Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:3338

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-07-2019
Datum publicatie
24-07-2019
Zaaknummer
7374923
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verhuur bedrijfspand. Herstelwerkzaamheden i.v.m. brand. Verhuurder moet schade huurder aan verzekeraar huurder vergoeden (subrogatie). Gebrek. Noodvoorzieningen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 7374923 \ CV EXPL 18-13153 \ 25115 \ 40141

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

[naam eisende partij]

gevestigd te [vestigingsplaats]

eisende partij

gemachtigde BoitenLuhrs & van der Lubbe Gerechtsdeurwaarders

tegen

[naam gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna [naam eisende partij] en [naam gedaagde] genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 januari 2019 en de daarin genoemde processtukken

- de comparitie van partijen van 5 juli 2019, waarbij [naam gedaagde] niet is verschenen.

2 De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?

2.1.

[naam gedaagde] is een verhuurder. Hij verhuurt onder andere een bedrijfspand aan de [adres bedrijfspand] (hierna wordt dit bedrijfspand ook “gehuurde” genoemd). Op 2 maart 2015 is er brand geweest bij een andere huurder van [naam gedaagde] [adres bedrijfspand] ). Omdat er brand is geweest, was het nodig dat in/aan het gehuurde herstelwerkzaamheden plaatsvonden. Het herstel begon op 29 juni 2015. Er werd een deel van de dakbedekking van het metaalplaten dak verwijderd, om na het aanbrengen van de nieuwe staalconstructie dakplaten weer aan te helen. Op 3 juli 2015 is er, door regenval, water via het dak in het gehuurde terecht gekomen. Op 8 en 9 juli 2015 is opnieuw wateroverlast geconstateerd.

2.2.

[naam eisende partij] is de verzekeraar van de huurder die het bedrijfspand aan de [adres bedrijfspand] van [naam gedaagde] huurt. [naam eisende partij] heeft een expert ingeschakeld om de hoogte van de schade en de oorzaak van de schade vast te stellen. De expert heeft de schade door de wateroverlast op de drie genoemde dagen vastgesteld op een bedrag van € 3.618,50 exclusief btw. [naam eisende partij] heeft dat bedrag aan de huurder vergoed. Het expertiserapport zelf kostte € 1.145,48. [naam eisende partij] vordert in deze procedure, van [naam gedaagde] , het aan de huurder uitgekeerde schadebedrag en de expertisekosten. Dat is een totaalbedrag van (€ 3.618,50 + € 1.145,48 =) € 4.763,98. Het schadebedrag wil [naam eisende partij] hebben, omdat ze in de rechten van de huurder is getreden, door de huurder haar schade te vergoeden. Verder wil [naam eisende partij] ook de proceskosten, de rente en de incassokosten vergoed hebben.

Is [naam gedaagde] aansprakelijk voor de schade van de huurder?

2.3.

[naam eisende partij] heeft aangegeven dat [naam gedaagde] aansprakelijk is voor de schade van de huurder, omdat [naam gedaagde] als verhuurder ervoor moet zorgen dat het gehuurde geen gebrek heeft. Een open dak, waardoor regen zomaar binnen kan komen, is een gebrek. Het gebrek kan ook aan [naam gedaagde] worden toegerekend. [naam gedaagde] heeft namelijk geen (nood)voorzieningen getroffen/laten treffen. De huurder heeft [naam gedaagde] nog gewaarschuwd dat er schade zou kunnen ontstaan door het open dak. [naam gedaagde] heeft niets met die waarschuwing gedaan.

2.4.

[naam gedaagde] is het er niet mee eens dat hij de schade van de huurder moet betalen. Volgens hem is hij helemaal niet gewaarschuwd door de huurder en bovendien moest het dak nu eenmaal gerepareerd worden. Als eigenaar heeft hij er alles aan gedaan om schade te voorkomen. De aannemer heeft er alles aan gedaan om het gebouw waterdicht te houden en te krijgen. Die heeft hij nog gesproken en die had het niet anders kunnen opbouwen. Zoals het herstel gegaan is, is de normale gang van zaken.

2.5.

[naam gedaagde] heeft niet betwist dat een deel van de dakbedekking van het metaalplaten dak van de unit van de huurder is verwijderd, waardoor een open verbinding met buiten is ontstaan. Dat is aan te merken als een gebrek in de zin van de wet. De verhuurder moet de schade die als gevolg van een gebrek ontstaat aan de huurder vergoeden als dat gebrek hem kan worden toegerekend (artikel 7:208 BW). Dat de dakbedekking is verwijderd, kan [naam gedaagde] op zichzelf niet worden verweten. De kantonrechter wil wel aannemen dat dit noodzakelijke herstelwerkzaamheden waren voor de schade door de brand. Wat [naam gedaagde] wel kan worden verweten is dat er geen noodvoorzieningen zijn getroffen. Volgens de expert was de schade te voorkomen geweest door het dak voor nood dicht te zetten. Of de huurder [naam gedaagde] nu wel of niet erop heeft gewezen dat er schade zou kunnen ontstaan door het open dak, kan in het midden blijven. [naam gedaagde] had in ieder geval ervoor moeten (laten) zorgen dat er via het dak geen water in het gehuurde binnen zou kunnen komen. Door dat niet te doen is het ontstaan van de schade door het gebrek, aan [naam gedaagde] toe te rekenen. Dat [naam gedaagde] heeft aangegeven dat hij niets anders had kunnen doen dan hij heeft gedaan is niet voldoende om aansprakelijkheid af te weren. De huurder en de expert geven namelijk aan dat noodmaatregelen getroffen hadden kunnen worden, namelijk door het dak dicht te zetten. [naam gedaagde] heeft niet concreet aangegeven waarom dat (het dak dicht zetten) niet mogelijk was. Hij heeft alleen in z’n algemeenheid aangegeven dat hij vindt dat hij niets anders had kunnen doen en dat is dus niet voldoende.

2.6.

Dat de huurder waterschade heeft geleden als gevolg van het aan [naam gedaagde] toe te rekenen gebrek is door [naam gedaagde] niet betwist. Ook de omvang van de door de expert vastgestelde schade, € 3.618,50, is niet in geschil. [naam gedaagde] is dan ook aansprakelijk jegens de huurder voor dat bedrag.

Moet [naam gedaagde] de schade van de huurder aan [naam eisende partij] vergoeden?

2.7.

[naam eisende partij] is als verzekeraar in de rechten van de huurder gesubrogeerd (artikel 7:962 BW). Dat betekent dat de verzekeraar, door het schadebedrag uit te keren aan haar verzekerde (de huurder), nu inderdaad [naam gedaagde] aan kan spreken voor dat uitgekeerde schadebedrag.

Moet [naam gedaagde] de expertisekosten aan [naam eisende partij] vergoeden?

2.8.

Ook de kosten van het expertiserapport (€ 1.145,48) komen voor vergoeding in aanmerking. Dat zijn namelijk redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid die op grond van de wet ook vergoed moeten worden door een aansprakelijke partij.

Hoe zit het met de proceskosten, rente en incassokosten?

2.9.

[naam gedaagde] heeft in deze procedure geen gelijk gekregen en moet daarom de proceskosten dragen; zijn eigen kosten en die van [naam eisende partij] . De kantonrechter ziet wel aanleiding om het salaris van de gemachtigde van [naam eisende partij] te matigen tot een punt, omdat ter comparitie niet de vragen van de kantonrechter over de feiten beantwoord konden worden. Het had voor de hand gelegen om een inhoudelijk betrokkene, zoals de huurder of de expert, wat nadere uitleg te laten geven over wat er een aantal jaren geleden precies gebeurd was.

2.10.

[naam eisende partij] heeft een bedrag van € 321,51 aan wettelijke rente tot en met de dag van de dagvaarding gevorderd. Deze rente kan worden toegewezen, omdat [naam gedaagde] [naam eisende partij] al eerder had moeten betalen, maar dat niet gedaan heeft. Ook de rente vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening kan worden toegewezen.

2.11.

De buitengerechtelijke incassokosten (€ 601,40 + € 126,29 aan btw) zijn in overeenstemming met de gebruikelijke en redelijke tarieven daarvoor en duidelijk is dat [naam eisende partij] die kosten heeft gemaakt. [naam gedaagde] moet die bedragen dus ook betalen.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt [naam gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [naam eisende partij] te betalen het bedrag van € 5.813,18 (€ 4.763,98 + € 321,51 + € 601,40 + € 126,29);

3.2.

veroordeelt [naam gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [naam eisende partij] te betalen de wettelijke rente over € 4.763,98 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

3.3.

veroordeelt [naam gedaagde] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [naam eisende partij] begroot op € 101,89 aan dagvaardingskosten, € 476,00 aan griffierecht en € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde;

3.4.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op