Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:3403

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-07-2019
Datum publicatie
26-07-2019
Zaaknummer
05/881820-18; 05/243502-18
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2020:6778, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 17-jarige jongen voor drie gewapende supermarktovervallen en een wederrechtelijke vrijheidsberoving, waarbij supermarktmedewerkers bedreigd zijn met messen en bijlen. Hij wordt vrijgesproken van een vierde overval omdat de rechtbank vindt dat er voor die overval onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Bij de eerste overval zijn de medewerkers bedreigd met een bijl en een mes en is een medewerker in zijn rug geprikt. De buit is bij de supermarkt achtergebleven toen de daders werden overlopen door de politie.

Bij de tweede overval is een contant geldbedrag van bijna € 1.600,-- buit gemaakt. Ook zijn er sigaretten, postzegels en koopzegels gestolen. Bij de derde overval is een groot geldbedrag gestolen. De overvallen zijn gepleegd in een periode waarin rond Nijmegen meerdere gewapende supermarktovervallen zijn gepleegd. Dit heeft tot veel onrust en gevoelens van angst en onveiligheid geleid in de samenleving.

De rechtbank legt hiervoor aan de jongen een jeugddetentie op die gelijk is aan het voorarrest. Daarnaast legt de rechtbank de (onvoorwaardelijke) PIJ-maatregel op. Daarnaast moet hij schadevergoeding betalen aan de slachtoffers.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77a
Wetboek van Strafrecht 282
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 317
Opiumwet 2
Opiumwet 3
Opiumwet 10
Opiumwet 11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/881820-18;

05/243502-18 (gev. ttz).

Datum uitspraak : 26 juli 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboortedatum] , wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd te RIJ Den Hey-Acker te Breda.

Raadsvrouw: mr. J.E. Kremer, advocaat te Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen achter gesloten deuren van 19 maart 2019, 17 april 2019, 1 juli 2019, 2 juli 2019 en 18 juli 2019.

1 De inhoud van de tenlasteleggingen

Aan verdachte is na een door de rechtbank toegestane vordering nadere omschrijving tenlastelegging in de zaak met parketnummer 05/881820-18, ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/881820-18

1. overval op de Jumbo gelegen aan de Malvert in Nijmegen)

hij op of omstreeks 12 oktober 2018, in de gemeente Nijmegen,
in een supermarkt genaamd Jumbo Malvert, gelegen aan de Malvert 7023,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een grote hoeveelheid pakjes shag en/of sigaretten en/of meerdere postpakketjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo supermarkt en/of een mobiele telefoon geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of een mobiele telefoon geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een grote hoeveelheid pakjes shag en/of sigaretten en/of meerdere postpakketjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo supermarkt en/of een mobiele telefoon geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of een mobiele telefoon geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij

verdachte en/of zijn mededader(s),
- voorzien van mes(sen) en/of (een) bijl)en), in ieder geval dergelijke scherpe steek- en/of slagvoorwerpen en/of handschoenen en/of bivakmutsen, in ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde supermarkt is/zijn gegaan en/of
- aan de achterzijde van die supermarkt die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] heeft/hebben benaderd en/of een mes en/of een bijl in de richting van die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] heeft/hebben getoond/gehouden en/of heeft/hebben gezegd: "Dit is een overval. Waar is de kluis?" en/of "Opstaan en meelopen!"., in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] heeft/hebben gedwongen de winkel binnen te lopen en/of
- de telefoons van die [aangever 1] en/of [aangever 2] uit hun handen heeft/hebben getrokken/gerukt en/of
- die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] constant met een mes en/of een bijl heeft/hebben bedreigd en/of heeft/hebben gedwongen naar het kantoor te lopen en/of
- tegen die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] heeft/hebben gezegd dat ze sigaretten wilden hebben en dat zij de postpakketten in tassen moesten doen en/of
- die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] onder bedreiging van een mes en een bijl heeft/hebben gedwongen naar een uitgang te lopen en/of
- die [aangever 2] hierbij met een mes in de rug heeft/hebben geprikt;

2. ( overval op de Jumbo gelegen aan De Meent in Groesbeek)

hij op of omstreeks 9 november 2018, te Groesbeek in de gemeente Berg en Dal,

in een supermarkt genaamd Jumbo, gelegen aan de De Meent 1,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen ongeveer 1600 Euro contant geld en/of een grote hoeveelheid verschillende merken sigarettenpakjes en/of een grote hoeveelheid postzegels en/of een groot aantal koopzegels, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo supermarkt en/of [getuige 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld

misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 1600 Euro contant geld en/of een grote hoeveelheid verschillende merken sigarettenpakjes en/of een grote hoeveelheid postzegels en/of een groot aantal koopzegels, in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo supermarkt en/of [getuige 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij

verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en), in ieder geval dergelijke scherpe steek-/slagvoorwerpen en/of handschoenen en/of bivakmutsen en/of maskers, in ieder geval gezichtsbedekkende kleding/voorwerpen en/of donkere kleding naar voornoemde supermarkt is/zijn gegaan en/of

- die supermarkt (rennend) heeft/hebben betreden en/of heeft/hebben geschreeuwd "Kassa open, sigaretten." en/of "Geld, geld, geld." en/of "Handen omhoog." en/of "Schiet op, doe open!" en/of "Kassa 4 en kassa 5 ook, opschieten.", in ieder geval woorden van dergelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- ( de)/het mes(sen) en/of de bijl(en) hierbij omhoog heeft/hebben gehouden en/of aan die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] heeft/hebben getoond en/of in de richting van die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] heeft/hebben gehouden en/of

- met (de)/het mes(sen) en/of de bijl(en) in de hand(en) achter die [aangever 10] in de richting van de kassa's is/zijn gelopen en/of

- tegen die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [klant] heeft/hebben gezegd "Ga liggen, ga liggen. Op de grond!" en/of "Als je beweegt, dan ben je de lul." en/of "Handen uit je zakken, anders doe ik je wat.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- de bijl in de richting van en/of vlakbij de hals van die [aangever 9] heeft/hebben gehouden en/of dreigend tegen die [aangever 9] heeft/hebben gezegd "Kassa open!", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

3. ( overval op de Lidl gelegen aan de O.C. Huismanstraat in Nijmegen)

hij op of omstreeks 16 november 2018, in de gemeente Nijmegen,

in een supermarkt genaamd Lidl, gelegen aan de O.C. Huismanstraat 276,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen ongeveer 4000 Euro contant geld en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of sleutels, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Lidl supermarkt en/of [aangever 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 15] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 15] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 4000 Euro contant geld en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of sleutels, in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Lidl supermarkt en/of die [aangever 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van messen, in ieder geval dergelijke scherpe steekvoorwerpen en/of handschoenen en/of bivakmutsen, in ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde supermarkt is/zijn gegaan en/of

- aan de achterzijde van die supermarkt die [aangever 15] heeft/hebben benaderd en/of een mes in de richting van dei [aangever 15] heeft/hebben getoond/gehouden en/of tegen die [aangever 15] heeft/hebben gezegd: "Als je luistert gebeurd er niets, we willen alleen geld, geld, geld.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 15] heeft/hebben gedwongen de winkel binnen te lopen en/of

- die [aangever 13] met messen heeft/hebben bedreigd en/of die [aangever 13] te dwingen een muur te gaan zitten en/of zijn zakken leeg te maken en/of tegen die [aangever 13] heeft hebben gezegd dat hij een mes in zijn rug zou steken als hij iets verkeerds deed, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 14] met een mes heeft/ hebben bedreigd en/of aan de kleding heeft/hebben gefouilleerd en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] vervolgens heeft/hebben gedwongen naar het kantoor te gaan en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] constant met (een) mes(en) heeft/hebben bedreigd en/of

- de armen en/of handen van die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] met tie rips strak heeft/hebben vastgebonden en/of heeft/hebben gezegd "Niet liegen, anders beland je in het ziekenhuis." en/of heeft/hebben geschreeuwd dat ze de mini kluis open moesten maken en/of heeft/hebben geroepen "Als iemand van jullie een fout maakt, dan eindigt deze persoon in het ziekenhuis.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 12] heeft/hebben gedwongen de kluis te openen en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] vervolgens heeft/hebben gedwongen naar het magazijn te lopen en/of tegen die [aangever 14] heeft/hebben geduwd en/of heeft/hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en/of

- tegen die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] heeft/hebben gezegd: “Ik weet je te vinden.” En/of “Geen politie bellen anders komen we terug.”, in ieder geval worden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 16 november 2018, in de gemeente Nijmegen,

in een supermarkt genaamd Lidl, gelegen aan de O.C. Huismanstraat 276,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14]

en/of [aangever 15] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers is/zijn en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer) van zijn mededader(s)

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] vervolgens gedwongen naar het kantoor te gaan en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] constant met (een) mes(en) bedreigd en/of

- de armen en/of handen van die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] met tie rips strak vastgebonden en/of gezegd "Niet liegen, anders beland je in het ziekenhuis." en/of geschreeuwd dat ze de mini kluis open moesten maken en/of geroepen "Als iemand van jullie een fout maakt, dan eindigt deze persoon in het ziekenhuis.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

5. ( overval op de Jan Linders gelegen aan de Frankrijkstraat in Lent)

hij op of omstreeks 24 november 2018, te Lent in de gemeente Nijmegen,

in een supermarkt genaamd Jan Linders, gelegen aan de Frankrijkstraat 1,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- ongeveer 31.595,08 Euro contant geld en/of een grote hoeveelheid verschillende merken sigarettenpakjes en/of een grote hoeveelheid postzegels, in elk geval enig goed en/of een groot geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Jan Linders supermarkt en/of

- een iPhone 7 en/of een portemonnee inhoudende kentekenbewijzen en/of een rijbewijs en/of een Rabobank pinpas geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 17] en/of

- een iPhone 7 en/of een rijbewijs en/of een studenten OV kaart en/of een Basic Fit pas en/of een handtas en/of fiets- en huissleutels geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 18] en/of

- een rugzak merk Parajumper en/of een iPhone 7 en/of een portemonnee geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 19] en/of

- een tas merk Northface met inhoud geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 20] en/of

- een mobiele telefoon en/of een bos sleutels, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 23] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 21] en/of voornoemde [aangever 17] en/of voornoemde [aangever 18] en/of voornoemde [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of voornoemde [aangever 20] en/of [aangever 23] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld

misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 20] en/of [aangever 23] heeft gedwongen tot de afgifte van

- ongeveer 31.595,08 Euro contant geld en/of een grote hoeveelheid verschillende merken sigarettenpakjes en/of een grote hoeveelheid postzegels, in elk geval van enig goed en/of een groot geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Jan Linders supermarkt en/of

- een iPhone 7 en/of een portemonnee inhoudende kentekenbewijzen en/of een rijbewijs en/of een Rabobank pinpas geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 17] en/of

- een iPhone 7 en/of een rijbewijs en/of een studenten OV kaart en/of een Basic Fit pas en/of een handtas en/of fiets- en huissleutels geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 18] en/of

- een rugzak merk Parajumper en/of een iPhone 7 en/of een portemonnee geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 19] en/of

- een tas merk Northface met inhoud geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 20] en/of

- een mobiele telefoon en/of een bos sleutels, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 23] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en), in ieder geval dergelijke scherpe steek-/slagvoorwerpen en/of handschoenen en/of bivakmutsen en/of maskers, in ieder geval gezichtsbedekkende kleding/voorwerpen en/of donkere kleding naar voornoemde supermarkt is/zijn gegaan en/of

- nabij voornoemde supermarkt die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] heeft/hebben benaderd en/of (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en) aan die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] heeft/hebben getoond en/of in de richting van die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] heeft/hebben gehouden en/of

- tegen die [aangever 21] heeft/hebben gezegd “Heb je de sleutel, kun jij naar binnen.” en/of “Hier blijven, hier naar binnen.”, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- de capuchon van de jas van die [aangever 17] over haar hoofd heeft/hebben getrokken en/of tegen haar heeft/hebben gezegd “Naar binnen. Dat geldt ook voor jou, doorlopen, luisteren.”, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of met (een) mes(sen) vlakbij de keel van die [aangever 17] zwaaiende bewegingen heeft/hebben gemaakt en/of

- die [aangever 21] heeft/hebben gedwongen de deur te openen en/of die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] heeft/hebben gedwongen de supermarkt binnen te lopen en/of tegen die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] te schreeuwen dat ze op de buik op de grond moesten gaan liggen met de handen op het hoofd en dat ze naar beneden moesten kijken en/of dat ze de telefoons in moesten leveren en/of dat [aangever 19] zijn rugzak af moest doen, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 17] en/of [aangever 19] heeft/hebben gefouilleerd en/of de zakken heeft/hebben doorzocht en/of

- tegen die [aangever 21] heeft/hebben gezegd dat hij op moest staan en dat hij naar het kantoor moest gaan en/of (vervolgens) die [aangever 21] onder bedreiging van (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en) naar het kantoor heeft/hebben gebracht en/of

- tegen die [aangever 21] gezegd dat hij de kluis moest openen en/of de sleutels van de sigarettenkast moest afgeven en/of die [aangever 21] constant met (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en) heeft/hebben bedreigd en/of

- die [aangever 22] direct na het openen van de toegangsdeur bij de schouder en/of het hoofd heeft/hebben vastgepakt en/of tegen die [aangever 22] heeft/hebben gezegd dat ze naar beneden moest kijken, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 23] direct na het openen van de toegangsdeur bij de jas heeft/hebben vastgepakt en/of naar binnen heeft/hebben getrokken en/of (onder bedreiging van het mes) de zakken van de kleding van die [aangever 23] heeft/hebben doorzocht en/of tegen die [aangever 23] gezegd dat hij op de grond moest gaan liggen, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [aangever 20] direct na het openen van de toegangsdeur heeft/hebben gezegd “Hoofd naar beneden en je handen omhoog.”, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of (een) bijl(en) aan die [aangever 20] heeft/hebben getoond en/of

- na geruime tijd die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 20] en/of [aangever 23] mee heeft/hebben genomen naar/richting de toiletruimte en/of die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 20] en/of [aangever 23] met het gezicht tegen de muur aan heeft/hebben gezet en/of

- die [aangever 17] heeft/hebben vastgepakt en/of die [aangever 22] en/of [aangever 20] heeft/hebben gefouilleerd en/of

- die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 23] in de koelcel heeft/hebben gezet en de toegangsdeur van die koelcel heeft/hebben dichtgedaan;

6.

hij op of omstreeks 24 november 2018, te Lent in de gemeente Nijmegen,

in een supermarkt genaamd Jan Linders, gelegen aan de Frankrijkstraat 1,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 20] en/of [aangever 23] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s)

- die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 20] en/of [aangever 23] onder bedreiging van (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en) gedwongen op de grond te gaan liggen en/of in de richting en/of naar de toiletruimte te gaan en daar te blijven en/of

- die [aangever 21] gedwongen naar het kantoor te gaan en daar geruime tijd te blijven en/of

- die [aangever 21] en/of [aangever 17] en/of [aangever 18] en/of [aangever 19] en/of [aangever 22] en/of [aangever 20] en/of [aangever 23] gedwongen de koelcel in te gaan en/of de toegangsdeur van die koelcel dicht te doen.

Ten aanzien van parketnummer 05/243502-18

1.

hij op of omstreeks 7 mei 2018 te Nijmegen

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,77 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 0,15 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 7 mei 2018 te Nijmegen

aanwezig heeft gehad ongeveer 0,43 gram, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Overweging vooraf

Ten behoeve van de bespreking en de leesbaarheid van de bewijsmiddelen met betrekking tot alle ten laste gelegde feiten, wijdt de rechtbank allereerst een overweging aan de verschillende telefoonnummers van verdachte en zijn medeverdachten die uit de bewijsmiddelen volgen.

Telefoonnummer [medeverdachte 3]

De vader van [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) heeft verklaard dat [medeverdachte 3] drie telefoons heeft. De telefoonnummers van [medeverdachte 3] zijn volgens hem [telefoonnummer A] , [telefoonnummer B] en [telefoonnummer C] .2

Op 16 november 2018 is onder [medeverdachte 3] een iPhone 5C in beslag genomen. In die iPhone zat in de periode van 29 september 2018 tot en met 16 november 2018 een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer B] .3

Gelet hierop concludeert de rechtbank dat het nummer [telefoonnummer B] in ieder geval in de periode van 29 september 2018 tot en met 16 november 2018 in gebruik is geweest bij [medeverdachte 3] .

Telefoonnummers [verdachte]

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat [verdachte] (hierna: [verdachte] ) haar vriend is en dat zij van hem alleen het telefoonnummer [telefoonnummer D] heeft om met hem te bellen. Zij maakt zelf gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer E] . [verdachte] heeft een korte periode een ander telefoonnummer gehad waar zij hem niet op mocht bellen, maar als de telefoon met het nummer [telefoonnummer D] uitstond, dan belde zij hem op dat andere nummer. [getuige 2] weet niet meer welk telefoonnummer dat was, maar [verdachte] heeft dat maar kort gebruikt en het was een klein zwart telefoontje zonder internet.4 Het telefoonnummer [telefoonnummer B] (van [medeverdachte 3] ) maakt op 16 november 2018 rond 05:00 uur in de nacht meerdere keren contact met het telefoonnummer [telefoonnummer F] . Dat telefoonnummer is enkel gebruikt in de periode van 3 november 2018 tot en met 18 november 2018 en heeft in de periode van 5 november 2018 tot en met 18 november 2018 vijftig keer contact met voormeld telefoonnummer van [getuige 2] .5

Hieruit concludeert de rechtbank dat de telefoonnummers [telefoonnummer D] en [telefoonnummer F] in gebruik zijn geweest bij [verdachte] . Voor dat laatste nummer geldt dat de details uit de verklaring van [getuige 2] overeenkomen met de gegevens over het telefoonnummer. Het nummer blijkt slechts korte tijd gebruikt te zijn en in die tijd zijn er inkomende contacten geweest van het nummer van [getuige 2] . De rechtbank twijfelt er daarom niet aan dat het andere telefoonnummer van [verdachte] , waar [getuige 2] in haar verklaring over spreekt, het telefoonnummer [telefoonnummer F] betreft.

Telefoonnummers [medeverdachte 2]

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat zij verkering heeft met [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ). Zij belt [medeverdachte 2] op twee telefoonnummers, namelijk op de nummers [telefoonnummer F] (de iPhone van [medeverdachte 2] ) en [telefoonnummer H] .6 Onder [medeverdachte 2] zijn een iPhone 6 en een Alcatel 1066D in beslag genomen. In de iPhone 6 zat een simkaart met het nummer [telefoonnummer F] en in de Alcatel zat in de periode van 13 september 2018 tot en met 8 december 2018 een simkaart met het nummer [telefoonnummer H] .7

Gelet hierop concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 2] gebruik maakte van de telefoonnummers [telefoonnummer F] en [telefoonnummer H] .

Telefoonnummer [medeverdachte 1]

De moeder van [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) heeft verklaard dat [medeverdachte 1] het telefoonnummer [telefoonnummer I] gebruikt.8

De rechtbank concludeert op grond van deze verklaring dan ook dat dit telefoonnummer in gebruik was bij [medeverdachte 1] .

Ten aanzien van parketnummer 05/881820-18

Ten aanzien van feit 1: de overval op de Jumbo gelegen aan de Malvert in Nijmegen 9

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 12 oktober 2018 is de Jumbo, gelegen aan de Malvert 7023 in Nijmegen, door twee personen overvallen. De overvallers waren gewapend, één van hen had een mes en de ander had een bijl. Eén van de overvallers droeg handschoenen. Zij droegen beiden gezichtsbedekkende kleding en donkere kleding. Tijdens de overval waren winkelmedewerkers [aangever 1] , [aangever 2] en [aangever 3] bij de Jumbo aanwezig.10

[aangever 1] , [aangever 2] en [aangever 3] zijn aan de achterzijde van de Jumbo door de overvallers benaderd. De overvallers hebben het mes en de bijl in de richting van [aangever 1] , [aangever 2] en [aangever 3] gehouden.11 Op dat moment is tegen [aangever 1] , [aangever 2] en [aangever 3] gezegd: ‘dit is een overval’ en ‘waar is de kluis’ en ‘opstaan en meelopen’.12 [aangever 1] , [aangever 2] en [aangever 3] werden door de overvallers gedwongen de Jumbo binnen te lopen.13

[aangever 1] , [aangever 2] en [aangever 3] zijn vervolgens gedwongen naar het kantoor te lopen en zijn door de overvallers constant met een mes en een bijl bedreigd.14 Tegen hen werd door de overvallers gezegd dat ze sigaretten wilden hebben en dat zij postpakketten in tassen moesten doen.15

Daarna zijn [aangever 1] , [aangever 2] en [aangever 3] gedwongen naar een uitgang te lopen en is [aangever 2] hierbij met een mes in zijn rug geprikt.16

Bij de overval zijn pakjes shag en meerdere postpakketjes door [aangever 1] , [aangever 2] en [aangever 3] in tassen gedaan. [aangever 1] en [aangever 2] hebben hun telefoon moeten afgeven.17

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de Jumbo Malvert in Nijmegen op 12 oktober 2018 door twee daders is overvallen. Hoe deze overval is verlopen, staat niet ter discussie. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of [verdachte] één van de overvallers is.

Het achterblijven van de buit

Op 12 oktober 2018 kregen verbalisanten om 21:38 uur een melding dat de Jumbo aan de Malvert werd overvallen. Toen de politie om 21:41 uur ter plaatse kwam, zag een verbalisant aan de achterzijde van de Jumbo een persoon de hoek om komen. Deze persoon had twee grote gele boodschappentassen vast, in beide handen één. Die tassen waren voorzien van het opschrift ‘Jumbo’. Die persoon liep de kant op van de verbalisant, maar draaide zich ineens snel om, rende terug en verdween achter het Jumbo pand.

Toen verbalisanten om de hoek kwamen gerend, troffen zij aan de achterzijde van de Jumbo drie personen aan en zagen zij een aantal boodschappentassen van de Jumbo op straat liggen. De personen bleken het winkelpersoneel van de Jumbo te zijn. Verbalisant [naam] zag op 60-70 meter afstand twee personen wegrennen. Na een achtervolging heeft hij hen ter hoogte van de Malvert 73e straat uit het oog verloren. De drie medewerkers van de Jumbo vertelden aan verbalisant [naam] dat zij zojuist waren overvallen en dat de buit van de overvallers, samen met een bijl, bij de vijf boodschappentassen van de Jumbo op straat lag. Ook de van de werknemers afgenomen telefoons lagen bij de buit.18

Beide overvallers dragen plastic tassen van de Jumbo

Op de camerabeelden ziet een verbalisant dat beide daders meerdere plastic tassen in hun handen hadden op het moment dat zij de Jumbo verlieten. De daders liepen daarna uit het beeld van de camera, maar kwamen kort daarna weer in beeld rennen. De verbalisant ziet dat beide daders de plastic tassen waarmee zij zojuist de winkel uit kwamen lopen, lieten vallen. De verbalisant zag op enkele plastic tassen de tekst ‘Jumbo’ staan. Door het vallen van de tassen is de inhoud uit de tassen gekomen, die bestond uit allerlei pakjes sigaretten (naar de rechtbank begrijpt pakjes shag zoals blijkt uit ZD01, p. 62-63).19

Het hanteren van de bijl door beide overvallers

Aangever [aangever 3] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat de dader met de bijl, die bijl aan de andere dader heeft gegeven. Ook het mes werd overgegeven. Later zag aangever [aangever 3] dat de bijl weer werd teruggegeven.20

Op de camerabeelden is te zien dat de dader met het mes en de witte gezichtsbedekkende kleding geen handschoenen draagt tijdens de overval. Ook is op de beelden te zien dat die dader het handvat van de bijl vast houdt en dat hij zonder handschoenen Jumbo tassen met buit draagt.21

Forensische opsporing – de bijl

De achtergebleven handbijl is in beslag genomen en gewaarmerkt met SIN AAKA6496NL.22

Uit een bemonstering van de steel van de bijl [AAKA6496NL#01] is een DNA-profiel verkregen dat overeenkomt (afkomstig kan zijn) met het DNA-profiel van [verdachte] , waarbij de matchkans kleiner is dan één op één miljard.23 De kans dat een willekeurig gekozen persoon dit DNA-profiel (zoals in het spoor) laat zien, is kleiner dan één op één miljard.

Forensische opsporing – de achtergebleven Jumbo tassen – vingerafdrukken

Van alle vijf achtergebleven Jumbotassen zijn de hengsels afgeknipt, veilig gesteld en gewaarmerkt met afzonderlijke SIN nummers ten behoeve van DNA-onderzoek en dactyloscopisch onderzoek. De hengsels van één van die Jumbotassen zijn gewaarmerkt met SIN AAKA6471NL.24 Een verbalisant heeft op 19 december 2018 dactyloscopisch onderzoek verricht naar biologische en dactyloscopische sporen op die hengsels. Op de stroken plastic heeft een verbalisant dactyloscopische sporen gewaarmerkt met SIN AAJT7819NL (hengsel tas aan de zijde met aanhechting van geel plastic) en SIN AAJT7821NL (hengsel tas aan de zijde zonder aanhechting van geel plastic).25

Het dactyloscopisch spoor met SIN AAJT7821NL, afkomstig van het hengsel van de tas aan de zijde zonder aanhechting van geel plastic, is vergeleken met referentieafdrukken in Havank (‘Het Automatische Vingerafdrukkensysteem Nederlandse Kollectie’). Dit vergelijkend onderzoek heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon, geregistreerd onder de personalia van [verdachte] .26

Het dactyloscopisch spoor met SIN AAJT7819NL, afkomstig van het hengsel van de tas aan de zijde met aanhechting van geel plastic, is vergeleken met referentieafdrukken in Havank. Dit vergelijkend onderzoek heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon, geregistreerd onder de personalia van [verdachte] .27

Forensische opsporing – de achtergebleven Jumbo tassen – DNA

De twee stroken plastic van de hengsels van de tas met SIN AAKA6471NL zijn in hun geheel bemonsterd op mogelijk aanwezige gebruikssporen. Dat spoor is veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN AAJT7823NL.28 Uit de bemonstering met SIN AAJT7823NL#01 is een DNA-profiel verkregen dat overeenkomt (afkomstig kan zijn van) met verdachte, waarbij de matchkans kleiner is dan één op één miljard.29

Van een andere achtergebleven Jumbo tas zijn de afgeknipte hengsels gewaarmerkt met SIN AAKA6467NL.30 De twee stroken plastic van de hengsels van de tas met SIN AAKA6467NL zijn in hun geheel bemonsterd op mogelijk aanwezige gebruikssporen. Dat spoor is veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN AAJT7827NL.31 Uit de bemonstering van dat spoor is een DNA-mengprofiel verkregen van minimaal drie personen. Het vinden van dit DNA-mengprofiel is meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van [verdachte] en twee willekeurige onbekende personen dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.32

De afgeknipte hengsels van nog twee andere achtergebleven Jumbo tassen zijn gewaarmerkt met SIN AAKA6469NL en SIN AAKA6470NL.33 De twee stroken plastic van de hengsels van de tas met SIN AAKA6469NL zijn in hun geheel bemonsterd op mogelijk aanwezige gebruikssporen. Dat spoor is veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN AAJT7822NL. De twee stroken plastic van de hengsels van de tas met SIN AAKA6470NL zijn in hun geheel bemonsterd op mogelijk aanwezige gebruikssporen. Dat spoor is veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN AAJT7824NL.34

Uit de bemonsteringen AAJT7822NL#01 en AAJT7824NL#01 is (telkens) een DNA-mengprofiel verkregen van minimaal twee personen. Voor beide bemonsteringen geldt dat het vinden van het DNA-mengprofiel meer dan één miljard keer waarschijnlijker is wanneer de bemonstering DNA bevat van [verdachte] en één willekeurige onbekende persoon dan wanneer de bemonstering DNA bevat van twee willekeurige onbekende personen.35

Conclusie

Uit de besproken bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af. Eén van de overvallers droeg geen handschoenen en vast staat dat beide overvallers de bijl hebben gehanteerd. De overvaller zonder handschoenen heeft bovendien Jumbo tassen in zijn handen gehad.

Op grond van het besproken forensisch bewijs stelt de rechtbank vast dat het DNA op de bijl en de hengsels van de tassen van [verdachte] afkomstig kan zijn. Tevens zijn de vingerafdrukken van [verdachte] gevonden op de hengsels van de jumbotassen, zo concludeert de rechtbank. Deze omstandigheden schreeuwen om een nadere verklaring. [verdachte] heeft daarover geen uitleg willen geven. Dit betekent dat de rechtbank concludeert dat [verdachte] degene is geweest die de bijl en de hengsels van de tassen in zijn handen heeft gehad.


De rechtbank vindt op grond van het voorgaande bewezen dat [verdachte] één van de overvallers was. Hij heeft samen met een ander de overval op de Jumbo Malvert in Nijmegen gepleegd.

Kwalificatie

De rechtbank kwalificeert de overval als het medeplegen van afpersing. Daarbij is geweld gebruikt en gedreigd met het plegen van geweld. Het gepleegde geweld bestaat uit het met een mes prikken in de rug van [aangever 2] .

Verder is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en zijn mededader allebei als medepleger van de overval moeten worden aangemerkt. Uit de besproken bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering, waarbij elk van hen een vergelijkbare en in die zin onderling inwisselbare rol heeft vervuld.

Ten aanzien van feit 2: overval op de Jumbo gelegen aan De Meent in Groesbeek 36

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 9 november 2018 is de Jumbo, gelegen aan De Meent 1 in Groesbeek (gemeente Berg en Dal) door vier personen overvallen. De overvallers droegen bivakmutsen/maskers, donkere kleding en handschoenen en waren allen gewapend. Twee daders hadden een mes vast en twee daders hadden een bijl in hun hand.37

Tijdens de overval waren de winkelmedewerkers [aangever 7] , [aangever 8] , [aangever 9] en [aangever 10] in de winkel aanwezig. Daarnaast was [klant] als klant aanwezig.38 Rond sluitingstijd om 21:00 uur kwamen de vier overvallers de winkel binnen gerend. Daarbij schreeuwden zij: “kassa open, sigaretten” en “geld, geld, geld” en “handen omhoog” en “schiet op, doe open” en “kassa 4 en kassa 5 ook, opschieten”.39 De overvallers hielden de messen en de bijlen omhoog. Eén van hen zei “kassa open” waarbij de bijl in de richting van de hals/vlak bij het gezicht van [aangever 9] werd gehouden.40 Eén van de overvallers die een mes in zijn handen had, heeft dit mes steeds op [aangever 10] gericht gehouden en heeft ook met dit mes gezwaaid.41 Twee overvallers, één met een bijl en één met een mes, volgden [aangever 10] naar de kassa’s.42 [aangever 7] , [aangever 8] en [klant] moesten op de grond gaan liggen. Door (één van) de overvallers werd geroepen “ga liggen, op de grond, niet bewegen” en “als je beweegt, dan ben je de lul” en “niet bewegen, handen uit je zakken, anders doe ik je wat”.43

Bij de overval zijn een contant geldbedrag van in totaal € 1.559,90, sigarettenpakjes, postzegels en koopzegels, toebehorende aan de Jumbo, buit gemaakt.44 Het geld is door één of meerdere daders uit de kassalades gepakt.45 Een deel van de weggenomen sigaretten is door een overvaller gepakt en in een tas gedaan. Het andere deel is vervolgens in opdracht van deze overvaller door een winkelmedewerker in de tas gestopt.46

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal en afpersing waarbij is gedreigd met geweld. Voor de betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten bij de overval op de Jumbo heeft de officier van justitie gewezen op de aangetroffen Jumbo tas, de in die tas aangetroffen goederen en het daarop aangetroffen DNA. Daarnaast heeft de officier van justitie opgemerkt dat uit de beelden van de bus blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten op de betreffende avond naar Groesbeek zijn gegaan. Hun aanwezigheid daar blijkt ook uit telecomgegevens. Hieruit concludeert de officier van justitie dat verdachte één van de overvallers is en dat hij als medepleger moet worden aangemerkt.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit ten aanzien van de als feit 2 ten laste gelegde overval omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. De door de officier van justitie aangehaalde bewijsmiddelen kunnen niet tot de conclusie leiden dat [verdachte] één van de overvallers is. Ook de vondst van het zwarte en witte hemd op het huisadres van [verdachte] levert niet dat overtuigende bewijs op. Het staat niet onomstotelijk vast staat dat deze hemden gebruikt zijn bij de overval. Mocht de rechtbank wel komen tot een bewezenverklaring, dan is subsidiair aangevoerd dat uit de camerabeelden niet blijkt dat er sprake is geweest van geweld.

Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, is volgens de verdediging sprake van eendaadse samenloop.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de Jumbo in Groesbeek op 9 november 2018 door vier daders is overvallen. Wat de overvallers hierbij hebben gestolen en hoe deze overval is verlopen, staat niet ter discussie. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of [verdachte] een van de daders is die de overval heeft gepleegd. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Aangetroffen Jumbo tas

Op 12 november 2018 is in de voortuin van een woning, gelegen aan de [adres 1] in Groesbeek, een Jumbo boodschappentas aangetroffen.47 In deze tas zaten (vochtige) kledingstukken waaronder een muts en een hemd waarin gaten waren geknipt, handschoenen, een keukenmes, zegelrollen van de Jumbo (spaarzegels en pannenzegels), vier kassaladebakjes en drie emballagebonnen van de Jumbo die zijn uitgegeven op 9 november 2018, op de tijdstippen 17:04 uur, 19:53 uur en 20:21 uur.48 De bedrijfsleider van de Jumbo heeft verklaard dat hij met zekerheid kan zeggen dat deze emballagebonnen van zijn filiaal afkomstig zijn, omdat op de emballagebonnen het adres van het filiaal van de Jumbo, De Meent 1, in Groesbeek staat vermeld. Eén van deze emballagebonnen is kort voor de overval (namelijk om 20:48 uur) bij kassa 4 ingeleverd.49

Conclusie van de rechtbank

De in de tas aangetroffen kledingstukken, handschoenen en het mes komen overeen met de zaken die door de daders tijdens de overval zijn gedragen/gebruikt, zoals door aangevers is verklaard. Verder zaten in de tas spullen waarvan vaststaat dat deze afkomstig zijn van de Jumbo in Groesbeek. De aangetroffen emballagebonnen zijn op de dag van de overval, waarvan één zelfs vlak voor de overval (en sluitingstijd), bij de Jumbo in Groesbeek ingeleverd. Gezien de overvalattributen en de specifieke spullen van de Jumbo in Groesboek concludeert de rechtbank dat de Jumbo boodschappen tas en de hiervoor genoemde inhoud daarvan verband houden met de overval.

Deze conclusie vindt naar het oordeel van de rechtbank bovendien steun in de uitgekeken camerabeelden rondom het tijdstip van de overval. Die camerabeelden zijn afkomstig van de woning gelegen aan de [adres 1] in Groesbeek. De camera van deze woning staat gericht op een voortuin en een deel van de Drentselaan in de richting van de Kloosterstraat. Op de camerabeelden is te zien dat vier personen, van wie twee personen een capuchon over hun hoofd dragen en drie personen een tas in hun hand hebben, uit de richting van de Gooiseweg komen en rechts afslaan de Kloosterstraat in.50 De Gooiseweg, de Drentselaan en de Kloosterstraat bevinden zich in de nabijheid van de Jumbo.51 Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de Jumbo tas is aangetroffen op de vluchtroute van de overvallers.

DNA-bewijs

De kledingstukken die in de aangetroffen Jumbo tas zaten, zijn onderzocht op DNA-sporen. Uit dit onderzoek blijkt dat er op verscheidene kledingstukken DNA-profielen zijn aangetroffen, die afkomstig (kunnen) zijn van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] , zoals hierna zal worden beschreven.

In de Jumbo tas zijn onder meer een roze kinderhemd (SIN AALS6280NL), waarin aan de achterzijde twee gaten waren geknipt zodat het hemd als gezichtsafscherming gebruikt kon worden, een geribbelde zwarte wollen muts (SIN AALS6283NL) en een trainingsjack van het merk Osaga aangetroffen. Uit dit jack viel een peuk van een filtersigaret (SIN AALS6287NL).52

Van het roze kinderhemd is een bemonstering genomen ter hoogte van de vermoedelijke mondregio. Hierin is een DNA-mengprofiel aangetroffen met een DNA-hoofdprofiel dat overeenkomt (afkomstig kan zijn) van [medeverdachte 1] , waarbij de matchkans kleiner is dan één op één miljard. Van de peuk die uit voormeld trainingsjack viel, is speeksel onderzocht. Hierin is een DNA-profiel aangetroffen van een man, welk celmateriaal afkomstig kan zijn van [medeverdachte 1] waarbij de matchkans kleiner is dan één op één miljard.53

Verder zat in de Jumbo tas een zwarte wollen muts van het merk Thermolate, waarin gaten waren gemaakt om de muts als bivakmuts te kunnen gebruiken (SIN AALS6284NL).54 Er is een bemonstering genomen van de vermoedelijke mondregio van de muts. Hieruit is een DNA-profiel van een man verkregen dat overeenkomt (afkomstig kan zijn) van [medeverdachte 2] , waarbij de matchkans kleiner is dan één op één miljard.55

Ook bevond zich een donkerblauw jack van het merk U Collection in de Jumbo tas (SIN AALS6290NL).56 Van de binnenzijde van de kraag van de jas is een bemonstering genomen. Hierin is een DNA-mengprofiel aangetroffen van minimaal drie personen dat afkomstig kan zijn van [medeverdachte 3] , [verdachte] en minimaal één onbekende persoon. Het vinden van dit DNA-profiel is ten minste één miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA van [medeverdachte 3] en twee willekeurige onbekende personen bevat dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen. Deze berekende bewijskracht geldt ook voor de hypothese dat de bemonstering DNA bevat van [verdachte] en twee willekeurige onbekende personen ten opzichte van de hypothese dat de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.57

Ten aanzien van [verdachte] is ook relevant dat in de Jumbo tas een zwart joggingjack voorzien van capuchon van het merk the Basics C&A is aangetroffen (SIN AALS6282NL).58 Van de binnenzijde van de kraag en de binnenzijde van de rechtermanchet van dit jack zijn bemonsteringen genomen. Hieruit is een DNA-mengprofiel verkregen. Van dit DNA-mengprofiel is een DNA-hoofdprofiel afgeleid dat afkomstig kan zijn van [verdachte] waarbij de matchkans kleiner is dan één op één miljard.59

Ontbrekende pannenzegel

In de Jumbo tas zaten, zoals eerder beschreven, ook zegelrollen van de Jumbo waaronder pannenzegels. De streng pannenzegels is nader onderzocht. Eén uiteinde van de streng eindigde op een kunststof rolletje en het andere uiteinde was afgescheurd. Iedere zegel is voorzien van een serie(nummer) bestaande uit twee letters en negen cijfers. Van de zes zegels op het afgescheurde uiteinde, waarvan de eerste zegel is genummerd PA 038247328 en de zesde zegel PA 038247333, ontbrak één zegel, namelijk die met nummer PA 038247331.60 De pannenzegels met de zegelreeks 8220001-8300000 zijn geleverd aan het Jumbo filiaal in Groesbeek, waarvan de hiervoor vermelde nummers van de aangetroffen pannenzegels deel uitmaken.61

Bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] op 8 december 2018, is in de kledingkast op zijn slaapkamer onder meer een plastic Jumbo tas aangetroffen waarin een grote hoeveelheid postzegels zat.62 Tijdens het tellen van deze postzegelvellen werd op één van de vellen een Jumbo pannenzegel aangetroffen. Deze pannenzegel heeft het nummer PA 038247331.63

De rechtbank concludeert hieruit dat [medeverdachte 1] in het bezit was van de unieke pannenzegel die ontbrak op de streng pannenzegels die in de Jumbo tas zat en afkomstig was van de Jumbo.

Conclusie van de rechtbank

Op basis van het DNA-bewijs en de aangetroffen pannenzegel is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] in verband kunnen worden gebracht met de overval op de Jumbo in Groesbeek.

Aanwezigheid in Groesbeek

Dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] op de avond van de overval in Groesbeek zijn geweest, volgt uit het volgende. Naar aanleiding van een anonieme melding zijn er camerabeelden opgevraagd, waaruit blijkt dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] op de avond van de overval met z’n vieren vanuit Nijmegen naar Groesbeek zijn gegaan met de bus. Zij zijn door de verbalisant die de betreffende camerabeelden heeft bekeken ambtshalve herkend.64 Daarnaast heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij zichzelf op deze camerabeelden herkent en dat hij samen was met [medeverdachte 2] , [verdachte] en een andere jongen van wie hij de naam niet weet.65 Op de camerabeelden van

9 november 2018 van buslijn 5 vanuit Beuningen naar Groesbeek is te zien dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] omstreeks 19:56 uur achter elkaar de bus instappen en alle vier achterin de bus gaan zitten. Omstreeks 20:15 uur stappen zij alle vier tegelijk uit bij de bushalte aan de Pannenstraat in Groesbeek. De loopafstand vanaf deze bushalte naar de Jumbo gelegen aan De Meent 1 in Groesbeek is acht minuten. Nadat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] zijn uitgestapt, is op de camerabeelden te zien dat zij alle vier in de richting van de Kloosterstraat lopen.66

Verder blijkt uit onderzoek naar de telefoonnummers van [medeverdachte 1] en [verdachte] het volgende. In de allereerste overweging voorafgaand aan de bespreking van de feiten heeft de rechtbank reeds geconcludeerd dat de telefoonnummers [telefoonnummer D] en [telefoonnummer F] in gebruik zijn (geweest) bij [verdachte] . Op en rond de plaats delict is een netwerkmeting gedaan waarbij de cell-ID’s en zendmasten van het telefonienetwerk in kaart zijn gebracht die dekking geven op de overvallen supermarkt. Een telefoonnummer of telefoontoestel dat gebruik maakt van een van deze gemeten cell-ID’s heeft zich vrijwel zeker in het gebied van de plaats delict bevonden. Beide hiervoor vermelde telefoonnummers hebben op 9 november 2018 om 20:27 uur en 22:23 uur gebruik gemaakt van cell-ID’s die dekking geven op de overvallen supermarkt.67 Hetzelfde geldt voor het telefoonnummer [telefoonnummer I] waarvan de rechtbank in haar allereerste overweging heeft geconcludeerd dat dit telefoonnummer in gebruik is (geweest) bij [medeverdachte 1] . Dit telefoonnummer heeft op 9 november 2018 tussen 20:19 uur en 22:42 uur dertien keer gebruik gemaakt van cell-ID’s die dekking geven op de overvallen supermarkt.68

Uit het onderzoek naar het telefoonnummer dat in gebruik is (geweest) bij [medeverdachte 1] blijkt daarnaast dat met dit telefoonnummer op 9 november 2018 tussen 22:15 uur en 22:41 uur zes keer naar een taxibedrijf is gebeld.69 Taxichauffeur [getuige 6] heeft verklaard dat hij op 9 november 2018 is gebeld door een persoon met voormeld telefoonnummer (van [medeverdachte 1] ) met het verzoek om hem op te halen op de Kloosterstraat in Groesbeek tegenover de Boerenbond.70 Uit (de routeplanner van) Google Maps volgt dat de Boerenbond zich op 48 meter afstand van de [adres 1] , waar de Jumbo tas is aangetroffen, bevindt. De taxichauffeur heeft verklaard dat hij volgens zijn navigatie is gestopt voor de woning gelegen aan de [adres 1] in Groesbeek. Toen hij daar aan kwam, zag hij dat er vier personen uit de richting van een woning aan de Kloosterstraat kwamen lopen tegenover de Boerenbond. De vier jongens zijn ingestapt in de taxi en om 22:43 uur is de meter gaan lopen. De taxichauffeur zag dat de jongens tassen bij zich hadden. Verder viel hem op dat de jongens naar zweetvoeten roken.71De rechtbank concludeert dat dit [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] moeten zijn geweest.

Conclusie

Op grond van al het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] de overval op de Jumbo in Groesbeek samen hebben gepleegd. Zij zijn met z’n vieren vlak voor de overval naar Groesbeek gegaan, van elk van hen is DNA-bewijs aangetroffen op kleding die in de op de vluchtroute gevonden Jumbo tas zat, de telefoonnummers van [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben voor en na de overval zendmasten aangestraald die dekking geven op de overvallen Jumbo en nadat met het telefoonnummer van [medeverdachte 1] een taxi is gebeld zijn er na de overval vier personen opgehaald op de Kloosterstraat, waarvan bekend is dat deze straat op de vluchtroute van de overvallers lag. Uit de aangehaalde bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de vier overvallers [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] waren.

Kwalificatie

De rechtbank kwalificeert de bewezenverklaarde overval als eendaadse samenloop van diefstal met bedreiging met geweld en afpersing met bedreiging met geweld gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken. Er is sprake van eendaadse samenloop, omdat het gaat om hetzelfde feitencomplex dat in twee strafbepalingen valt die qua strekking overeenkomen. Verder is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] alle vier als medepleger van de overval moeten worden aangemerkt. Uit de besproken bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering, waarbij elk van hen een vergelijkbare en in die zin onderling inwisselbare rol heeft vervuld.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4: de overval op de Lidl gelegen aan de O.C. Huismanstraat in Nijmegen 72

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 16 november 2018 is de Lidl, gelegen aan de O.C. Huismanstraat 276 in Nijmegen, door drie personen overvallen. De overvallers droegen handschoenen, gezichtsbedekkende kleding en donkere kleding. Zij hadden alle drie een mes in hun hand. Tijdens de overval waren winkelmedewerkers [aangever 11] , [aangever 12] , [aangever 13] en [aangever 14] in de Lidl aanwezig. Ook was [aangever 15] aanwezig, werkzaam als vrachtwagenchauffeur.73

Rond 07:05 uur in de ochtend werd [aangever 15] aan de achterzijde van de supermarkt benaderd en is hem een mes getoond. Er is tegen hem gezegd: “als je luistert gebeurt er niets, we willen alleen geld, geld, geld”. Daarna is [aangever 15] gedwongen de winkel binnen te lopen.74

[aangever 13] is met een mes bedreigd en hij is gedwongen tegen een muur te gaan zitten en zijn zakken leeg te maken. Tegen hem is gezegd dat hij een mes in zijn rug gestoken zou krijgen als hij iets verkeerds deed.75 [aangever 14] is met een mes bedreigd en aan haar kleding gefouilleerd.76

[aangever 11] , [aangever 15] , [aangever 12] , [aangever 13] en [aangever 14] zijn vervolgens gedwongen naar het kantoor te gaan en zij zijn constant met een mes bedreigd. De armen en/of handen van alle voornoemde personen zijn met tie-wraps strak vastgebonden.77 Tegen hen werd gezegd: “niet liegen, anders beland je in het ziekenhuis”.78 Er is ook geschreeuwd dat zij de mini kluis open moesten maken en er is geroepen: “als iemand van jullie een fout maakt, dan eindigt deze persoon in het ziekenhuis”.79

[aangever 11] en [aangever 12] zijn door de daders gedwongen de kluis te openen.80 Vervolgens zijn alle voornoemde personen gedwongen naar het magazijn te lopen. Zij moesten op de grond gaan liggen, waarbij [aangever 14] is geduwd.81 Tegen hen werd gezegd: “ik weet je te vinden” en “geen politie bellen anders komen we terug”.82

Bij de overval zijn papiergeld en muntrollen door de overvallers in tassen gedaan.83 [aangever 13] en [aangever 12] hebben hun telefoon moeten afgeven en [aangever 13] heeft ook zijn sleutels moeten afgeven.84

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat op basis van de bewijsmiddelen in het dossier wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte deze overval heeft gepleegd. [verdachte] is niet één van de personen die geld hebben gewisseld bij [cafetaria] én niet de persoon die door de politie in de Molenpoortpassage wordt achtervolgd. Ook de telecomgegevens in combinatie met de camerabeelden (met name het 40 minuten durende contact tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] ) leiden niet tot het bewijs dat [verdachte] betrokken is bij de overval. De verklaringen van [getuige 7] zijn inconsistent. Er is slechts een vermoeden dat [verdachte] de overval heeft gepleegd omdat er een wit en een zwart hemd zijn aangetroffen op zijn woonadres met gaten daarin geknipt. Die vondst levert echter niet het overtuigende bewijs op dat het betreffende hemd door [verdachte] is gedragen tijdens de overval op de Lidl.

Beoordeling door de rechtbank

Dat er een overval heeft plaatsgevonden op de Lidl waarbij geld is gestolen en de supermarktmedewerkers zijn vastgebonden, wordt niet betwist. De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of [verdachte] één van de daders van de overval was.

De buit

Aangeefster [aangever 11] heeft verklaard dat aan de Lidl geld wordt geleverd door de onderneming G4S. Het geld wordt verpakt in een sealbag. Er zijn veel bankbiljetten van € 5,-- weggenomen.85

Door de politie is een overzicht opgesteld van het bij de Lidl weggenomen geld. Weggenomen zijn:

  • -

    26 rollen van € 0,05 eurocent (€ 65,--);

  • -

    32 rollen van € 0,10 eurocent (€ 128,--);

  • -

    14 rollen van € 0,20 eurocent (€ 112,--);

  • -

    29 rollen van € 0,50 eurocent (€ 580,--);

  • -

    3 rollen van € 1,-- (€ 75,--);

  • -

    3 rollen van € 2,-- (€ 150,--);

  • -

    10 bankbiljetten van € 50,-- (€ 500,--);

  • -

    4 bankbiljetten van € 20,-- (€ 80,--);

  • -

    330 bankbiljetten van € 5,-- (€ 1650,--).86

Wisselen van los geld

Een medewerker van [cafetaria] heeft gemeld dat er op 16 november 2018 twee jongens met getinte huidskleur kleingeld waren komen wisselen. Na die twee jongens kwam er een andere donkerkleurige jongen binnen die ook kleingeld wilde wisselen.87 Op de camerabeelden ziet verbalisant [naam] dat twee personen om 11:42:38 uur [cafetaria] binnen gaan. Om 11:43:12 uur ziet verbalisant op de camerabeelden dat de medewerker van [cafetaria] los geld in een telmachine gooit en dat één van de personen € 70,-- aan briefgeld krijgt, één briefje van € 50,-- en één briefje van € 20,--. Om 11:46:47 uur vertrekken deze personen weer. De verbalisant heeft opgemerkt dat de cameratijd nog op de zomertijd stond. De werkelijke tijd was één uur eerder.88

Aanwezigheid [medeverdachte 3] bij [cafetaria]

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij op 16 november 2018 bij een cafetaria geld heeft gewisseld en daarna met meerdere jongens naar de Molenpoort is gelopen.89

[medeverdachte 3] heeft verder verklaard dat hij die dag een tas met geld in de struiken bij het Valkhofpark vond. Hij is met de tas naar het Kelfkensbos in Nijmegen gelopen.

De achtervolging in de Molenpoortpassage

De medewerker van [cafetaria] heeft telefonisch aan verbalisant [naam] bevestigd dat er drie personen grote contante geldbedragen probeerden te wisselen. Hij gaf toen aan dat hij de personen in het zicht zou houden tot de politie ter plaatse kwam. Daarna heeft de medewerker van [cafetaria] verbalisanten op twee jongens gewezen die op dat moment de Marienburgsestraat inliepen. Even later, ter hoogte van de ingang van de Passage Molenpoort, zagen verbalisanten de twee jongens weer lopen. Toen verbalisant [naam] hen aansprak met de woorden: “politie, staan blijven”, begonnen de jongens te rennen. Tijdens het rennen zag verbalisant [naam] dat de kleine jongen tijdens het rennen zijn rugtas op de grond gooide. Kort daarna hield hij de jongen aan. Dat bleek [medeverdachte 3] te zijn.

Verbalisant [naam] heeft de langere jongen achtervolgd. Die jongen gooide een zwarte schoudertas weg tijdens zijn vlucht en verbalisant [naam] heeft zijn achtervolging moeten staken. Verbalisanten hebben in de rugtas van [medeverdachte 3] gekeken en daar zagen zij meerdere muntrollen van verschillende muntsoorten.90

[medeverdachte 3] had ten tijde van zijn aanhouding (in de rugtas en op zijn persoon) een geldbedrag van in totaal € 1.418,--. Dat bedrag bestond (onder meer) uit 109 bankbiljetten van € 5,--. Daarnaast had hij 9 muntrollen van € 0,05 eurocent bij zich, 9 muntrollen van € 0,20 eurocent, 6 muntrollen van € 0,50 eurocent en 1 muntrol van € 1,--. Aan los geld had [medeverdachte 3] nog € 43,50 in munten van € 0,50 eurocent. De in beslag genomen geldrollen hadden verschillende kleuren en daarop stond het logo van de onderneming G4S.

In de schoudertas van de persoon die in de Molenpoortpassage is ontkomen, heeft een verbalisant geldrollen en muntgeld aangetroffen. In die schoudertas werden 5 muntrollen van € 0,05 eurocent aangetroffen, 3 muntrollen van € 0,10 eurocent en 1 muntrol van € 1,--. Verder zaten er in die tas veel munten van kleinere munteenheden en veel restanten van papierwikkels.91

Verbalisant [naam] herkent een jongen op een aan hem getoonde foto. Om zeker te zijn van de herkenning heeft hij de bewegende beelden bekeken. Verbalisant herkent de jongen op de foto als [verdachte] .92 De foto die aan verbalisant [naam] is getoond is een still van de camerabeelden van de Molenpoortpassage.93

Verbalisant [naam] herkent [verdachte] van een eerdere aanhouding. Een tweede verbalisant die destijds bij de aanhouding betrokken was, herkent [verdachte] op de getoonde foto’s voor 98 % als zijnde de man die hij eerder heeft aangehouden.94

Herkenning [medeverdachte 2]

Verbalisant [naam] herkent op een aan hem getoonde foto [medeverdachte 2] . Hij herkent hem aan zijn gezicht, kleur (de rechtbank begrijpt: huidskleur) en postuur.95 De foto die aan verbalisant [naam] is getoond is een foto van camerabeelden van [cafetaria] .96

Conclusie van de rechtbank

Op basis hiervan concludeert de rechtbank dat ook [medeverdachte 2] heeft geprobeerd geld te wisselen. Hij is te zien op de camerabeelden bij [cafetaria] en de medewerker van dat cafetaria heeft aangegeven dat ook een donkerkleurige jongen geld wilde wisselen.

Daarnaast concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 3] samen met [verdachte] in de Molenpoortpassage liep, waar [medeverdachte 3] is aangehouden en [verdachte] is ontkomen. [verdachte] heeft op dat moment een schoudertas van zich afgegooid.

De rechtbank concludeert verder dat het geld dat is aangetroffen bij [medeverdachte 3] en het geld uit de schoudertas van [verdachte] , allebei een deel van de buit zijn van de overvallen Lidl. Die conclusie trekt de rechtbank gelet op het feit dat de geldrollen die [medeverdachte 3] in zijn bezit heeft het logo hebben van onderneming G4S. Die onderneming levert ook geldrollen aan de Lidl. Tevens stelt de rechtbank vast dat de geldwikkels en de geldrollen die in de afgeworpen schoudertas van [verdachte] zaten, zeer sterke gelijkenis vertonen met de geldrollen uit de rugtas van [medeverdachte 3] . De rechtbank gaat er op basis van die gelijkenis vanuit dat ook deze geldrollen van G4S afkomstig zijn. Daarnaast trekt de rechtbank die conclusie gelet op de specifieke samenstelling van het geld. Opvallend is namelijk dat onder [medeverdachte 3] 109 briefjes van € 5,-- worden aangetroffen terwijl er 330 briefjes van € 5,-- zijn weggenomen bij de overval en de overval is gepleegd door drie personen. Wat daarnaast opvalt is dat er weinig tot geen munten van € 1,-- en € 2,-- zijn aangetroffen in de rugtas en de schoudertas, maar juist veel munt(rollen) van € 0,05 eurocent en munten van € 0,50 eurocent. Dat past bij de samenstelling van de bij de Lidl weggenomen muntstukken. Ook trekt de rechtbank de conclusie dat het geld een deel van de buit is, omdat geprobeerd is het (klein)geld te wisselen in (handzamere) grotere coupures.

De conclusie van de rechtbank is dan ook dat [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] kort na de overval in het bezit van (een deel van) de buit zijn.

Hebben [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] de overval gepleegd?

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of dat ook betekent dat zij de daders van de overval zijn. Die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend en overweegt daartoe het volgende.

Op en rond de plaats delict is een netwerkmeting gedaan waarbij de cell-ID’s en de zendmasten van het telefonienetwerk in kaart zijn gebracht die dekking geven op de overvallen supermarkt. Een telefoonnummer of telefoontoestel dat gebruik maakt van een van deze gemeten cell-ID’s heeft zich vrijwel zeker in het gebied van de plaats delict bevonden.

Telecommunicatie van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte]

In de nachtelijke uren van 12, 13, 14 en 15 november 2018 en in de ochtend van 16 november 2018 valt het telefoonnummer van [medeverdachte 3] onder dezelfde mast als de mast waar de overvallen Lidl onder valt.97 Op 16 november 2018 werd door het telefoonnummer van [medeverdachte 3] uitsluitend één cell-ID gebruikt, te weten die van de mast van de [straat] in Nijmegen. Deze cell-ID geeft ook dekking in/op de omgeving van de overvallen supermarkt.98

Het telefoonnummer van [verdachte] belt op 16 november 2018 om 04:08 uur naar het telefoonnummer van [medeverdachte 2] . Het telefoonnummer van [verdachte] maakt op dat moment gebruik van cell-ID KPN 347054079 (zendmast aan de [straat] in Nijmegen, dat is de zogenaamde ‘thuismast’, het woonadres van [verdachte] valt binnen het bereik van die mast).

Om 04:49 uur belt het telefoonnummer van [verdachte] naar het telefoonnummer van [medeverdachte 3] . Ook dan maakt het telefoonnummer van [verdachte] gebruik van de zogenaamde thuismast.

Om 04:59 uur, 05:01 uur, 05:06 uur en 05:11 uur belt het telefoonnummer van [verdachte] wederom naar het telefoonnummer van [medeverdachte 3] . Dan maakt het telefoonnummer van [verdachte] gebruik van cell-ID KPN 347051925 (zendmast aan de [straat] in Nijmegen). Deze cell-ID geeft geen dekking op het woonadres van [verdachte] , maar wel op het woonadres van [medeverdachte 2] .

Om 06:26 uur belt het telefoonnummer van [medeverdachte 2] naar het telefoonnummer van [verdachte] . Beiden maken dan gebruik van een ander telefoonnummer dan eerder die nacht. Beide telefoonnummers maken dan gebruik van cell-ID’s die ook dekking geven op de overvallen supermarkt.

Om 06:59 uur is er een langdurig contact (van 2404 seconden/40 minuten) tussen telefoonnummers van [medeverdachte 2] en [verdachte] . Beide telefoonnummers bevinden zich dan onder cell-ID’s die ook dekking geven op de overvallen Lidl.

Om 09:14 uur maakt het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer F] ) contact met een telefoonnummer van een onbekend gebleven persoon, waarbij het telefoonnummer van [verdachte] nog steeds gebruik maakt van een cell-ID die dekking geeft op de Lidl.99

Het telefoonnummer van [medeverdachte 2] maakt op 16 november 2018 om 06:26 uur en 06:59 uur gebruik van cell-ID Vodafone-25969931_21215 van de zendmast aan de [straat] in Nijmegen. Die mast geeft dekking op de overvallen supermarkt.100

Op grond van de hierboven vermelde telefoongegevens komt de rechtbank tot de conclusie dat [verdachte] in de vroege ochtend thuis of in de buurt van zijn huis was, rond 05:00 uur bij of in de buurt van [medeverdachte 2] ’s huis verbleef en zij samen naar de omgeving van de Lidl zijn gegaan, in welke omgeving [medeverdachte 3] zich op dat moment ook bevond.

Na de overval afgereisd naar Rotterdam

Aangeefster [aangever 11] heeft verklaard dat zij de overvallers veel straattaal hoorde gebruiken en dat zij zeiden ‘we gaan naar Raffa (Rotterdam)’.101 Aangever [aangever 13] heeft ook verklaard dat hij de overvallers tegen elkaar hoorde zeggen: ‘gaan we zo naar Roffa?’ Hij weet dat met ‘Roffa’ in straattaal Rotterdam wordt bedoeld.102

Ten aanzien van het telefoonnummer van [verdachte] is na de overval vanaf 13:43 uur een verplaatsing zichtbaar die eindigt in Rotterdam.103 Ditzelfde geldt voor het telefoonnummer van [medeverdachte 2] . Van zijn nummer is een verplaatsing te zien vanaf een zendmast in Nijmegen om 13:35 uur naar een zendmast in Rotterdam om 15:41 uur.104

De rechtbank concludeert dat de overvallers het er over hebben dat ze naar Rotterdam gaan en dat [verdachte] en [medeverdachte 2] volgens de geanalyseerde telefoongegevens zich daarna ook naar Rotterdam verplaatsen.

Verklaring [getuige 7]

Getuige [getuige 7] (hierna: [getuige 7] ) is als verdachte verhoord. Hij heeft verklaard dat hij weet wie de overval hebben gepleegd. Ze zitten allemaal vast. [medeverdachte 3] belde hem een paar dagen tot een week voor de overval (steeds met een ander telefoonnummer). [medeverdachte 3] vertelde hem dat ze de Lidl gingen pakken en hij vroeg of ‘zij’ daarna in zijn woning mochten komen.105

In de contactenlijst van de telefoon van [getuige 7] komt geen telefoonnummer voor dat aan [medeverdachte 3] gelinkt kan worden, maar wel komt daar een telefoonnummer in voor dat in gebruik is bij [medeverdachte 2] .106 Bij de rechter-commissaris heeft getuige [getuige 7] verklaard dat hij [medeverdachte 2] kent via [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] heeft hem misschien wel eens gebeld met een telefoon van [medeverdachte 2] . Getuige [getuige 7] denkt dat, omdat [medeverdachte 3] na zo’n telefoongesprek met een nummer dat hij niet kende, langskwam met [medeverdachte 2] . Dat dat onbekende nummer misschien het nummer van [medeverdachte 2] was, is de conclusie van [getuige 7] , [medeverdachte 3] heeft hem dat nooit gezegd.107

De rechtbank gebruikt de verklaring van [getuige 7] voor het bewijs en merkt daarover op dat [getuige 7] zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris consequent is in zijn uitlatingen wie hem heeft gebeld en om hulp vroeg, namelijk [medeverdachte 3] . De bedoeling was dat [medeverdachte 3] na de overval naar [getuige 7] zou komen. Dat [medeverdachte 3] hem belde blijkt weliswaar niet uit objectieve telefoongegevens. Echter, over de telefoonnummers die [medeverdachte 3] zou hebben gebruikt, heeft [getuige 7] verklaard dat [medeverdachte 3] hem met verschillende nummers belde en heeft hij bij de rechter-commissaris nog aanvullend verklaard dat het zomaar zou kunnen dat [medeverdachte 3] hem belde met een telefoon van [medeverdachte 2] . De contactenlijst van [getuige 7] bevat ook een telefoonnummer dat van [medeverdachte 2] is. In die zin wordt die door [getuige 7] geopperde mogelijkheid ondersteund door objectieve gegevens.

De rechtbank stelt verder vast dat [getuige 7] bij de politie heeft verklaard dat zijn woning bij de overvallen Lidl ligt, zodat dit een logische locatie is om na een overval uit het zicht van de politie te kunnen zijn.

Daarnaast overweegt de rechtbank dat [getuige 7] door de politie ook als verdachte is aangemerkt en zichzelf derhalve niet hoeft te belasten, zodat verschillen tussen zijn verklaring en de verklaring van zijn vriendin ( [naam] ) niet hoeven te betekenen dat hij ten aanzien van de gesprekken tussen [medeverdachte 3] en hem niet de waarheid spreekt. De rechtbank vindt zijn verklaring op dit punt consistent en geloofwaardig en zal zijn verklaring dan ook gebruiken voor het bewijs.

Conclusie van de rechtbank

Gelet op de bovenstaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [verdachte] de overval op de Lidl samen hebben gepleegd. [verdachte] is naar het oordeel van de rechtbank naar het huis van [medeverdachte 2] gegaan, onderweg hebben zij telefonisch contact met [medeverdachte 3] gehad en zijn zij naar de Lidl gegaan, waar [medeverdachte 3] ook aanwezig was.
Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het belcontact van 40 minuten tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] ondersteunt dat zij ten tijde van de overval op de Lidl aanwezig waren in de directe omgeving van de Lidl. Dat niet op de camerabeelden te zien is dat [verdachte] en [medeverdachte 2] gedurende 40 minuten belcontact hebben, doet daar niet aan af. Dat het telefonisch contact van 40 minuten heeft plaatsgevonden, zegt niets over de vraag wat er in die 40 minuten in dat contact is gebeurd, anders dan dat de telefonische verbinding open stond.


Na de overval zijn [medeverdachte 2] en [verdachte] afgereisd naar Rotterdam. [medeverdachte 3] was toen al aangehouden.

Ten aanzien van de kwalificatie

Naar het oordeel van de rechtbank valt het feitencomplex tenlastegelegd onder feiten 2 en 3 onder meerdere strafbepalingen (de artikelen 312/317 en 282 van het Wetboek van Strafrecht), die qua strekking uiteenlopen (respectievelijk de bescherming van het vermogen tegenover de bescherming van het menselijk lichaam en de lichamelijke integriteit). De rechtbank is van oordeel dat daarom sprake is van meerdaadse samenloop.

De rechtbank kwalificeert het als feit 3 ten laste gelegde als de eendaadse samenloop van diefstal met geweld en afpersing met bedreiging met geweld, nu het gaat om hetzelfde feitencomplex dat onder twee strafbepalingen valt die qua strekking overeenkomen. Het weggenomen geld uit de kluis is door [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in tassen gestopt en twee personeelsleden hebben hun telefoons moeten afgeven onder bedreiging van geweld. Eén van hen heeft ook zijn sleutels moeten afgeven.

Verder is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [verdachte] alle drie als medepleger van de overval en de wederrechtelijke vrijheidsberoving moeten worden aangemerkt. Uit de besproken bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering, waarbij elk van hen een vergelijkbare en in die zin onderling inwisselbare rol heeft vervuld.

Ten aanzien van de feiten 5 en 6: overval op de Jan Linders gelegen aan de Frankrijkstraat in Lent

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde overval en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Voor de betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten bij deze overval heeft de officier van justitie gewezen op de opvallende modus operandi. Net als bij de overvallen op de Jumbo in Groesbeek en de Lidl in Nijmegen droegen de daders zelfgemaakte bivakmutsen en werd gebruik gemaakt van messen en bijlen. Op de beelden is te zien dat drie overvallers een witte bivakmuts droegen en één overvaller een zwarte bivakmuts. Bij [verdachte] thuis zijn een witte en zwarte zelfgemaakte bivakmuts aangetroffen. Daarnaast is bij hem een treinkaartje gevonden daterend van de dag van de overval voor een rit van Nijmegen Lent naar Nijmegen. Verder is bij de doorzoeking bij [verdachte] een grote hoeveelheid geld aangetroffen in de kast van zijn broer. Volgens de officier van justitie is de verklaring van zijn broer over de herkomst van dit geld niet aannemelijk en betreft dit geld een deel van de buit. Om het briefgeld zat ook een elastiekje gebonden, op dezelfde manier als dat bij de Jan Linders gebeurt. Uit een telecomanalyse blijkt dat [verdachte] ook in de buurt was van de supermarkt, aangezien zijn telefoonnummer voor en na de overval gebruik maakte van zendmasten die dekking geven op de overvallen supermarkt. [verdachte] had toen onder andere contact met [medeverdachte 2] , die zich daar ook in de buurt bevond. De telefoons hebben zich na de overval (wederom) naar Rotterdam begeven, zoals ook het geval was na de overval op de Lidl in Nijmegen. Verder is relevant dat bij [medeverdachte 2] thuis in een sporttas een grote hoeveelheid Marlboro sigaretten is aangetroffen. Bij de Jan Linders zijn immers veel sigaretten gestolen van dat merk. Ook lagen er bij [medeverdachte 2] gesealde geldrollen, die op een vergelijkbaar verpakte manier in de kluis van de supermarkt lagen. Uit een tapgesprek volgt ook dat [medeverdachte 2] zegt dat deze geldrollen een belangrijke link zijn naar Lent, waaruit de officier van justitie begrijpt dat daarmee de overval in Lent wordt bedoeld. Tot slot blijkt uit de camerabeelden dat één van de overvallers een donkere huidskleur heeft en een zwarte gewatteerde jas draagt van het merk Emporio Armani, waarbij op de borst de letters ‘EA7’ staan. Op de foto die de vader van [medeverdachte 1] aan de politie heeft overhandigd in het kader van zijn vermissing, draagt [medeverdachte 1] een vergelijkbare jas. Op de camerabeelden is eveneens te zien dat de dader die voormelde jas droeg lichtkleurige sportschoenen aan had. Zulke schoenen zijn ook bij [medeverdachte 1] thuis aangetroffen. Gelet op deze specifieke combinatie van de jas en de schoenen kan het volgens de officier van justitie niet anders dan dat [medeverdachte 1] ook één van de overvallers is geweest.

Op basis van het voorgaande concludeert de officier van justitie niet alleen dat verdachte één van de overvallers is maar ook dat hij als medepleger moet worden aangemerkt, nu de daders bij de uitvoering een vergelijkbare rol hebben vervuld.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, nu wettig en overtuigend bewijs op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat verdachte één van de overvallers is, ontbreekt. Er is slechts een vermoeden dat verdachte de overval heeft gepleegd gelet op de op zijn woonadres aangetroffen hemden met gaten daarin geknipt. Ten aanzien van het in de woning van verdachte aangetroffen treinkaartje is aangevoerd dat niet is gebleken wie dat kaartje heeft gekocht en wie ermee heeft gereisd. Met betrekking tot het aangetroffen geldbedrag in de kamer van verdachtes broer heeft de verdediging naar voren gebracht dat het enkele gegeven dat het geld was gebundeld door middel van een elastiekje dat in vele huishoudens wordt gebruikt niet voor het bewijs kan worden gebezigd. Verder voldoet verdachte niet aan de opgegeven signalementen van de overvallers en bevat het dossier ook ontlastend bewijs voor verdachte. Gelet hierop dient verdachte te worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank kan op basis van de inhoud van het dossier het volgende vaststellen. Op

24 november 2018 is de Jan Linders, gelegen aan de Frankrijkstraat in Lent door vier gewapende personen overvallen. Hierbij is ongeveer € 30.000,-- aan contant geld gestolen en zijn sigaretten van het merk Marlboro en postzegels weggenomen. Het winkelpersoneel is tijdens de overval door de daders gedwongen om op de grond te gaan liggen, naar de toiletruimte te gaan en tot slot in de koelcel te gaan staan. Ook is één van de werknemers gedwongen naar het (tel)kantoor te gaan. Die handelingen zijn als wederrechtelijke vrijheidsberoving ten laste gelegd. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte en zijn medeverdachten deze overval hebben gepleegd. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier aanwijzingen die in de richting van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] wijzen en hen mogelijk in verband kunnen brengen met de overval. Die aanwijzingen zijn naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende om hen aan deze specifieke overval te linken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Signalementen

Uit de verschillende verklaringen van het winkelpersoneel over de signalementen van de daders leidt de rechtbank af dat zij drie donker getinte daders hebben gezien en één blanke dader. Over de blanke dader heeft één personeelslid verklaard dat hij blauwe ogen had. Dit laatste signalement past niet bij de signalementen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] . Dat drie daders een getinte huidskleur hadden, zou kunnen passen bij voormelde verdachten maar is te weinig specifiek. Over de door de daders gedragen kleding is door een winkelmedewerker verklaard dat één van de daders sokken aan had van de plaatselijke voetbalclub in Lent en dat één van de andere daders een trainingsbroek aan had met daarop het logo van voetbalclub Chelsea. Uit de camerabeelden van de supermarkt blijkt dat één van de andere daders een sportbroek droeg met het embleem van voetbalclub Olympique Marseille en dat één van de daders een broek droeg van het merk Nike met het embleem van voetbalclub Celtic. Overeenkomende kleding is bij de verdachten niet aangetroffen.

Op de beelden is ook te zien dat één van de overvallers een jas draagt met op de borst de opdruk ‘EA7’ (Emporio Armani). Op een foto van [medeverdachte 1] die door zijn vader in verband met de vermissing van zijn zoon een dag voor de overval aan de politie is verstrekt, draagt [medeverdachte 1] een soortgelijke jas met dezelfde opdruk. De overvaller die voormelde jas droeg, droeg daarnaast soortgelijke schoenen als de schoenen van het merk Nike die bij [medeverdachte 1] thuis zijn aangetroffen. Gelet op de soortgelijke jas en schoenen van [medeverdachte 1] die overeen lijken te komen met de jas en de schoenen die door één van de daders zijn gedragen tijdens de overval, zou [medeverdachte 1] in verband kunnen worden gebracht met de overval. De rechtbank is echter van oordeel dat enkel die vaststelling onvoldoende is om [medeverdachte 1] aan te wijzen als één van de daders van de overval.

Doorzoeking bij [verdachte]

Bij [verdachte] is een aantal zaken aangetroffen die in verband zouden kunnen worden gebracht met de overval.

Het winkelpersoneel heeft verklaard dat de daders gezichtsbedekking droegen met geknipte gaten erin. Zij hebben witte maskers gezien, maar uit de camerabeelden van de supermarkt blijkt dat één dader een zwart masker droeg. Opvallend is dat tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte] twee zelfgemaakte bivakmutsen, een witte en een zwarte, zijn gevonden. Deze vondst zou kunnen passen bij de zelf gefabriceerde gezichtsbedekking van de daders waarover de winkelmedewerkers hebben verklaard. Hoewel deze bivakmutsen overvalattributen zouden kunnen zijn (geweest), kan de rechtbank niet vaststellen of deze bivakmutsen specifiek bij de overval op de Jan Linders zijn gebruikt.

Bij [verdachte] is verder nog een treinkaartje gevonden voor een enkele reis van station Nijmegen Lent naar Nijmegen gedateerd op de dag van de overval met een tijdstip van een paar uur na de overval. Met het aangetroffen treinkaartje is wel ingecheckt op station Nijmegen Lent, maar niet uitgecheckt. Mede gelet op de aangetroffen bivakmutsen bij [verdachte] , kan het treinkaartje [verdachte] mogelijk in verband brengen met de overval. De rechtbank is echter van oordeel dat het treinkaartje enkel bewijst dat [verdachte] op de dag van de overval mogelijk in Lent is geweest. Hiermee kan echter geen concrete link worden gelegd tussen het aangetroffen treinkaartje en de overval op de supermarkt.

Daarnaast is op een telefoon van [verdachte] op 24 november 2018, de dag van de overval, om 12:16 uur een notitie gemaakt: ‘580 € 10, 1320 € 20, 3600 € 50, 100 € 100’. Of deze notitie in verband staat met (een deel van) de buit van de Jan Linders valt hieruit niet af te leiden nu onduidelijk is hoe de notitie gelezen moet worden. De rechtbank kan aan de hand van het dossier ook niet vaststellen hoeveel bankbiljetten en in welke samenstelling zijn weggenomen en of dat overeen kan komen met deze notitie.

Tot slot is op de slaapkamer van de broer van [verdachte] een contant geldbedrag van € 4.250,-- gevonden, bestaande uit 85 briefjes van € 50,--. Anders dan de officier van justitie staat het voor de rechtbank niet vast dat dit geldbedrag deel uitmaakt van de buit van de overval op de Jan Linders. Dat het gevonden briefgeld was gebundeld door middel van een dun beige elastiek en dat bij de Jan Linders briefgeld met een soortgelijk elastiek wordt gebundeld, is onvoldoende om hieraan de conclusie te verbinden dat het geld dus afkomstig zou zijn van de Jan Linders.

Doorzoeking bij [medeverdachte 2]

Tijdens de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 2] zijn eveneens spullen gevonden die de vraag oproepen of die spullen in verband staan met de overval. Opvallend is dat er 27 geldrollen van het bedrijf SecurCash met muntgeld van verschillende munteenheden zijn aangetroffen. In een sporttas werd een aangebroken geldrol gevonden, met het logo van geldleverancier SecurCash. Dit is de geldleverancier die geldrollen aan de Jan Linders levert. De supermarkt heeft gesealde verpakkingen die exact overeenkomen met de geldrollen die bij [medeverdachte 2] zijn aangetroffen. Uit informatie van de geldleverancier blijkt dat particulieren ook aan vergelijkbare geldrollen kunnen komen, maar dat daar een banktransactie voor nodig is. De bankgegevens van [medeverdachte 2] geven geen blijk van een dergelijke transactie.

Verder is bij [medeverdachte 2] een grote hoeveelheid, bijna 100 stuks, sigarettenpakjes aangetroffen van het merk Marlboro. De pakjes zaten deels nog geseald verpakt per acht pakjes.

Nu de gevonden geldrollen overeenkomen met de geldrollen die aan de Jan Linders worden geleverd en [medeverdachte 2] in het bezit was van veel sigarettenpakjes van Marlboro en bij de Jan Linders veel sigarettenpakjes van Marlboro zijn gestolen, zou dit op eventuele betrokkenheid van [medeverdachte 2] bij de overval kunnen duiden. Ook op dit punt is de rechtbank echter van oordeel dat het bewijs te weinig concreet is. Dat de geldrollen overeenkomen en van dezelfde leverancier afkomstig zijn als de geldrollen die aan de Jan Linders worden geleverd, wil niet zeggen dat de bij [medeverdachte 2] aangetroffen geldrollen ook daadwerkelijk van de Jan Linders afkomstig zijn. De geldrollen zijn namelijk onvoldoende onderscheidend om dat vast te kunnen stellen. Uit een tapgesprek blijkt dat [medeverdachte 2] tijdens een telefoongesprek aan iemand heeft gevraagd geld te pakken dat (kennelijk) in de bank bij [medeverdachte 2] thuis zat verstopt. Ook heeft [medeverdachte 2] aan de telefoon genoemd dat er bij hem thuis geldrollen zijn gevonden die te linken zijn ‘met die andere in Lent’. Ook op basis hiervan kan de rechtbank niet vaststellen dat het gevonden geld een deel van de buit van de overval is. Het aangehaalde tapgesprek is onvoldoende concreet om daar conclusies aan te kunnen verbinden. Bovendien is het mogelijk dat [medeverdachte 2] wist dat de geldrollen door de politie werden gelinkt aan de overval in Lent, omdat hij het strafdossier heeft gezien/besproken met zijn advocaat. Tot slot geldt ten aanzien van de gevonden sigarettenpakjes van Marlboro dat de rechtbank niet kan vaststellen of specifiek deze sigaretten afkomstig zijn van de Jan Linders.

Telecomgegevens

Er is onderzoek gedaan naar de telefoonnummers van de verdachten. Hieruit volgt dat een door [medeverdachte 2] gebruikt telefoonnummer op de dag van de overval gebruik heeft gemaakt van zendmasten die dekking geven op de overvallen supermarkt. Om 01:27 uur maakt dit telefoonnummer nog gebruik van een zendmast in het centrum van Nijmegen en na de overval werd van 09:34 uur tot 11:03 uur gebruik gemaakt van een cell-ID die dekking geeft op de overvallen supermarkt. De rechtbank kan op basis van de telecomgegevens echter niet vaststellen waar [medeverdachte 2] ten tijde van de overval (omstreeks 05:50 uur) was. Tussen 01:27 uur en 09:34 uur zijn er namelijk geen registraties.

Met betrekking tot het telefoonnummer dat in gebruik is bij [medeverdachte 1] is gebleken dat dit telefoonnummer op de dag van de overval geen gebruik heeft gemaakt van zendmasten in Lent die dekking geven op de overvallen supermarkt.

Ook het telefoonnummer dat bij [verdachte] in gebruik is, is nader onderzocht. Omstreeks 01:00 uur maakt dit nummer gebruik van zendmasten in het centrum van Nijmegen. Om 01:49 uur maakt het nummer van [verdachte] gebruik van een zendmast in Lent, evenals om 10:50 uur. Tussen 01:49 uur en 08:44 uur zijn er echter geen telecomregistraties. Uit het gegeven dat het telefoonnummer van [verdachte] voor en na de overval een zendmast in Lent heeft aangestraald volgt mogelijk dat hij die gehele tijd in Lent is geweest, maar omdat er op het tijdstip van de overval geen telecomregistraties zijn kan de rechtbank dit niet met zekerheid vaststellen.

De rechtbank realiseert zich dat daders hun telefoons kunnen uitzetten tijdens het plegen van de overvallen en dat dit een aanwijzing kan zijn dat zij juist wel betrokken zijn bij een overval maar die conclusie kan op basis van dit dossier niet getrokken worden.

Overig

Door een getuige is gezien dat op de avond voor de overval vier jonge mannen met een donkere huidskleur in een steegje in de nabijheid van de Jan Linders stonden. Zij vertrouwde deze situatie niet. Deze mannen droegen allemaal een capuchon en hadden een sjaal voor hun mond. Op de plek waar de mannen stonden, zijn vier opgerookte joints op de grond aangetroffen. Daar is onderzoek naar gedaan. Uit dit onderzoek is een DNA-match verkregen met een bij naam genoemde persoon, maar dit betreft niet [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [verdachte] . Op een andere peuk bevindt zich DNA materiaal van een onbekende man. Niet uitgesloten is dat deze situatie te maken heeft gehad met de overval op de dag erna.

Uit de tapgesprekken die tijdens de voorlopige hechtenis van verdachten zijn opgenomen, kan de rechtbank niet afleiden dat gesproken wordt over de overval op de Jan Linders. Weliswaar wordt er gesproken over geld, dat er niet verklaard moet worden en dat iemand hen verraden heeft, maar die uitlatingen kunnen ook wijzen op andere strafbare feiten.

Verder acht de rechtbank het van belang om op te merken dat door één van de winkelmedewerkers is verklaard dat zijn rugtas van het merk Parajumpers, met specifieke uiterlijke kenmerken, mogelijk tijdens de overval is weggenomen. Door een ander personeelslid is verklaard dat zijn tas van het merk The North Face is gestolen en de bedrijfsleider van de Jan Linders zag bij het terugkijken van de camerabeelden dat de daders zijn tas meenamen. Dit betreft een unieke lederen tas met daarop het gezicht van Jimmy Hendrix. Deze drie specifieke tassen zijn bij geen van de verdachten aangetroffen.

Conclusie

De rechtbank overweegt dat er aanwijzingen zijn die op betrokkenheid van verdachte bij de overval kunnen duiden. De hiervoor besproken bevindingen roepen vragen op waarop door de verdachten geen dan wel geen bevredigende antwoorden zijn gegeven. De bevindingen acht de rechtbank echter onvoldoende concreet en op zichzelf, maar ook in onderling verband bezien, onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.

Hoewel de overval op de Jan Linders in eerste instantie lijkt te passen in een reeks overvallen in de omgeving van Nijmegen, is de rechtbank (anders dan de officier van justitie) van oordeel dat niet gesproken kan worden van dezelfde modus operandi, zodanig dat dit als wettig en overtuigend bewijsmiddel kan worden meegewogen. De wijze waarop de overvallen zijn gepleegd verschillen bijvoorbeeld in de manier waarop met het winkelpersoneel is omgegaan. Zo werden bij één overval de polsen van de slachtoffers vastgebonden met tie-wraps en werd het personeel in een kantoortje vastgehouden, terwijl de slachtoffers in deze zaak op de grond moesten gaan liggen en werden vastgehouden in het toilet. Later moesten zij in de koelcel gaan staan. Dit laatste is niet voorgekomen bij de andere overvallen. Ondanks de bevindingen die om een uitleg vragen en op mogelijke betrokkenheid bij een overval zouden kunnen wijzen, is dit onvoldoende om de verdachten te linken aan de overval op de Jan Linders. Het bewijs is daarvoor onvoldoende specifiek en het dossier bevat ook ontlastend bewijs. Gelet hierop acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [verdachte] één van de daders is van deze overval. Om die reden zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de tenlastegelegde overval op de Jan Linders en de wederechtelijke vrijheidsberoving.

Ten aanzien van parketnummer 05/243502-18: feiten 1 en 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aanhouding van verdachte, p. 59-61;

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 18-22;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 23;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 juli 2019.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 05/881820-18 onder feiten 1, 2, 3 en 4 en het onder parketnummer 05/243502-18 onder feiten 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/881820-18

1. overval op de Jumbo gelegen aan de Malvert in Nijmegen)

hij op of omstreeks 12 oktober 2018, in de gemeente Nijmegen,
in een supermarkt genaamd Jumbo Malvert, gelegen aan de Malvert 7023,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een grote hoeveelheid pakjes shag en/of sigaretten en/of meerdere postpakketjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo supermarkt en/of een mobiele telefoon geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of een mobiele telefoon geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een grote hoeveelheid pakjes shag en/of sigaretten en/of meerdere postpakketjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of een mobiele telefoon geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of een mobiele telefoon geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] ,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij

verdachte en/of zijn mededader(s),
- voorzien van een mes(sen) en/of (een) bijl)en), in ieder geval dergelijke scherpe steek- en/of slagvoorwerpen en/of handschoenen en/of bivakmutsen, in ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde supermarkt is/zijn gegaan en/of
- aan de achterzijde van die supermarkt die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] heeft/hebben benaderd en/of een mes en/of een bijl in de richting van die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] heeft/hebben getoond/gehouden en/of heeft/hebben gezegd: "Dit is een overval. Waar is de kluis?" en/of "Opstaan en meelopen!"., in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] heeft/hebben gedwongen de winkel binnen te lopen en/of
- de telefoons van die [aangever 1] en/of [aangever 2] uit hun handen heeft/hebben getrokken/gerukt en/of
- die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] constant met een mes en/of een bijl heeft/hebben bedreigd en/of heeft/hebben gedwongen naar het kantoor te lopen en/of
- tegen die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] heeft/hebben gezegd dat ze sigaretten wilden hebben en dat zij de postpakketten in tassen moesten doen en/of
- die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] onder bedreiging van een mes en een bijl heeft/hebben gedwongen naar een uitgang te lopen en/of
- die [aangever 2] hierbij met een mes in de rug heeft/hebben geprikt;

2. ( overval op de Jumbo gelegen aan De Meent in Groesbeek)

hij op of omstreeks 9 november 2018, te Groesbeek in de gemeente Berg en Dal,

in een supermarkt genaamd Jumbo, gelegen aan De Meent 1,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen ongeveer 1600 Euro contant geld en/of een grote hoeveelheid verschillende merken sigarettenpakjes en/of een grote hoeveelheid postzegels en/of een groot aantal koopzegels, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo supermarkt en/of [getuige 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld

misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 1600 Euro contant geld en/of een grote hoeveelheid verschillende merken sigarettenpakjes en/of een grote hoeveelheid postzegels en/of een groot aantal koopzegels, in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Jumbo supermarkt en/of [getuige 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van (een) mes(sen) en/of (een) bijl(en), in ieder geval dergelijke scherpe steek-/slagvoorwerpen en/of handschoenen en/of bivakmutsen en/of maskers, in ieder geval gezichtsbedekkende kleding/voorwerpen en/of donkere kleding naar voornoemde supermarkt is/zijn gegaan en/of

- die supermarkt (rennend) heeft/hebben betreden en/of heeft/hebben geschreeuwd "Kassa open, sigaretten." en/of "Geld, geld, geld." en/of "Handen omhoog." en/of "Schiet op, doe open!" en/of "Kassa 4 en kassa 5 ook, opschieten.", in ieder geval woorden van dergelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- ( de)/het mes(sen) en/of de bijl(en) hierbij omhoog heeft/hebben gehouden en/of aan die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] heeft/hebben getoond en/of in de richting van die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [aangever 9] en/of [aangever 10] en/of [klant] heeft/hebben gehouden en/of

- met (de)/het mes(sen) en/of de bijl(en) in de hand(en) achter die [aangever 10] in de richting van de kassa's is/zijn gelopen en/of

- tegen die [aangever 7] en/of [aangever 8] en/of [klant] heeft/hebben gezegd "Ga liggen, ga liggen. Op de grond!" en/of "Als je beweegt, dan ben je de lul." en/of "Handen uit je zakken, anders doe ik je wat.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- de bijl in de richting van en/of vlakbij de hals van die [aangever 9] heeft/hebben gehouden en/of dreigend tegen die [aangever 9] heeft/hebben gezegd "Kassa open!", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

3. ( overval op de Lidl gelegen aan de O.C. Huismanstraat in Nijmegen)

hij op of omstreeks 16 november 2018, in de gemeente Nijmegen,

in een supermarkt genaamd Lidl, gelegen aan de O.C. Huismanstraat 276,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen ongeveer 4000 Euro contant geld en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of sleutels, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Lidl supermarkt en/of [aangever 13] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 15] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] en/of [aangever 15] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 4000 Euro contant geld en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of sleutels, in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de Lidl supermarkt en/of die [aangever 13] , en/of aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

- voorzien van messen, in ieder geval dergelijke scherpe steekvoorwerpen en/of handschoenen en/of bivakmutsen, in ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde supermarkt is/zijn gegaan en/of

- aan de achterzijde van die supermarkt die [aangever 15] heeft/hebben benaderd en/of een mes in de richting van die [aangever 15] heeft/hebben getoond/gehouden en/of tegen die [aangever 15] heeft/hebben gezegd: "Als je luistert gebeurt er niets, we willen alleen geld, geld, geld.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 15] heeft/hebben gedwongen de winkel binnen te lopen en/of

- die [aangever 13] met messen heeft/hebben bedreigd en/of die [aangever 13] te dwingen tegen een muur te gaan zitten en/of zijn zakken leeg te maken en/of tegen die [aangever 13] heeft/hebben gezegd dat hij een mes in zijn rug zou steken als hij iets verkeerds deed, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 14] met een mes heeft/hebben bedreigd en/of aan de kleding heeft/hebben gefouilleerd en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] vervolgens heeft/hebben gedwongen naar het kantoor te gaan en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] constant met (een) mes(en) heeft/hebben bedreigd en/of

- de armen en/of handen van die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] met tie-wraps strak heeft/hebben vastgebonden en/of heeft/hebben gezegd "Niet liegen, anders beland je in het ziekenhuis." en/of heeft/hebben geschreeuwd dat ze de mini kluis open moesten maken en/of heeft/hebben geroepen "Als iemand van jullie een fout maakt, dan eindigt deze persoon in het ziekenhuis.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 12] heeft/hebben gedwongen de kluis te openen en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] vervolgens heeft/hebben gedwongen naar het magazijn te lopen en/of tegen die [aangever 14] heeft/hebben geduwd en/of heeft/hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en/of

- tegen die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] heeft/hebben gezegd: “Ik weet je te vinden.” En/of “Geen politie bellen anders komen we terug.”, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 16 november 2018, in de gemeente Nijmegen,

in een supermarkt genaamd Lidl, gelegen aan de O.C. Huismanstraat 276,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [aangever 11] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14]

en/of [aangever 15] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer) van zijn mededader(s)

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] vervolgens gedwongen naar het kantoor te gaan en/of

- die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] constant met (een) mes(en) bedreigd en/of

- de armen en/of handen van die [aangever 11] en/of [aangever 15] en/of [aangever 12] en/of [aangever 13] en/of [aangever 14] met tie-wraps strak vastgebonden en/of gezegd "Niet liegen, anders beland je in het ziekenhuis." en/of geschreeuwd dat ze de mini kluis open moesten maken en/of geroepen "Als iemand van jullie een fout maakt, dan eindigt deze persoon in het ziekenhuis.", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Ten aanzien van parketnummer 05/243502-18

1.

hij op of omstreeks 7 mei 2018 te Nijmegen

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,77 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 0,15 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 7 mei 2018 te Nijmegen

aanwezig heeft gehad ongeveer 0,43 gram, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van parketnummer 05/881820-18

ten aanzien van feit 1

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen .

ten aanzien van feit 2

de eendaadse samenloop van

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen ,

en

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van feit 3

de eendaadse samenloop van

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen .

ten aanzien van feit 4

Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

ten aanzien van parketnummer 05/243502-18

ten aanzien van feit 1

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod .

ten aanzien van feit 2

Handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod .

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die zijn strafbaarheid uitsluit.

7a. Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte in verband met het onder parketnummer 05/881820-18 tenlastegelegde onder feiten 1 tot en met 6 en het onder parketnummer 05/243502-18 onder feiten 1 en 2 wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie die gelijk is aan het voorarrest (voor beide zaken bij elkaar opgeteld) en tevens de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) wordt opgelegd.

Ten aanzien van de in beslag genomen goederen heeft de officier van justitie primair gevorderd dat het in beslag genomen geldbedrag van € 4.250,-- moet worden teruggegeven aan de Jan Linders te Lent en dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 16] moet worden verminderd met dat bedrag. Subsidiair heeft hij gevorderd dat dit geldbedrag verbeurd wordt verklaard.

Ten aanzien van de overige in beslag genomen goederen heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft als strafmaatverweer primair aangevoerd dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor de oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. De verdediging vindt dat een straf met bijzondere voorwaarden, zoals door de Raad voor de Kinderbescherming als alternatieve straf is vermeld, moet worden opgelegd. Het is dan aan verdachte om aan te tonen en te bewijzen dat hij gedragsverandering bij zichzelf teweeg kan brengen. Verdachte is bereid aan de in dat verband op te leggen voorwaarden mee te werken.

Subsidiair heeft de verdediging verzocht de PIJ-maatregel in voorwaardelijke vorm op te leggen.

Ten aanzien van het in beslaggenomen geld heeft de verdediging aangevoerd dat dit niet verbeurd moet worden verklaard, maar moet worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar, namelijk de broer van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van de feiten die bewezen zijn verklaard, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, mede gelet op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals van een en ander uit de stukken en bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Hierbij is onder meer gelet op:

- het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 19 december 2018;

- de psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 25 maart 2019;

- het psychologisch onderzoek Pro Justitia van 26 maart 2019;

- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 27 juni 2019;

- de adviesrapportage van de jeugdreclassering van 9 juli 2019;

- het klinisch multidisciplinair onderzoek Pro Justitia van Forensisch Consortium Adolescenten (ForCA), observatieafdeling Teylingereind van 15 juli 2019.

Uit het uittreksel justitiële documentatie van 28 mei 2019 volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

De ernst van de feiten

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft samen met anderen drie gewapende supermarktovervallen gepleegd.

Als eerste de overval op de Jumbo Malvert. Die overval is gepleegd door na sluitingstijd het winkelpersoneel op te wachten aan de achterkant van het pand. Daarbij is het personeel bedreigd met een bijl en een mes en is één winkelmedewerker in zijn rug geprikt met een mes omdat hij (kennelijk) niet snel genoeg liep. Het personeel heeft de buit van die overval (pakjes shag en meerdere postpakketjes) in Jumbo tassen moeten stoppen. Verdachte en zijn mededader werden overlopen door de politie en hebben om die reden de buit achter moeten laten.

Nog geen maand daarna heeft verdachte samen met drie anderen een gewapende overval gepleegd op de Jumbo in Groesbeek. Zij droegen alle vier gezichtsbedekkende kleding en waren bewapend met messen en bijlen. Rond sluitingstijd renden zij de winkel binnen en schreeuwden zij naar het aanwezige winkelpersoneel dat de kassa open moest en dat zij geld en sigaretten wilden hebben. Twee winkelmedewerkers en een aanwezige klant werden gedwongen op de grond te gaan liggen. Zij mochten niet bewegen, anders zou hen wat worden aangedaan. Bij de overval is een contant geldbedrag van bijna € 1.600,-- buit gemaakt. Ook zijn er sigaretten, postzegels en koopzegels gestolen. De buit is grotendeels door één of meer daders zelf gepakt en een deel van de sigaretten heeft een winkelmedewerker onder bedreiging in een tas moeten stoppen. Om die reden heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld en aan afpersing.

Op de derde plaats heeft verdachte samen met twee anderen een gewapende overval gepleegd op de Lidl in Nijmegen. Ook bij deze overval droegen de drie daders gezichtsbedekkende kleding en waren zij bewapend met messen. De vrachtwagenchauffeur die ’s ochtends vroeg bij de supermarkt goederen kwam leveren, werd geconfronteerd met één van de overvallers die hem een mes liet zien en zei dat als hij zou luisteren er niets zou gebeuren en dat ze alleen geld wilden. De vrachtwagenchauffeur en het aanwezige winkelpersoneel werden gedwongen naar het kantoor te gaan en hun armen/handen zijn vervolgens vastgebonden met tie-wraps. Twee medewerkers zijn gedwongen de kluis te openen waarna de overvallers ongeveer € 4.000,-- aan contant geld hebben gestolen. Ook moesten de medewerkers hun telefoon en sleutels afgeven. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld, aan afpersing en aan wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Een gewapende winkeloverval is een zeer ernstig feit. De tijdens de overvallen aanwezige slachtoffers zijn geconfronteerd met gewapende en gemaskerde daders en dit heeft op hen een enorme indruk gemaakt. Deze situatie is voor de slachtoffers angstaanjagend geweest en zij wisten niet of de daders hen met de wapens daadwerkelijk wat aan zouden doen. De vrees hiervoor was gezien de dreiging die van de overvallers uit ging reëel. Uit de aangiftes en de schriftelijke slachtofferverklaringen blijkt ook dat de slachtoffers heel bang zijn geweest en dat de overval een grote impact heeft op hun psychische gesteldheid en dagelijks leven. Een deel van de slachtoffers is hiervoor zelfs in therapie gegaan. Verdachte en zijn mededaders lijken zich enkel te hebben laten leiden door hun wens om snel en gemakkelijk aan geld te komen en hebben kennelijk niet nagedacht over de gevolgen van hun handelen en de impact hiervan voor de slachtoffers. Daarnaast veroorzaken winkelovervallen veel schade en overlast bij winkeliers. De overvallen op de Jumbo Malvert, de Jumbo in Groesbeek en de Lidl in Nijmegen zijn gepleegd in een periode waarin rondom Nijmegen meerdere gewapende supermarktovervallen zijn gepleegd. Dit heeft ook tot veel onrust en gevoelens van angst en onveiligheid geleid in de samenleving. Dit rekent de rechtbank verdachte aan. Verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen, nu hij niets heeft willen verklaren. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit voor de slachtoffers erg onbevredigend is.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan hard- en softdrugsbezit. Hij had cocaïne, heroïne en hasjiesj bij zich op een plek waarvan ter plaatse bekend is dat daar veel gebruikers rondhangen en overlast veroorzaken.

De persoon van verdachte

[verdachte] is door een tweetal kinder- en jeugdpsychiaters, [naam] (als supervisor) en [naam] (supervisant) en door een GZ-psycholoog, [naam] , onderzocht. De psychiaters en de psycholoog hebben een rapport over [verdachte] geschreven. Daarna is [verdachte] geplaatst op de observatieafdeling Teylingereind van de ForCA. Over de persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte volgt uit de rapportages onder meer het volgende.

Op grond van hetgeen in het klinisch multidisciplinair onderzoeksrapport wordt vermeld, is de rechtbank van oordeel dat bij verdachte ten tijde van het begaan van die misdrijven sprake was van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een oppositionele opstandige stoornis en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling in de richting van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale- en narcistische trekken. De complexe problematiek van verdachte die door de deskundigen wordt beschreven, is naar het oordeel van de rechtbank als zorgelijk aan te merken.

De conclusie van het onderzoeksteam van de ForCA is dat de rechtbank er bij het bepalen van de straf of maatregel rekening mee moet houden dat [verdachte] de overvallen onder invloed van verschillende stoornissen heeft gepleegd, waardoor de rechtbank hem de overvallen in verminderde mate zou moeten toerekenen. Die conclusie neemt de rechtbank over en houdt daarbij bij het opleggen van de straf rekening.

Er zijn zorgen over de opvoeding van [verdachte] , zijn individuele ontwikkeling en de negatieve invloed van omgevingsfactoren. [verdachte] komt gemakkelijk tot agitatie en verbale agressie. Spanningsvolle situaties laat hij soms escaleren en hij lijkt daar status aan te ontlenen. [verdachte] heeft een te positief zelfbeeld en daar mag niemand aankomen. Hij heeft om dit beeld te behouden strafbare feiten gepleegd waarbij hij op respectloze en grensoverschrijdende wijze met de slachtoffers is omgegaan en heeft bedreiging en agressie ingezet om zijn doel te bereiken. Daarnaast is bij [verdachte] sprake van een zeer beperkte frustratietolerantie, een beperkte impulscontrole en agressieregulatie. In gedragsmatige zin is bij hem sprake van een oppositioneel opstandige stoornis, waarbij sprake is van een boze, prikkelbare stemming en ruziezoekend en uitdagend gedrag. Er ontstaat dan vaak spanning met personen met gezag en [verdachte] wil zich niet conformeren aan regels. [verdachte] legt daarbij de oorzaak van zijn gedrag vaak bij anderen en is sterk externaliserend.

Straftoemeting

De onderzoekers van de ForCA adviseren de rechtbank de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen op te leggen (PIJ-maatregel). De Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering staan achter de oplegging van die maatregel.

De rechtbank is van oordeel dat de (onvoorwaardelijke) PIJ-maatregel aan verdachte dient te worden opgelegd. Zij overweegt daartoe het volgende.

Voor de oplegging van de PIJ-maatregel moet kort gezegd aan vier voorwaarden worden voldaan. Allereerst moet sprake zijn van misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Daarnaast dient de verdachte ten tijde van het plegen van het strafbare feit te lijden aan een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijke stoornis. De PIJ-maatregel moet volgens de wet noodzakelijk zijn voor de veiligheid van andere personen. Tot slot moet de PIJ-maatregel in het belang van de ontwikkeling van de verdachte zijn.

De rechtbank is van oordeel dat aan deze voorwaarden is voldaan.

De rechtbank stelt vast dat de onder parketnummer 05/881820-18 gepleegde feiten misdrijven betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Gelet op de eerder vermelde rapportages was ten tijde van het plegen van de misdrijven ook sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bij [verdachte] . Het onderzoeksteam heeft het recidiverisico op basis van hun klinische inschatting en risicotaxatie-instrumenten ingeschat als hoog. Er worden behalve de cognitieve capaciteiten geen beschermende factoren gezien. Daarom eisen de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van een PIJ-maatregel. Bovendien is deze maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte.

[verdachte] heeft intensieve residentiele behandeling nodig om de hoge kans op herhaling af te wenden. Binnen een langdurig intramuraal traject kan met een orthopedagogische aanpak geprobeerd worden om zijn doorzettingsvermogen te stimuleren, hem positieve ervaringen op te laten doen, hem rekening te leren houden met de ander en hem te leren zijn negatieve opvattingen los te laten.

Vanwege de omstandigheid dat [verdachte] slechts beperkt openstaat voor behandeling en niet of nauwelijks probleembesef heeft (zoals de rechtbank ter terechtzitting ook heeft kunnen constateren), wordt de PIJ-maatregel in onvoorwaardelijke vorm opgelegd. De oplegging van die maatregel in voorwaardelijke vorm heeft slechts een geringe kans van slagen, zo oordeelt de rechtbank op basis van de inschatting van het onderzoeksteam.

De rechtbank overweegt dat de PIJ-maatregel zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit betekent dat verlenging van deze maatregel mogelijk is voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat.

In het geval dat een betrokkene na afloop van die maximale termijn van zeven jaar en na terugplaatsing niet uitbehandeld is, en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de omzetting van de PIJ-maatregel in TBS eist, voorziet het bepaalde in artikel 77tc van het Wetboek van Strafrecht in omzetting in die maatregel.

Naast de oplegging van de PIJ-maatregel zal de rechtbank een jeugddetentie opleggen. De ernst van de feiten rechtvaardigt in principe een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor langere duur dan de reeds in voorarrest doorgebrachte tijd. De rechtbank zal daar echter van af zien zodat verdachte zo snel mogelijk kan worden behandeld binnen de PIJ-maatregel. Om die reden zal de rechtbank een jeugddetentie opleggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest, te weten 221 dagen.

Beslag

Ten aanzien van de in beslag genomen tie-wraps, de latex handschoen, het treinkaartje, de 4 pakjes sigaretten, de trainingsbroek en het geldbedrag van € 4.250,-- kan niet worden vastgesteld dat deze goederen afkomstig zijn van de overvallen of bij de overvallen zijn gebruikt. De rechtbank zal dan ook de teruggave van de voorwerpen 1 t/m 5 en 8 op de beslaglijst aan de beslagene, te weten [verdachte] bevelen. Ten aanzien van het geldbedrag, voorwerp 9, merkt de rechtbank op dat dit in beslag is genomen onder de broer van [verdachte] (ALG, p. 99), zodat het ook aan deze broer retour zal moeten worden gegeven.

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen 6 en 7 dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] is een zwart hemd aangetroffen met daarin twee gaten geknipt. Daarnaast is een zelfgemaakte witte bivakmuts met 3 gaten aangetroffen. Deze goederen behoren toe aan [verdachte] en zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten (overvallen op supermarkten) aangetroffen. Die voorwerpen kunnen bovendien dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.

7b. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van alle vorderingen van de benadeelde partijen

De officier van justitie en de verdediging hebben met betrekking tot alle vorderingen van de benadeelde partijen betreffende de gevorderde wettelijke rente, de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vervangende jeugddetentie en de hoofdelijkheid, de volgende standpunten ingenomen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht elk toe te wijzen bedrag aan schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Daarnaast heeft hij verzocht dat de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot elk toegewezen bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door vervangende jeugddetentie. Ook heeft hij verzocht elk toegewezen bedrag hoofdelijk aan verdachte op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank ten aanzien van alle vorderingen van de benadeelde partijen die zien op vergoeding van immateriële schade verzocht om gebruik te maken van haar matigingsbevoegdheid. De in dit kader aangehaalde uitspraken zijn niet vergelijkbaar. Het bedrag wegens immateriële schade dient volgens de verdediging, onder verwijzing naar jurisprudentie, gematigd te worden tot een maximum bedrag van € 1.040,00. Dit is in dit geval een billijk bedrag. Nog een reden om de rechtbank te verzoeken om de gevorderde schadevergoedingen te matigen is gelegen in de omstandigheid dat het moeten betalen van dergelijke bedragen voor verdachte tot grote problemen zal leiden, omdat hij hiervoor niet over de financiële middelen beschikt.

Verder heeft de verdediging verzocht niet te bepalen dat verdachte met zijn medeverdachten hoofdelijk aansprakelijk is voor de toe te wijzen bedragen, maar de bedragen op gelijke wijze te verdelen over de verdachten. Bij niet of niet gehele betaling van de bedragen zou hoofdelijke aansprakelijkheid namelijk kunnen betekenen dat verdachte vervangende jeugddetentie moet uitzitten, terwijl de toepassing van die jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.

In dit verband heeft de verdediging ook gewezen op de door de expertisegroep jeugdrechters gemaakte afspraken dat het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel mogelijk is, maar dat het geen verplichting is. Om die reden is verzocht geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Indien toch vervangende jeugddetentie wordt opgelegd, heeft de verdediging op grond van voormelde afspraken verzocht de op te leggen vervangende jeugddetentie maximaal op één maand te bepalen voor alle benadeelde partijen samen.

Algemene overweging van de rechtbank

De rechtbank zal na de bespreking van alle afzonderlijke vorderingen van de benadeelde partijen een overweging wijden aan de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vervangende jeugddetentie en de hoofdelijkheid.

Deze onderdelen van de vorderingen van de benadeelde partijen komen daarom niet terug in de afzonderlijke bespreking van de vorderingen en schadeposten, wat de leesbaarheid ten goede komt. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn doorgenummerd zoals hieronder weergegeven.

Ten aanzien van de overval op de Jumbo Malvert (feit 1 van parketnummer 05/881820-18)

1. [aangever 1]

De benadeelde partij [aangever 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.574,02, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de gevorderde telefoonkosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het gevorderde gederfde inkomen heeft de verdediging aangevoerd dat die post onvoldoende onderbouwd is.

De verdediging heeft verzocht het gevorderde bedrag aan immateriële schadevergoeding van € 2.500,-- te matigen tot een bedrag van maximaal € 1.040,--, gelet op andere jurisprudentie.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist, zodat die post zal worden toegewezen. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het gevorderde bedrag aan gederfd inkomen onvoldoende onderbouwd is.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met een ander een overval gepleegd op de Jumbo Malvert. Daarbij is met een mes en een bijl gedreigd. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding toewijzen tot een bedrag van € 2.000,--. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreekse schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit een bedrag van € 2.025,--. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2018. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

2. [aangever 2]

De benadeelde partij [aangever 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.569,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de gevorderde telefoonkosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het gevorderde gederfde inkomen heeft de verdediging aangevoerd dat die post onvoldoende onderbouwd is.

De verdediging heeft verzocht het gevorderde bedrag aan immateriële schadevergoeding van € 2.500,-- te matigen tot een bedrag van maximaal € 1.040,--, gelet op andere jurisprudentie.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist, zodat die post zal worden toegewezen. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het gevorderde bedrag aan gederfd inkomen onvoldoende onderbouwd is.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met een ander een overval gepleegd op de Jumbo Malvert. Daarbij is met een mes en een bijl gedreigd en is de benadeelde partij met een mes in zijn rug geprikt. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van toewijzen tot een bedrag van € 2.000,--. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit het een bedrag van € 2.025,--. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2018. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

3. [aangever 3]

De benadeelde partij [aangever 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.606,47, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de gevorderde telefoonkosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het gevorderde gederfde inkomen heeft de verdediging aangevoerd dat die post onvoldoende onderbouwd is.

De verdediging heeft verzocht het gevorderde bedrag aan immateriële schadevergoeding van € 2.500,-- te matigen tot een bedrag van maximaal € 1.040,--, gelet op andere jurisprudentie.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist, zodat die post zal worden toegewezen. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het gevorderde bedrag aan gederfd inkomen onvoldoende onderbouwd is.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met een ander een overval gepleegd op de Jumbo Malvert. Daarbij is met een mes en een bijl gedreigd en is de benadeelde partij met een mes in zijn rug geprikt. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van toewijzen tot een bedrag van € 2.000,--. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit het een bedrag van € 2.025,--. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2018. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

4. [benadeelde partij 4]

De benadeelde partij [benadeelde partij 4] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 467,71, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering dan wel die vordering af te wijzen. Zij is niet zelf slachtoffer geworden van de overval.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering dan wel die vordering af te wijzen, wegens het ontbreken van causaal verband met het strafbare feit.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij afwijzen omdat er onvoldoende samenhang bestaat tussen het feit en de gestelde schade. Er ontbreekt dan ook een causaal verband met het strafbare feit.

5. [benadeelde partij 5]

De benadeelde partij [benadeelde partij 5] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 250,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering dan wel die vordering af te wijzen. Hij is niet zelf slachtoffer geworden van de overval.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering dan wel die vordering af te wijzen, wegens het ontbreken van causaal verband met het strafbare feit.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij afwijzen omdat er onvoldoende samenhang bestaat tussen het feit en de gestelde schade. Er ontbreekt dan ook een causaal verband met het strafbare feit.

Ten aanzien van de overval op de Jumbo Groesbeek (feit 2 van parketnummer 05/881820-18)

6. [benadeelde partij 6] .

De benadeelde partij [benadeelde partij 6] . heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.422,08, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij tot betaling van het bedrag van € 2.636,95 toe te wijzen. De officier van justitie heeft daarbij opgemerkt dat hij de gevorderde schadevergoeding (van

€ 316,--) ten aanzien van de ongeldig gemaakte zegelboekjes onvoldoende onderbouwd vindt en de vordering voor dat deel moet worden afgewezen. Ten aanzien van de gevorderde loonkosten van het personeel (van € 469,13) heeft de officier van justitie aangegeven dat die post ook onvoldoende is onderbouwd, met name nu door werknemers van de Jumbo, die ook een vordering tot schadevergoeding hebben ingediend, gederfd loon wordt gevorderd. De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij om die reden niet-ontvankelijk te verklaren in dat deel van de vordering.

Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gestelde schade niet eenvoudig van aard is om te beoordelen. Daarnaast is niet duidelijk of de schade geheel of gedeeltelijk door de verzekering is uitgekeerd. De behandeling van deze vordering leidt daarnaast tot een onevenredige belasting van dit strafgeding. De benadeelde partij kan zich wenden tot de civiele rechter. Volgens de verdediging dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering dan wel moet de vordering worden afgewezen.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij [benadeelde partij 6] . heeft [getuige 5] gevolmachtigd om namens de Jumbo een vordering tot schadevergoeding in te dienen. Het gevorderde bedrag van € 1.544,60 betreffende het weggenomen contant geld acht de rechtbank voor toewijzing vatbaar. Op basis van de bijgevoegde kasopmaak rapportages van een dag na de overval is deze schadepost naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd. Hieruit volgt het verschil in contant geld van de verschillende kassa’s, welk verschil bij elkaar opgeteld past bij het gevorderde bedrag.

Ook het gevorderde bedrag van € 1.043,50 betreffende de weggenomen tabak acht de rechtbank op basis van het bijgevoegde overzicht voldoende onderbouwd en dus voor toewijzing vatbaar. Nu de rechtbank de gevorderde schadevergoeding betreffende het weggenomen contant geld en de weggenomen tabak voldoende onderbouwd acht, staat daarmee voor de rechtbank vast dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden. In de vordering is niet aangegeven dat de schade is vergoed (zie onderdeel 4c betreffende vergoede schade van het verzoek tot schadevergoeding) en de rechtbank ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen. De enkele vermelding van de term verzekerde schade bij de diverse rookwaren maakt dat niet anders.

Met betrekking tot de gevorderde bedragen betreffende de (ongeldig gemaakte) zegelboekjes, geldbakjes en loonkosten van het personeel is de rechtbank van oordeel dat deze posten onvoldoende zijn onderbouwd. Het is de rechtbank niet duidelijk waaruit de gestelde schade ten aanzien van deze zaken bestaat. Ten aanzien van de zegelboekjes en geldbakjes ontbreekt een (nadere) onderbouwing. Bovendien blijkt uit de aangifte dat de geldigheid van de zegelboekjes was verlopen. Met betrekking tot de loonkosten is enkel een overzicht bijgevoegd met personeelsnummers, uren en kosten. Zonder nadere toelichting kan de rechtbank hieruit niet afleiden of er extra loonkosten zijn gemaakt en wat die extra loonkosten als gevolg van de overval dan zijn. Bovendien strookt dit niet met het gegeven dat meerdere medewerkers van de Jumbo die bij de overval aanwezig waren juist gederfde loonkosten hebben gevorderd omdat zij na de overval minder hebben gewerkt. Ten aanzien van dit deel van de vordering (waar het voormelde drie posten betreft) zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een totaalbedrag van € 2.588,10 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018.
Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering en kan de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

7. [aangever 8]

De benadeelde partij [aangever 8] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.211,04, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de gevorderde telefoonkosten refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. De gestelde inkomstenderving is volgens de verdediging onvoldoende onderbouwd, zodat de benadeelde partij voor dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard dan wel dient deze gestelde schadepost te worden afgewezen.

De beoordeling door de rechtbank
Materiële schade
De gevorderde telefoonkosten van € 25,-- zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist. Dit bedrag acht de rechtbank dan ook toewijsbaar.
Ten aanzien van het gevorderde bedrag wegens inkomstenderving is de rechtbank van oordeel dat de vordering op dit punt onvoldoende is onderbouwd. Er zijn enkel twee salarisspecificaties bijgevoegd over de weken 37-40 en de weken 45-48 in 2018. Een salarisspecificatie over de tussenliggende weken ontbreekt. Op basis van deze twee loonstroken kan de rechtbank niet vaststellen in welke mate het gemiddelde salaris dat de benadeelde partij voor de overval verdiende, is gewijzigd ten opzichte van de periode na de overval. Om die reden zal de benadeelde partij in dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Immateriële schade
Met betrekking tot het gevorderde bedrag van € 2.500,-- wegens immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. De benadeelde partij is slachtoffer geworden van een gewapende overval. Terwijl hij aan het werk was, werd hij geconfronteerd met gemaskerde overvallers met messen en bijlen en werd hij gesommeerd om samen met twee andere slachtoffers op de grond te gaan liggen. Dit heeft grote gevoelens van angst veroorzaakt bij de benadeelde partij. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Het gevorderde bedrag acht de rechtbank onder deze omstandigheden redelijk en zal daarom worden toegewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een totaalbedrag van € 2.525,-- schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018.
Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering en kan de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8. [aangever 9]
De benadeelde partij [aangever 9] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.536,71, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen. Met betrekking tot het gevorderde bedrag wegens het niet kunnen sporten heeft de officier van justitie opgemerkt dat hij zich kan voorstellen dat het moeilijk is om een causaal verband aan te nemen tussen het niet sporten en het strafbare feit. Op dit punt heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de gevorderde telefoonkosten refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot de reiskosten heeft de verdediging gesteld dat ten onrechte twee keer reiskosten zijn gevorderd. De bij deze schadepost toegevoegde vermelding ‘vice versa’ is niet nader onderbouwd. Daarom dient slechts eenmaal een bedrag van € 6,76 wegens reiskosten te worden toegewezen.

De gestelde inkomstenderving is volgens de verdediging onvoldoende onderbouwd, zodat de benadeelde partij voor dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard dan wel dient deze gestelde schadepost te worden afgewezen.

Ten aanzien van de gevorderde bedragen wegens het niet gebruik kunnen maken van het sportschoolabonnement en het voetballidmaatschap heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze gestelde schadeposten onvoldoende zijn onderbouwd. Ook in dit gedeelde van de vordering dient de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard dan wel dienen deze gestelde schadeposten te worden afgewezen.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade
De gevorderde telefoonkosten van € 25,-- en reiskosten van € 14,30 zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank acht voldoende aangetoond dat de benadeelde partij twee keer reiskosten heeft gemaakt, namelijk voor het doen van aangifte bij de politie op 18 december 2018 en ten behoeve van de slachtofferbijeenkomst op 4 april 2019. Het verweer dat ten onrechte tweemaal reiskosten zijn gevorderd, gaat dus niet op.
Ten aanzien van het gevorderde bedrag wegens inkomstenderving is de rechtbank van oordeel dat de vordering op dit punt onvoldoende is onderbouwd. Er zijn salarisspecificaties bijgevoegd over de weken 29-32, 41-44 en 49-52 in 2018 en de weken 1-4 in 2019. Een salarisspecificatie over de tussenliggende weken 33-40 in 2018 ontbreekt. Op basis van deze loonstroken kan de rechtbank niet vaststellen in welke mate het gemiddelde salaris dat de benadeelde partij voor de overval verdiende is gewijzigd ten opzichte van de periode na de overval. Om die reden zal de benadeelde partij in dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit geldt ook voor de gevorderde bedragen wegens het niet gebruik kunnen maken van het sportschoolabonnement en het voetballidmaatschap. Deze posten acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Uit de bijgevoegde stukken blijkt niet dat de benadeelde partij minder of niet heeft gesport en evenmin of er tussen zijn sportgedrag en het strafbare feiten een causaal verband bestaat.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade
De gevorderde telefoonkosten van € 25,-- en reiskosten van € 14,30 zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist. Dit bedrag acht de rechtbank dan ook toewijsbaar.
Ten aanzien van het gevorderde bedrag wegens inkomstenderving is de rechtbank van oordeel dat de vordering op dit punt onvoldoende is onderbouwd. Er zijn salarisspecificaties bijgevoegd over de weken 29-32, 41-44 en 49-52 in 2018 en de weken 1-4 in 2019. Een salarisspecificatie over de tussenliggende weken 33-40 in 2018 ontbreekt. Op basis van deze loonstroken kan de rechtbank niet vaststellen in welke mate het gemiddelde salaris dat de benadeelde partij voor de overval verdiende is gewijzigd ten opzichte van de periode na de overval. Om die reden zal de benadeelde partij in dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit geldt ook voor de gevorderde bedragen wegens het niet gebruik kunnen maken van het sportschoolabonnement en het voetballidmaatschap. Deze posten acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Uit de bijgevoegde stukken blijkt niet dat de benadeelde partij minder of niet heeft gesport en evenmin of er tussen zijn sportgedrag en het strafbare feiten een causaal verband bestaat.

Immateriële schade

Met betrekking tot het gevorderde bedrag van € 2.800,-- wegens immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. De benadeelde partij is slachtoffer geworden van een gewapende overval. Terwijl hij aan het werk was, werd hij geconfronteerd met gemaskerde overvallers met messen en bijlen. Dit heeft grote gevoelens van angst veroorzaakt bij de benadeelde partij. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De benadeelde partij heeft € 300,-- meer gevorderd aan immateriële schadevergoeding dan zijn mede slachtoffers. Hiertoe is aangevoerd dat er tijdens de overval een bijl op zijn hals is gehouden om hem te dwingen een kassa te openen. Vanwege dit ingrijpende aspect is de benadeelde partij van mening dat een hoger bedrag betreffende immateriële schadevergoeding gerechtvaardigd is. De rechtbank is echter van oordeel dat niet is onderbouwd dat de benadeelde partij meer psychische schade heeft geleden dan de andere slachtoffers. De rechtbank acht onder deze omstandigheden hetzelfde bedrag van € 2.500,-- redelijk en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een totaalbedrag van € 2.539,30 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018.
Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering en kan de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9. [aangever 7]
De benadeelde partij [aangever 7] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 23.705,78, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij tot betaling van het bedrag van € 2.830,78 toe te wijzen. Ten aanzien van de gevorderde schade van € 20.875,-- omdat [aangever 7] studievertraging heeft opgelopen, heeft de officier van justitie aangegeven dat het causale verband met het strafbare feit wat hem betreft niet zonder meer vast staat. Indien de rechtbank tot een causaal verband komt dan wordt verzocht het bedrag te matigen.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de telefoon- en reiskosten heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De gestelde inkomstenderving is volgens de verdediging onvoldoende onderbouwd, zodat de benadeelde partij voor dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard dan wel dient deze gestelde schadepost te worden afgewezen.

Met betrekking tot het gevorderde bedrag wegens de gestelde studievertraging heeft de verdediging aangevoerd dat behandeling van dit gedeelte van de vordering tot een onevenredige belasting van het strafgeding leidt en de vordering in het kader van een civiele procedure moet worden behandeld. Ten aanzien van het stuk ter nadere onderbouwing dat na de zitting op 1 juli 2019 is ingebracht, heeft de verdediging de rechtbank verzocht dit stuk niet mee te nemen in de beoordeling. Dit had op een eerder moment in de procedure al kunnen worden ingebracht. Daarnaast zou het toelaten ervan voor verdachte tot rechtsongelijkheid leiden ten opzichte van de medeverdachten. De verdediging meent dat de benadeelde partij voor dit gedeelte van de vordering betreffende de gestelde studievertraging niet-ontvankelijk moet worden verklaard dan wel dat het gevorderde bedrag moet worden afgewezen.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade
De gevorderde telefoonkosten van € 25,-- en reiskosten van € 26,52 zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist. Dit bedrag acht de rechtbank dan ook toewijsbaar. Ten aanzien van het gevorderde bedrag wegens inkomstenderving is de rechtbank van oordeel dat de vordering op dit punt onvoldoende is onderbouwd. Er zijn slechts twee salarisspecificaties bijgevoegd over de weken 41-44 in 2018 en de weken 9-12 in 2019. Een salarisspecificatie over de tussenliggende weken ontbreekt. Op basis hiervan kan de rechtbank geen patroon vaststellen betreffende het gemiddelde salaris dat de benadeelde partij voor de overval verdiende en in welke mate dit anders is geworden na de overval. Om die reden zal de benadeelde partij in dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Ten aanzien van het gevorderde bedrag van € 20.875,-- wegens studievertraging overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank heeft geconstateerd dat er na de behandeling ter terechtzitting (van 1 juli 2019) een nadere onderbouwing van dat deel van de vordering is binnengekomen (namelijk een brief van de HAN van 4 juli 2019). Die brief zal de rechtbank buiten beschouwing laten, omdat het tardief (te laat) is ingediend. Ten aanzien van de medeverdachten is de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting al afgerond, behoudens het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting op 18 juli 2019. Het ingekomen stuk is in hun zaken niet ingediend. De behandeling van de strafzaak van verdachte is op een later moment hervat omdat de Pro Justitia rapportage betreffende verdachte niet eerder gereed was. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigt deze omstandigheid niet dat de nadere onderbouwing in de strafzaak van verdachte wél zou moeten worden meegenomen. De rechtbank is het met de verdediging eens dat het op een later moment moeten hervatten van de behandeling van zijn strafzaak niet ten nadele moet komen van verdachte. Daarom gaat de rechtbank louter uit van de aanvankelijk ingebrachte stukken en hetgeen ter terechtzitting (op 1 juli 2019) naar voren is gebracht.

De benadeelde partij heeft de vordering in (eerste instantie) onderbouwd met een brief van de HAN van 15 februari 2019. De studieloopbaanbegeleider schrijft daarin dat de overval een negatieve impact heeft (gehad) op het studiesucces en de studievoortgang van de benadeelde partij. Hij is zijn studie goed begonnen, maar hij heeft een voorlopig negatief studieadvies ontvangen voor de studie bedrijfskunde omdat hij niet aan de gestelde norm voor het benodigde aantal studiepunten voldoet. Verder volgt uit een bijgevoegde brief van Indigo van 6 februari 2019 dat de benadeelde partij daar van 19 december 2018 tot en met 6 februari 2019 onder behandeling is geweest. Deze behandeling (bestaande uit psycho-educatie en EMDR-therapie) gericht op PTSS is inmiddels afgerond. De psycholoog schrijft dat de benadeelde partij last had van flashbacks, nachtmerries, weinig energie en concentratieproblemen. Daarnaast was hij erg schrikachtig en was er bij hem sprake van veel boosheid naar de daders. Hoewel de rechtbank zich kan indenken dat de overval een grote impact heeft gehad op het welzijn van de benadeelde partij en op zijn dagelijks leven, acht de rechtbank de vordering ten aanzien van de gestelde studievertraging onvoldoende onderbouwd. Op basis van de informatie van de psycholoog en de HAN is het voor de rechtbank onvoldoende duidelijk of er een causaal verband bestaat tussen de opgelopen studievertraging en de overval. De beoordeling van de vraag of de benadeelde partij, als direct gevolg van het strafbare feit, later op de arbeidsmarkt actief zal zijn, acht de rechtbank in het kader van deze zaak te ingewikkeld en levert een onevenredige belasting op voor het strafproces. De benadeelde partij zal in dit gedeelte van de vordering daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Met betrekking tot het gevorderde bedrag van € 2.500,-- wegens immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. De benadeelde partij is slachtoffer geworden van een gewapende overval. Terwijl hij aan het werk was, werd hij geconfronteerd met gemaskerde overvallers met messen en bijlen en werd hij gesommeerd op de grond te gaan liggen. Dit heeft grote gevoelens van angst veroorzaakt bij de benadeelde partij. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank acht onder deze omstandigheden het gevorderde bedrag redelijk en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een totaalbedrag van € 2.551,52 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018.
Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering en kan hij zijn vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

10. [aangever 10]
De benadeelde partij [aangever 10] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.409,40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de gevorderde telefoonkosten heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De gestelde schade vanwege medische kosten is volgens de verdediging niet concreet onderbouwd. Het is mogelijk dat de benadeelde partij haar eigen risico al eerder in het jaar heeft gebruikt voor gedeclareerde medische kosten. Dit is niet inzichtelijk gemaakt, terwijl dat op eenvoudige wijze wel had gekund. Gelet hierop dient de benadeelde partij in dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard dan wel dient deze gestelde schadepost te worden afgewezen. Dit geldt ook voor de gestelde reis- en parkeerkosten, nu dit op geen enkele wijze is onderbouwd.

Met betrekking tot de gestelde inkomstenderving heeft de verdediging naar voren gebracht dat uit de overgelegde loonspecificaties enkel blijkt dat de benadeelde partij minder heeft gewerkt, maar hier kan ook een andere oorzaak voor zijn. Dat de oorzaak is gelegen in de supermarktoverval is niet nader onderbouwd. Ook ten aanzien van dit deel van de vordering dient niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing te volgen. Dit geldt eveneens voor de gestelde schade door het niet gebruik kunnen maken van het sportschoolabonnement en het voetballidmaatschap, nu deze posten onvoldoende zijn onderbouwd. Met betrekking tot het na de zitting op 1 juli 2019 ingekomen stuk betreffende een psychische behandeling van de benadeelde partij heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat dit stuk niet mag worden meegenomen in de beoordeling. Dit stuk had op een eerder moment in de procedure al kunnen worden ingebracht. Daarnaast zou het toestaan van dit stuk voor verdachte tot rechtsongelijkheid leiden ten opzichte van de medeverdachten.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade
De gevorderde telefoonkosten van € 25,-- en reis- en parkeerkosten van € 32,18 zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank overweegt dat uit het dossier blijkt dat de benadeelde partij op 27 november 2018 aangifte heeft gedaan en dat zij op 4 april 2019 de slachtofferbijeenkomst heeft bijgewoond. Het gevorderde bedrag van € 384,-- betreffende medische kosten acht de rechtbank eveneens voor toewijzing vatbaar. Dit bedrag betreft het eigen risico dat de benadeelde partij moet betalen voor haar zorgkosten. In dit kader overweegt de rechtbank dat zij het nader ingekomen stuk betreffende haar psychische behandeling om dezelfde reden als is genoemd bij de beoordeling van de onder 9 besproken vordering van de benadeelde partij [aangever 7] buiten beschouwing laat. Uit een (in eerste instantie) bijgevoegde verwijsbrief volgt dat de benadeelde partij is doorverwezen naar de basis geestelijke gezondheidszorg vanwege een vermoeden psychische stoornis (PTSS). Uit een brief van [psychologenpraktijk] van 18 juni 2019 blijkt dat er drie afspraken zijn ingepland bij een psycholoog waarvoor een tarief van € 406,10 geldt. Deze behandeling wordt vergoed, met uitzondering van de bijdrage voor het eigen risico. Gelet op de datum van voormelde brief acht de rechtbank het aannemelijk dat het eigen risico over het jaar 2019 hiervoor zal worden aangesproken en het gevorderde bedrag komt de rechtbank niet onredelijk voor. De rechtbank zal de vordering op dit punt daarom toewijzen.
Verder vordert de benadeelde partij een bedrag van € 384,57 wegens inkomstenderving. Ter onderbouwing hiervan zijn drie salarisspecificaties bijgevoegd van de weken 41-44, 45-48 en 49-52 in 2018. Dit zijn achtereenvolgende weken, waarbij de overval in week 45 heeft plaatsgevonden. Anders dan de verdediging acht de rechtbank de vordering op dit punt voldoende onderbouwd en aannemelijk dat het minder gewerkte aantal uren een gevolg is van de overval. Om het gemiddelde salaris te bepalen neemt de rechtbank het gemiddelde van de loonstrook met betrekking tot de weken 41-44 (€ 477,40) en de loonstrook met betrekking tot de weken 49-52 (€ 391,42). Het gemiddelde maandsalaris bedraagt dan € 434,41. In de weken 45-48 heeft de benadeelde partij € 178,81 verdiend. Het verschil (€ 434,41 minus € 178,81) tussen die bedragen is € 255,60. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in dit gedeelte van de vordering.

De gestelde schade wegens het niet gebruik kunnen maken van het sportschoolabonnement en het voetballidmaatschap acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Uit de bijgevoegde stukken blijkt niet dat de benadeelde partij minder of niet heeft gesport als gevolg van de overval en evenmin of er tussen haar sportgedrag en het strafbare feit een causaal verband bestaat. In dit gedeelte van de vordering zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
Immateriële schadevergoeding
Met betrekking tot het gevorderde bedrag van € 2.500,-- wegens immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. De benadeelde partij is slachtoffer geworden van een gewapende overval. Terwijl zij aan het werk was, werd zij geconfronteerd met gemaskerde overvallers met messen en bijlen en moest zij onder bedreiging daarvan kassalades openmaken. Dit heeft grote gevoelens van angst veroorzaakt bij de benadeelde partij. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Het gevorderde bedrag acht de rechtbank onder deze omstandigheden redelijk en zal daarom worden toegewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een totaalbedrag van € 3.196,78 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018.
Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering en kan hij zijn vordering voor dat deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Ten aanzien van de overval op de Lidl in Nijmegen (feiten 3 en 4 van parketnummer 05/881820-18)

11. [aangever 12]

De benadeelde partij [aangever 12] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.235,40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de telefoonkosten en de reiskosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de parkeerkosten heeft de verdediging aangevoerd dat die schadepost moet worden afgewezen omdat de benadeelde partij in de onderbouwing vermeldt dat de bijeenkomst op het hoofdbureau van de politie heeft plaatsgevonden op 4 april 2019 en de bijgevoegde parkeerbon geen betrekking heeft op die datum.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) en de reiskosten (van in totaal € 3,90) zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist, zodat die posten zullen worden toegewezen. De parkeerkosten worden wel betwist. Gesteld wordt dat er parkeerkosten zijn gemaakt op 4 april 2019. Ter onderbouwing daarvan is een parkeerbon overgelegd van de locatie Stieltjesstraat (de straat waar ook het politiebureau in Nijmegen is gevestigd) met in de aanhef vermeld: “5 april 2019” en als tijdstip “09:00”. De rechtbank overweegt dat hieruit blijkt dat met de gekochte parkeerbon tot dat tijdstip op 5 april 2019 kan worden geparkeerd. Het is haar ambtshalve bekend dat vanaf een bepaald tijdstip op de avond ervoor tot dat tijdstip in de ochtend geen (nadere) parkeerkosten hoeven te worden betaald en de rechtbank gaat ervan uit dat [aangever 12] op de avond van 4 april 2019 (de slachtofferbijeenkomst bij de politie in Nijmegen) parkeergeld heeft betaald waardoor zij ook automatisch tot de volgende ochtend mocht parkeren. De rechtbank zal de parkeerkosten dan ook toewijzen.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met anderen een overval gepleegd op de Lidl. Daarbij is de benadeelde partij met een mes bedreigd. Ook zijn de handen van de benadeelde partij vastgebonden met tie-wraps en is zij van haar vrijheid beroofd. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 3.200,-- toewijzen. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit het gevorderde bedrag van € 3.235,40. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018.

12. [aangever 13]

De benadeelde partij [aangever 13] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.603,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de telefoonkosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de overgelegde informatie over de herstelkosten aan de telefoon slechts aan te merken is als een offerte. Op grond van die offerte kan niet de conclusie worden getrokken dat die kosten ten gevolge van de overval zijn ontstaan. Ook kan niet de conclusie worden getrokken dat die kosten ten gevolge van de overval door de benadeelde partij zijn betaald.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist, zodat die post zal worden toegewezen. Daarnaast is de gevorderde vergoeding van de tijdens de overval op de grond gevallen telefoon voldoende onderbouwd. Dat de telefoon van de benadeelde partij [aangever 13] op de grond is gevallen en schade daaraan dus rechtstreeks door de bewezenverklaarde feiten is ontstaan, blijkt uit meerdere verklaringen van aangevers (ZD04, p. 66 en p. 76).

Zowel de behuizing als het scherm van de telefoon waren beschadigd. De kosten om dit te herstellen zijn begroot op € 378,--, zodat ook die post wordt toegewezen.

Dat ter onderbouwing van die kostenpost enkel een offerte is overgelegd, doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af. Immers is de schade daadwerkelijk ontstaan en begroot. Het bedrag van de schade wordt door de herstelkosten aangetoond.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met anderen een overval gepleegd op de Lidl. Daarbij is de benadeelde partij met een mes bedreigd. Ook zijn de handen van de benadeelde partij vastgebonden met tie-wraps en is hij van zijn vrijheid beroofd. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 3.200,-- toewijzen. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit het gevorderde bedrag van € 3.603,--. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018.

13. [aangever 14]

De benadeelde partij [aangever 14] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.225,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de telefoonkosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) en zijn voldoende onderbouwd en worden niet betwist, zodat die post zal worden toegewezen.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met anderen een overval gepleegd op de Lidl. Daarbij is de benadeelde partij met een mes bedreigd. Ook zijn de handen van de benadeelde partij vastgebonden met tie-wraps en is zij van haar vrijheid beroofd. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 3.200,-- toewijzen. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit het gevorderde bedrag van € 3.225,--. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018.

14. [aangever 15]

De benadeelde partij [aangever 15] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.266,43, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de telefoonkosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft ten aanzien van de gevorderde reiskosten aangegeven dat niet uit het dossier blijkt dat de benadeelde partij op 11 december 2018 voor een tweede keer naar het politiebureau in Tiel heeft moeten afreizen. De kosten voor die tweede gestelde reis moeten daarom worden afgewezen, aldus de verdediging.

De verdediging heeft verder opgemerkt dat uit het dossier niet is op te maken of de benadeelde partij naar een traumatherapeut is geweest, of dat hij bij het gesprek bij slachtofferhulp in Tiel (op 12 maart 2019) aanwezig was, en ook niet of hij bij de slachtofferbijeenkomst bij het politiebureau in Nijmegen op 4 april 2019 aanwezig was.

Wel kunnen de reiskosten voor de rechtszitting worden toegewezen tot een bedrag van
€ 24,75, aldus de verdediging.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) en een deel van de reiskosten (van in totaal € 38,22) zijn voldoende onderbouwd en worden niet (geheel) betwist, zodat die posten zullen worden toegewezen. De rechtbank heeft een bedrag van € 3,12 van de gevorderde reiskosten afgetrokken omdat niet blijkt dat de benadeelde partij op 11 december 2018 zijn DNA-materiaal heeft moeten afstaan. Uit het dossier is namelijk op te maken dat dit na het doen van aangifte op 29 november 2018 is gebeurd (ZD04, p. 544), zodat voor de rechtbank vast staat dat de benadeelde partij slechts één keer naar het politiebureau is gereisd.

Wat betreft de gevorderde reiskosten voor het bezoeken van de traumatherapeut, het gesprek met slachtofferhulp en het bezoeken van de informatiebijeenkomst voor slachtoffers bij het politiebureau in Nijmegen op 4 april 2019 vindt de rechtbank het voldoende aannemelijk dat deze zijn gemaakt zodat deze voor toewijzing gereed zijn.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met anderen een overval gepleegd op de Lidl. Daarbij is de benadeelde partij met een mes bedreigd. Ook zijn de handen van de benadeelde partij vastgebonden met tie-wraps en is hij van zijn vrijheid beroofd. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 3.200,-- toewijzen. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit het bedrag van € 3.263,22. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

15. [aangever 11]

De benadeelde partij [aangever 11] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.299,96, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de telefoonkosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de gevorderde kosten voor de brace betreffende polsklachten als gevolg van de tie-wraps, heeft de verdediging opgemerkt dat het bestaan van die klachten niet blijkt uit de medische verklaring. Daarnaast blijkt niet dat de brace daadwerkelijk is besteld, om welke reden ook niet blijkt dat de gevorderde verzendkosten voor die brace zijn betaald door de benadeelde partij.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

De telefoonkosten (van € 25,--) worden niet betwist, zodat die post zal worden toegewezen.

Ten aanzien van de reis- en parkeerkosten geldt het volgende. Zoals door de verdediging is opgemerkt, heeft [aangever 11] als woonadres het adres van de Lidl in Nijmegen opgegeven. Dat betekent echter niet dat zij om die reden minder reis- en parkeerkosten heeft hoeven maken dan zij heeft gevorderd. Zij stelt telkens te hebben gereisd vanuit een postcodegebied dat in Arnhem ligt. De rechtbank heeft geen redenen daaraan te twijfelen en vindt de vordering ten aanzien van die posten voldoende onderbouwd.

De gevorderde schadevergoeding (van € 26,95) voor de aanschaf van een brace wegens polsklachten zijn naar het oordeel van de rechtbank ook voldoende onderbouwd. Al in haar aangifte merkt [aangever 11] op dat zij last heeft van haar polsen omdat de tie-wraps erg strak zaten. Ook heeft zij toen aangegeven dat zij het weekend daarna veel pijn aan haar polsen heeft gehad, waarna zij op 19 november 2018 naar de huisarts is gegaan.

De rechtbank zal de gevraagde materiële schade dan ook toewijzen.

Immateriële schade

Aan de benadeelde partij is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Verdachte heeft met anderen een overval gepleegd op de Lidl. Daarbij is de benadeelde partij met een mes bedreigd. Ook zijn de handen van de benadeelde partij vastgebonden met tie-wraps en is zij van haar vrijheid beroofd. Door aldus te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de benadeelde partij. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 BW, is naar het oordeel van de rechtbank om die reden voldaan.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 3.200,-- toewijzen. Hierbij is rekening gehouden met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen aan smartengeld plegen toe te kennen.

Conclusie

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade bestaat naar het oordeel van de rechtbank uit het gevorderde bedrag van € 3.299,96. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018.

Ten aanzien van de overval op de Jan Linders in Lent (feiten 5 en 6 van parketnummer 05/881820-18)

16. [benadeelde partij 16]

De benadeelde partij [benadeelde partij 16] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 5 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 37.083,08, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij tot betaling van het bedrag van € 37.083,08 toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren dan wel de vordering af te wijzen. De gestelde schade is niet eenvoudig te beoordelen en de behandeling van de vordering leidt tot een onevenredige belasting van het strafgeding.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het onder feit 5 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

17. [aangever 17]

De benadeelde partij [aangever 17] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat niet blijkt dat de benadeelde partij zich onder behandeling van een arts of psycholoog heeft gesteld. De verdediging heeft om die reden verzocht het bedrag aan immateriële schadevergoeding te matigen en wel tot een bedrag van maximaal € 1.040,--.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

18. [aangever 18]

De benadeelde partij [aangever 18] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de benadeelde partij zich niet onder behandeling van een arts of psycholoog heeft gesteld. De verdediging heeft om die reden verzocht het bedrag aan immateriële schadevergoeding te matigen en wel tot een bedrag van maximaal € 1.040,--.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

19. [aangever 19]

De benadeelde partij [aangever 19] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat niet blijkt dat de benadeelde partij zich onder behandeling van een arts of psycholoog heeft gesteld. De verdediging heeft om die reden verzocht het bedrag aan immateriële schadevergoeding te matigen en wel tot een bedrag van maximaal € 1.040,--.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

20. [aangever 20]

De benadeelde partij [aangever 20] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.075,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de gevorderde materiële kosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft aangevoerd dat niet blijkt dat de benadeelde partij zich onder behandeling van een arts of psycholoog heeft gesteld. De verdediging heeft om die reden verzocht het verzochte bedrag aan immateriële schadevergoeding te matigen en wel tot een bedrag van maximaal € 1.040,--.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

21. [aangever 21]

De benadeelde partij [aangever 21] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.014,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de gevorderde reiskosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft verder aangevoerd dat niet blijkt dat de benadeelde partij zich onder behandeling van een arts of psycholoog heeft gesteld. De verdediging heeft om die reden verzocht het bedrag aan immateriële schadevergoeding te matigen en wel tot een bedrag van maximaal € 1.040,--.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

22. [aangever 22]

De benadeelde partij [aangever 22] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de benadeelde partij zich niet onder behandeling van een arts of psycholoog heeft gesteld. De verdediging heeft om die reden verzocht het bedrag aan immateriële schadevergoeding te matigen en wel tot een bedrag van maximaal € 1.040,--.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

23. [aangever 23]

De benadeelde partij [aangever 23] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 4.025,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de gevorderde telefoonkosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de medische kosten van € 500,-- heeft de verdediging verzocht de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren, omdat niet blijkt dat die kosten ook daadwerkelijk door de benadeelde partij zijn betaald.

De verdediging heeft voor wat betreft de immateriële schade verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren omdat hij al een bedrag van
€ 2.500,-- uitgekeerd heeft gekregen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering omdat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem onder feiten 5 en 6 ten laste gelegde. De benadeelde partij kan de vordering daarom slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Ten aanzien van de toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen

Zoals eerder aangegeven zal de rechtbank in dit stadium ingaan op de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vervangende jeugddetentie en de hoofdelijkheid.

Afsluitende overweging van de rechtbank

Allereerst overweegt de rechtbank dat de toegewezen bedragen aan schadevergoeding hoofdelijk aan verdachte zullen worden opgelegd. Dit betekent dat verdachte niet meer tot vergoeding is gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan. Verdachte heeft samen met zijn mededaders de ‘verantwoordelijkheid’ genomen om dergelijk ernstige overvallen te plegen. Dat hebben zij samen gedaan, dus zullen zij die schade ook samen moeten terugbetalen. De rechtbank vindt dat er zoveel mogelijk waarborgen voor betaling moeten zijn, zodat de slachtoffers van deze overvallen de hen toekomende schadevergoeding krijgen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de gevorderde schade niet hoofdelijk op te leggen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte een groot bedrag aan schadevergoeding zal moeten betalen. In totaal worden immers dertien vorderingen van benadeelde partijen (geheel of gedeeltelijk) toegewezen. Om te bevorderen dat de schade door verdachte (telkens) wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag (en niet op de wettelijke rente). Anders dan de verdediging heeft betoogd, ziet de rechtbank dus geen goede reden om in dit geval af te zien van de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Verder zal de rechtbank de vervangende jeugddetentie voor alle toegewezen vorderingen opleggen en samen bepalen op 30 dagen. De rechtbank heeft daarbij gelet op de landelijke oriëntatiepunten (van het LOVS). Daarnaast overweegt de rechtbank dat verdachte een leeftijd heeft waarop hij kan werken en geld kan verdienen. Voor elke toegewezen vordering zal de rechtbank daarom bepalen dat minstens twee dagen vervangende jeugddetentie kunnen worden toegepast, zonder dat de betalingsverplichting vervalt. De rechtbank zal bij de vier hoogste vorderingen bepalen dat drie dagen vervangende jeugddetentie kunnen worden toegepast.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36d, 36f, 47, 55, 63, 77a, 77g, 77i, 77s, 77gg, 282, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05/881820-18 onder 5 en 6 tenlastegelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van 221 (tweehonderdeenentwintig) dagen;

beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

 legt aan verdachte op de maatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen.

Ten aanzien van het beslag

beveelt de teruggave van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan degene bij wie die voorwerpen in beslag zijn genomen, te weten:

Aan [verdachte] :

  • -

    1 tie-wrap;

  • -

    1 handschoen latex (wit);

  • -

    1 reisdocument, enkele reis Nijmegen/Lent;

  • -

    4 pakjes sigaretten van het merk Marlboro gold;

  • -

    1 tie-wrap;

  • -

    1 trainingsbroek van het merk Adidas;

Aan [naam] :

- een contant geldbedrag van € 4.250,--;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    1 stuk ondergoed, kleur zwart, (hemd, 2 gaten ingeknipt);

  • -

    1 muts, kleur wit, (zelfgemaakte bivakmuts met 3 gaten).

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 1] (parketnummer 05/881820-18 – feit 1)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1], van een bedrag van € 2.025,-- (tweeduizendvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 1], een bedrag te betalen van € 2.025,-- (tweeduizendvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] (parketnummer 05/881820-18 – feit 1)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 2], van een bedrag van € 2.025,-- (tweeduizendvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 2], een bedrag te betalen van € 2.025,-- (tweeduizendvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 3] (parketnummer 05/881820-18 – feit 1)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 3], van een bedrag van € 2.025,-- (tweeduizendvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 3], een bedrag te betalen van € 2.025,-- (tweeduizendvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] (parketnummer 05/881820-18 – feit 1)

wijst af de vordering van de benadeelde partij.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] (parketnummer 05/881820-18 – feit 1)

wijst af de vordering van de benadeelde partij.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] . (parketnummer 05/881820-18 – feit 2)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde partij 6] ., van een bedrag van € 2.588,10 (tweeduizend vijfhonderdachtentachtig euro en tien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

- bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] ., een bedrag te betalen van € 2.588,10 (tweeduizend vijfhonderdachtentachtig euro en tien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 8] (parketnummer 05/881820-18 – feit 2)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 8], van een bedrag van € 2.525,-- (tweeduizend vijfhonderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

- bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 8], een bedrag te betalen van € 2.525,-- (tweeduizend vijfhonderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 9] (parketnummer 05/881820-18 – feit 2)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 9], van een bedrag van € 2.539,30 (tweeduizend vijfhonderdnegenendertig euro en dertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

- bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 9], een bedrag te betalen van € 2.539,30 (tweeduizend vijfhonderdnegenendertig euro en dertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 7] (parketnummer 05/881820-18 – feit 2)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 7], van een bedrag van € 2.551,52 (tweeduizend vijfhonderdeenenvijftig euro en tweeënvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

- bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 7], een bedrag te betalen van € 2.551,52 (tweeduizend vijfhonderdeenenvijftig euro en tweeënvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 10] (parketnummer 05/881820-18 – feit 2)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 10], van een bedrag van € 3.196,78 (drieduizend honderdzesennegentig euro en achtenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

- bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 10], een bedrag te betalen van € 3.196,78 (drieduizend honderdzesennegentig euro en achtenzeventig cent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 12] (parketnummer 05/881820-18 – feiten 3 en 4)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 12], van een bedrag van € 3.235,40 (drieduizendtweehonderdvijfendertig euro en veertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 12], een bedrag te betalen van € 3.235,40 (drieduizendtweehonderdvijfendertig euro en veertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 13] (parketnummer 05/881820-18 – feiten 3 en 4)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 13], van een bedrag van € 3.603,-- (drieduizendzeshonderddrie euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 13], een bedrag te betalen van € 3.603,-- (drieduizendzeshonderddrie euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 14] (parketnummer 05/881820-18 – feiten 3 en 4)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 14], van een bedrag van € 3.225,-- (drieduizendtweehonderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 14], een bedrag te betalen van € 3.225,-- (drieduizendtweehonderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 15] (parketnummer 05/881820-18 – feiten 3 en 4)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 15], van een bedrag van € 3.263,22 (drieduizend tweehonderddrieënzestig euro en tweeëntwintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 15], een bedrag te betalen van € 3.263,22 (drieduizend tweehonderddrieënzestig euro en tweeëntwintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever 11] (parketnummer 05/881820-18 – feiten 3 en 4)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 11], van een bedrag van € 3.299,96 (drieduizendtweehonderdnegenennegentig euro en zesennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel tot schadevergoeding

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 11], een bedrag te betalen van € 3.299,96 (drieduizendtweehonderdnegenennegentig euro en zesennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat indien en voor zover door de mededader(s) het betreffende schadebedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 16] , [aangever 17] , [aangever 18] , [aangever 19] , [aangever 20] , [aangever 21] , [aangever 22] , [aangever 23] (parketnummer 05/881820-18 – feiten 5 en 6)

verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Zuil, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. J.T. van Belzen en mr. M.C. Gerritsen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Bongers en
mr. C.D.G. van IJzendoorn, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 juli 2019.

mr. M.C. Gerritsen is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

1 In de voetnoten wordt als volgt verwezen naar de vindplaatsen van de bewijsmiddelen in het dossier: ALG is het Algemeen Dossier, PD is het persoonsdossier en ZD is het zaaksdossier. Bij de bespreking van de afzonderlijk ten laste gelegde feiten zal de rechtbank de exacte vindplaats van de bewijsmiddelen, onder vermelding van de dossiernummers, weergeven.

2 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , ZD04, p. 367.

3 Proces-verbaal van bevindingen, ZD04, p. 555-556.

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , ZD04, p. 447-449.

5 Proces-verbaal van bevindingen, ZD04, p. 557.

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , ZD03, p. 406.

7 Proces-verbaal van bevindingen, PD02, p. 134.

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] , ZD03, p. 398.

9 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 2019119763, onderzoeksnummer ON5R018089 (onderzoek Melbourne), gesloten op 19 maart 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

10 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , ZD01, p. 10-11; proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , ZD01, p. 31-33; proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , ZD01, p. 40-43.

11 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , ZD01, p. 41; proces-verbaal uitkijken beelden, ZD 01, p. 96.

12 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , ZD01, p. 32.

13 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , ZD01, p. 41.

14 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , ZD01, p. 41; proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , ZD01, p. 32-33.

15 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , ZD01, p. 32.

16 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , ZD01, p. 42; proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , ZD01, p. 33.

17 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , ZD01, p. 32.

18 Proces-verbaal van bevindingen, ZD01, p. 46.

19 Proces-verbaal uitkijken beelden, ZD01, p. 96, en 110-111.

20 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , ZD01, p. 42.

21 Proces-verbaal van bevindingen, ZD01, p. 113-114.

22 Proces-verbaal sporenonderzoek, ZD01, p. 51, 54 en 62-63.

23 NFI rapport van 30 november 2018, met een bijlage van 11 januari 2019, ZD01, p. 115-117.

24 Proces-verbaal sporenonderzoek, ZD01, p. 51, 54 en 83.

25 Proces-verbaal biologisch en dactyloscopisch onderzoek, ZD01, p. 119 en 121 en 128-129.

26 Proces-verbaal individualisatie dactyloscopisch spoor, ZD01, p. 135-140.

27 Proces-verbaal individualisatie dactyloscopisch spoor, opgemaakt door verbalisant [naam] op 14 februari 2019, met als bijlage het rapport dactyloscopisch onderzoek.

28 Proces-verbaal biologisch en dactyloscopisch onderzoek, ZD01, p. 121-122 en 127.

29 NFI rapport van 23 januari 2019, ZD01, p. 141-142.

30 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 51, 53 en 83.

31 Proces-verbaal biologisch en dactyloscopisch onderzoek, ZD01, p. 120-121 en 130.

32 NFI rapport van 23 januari 2019, ZD01, p. 141-142; NFI-rapport van 10 april 2019, ZD01, p. 165-167.

33 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 51, 53-54 en 83.

34 Proces-verbaal biologisch en dactyloscopisch onderzoek, ZD01, p. 122-124 en 132.

35 NFI rapport van 10 april 2019, ZD01, p. 165-167.

36 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost- Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 2019119763, onderzoeksnummer ON5R018101 (onderzoek Salou), gesloten op 21 maart 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

37 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , ZD03, p. 32-33; proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] , ZD03, p. 35; proces-verbaal uitkijken videobeelden, ZD03, p. 61-63.

38 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , ZD03, p. 32; proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 10] , ZD03, p. 38; proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 9] , ZD03, p. 47; proces-verbaal van verhoor getuige [klant] , ZD03, p. 49; proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 8] , ZD03, p. 54.

39 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , ZD03, p. 43; proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 10] , ZD03, p. 38-39; proces-verbaal van verhoor getuige [klant] , ZD03, p. 49.

40 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , ZD03, p. 43; proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 9] , ZD03, p. 47.

41 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] , ZD03, p. 34.

42 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 10] , ZD03, p. 39.

43 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , ZD03, p. 32-33; proces-verbaal van verhoor getuige [klant] , ZD03, p. 49-50; proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 8] , ZD03, p. 55.

44 Proces-verbaal van aangifte van [getuige 5] namens Jumbo Groesbeek, ZD03, p. 29.

45 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 10] , ZD03, p. 38-39; proces-verbaal van aangifte van L. [aangever 9] , ZD03, p. 44.

46 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] , ZD03, p. 35; het proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , ZD03, p. 44.

47 Proces-verbaal van bevindingen, ZD03, p. 116.

48 Proces-verbaal sporenonderzoek, ZD03, p. 191-192.

49 Proces-verbaal van getuigenverklaring van [getuige 5] , ZD03, p. 257; 263; 268.

50 Proces-verbaal van bevindingen, ZD03, p. 91-96.

51 Proces-verbaal van bevindingen, ZD03, p. 113; proces-verbaal van bevindingen, ZD03, p. 119.

52 Proces-verbaal sporenonderzoek, ZD03, p. 192-193.

53 NFI-rapport van 28 december 2018, ZD03, p. 243.

54 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 192-193.

55 NFI-rapport van 7 december 2018, ZD03, p. 235-236.

56 Proces-verbaal sporenonderzoek, ZD03, p. 193.

57 NFI-rapport van 11 februari 2019, ZD03, p. 227-229.

58 Proces-verbaal sporenonderzoek, ZD03, p. 193.

59 NFI-rapport, ZD03, p. 227-228.

60 Proces-verbaal sporenonderzoek, ZD03, p. 251; proces-verbaal onderzoek pannenzegel Jumbo, ZD03, p. 277.

61 Proces-verbaal onderzoek pannenzegel Jumbo, ZD03, p. 277.

62 Proces-verbaal van bevindingen binnentreden en doorzoeking in woning, ALG, p. 183-184.

63 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen Jumbo spaarzegel, ZD03, p. 282-283.

64 Proces-verbaal beelden Breng, ZD03, p. 127.

65 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] , PD04, p. 57-58.

66 Proces-verbaal beelden Breng, ZD03, p. 127; 129; 135.

67 Rapport, ZD03, p. 355-356.

68 Rapport, ZD03, p. 349-350.

69 Rapport, ZD03, p. 350.

70 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] , ZD03, p. 359.

71 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] , ZD03, p. 359-360.

72 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost- Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 2019119763, onderzoeksnummer ON5R018106 (onderzoek Wyler), gesloten op 26 maart 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld.

73 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 12] , ZD04, p. 56-58; proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , ZD04, p. 64-68; proces-verbaal van aangifte van [aangever 15] , ZD04, p. 70-72; proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] , ZD04, p. 74-76; proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , ZD04, p. 78-80.

74 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 15] , ZD04, p. 70-71.

75 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , p. 78-79.

76 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] , ZD04, p. 75.

77 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , ZD04, p. 78-80; proces-verbaal van aangifte van [aangever 15] , ZD04, p. 70-71.

78 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 12] , ZD04, p. 57.

79 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , ZD04, p. 79.

80 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 12] , ZD04, p. 57; proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , ZD04, p. 66-67.

81 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] , ZD04, p. 76.

82 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 15] , ZD04, p. 72.

83 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , ZD04, p. 67.

84 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , ZD04, p. 79; proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , ZD04, p. 66.

85 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [aangever 11] , ZD04, p. 98-99.

86 Proces-verbaal van bevindingen geldrollen, ZD04, p. 276-277.

87 Proces-verbaal van bevindingen, ZD04, p. 264.

88 Proces-verbaal beelden [cafetaria] , ZD04, p. 291-303.

89 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] , PD04, p. 49.

90 Proces-verbaal van aanhouding van [medeverdachte 3] , PD04, p. 10-12.

91 Proces-verbaal bevindingen geldrollen, ZD04, p. 277-286.

92 Proces-verbaal van bevindingen, ZD04, p. 435-436.

93 Proces-verbaal van bevindingen foto groep Kelfkensbos, ZD04, p. 392 en 397.

94 Proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar, ZD04, p. 426-434.

95 Proces-verbaal van bevindingen, ZD04, p. 472-473.

96 Proces-verbaal van bevindingen foto groep Kelfkensbos, ZD04, p. 392 en 395.

97 Proces-verbaal van bevindingen, ZD04, p. 477.

98 Rapport telecomanalyse, ZD04, p. 572.

99 Rapportage telecommunicatie [verdachte] overval Wyler, ZD04, p. 586-588.

100 Rapportage telecommunicatie [medeverdachte 2] , overval Wyler, ZD04, p. 591.

101 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [aangever 11] , ZD04, p. 66.

102 Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever 13] , ZD04, p. 79.

103 Rapportage telecommunicatie [verdachte] overval Wyler, ZD04, p. 587.

104 Rapportage telecommunicatie [medeverdachte 2] , overval Wyler, ZD04, p. 592.

105 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige 7] , ZD04-476-A, p. 1-3.

106 Rapport, ZD04, p. 506.

107 Het proces-verbaal getuigenverhoor van getuige [getuige 7] , dat volgens het proces-verbaal bevindingen van het kabinet rechter-commissaris heeft plaatsgevonden op 12 juni 2019, p. 5.