Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:3405

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-07-2019
Datum publicatie
26-07-2019
Zaaknummer
05/860819-18; 05/243509-18
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2020:6720, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een destijds 17-jarige jongen voor twee gewapende supermarktovervallen en een wederrechtelijke vrijheidsberoving, waarbij supermarktmedewerkers bedreigd zijn met messen en bijlen. Hij wordt vrijgesproken van een derde overval, omdat de rechtbank vindt dat er voor die overval onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Bij één overval is een contant geldbedrag van bijna € 1.600,-- buit gemaakt. Ook zijn er sigaretten, postzegels en koopzegels gestolen. Bij de andere overval is een groot geldbedrag gestolen. De overvallen zijn gepleegd in een periode waarin rond Nijmegen meerdere gewapende supermarktovervallen zijn gepleegd. Dit heeft tot veel onrust en gevoelens van angst en onveiligheid geleid in de samenleving.

De rechtbank legt hiervoor aan de jongen een straf op van 18 maanden jeugddetentie waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Hij moet zich ook aan verschillende bijzondere voorwaarden houden. Daarnaast moet hij schadevergoeding betalen aan de slachtoffers.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77a
Wetboek van Strafrecht 282
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 317
Wetboek van Strafrecht 416
Wetboek van Strafrecht 417bis
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/860819-18;

05/243509-18 (gev. ttz).

Datum uitspraak : 26 juli 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboortedatum] , wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd te JJI De Hunnerberg te Nijmegen.

Raadsman: mr. P.H.W.M. Roelofs, advocaat te Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen achter gesloten deuren van 19 maart 2019, 17 april 2019, 1 juli 2019, 2 juli 2019 en 18 juli 2019.

1 De inhoud van de tenlasteleggingen

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegestane vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/860819-18

1. overval op de Jumbo gelegen aan De Meent in Groesbeek)

hij op of omstreeks 9 november 2018, te Groesbeek in de gemeente Berg en Dal,

in een supermarkt genaamd Jumbo, gelegen aan de De Meent 1,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen ongeveer 1600 Euro contant geld en/of een grote hoeveelheid verschillende merken sigarettenpakjes en/of een grote hoeveelheid postzegels en/of een groot aantal koopzegels, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo supermarkt en/of [getuige 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld

misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 1600 Euro contant geld en/of een grote hoeveelheid verschillende merken sigarettenpakjes en/of een grote hoeveelheid postzegels en/of een groot aantal koopzegels, in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo supermarkt en/of [getuige 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij

verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en), in ieder geval dergelijke scherpe steek-/slagvoorwerpen en/of handschoenen en/of bivakmutsen en/of maskers, in ieder geval gezichtsbedekkende kleding/voorwerpen en/of donkere kleding naar voornoemde supermarkt is/zijn gegaan en/of

- die supermarkt (rennend) heeft/hebben betreden en/of heeft/hebben geschreeuwd "Kassa open, sigaretten." en/of "Geld, geld, geld." en/of "Handen omhoog." en/of "Schiet op, doe open!" en/of "Kassa 4 en kassa 5 ook, opschieten.", in ieder geval woorden van dergelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- ( de)/het mes(sen) en/of de bijl(en) hierbij omhoog heeft/hebben gehouden en/of aan die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] heeft/hebben getoond en/of in de richting van die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] heeft/hebben gehouden en/of

- met (de)/het mes(sen) en/of de bijl(en) in de hand(en) achter die [aangever 10] in de richting van de kassa's is/zijn gelopen en/of

- tegen die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [klant] heeft/hebben gezegd "Ga liggen, ga liggen. Op de grond!" en/of "Als je beweegt, dan ben je de lul." en/of "Handen uit je zakken, anders doe ik je wat.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- de bijl in de richting van en/of vlakbij de hals van die [aangever 9] heeft/hebben gehouden en/of dreigend tegen die [aangever 9] heeft/hebben gezegd "Kassa open!", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2. ( overval op de Lidl gelegen aan de O.C. Huismanstraat in Nijmegen)

hij op of omstreeks 16 november 2018, in de gemeente Nijmegen,

in een supermarkt genaamd Lidl, gelegen aan de O.C. Huismanstraat 276,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen ongeveer 4000 Euro contant geld en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of sleutels, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Lidl supermarkt en/of [aangever 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 15] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 15] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 4000 Euro contant geld en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of sleutels, in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Lidl supermarkt en/of die [aangever 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van messen, in ieder geval dergelijke scherpe steekvoorwerpen en/of handschoenen en/of bivakmutsen, in ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde supermarkt is/zijn gegaan en/of

- aan de achterzijde van die supermarkt die [aangever 15] heeft/hebben benaderd en/of een mes in de richting van dei [aangever 15] heeft/hebben getoond/gehouden en/of tegen die [aangever 15] heeft/hebben gezegd: "Als je luistert gebeurd er niets, we willen alleen geld, geld, geld.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 15] heeft/hebben gedwongen de winkel binnen te lopen en/of

- die [aangever 13] met messen heeft/hebben bedreigd en/of die [aangever 13] te dwingen een muur te gaan zitten en/of zijn zakken leeg te maken en/of tegen die [aangever 13] heeft hebben gezegd dat hij een mes in zijn rug zou steken als hij iets verkeerds deed, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 14] met een mes heeft/ hebben bedreigd en/of aan de kleding heeft/hebben gefouilleerd en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] vervolgens heeft/hebben gedwongen naar het kantoor te gaan en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] constant met (een) mes(en) heeft/hebben bedreigd en/of

- de armen en/of handen van die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] met tie rips strak heeft/hebben vastgebonden en/of heeft/hebben gezegd "Niet liegen, anders beland je in het ziekenhuis." en/of heeft/hebben geschreeuwd dat ze de mini kluis open moesten maken en/of heeft/hebben geroepen "Als iemand van jullie een fout maakt, dan eindigt deze persoon in het ziekenhuis.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 12] heeft/hebben gedwongen de kluis te openen en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] vervolgens heeft/hebben gedwongen naar het magazijn te lopen en/of tegen die [aangever 14] heeft/hebben geduwd en/of heeft/hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en/of

- tegen die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] heeft/hebben gezegd: “Ik weet je te vinden.” En/of “Geen politie bellen anders komen we terug.”, in ieder geval worden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 16 november 2018, in de gemeente Nijmegen,

in een supermarkt genaamd Lidl, gelegen aan de O.C. Huismanstraat 276,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14]

en/of [aangever 15] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers is/zijn en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer) van zijn mededader(s)

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] vervolgens gedwongen naar het kantoor te gaan en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] constant met (een) mes(en) bedreigd en/of

- de armen en/of handen van die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] met tie rips strak vastgebonden en/of gezegd "Niet liegen, anders beland je in het ziekenhuis." en/of geschreeuwd dat ze de mini kluis open moesten maken en/of geroepen "Als iemand van jullie een fout maakt, dan eindigt deze persoon in het ziekenhuis.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

4. ( overval op de Jan Linders gelegen aan de Frankrijkstraat in Lent)

hij op of omstreeks 24 november 2018, te Lent in de gemeente Nijmegen,

in een supermarkt genaamd Jan Linders, gelegen aan de Frankrijkstraat 1,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- ongeveer 31.595,08 Euro contant geld en/of een grote hoeveelheid verschillende merken sigarettenpakjes en/of een grote hoeveelheid postzegels, in elk geval enig goed en/of een groot geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Jan Linders supermarkt en/of

- een iPhone 7 en/of een portemonnee inhoudende kentekenbewijzen en/of een rijbewijs en/of een Rabobank pinpas geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 17] en/of

- een iPhone 7 en/of een rijbewijs en/of een studenten OV kaart en/of een Basic Fit pas en/of een handtas en/of fiets- en huissleutels geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 17] en/of

- een rugzak merk Parajumper en/of een iPhone 7 en/of een portemonnee geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 19] en/of

- een tas merk Northface met inhoud geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 20] en/of

- een mobiele telefoon en/of een bos sleutels, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 23] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 21] en/of voornoemde [aangever 17] en/of voornoemde [aangever 18] en/of voornoemde [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of voornoemde [aangever 20] en/of [aangever 23] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld

misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 17] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 20] en/of [aangever 23] heeft gedwongen tot de afgifte van

- ongeveer 31.595,08 Euro contant geld en/of een grote hoeveelheid verschillende merken sigarettenpakjes en/of een grote hoeveelheid postzegels, in elk geval van enig goed en/of een groot geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Jan Linders supermarkt en/of

- een iPhone 7 en/of een portemonnee inhoudende kentekenbewijzen en/of een rijbewijs en/of een Rabobank pinpas geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 17] en/of

- een iPhone 7 en/of een rijbewijs en/of een studenten OV kaart en/of een Basic Fit pas en/of een handtas en/of fiets- en huissleutels geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 17] en/of

- een rugzak merk Parajumper en/of een iPhone 7 en/of een portemonnee geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 19] en/of

- een tas merk Northface met inhoud geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 20] en/of

- een mobiele telefoon en/of een bos sleutels, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 23] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en), in ieder geval dergelijke scherpe steek-/slagvoorwerpen en/of handschoenen en/of bivakmutsen en/of maskers, in ieder geval gezichtsbedekkende kleding/voorwerpen en/of donkere kleding naar voornoemde supermarkt is/zijn gegaan en/of

- nabij voornoemde supermarkt die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] heeft/hebben benaderd en/of (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en) aan die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] heeft/hebben getoond en/of in de richting van die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] heeft/hebben gehouden en/of

- tegen die [aangever 21] heeft/hebben gezegd “Heb je de sleutel, kun jij naar binnen.” en/of “Hier blijven, hier naar binnen.”, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- de capuchon van de jas van die [aangever 17] over haar hoofd heeft/hebben getrokken en/of tegen haar heeft/hebben gezegd “Naar binnen. Dat geldt ook voor jou, doorlopen, luisteren.”, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of met (een) mes(sen) vlakbij de keel van die [aangever 17] zwaaiende bewegingen heeft/hebben gemaakt en/of

- die [aangever 21] heeft/hebben gedwongen de deur te openen en/of die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] heeft/hebben gedwongen de supermarkt binnen te lopen en/of tegen die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] te schreeuwen dat ze op de buik op de grond moesten gaan liggen met de handen op het hoofd en dat ze naar beneden moesten kijken en/of dat ze de telefoons in moesten leveren en/of dat [aangever 19] zijn rugzak af moest doen, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 17] en/of [aangever 19] heeft/hebben gefouilleerd en/of de zakken heeft/hebben doorzocht en/of

- tegen die [aangever 21] heeft/hebben gezegd dat hij op moest staan en dat hij naar het kantoor moest gaan en/of (vervolgens) die [aangever 21] onder bedreiging van (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en) naar het kantoor heeft/hebben gebracht en/of

- tegen die [aangever 21] gezegd dat hij de kluis moest openen en/of de sleutels van de sigarettenkast moest afgeven en/of die [aangever 21] constant met (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en) heeft/hebben bedreigd en/of

- die [aangever 22] direct na het openen van de toegangsdeur bij de schouder en/of het hoofd heeft/hebben vastgepakt en/of tegen die [aangever 22] heeft/hebben gezegd dat ze naar beneden moest kijken, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 23] direct na het openen van de toegangsdeur bij de jas heeft/hebben vastgepakt en/of naar binnen heeft/hebben getrokken en/of (onder bedreiging van het mes) de zakken van de kleding van die [aangever 23] heeft/hebben doorzocht en/of tegen die [aangever 23] gezegd dat hij op de grond moest gaan liggen, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [aangever 20] direct na het openen van de toegangsdeur heeft/hebben gezegd “Hoofd naar beneden en je handen omhoog.”, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of (een) bijl(en) aan die [aangever 20] heeft/hebben getoond en/of

- na geruime tijd die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 20] en/of [aangever 23] mee heeft/hebben genomen naar/richting de toiletruimte en/of die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 20] en/of [aangever 23] met het gezicht tegen de muur aan heeft/hebben gezet en/of

- die [aangever 17] heeft/hebben vastgepakt en/of die [aangever 22] en/of [aangever 20] heeft/hebben gefouilleerd en/of

- die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 23] in de koelcel heeft/hebben gezet en de toegangsdeur van die koelcel heeft/hebben dichtgedaan;

5.

hij op of omstreeks 24 november 2018, te Lent in de gemeente Nijmegen,

in een supermarkt genaamd Jan Linders, gelegen aan de Frankrijkstraat 1,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 17] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 20] en/of [aangever 23] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s)

- die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 20] en/of [aangever 23] onder bedreiging van (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en) gedwongen op de grond te gaan liggen en/of in de richting en/of naar de toiletruimte te gaan en daar te blijven en/of

- die [aangever 21] gedwongen naar het kantoor te gaan en daar geruime tijd te blijven en/of

- die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 20] en/of [aangever 23] gedwongen de koelcel in te gaan en/of de toegangsdeur van die koelcel dicht te doen;

6.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 april 2018 tot en met 8 december 2018 in de gemeente Nijmegen,

één of meerdere goed(eren) te weten een kentekenplaat (met registratienummer [kenteken] ) en/of een bromfiets (merk Piaggo, type N/A met registratienummer [kenteken] ) en/of een mobiele telefoon (merk Huawei, type P10) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed

wist, in ieder geval redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

ten aanzien van parketnummer 05/243509-18

1.

hij op of omstreeks 16 oktober 2018 te Nijmegen,

een goed, te weten een mobiele telefoon (merk Apple met registratienummer [nummer] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die telefoon wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op of omstreeks 16 oktober 2018 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een scooter met kenteken [kenteken] en/of bijbehorende (led)lampen, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 24] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en die/dat weg te nemen scooter en/of (led)lampen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, zich opzettelijk naar voornoemde scooter heeft begeven met een (kruiskop)schroevendraaier, in elk geval een soortgelijk voorwerp, waarna hij, verdachte, met voornoemde schroevendraaier in de (voor)kap heeft gesleuteld en/of schroeven heeft verwijderd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Overweging vooraf

Ten behoeve van de bespreking en de leesbaarheid van de bewijsmiddelen met betrekking tot alle ten laste gelegde feiten, wijdt de rechtbank allereerst een overweging aan de verschillende telefoonnummers van verdachte en zijn medeverdachten die uit de bewijsmiddelen volgen.

Telefoonnummer [medeverdachte 3]

De vader van [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) heeft verklaard dat [medeverdachte 3] drie telefoons heeft. De telefoonnummers van [medeverdachte 3] zijn volgens hem [telefoonnummer A] , [telefoonnummer B] en [telefoonnummer C] .2

Op 16 november 2018 is onder [medeverdachte 3] een iPhone 5C in beslag genomen. In die iPhone zat in de periode van 29 september 2018 tot en met 16 november 2018 een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer B] .3

Gelet hierop concludeert de rechtbank dat het nummer [telefoonnummer B] in ieder geval in de periode van 29 september 2018 tot en met 16 november 2018 in gebruik is geweest bij [medeverdachte 3] .

Telefoonnummers [medeverdachte 4]

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) haar vriend is en dat zij van hem alleen het telefoonnummer [telefoonnummer D] heeft om met hem te bellen. Zij maakt zelf gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer E] . [medeverdachte 4] heeft een korte periode een ander telefoonnummer gehad waar zij hem niet op mocht bellen, maar als de telefoon met het nummer [telefoonnummer D] uitstond, dan belde zij hem op dat andere nummer. [getuige 2] weet niet meer welk telefoonnummer dat was, maar [medeverdachte 4] heeft dat maar kort gebruikt en het was een klein zwart telefoontje zonder internet.4 Het telefoonnummer [telefoonnummer B] (van [medeverdachte 3] ) maakt op 16 november 2018 rond 05:00 uur in de nacht meerdere keren contact met het telefoonnummer [telefoonnummer F] . Dat telefoonnummer is enkel gebruikt in de periode van 3 november 2018 tot en met 18 november 2018 en heeft in de periode van 5 november 2018 tot en met 18 november 2018 vijftig keer contact met voormeld telefoonnummer van [getuige 2] .5

Hieruit concludeert de rechtbank dat de telefoonnummers [telefoonnummer D] en [telefoonnummer F] in gebruik zijn geweest bij [medeverdachte 4] . Voor dat laatste nummer geldt dat de details uit de verklaring van [getuige 2] overeenkomen met de gegevens over het telefoonnummer. Het nummer blijkt slechts korte tijd gebruikt te zijn en in die tijd zijn er inkomende contacten geweest van het nummer van [getuige 2] . De rechtbank twijfelt er daarom niet aan dat het andere telefoonnummer van [medeverdachte 4] , waar [getuige 2] in haar verklaring over spreekt, het telefoonnummer [telefoonnummer F] betreft.

Telefoonnummers [verdachte]

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat zij verkering heeft met [verdachte] (hierna: [verdachte] ). Zij belt [verdachte] op twee telefoonnummers, namelijk op de nummers [telefoonnummer G] (de iPhone van [verdachte] ) en [telefoonnummer H] .6 Onder [verdachte] zijn een iPhone 6 en een Alcatel 1066D in beslag genomen. In de iPhone 6 zat een simkaart met het nummer [telefoonnummer G] en in de Alcatel zat in de periode van 13 september 2018 tot en met 8 december 2018 een simkaart met het nummer [telefoonnummer H] .7

Gelet hierop concludeert de rechtbank dat [verdachte] gebruik maakte van de telefoonnummers [telefoonnummer G] en [telefoonnummer H] .

Telefoonnummer [medeverdachte 1]

De moeder van [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) heeft verklaard dat [medeverdachte 1] het telefoonnummer [telefoonnummer I] gebruikt.8

De rechtbank concludeert op grond van deze verklaring dan ook dat dit telefoonnummer in gebruik was bij [medeverdachte 1] .

Ten aanzien van parketnummer 05/860819-18

Ten aanzien van feit 1: overval op de Jumbo gelegen aan De Meent in Groesbeek 9

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 9 november 2018 is de Jumbo, gelegen aan De Meent 1 in Groesbeek (gemeente Berg en Dal) door vier personen overvallen. De overvallers droegen bivakmutsen/maskers, donkere kleding en handschoenen en waren allen gewapend. Twee daders hadden een mes vast en twee daders hadden een bijl in hun hand.10

Tijdens de overval waren de winkelmedewerkers [aangever 7] , [aangever 8] , [aangever 9] en [aangever 10] in de winkel aanwezig. Daarnaast was [klant] als klant aanwezig.11 Rond sluitingstijd om 21:00 uur kwamen de vier overvallers de winkel binnen gerend. Daarbij schreeuwden zij: “kassa open, sigaretten” en “geld, geld, geld” en “handen omhoog” en “schiet op, doe open” en “kassa 4 en kassa 5 ook, opschieten”.12 De overvallers hielden de messen en de bijlen omhoog. Eén van hen zei “kassa open” waarbij de bijl in de richting van de hals/vlak bij het gezicht van [aangever 9] werd gehouden.13 Eén van de overvallers die een mes in zijn handen had, heeft dit mes steeds op [aangever 10] gericht gehouden en heeft ook met dit mes gezwaaid.14 Twee overvallers, één met een bijl en één met een mes, volgden [aangever 10] naar de kassa’s.15 [aangever 7] , [aangever 8] en [klant] moesten op de grond gaan liggen. Door (één van) de overvallers werd geroepen “ga liggen, op de grond, niet bewegen” en “als je beweegt, dan ben je de lul” en “niet bewegen, handen uit je zakken, anders doe ik je wat”.16

Bij de overval zijn een contant geldbedrag van in totaal € 1.559,90, sigarettenpakjes, postzegels en koopzegels, toebehorende aan de Jumbo, buit gemaakt.17 Het geld is door één of meerdere daders uit de kassalades gepakt.18 Een deel van de weggenomen sigaretten is door een overvaller gepakt en in een tas gedaan. Het andere deel is vervolgens in opdracht van deze overvaller door een winkelmedewerker in de tas gestopt.19

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal en afpersing waarbij is gedreigd met geweld. Voor de betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten bij de overval op de Jumbo heeft de officier van justitie gewezen op de aangetroffen Jumbo tas, de in die tas aangetroffen goederen en het daarop aangetroffen DNA. Daarnaast heeft de officier van justitie opgemerkt dat uit de beelden van de bus blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten op de betreffende avond naar Groesbeek zijn gegaan. Hun aanwezigheid daar blijkt ook uit telecomgegevens. Hieruit concludeert de officier van justitie dat verdachte één van de overvallers is en dat hij als medepleger moet worden aangemerkt.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De tapgesprekken wijzen op betrokkenheid van verdachte bij de overval. Voor het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, is ten aanzien van de rol van verdachte opgemerkt dat hij wel een bijl in zijn handen had, maar dat hij daarmee niet daadwerkelijk heeft gedreigd. Hij heeft enkel met zijn hand op de lopende (kassa)band geslagen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de Jumbo in Groesbeek op 9 november 2018 door vier daders is overvallen. Wat de overvallers hierbij hebben gestolen en hoe deze overval is verlopen, staat niet ter discussie. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of [verdachte] een van de daders is die de overval heeft gepleegd. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Aangetroffen Jumbo tas

Op 12 november 2018 is in de voortuin van een woning, gelegen aan de [adres] in Groesbeek, een Jumbo boodschappentas aangetroffen.20 In deze tas zaten (vochtige) kledingstukken waaronder een muts en een hemd waarin gaten waren geknipt, handschoenen, een keukenmes, zegelrollen van de Jumbo (spaarzegels en pannenzegels), vier kassaladebakjes en drie emballagebonnen van de Jumbo die zijn uitgegeven op 9 november 2018, op de tijdstippen 17:04 uur, 19:53 uur en 20:21 uur.21 De bedrijfsleider van de Jumbo heeft verklaard dat hij met zekerheid kan zeggen dat deze emballagebonnen van zijn filiaal afkomstig zijn, omdat op de emballagebonnen het adres van het filiaal van de Jumbo, De Meent 1, in Groesbeek staat vermeld. Eén van deze emballagebonnen is kort voor de overval (namelijk om 20:48 uur) bij kassa 4 ingeleverd.22

Conclusie van de rechtbank

De in de tas aangetroffen kledingstukken, handschoenen en het mes komen overeen met de zaken die door de daders tijdens de overval zijn gedragen/gebruikt, zoals door de aangevers is verklaard. Verder zaten in de tas spullen waarvan vaststaat dat deze afkomstig zijn van de Jumbo in Groesbeek. De aangetroffen emballagebonnen zijn op de dag van de overval, waarvan één zelfs vlak voor de overval (en sluitingstijd), bij de Jumbo in Groesbeek ingeleverd. Gezien de overvalattributen en de specifieke spullen van de Jumbo in Groesboek concludeert de rechtbank dat de Jumbo boodschappen tas en de hiervoor genoemde inhoud daarvan verband houden met de overval.

Deze conclusie vindt naar het oordeel van de rechtbank bovendien steun in de uitgekeken camerabeelden rondom het tijdstip van de overval. Die camerabeelden zijn afkomstig van de woning gelegen aan de [adres] in Groesbeek. De camera van deze woning staat gericht op een voortuin en een deel van de Drentselaan in de richting van de Kloosterstraat. Op de camerabeelden is te zien dat vier personen, van wie twee personen een capuchon over hun hoofd dragen en drie personen een tas in hun hand hebben, uit de richting van de Gooiseweg komen en rechts afslaan de Kloosterstraat in.23 De Gooiseweg, de Drentselaan en de Kloosterstraat bevinden zich in de nabijheid van de Jumbo.24 Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de Jumbo tas is aangetroffen op de vluchtroute van de overvallers.

DNA-bewijs

De kledingstukken die in de aangetroffen Jumbo tas zaten, zijn onderzocht op DNA-sporen. Uit dit onderzoek blijkt dat er op verscheidene kledingstukken DNA-profielen zijn aangetroffen, die afkomstig (kunnen) zijn van [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , zoals hierna zal worden beschreven.

In de Jumbo tas zijn onder meer een roze kinderhemd (SIN AALS6280NL), waarin aan de achterzijde twee gaten waren geknipt zodat het hemd als gezichtsafscherming gebruikt kon worden, een geribbelde zwarte wollen muts (SIN AALS6283NL) en een trainingsjack van het merk Osaga aangetroffen. Uit dit jack viel een peuk van een filtersigaret (SIN AALS6287NL).25

Van het roze kinderhemd is een bemonstering genomen ter hoogte van de vermoedelijke mondregio. Hierin is een DNA-mengprofiel aangetroffen met een DNA-hoofdprofiel dat overeenkomt (afkomstig kan zijn) van [medeverdachte 1] , waarbij de matchkans kleiner is dan één op één miljard. Van de peuk die uit voormeld trainingsjack viel, is speeksel onderzocht. Hierin is een DNA-profiel aangetroffen van een man, welk celmateriaal afkomstig kan zijn van [medeverdachte 1] waarbij de matchkans kleiner is dan één op één miljard.26

Verder zat in de Jumbo tas een zwarte wollen muts van het merk Thermolate, waarin gaten waren gemaakt om de muts als bivakmuts te kunnen gebruiken (SIN AALS6284NL).27 Er is een bemonstering genomen van de vermoedelijke mondregio van de muts. Hieruit is een DNA-profiel van een man verkregen dat overeenkomt (afkomstig kan zijn) van [verdachte] , waarbij de matchkans kleiner is dan één op één miljard.28

Ook bevond zich een donkerblauw jack van het merk U Collection in de Jumbo tas (SIN AALS6290NL).29 Van de binnenzijde van de kraag van de jas is een bemonstering genomen. Hierin is een DNA-mengprofiel aangetroffen van minimaal drie personen dat afkomstig kan zijn van [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en minimaal één onbekende persoon. Het vinden van dit DNA-profiel is ten minste één miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA van [medeverdachte 3] en twee willekeurige onbekende personen bevat dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen. Deze berekende bewijskracht geldt ook voor de hypothese dat de bemonstering DNA bevat van [medeverdachte 4] en twee willekeurige onbekende personen ten opzichte van de hypothese dat de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.30

Ten aanzien van [medeverdachte 4] is ook relevant dat in de Jumbo tas een zwart joggingjack voorzien van capuchon van het merk the Basics C&A is aangetroffen (SIN AALS6282NL).31 Van de binnenzijde van de kraag en de binnenzijde van de rechtermanchet van dit jack zijn bemonsteringen genomen. Hieruit is een DNA-mengprofiel verkregen. Van dit DNA-mengprofiel is een DNA-hoofdprofiel afgeleid dat afkomstig kan zijn van [medeverdachte 4] waarbij de matchkans kleiner is dan één op één miljard.32

Ontbrekende pannenzegel

In de Jumbo tas zaten, zoals eerder beschreven, ook zegelrollen van de Jumbo waaronder pannenzegels. De streng pannenzegels is nader onderzocht. Eén uiteinde van de streng eindigde op een kunststof rolletje en het andere uiteinde was afgescheurd. Iedere zegel is voorzien van een serie(nummer) bestaande uit twee letters en negen cijfers. Van de zes zegels op het afgescheurde uiteinde, waarvan de eerste zegel is genummerd PA 038247328 en de zesde zegel PA 038247333, ontbrak één zegel, namelijk die met nummer PA 038247331.33 De pannenzegels met de zegelreeks 8220001-8300000 zijn geleverd aan het Jumbo filiaal in Groesbeek, waarvan de hiervoor vermelde nummers van de aangetroffen pannenzegels deel uitmaken.34

Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] op 8 december 2018, is in de kledingkast op zijn slaapkamer onder meer een plastic Jumbo tas aangetroffen waarin een grote hoeveelheid postzegels zat.35 Tijdens het tellen van deze postzegelvellen werd op één van de vellen een Jumbo pannenzegel aangetroffen. Deze pannenzegel heeft het nummer PA 038247331.36

De rechtbank concludeert hieruit dat [medeverdachte 1] in het bezit was van de unieke pannenzegel die ontbrak op de streng pannenzegels die in de Jumbo tas zat en afkomstig was van de Jumbo.

Conclusie van de rechtbank

Op basis van het DNA-bewijs en de aangetroffen pannenzegel is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in verband kunnen worden gebracht met de overval op de Jumbo in Groesbeek.

Aanwezigheid in Groesbeek

Dat [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] op de avond van de overval in Groesbeek zijn geweest, volgt uit het volgende. Naar aanleiding van een anonieme melding zijn er camerabeelden opgevraagd, waaruit blijkt dat [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] op de avond van de overval met z’n vieren vanuit Nijmegen naar Groesbeek zijn gegaan met de bus. Zij zijn door de verbalisant die de betreffende camerabeelden heeft bekeken ambtshalve herkend.37 Daarnaast heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij zichzelf op deze camerabeelden herkent en dat hij samen was met [verdachte] , [medeverdachte 4] en een andere jongen van wie hij de naam niet weet.38 Op de camerabeelden van

9 november 2018 van buslijn 5 vanuit Beuningen naar Groesbeek is te zien dat [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] omstreeks 19:56 uur achter elkaar de bus instappen en alle vier achterin de bus gaan zitten. Omstreeks 20:15 uur stappen zij alle vier tegelijk uit bij de bushalte aan de Pannenstraat in Groesbeek. De loopafstand vanaf deze bushalte naar de Jumbo gelegen aan De Meent 1 in Groesbeek is acht minuten. Nadat [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zijn uitgestapt, is op de camerabeelden te zien dat zij alle vier in de richting van de Kloosterstraat lopen.39

Verder blijkt uit onderzoek naar de telefoonnummers van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] het volgende. In de allereerste overweging voorafgaand aan de bespreking van de feiten heeft de rechtbank reeds geconcludeerd dat de telefoonnummers [telefoonnummer D] en [telefoonnummer F] in gebruik zijn (geweest) bij [medeverdachte 4] . Op en rond de plaats delict is een netwerkmeting gedaan waarbij de cell-ID’s en zendmasten van het telefonienetwerk in kaart zijn gebracht die dekking geven op de overvallen supermarkt. Een telefoonnummer of telefoontoestel dat gebruik maakt van een van deze gemeten cell-ID’s heeft zich vrijwel zeker in het gebied van de plaats delict bevonden. Beide hiervoor vermelde telefoonnummers hebben op 9 november 2018 om 20:27 uur en 22:23 uur gebruik gemaakt van cell-ID’s die dekking geven op de overvallen supermarkt.40 Hetzelfde geldt voor het telefoonnummer [telefoonnummer I] waarvan de rechtbank in haar allereerste overweging heeft geconcludeerd dat dit telefoonnummer in gebruik is (geweest) bij [medeverdachte 1] . Dit telefoonnummer heeft op 9 november 2018 tussen 20:19 uur en 22:42 uur dertien keer gebruik gemaakt van cell-ID’s die dekking geven op de overvallen supermarkt.41

Uit het onderzoek naar het telefoonnummer dat in gebruik is (geweest) bij [medeverdachte 1] blijkt daarnaast dat met dit telefoonnummer op 9 november 2018 tussen 22:15 uur en 22:41 uur zes keer naar een taxibedrijf is gebeld.42 Taxichauffeur [getuige 6] heeft verklaard dat hij op 9 november 2018 is gebeld door een persoon met voormeld telefoonnummer (van [medeverdachte 1] ) met het verzoek om hem op te halen op de Kloosterstraat in Groesbeek tegenover de Boerenbond.43 Uit (de routeplanner van) Google Maps volgt dat de Boerenbond zich op 48 meter afstand van de [adres] , waar de Jumbo tas is aangetroffen, bevindt. De taxichauffeur heeft verklaard dat hij volgens zijn navigatie is gestopt voor de woning gelegen aan de [adres] in Groesbeek. Toen hij daar aan kwam, zag hij dat er vier personen uit de richting van een woning aan de Kloosterstraat kwamen lopen tegenover de Boerenbond. De vier jongens zijn ingestapt in de taxi en om 22:43 uur is de meter gaan lopen. De taxichauffeur zag dat de jongens tassen bij zich hadden. Verder viel hem op dat de jongens naar zweetvoeten roken.44De rechtbank concludeert dat dit [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] moeten zijn geweest.

Conclusie

Op grond van al het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de overval op de Jumbo in Groesbeek samen hebben gepleegd. Zij zijn met z’n vieren vlak voor de overval naar Groesbeek gegaan, van elk van hen is DNA-bewijs aangetroffen op kleding die in de op de vluchtroute gevonden Jumbo tas zat, de telefoonnummers van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] hebben voor en na de overval zendmasten aangestraald die dekking geven op de overvallen Jumbo en nadat met het telefoonnummer van [medeverdachte 1] een taxi is gebeld zijn er na de overval vier personen opgehaald op de Kloosterstraat, waarvan bekend is dat deze straat op de vluchtroute van de overvallers lag. Uit de aangehaalde bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de vier overvallers [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] waren.

Kwalificatie

De rechtbank kwalificeert de bewezenverklaarde overval als eendaadse samenloop van diefstal met bedreiging met geweld en afpersing met bedreiging met geweld gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken. Er is sprake van eendaadse samenloop, omdat het gaat om hetzelfde feitencomplex dat in twee strafbepalingen valt die qua strekking overeenkomen. Verder is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] alle vier als medepleger van de overval moeten worden aangemerkt. Uit de besproken bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering, waarbij elk van hen een vergelijkbare en in die zin onderling inwisselbare rol heeft vervuld. Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat [verdachte] slechts een beperkte(re) rol heeft gehad, volgt de rechtbank dit betoog dan ook niet.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3: de overval op de Lidl gelegen aan de O.C. Huismanstraat in Nijmegen 45

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 16 november 2018 is de Lidl, gelegen aan de O.C. Huismanstraat 276 in Nijmegen, door drie personen overvallen. De overvallers droegen handschoenen, gezichtsbedekkende kleding en donkere kleding. Zij hadden alle drie een mes in hun hand. Tijdens de overval waren winkelmedewerkers [aangever 11] , [aangever 12] , [aangever 13] en [aangever 14] in de Lidl aanwezig. Ook was [aangever 15] aanwezig, werkzaam als vrachtwagenchauffeur.46

Rond 07:05 uur in de ochtend werd [aangever 15] aan de achterzijde van de supermarkt benaderd en is hem een mes getoond. Er is tegen hem gezegd: “als je luistert gebeurt er niets, we willen alleen geld, geld, geld”. Daarna is [aangever 15] gedwongen de winkel binnen te lopen.47

[aangever 13] is met een mes bedreigd en hij is gedwongen tegen een muur te gaan zitten en zijn zakken leeg te maken. Tegen hem is gezegd dat hij een mes in zijn rug gestoken zou krijgen als hij iets verkeerds deed.48 [aangever 14] is met een mes bedreigd en aan haar kleding gefouilleerd.49

[aangever 11] , [aangever 15] , [aangever 12] , [aangever 13] en [aangever 14] zijn vervolgens gedwongen naar het kantoor te gaan en zij zijn constant met een mes bedreigd. De armen en/of handen van alle voornoemde personen zijn met tie-wraps strak vastgebonden.50 Tegen hen werd gezegd: “niet liegen, anders beland je in het ziekenhuis”.51 Er is ook geschreeuwd dat zij de mini kluis open moesten maken en er is geroepen: “als iemand van jullie een fout maakt, dan eindigt deze persoon in het ziekenhuis”.52

[aangever 11] en [aangever 12] zijn door de daders gedwongen de kluis te openen.53 Vervolgens zijn alle voornoemde personen gedwongen naar het magazijn te lopen. Zij moesten op de grond gaan liggen, waarbij [aangever 14] is geduwd.54 Tegen hen werd gezegd: “ik weet je te vinden” en “geen politie bellen anders komen we terug”.55

Bij de overval zijn papiergeld en muntrollen door de overvallers in tassen gedaan.56 [aangever 13] en [aangever 12] hebben hun telefoon moeten afgeven en [aangever 13] heeft ook zijn sleutels moeten afgeven.57

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat op basis van de bewijsmiddelen in het dossier wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte aan deze overval heeft deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Dat er een overval heeft plaatsgevonden op de Lidl waarbij geld is gestolen en de supermarktmedewerkers zijn vastgebonden, wordt niet betwist. De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of [verdachte] één van de daders van de overval was.

De buit

Aangeefster [aangever 11] heeft verklaard dat aan de Lidl geld wordt geleverd door de onderneming G4S. Het geld wordt verpakt in een sealbag. Er zijn veel bankbiljetten van € 5,-- weggenomen.58

Door de politie is een overzicht opgesteld van het bij de Lidl weggenomen geld. Weggenomen zijn:

  • -

    26 rollen van € 0,05 eurocent (€ 65,--);

  • -

    32 rollen van € 0,10 eurocent (€ 128,--);

  • -

    14 rollen van € 0,20 eurocent (€ 112,--);

  • -

    29 rollen van € 0,50 eurocent (€ 580,--);

  • -

    3 rollen van € 1,-- (€ 75,--);

  • -

    3 rollen van € 2,-- (€ 150,--);

  • -

    10 bankbiljetten van € 50,-- (€ 500,--);

  • -

    4 bankbiljetten van € 20,-- (€ 80,--);

  • -

    330 bankbiljetten van € 5,-- (€ 1650,--).59

Wisselen van los geld

Een medewerker van [cafetaria] heeft gemeld dat er op 16 november 2018 twee jongens met getinte huidskleur kleingeld waren komen wisselen. Na die twee jongens kwam er een andere donkerkleurige jongen binnen die ook kleingeld wilde wisselen.60 Op de camerabeelden ziet verbalisant [naam] dat twee personen om 11:42:38 uur [cafetaria] binnen gaan. Om 11:43:12 uur ziet verbalisant op de camerabeelden dat de medewerker van [cafetaria] los geld in een telmachine gooit en dat één van de personen € 70,-- aan briefgeld krijgt, één briefje van € 50,-- en één briefje van € 20,--. Om 11:46:47 uur vertrekken deze personen weer. De verbalisant heeft opgemerkt dat de cameratijd nog op de zomertijd stond. De werkelijke tijd was één uur eerder.61

Aanwezigheid [medeverdachte 3] bij [cafetaria]

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij op 16 november 2018 bij een cafetaria geld heeft gewisseld en daarna met meerdere jongens naar de Molenpoort is gelopen.62

[medeverdachte 3] heeft verder verklaard dat hij die dag een tas met geld in de struiken bij het Valkhofpark vond. Hij is met de tas naar het Kelfkensbos in Nijmegen gelopen.

De achtervolging in de Molenpoortpassage

De medewerker van [cafetaria] heeft telefonisch aan verbalisant [naam] bevestigd dat er drie personen grote contante geldbedragen probeerden te wisselen. Hij gaf toen aan dat hij de personen in het zicht zou houden tot de politie ter plaatse kwam. Daarna heeft de medewerker van [cafetaria] verbalisanten op twee jongens gewezen die op dat moment de Marienburgsestraat inliepen. Even later, ter hoogte van de ingang van de Passage Molenpoort, zagen verbalisanten de twee jongens weer lopen. Toen verbalisant [naam] hen aansprak met de woorden: “politie, staan blijven”, begonnen de jongens te rennen. Tijdens het rennen zag verbalisant [naam] dat de kleine jongen tijdens het rennen zijn rugtas op de grond gooide. Kort daarna hield hij de jongen aan. Dat bleek [medeverdachte 3] te zijn.

Verbalisant [naam] heeft de langere jongen achtervolgd. Die jongen gooide een zwarte schoudertas weg tijdens zijn vlucht en verbalisant [naam] heeft zijn achtervolging moeten staken. Verbalisanten hebben in de rugtas van [medeverdachte 3] gekeken en daar zagen zij meerdere muntrollen van verschillende muntsoorten.63

[medeverdachte 3] had ten tijde van zijn aanhouding (in de rugtas en op zijn persoon) een geldbedrag van in totaal € 1.418,--. Dat bedrag bestond (onder meer) uit 109 bankbiljetten van € 5,--. Daarnaast had hij 9 muntrollen van € 0,05 eurocent bij zich, 9 muntrollen van € 0,20 eurocent, 6 muntrollen van € 0,50 eurocent en 1 muntrol van € 1,--. Aan los geld had [medeverdachte 3] nog € 43,50 in munten van € 0,50 eurocent. De in beslag genomen geldrollen hadden verschillende kleuren en daarop stond het logo van de onderneming G4S.

In de schoudertas van de persoon die in de Molenpoortpassage is ontkomen, heeft een verbalisant geldrollen en muntgeld aangetroffen. In die schoudertas werden 5 muntrollen van € 0,05 eurocent aangetroffen, 3 muntrollen van € 0,10 eurocent en 1 muntrol van € 1,--. Verder zaten er in die tas veel munten van kleinere munteenheden en veel restanten van papierwikkels.64

Verbalisant [naam] herkent een jongen op een aan hem getoonde foto. Om zeker te zijn van de herkenning heeft hij de bewegende beelden bekeken. Verbalisant herkent de jongen op de foto als [medeverdachte 4] .65 De foto die aan verbalisant [naam] is getoond is een still van de camerabeelden van de Molenpoortpassage.66

Verbalisant [naam] herkent [medeverdachte 4] van een eerdere aanhouding. Een tweede verbalisant die destijds bij de aanhouding betrokken was, herkent [medeverdachte 4] op de getoonde foto’s voor 98 % als zijnde de man die hij eerder heeft aangehouden.67

Herkenning [verdachte]

Verbalisant [naam] herkent op een aan hem getoonde foto [verdachte] . Hij herkent hem aan zijn gezicht, kleur (de rechtbank begrijpt: huidskleur) en postuur.68 De foto die aan verbalisant [naam] is getoond is een foto van camerabeelden van [cafetaria] .69

Conclusie van de rechtbank

Op basis hiervan concludeert de rechtbank dat ook [verdachte] heeft geprobeerd geld te wisselen. Hij is te zien op de camerabeelden bij [cafetaria] en de medewerker van dat cafetaria heeft aangegeven dat ook een donkerkleurige jongen geld wilde wisselen.

Daarnaast concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 3] samen met [medeverdachte 4] in de Molenpoortpassage liep, waar [medeverdachte 3] is aangehouden en [medeverdachte 4] is ontkomen. [medeverdachte 4] heeft op dat moment een schoudertas van zich afgegooid.

De rechtbank concludeert verder dat het geld dat is aangetroffen bij [medeverdachte 3] en het geld uit de schoudertas van [medeverdachte 4] , allebei een deel van de buit zijn van de overvallen Lidl. Die conclusie trekt de rechtbank gelet op het feit dat de geldrollen die [medeverdachte 3] in zijn bezit heeft het logo hebben van onderneming G4S. Die onderneming levert ook geldrollen aan de Lidl. Tevens stelt de rechtbank vast dat de geldwikkels en de geldrollen die in de afgeworpen schoudertas van [medeverdachte 4] zaten, zeer sterke gelijkenis vertonen met de geldrollen uit de rugtas van [medeverdachte 3] . De rechtbank gaat er op basis van die gelijkenis vanuit dat ook deze geldrollen van G4S afkomstig zijn. Daarnaast trekt de rechtbank die conclusie gelet op de specifieke samenstelling van het geld. Opvallend is namelijk dat onder [medeverdachte 3] 109 briefjes van € 5,-- worden aangetroffen terwijl er 330 briefjes van € 5,-- zijn weggenomen bij de overval en de overval is gepleegd door drie personen. Wat daarnaast opvalt is dat er weinig tot geen munten van € 1,-- en € 2,-- zijn aangetroffen in de rugtas en de schoudertas, maar juist veel munt(rollen) van € 0,05 eurocent en munten van € 0,50 eurocent. Dat past bij de samenstelling van de bij de Lidl weggenomen muntstukken. Ook trekt de rechtbank de conclusie dat het geld een deel van de buit is, omdat geprobeerd is het (klein)geld te wisselen in (handzamere) grotere coupures.

De conclusie van de rechtbank is dan ook dat [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] kort na de overval in het bezit van (een deel van) de buit zijn.

Hebben [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de overval gepleegd?

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of dat ook betekent dat zij de daders van de overval zijn. Die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend en overweegt daartoe het volgende.

Op en rond de plaats delict is een netwerkmeting gedaan waarbij de cell-ID’s en de zendmasten van het telefonienetwerk in kaart zijn gebracht die dekking geven op de overvallen supermarkt. Een telefoonnummer of telefoontoestel dat gebruik maakt van een van deze gemeten cell-ID’s heeft zich vrijwel zeker in het gebied van de plaats delict bevonden.

Telecommunicatie van [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]

In de nachtelijke uren van 12, 13, 14 en 15 november 2018 en in de ochtend van 16 november 2018 valt het telefoonnummer van [medeverdachte 3] onder dezelfde mast als de mast waar de overvallen Lidl onder valt.70 Op 16 november 2018 werd door het telefoonnummer van [medeverdachte 3] uitsluitend één cell-ID gebruikt, te weten die van de mast van de [straat] in Nijmegen. Deze cell-ID geeft ook dekking in/op de omgeving van de overvallen supermarkt.71

Het telefoonnummer van [medeverdachte 4] belt op 16 november 2018 om 04:08 uur naar het telefoonnummer van [verdachte] . Het telefoonnummer van [medeverdachte 4] maakt op dat moment gebruik van cell-ID KPN 347054079 (zendmast aan de [straat] in Nijmegen, dat is de zogenaamde ‘thuismast’, het woonadres van [medeverdachte 4] valt binnen het bereik van die mast).

Om 04:49 uur belt het telefoonnummer van [medeverdachte 4] naar het telefoonnummer van [medeverdachte 3] . Ook dan maakt het telefoonnummer van [medeverdachte 4] gebruik van de zogenaamde thuismast.

Om 04:59 uur, 05:01 uur, 05:06 uur en 05:11 uur belt het telefoonnummer van [medeverdachte 4] wederom naar het telefoonnummer van [medeverdachte 3] . Dan maakt het telefoonnummer van [medeverdachte 4] gebruik van cell-ID KPN 347051925 (zendmast aan de [straat] in Nijmegen). Deze cell-ID geeft geen dekking op het woonadres van [medeverdachte 4] , maar wel op het woonadres van [verdachte] .

Om 06:26 uur belt het telefoonnummer van [verdachte] naar het telefoonnummer van [medeverdachte 4] . Beiden maken dan gebruik van een ander telefoonnummer dan eerder die nacht. Beide telefoonnummers maken dan gebruik van cell-ID’s die ook dekking geven op de overvallen supermarkt.

Om 06:59 uur is er een langdurig contact (van 2404 seconden/40 minuten) tussen telefoonnummers van [verdachte] en [medeverdachte 4] . Beide telefoonnummers bevinden zich dan onder cell-ID’s die ook dekking geven op de overvallen Lidl.

Om 09:14 uur maakt het telefoonnummer van [medeverdachte 4] ( [telefoonnummer F] ) contact met een telefoonnummer van een onbekend gebleven persoon, waarbij het telefoonnummer van [medeverdachte 4] nog steeds gebruik maakt van een cell-ID die dekking geeft op de Lidl.72

Het telefoonnummer van [verdachte] maakt op 16 november 2018 om 06:26 uur en 06:59 uur gebruik van cell-ID Vodafone-25969931_21215 van de zendmast aan de [straat] in Nijmegen. Die mast geeft dekking op de overvallen supermarkt.73

Op grond van de hierboven vermelde telefoongegevens komt de rechtbank tot de conclusie dat [medeverdachte 4] in de vroege ochtend thuis of in de buurt van zijn huis was, rond 05:00 uur bij of in de buurt van [verdachte] ’s huis verbleef en zij samen naar de omgeving van de Lidl zijn gegaan, in welke omgeving [medeverdachte 3] zich op dat moment ook bevond.

Na de overval afgereisd naar Rotterdam

Aangeefster [aangever 11] heeft verklaard dat zij de overvallers veel straattaal hoorde gebruiken en dat zij zeiden ‘we gaan naar Raffa (Rotterdam)’.74 Aangever [aangever 13] heeft ook verklaard dat hij de overvallers tegen elkaar hoorde zeggen: ‘gaan we zo naar Roffa?’ Hij weet dat met ‘Roffa’ in straattaal Rotterdam wordt bedoeld.75

Ten aanzien van het telefoonnummer van [medeverdachte 4] is na de overval vanaf 13:43 uur een verplaatsing zichtbaar die eindigt in Rotterdam.76 Ditzelfde geldt voor het telefoonnummer van [verdachte] . Van zijn nummer is een verplaatsing te zien vanaf een zendmast in Nijmegen om 13:35 uur naar een zendmast in Rotterdam om 15:41 uur.77

De rechtbank concludeert dat de overvallers het er over hebben dat ze naar Rotterdam gaan en dat [medeverdachte 4] en [verdachte] volgens de geanalyseerde telefoongegevens zich daarna ook naar Rotterdam verplaatsen.

Verklaring [getuige 7]

Getuige [getuige 7] (hierna: [getuige 7] ) is als verdachte verhoord. Hij heeft verklaard dat hij weet wie de overval hebben gepleegd. Ze zitten allemaal vast. [medeverdachte 3] belde hem een paar dagen tot een week voor de overval (steeds met een ander telefoonnummer). [medeverdachte 3] vertelde hem dat ze de Lidl gingen pakken en hij vroeg of ‘zij’ daarna in zijn woning mochten komen.78

In de contactenlijst van de telefoon van [getuige 7] komt geen telefoonnummer voor dat aan [medeverdachte 3] gelinkt kan worden, maar wel komt daar een telefoonnummer in voor dat in gebruik is bij [verdachte] .79 Bij de rechter-commissaris heeft [getuige 7] verklaard dat hij [verdachte] kent via [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] heeft hem misschien wel eens gebeld met een telefoon van [verdachte] . [getuige 7] denkt dat, omdat [medeverdachte 3] na zo’n telefoongesprek met een nummer dat hij niet kende, langskwam met [verdachte] . Dat dat onbekende nummer misschien het nummer van [verdachte] was, is de conclusie van [getuige 7] , [medeverdachte 3] heeft hem dat nooit gezegd.80

De rechtbank gebruikt de verklaring van [getuige 7] voor het bewijs en merkt daarover op dat [getuige 7] zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris consequent is in zijn uitlatingen wie hem heeft gebeld en om hulp vroeg, namelijk [medeverdachte 3] . De bedoeling was dat [medeverdachte 3] na de overval naar [getuige 7] zou komen. Dat [medeverdachte 3] hem belde blijkt weliswaar niet uit objectieve telefoongegevens. Echter, over de telefoonnummers die [medeverdachte 3] zou hebben gebruikt, heeft [getuige 7] verklaard dat [medeverdachte 3] hem met verschillende nummers belde en heeft hij bij de rechter-commissaris nog aanvullend verklaard dat het zomaar zou kunnen dat [medeverdachte 3] hem belde met een telefoon van [verdachte] . De contactenlijst van [getuige 7] bevat ook een telefoonnummer dat van [verdachte] is. In die zin wordt die door [getuige 7] geopperde mogelijkheid ondersteund door objectieve gegevens.

De rechtbank stelt verder vast dat [getuige 7] bij de politie heeft verklaard dat zijn woning bij de overvallen Lidl ligt, zodat dit een logische locatie is om na een overval uit het zicht van de politie te kunnen zijn.

Daarnaast overweegt de rechtbank dat [getuige 7] door de politie ook als verdachte is aangemerkt en zichzelf derhalve niet hoeft te belasten, zodat verschillen tussen zijn verklaring en de verklaring van zijn vriendin ( [naam] ) niet hoeven te betekenen dat hij ten aanzien van de gesprekken tussen [medeverdachte 3] en hem niet de waarheid spreekt. De rechtbank vindt zijn verklaring op dit punt consistent en geloofwaardig en zal zijn verklaring dan ook gebruiken voor het bewijs.

Conclusie van de rechtbank

Gelet op de bovenstaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 4] de overval op de Lidl samen hebben gepleegd. [medeverdachte 4] is naar het oordeel van de rechtbank naar het huis van [verdachte] gegaan, onderweg hebben zij telefonisch contact met [medeverdachte 3] gehad en zijn zij naar de Lidl gegaan, waar [medeverdachte 3] ook aanwezig was. Na de overval zijn [verdachte] en [medeverdachte 4] afgereisd naar Rotterdam. [medeverdachte 3] was toen al aangehouden.

Ten aanzien van de kwalificatie

Naar het oordeel van de rechtbank valt het feitencomplex tenlastegelegd onder feiten 2 en 3 onder meerdere strafbepalingen (de artikelen 312/317 en 282 van het Wetboek van Strafrecht), die qua strekking uiteenlopen (respectievelijk de bescherming van het vermogen tegenover de bescherming van het menselijk lichaam en de lichamelijke integriteit). De rechtbank is van oordeel dat daarom sprake is van meerdaadse samenloop.

De rechtbank kwalificeert het als feit 2 ten laste gelegde als de eendaadse samenloop van diefstal met geweld en afpersing met bedreiging met geweld, nu het gaat om hetzelfde feitencomplex dat onder twee strafbepalingen valt die qua strekking overeenkomen. Het weggenomen geld uit de kluis is door [medeverdachte 4] , [verdachte] en [medeverdachte 3] in tassen gestopt en twee personeelsleden hebben hun telefoons moeten afgeven onder bedreiging van geweld. Eén van hen heeft ook zijn sleutels moeten afgeven.

Verder is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] alle drie als medepleger van de overval en de wederrechtelijke vrijheidsberoving moeten worden aangemerkt. Uit de besproken bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering, waarbij elk van hen een vergelijkbare en in die zin onderling inwisselbare rol heeft vervuld.

Ten aanzien van de feiten 4 en 5: de overval op de Jan Linders gelegen aan de Frankrijkstraat in Lent

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde overval en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Voor de betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten bij deze overval heeft de officier van justitie gewezen op de opvallende modus operandi. Net als bij de overvallen op de Jumbo in Groesbeek en de Lidl in Nijmegen droegen de daders zelfgemaakte bivakmutsen en werd gebruik gemaakt van messen en bijlen. Op de beelden is te zien dat drie overvallers een witte bivakmuts droegen en één overvaller een zwarte bivakmuts. Bij [medeverdachte 4] thuis zijn een witte en zwarte zelfgemaakte bivakmuts aangetroffen. Daarnaast is bij hem een treinkaartje gevonden daterend van de dag van de overval voor een rit van Nijmegen Lent naar Nijmegen. Verder is bij de doorzoeking bij [medeverdachte 4] een grote hoeveelheid geld aangetroffen in de kast van zijn broer. Volgens de officier van justitie is de verklaring van zijn broer over de herkomst van dit geld niet aannemelijk en betreft dit geld een deel van de buit. Om het briefgeld zat ook een elastiekje gebonden, op dezelfde manier als dat bij de Jan Linders gebeurt. Uit een telecomanalyse blijkt dat [medeverdachte 4] ook in de buurt was van de supermarkt, aangezien zijn telefoonnummer voor en na de overval gebruik maakte van zendmasten die dekking geven op de overvallen supermarkt. [medeverdachte 4] had toen onder andere contact met [verdachte] , die zich daar ook in de buurt bevond. De telefoons hebben zich na de overval (wederom) naar Rotterdam begeven, zoals ook het geval was na de overval op de Lidl in Nijmegen. Verder is relevant dat bij [verdachte] thuis in een sporttas een grote hoeveelheid Marlboro sigaretten is aangetroffen. Bij de Jan Linders zijn immers veel sigaretten gestolen van dat merk. Ook lagen er bij [verdachte] gesealde geldrollen, die op een vergelijkbaar verpakte manier in de kluis van de supermarkt lagen. Uit een tapgesprek volgt ook dat [verdachte] zegt dat deze geldrollen een belangrijke link zijn naar Lent, waaruit de officier van justitie begrijpt dat daarmee de overval in Lent wordt bedoeld. Tot slot blijkt uit de camerabeelden dat één van de overvallers een donkere huidskleur heeft en een zwarte gewatteerde jas draagt van het merk Emporio Armani, waarbij op de borst de letters ‘EA7’ staan. Op de foto die de vader van [medeverdachte 1] aan de politie heeft overhandigd in het kader van zijn vermissing, draagt [medeverdachte 1] een vergelijkbare jas. Op de camerabeelden is eveneens te zien dat de dader die voormelde jas droeg lichtkleurige sportschoenen aan had. Zulke schoenen zijn ook bij [medeverdachte 1] thuis aangetroffen. Gelet op deze specifieke combinatie van de jas en de schoenen kan het volgens de officier van justitie niet anders dan dat [medeverdachte 1] ook één van de overvallers is geweest.

Op basis van het voorgaande concludeert de officier van justitie niet alleen dat verdachte één van de overvallers is maar ook dat hij als medepleger moet worden aangemerkt, nu de daders bij de uitvoering een vergelijkbare rol hebben vervuld.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Hiertoe is aangevoerd dat alle bewijsmiddelen tezamen te weinig overtuigingskracht hebben om tot een bewezenverklaring te komen. Ten aanzien van de in de woning van [verdachte] aangetroffen geldrollen en sigaretten is naar voren gebracht dat het voorhanden hebben van deze zaken onrechtmatig is, maar onvoldoende bewijs oplevert voor de diefstal, mede gelet op de verstreken tijd tussen de overval en de doorzoeking. Verder is opgemerkt dat de telefoon van [verdachte] na de overval weliswaar contact heeft gemaakt met een zendmast in Lent, maar dat dit niet verwonderlijk is aangezien hij omgaat met zijn neef/goede vriend die in Lent woont. Dit kan volkomen los staan van de overval. Ten aanzien van het signalement is opgemerkt dat dit te weinig specifiek in de richting van [verdachte] wijst om als bewijs te kunnen dienen. Dit geldt eveneens voor de informatie die afkomstig is van een informant. Deze informatie vindt overigens ook onvoldoende steun in overig bewijsmateriaal. Met betrekking tot de modus operandi heeft de verdediging gesteld dat niet kan worden gesproken over dezelfde modus operandi, nu het tijdstip, de gezichtsbedekking en de afhandeling bij het verlaten van de supermarkt anders zijn. Tot slot zijn de taps een te weinig overtuigende indicatie voor de betrokkenheid van [verdachte] bij de overval. Gelet hierop moet verdachte worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank kan op basis van de inhoud van het dossier het volgende vaststellen. Op

24 november 2018 is de Jan Linders, gelegen aan de Frankrijkstraat in Lent door vier gewapende personen overvallen. Hierbij is ongeveer € 30.000,-- aan contant geld gestolen en zijn sigaretten van het merk Marlboro en postzegels weggenomen. Het winkelpersoneel is tijdens de overval door de daders gedwongen om op de grond te gaan liggen, naar de toiletruimte te gaan en tot slot in de koelcel te gaan staan. Ook is één van de werknemers gedwongen naar het (tel)kantoor te gaan. Die handelingen zijn als wederrechtelijke vrijheidsberoving ten laste gelegd. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte en zijn medeverdachten deze overval hebben gepleegd. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier aanwijzingen die in de richting van [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 4] wijzen en hen mogelijk in verband kunnen brengen met de overval. Die aanwijzingen zijn naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende om hen aan deze specifieke overval te linken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Signalementen

Uit de verschillende verklaringen van het winkelpersoneel over de signalementen van de daders leidt de rechtbank af dat zij drie donker getinte daders hebben gezien en één blanke dader. Over de blanke dader heeft één personeelslid verklaard dat hij blauwe ogen had. Dit laatste signalement past niet bij de signalementen van [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 4] . Dat drie daders een getinte huidskleur hadden, zou kunnen passen bij voormelde verdachten maar is te weinig specifiek. Over de door de daders gedragen kleding is door een winkelmedewerker verklaard dat één van de daders sokken aan had van de plaatselijke voetbalclub in Lent en dat één van de andere daders een trainingsbroek aan had met daarop het logo van voetbalclub Chelsea. Uit de camerabeelden van de supermarkt blijkt dat één van de andere daders een sportbroek droeg met het embleem van voetbalclub Olympique Marseille en dat één van de daders een broek droeg van het merk Nike met het embleem van voetbalclub Celtic. Overeenkomende kleding is bij de verdachten niet aangetroffen.

Op de beelden is ook te zien dat één van de overvallers een jas draagt met op de borst de opdruk ‘EA7’ (Emporio Armani). Op een foto van [medeverdachte 1] die door zijn vader in verband met de vermissing van zijn zoon een dag voor de overval aan de politie is verstrekt, draagt [medeverdachte 1] een soortgelijke jas met dezelfde opdruk. De overvaller die voormelde jas droeg, droeg daarnaast soortgelijke schoenen als de schoenen van het merk Nike die bij [medeverdachte 1] thuis zijn aangetroffen. Gelet op de soortgelijke jas en schoenen van [medeverdachte 1] die overeen lijken te komen met de jas en de schoenen die door één van de daders zijn gedragen tijdens de overval, zou [medeverdachte 1] in verband kunnen worden gebracht met de overval. De rechtbank is echter van oordeel dat enkel die vaststelling onvoldoende is om [medeverdachte 1] aan te wijzen als één van de daders van de overval.

Doorzoeking bij [medeverdachte 4]

Bij [medeverdachte 4] is een aantal zaken aangetroffen die in verband zouden kunnen worden gebracht met de overval.

Het winkelpersoneel heeft verklaard dat de daders gezichtsbedekking droegen met geknipte gaten erin. Zij hebben witte maskers gezien, maar uit de camerabeelden van de supermarkt blijkt dat één dader een zwart masker droeg. Opvallend is dat tijdens de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 4] twee zelfgemaakte bivakmutsen, een witte en een zwarte, zijn gevonden. Deze vondst zou kunnen passen bij de zelf gefabriceerde gezichtsbedekking van de daders waarover de winkelmedewerkers hebben verklaard. Hoewel deze bivakmutsen overvalattributen zouden kunnen zijn (geweest), kan de rechtbank niet vaststellen of deze bivakmutsen specifiek bij de overval op de Jan Linders zijn gebruikt.

Bij [medeverdachte 4] is verder nog een treinkaartje gevonden voor een enkele reis van station Nijmegen Lent naar Nijmegen gedateerd op de dag van de overval met een tijdstip van een paar uur na de overval. Met het aangetroffen treinkaartje is wel ingecheckt op station Nijmegen Lent, maar niet uitgecheckt. Mede gelet op de aangetroffen bivakmutsen bij [medeverdachte 4] , kan het treinkaartje [medeverdachte 4] mogelijk in verband brengen met de overval. De rechtbank is echter van oordeel dat het treinkaartje enkel bewijst dat [medeverdachte 4] op de dag van de overval mogelijk in Lent is geweest. Hiermee kan echter geen concrete link worden gelegd tussen het aangetroffen treinkaartje en de overval op de supermarkt.

Daarnaast is op een telefoon van [medeverdachte 4] op 24 november 2018, de dag van de overval, om 12:16 uur een notitie gemaakt: ‘580 € 10, 1320 € 20, 3600 € 50, 100 € 100’. Of deze notitie in verband staat met (een deel van) de buit van de Jan Linders valt hieruit niet af te leiden nu onduidelijk is hoe de notitie gelezen moet worden. De rechtbank kan aan de hand van het dossier ook niet vaststellen hoeveel bankbiljetten en in welke samenstelling zijn weggenomen en of dat overeen kan komen met deze notitie.

Tot slot is op de slaapkamer van de broer van [medeverdachte 4] een contant geldbedrag van € 4.250,-- gevonden, bestaande uit 85 briefjes van € 50,--. Anders dan de officier van justitie staat het voor de rechtbank niet vast dat dit geldbedrag deel uitmaakt van de buit van de overval op de Jan Linders. Dat het gevonden briefgeld was gebundeld door middel van een dun beige elastiek en dat bij de Jan Linders briefgeld met een soortgelijk elastiek wordt gebundeld, is onvoldoende om hieraan de conclusie te verbinden dat het geld dus afkomstig zou zijn van de Jan Linders.

Doorzoeking bij [verdachte]

Tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte] zijn eveneens spullen gevonden die de vraag oproepen of die spullen in verband staan met de overval. Opvallend is dat er 27 geldrollen van het bedrijf SecurCash met muntgeld van verschillende munteenheden zijn aangetroffen. In een sporttas werd een aangebroken geldrol gevonden, met het logo van geldleverancier SecurCash. Dit is de geldleverancier die geldrollen aan de Jan Linders levert. De supermarkt heeft gesealde verpakkingen die exact overeenkomen met de geldrollen die bij [verdachte] zijn aangetroffen. Uit informatie van de geldleverancier blijkt dat particulieren ook aan vergelijkbare geldrollen kunnen komen, maar dat daar een banktransactie voor nodig is. De bankgegevens van [verdachte] geven geen blijk van een dergelijke transactie.

Verder is bij [verdachte] een grote hoeveelheid, bijna 100 stuks, sigarettenpakjes aangetroffen van het merk Marlboro. De pakjes zaten deels nog geseald verpakt per acht pakjes.

Nu de gevonden geldrollen overeenkomen met de geldrollen die aan de Jan Linders worden geleverd en [verdachte] in het bezit was van veel sigarettenpakjes van Marlboro en bij de Jan Linders veel sigarettenpakjes van Marlboro zijn gestolen, zou dit op eventuele betrokkenheid van [verdachte] bij de overval kunnen duiden. Ook op dit punt is de rechtbank echter van oordeel dat het bewijs te weinig concreet is. Dat de geldrollen overeenkomen en van dezelfde leverancier afkomstig zijn als de geldrollen die aan de Jan Linders worden geleverd, wil niet zeggen dat de bij [verdachte] aangetroffen geldrollen ook daadwerkelijk van de Jan Linders afkomstig zijn. De geldrollen zijn namelijk onvoldoende onderscheidend om dat vast te kunnen stellen. Uit een tapgesprek blijkt dat [verdachte] tijdens een telefoongesprek aan iemand heeft gevraagd geld te pakken dat (kennelijk) in de bank bij [verdachte] thuis zat verstopt. Ook heeft [verdachte] aan de telefoon genoemd dat er bij hem thuis geldrollen zijn gevonden die te linken zijn ‘met die andere in Lent’. Ook op basis hiervan kan de rechtbank niet vaststellen dat het gevonden geld een deel van de buit van de overval is. Het aangehaalde tapgesprek is onvoldoende concreet om daar conclusies aan te kunnen verbinden. Bovendien is het mogelijk dat [verdachte] wist dat de geldrollen door de politie werden gelinkt aan de overval in Lent, omdat hij het strafdossier heeft gezien/besproken met zijn advocaat. Tot slot geldt ten aanzien van de gevonden sigarettenpakjes van Marlboro dat de rechtbank niet kan vaststellen of specifiek deze sigaretten afkomstig zijn van de Jan Linders.

Telecomgegevens

Er is onderzoek gedaan naar de telefoonnummers van de verdachten. Hieruit volgt dat een door [verdachte] gebruikt telefoonnummer op de dag van de overval gebruik heeft gemaakt van zendmasten die dekking geven op de overvallen supermarkt. Om 01:27 uur maakt dit telefoonnummer nog gebruik van een zendmast in het centrum van Nijmegen en na de overval werd van 09:34 uur tot 11:03 uur gebruik gemaakt van een cell-ID die dekking geeft op de overvallen supermarkt. De rechtbank kan op basis van de telecomgegevens echter niet vaststellen waar [verdachte] ten tijde van de overval (omstreeks 05:50 uur) was. Tussen 01:27 uur en 09:34 uur zijn er namelijk geen registraties.

Met betrekking tot het telefoonnummer dat in gebruik is bij [medeverdachte 1] is gebleken dat dit telefoonnummer op de dag van de overval geen gebruik heeft gemaakt van zendmasten in Lent die dekking geven op de overvallen supermarkt.

Ook het telefoonnummer dat bij [medeverdachte 4] in gebruik is, is nader onderzocht. Omstreeks 01:00 uur maakt dit nummer gebruik van zendmasten in het centrum van Nijmegen. Om 01:49 uur maakt het nummer van [medeverdachte 4] gebruik van een zendmast in Lent, evenals om 10:50 uur. Tussen 01:49 uur en 08:44 uur zijn er echter geen telecomregistraties. Uit het gegeven dat het telefoonnummer van [medeverdachte 4] voor en na de overval een zendmast in Lent heeft aangestraald volgt mogelijk dat hij die gehele tijd in Lent is geweest, maar omdat er op het tijdstip van de overval geen telecomregistraties zijn kan de rechtbank dit niet met zekerheid vaststellen.

De rechtbank realiseert zich dat daders hun telefoons kunnen uitzetten tijdens het plegen van de overvallen en dat dit een aanwijzing kan zijn dat zij juist wel betrokken zijn bij een overval maar die conclusie kan op basis van dit dossier niet getrokken worden.

Overig

Door een getuige is gezien dat op de avond voor de overval vier jonge mannen met een donkere huidskleur in een steegje in de nabijheid van de Jan Linders stonden. Zij vertrouwde deze situatie niet. Deze mannen droegen allemaal een capuchon en hadden een sjaal voor hun mond. Op de plek waar de mannen stonden, zijn vier opgerookte joints op de grond aangetroffen. Daar is onderzoek naar gedaan. Uit dit onderzoek is een DNA-match verkregen met een bij naam genoemde persoon, maar dit betreft niet [medeverdachte 1] , [verdachte] of [medeverdachte 4] . Op een andere peuk bevindt zich DNA materiaal van een onbekende man. Niet uitgesloten is dat deze situatie te maken heeft gehad met de overval op de dag erna.

Uit de tapgesprekken die tijdens de voorlopige hechtenis van verdachten zijn opgenomen, kan de rechtbank niet afleiden dat gesproken wordt over de overval op de Jan Linders. Weliswaar wordt er gesproken over geld, dat er niet verklaard moet worden en dat iemand hen verraden heeft, maar die uitlatingen kunnen ook wijzen op andere strafbare feiten.

Verder acht de rechtbank het van belang om op te merken dat door één van de winkelmedewerkers is verklaard dat zijn rugtas van het merk Parajumpers, met specifieke uiterlijke kenmerken, mogelijk tijdens de overval is weggenomen. Door een ander personeelslid is verklaard dat zijn tas van het merk The North Face is gestolen en de bedrijfsleider van de Jan Linders zag bij het terugkijken van de camerabeelden dat de daders zijn tas meenamen. Dit betreft een unieke lederen tas met daarop het gezicht van Jimmy Hendrix. Deze drie specifieke tassen zijn bij geen van de verdachten aangetroffen.

Conclusie

De rechtbank overweegt dat er aanwijzingen zijn die op betrokkenheid van verdachte bij de overval kunnen duiden. De hiervoor besproken bevindingen roepen vragen op waarop door de verdachten geen dan wel geen bevredigende antwoorden zijn gegeven. De bevindingen acht de rechtbank echter onvoldoende concreet en op zichzelf, maar ook in onderling verband bezien, onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.

Hoewel de overval op de Jan Linders in eerste instantie lijkt te passen in een reeks overvallen in de omgeving van Nijmegen, is de rechtbank (anders dan de officier van justitie) van oordeel dat niet gesproken kan worden van dezelfde modus operandi, zodanig dat dit als wettig en overtuigend bewijsmiddel kan worden meegewogen. De wijze waarop de overvallen zijn gepleegd verschillen bijvoorbeeld in de manier waarop met het winkelpersoneel is omgegaan. Zo werden bij één overval de polsen van de slachtoffers vastgebonden met tie-wraps en werd het personeel in een kantoortje vastgehouden, terwijl de slachtoffers in deze zaak op de grond moesten gaan liggen en werden vastgehouden in het toilet. Later moesten zij in de koelcel gaan staan. Dit laatste is niet voorgekomen bij de andere overvallen. Ondanks de bevindingen die om een uitleg vragen en op mogelijke betrokkenheid bij een overval zouden kunnen wijzen, is dit onvoldoende om de verdachten te linken aan de overval op de Jan Linders. Het bewijs is daarvoor onvoldoende specifiek en het dossier bevat ook ontlastend bewijs. Gelet hierop acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] , [verdachte] of [medeverdachte 4] één van de daders is van deze overval. Om die reden zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de tenlastegelegde overval op de Jan Linders en de wederechtelijke vrijheidsberoving.

Ten aanzien van feit 6

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 19 november 2018 heeft aangever [aangever 25] aangifte gedaan van diefstal van zijn Piaggio, type N/A, met registratienummer [kenteken] .81

Op 8 december 2018 beschikte verdachte in Nijmegen over een kentekenplaat (met registratienummer [kenteken] ), voormelde bromfiets (merk Piaggo, type N/A met registratienummer [kenteken] en een mobiele telefoon (merk Huawei, type P10).82

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van een kentekenplaat, een scooter en een mobiele telefoon.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Mobiele telefoon

Ten aanzien van de mobiele telefoon overweegt de rechtbank het volgende. De telefoon is volgens het proces-verbaal van aangifte gestolen in de nacht van 26 op 27 april 2018, tijdens Kingsnight in de binnenstad van Arnhem. In december 2018 blijkt de telefoon in het bezit van verdachte te zijn. Dat roept vragen op. Het dossier bevat echter geen enkel bewijsmiddel of een verklaring over de wijze waarop de telefoon in het bezit van [verdachte] is gekomen. Om die reden kan niet worden vastgesteld dat [verdachte] ten tijde van het voorhanden krijgen van die telefoon wist, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die telefoon van diefstal afkomstig was. De rechtbank zal [verdachte] dan ook vrijspreken van de heling van de mobiele telefoon.

Kentekenplaat

Op 9 december 2018 heeft [aangever 26] aangifte gedaan van diefstal van haar kentekenplaat [kenteken] , gepleegd op 6 december 2018. In de tuin van de woning van [verdachte] staan op 8 december 2018 twee scooters. Een van die scooters bleek gestolen te zijn van voornoemde [aangever 25] . De kentekenplaat van [aangever 26] bleek bevestigd te zijn op die gestolen scooter. De rechtbank leidt daar uit af dat de kentekenplaat op de gestolen scooter is bevestigd om te verhullen dat die scooter gestolen was. De vraag is echter of [verdachte] dat heeft gedaan of dat hij dit heeft geweten of vermoed. Daarover volgt niets uit het dossier en is ook ter terechtzitting niets gebleken. De rechtbank zal [verdachte] daarom ook vrijspreken van de heling van de kentekenplaat.

Bromfiets/scooter

[verdachte] heeft verklaard dat een vriend hem heeft gevraagd of hij een scooter enige tijd in de tuin van [verdachte] mocht stallen.83 Op die scooter (naar later bleek de scooter van [aangever 25] ) zat de van [aangever 26] gestolen kentekenplaat.84

De rechtbank vindt het opmerkelijk dat [verdachte] niet aan zijn vriend heeft gevraagd wat de achterliggende reden hiervoor was. [verdachte] heeft de naam van deze vriend niet willen noemen. Het had voor de hand gelegen dat hij aan zijn vriend had gevraagd waarom het stallen van de scooter elders nodig was. [verdachte] heeft verder niet gevraagd of die vriend de eigenaar van die scooter was en hij heeft zich daarmee onvoldoende op de hoogte gesteld van de herkomst van de scooter. De rechtbank is daarom van oordeel dat [verdachte] aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld en hij tekort is geschoten in zijn onderzoeksplicht. Gelet hierop vindt de rechtbank dat [verdachte] onder deze omstandigheden redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de scooter van misdrijf afkomstig was. Daarom is wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling.

Ten aanzien van parketnummer 05/243509-18 85

Feit 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte was op 16 oktober 2018 in Nijmegen in het bezit van een mobiele telefoon van het merk Apple. Deze telefoon heeft hij van een vriend gekocht.86 Deze telefoon was diezelfde dag gestolen.87

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de telefoon voor € 20,-- of € 30,-- heeft gekocht.88

Gelet op de bijzonder lage (verkoop)prijs van de iPhone is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] ten tijde van het verwerven en voorhanden hebben van de iPhone wist dat het een door misdrijf verkregen goed moest betreffen. Het is immers algemeen bekend dat dergelijke telefoons normaal gesproken een veel hogere verkoopprijs hebben. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.

Feit 2

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat vrijspraak dient te volgen voor een deel van de tenlastelegging, namelijk daar waar poging tot diefstal van een scooter ten laste is gelegd. Het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had verdachte alleen ten aanzien van de ledlampen van de scooter.

Er is voor het overige sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 24] , p. 4;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 21-22;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 juli 2019.

3. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder parketnummer 05/860819-18 onder 1, 2, 3 en 6 tenlastegelegde feiten en de onder parketnummer 05/243509-18 onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

ten aanzien van parketnummer 05/860819-18

1. overval op de Jumbo gelegen aan De Meent in Groesbeek)

hij op of omstreeks 9 november 2018, te Groesbeek in de gemeente Berg en Dal,

in een supermarkt genaamd Jumbo, gelegen aan De Meent 1,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen ongeveer 1600 Euro contant geld en/of een grote hoeveelheid verschillende merken sigarettenpakjes en/of een grote hoeveelheid postzegels en/of een groot aantal koopzegels, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo supermarkt en/of [getuige 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld

misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 1600 Euro contant geld en/of een grote hoeveelheid verschillende merken sigarettenpakjes en/of een grote hoeveelheid postzegels en/of een groot aantal koopzegels, in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo supermarkt en/of [getuige 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en), in ieder geval dergelijke scherpe steek-/slagvoorwerpen en/of handschoenen en/of bivakmutsen en/of maskers, in ieder geval gezichtsbedekkende kleding/voorwerpen en/of donkere kleding naar voornoemde supermarkt is/zijn gegaan en/of

- die supermarkt (rennend) heeft/hebben betreden en/of heeft/hebben geschreeuwd "Kassa open, sigaretten." en/of "Geld, geld, geld." en/of "Handen omhoog." en/of "Schiet op, doe open!" en/of "Kassa 4 en kassa 5 ook, opschieten.", in ieder geval woorden van dergelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- ( de)/het mes(sen) en/of de bijl(en) hierbij omhoog heeft/hebben gehouden en/of aan die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] heeft/hebben getoond en/of in de richting van die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] heeft/hebben gehouden en/of

- met (de)/het mes(sen) en/of de bijl(en) in de hand(en) achter die [aangever 10] in de richting van de kassa's is/zijn gelopen en/of

- tegen die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [klant] heeft/hebben gezegd "Ga liggen, ga liggen. Op de grond!" en/of "Als je beweegt, dan ben je de lul." en/of "Handen uit je zakken, anders doe ik je wat.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- de bijl in de richting van en/of vlakbij de hals van die [aangever 9] heeft/hebben gehouden en/of dreigend tegen die de Haan heeft/hebben gezegd "Kassa open!", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

2. ( overval op de Lidl gelegen aan de O.C. Huismanstraat in Nijmegen)

hij op of omstreeks 16 november 2018, in de gemeente Nijmegen,

in een supermarkt genaamd Lidl, gelegen aan de O.C. Huismanstraat 276,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen ongeveer 4000 Euro contant geld en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of sleutels, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Lidl supermarkt en/of [aangever 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 15] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 15] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 4000 Euro contant geld en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of sleutels, in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Lidl supermarkt en/of die [aangever 13] , en/of aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van messen, in ieder geval dergelijke scherpe steekvoorwerpen en/of handschoenen en/of bivakmutsen, in ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde supermarkt is/zijn gegaan en/of

- aan de achterzijde van die supermarkt die [aangever 15] heeft/hebben benaderd en/of een mes in de richting van die [aangever 15] heeft/hebben getoond/gehouden en/of tegen die [aangever 15] heeft/hebben gezegd: "Als je luistert gebeurt er niets, we willen alleen geld, geld, geld.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 15] heeft/hebben gedwongen de winkel binnen te lopen en/of

- die [aangever 13] met messen heeft/hebben bedreigd en/of die [aangever 13] te dwingen tegen een muur te gaan zitten en/of zijn zakken leeg te maken en/of tegen die [aangever 13] heeft/hebben gezegd dat hij een mes in zijn rug zou steken als hij iets verkeerds deed, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 14] met een mes heeft/hebben bedreigd en/of aan de kleding heeft/hebben gefouilleerd en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] vervolgens heeft/hebben gedwongen naar het kantoor te gaan en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] constant met (een) mes(en) heeft/hebben bedreigd en/of

- de armen en/of handen van die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] met tie-wraps strak heeft/hebben vastgebonden en/of heeft/hebben gezegd "Niet liegen, anders beland je in het ziekenhuis." en/of heeft/hebben geschreeuwd dat ze de mini kluis open moesten maken en/of heeft/hebben geroepen "Als iemand van jullie een fout maakt, dan eindigt deze persoon in het ziekenhuis.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 12] heeft/hebben gedwongen de kluis te openen en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] vervolgens heeft/hebben gedwongen naar het magazijn te lopen en/of tegen die [aangever 14] heeft/hebben geduwd en/of heeft/hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en/of

- tegen die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] heeft/hebben gezegd: “Ik weet je te vinden.” En/of “Geen politie bellen anders komen we terug.”, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 16 november 2018, in de gemeente Nijmegen,

in een supermarkt genaamd Lidl, gelegen aan de O.C. Huismanstraat 276,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14]

en/of [aangever 15] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer) van zijn mededader(s)

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] vervolgens gedwongen naar het kantoor te gaan en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] constant met (een) mes(en) bedreigd en/of

- de armen en/of handen van die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] met tie-wraps strak vastgebonden en/of gezegd "Niet liegen, anders beland je in het ziekenhuis." en/of geschreeuwd dat ze de mini kluis open moesten maken en/of geroepen "Als iemand van jullie een fout maakt, dan eindigt deze persoon in het ziekenhuis.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

6.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 april 2018 tot en met 8 december 2018 in de gemeente Nijmegen,

één of meerdere goed(eren) te weten een kentekenplaat (met registratienummer [kenteken] ) en/of een bromfiets (merk Piaggo, type N/A met registratienummer [kenteken] ) en/of een mobiele telefoon (merk Huawei, type P10) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed

wist, in ieder geval redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

ten aanzien van parketnummer 05/243509-18

1.

hij op of omstreeks 16 oktober 2018 te Nijmegen,

een goed, te weten een mobiele telefoon (merk Apple met registratienummer [nummer]) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die telefoon wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op of omstreeks 16 oktober 2018 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een scooter met kenteken [kenteken] en/of bijbehorende (led)lampen, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 24] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en die/dat weg te nemen scooter en/of (led)lampen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, zich opzettelijk naar voornoemde scooter heeft begeven met een (kruiskop)schroevendraaier, in elk geval een soortgelijk voorwerp, waarna hij, verdachte, met voornoemde schroevendraaier in de (voor)kap heeft gesleuteld en/of schroeven heeft verwijderd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlasteleggingen kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van parketnummer 05/860819-18

ten aanzien van feit 1

de eendaadse samenloop van

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen ,

en

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van feit 2

de eendaadse samenloop van

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van feit 3

Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

ten aanzien van feit 6

Schuldheling .

ten aanzien van parketnummer 05/243509-18

ten aanzien van feit 1

Opzetheling.

ten aanzien van feit 2

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die zijn strafbaarheid uitsluit.

7a. Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte in verband met de onder parketnummer 05/860819-18 tenlastegelegde feiten 1 tot en met 6 en de onder parketnummer 05/243509-18 tenlastegelegde feiten 1 en 2 wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zijn medewerking moet verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht;

  • -

    meewerkt aan het ITB Harde Kern traject;

  • -

    elektronische controle ondergaat zolang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;

  • -

    zich onder behandeling stelt bij Kairos of een soortgelijke instelling en dat hij in dat kader meewerkt aan urinecontroles zolang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;

  • -

    een contactverbod heeft met de mededaders.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het onder verdachte inbeslaggenomen goed, te weten jas van het merk Parajumpers, verbeurd wordt verklaard en dat de onder verdachte in beslag genomen goederen, te weten diverse rookwaar (op de beslaglijst goednummers 2 tot en met 9), zullen worden teruggegeven aan de rechthebbende [benadeelde partij 16] .

Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen handschoenen van het merk Nike, worden teruggegeven aan verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om een zodanig onvoorwaardelijke straf op te leggen dat rekening wordt gehouden met de tijd die verdachte vast zit waarbij hij een maand in beperkingen heeft doorgebracht. Dit is heel zwaar geweest voor verdachte. Indien de rechtbank hier niet in meegaat, dan wordt verzocht een aanvullende taakstraf op te leggen, zodat verdachte geen schooljaar verliest.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft goed nagedacht over de vraag welke straf en/of maatregel in deze zaak passend is. De rechtbank heeft daarbij rekening gehouden met de aard en de ernst van de feiten die bewezen zijn verklaard, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals van een en ander uit de stukken en bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Hierbij is onder meer gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van 28 mei 2019;

- het advies raadkamerzitting van de Raad voor de Kinderbescherming van 18 december 2018;

- het plan van aanpak van Jeugdbescherming Gelderland van 20 januari 2019;

- het psychologisch rapport opgemaakt door [naam] , GZ-psycholoog, van 12 februari 2019;

- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 26 juni 2019.

De ernst van de feiten

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vijf strafbare feiten.

Ten eerste heeft verdachte samen met drie anderen een gewapende overval gepleegd op de

Jumbo in Groesbeek. Zij droegen alle vier gezichtsbedekkende kleding en waren bewapend met messen en bijlen. Rond sluitingstijd renden zij de winkel binnen en schreeuwden zij naar het aanwezige winkelpersoneel dat de kassa open moest en dat zij geld en sigaretten wilden hebben. Twee winkelmedewerkers en een aanwezige klant werden gedwongen op de grond te gaan liggen. Zij mochten niet bewegen, anders zou hen wat worden aangedaan. Bij de overval is een contant geldbedrag van bijna € 1.600,-- buit gemaakt. Ook zijn er sigaretten, postzegels en koopzegels gestolen. De buit is grotendeels door één of meer daders zelf gepakt en een deel van de sigaretten heeft een winkelmedewerker onder bedreiging in een tas moeten stoppen. Om die reden heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld en aan afpersing.

Ten tweede heeft verdachte samen met twee anderen een gewapende overval gepleegd op de Lidl in Nijmegen. Ook bij deze overval droegen de drie daders gezichtsbedekkende kleding en waren zij bewapend met messen. De vrachtwagenchauffeur die ’s ochtends vroeg bij de supermarkt goederen kwam leveren, werd geconfronteerd met één van de overvallers die hem een mes liet zien en zei dat als hij zou luisteren er niets zou gebeuren en dat ze alleen geld wilden. De vrachtwagenchauffeur en het aanwezige winkelpersoneel werden gedwongen naar het kantoor te gaan en hun armen/handen zijn vervolgens vastgebonden met tie-wraps. Twee medewerkers zijn gedwongen de kluis te openen waarna de overvallers ongeveer € 4.000,-- aan contant geld hebben gestolen. Ook moesten de medewerkers hun telefoon en sleutels afgeven. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld, aan afpersing en aan wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Een gewapende winkeloverval is een zeer ernstig feit. De tijdens de overvallen in de winkel aanwezige slachtoffers zijn geconfronteerd met gewapende en gemaskerde daders en dit heeft op hen een enorme indruk gemaakt. Deze situatie is voor de slachtoffers angstaanjagend geweest en zij wisten niet of de daders hen met de wapens daadwerkelijk wat aan zouden doen. De vrees hiervoor was gezien de dreiging die van de overvallers uit ging reëel. Uit de aangiftes en de schriftelijke slachtofferverklaringen blijkt ook dat de slachtoffers heel bang zijn geweest en dat de overval een grote impact heeft op hun psychische gesteldheid en dagelijks leven. Een deel van de slachtoffers is hiervoor zelfs in therapie gegaan. Verdachte en zijn mededaders lijken zich enkel te hebben laten leiden door hun wens om snel en gemakkelijk aan geld te komen en hebben kennelijk niet nagedacht over de gevolgen van hun handelen en de impact hiervan voor de slachtoffers. Daarnaast veroorzaken winkelovervallen veel schade en overlast bij winkeliers. De overvallen op de Jumbo in Groesbeek en de Lidl in Nijmegen zijn gepleegd in een periode waarin rondom Nijmegen meerdere gewapende supermarktovervallen zijn gepleegd. Dit heeft ook tot veel onrust en gevoelens van angst en onveiligheid geleid in de samenleving. Dit rekent de rechtbank verdachte aan. Verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen, nu hij niets heeft willen verklaren. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit voor de slachtoffers erg onbevredigend is.

Naast de gewapende supermarktovervallen heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal van ledlampen die op een scooter zaten. Daarnaast was verdachte in het bezit van een bromfiets en een mobiele telefoon, terwijl hij moest vermoeden respectievelijk wist dat deze zaken van diefstal afkomstig waren. Dit zijn vervelende vermogensfeiten die hinder en schade veroorzaken voor de rechtmatige eigenaar. Hiermee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan schuld-/opzetheling.

De persoon van verdachte

Verdachte heeft geen relevant strafblad.

Uit het psychologisch rapport volgt dat bij verdachte geen sprake is van een stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Verdachte beschikt over adequate sociale vaardigheden, heeft een positieve blik op de toekomst en ervaart een goede relatie met zijn familie. Verdachte is eerder in aanraking gekomen met politie en justitie en gaat om met delinquente leeftijdsgenoten. Hierbij wordt gezien dat verdachte beïnvloedbaar is en weinig weerstand kan bieden tegen groepsdruk. Er is bij verdachte sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel en hij heeft moeite met het overzien van de gevolgen van zijn gedrag. De ouders van verdachte hebben onvoldoende zicht op hem. De schoolgang van verdachte is gestagneerd en hij heeft geen zinvolle dagbesteding. De kans op recidive wordt ingeschat als matig. Geadviseerd wordt een jeugdreclasseringsmaatregel op te leggen waarbij verdachte als bijzondere voorwaarde aangemeld kan worden bij een forensische polikliniek zoals de Waag voor individuele behandeling en waar mogelijk ook gezinsgesprekken.

Uit het raadsrapport blijkt dat de Raad zich aansluit bij het advies van de psycholoog. De Raad vindt het voor de ontwikkeling van verdachte en het voorkomen van herhaling van belang dat er voldoende sturing en toezicht is op verdachte. Daarnaast is behandeling wenselijk om verdachte te sterken en is een flink voorwaardelijk strafdeel aangewezen om de hulp te waarborgen. Het is belangrijk dat verdachte weer een toekomstperspectief heeft. Elektronisch toezicht wordt nodig geacht en daarvoor is een ITB Harde Kern maatregel nodig. Het advies is om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met bijzondere voorwaarden en jeugdreclasseringstoezicht.

Strafmaatoverweging

In het kader van de strafoplegging overweegt de rechtbank dat het jeugdstrafrecht van toepassing is, omdat verdachte minderjarig was ten tijde van het plegen van de feiten. Dit betekent dat er minder hoge straffen kunnen worden opgelegd aan verdachte dan aan verdachten die ten tijde van het plegen van het strafbare feit volwassen waren. In het jeugdstrafrecht staat, gelet op de jonge leeftijd van minderjarige verdachten en de daarmee gepaard gaande ontwikkeling, het pedagogisch karakter van de vervolging en berechting voorop. Bij het bepalen van de op te leggen straf kijkt de rechtbank onder meer naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd en naar de LOVS-oriëntatiepunten waarbij aansluiting kan worden gezocht.

De rechtbank acht een forse jeugddetentie gelet op de aard en de ernst van het feit passend. Als strafverzwarende omstandigheden houdt de rechtbank rekening met het volgende. Verdachte heeft twee gewapende supermarktovervallen gepleegd. De overvallen zijn door een groep van vier respectievelijk drie daders gepleegd. Zij waren vermomd en hebben messen en bijlen als wapens gebruikt om mee te dreigen. Bij de overval op de Lidl in Nijmegen zijn de slachtoffers zelfs vastgebonden. De uitvoering van het feit wijst erop dat het overvallen van de supermarkt vooraf is georganiseerd en voorbereid door verdachte en zijn mededaders. Verdachte heeft geen spijt betuigd, behalve dat hij in algemene zin heeft gezegd dat hij het heel vervelend vindt voor de slachtoffers. Hiermee heeft hij geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.

Alles afwegend acht de rechtbank een jeugddetentie van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk passend. Hoewel de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie komt de rechtbank tot een hogere straf dan geëist, omdat zij van oordeel is dat voormelde straf gelet op de hiervoor genoemde strafverzwarende omstandigheden gerechtvaardigd is. De proeftijd bedraagt twee jaar en aan het voorwaardelijk strafgedeelte zal de rechtbank de voorwaarden verbinden zoals door de psycholoog en de Raad zijn geadviseerd. De voorwaardelijke jeugddetentie dient als stok achter de deur om herhaling te voorkomen. De rechtbank acht het van belang dat verdachte aan zichzelf gaat werken. Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat hij wil dat dingen anders gaan, maar dat het niet lukt. Verdachte is bereid om mee te werken aan een behandeling en zegt daarvoor gemotiveerd te zijn. Ook heeft verdachte gezegd dat hij een dagritme zou willen hebben. De rechtbank onderschrijft de adviezen. Het jeugdreclasseringstoezicht zoals voorgesteld biedt naar het oordeel van de rechtbank het juiste kader. Omdat het ITB Harde Kern traject en elektronische controle belastend zijn, ook in combinatie met de andere aan verdachte op te leggen voorwaarden, zal de rechtbank de duur hiervan beperken tot maximaal een half jaar. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om aan verdachte een contactverbod met de medeverdachten op te leggen.

Beslag

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals die zijn weergegeven op de beslaglijst onder nummers 2 tot en met 9 (diverse rookwaar), overweegt de rechtbank dat zij niet in staat is een persoon als rechthebbende van die goederen aan te merken en daarom zal zij de bewaring van die voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende(n) bevelen.

Ten aanzien van de in beslag genomen jas van het merk Parajumpers en de handschoenen van het merk Nike, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte bevelen. Niet is komen vast te staan dat deze voorwerpen opbrengst zijn van de strafbare feiten of daarbij zijn gebruikt.

7b. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van alle vorderingen van de benadeelde partijen

De officier van justitie en de verdediging hebben met betrekking tot alle vorderingen van de benadeelde partijen betreffende de gevorderde wettelijke rente, de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vervangende jeugddetentie en de hoofdelijkheid, de volgende standpunten ingenomen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht elk toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Daarnaast heeft hij verzocht dat de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot elk toegewezen bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door vervangende jeugddetentie. Ook heeft hij verzocht elk toegewezen bedrag hoofdelijk aan verdachte op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van alle vorderingen van de benadeelde partijen primair op het standpunt gesteld dat geen schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd. De verdediging heeft daarover aangegeven dat te voorzien is dat de verdachte eventueel toe te wijzen bedragen aan schadevergoeding niet zal kunnen betalen, vanwege de omvang van de vorderingen. De verdediging heeft subsidiair verzocht aan te sluiten bij de LOVS-oriëntatiepunten, in die zin dat voor alle eventueel toe te wijzen bedragen aan schadevergoeding samen maximaal 30 dagen vervangende jeugddetentie mag worden opgelegd.

Algemene overweging van de rechtbank

De rechtbank zal na de bespreking van alle afzonderlijke vorderingen van de benadeelde partijen een overweging wijden aan de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vervangende jeugddetentie en de hoofdelijkheid.

Deze onderdelen van de vorderingen van de benadeelde partijen komen daarom niet terug in de afzonderlijke bespreking van de vorderingen en schadeposten, wat de leesbaarheid ten goede komt. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn doorgenummerd zoals hieronder weergegeven.

Ten aanzien van de overval op de Jumbo Groesbeek (feit 1 van parketnummer 05/860819-18)

1. [benadeelde partij 6]
De benadeelde partij [benadeelde partij 6] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.422,08, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij tot betaling van het bedrag van € 2.636,95 toe te wijzen. De officier van justitie heeft daarbij opgemerkt dat hij de gevorderde schadevergoeding (van

€ 316,--) ten aanzien van de ongeldig gemaakte zegelboekjes onvoldoende onderbouwd vindt en de vordering voor dat deel moet worden afgewezen. Ten aanzien van de gevorderde loonkosten van het personeel (van € 469,13) heeft de officier van justitie aangegeven dat die post ook onvoldoende is onderbouwd, met name nu door werknemers van de Jumbo, die ook een vordering tot schadevergoeding hebben ingediend, gederfd loon wordt gevorderd. De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk te verklaren in dat deel van de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de materiële schade, voor zover voldoende onderbouwd, toe te wijzen.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij [benadeelde partij 6] heeft [getuige 5] gevolmachtigd om namens de Jumbo een vordering tot schadevergoeding in te dienen. Het gevorderde bedrag van € 1.544,60 betreffende het weggenomen contant geld acht de rechtbank voor toewijzing vatbaar. Op basis van de bijgevoegde kasopmaak rapportages van een dag na de overval is deze schadepost naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd. Hieruit volgt het verschil in contant geld van de verschillende kassa’s, welk verschil bij elkaar opgeteld past bij het gevorderde bedrag.

Ook het gevorderde bedrag van € 1.043,50 betreffende de weggenomen tabak acht de rechtbank op basis van het bijgevoegde overzicht voldoende onderbouwd en dus voor toewijzing vatbaar.

Met betrekking tot de gevorderde bedragen betreffende de (ongeldig gemaakte) zegelboekjes, geldbakjes en loonkosten van het personeel is de rechtbank van oordeel dat deze posten onvoldoende zijn onderbouwd. Het is de rechtbank niet duidelijk waaruit de gestelde schade ten aanzien van deze zaken bestaat. Ten aanzien van de zegelboekjes en geldbakjes ontbreekt een (nadere) onderbouwing. Bovendien blijkt uit de aangifte dat de geldigheid van de zegelboekjes was verlopen. Met betrekking tot de loonkosten is enkel een overzicht bijgevoegd met personeelsnummers, uren en kosten. Zonder nadere toelichting kan de rechtbank hieruit niet afleiden of er extra loonkosten zijn gemaakt en wat die extra loonkosten als gevolg van de overval dan zijn. Bovendien strookt dit niet met het gegeven dat meerdere medewerkers van de Jumbo die bij de overval aanwezig waren juist gederfde loonkosten hebben gevorderd omdat zij na de overval minder hebben gewerkt. Ten aanzien van dit deel van de vordering (waar het voormelde drie posten betreft) zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een totaalbedrag van € 2.588,10 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018.
Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering en kan de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

2. [aangever 8]
De benadeelde partij [aangever 8] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.211,04, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gestelde kleinere materiële schade en de gevorderde immateriële schade, voor zover onderbouwd, kan worden toegewezen.

De beoordeling door de rechtbank
Materiële schade
De gevorderde telefoonkosten van € 25,-- zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist. Dit bedrag acht de rechtbank dan ook toewijsbaar.
Ten aanzien van het gevorderde bedrag wegens inkomstenderving is de rechtbank van oordeel dat de vordering op dit punt onvoldoende is onderbouwd. Er zijn enkel twee salarisspecificaties bijgevoegd over de weken 37-40 en de weken 45-48 in 2018. Een salarisspecificatie over de tussenliggende weken ontbreekt. Op basis van deze twee loonstroken kan de rechtbank niet vaststellen in welke mate het gemiddelde salaris dat de benadeelde partij voor de overval verdiende, is gewijzigd ten opzichte van de periode na de overval. Om die reden zal de benadeelde partij in dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Immateriële schade
Met betrekking tot het gevorderde bedrag van € 2.500,-- wegens immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. De benadeelde partij is slachtoffer geworden van een gewapende overval. Terwijl hij aan het werk was, werd hij geconfronteerd met gemaskerde overvallers met messen en bijlen en werd hij gesommeerd om samen met twee andere slachtoffers op de grond te gaan liggen. Dit heeft grote gevoelens van angst veroorzaakt bij de benadeelde partij. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Het gevorderde bedrag acht de rechtbank onder deze omstandigheden redelijk en zal daarom worden toegewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een totaalbedrag van € 2.525,-- schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018.
Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering en kan de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

3. [aangever 9]
De benadeelde partij [aangever 9] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.536,71, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen. Met betrekking tot het gevorderde bedrag wegens het niet kunnen sporten heeft de officier van justitie opgemerkt dat hij zich kan voorstellen dat het moeilijk is om een causaal verband aan te nemen tussen het niet sporten en het strafbare feit. Op dit punt heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gestelde kleinere materiële schade en de gevorderde immateriële schade, voor zover onderbouwd, kan worden toegewezen.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade
De gevorderde telefoonkosten van € 25,-- en reiskosten van € 14,30 zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist. Dit bedrag acht de rechtbank dan ook toewijsbaar.
Ten aanzien van het gevorderde bedrag wegens inkomstenderving is de rechtbank van oordeel dat de vordering op dit punt onvoldoende is onderbouwd. Er zijn salarisspecificaties bijgevoegd over de weken 29-32, 41-44 en 49-52 in 2018 en de weken 1-4 in 2019. Een salarisspecificatie over de tussenliggende weken 33-40 in 2018 ontbreekt. Op basis van deze loonstroken kan de rechtbank niet vaststellen in welke mate het gemiddelde salaris dat de benadeelde partij voor de overval verdiende is gewijzigd ten opzichte van de periode na de overval. Om die reden zal de benadeelde partij in dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit geldt ook voor de gevorderde bedragen wegens het niet gebruik kunnen maken van het sportschoolabonnement en het voetballidmaatschap. Deze posten acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Uit de bijgevoegde stukken blijkt niet dat de benadeelde partij minder of niet heeft gesport en evenmin of er tussen zijn sportgedrag en het strafbare feiten een causaal verband bestaat.


Immateriële schade

Met betrekking tot het gevorderde bedrag van € 2.800,-- wegens immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. De benadeelde partij is slachtoffer geworden van een gewapende overval. Terwijl hij aan het werk was, werd hij geconfronteerd met gemaskerde overvallers met messen en bijlen. Dit heeft grote gevoelens van angst veroorzaakt bij de benadeelde partij. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De benadeelde partij heeft € 300,-- meer gevorderd aan immateriële schadevergoeding dan zijn mede slachtoffers. Hiertoe is aangevoerd dat er tijdens de overval een bijl op zijn hals is gehouden om hem te dwingen een kassa te openen. Vanwege dit ingrijpende aspect is de benadeelde partij van mening dat een hoger bedrag betreffende immateriële schadevergoeding gerechtvaardigd is. De rechtbank is echter van oordeel dat niet is onderbouwd dat de benadeelde partij meer psychische schade heeft geleden dan de andere slachtoffers. De rechtbank acht onder deze omstandigheden hetzelfde bedrag van € 2.500,-- redelijk en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een totaalbedrag van € 2.539,30 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018.
Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering en kan de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

4. [aangever 7]
De benadeelde partij [aangever 7] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 23.705,78, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij tot betaling van het bedrag van € 2.830,78 toe te wijzen. Ten aanzien van de gevorderde schade van € 20.875,-- vanwege opgelopen studievertraging, heeft de officier van justitie aangegeven dat het causale verband met het strafbare feit wat hem betreft niet zonder meer vast staat. Indien de rechtbank tot een causaal verband komt dan wordt verzocht het bedrag te matigen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gestelde kleinere materiële schade en de gevorderde immateriële schade, voor zover onderbouwd, kan worden toegewezen.

Ten aanzien van het gevorderde bedrag wegens studievertraging heeft de verdediging opgemerkt dat voorstelbaar is dat slechts een deel van dit bedrag, bij wijze van voorschot, toegewezen wordt.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade
De gevorderde telefoonkosten van € 25,-- en reiskosten van € 26,52 zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist. Dit bedrag acht de rechtbank dan ook toewijsbaar. Ten aanzien van het gevorderde bedrag wegens inkomstenderving is de rechtbank van oordeel dat de vordering op dit punt onvoldoende is onderbouwd. Er zijn slechts twee salarisspecificaties bijgevoegd over de weken 41-44 in 2018 en de weken 9-12 in 2019. Een salarisspecificatie over de tussenliggende weken ontbreekt. Op basis hiervan kan de rechtbank geen patroon vaststellen betreffende het gemiddelde salaris dat de benadeelde partij voor de overval verdiende en in welke mate dit anders is geworden na de overval. Om die reden zal de benadeelde partij in dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Ten aanzien van het gevorderde bedrag van € 20.875,-- wegens studievertraging overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij heeft de vordering onderbouwd met een brief van de HAN van 15 februari 2019. De studieloopbaanbegeleider schrijft daarin dat de overval een negatieve impact heeft (gehad) op het studiesucces en de studievoortgang van de benadeelde partij. Hij is zijn studie goed begonnen, maar hij heeft een voorlopig negatief studieadvies ontvangen voor de studie bedrijfskunde omdat hij niet aan de gestelde norm voor het benodigde aantal studiepunten voldoet. Verder volgt uit een bijgevoegde brief van Indigo van 6 februari 2019 dat de benadeelde partij daar van 19 december 2018 tot en met 6 februari 2019 onder behandeling is geweest. Deze behandeling (bestaande uit psycho-educatie en EMDR-therapie) gericht op PTSS is inmiddels afgerond. De psycholoog schrijft dat de benadeelde partij last had van flashbacks, nachtmerries, weinig energie en concentratieproblemen. Daarnaast was hij erg schrikachtig en was er bij hem sprake van veel boosheid naar de daders. Hoewel de rechtbank zich kan indenken dat de overval een grote impact heeft gehad op het welzijn van de benadeelde partij en op zijn dagelijks leven, acht de rechtbank de vordering ten aanzien van de gestelde studievertraging onvoldoende onderbouwd. Op basis van de informatie van de psycholoog en de HAN is het voor de rechtbank onvoldoende duidelijk of er een causaal verband bestaat tussen de opgelopen studievertraging en de overval. De beoordeling van de vraag of de benadeelde partij, als direct gevolg van het strafbare feit, later op de arbeidsmarkt actief zal zijn, acht de rechtbank in het kader van deze zaak te ingewikkeld en levert een onevenredige belasting op voor het strafproces. De benadeelde partij zal in dit gedeelte van de vordering daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Met betrekking tot het gevorderde bedrag van € 2.500,-- wegens immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. De benadeelde partij is slachtoffer geworden van een gewapende overval. Terwijl hij aan het werk was, werd hij geconfronteerd met gemaskerde overvallers met messen en bijlen en werd hij gesommeerd op de grond te gaan liggen. Dit heeft grote gevoelens van angst veroorzaakt bij de benadeelde partij. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank acht onder deze omstandigheden het gevorderde bedrag redelijk en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een totaalbedrag van € 2.551,52 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018.
Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering en kan hij zijn vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

5. [aangever 10]
De benadeelde partij [aangever 10] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.409,40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gestelde kleinere materiële schade en de gevorderde immateriële schade, voor zover onderbouwd, kan worden toegewezen.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade
De gevorderde telefoonkosten van € 25,-- en reis- en parkeerkosten van € 32,18 zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist. Dit bedrag acht de rechtbank dan ook toewijsbaar. Het gevorderde bedrag van € 384,-- betreffende medische kosten acht de rechtbank eveneens voor toewijzing vatbaar. Dit bedrag betreft het eigen risico dat de benadeelde partij moet betalen voor haar zorgkosten. Uit een bijgevoegde verwijsbrief volgt dat de benadeelde partij is doorverwezen naar de basis geestelijke gezondheidszorg vanwege een vermoeden psychische stoornis (PTSS). Uit een brief van [psychologenpraktijk] van 18 juni 2019 blijkt dat er drie afspraken zijn ingepland bij een psycholoog waarvoor een tarief van € 406,10 geldt. Deze behandeling wordt vergoed, met uitzondering van de bijdrage voor het eigen risico. Het gevorderde bedrag komt de rechtbank niet onredelijk voor en de verdediging heeft hierop geen verweer gevoerd. De rechtbank zal de vordering op dit punt daarom toewijzen.
Verder vordert de benadeelde partij een bedrag van € 384,57 wegens inkomstenderving. Ter onderbouwing hiervan zijn drie salarisspecificaties bijgevoegd van de weken 41-44, 45-48 en 49-52 in 2018. Dit zijn achtereenvolgende weken, waarbij de overval in week 45 heeft plaatsgevonden. Om het gemiddelde salaris te bepalen neemt de rechtbank het gemiddelde van de loonstrook met betrekking tot de weken 41-44 (€ 477,40) en de loonstrook met betrekking tot de weken 49-52 (€ 391,42). Het gemiddelde maandsalaris bedraagt dan € 434,41. In de weken 45-48 heeft de benadeelde partij € 178,81 verdiend. Het verschil (€ 434,41 minus € 178,81) tussen die bedragen is € 255,60. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in dit gedeelte van de vordering.

De gestelde schade wegens het niet gebruik kunnen maken van het sportschoolabonnement en het voetballidmaatschap acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Uit de bijgevoegde stukken blijkt niet dat de benadeelde partij minder of niet heeft gesport als gevolg van de overval en evenmin of er tussen haar sportgedrag en het strafbare feit een causaal verband bestaat. In dit gedeelte van de vordering zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Immateriële schadevergoeding
Met betrekking tot het gevorderde bedrag van € 2.500,-- wegens immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. De benadeelde partij is slachtoffer geworden van een gewapende overval. Terwijl zij aan het werk was, werd zij geconfronteerd met gemaskerde overvallers met messen en bijlen en moest zij onder bedreiging daarvan kassalades openmaken. Dit heeft grote gevoelens van angst veroorzaakt bij de benadeelde partij. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Het gevorderde bedrag acht de rechtbank onder deze omstandigheden redelijk en zal daarom worden toegewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een totaalbedrag van € 3.196,78 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018.
Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering en kan hij zijn vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Ten aanzien van de overval op de Lidl in Nijmegen (feiten 2 en 3 van parketnummer 05/860819-18)

6. [aangever 12]

De benadeelde partij [aangever 12] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.235,40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gestelde kleinere materiële schade en gevorderde immateriële schadevergoeding voor zover onderbouwd kan worden toegewezen.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) en de reis- en parkeerkosten (van in totaal € 10,40) zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist, zodat die posten zullen worden toegewezen.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met anderen een overval gepleegd op de Lidl. Daarbij is de benadeelde partij met een mes bedreigd. Ook zijn de handen van de benadeelde partij vastgebonden met tie-wraps en is zij van haar vrijheid beroofd. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 3.200,-- toewijzen. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit het gevorderde bedrag van € 3.235,40. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018.

7. [aangever 13]

De benadeelde partij [aangever 13] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.603,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gestelde kleinere materiële schade en gevorderde immateriële schadevergoeding voor zover onderbouwd kan worden toegewezen.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist, zodat die post zal worden toegewezen. Daarnaast is de gevorderde vergoeding van de tijdens de overval op de grond gevallen telefoon voldoende onderbouwd. Dat de telefoon van de benadeelde partij [aangever 13] op de grond is gevallen en schade daaraan dus rechtstreeks door de bewezenverklaarde feiten is ontstaan, blijkt uit meerdere verklaringen van aangevers (ZD04, p. 66 en p. 76).

Zowel de behuizing als het scherm van de telefoon waren beschadigd. De kosten om dit te herstellen zijn begroot op € 378,--, zodat ook die post wordt toegewezen.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met anderen een overval gepleegd op de Lidl. Daarbij is de benadeelde partij met een mes bedreigd. Ook zijn de handen van de benadeelde partij vastgebonden met tie-wraps en is hij van zijn vrijheid beroofd. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 3.200,-- toewijzen. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit het gevorderde bedrag van € 3.603,--. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018.

8. [aangever 14]

De benadeelde partij [aangever 14] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.225,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gestelde kleinere materiële schade en gevorderde immateriële schadevergoeding voor zover onderbouwd kan worden toegewezen.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) en zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist, zodat die post zal worden toegewezen.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met anderen een overval gepleegd op de Lidl. Daarbij is de benadeelde partij met een mes bedreigd. Ook zijn de handen van de benadeelde partij vastgebonden met tie-wraps en is zij van haar vrijheid beroofd. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 3.200,-- toewijzen. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit het gevorderde bedrag van € 3.225,--. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018.

9. [aangever 15]

De benadeelde partij [aangever 15] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.266,43, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gestelde kleinere materiële schade en gevorderde immateriële schadevergoeding voor zover onderbouwd kan worden toegewezen.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) en een deel van de reiskosten (van in totaal € 38,22) zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist, zodat die posten zullen worden toegewezen. De rechtbank heeft een bedrag van € 3,12 van de gevorderde reiskosten afgetrokken omdat niet blijkt dat de benadeelde partij op 11 december 2018 zijn DNA-materiaal heeft moeten afstaan. Uit het dossier is namelijk op te maken dat dit na het doen van aangifte op 29 november 2018 is gebeurd (ZD04, p. 544), zodat voor de rechtbank vast staat dat de benadeelde partij slechts één keer naar het politiebureau is gereisd.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met anderen een overval gepleegd op de Lidl. Daarbij is de benadeelde partij met een mes bedreigd. Ook zijn de handen van de benadeelde partij vastgebonden met tie-wraps en is hij van zijn vrijheid beroofd. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 3.200,-- toewijzen. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit het bedrag van € 3.263,22. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

10. [aangever 11]

De benadeelde partij [aangever 11] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.299,96, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gestelde kleinere materiële schade en gevorderde immateriële schadevergoeding voor zover onderbouwd kan worden toegewezen.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) en de reis- en parkeerkosten (van in totaal € 48,51) zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist, zodat die posten zullen worden toegewezen. De gevorderde schadevergoeding (van € 26,95) voor de aanschaf van een brace wegens polsklachten zijn naar het oordeel van de rechtbank ook voldoende onderbouwd, nu gesteld is dat die schade is geleden en dat niet betwist wordt.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met anderen een overval gepleegd op de Lidl. Daarbij is de benadeelde partij met een mes bedreigd. Ook zijn de handen van de benadeelde partij vastgebonden met tie-wraps en is zij van haar vrijheid beroofd. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 3.200,-- toewijzen. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit het gevorderde bedrag van € 3.299,96. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018.

Ten aanzien van de overval op de Jan Linders in Lent (feiten 4 en 5 van parketnummer 05/860819-18)

11. [benadeelde partij 16]

De benadeelde partij [benadeelde partij 16] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 4 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 37.083,08, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij tot betaling van het bedrag van € 37.083,08 toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 16] onvoldoende helder en te gecompliceerd is. De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij om die redenen niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het onder feit 4 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

12. [aangever 17]

De benadeelde partij [aangever 17] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde immateriële schadevergoeding, voor zover onderbouwd, toegewezen kan worden.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

13. [aangever 17]

De benadeelde partij [aangever 17] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde immateriële schadevergoeding, voor zover onderbouwd, toegewezen kan worden.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

14. [aangever 19]

De benadeelde partij [aangever 19] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde immateriële schadevergoeding, voor zover onderbouwd, toegewezen kan worden.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

15. [aangever 20]

De benadeelde partij [aangever 20] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.075,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële en de immateriële schadevergoeding, voor zover onderbouwd, toegewezen kan worden.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

16. [aangever 21]

De benadeelde partij [aangever 21] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.014,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële en de immateriële schadevergoeding, voor zover onderbouwd, toegewezen kan worden.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

17. [aangever 22]

De benadeelde partij [aangever 22] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde immateriële schadevergoeding, voor zover onderbouwd, toegewezen kan worden.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

18. [aangever 23]

De benadeelde partij [aangever 23] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 4.025,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële en de immateriële schadevergoeding, voor zover onderbouwd, toegewezen kan worden.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 4 en 5 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Ten aanzien van parketnummer 05/243509-18 – feit 1

19. [aangever 27]

De benadeelde partij [aangever 27] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 97,30, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de vordering van de benadeelde partij, voor zover die onderbouwd is, voor toewijzing vatbaar is.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de door de benadeelde partij [aangever 27] geleden schade in onvoldoende rechtstreeks verband staat met het strafbare feit om voor vergoeding in aanmerking te komen. Om die reden zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren.

Ten aanzien van de toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen

Zoals eerder aangegeven zal de rechtbank in dit stadium ingaan op de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vervangende jeugddetentie en de hoofdelijkheid.

Afsluitende overweging van de rechtbank

Allereerst overweegt de rechtbank dat de toegewezen bedragen aan schadevergoeding hoofdelijk aan verdachte zullen worden opgelegd. Dit betekent dat verdachte niet meer tot vergoeding is gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan. Verdachte heeft samen met zijn mededaders de ‘verantwoordelijkheid’ genomen om dergelijk ernstige overvallen te plegen. Dat hebben zij samen gedaan, dus zullen zij die schade ook samen moeten terugbetalen. De rechtbank vindt dat er zoveel mogelijk waarborgen voor betaling moeten zijn, zodat de slachtoffers van deze overvallen de hen toekomende schadevergoeding krijgen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de gevorderde schade niet hoofdelijk op te leggen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte een groot bedrag aan schadevergoeding zal moeten betalen. In totaal worden immers tien vorderingen van benadeelde partijen (geheel of gedeeltelijk) toegewezen. Om te bevorderen dat de schade door verdachte (telkens) wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag (en niet op de wettelijke rente). Anders dan de verdediging heeft betoogd, ziet de rechtbank dus geen goede reden om in dit geval af te zien van de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Verder zal de rechtbank de vervangende jeugddetentie voor alle toegewezen vorderingen opleggen en samen bepalen op 30 dagen. De rechtbank heeft daarbij gelet op de landelijke oriëntatiepunten (van het LOVS). Daarnaast overweegt de rechtbank dat verdachte een leeftijd heeft waarop hij kan werken en geld kan verdienen. Voor elke toegewezen vordering zal de rechtbank daarom bepalen dat drie dagen vervangende jeugddetentie kunnen worden toegepast, zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 282, 311, 312, 317, 416 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05/860819-18 tenlastegelegde feiten onder 4 en 5;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van 18 (achttien) maanden;

bepaalt dat van deze jeugddetentie 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

 stelt de proeftijd vast op twee jaren onder de algemene voorwaarde dat veroordeelde:

o zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 en onder de voorwaarden dat veroordeelde:

o ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

o zijn medewerking zal verlenen aan het door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, afdeling jeugdreclassering, te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 en onder de bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

- zich gedurende een door Jeugdbescherming Gelderland, afdeling jeugdreclassering, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op de door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- begeleiding door de jeugdreclassering aanvaardt in het kader van ITB Harde Kern, voor zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, maar voor de duur van maximaal een half jaar;

- zich ter controle en toezicht onder elektronisch toezicht zal stellen van de jeugdreclassering ter nakoming van de vermelde bijzondere voorwaarden, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, maar voor de duur van maximaal een half jaar;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Kairos of een soortgelijke instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, ook als dit inhoudt dat hij meewerkt aan urinecontroles, zolang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;

 geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, afdeling jeugdreclassering, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde (bijzondere) voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 77aa, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);

beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van het beslag

beveelt de teruggave van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan degene bij wie die voorwerpen in beslag zijn genomen, te weten aan veroordeelde:

  • -

    een jas van het merk Parajumpers Usaf 210;

  • -

    twee stuks handschoenen van het merk Nike, zwart van kleur.

beveelt de bewaring van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende(n), te weten:

  • -

    4 sloffen sigaretten, kleur rood, merk Marlboro;

  • -

    1 slof sigaretten met 8 pakjes, merk Marlboro;

  • -

    2 sloffen van 8 pakjes sigaretten, kleur rood, merk Marlboro;

  • -

    1 slof sigaretten met 8 pakjes, merk Marlboro;

  • -

    1 slof sigaretten met 10 pakjes, kleur wit, merk Marlboro;

  • -

    5 losse pakjes sigaretten, kleur wit, merk Marlboro;

  • -

    10 losse pakjes sigaretten, kleur wit, merk Marlboro.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] (parketnummer 05/860819-18- feit 1)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde partij 6], van een bedrag van € 2.588,10 (tweeduizend vijfhonderdachtentachtig euro en tien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

- bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 6], een bedrag te betalen van € 2.588,10 (tweeduizend vijfhonderdachtentachtig euro en tien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 8] (parketnummer 05/860819-18- feit 1)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 8], van een bedrag van € 2.525,-- (tweeduizend vijfhonderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

- bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 8], een bedrag te betalen van € 2.525,-- (tweeduizend vijfhonderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 9] (parketnummer 05/860819-18- feit 1)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 9], van een bedrag van € 2.539,30 (tweeduizend vijfhonderdnegenendertig euro en dertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

- bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 9], een bedrag te betalen van € 2.539,30 (tweeduizend vijfhonderdnegenendertig euro en dertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 7] (parketnummer 05/860819-18- feit 1)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 7], van een bedrag van € 2.551,52 (tweeduizend vijfhonderdeenenvijftig euro en tweeënvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

- bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 7], een bedrag te betalen van € 2.551,52 (tweeduizend vijfhonderdeenenvijftig euro en tweeënvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 10] (parketnummer 05/860819-18- feit 1)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 10], van een bedrag van € 3.196,78 (drieduizend honderdzesennegentig euro en achtenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

- bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 10], een bedrag te betalen van € 3.196,78 (drieduizend honderdzesennegentig euro en achtenzeventig cent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 12] (feiten 2 en 3 van parketnummer 05/860819-18)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 12], van een bedrag van € 3.235,40 (drieduizendtweehonderdvijfendertig euro en veertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 12], een bedrag te betalen van € 3.235,40 (drieduizendtweehonderdvijfendertig euro en veertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 13] (feiten 2 en 3 van parketnummer 05/860819-18)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 13], van een bedrag van € 3.603,-- (drieduizendzeshonderddrie euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 13], een bedrag te betalen van € 3.603,-- (drieduizendzeshonderddrie euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 14] (feiten 2 en 3 van parketnummer 05/860819-18)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 14], van een bedrag van € 3.225,-- (drieduizendtweehonderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 14], een bedrag te betalen van € 3.225,-- (drieduizendtweehonderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 15] (feiten 2 en 3 van parketnummer 05/860819-18)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 15], van een bedrag van € 3.263,22 (drieduizend tweehonderddrieënzestig euro en tweeëntwintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 15], een bedrag te betalen van € 3.263,22 (drieduizend tweehonderddrieënzestig euro en tweeëntwintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 11] (feiten 2 en 3 van parketnummer 05/860819-18)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 11], van een bedrag van € 3.299,96 (drieduizendtweehonderdnegenennegentig euro en zesennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 11], een bedrag te betalen van € 3.299,96 (drieduizendtweehonderdnegenennegentig euro en zesennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 16] , [aangever 17] , [aangever 17] , [aangever 19] , [aangever 20] , [aangever 21] , [aangever 22] , [aangever 23] (parketnummer 05/860819-18 – feiten 4 en 5)

verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 27] (parketnummer 05/243509-18 – feit 1)

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Zuil, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. J.T. van Belzen en mr. M.C. Gerritsen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Bongers en
mr. C.D.G. van IJzendoorn, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 juli 2019.

mr. M.C. Gerritsen is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

1 In de voetnoten wordt als volgt verwezen naar de vindplaatsen van de bewijsmiddelen in het dossier: ALG is het Algemeen Dossier, PD is het persoonsdossier en ZD is het zaaksdossier. Bij de bespreking van de afzonderlijk ten laste gelegde feiten zal de rechtbank de exacte vindplaats van de bewijsmiddelen, onder vermelding van de dossiernummers, weergeven.

2 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , ZD04, p. 367.

3 Proces-verbaal van bevindingen, ZD04, p. 555-556.

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , ZD04, p. 447-449.

5 Proces-verbaal van bevindingen, ZD04, p. 557.

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , ZD03, p. 406.

7 Proces-verbaal van bevindingen, PD02, p. 134.

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] , ZD03, p. 398.

9 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost- Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 2019119763, onderzoeksnummer ON5R018101 (onderzoek Salou), gesloten op 21 maart 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

10 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , ZD03, p. 32-33; proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] , ZD03, p. 35; proces-verbaal uitkijken videobeelden, ZD03, p. 61-63.

11 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , ZD03, p. 32; proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 10] , ZD03, p. 38; proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 9] , ZD03, p. 47; proces-verbaal van verhoor getuige [klant] , ZD03, p. 49; proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 8] , ZD03, p. 54.

12 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , ZD03, p. 43; proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 10] , ZD03, p. 38-39; proces-verbaal van verhoor getuige [klant] , ZD03, p. 49.

13 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , ZD03, p. 43; proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 9] , ZD03, p. 47.

14 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] , ZD03, p. 34.

15 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 10] , ZD03, p. 39.

16 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , ZD03, p. 32-33; proces-verbaal van verhoor getuige [klant] , ZD03, p. 49-50; proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 8] , ZD03, p. 55.

17 Proces-verbaal van aangifte van [getuige 5] namens Jumbo Groesbeek, ZD03, p. 29.

18 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 10] , ZD03, p. 38-39; proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , ZD03, p. 44.

19 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] , ZD03, p. 35; het proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , ZD03, p. 44.

20 Proces-verbaal van bevindingen, ZD03, p. 116.

21 Proces-verbaal sporenonderzoek, ZD03, p. 191-192.

22 Proces-verbaal van getuigenverklaring van [getuige 5] , ZD03, p. 257; 263; 268.

23 Proces-verbaal van bevindingen, ZD03, p. 91-96.

24 Proces-verbaal van bevindingen, ZD03, p. 113; proces-verbaal van bevindingen, ZD03, p. 119.

25 Proces-verbaal sporenonderzoek, ZD03, p. 192-193.

26 NFI-rapport van 28 december 2018, ZD03, p. 243.

27 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 192-193.

28 NFI-rapport van 7 december 2018, ZD03, p. 235-236.

29 Proces-verbaal sporenonderzoek, ZD03, p. 193.

30 NFI-rapport van 11 februari 2019, ZD03, p. 227-229.

31 Proces-verbaal sporenonderzoek, ZD03, p. 193.

32 NFI-rapport, ZD03, p. 227-228.

33 Proces-verbaal sporenonderzoek, ZD03, p. 251; proces-verbaal onderzoek pannenzegel Jumbo, ZD03, p. 277.

34 Proces-verbaal onderzoek pannenzegel Jumbo, ZD03, p. 277.

35 Proces-verbaal van bevindingen binnentreden en doorzoeking in woning, ALG, p. 183-184.

36 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen Jumbo spaarzegel, ZD03, p. 282-283.

37 Proces-verbaal beelden Breng, ZD03, p. 127.

38 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] , PD04, p. 57-58.

39 Proces-verbaal beelden Breng, ZD03, p. 127; 129; 135.

40 Rapport, ZD03, p. 355-356.

41 Rapport, ZD03, p. 349-350.

42 Rapport, ZD03, p. 350.

43 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] , ZD03, p. 359.

44 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] , ZD03, p. 359-360.

45 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost- Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 2019119763, onderzoeksnummer ON5R018106 (onderzoek Wyler), gesloten op 26 maart 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld.

46 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 12] , ZD04, p. 56-58; proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , ZD04, p. 64-68; proces-verbaal van aangifte van [aangever 15] , ZD04, p. 70-72; proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] , ZD04, p. 74-76; proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , ZD04, p. 78-80.

47 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 15] , ZD04, p. 70-71.

48 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , p. 78-79.

49 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] , ZD04, p. 75.

50 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , ZD04, p. 78-80; proces-verbaal van aangifte van [aangever 15] , ZD04, p. 70-71.

51 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 12] , ZD04, p. 57.

52 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , ZD04, p. 79.

53 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 12] , ZD04, p. 57; proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , ZD04, p. 66-67.

54 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] , ZD04, p. 76.

55 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 15] , ZD04, p. 72.

56 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , ZD04, p. 67.

57 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , ZD04, p. 79; proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , ZD04, p. 66.

58 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [aangever 11] , ZD04, p. 98-99.

59 Proces-verbaal van bevindingen geldrollen, ZD04, p. 276-277.

60 Proces-verbaal van bevindingen, ZD04, p. 264.

61 Proces-verbaal beelden [cafetaria] , ZD04, p. 291-303.

62 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] , PD04, p. 49.

63 Proces-verbaal van aanhouding van [medeverdachte 3] , PD04, p. 10-12.

64 Proces-verbaal bevindingen geldrollen, ZD04, p. 277-286.

65 Proces-verbaal van bevindingen, ZD04, p. 435-436.

66 Proces-verbaal van bevindingen foto groep Kelfkensbos, ZD04, p. 392 en 397.

67 Proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar, ZD04, p. 426-434.

68 Proces-verbaal van bevindingen, ZD04, p. 472-473.

69 Proces-verbaal van bevindingen foto groep Kelfkensbos, ZD04, p. 392 en 395.

70 Proces-verbaal van bevindingen, ZD04, p. 477.

71 Rapport telecomanalyse, ZD04, p. 572.

72 Rapportage telecommunicatie [medeverdachte 4] , overval Wyler, ZD04, p. 586-588.

73 Rapportage telecommunicatie [verdachte] , overval Wyler, ZD04, p. 591.

74 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [aangever 11] , ZD04, p. 66.

75 Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever 13] , ZD04, p. 79.

76 Rapportage telecommunicatie [medeverdachte 4] , overval Wyler, ZD04, p. 587.

77 Rapportage telecommunicatie [verdachte] , overval Wyler, ZD04, p. 592.

78 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 7] , ZD04-476-A, p. 1-3.

79 Rapport, ZD04, p. 506.

80 Het proces-verbaal getuigenverhoor van getuige [getuige 7] , dat volgens het proces-verbaal bevindingen van het kabinet rechter-commissaris heeft plaatsgevonden op 12 juni 2019, p. 5.

81 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 25] , ZD06, p. 12-13.

82 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, ALG, p. 115-116 en 118-119; proces-verbaal van bevindingen, ZD06, p. 6-7; proces-verbaal van bevindingen, ZD06, p. 14.

83 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 juli 2019.

84 Proces-verbaal van bevindingen, ZD06, p. 7.

85 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018545134, gesloten op 10 januari 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

86 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 juli 2019.

87 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 27] , p. 18-19.

88 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 juli 2019.