Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:3449

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-07-2019
Datum publicatie
30-07-2019
Zaaknummer
05/881320-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor mensenhandel, veroordeling voor uitkeringsfraude

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2019/271
NbSr 2019/271
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/881320-16

Datum uitspraak : 16 juli 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats] .

Raadsman: mr. S.F.J. Smeets, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 september 2018, 26 november 2018, 21 januari 2019, 1 juli 2019 en 2 juli 2019

1a. De inhoud van de tenlastelegging

De inhoud van de tenlastelegging is te vinden in de bijlage bij dit vonnis en omvat – kort weergegeven en na een toegewezen vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging – de navolgende verdenkingen:

  • -

    feit 1: mensenhandel, in verschillende vormen, met betrekking tot [slachtoffer 1] , zowel tijdens haar minderjarigheid als tijdens haar meerderjarigheid;

  • -

    feit 2: mensenhandel, in verschillende vormen, met betrekking tot [slachtoffer 2] ;

  • -

    feit 3: mensenhandel, in verschillende vormen, met betrekking tot [slachtoffer 3] ;

  • -

    feit 4: een gewoonte maken van het plegen van witwassen;

  • -

    feit 5: nalaten gegevens te verstrekken die van belang zijn voor verdachte’s recht op een uitkering.

1b. Vooroverweging

De rechtbank ziet in de grote aandacht in de media voor deze strafzaak aanleiding om enkele overwegingen ten overvloede in dit vonnis op te nemen.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

A. Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3: mensenhandel.

Allereerst is de rechtbank, evenals de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat er onvoldoende overtuigend bewijs is voor ‘werven’ als bedoeld in artikel 273f sub 1 en sub 2 van het Wetboek van Strafrecht, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

De rechtbank merkt hierbij ten overvloede op dat dit oordeel tevens inhoudt dat er geen bewijs is dat verdachte een of meer aangeefster(s) heeft geworven vanuit of tijdens zijn voormalige dienstverband bij de Hoenderloo Groep.

Voorts overweegt de rechtbank dat op grond van de niet betwiste inhoud van de bewijsmiddelen het navolgende kan worden vastgesteld.

In de periode tussen ruwweg 2015 en 2017 heeft ieder van de aangeefsters, [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]), [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) en [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3]), met verdachte in de prostitutie gewerkt. Verdachte heeft daarbij diverse vormen van ondersteuning aan hen geboden, zoals het zijn van chauffeur door hen van en naar hun werkplek (zowel bij escort als bij thuisontvangst) te vervoeren, het maken van seksadvertenties, het omhoog bellen van die seksadvertenties, het regelen van een werkplek door kamers te huren, alsmede het in de nabijheid aanwezig en bereikbaar zijn tijdens klantcontacten (zowel bij escort als bij thuisontvangst). Alle drie aangeefsters hebben zo nu en dan gratis bij verdachte in Apeldoorn verbleven en van hem eten en drinken gekregen. De periodes dat aangeefsters in de prostitutie hebben gewerkt verschillen onderling. [slachtoffer 3] is het langst met verdachte in de prostitutie werkzaam geweest, terwijl [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet meer dan enkele weken daadwerkelijk met verdachte hebben gewerkt. Over de verdeling van de inkomsten uit de prostitutie-werkzaamheden waren tussen verdachte en ieder van de aangeefsters afspraken gemaakt. Elk van hen had met verdachte afgesproken dat de verdiensten op 50/50-basis zouden worden verdeeld. Indien sprake was van escort, zoals bij [slachtoffer 2] veel het geval is geweest, moest de klant bovendien 20 euro extra als benzinegeld betalen, welk bedrag volledig naar verdachte ging.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde mensenhandel-feiten (met uitzondering van ‘werven’), al dan niet in de zin van een minderjarige als bedoeld in artikel 273f sub 2 van het Wetboek van Strafrecht, zodat verdachte van dat onderdeel zal moeten worden vrijgesproken. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat, wanneer een vergoeding wordt afgesproken voor verleende diensten aan sekswerkers, het moet gaan om een redelijke vergoeding voor verrichte werkzaamheden. De in deze zaak door verdachte afgesproken en verkregen vergoeding stond niet in een redelijke verhouding tot de geleverde tegenprestaties. Naar de mening van de officier van justitie was daarom sprake van uitbuiting.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een omzetverdeling op basis van 50/50 veelvoorkomend is binnen het legale bedrijf van sekswerk en dat een dergelijke verdeling niet gezien kan worden als een vorm van uitbuiting. Alleen al daarom kan er geen sprake zijn van mensenhandel, zodat vrijspraak dient te volgen van alle ten laste gelegde mensenhandel-feiten. Daarenboven heeft de verdediging gewezen op discrepanties in en tussen de verklaringen van de aangeefsters, waardoor hun aangiftes jegens verdachte ook overigens ongeloofwaardig zijn.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte wordt – met inachtneming van de vrijspraak wegens ‘werven’ – mensenhandel in de vorm van vijf misdrijven verweten, kort weergegeven:

  1. dat hij [slachtoffer 1] heeft vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, telkens met het oogmerk van uitbuiting, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (misdrijf als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 2 Wetboek van Strafrecht);

  2. dat hij [slachtoffer 1] (na haar 18e verjaardag), [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] door middel van dwangmiddelen telkens met het oogmerk van uitbuiting heeft vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen (misdrijf als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht);

  3. dat hij [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] door middel van dwangmiddelen heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten (misdrijf als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 4 Wetboek van Strafrecht);

  4. dat hij opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (misdrijf als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 6 Wetboek van Strafrecht);

  5. dat hij door dwangmiddelen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen dan wel bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van hun seksuele handelingen met een derde (misdrijf als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 9 Wetboek van Strafrecht).

Toetsingskader ‘uitbuiting’

Aan verdachte is derhalve ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 273f, eerste lid, aanhef, sub 1, sub 2, sub 4, sub 6 en sub 9 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). De wetstekst zoals geformuleerd sub 1, sub 2 en sub 6 stelt expliciet als voorwaarde voor strafbaarheid dat sprake is van (oogmerk van) uitbuiting. Hoewel die voorwaarde voor strafbaarheid niet expliciet in de wetstekst van artikel 273f, eerste lid, aanhef, sub 4 en sub 9 Sr. wordt genoemd, moet ook voor strafbaarheid van hetgeen is vermeld sub 4 en sub 9 worden uitgegaan van “oogmerk van uitbuiting”. De Hoge Raad heeft immers in zijn arresten van 5 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:554) respectievelijk 16 oktober 2018 (ECLI:NL: HR:2018:1941) overwogen dat de in artikel 273f, eerste lid aanhef sub 4, respectievelijk sub 9 Sr. omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. 'Uitbuiting' moet dan ook worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid, aanhef, sub 4 en sub 9 Sr.

In zijn arrest van 27 oktober 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BI7099) heeft de Hoge Raad overwogen dat bij beantwoording van de vraag of sprake is van uitbuiting onder meer betekenis toekomt aan de aard en duur van de werkzaamheden, de beperkingen die zij voor betrokkene meebrengen en het economisch voordeel dat daarmee wordt behaald door degene die als verdachte is aangemerkt. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank moeten beoordelen of verdachte het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gehad, dan wel of hij hen daadwerkelijk heeft uitgebuit.

Zoals hierboven reeds vastgesteld, zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] met verdachte overeengekomen dat verdachte voor elk van hen de volgende ondersteuning zou leveren:

 verzorgen van vervoer naar en van de werkplek, zowel bij thuisontvangst als bij escort;

 in de nabijheid aanwezig zijn en bereikbaar zijn tijdens de klantcontacten;

 maken van seksadvertenties en omhoog bellen van die seksadvertenties;

 regelen van sekswerkplekken, in diverse plaatsen in het land, door kamers en/of appartementen te huren.

Voorts valt uit de verklaring van verdachte, verschillende verklaringen van aangeefsters, alsmede uit WhatsApp-berichten af te leiden dat verdachte desgevraagd (bijvoorbeeld een WhatsApp-bericht van [slachtoffer 1] d.d. 28 maart 2016, pag. 215) ook zorgde voor benodigde attributen zoals condooms en “bepje’s”, waarmee werd gedoeld op vaginale sponsjes.

De tegenprestatie, aan verdachte te betalen door de aangeefsters [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , bedroeg de helft van de verdiensten, met dien verstande dat extra fooien niet met verdachte behoefden te worden gedeeld. In geval van escortwerk diende de klant 20 euro extra, bij wijze van benzinegeld, te betalen. Dat benzinegeld werd geïncasseerd door de sekswerker ten behoeve van verdachte.

Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op momenten dat zij zelf geen woonruimte hadden, gratis bij verdachte konden verblijven.

De rechtbank overweegt allereerst dat sekswerk, uitgevoerd door mondige sekswerkers, in Nederland wordt beschouwd als legaal werk dat met betrekking tot de financiële en fiscale positie, alsmede de juridische status, kan worden vergeleken met het werk van elke ‘ZZP-er’.

Bij samenwerking tussen twee of meer ‘ZZP-ers’ is een pondspondsgewijze inkomstenverdeling niet ongebruikelijk. Onder meer uit de verklaring bij de rechter-commissaris van getuige [naam 1] leidt de rechtbank af dat een dergelijke verdeling ook onder sekswerkers niet ongebruikelijk is. Overigens volgt uit die verklaring eveneens dat verdachte betaalde voor eten en huur.

Denkbaar is, bij elke vorm van samenwerking, dat de geleverde prestaties zodanig ongelijkwaardig zijn dat niet langer kan worden gesproken van een proportionele inkomsten-verdeling. Daarbij dient echter niet alleen de geleverde fysieke inspanningen door de één betrokken te worden, maar ook het belang van de geleverde ondersteuning door de ander. Bij dat laatste kan ook een groot persoonlijk belang een rol spelen; gedacht kan bijvoorbeeld worden aan het opdoen van werkervaring door stagiaires wier financiële vergoeding in het algemeen niet in verhouding staat tot de geleverde inspanningen.

De rechtbank is van oordeel dat de afgesproken inkomstenverdeling van 50/50 niet disproportioneel was ten opzichte van de tegenprestaties die verdachte aan elk van de aangeefsters heeft geleverd. Immers, de tegenprestaties door verdachte komen in de kern neer op een vrijwel volledige ondersteuning en facilitering van het sekswerk door aangeefsters. Onder deze omstandigheden kan dan ook niet worden gesproken van ‘uitbuiting’.

In het oordeel dat geen sprake is (geweest) van uitbuiting, wordt de rechtbank nog gesterkt doordat aangeefsters de extra’s die zij ontvingen (‘fooi’) niet hoefden te delen met verdachte.

Ook zijn in het dossier aanwijzingen te vinden dat verdachte juist niet uit is op geldelijk gewin ten koste van de aangeefsters. Zo volgt uit een WhatsApp contact tussen [slachtoffer 2] en verdachte d.d. 3 mei 2017 (pag. 312) dat verdachte [slachtoffer 2] erop wijst dat ze 50 euro op tafel heeft laten vallen en dat zij die terugkrijgt. [slachtoffer 2] reageert daarop door op te merken dat zij dat niet heeft laten vallen, maar dat dat ‘voor het eten van gister en eergister’ is. Hieruit concludeert de rechtbank dat het verdachte kennelijk is geweest die het eten heeft betaald en dat [slachtoffer 2] haar deel daarvan aan verdachte wilde betalen.

Nu de rechtbank van oordeel is dat geen sprake was van uitbuiting, dan wel oogmerk van uitbuiting, kan het strafbare feit ‘mensenhandel’ niet worden bewezen.

Overwegingen ten overvloede

Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat het dossier ook onvoldoende overtuigend bewijs bevat dat verdachte gebruik heeft gemaakt van de in de tenlastelegging genoemde dwangmiddelen.

Geen van de aangeefsters benoemt dat verdachte geweld zou hebben gebruikt.

Voor zover het dossier informatie bevat dat één of meer van de aangeefsters als ‘kwetsbaar’ kan worden aangemerkt, bevat het dossier geen informatie waaruit voortvloeit dat verdachte daarvan op de hoogte was of had moeten zijn.

Uit verschillende WhatsApp- en Facebookberichten volgt dat het juist aangeefsters waren die verdachte benaderden omdat zij (weer) geld wilden verdienen.

Verschillende WhatsApp-berichten en de verklaringen van aangeefsters en getuigen bij de rechter-commissaris werpen een ander licht op hetgeen aanvankelijk door aangeefsters bij de politie in hun aangiftes is verklaard. Zo heeft [slachtoffer 2] verklaard in haar aangifte dat verdachte haar niet toestond om klanten te weigeren, terwijl uit haar verklaringen bij de rechter-commissaris (bijvoorbeeld pag. 4, 6 en 11, verhoor d.d.7 januari 2019) volgt dat zij langere periodes niet heeft gewerkt en dat verdachte dat telkens heeft geaccepteerd. Een WhatsApp-bericht d.d. 16 maart 2016 (pag. 581/582) levert een vergelijkbaar voorbeeld op met betrekking tot [slachtoffer 3] ; te lezen is dat [slachtoffer 3] niet wil gaan werken, waarop verdachte reageert met de opmerking “jammer dan, maar oké”. En in een WhatsApp-bericht van 24 juni 2017 (pag. 314) geeft [slachtoffer 2] aan dat ze niet zal gaan werken omdat ze al genoeg heeft verdiend. Bovendien volgt uit haar verklaring d.d. 7 januari 2019 bij de rechter-commissaris, bevestigd door een WhatsApp-bericht van 9 mei 2017 (pag. 313), dat [slachtoffer 2] vriendinnen heeft proberen over te halen om met haar mee te gaan in het sekswerk, waarna zij aan verdachte vroeg of hij ook hen wilde ophalen om samen ‘money te maken’. Verdachte is hier niet op ingegaan.

[slachtoffer 3] heeft aanvankelijk meermalen aan de politie laten weten dat zij gedurende langere tijd vrijwillig in de prostitutie heeft gewerkt, al dan niet met verdachte, en geen aanleiding zag om aangifte tegen verdachte doen. Uiteindelijk heeft zij toch aangifte gedaan. De rechtbank leidt uit haar verhoor bij de rechter-commissaris van 3 december 2018 af dat het toch doen van aangifte is ingegeven door anderen, waaronder de politie, die haar achteraf duidelijk hebben gemaakt dat de situatie ‘niet normaal’ was (pag. 5). In deze verklaring bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 3] voorts verklaard dat zij sekswerk is gaan doen omdat zij geld nodig had en geen baan wilde zoeken (pag. 7 en 9), en dat zij verdachte eigenlijk het verwijt maakt dat hij haar niet tegengehouden heeft om sekswerk te gaan verrichten (pag. 10).

[slachtoffer 2] heeft op 20 december 2018 bij de rechter-commissaris niet verklaard dat zij is overgehaald door verdachte om in de prostitutie te werken, maar dat zij ‘gewoon’ met [slachtoffer 3] in de escort is meegegaan (pag. 5). Zij beschikte op dat moment ook over woonruimte, een uitkering en zwarte inkomsten uit een bijbaantje (pag. 15).

Op 15 januari 2019 heeft [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris verklaard dat [slachtoffer 3] en zij er niet mee hadden ingestemd (pag. 2) dat verdachte niet langer bleef wachten toen zij langer dan gepland bij klanten zouden blijven. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte moest doen wat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] wilden.

De getuige [naam 2] heeft op 10 januari 2019 bij de rechter-commissaris verklaard dat [slachtoffer 1] ooit haar beste vriendin was en bij haar inwoonde. [slachtoffer 1] was trots op het geld dat ze in de prostitutie had verdiend. Getuige [naam 2] vindt [slachtoffer 1] geen domme meid en beschrijft haar als iemand die alles voor geld doet, en ‘er zelf voor gekozen heeft’ (pag. 3, 4 en 5).

De getuige [naam 3] heeft op 3 december 2018 bij de rechter-commissaris over [slachtoffer 2] verklaard dat [slachtoffer 2] last heeft van stemmingswisselingen en opeens zomaar dingen verzint die niet waar zijn (pag. 2 en 3). Getuige [naam 3] omschrijft [slachtoffer 2] als iemand die van aandacht houdt, een pittige tante is en het puur voor het geld deed (pag. 4 en 5).

Conclusie ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat er onvoldoende overtuigend bewijs is voor een bewezenverklaring van mensenhandel. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de als feiten 1, 2 en 3 ten laste gelegde mensenhandel.

Voorwaardelijke verzoeken van de verdediging

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de verdediging verschillende voorwaardelijke verzoeken ten behoeve van nadere onderzoekshandelingen gedaan. Nu de rechtbank concludeert tot vrijspraak, heeft de verdediging geen belang meer bij deze onderzoekshandelingen.

De verzoeken worden derhalve afgewezen.

Ten aanzien van feit 4: (gewoonte)witwassen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde witwassen. Uit een zich in het dossier bevindende kasopstelling volgt dat verdachte ontvangen contanten heeft omgezet in goederen, boodschappen, kleding, aanschaf van een of meer auto(‘s) en vakanties. Nu deze contante gelden niet kunnen worden verklaard als afkomstig uit legale bronnen, is sprake van witwassen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat in de kasopstelling is uitgegaan van onjuiste aannames. Voorts heeft verdachte volgens de verdediging aannemelijke verklaringen gegeven over de legale herkomst van contante geldbedragen die hij wel voorhanden heeft gehad. Verder gaat de officier van justitie ten onrechte voorbij aan de vraag welke strafbare feiten als gronddelict voor het witwassen dan moeten worden aangemerkt, aldus de verdediging.

Beoordeling door de rechtbank

Kasopstelling

De rechtbank overweegt allereerst dat diverse geldbedragen, genoemd in de kasopstelling die ten grondslag ligt aan de witwasverdenking, gebaseerd zijn op enerzijds verklaringen van de aangeefsters betreffende de feiten 1, 2 en 3 en anderzijds extrapolatie van door verdachte genoemde bedragen. Nu verdachte deze bedragen heeft betwist en een concrete onderbouwing van die bedragen in de kasopstelling ontbreekt, kan de rechtbank niet zonder meer van de juistheid van die bedragen uitgaan.

Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte inderdaad verklaringen heeft gegeven voor de herkomst van diverse geldbedragen, te weten de inkomsten uit het sekswerk, zoals hiervoor aan de orde is gekomen. Nu de rechtbank verdachte geheel zal vrijspreken van deze mensenhandel-feiten en de officier van justitie geen (ander) bewijs heeft aangedragen dat de verklaringen van verdachte weerspreekt, heeft de rechtbank niet de overtuiging dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan witwassen.

Conclusie ten aanzien van feit 4

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank verdachte geheel vrijspreken van feit 4.

Voorwaardelijke verzoeken van de verdediging

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de verdediging verschillende voorwaardelijke verzoeken ten behoeve van nadere onderzoekshandelingen gedaan. Nu de rechtbank concludeert tot vrijspraak, heeft de verdediging geen belang meer bij deze onderzoekshandelingen.

De verzoeken worden derhalve afgewezen.

Ten aanzien van feit 5, kortweg: nalaten van belang zijnde gegevens te verstrekken. 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft, in Nederland, terwijl hij uitkeringen ontving krachtens de Werkeloosheidswet, de Ziektewet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, telkens, ter bevoordeling van zichzelf, nagelaten de uitkeringsinstantie, het UWV, informatie te verstrekken die nodig was voor de vaststelling, de hoogte en duur van die uitkering. In genoemde periode ontving verdachte inkomsten uit prostitutiewerkzaamheden welke inkomsten hij niet heeft opgegeven aan het UWV, terwijl verdachte wist dat het voor zijn recht op uitkeringen van belang was om zijn inkomen uit prostitutiewerkzaamheden door te geven aan het UWV.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De beoordeling.

Uit hetgeen hierboven onder ‘de feiten’ is vermeld, volgt dat verdachte heeft nagelaten gegevens aan de uitkeringsinstantie te verstrekken welke gegevens van belang waren voor de hoogte en de duur van zijn uitkering. Op grond van de artikelen 25 van de Werkeloosheidswet, 49 van de Ziektewet en 27 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen was verdachte verplicht deze gegevens tijdig te verstrekken.

De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde met dien verstande dat de pleegperiode zal worden ingekort. Verdachte heeft namelijk verklaard dat hij in maart 2015 voor het eerst inkomsten uit prostitutiewerkzaamheden heeft ontvangen, welke inkomsten hij niet heeft opgegeven, terwijl er geen aanknopingspunten zijn voor het tegendeel.3 De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de pleegperiode is geëindigd op de dag voorafgaande aan zijn aanhouding op 26 juni 2018. Aangezien verdachte na zijn aanhouding geruime tijd in beperkingen heeft gezeten, kan hem redelijkerwijs geen verwijt worden gemaakt dat hij in de periode tussen zijn aanhouding en 29 juli 2018 geen informatie heeft verstrekt aan het UWV.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 25 juni 2018 te Apeldoorn, althans in Nederland, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 25 Werkeloosheidswet (WW) en/of artikel 49 Ziektewet (ZW) en/of artikel 27 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), (telkens) opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens aan het Uitkeringsinstituut Werknemersverzekering (UWV) te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten de WW en/of de ZW en/of de WIA, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, door ontvangen inkomsten uit (al dan niet gedwongen) prostitutie te verzwijgen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 5:

In strijd met een de schuldige bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf en terwijl de schuldige wist dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

Met uitzondering van feit 5 heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Indien de rechtbank de verdediging voor wat betreft de feiten 1 tot en met 4 niet volgt, dan is de verdediging van oordeel dat een straf, gelijk aan de reeds ondergane voorlopige hechtenis voldoende is.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 15 mei 2019;

- een tweetal voorlichtingsrapporten van Reclassering Nederland, gedateerd 18 september 2018 en 19 december 2019;

- een psychologisch rapport betreffende verdachte d.d. 23 november 2018, opgemaakt door drs. [naam 4] , GZ-psycholoog.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de strafmaat in het bijzonder als volgt.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van enkele jaren schuldig gemaakt aan een vorm van uitkeringsfraude door inkomsten te verzwijgen. Het in Nederland van toepassing zijnde sociale zekerheidsstelsel is een relatief kwetsbaar stelsel gebaseerd op solidariteit en vertrouwen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte het vertrouwen beschaamd door niet eerlijk te zijn over zijn aanspraken op (een) uitkering(en). De rechtbank rekent dat verdachte in ernstige mate aan. Verdachte heeft immers gedurende een langere periode misbruik gemaakt van gemeenschapsgeld. Het is algemeen bekend dat dergelijke uitkeringen in belangrijke mate worden bekostigd door mensen die werken en belasting betalen. Misleiding van uitkeringsinstanties door verzwijging van inkomsten, zoals verdachte heeft gedaan, kan leiden tot een daling van de bereidheid onder belastingbetalers om solidair te zijn met hen die werkelijk een uitkering nodig hebben. Gelet op de pleegperiode, zoals bewezen verklaard, gaat de rechtbank voorshands uit van een bedrag van ongeveer 70.000 euro dat verdachte onterecht aan uitkeringen heeft ontvangen. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is.

Anderzijds dient de rechtbank, bij het bepalen van de strafmaat, ook rekening te houden met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft weliswaar justitiële documentatie, maar op het gebied van fraude kan hij aangemerkt worden als een first offender. Voorts heeft verdachte voor de feiten waarvan hij zal worden vrijgesproken, gedurende een periode van ruim 7 maanden reeds in voorlopige hechtenis gezeten en is hij veelvuldig onderwerp van gesprek geweest in de media.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf zoals hierna te melden passend en geboden is.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zullen niet-ontvankelijk worden verklaard, nu verdachte wordt vrijgesproken van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. De vordering tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel zal worden afgewezen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 57, 227b van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten.

 verklaart bewezen dat verdachte het overige ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden;

 beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in

verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde

gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de civielrechtelijke vorderingen als benadeelde partij van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] :

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak, voorzitter, mr. G.W.B. Heijmans en mr. C.E.W. van de Sande, rechters, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juli 2019.

Bijlage: tenlastelegging

Aan verdachte is na een door de rechtbank toegewezen vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 maart 2014 tot en met 13 maart 2016 te Hoenderloo en/of te Apeldoorn, althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 1] (geboren op 13 maart 1998),

(sub 2)

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] , terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, immers heeft verdachte

- op het schoolplein van de jeugdinstelling Hoenderloogroep, waar die [slachtoffer 1] was opgenomen en waar verdachte werkzaam was als groepsleider, oogcontact gemaakt met die [slachtoffer 1] en/of geflirt met die [slachtoffer 1] en/of

- [slachtoffer 1] gevraagd om haar telefoonnummer en/of

- [slachtoffer 1] opgebeld en een afspraak met haar gemaakt om bij hem thuis te komen en/of

- een relatie met die [slachtoffer 1] aangeknoopt, althans zich heeft voorgedaan alsof hij verliefd op haar was en de schijn heeft opgewekt/opgehouden dat er sprake was van een affectieve relatie en/of

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat zij niet meer met andere jongens om mocht gaan en/of

- aan [slachtoffer 1] laten zien dat hij over veel geld beschikte en/of

- tegen [slachtoffer 1] gezegd dat als zij een keer snel geld zou willen verdienen, zij naar hem moest komen als zij 18 was en/of

- aan [slachtoffer 1] gevraagd of zij het leuk vond om op een makkelijke manier geld te verdienen en om met mannen seks te hebben tegen betaling en/of

- [slachtoffer 1] opgedragen om te investeren en lingerie aan te schaffen en/of

- seksueel/erotisch getinte foto's gemaakt van die [slachtoffer 1] ten behoeve van de seksadvertentie(s) en/of

- [slachtoffer 1] onderdak geboden in zijn huis en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 maart 2016 tot en met medio april 2016 te Apeldoorn en/of te Rotterdam en/of elders in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 1] , geboren 13 maart 1998,

(sub 1)

(telkens) door dwang en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding en/of door misbruik uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of

(sub 4)

(telkens) met een of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie die [slachtoffer 1] heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling) dan wel onder de onder sub 1 genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die arbeid of diensten (bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling) en/of

(sub 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van [slachtoffer 1] en/of

(sub 9)

(telkens) met een of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, die [slachtoffer 1] heeft gedwongen dan wel bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde, immers heeft verdachte

  • -

    aan [slachtoffer 1] gevaagd of zij het leuk vond om op een makkelijke manier geld te verdienen en om met mannen seks te hebben tegen betaling en/of

  • -

    die [slachtoffer 1] opgedragen, althans gevraagd, om zichzelf te prostitueren en/of

  • -

    het door [slachtoffer 1] in de prostitutie verdiende geld (geheel of gedeeltelijk) ingenomen

waarbij verdachte

  • -

    [slachtoffer 1] heeft opgedragen om te investeren en lingerie aan te schaffen en/of

  • -

    seksueel/erotisch getinte foto’s heeft gemaakt van die [slachtoffer 1] en/of

  • -

    een of meer profielen en/of accounts op sekssites heeft aangemaakt en/of

  • -

    een of meer seksadvertentie(s) heeft gemaakt van die [slachtoffer 1] onder de werknaam Laila en/of die seksadvertenties op een of meerdere sekssites heeft geplaatst en/of

  • -

    bepaalde welke seksuele handelingen [slachtoffer 1] moest verrichten bij de klanten en/of

  • -

    bepaalde wanneer de werkdag van [slachtoffer 1] was afgelopen omdat verdachte degene was die haar terug zou moeten brengen naar “huis” en dit pas deed wanneer hij dat wilde en/of

  • -

    bepaalde wanneer [slachtoffer 1] de tijd kreeg om te eten en/of (even) rust te nemen en/of

  • -

    de seksadvertenties van [slachtoffer 1] omhoog heeft gebeld en/of

  • -

    [slachtoffer 1] in het bezit heeft gesteld van een klantentelefoon en/of

  • -

    een of meerdere kamers heeft gearrangeerd in (een) flat(s) in Rotterdam waar [slachtoffer 1] klanten kon ontvangen en/of

  • -

    [slachtoffer 1] (telkens) naar haar werkplek in Rotterdam heeft gebracht en/of

  • -

    die [slachtoffer 1] heeft geïnstrueerd hoe zij om moest gaan met haar prostitutieklanten en/of

  • -

    die [slachtoffer 1] , ook als zij ongesteld was, als prostituee heeft laten (door)werken.

terwijl verdachte [slachtoffer 1] heeft misleid

  • -

    door een relatie met die [slachtoffer 1] aan te knopen, althans voor te doen alsof hij verliefd op haar was, seks met haar te hebben en aldus de schijn heeft opgewekt/opgehouden dat er sprake was van een affectieve relatie waardoor hij haar vertrouwen heeft gewonnen en/of

  • -

    door haar voor te spiegelen dat je makkelijk in korte tijd 10 a 20.000 euro kunt verdienen waarbij opvallend dikke pakken geld werden getoond en/of

  • -

    door “haar gedeelte” van het door [slachtoffer 1] verdiende geld in bewaring te nemen waarbij hij tegen [slachtoffer 1] zei dat hij dat voor haar zou sparen en/of

terwijl verdachte een feitelijk overwicht had op en/of misbruik maakte van de kwetsbare positie van [slachtoffer 1] omdat verdachte

  • -

    toen 30 jaar oud was en [slachtoffer 1] toen net 18 jaar oud was en/of

  • -

    een verleden heeft van groepsleider in een jeugdinrichting en [slachtoffer 1] een meisje is met een internaatverleden en/of

  • -

    dominant, intimiderend en gewelddadig gedrag kon vertonen en/of

  • -

    [slachtoffer 1] kleineerde als zij niet deed wat hij haar opdroeg, waarbij hij haar hoer noemde en/of

  • -

    Driegde haar uit huis te zetten waardoor zij geen dak meer boven haar hoofd zou hebben en/of

  • -

    Die [slachtoffer 1] had geïsoleerd door haar in zijn huis op te nemen en door constant in haar nabijheid te zijn of haar constant op te bellen en/of

  • -

    Naaktfoto’s en/of een seksfilmpje van [slachtoffer 1] in zijn bezit had welke hij openbaar dreigde te maken en/of dreigde haar moeder op de hoogte te brengen van haar werk als prostituee en/of

  • -

    (het) door [slachtoffer 1] met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem, verdachte (onder het mom van sparen) heeft doen afstaan en toen zij aangaf haar geld te willen hebben dit alleen te geven als zij door zou werken als prostituee

Door welke feiten en omstandigheden voor die [slachtoffer 1] een afhankelijkheidssituatie is ontstaan en/of in stand gehouden waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand heeft kunnen bieden aan verdachte

(lid 3 sub 2)

terwijl die [slachtoffer 1] voornoemd een kwetsbare persoon in een kwetsbare positie was omdat die [slachtoffer 1]

  • -

    een laagbegaafd meisje is met een oppositioneel opstandige gedragsstoornis (ODD) en een internaatverleden en/of

  • -

    geen sociaal netwerk/vangnet had en/of

  • -

    niet beschikte over een eigen inkomen en/of

  • -

    niet beschikte over een eigen woning maar inwoonde bij verdachte;

Feit 2

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 mei 2017 tot en met 4 augustus 2017 te Apeldoorn en/of te Amsterdam en/of te Utrecht en/of te Lelystad en/of te Almere en/of te Hilversum en/of elders in Nederland een ander, te weten [slachtoffer 2] , geboren op 29 januari 1996

(sub 1)

(telkens) door dwang en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2] , en/of

(sub 4)

(telkens) met een of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, die [slachtoffer 2] heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling) dan wel onder de onder sub 1 genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die arbeid of diensten (bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling) en/of

(sub 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van [slachtoffer 2] en/of

(sub 9)

(telkens) met een of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, die [slachtoffer 2] heeft gedwongen dan wel bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde, immers heeft verdachte

  • -

    tegen [slachtoffer 2] gezegd dat zij op een makkelijke manier geld kon verdienen door met mannen seks te hebben tegen betaling waarbij hij aan [slachtoffer 2] liet zien dat hij over veel geld beschikte en/of

  • -

    die [slachtoffer 2] opgedragen, althans gevraagd, om zichzelf te prostitueren en/of

  • -

    het door [slachtoffer 2] in de prostitutie verdiende geld (geheel en/of gedeeltelijk) ingenomen

waarbij verdachte

  • -

    [slachtoffer 2] heeft opgedragen seksueel/erotisch getinte foto’s te maken van zichzelf en/of

  • -

    een of meer profielen en/of accounts op sekssites heeft aangemaakt en/of

  • -

    een of meer seksadvertentie(s) heeft gemaakt van die [slachtoffer 2] en/of die seksadvertenties op een of meerdere sekssites heeft geplaatst en/of

  • -

    de seksadvertenties van [slachtoffer 2] omhoog heeft gebeld en/of

  • -

    [slachtoffer 2] in het bezig heeft gesteld van een klantentelefoon en/of

  • -

    [slachtoffer 2] met de auto naar prostitutieklanten heeft gebracht en na haar prostitutiewerkzaamheden weer heeft opgehaald (escortservice) en/of

  • -

    die [slachtoffer 2] heeft geïnstrueerd hoe zij om moest gaan met haar prostitutieklanten en/of

  • -

    heeft toegezien op de werktijden van die [slachtoffer 2] , haar werkzaamheden in de gaten heeft gehouden en gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of

  • -

    bepaalde welde bedragen zij moest vragen voor haar werkzaamheden en/of

  • -

    bepaalde wanneer [slachtoffer 2] de tijd kreeg om te eten en/of (even) rust te nemen en/of

  • -

    bepaalde wanneer ze kon stoppen met klanten ontvangen, altijd pushen, nooit pauze of tijd om te eten en/of

  • -

    bepaalde dat zij door moest gaan met werken tijdens de menstruatie en als zij pijn had

terwijl verdachte die [slachtoffer 2] heeft misleid door

  • -

    wetende dat [slachtoffer 2] eenzaam was, een vriendschappelijke relatie met die [slachtoffer 2] aan te knopen, althans door zich ten overstaan van [slachtoffer 2] voor te doen als een vriend en/of

  • -

    [slachtoffer 2] heel vaak heeft laten verblijven in zijn huis waardoor hij een bepaald vertrouwen bij haar heeft opgewekt en/of

  • -

    door haar voor te spiegelen dat je makkelijk in korte tijd veel geld kon verdienen

  • -

    Door haar voor te houden dat hij met haar wilde reizen, maar eerst moesten ze nog even “knallen” en/of

  • -

    te veinzen dat als zij voor hem in de prostitutie zou gaan werken zij zelf de controle zou houden en zelf kon bepalen hoeveel klanten zij wilde ontvangen en/of

terwijl verdachte een feitelijk overwicht had op en/of misbruik maakte van de kwetsbare positie van die [slachtoffer 2] omdat verdachte

  • -

    een verleden heeft van groepsleider in een jeugdinrichting en [slachtoffer 2] een meisje is met een posttraumatische stressstoornis en een verleden van lichamelijk en emotioneel geweld en/of

  • -

    dominant, streng, intimiderend, manipulatief en gewelddadig gedrag vertoonden en/of

  • -

    [slachtoffer 2] kleineerde en uitschold voor kankerhoer of kankerslet en/of

  • -

    met haar gevoel speelde en haar bespeelde door ruzie met haar te maken als zij niet wilde werken en zich pas met haar verzoende als zij nog een klant zou afwerken,

door welke feiten en omstandigheden voor die [slachtoffer 2] een afhankelijkheidssituatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand heeft kunnen bieden aan verdachte

(lid 3 sub 2)

terwijl die [slachtoffer 2] een kwetsbare persoon in een kwetsbare positie was, omdat die [slachtoffer 2]

  • -

    een eenzaam beschadigd meisje was met een posttraumatische stressstoornis en een verleden van huiselijk geweld, fysieke en emotionele mishandeling en vrijheidsbeperkingen wat heeft geleid tot minderwaardigheidsgevoelens en suïcidegedachten en het wegvallen van haar “oude” sociaal netwerk/vangnet omdat zij was gebroken met haar familie en/of

  • -

    geen eigen woonruimte had en/of geen eigen inkomen had en/of schulden had;

Feit 3

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van maart 2015 tot en met maart 2018 te Apeldoorn en/of te Amsterdam en/of Badhoevendorp en/of elders in Nederland een ander, te weten [slachtoffer 3] , geboren 2 april 1996,

(sub 1)

(telkens) door dwang en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 3] , en/of

(sub 4)

(telkens) met een of meerdere van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, die [slachtoffer 3] heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling) dan wel onder de onder sub 1 genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die arbeid of diensten (bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling) en/of

(sub 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van [slachtoffer 3] en/of

(sub 9)

(telkens) met een of meerder van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, die [slachtoffer 3] heeft gedwongen dan wel bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde, immers heeft verdachte

  • -

    aan [slachtoffer 3] gevraagd of zij op een makkelijke manier geld wilde verdienen en om met mannen seks te hebben tegen betaling en/of

  • -

    die [slachtoffer 3] opgedragen, althans gevraagd, om zichzelf te prostitueren en/of

  • -

    het door [slachtoffer 3] in de prostitutie verdiende geld (geheel of gedeeltelijk) ingenomen,

waarbij verdachte

  • -

    [slachtoffer 3] heeft opgedragen om te investeren en lingerie aan te schaffen en/of

  • -

    [slachtoffer 3] heeft opgedragen seksueel/erotisch getinte foto’s van zichzelf te maken en/of

  • -

    een of meer profielen en/of accounts op sekssites heeft aangemaakt en/of

  • -

    een of meer seksadvertentie(s) heeft gemaakt van die [slachtoffer 3] en/of die seksadvertenties op een of meerdere sekssites heeft geplaatst en/of

  • -

    de seksadvertenties van [slachtoffer 3] omhoog heeft gebeld en/of

  • -

    een appartement heeft gearrangeerd in Amsterdam waar [slachtoffer 3] klanten kon ontvangen en/of

  • -

    [slachtoffer 3] (telkens) naar haar werkplek in Amsterdam en/of elders in Nederland heeft vervoerd en/of

  • -

    bepaalde wanneer [slachtoffer 3] de tijd kreeg om te eten en/of (even) rust te nemen,

terwijl verdachte [slachtoffer 3] heeft misleid

  • -

    door een vriendschappelijke relatie met die [slachtoffer 3] aan te knopen, seks met haar te hebben en aldus de schijn heeft opgewekt/opgehouden dat er sprake was van een affectieve relatie en/of

  • -

    door een gedeelte van het door haar verdiende geld in bewaring heeft genomen waarbij hij tegen haar zei dat hij dat voor haar zou sparen en/of

terwijl verdachte een feitelijk overwicht had op en/of misbruik maakte van de kwetsbare positie van die [slachtoffer 3] omdat verdachte

  • -

    toen 30 jaar oud was en [slachtoffer 3] toen 19 jaar oud was en/of

  • -

    dominant, dreigend en intimiderend gedrag kon vertonen en/of

  • -

    die [slachtoffer 3] had geïsoleerd door haar in zijn huis op te nemen en door constant in haar nabijheid te zijn en/of

  • -

    dreigde op facebook te zetten dat [slachtoffer 3] werkzaam was in de prostitutie en/of

  • -

    dreigde foto’s van [slachtoffer 3] in lingerie naar haar familie te sturen en/of

  • -

    het account van [slachtoffer 3] in beheer had waarvan hij haar het wachtwoord niet wilde geven en/of

  • -

    die [slachtoffer 3] onderweg uit de auto heeft gezet omdat zij niet deed wat hij opdroeg en/of

  • -

    (het) door [slachtoffer 3] met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk in zijn bezit had (onder het mom van sparen) waardoor die [slachtoffer 3] ,

door welke feiten en omstandigheden voor die [slachtoffer 3] een afhankelijkheidssituatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand heeft kunnen bieden aan verdachte

(lid 3 sub 2)

terwijl die [slachtoffer 3] voornoemd een kwetsbare persoon in een kwetsbare positie was, omdat die [slachtoffer 3] afkomstig was uit een streng moslimgezin en weinig aansluiting had bij haar ouders waardoor zijn geen sociaal netwerk/vangnet had en niet beschikte over een eigen inkomen en geen eigen woonruimte had maar inwoonde bij verdachte;

Feit 4

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 26 juni 2018 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, één of meer geldbedragen (in totaal € 59.576,00 euro), verworven en (telkens) omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, door deze bedragen te besteden aan en/of om te zetten in boodschappen en/of eten en/of kleding en/of (buitenlandse) reizen en/of een auto en/of benzine en/of verdovende middelen en/of een telefoon en/of haarimplantaten en/of andere gebruiksvoorwerpen, terwijl hij wist dat die voorwerpen en geldbedragen onmiddellijk of middellijk geheel of gedeeltelijk afkomstig waren uit misdrijven;

Feit 5

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2014 tot en met 29 juli 2018 te Apeldoorn, althans in Nederland, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 25 Werkeloosheidswet (WW) en/of artikel 49 Ziektewet (ZW) en/of artikel 27 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), (telkens) opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens aan het Uitkeringsinstituut Werknemersverzekering (UWV) te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten de WW en/of de ZW en/of de WIA, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, door ontvangen inkomsten uit (al dan niet gedwongen) prostitutie te verzwijgen;

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de Politie, Eenheid Oost-Nederland, dienst Regionale Recherche, afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel, onderzoek “Ziller”, opgemaakte proces-verbaal, nummer 20180828.0935, gesloten op 8 november 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 1 juli 2019; een proces-verbaal van bevindingen (van het UWV), pag. 933 e.v.

3 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 1 juli 2019.