/of stabilisatie en/of crisisbehandeling, indien en voor zover de reclassering een dergelijke klinische opname nodig acht;

5. zich zal houden aan de aanwijzingen en de (huis)regels van de onder 2., 3. en 4. bedoelde zorginstelling(en)/behandelaar(s);

6. zal meewerken aan een verblijf in een forensisch beschermde woonvorm van GGzE, of een soortgelijke instelling voor beschermd wonen, te bepalen door de reclassering, één en ander voor zover en voor zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

7. zich zal houden aan de aanwijzingen en de (huis)regels van de onder 6. bedoelde instelling/begeleider(s);

8. zal verblijven op het adres [adres 1] , en bij wijziging van dit adres de reclassering onmiddellijk in kennis zal stellen van het nieuwe verblijfadres;

9. zich zal onthouden van het gebruik van verdovende middelen (inclusief ‘softdrugs’), voor zover en voor zolang de reclassering dat nodig acht;

10. zal meewerken aan controles op (soft)drugsgebruik door middel van urineonderzoek en/of bloedonderzoek, indien en wanneer de reclassering dat verlangt;

11. zal meewerken aan dagbesteding, al dan niet in de vorm van het volgen van een opleiding, zoals te bepalen door de reclassering.

 geeft opdracht aan Reclasseringsafdeling Leger des Heils om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

stelt voorts als voorwaarden dat veroordeelde:

 ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

 medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

wijst af de vordering tot schadevergoeding.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

veroordeelt verdachte ten aanzien van het primaire feit onder parketnummer 05/881358-18 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], van een bedrag van € 3.068,89 (drieduizendachtenzestig euro en negenentachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 43,60;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] ten aanzien van de overige materiële schade niet-ontvankelijk;

wijst af de vordering tot vergoeding van immateriële schade tot het overige bedrag van € 1.000,- ;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4] , een bedrag te betalen van € 3.068,89 (drieduizendachtenzestig euro en negenentachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 40 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het desbetreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg (voorzitter), mr. P.C. Quak en

mr. Y. van Wezel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Bril, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 september 2019.

1 Het bewijs met betrekking tot parketnummer 05/860853-17 is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer 1] , gesloten op 21 november 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 1] , p. 50; proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 58.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 58.

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 68.

5 Proces-verbaal van bevindingen, [nummer 2] , opgesteld door verbalisant [verbalisant] , brigadier van politie eenheid Oost-Nederland, gesloten en ondertekend op 15 mei 2019.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 89.

7 Het bewijs is met betrekking tot parketnummer 05/740512-18 terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, basisteam Ede, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer 3] , gesloten op 12 maart 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

8 Het bewijs is met betrekking tot parketnummer 05/881358-18 terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, Overvallen/straatroven, opgemaakte proces-verbaal, nummer [nummer 4] , onderzoek [naam 3] , gesloten op 25 oktober 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

9 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , p. 190 en 191; een schriftelijk bescheid zijnde een fotobijlage bij de aangifte, p. 195 t/m 198.

10 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , p. 190-192.

11 Proces-verbaal van getuige [getuige] , p. 231.

12 Proces-verbaal van getuige [getuige] , p. 232.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 033.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 037.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 033.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 034.