Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:3319

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
05-07-2019
Datum publicatie
23-07-2019
Zaaknummer
05/840900-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in korte tijd schuldig gemaakt aan meerdere winkeldiefstallen. Hij heeft bij verschillende winkels etenswaren, flessen wijn, lampen, een koptelefoon en een camera weggenomen. Veroordeling tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/840900-18

Datum uitspraak : 5 juli 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1]

,

thans gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) Zwolle te Zwolle.

Raadsman: mr. M.F. van Hulst, advocaat te Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 maart 2019, 24 mei 2019 en 21 juni 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 17 december 2018 te Duiven een koptelefoon ( [merk 1] ) en/of een camera ( [merk 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de Media Markt ( [vestiging 1] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1] en/of tegen een of meer (andere)

medewerkers van de Media Markt en/of omstanders, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- zich los heeft gerukt (toen en aldaar die [benadeelde 1] en/of een of meer (andere) medewerkers en/of omstanders verdachte vast hadden) en/of

- ( vervolgens) een mes, althans een scherp en/puntig voorwerp, in zijn, verdachtes, hand(en) heeft gehouden op zeer korte afstand en/of in de richting van die [benadeelde 1] en/of een of meer (andere) medewerkers en/of omstanders en/of

- ( daarbij) stekende bewegingen naar en/of in de richting van die medewerkers en/of omstanders en/of [benadeelde 1] heeft gemaakt en/of die [benadeelde 1] daarbij een of meermalen de woorden toe heeft gevoegd: "I am going to kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 08 november 2018 te Arnhem een of meer goederen naar zijn, verdachtes, gading (waaronder lampen), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de Intratuin ( [vestiging 2] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, (toen en aldaar die [benadeelde 2] verdachte vast had gepakt) een mes, althans een

scherp en/puntig voorwerp, heeft gepakt en/of (vervolgens) heeft uitgeklapt en/of in zijn, verdachtes, hand(en) heeft gehouden op zeer korte afstand en/of in de richting van die [benadeelde 2] ;

3.

hij op of omstreeks 19 oktober 2018 te Arnhem een of meer winkelgoederen/levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de Albert Heijn ( [vestiging 3] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 3] en/of tegen een of meer

(andere) medewerkers van de Albert Heijn en/of omstanders, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, een mes, althans een scherp en/puntig voorwerp, heeft gepakt en/of in zijn, verdachtes, hand(en) heeft gehouden op zeer korte afstand en/of in de richting van die (andere) medewerkers en/of omstanders en/of die [benadeelde 3] en/of die (andere) medewerkers en/of omstanders en/of [benadeelde 3] (daarbij) de woorden heeft toegevoed: "Do you want to fight", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 14 december 2018 te Velp, gemeente Rheden, twee flessen wijn, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de Albert Heijn ( [vestiging 4] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

5.

hij op of omstreeks 28 november 2018 te Velp, gemeente Rheden, een fles wijn, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de Albert Heijn ( [vestiging 5] ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

6.

hij op of omstreeks 26 november 2018 te Arnhem een of meer winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de Action ( [vestiging 6] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

7.

hij op een of meer tijdstippen of omstreeks de periode van 19 oktober 2018 tot en met 17 december 2018 te Duiven en/of Arnhem, althans in Nederland, (telkens) een wapen van categorie IV heeft gedragen, te weten een (klap)mes, in elk geval een voorwerp, waarvan, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat zij was bestemd om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen en dat niet onder een van de andere categorieën viel.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat de feiten 1 tot en met 6 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Daar waar verdachte zich bij feit 1 beroept op de noodzaak om zich zelf te verdedigen met zijn mes tegen degenen die hem daar aanvielen buiten de Media Markt blijkt dit niet uit de bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft benadrukt dat verdachte zich in een wanhopige situatie bevond en dat hij bezig was met overleven bij de feiten 1 tot en met 6. Bij feit 1 heeft verdachte geen geweld gebruikt ten opzichte van de beveiliger [benadeelde 4] , die door verdachte niet is gezien en die er zelf voor heeft gezorgd dat hij gestruikeld is. Daar waar verdachte zijn mes heeft gebruikt was dat enkel om weg te komen uit de situatie.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend de diefstallen, zoals ten laste gelegd onder feit 1 tot en met 6, te hebben gepleegd. Hij heeft evenwel ontkend dat daarbij sprake is geweest van - kort gezegd - (bedreiging met) geweld, zoals ten laste gelegd onder feit 1 tot en met 3.

De rechtbank ziet hierin aanleiding om bij de overwegingen ten aanzien van het bewijs de feiten 1 tot en met 3 in chronologische volgorde te bespreken en zal daarbij beginnen met de overwegingen ten aanzien van feit 3, het oudste van deze feiten.

Feit 3

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij op 19 oktober 2018 de diefstal van een of meer winkelgoederen/ levensmiddelen bij de Albert Heijn in Arnhem heeft gepleegd. Er is in zoverre sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt, ten aanzien van dit gedeelte van het onder feit 3 ten laste gelegde feit, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 3] , p. 194 en 195;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juni 2019.

Ten aanzien van de bedreiging met geweld overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft verklaard dat hij (met de gestolen goederen) de winkel uit wilde gaan, dat hij werd tegen gehouden en dat hij zijn mes tevoorschijn heeft gehaald.2

Aangever [benadeelde 3] heeft verklaard dat hij verdachte in het Engels aansprak dat hij moest blijven staan. Verdachte wilde doorlopen en er ontstond duw- en trekwerk. Hij hoorde verdachte in het Engels zeggen: “Do you want to fight?” Hij zag hierop dat verdachte een zilverkleurig klapmes uit zijn broekzak tevoorschijn haalde en dat duidelijk aan [benadeelde 3] en de mensen die om hem heen stonden liet zien. [benadeelde 3] voelde zich erg bedreigd door verdachte.3

Getuige [naam 1] en getuige [naam 2] , medewerkers van de Albert Heijn, hebben verklaard dat zij zagen dat verdachte uit zijn broekzak een mes pakte en in gebrekkig Engels zei: “You want fight?”, dan wel “You wanna fight with me?”4 En ook getuige [naam 3] , omstander, heeft verklaard dat zij met een aantal anderen probeerde verdachte tegen te houden en dat verdachte hierop een mes uit zijn zak pakte.5

Gelet op het geheel van omstandigheden is dit naar het oordeel van de rechtbank bedreigend. Er is dus sprake geweest van een diefstal gevolgd van bedreiging met geweld. Van daadwerkelijk gebruik van geweld tegen anderen is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake geweest. Dit onderdeel zal de rechtbank daarom niet bewezen verklaren.

Feit 2

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij op 8 november 2018 de diefstal van enkele lampen bij de Intratuin in Arnhem heeft gepleegd. Er is in zoverre sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 2] , p. 115 tot en met 117;

- het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 4] , p. 118 en 119;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juni 2019.

Ten aanzien van de bedreiging met geweld overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft verklaard dat bij het verlaten van de Intratuin een persoon zijn tas vastpakte, waarop hij zijn mes tevoorschijn heeft gehaald om te vluchten.6

Aangeefster [benadeelde 2] heeft verklaard dat zij om verdachte aan te houden een hengsel van de tas van verdachte vasthield en dat verdachte zich terugdraaide en een mes pakte. [benadeelde 2] zag dat verdachte dat mes uitklapte. Zij liet verdachte los, omdat zij bang was dat verdachte het mes tegen haar zou gebruiken.7

Gelet op het geheel van omstandigheden is dit naar het oordeel van de rechtbank bedreigend. Er is ook hier dus sprake geweest van een diefstal gevolgd van bedreiging met geweld. Van daadwerkelijk gebruik van geweld tegen anderen is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake geweest. Dit onderdeel zal de rechtbank daarom niet bewezen verklaren.

Feit 1

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij op 17 december 2018 de diefstal van een koptelefoon en een camera bij de Media Markt te Duiven heeft gepleegd. Er is in zoverre sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 4] , p. 50 en 51;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juni 2019.

Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat hij geweld gebruikte of hiermee dreigde bij de Media Markt. Hij heeft verklaard dat hij zich verdedigde tegen de personen die geweld tegen hem hebben gebruikten.

De rechtbank overweegt als volgt ten aanzien van het geweld en de bedreiging met geweld. Verdachte heeft het verweer gevoerd dat hij niet eerst binnen de Media Markt door [benadeelde 4] , de beveiligingsmedewerker van Media Markt, is vast gepakt om aangehouden te worden. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de verklaring van [benadeelde 4] dat hij verdachte, nadat hij zag dat verdachte een koptelefoon en een fotocamera in zijn sporttas had gedaan, bij de detectiepoortjes heeft willen aanspreken om hem aan te houden en dat hierbij een worsteling ontstond. Verdachte heeft zich tijdens de worsteling losgerukt en [benadeelde 4] is in een poging om verdachte vervolgens pootje te haken uitgegleden en tegen een rampaal gevallen.8 Deze verklaring van [benadeelde 4] wordt immers bevestigd door de camerabeelden, waarvan een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen zich in het dossier bevindt.9 De rechtbank heeft geen enkele reden te twijfelen aan de juistheid van de beschrijving van de camerabeelden. Hieruit maakt de rechtbank op dat [benadeelde 4] verdachte heeft vastgehouden om hem aan te houden en dat verdachte zich heeft losgerukt.

Verdachte heeft voorts het verweer gevoerd dat hij geen geweld heeft gebruikt of hiermee heeft gedreigd, maar zich buiten de Media Markt heeft moeten verdedigen tegen het geweld van de medewerkers van de Media Markt en verbalisant [benadeelde 1] .

De rechtbank overweegt in dit verband dat [benadeelde 1] heeft verklaard dat hij in privétijd zijn vrouw kwam ophalen die bij de Media Markt werkt. Zijn vrouw kwam naar buiten rennen en zei dat hij moest helpen bij een aanhouding. Toen hij richting de Media Markt rende zag hij verdachte naar buiten komen rennen. [benadeelde 1] pakte samen met meerdere medewerkers van de Media Markt verdachte vast en bracht hem naar de grond. Toen zag hij dat verdachte een mes had. Verdachte bewoog het in zijn richting. [benadeelde 1] hoorde dat verdachte zei: “I am going to kill you.” Hij zag dat verdachte vervolgens op zijn fiets stapte om weg te rijden. [benadeelde 1] is voor verdachte gaan staan om diens weg te versperren. Verdachte is weggefietst en [benadeelde 1] is achter hem aan gerend en heeft hem vastgepakt. [benadeelde 1] heeft verdachte met fiets en al tegen een geparkeerde scooter geduwd. Verdachte richtte weer het mes op [benadeelde 1] . [benadeelde 1] heeft een schop tegen de linker bovenarm van verdachte kunnen geven. Hierbij kwam [benadeelde 1] ten val en zag hij dat verdachte met een stekende beweging in zijn richting kwam. De afstand tussen verdachte en [benadeelde 1] , schatte [benadeelde 1] op ongeveer een meter en de afstand tussen het mes en [benadeelde 1] op ongeveer 50 centimeter of minder. Na afloop constateerde [benadeelde 1] een snee op zijn linker onderarm. Kennelijk had verdachte hem geraakt.10

Deze verklaring van [benadeelde 1] wordt bevestigd door de camerabeelden, waarvan een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen zich in het dossier bevindt.11 De rechtbank heeft geen enkele reden te twijfelen aan de juistheid van de beschrijving van de camerabeelden.

Op basis van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zijn aanhouding heeft bemoeilijkt door zich (meermalen) los te rukken, zijn mes te tonen en hiermee stekende bewegingen in de richting van [benadeelde 1] te maken waarbij hij [benadeelde 1] ook daadwerkelijk heeft geraakt.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat het bij de aanhouding gebruikte geweld excessief is geweest en dat verdachte pas in reactie daarop zelf geweld heeft gebruikt. Gelet op het voorgaande wordt het verweer hieromtrent verworpen. Hierbij overweegt de rechtbank ook dat verdachte al twee keer eerder in korte tijd had mee gemaakt dat hij betrapt werd op een winkeldiefstal waarbij hij werd tegen gehouden en dus kon verwachten dat er gepoogd zou worden om hem ook bij dit feit tegen te houden en aan de politie over te dragen.

Feit 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 5] met bijlagen, p. 160 tot en met 168;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juni 2019.

Feit 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 6] met bijlage, p. 139 tot en met 141;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juni 2019.

Feit 6

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 7] met bijlagen, p. 178 tot en met 182;

- het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 5] , p. 183 en 184;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juni 2019.

Feit 7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 27 van de Wet wapens en munitie.

Het standpunt van de verdediging

Het mes dat verdachte bij zich droeg was geen verboden wapen. Hij mocht het bij zich dragen en van overtreding van artikel 27 van de Wet wapens en munitie is dan ook geen sprake.

Beoordeling door de rechtbank

Op 17 december 2018 kreeg verbalisant [naam 6] een melding dat er bij de Media Markt een winkeldief zou lopen welke bij aanspreken bekend stond dat hij zou gaan steken met een mes. Toen [naam 6] ter plaatse kwam werd hij aangesproken door een man die hem een mes overhandigde en daarbij zei: “Deze is van de dader”. Hij heeft het mes in zijn voertuig gelegd.12 Het mes is in beslag genomen.13

Uit onderzoek door de politie is gebleken dat het mes dat in beslag is genomen een zakmes is. Verdachte is op 17 december 2018 aangehouden ter zake van winkeldiefstal. Om weg te komen en te ontkomen aan zijn aanhouding heeft verdachte een mes getrokken. De verdachte heeft hiermee gedreigd en stekende bewegingen gemaakt in de richting van de omstanders en/of aanhoudend(e) personeel/burgers. Gelet op de aard van het voorwerp en de omstandigheden waaronder dit voorwerp werd aangetroffen, kan redelijkerwijs worden aangenomen, dat dit voorwerp voor geen ander doel bestemd was dan om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen.14

Uit het voorgaande volgt dat verdachte op 17 december 2018 een mes heeft gedragen. Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat verdachte in elk geval op 19 oktober 2018 en 8 november 2018 een mes heeft gedragen. Tevens staat vast dat verdachte, na op heterdaad te zijn betrapt, het mes uit zijn broekzak heeft gehaald, met dat mes in zijn handen personeel van de betreffende winkels en omstanders heeft bedreigd. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen deze gedragingen van verdachte, gelet op de omstandigheden van het geval, redelijkerwijs niet op iets anders gericht zijn geweest dan op diens vlucht en/of het verzekeren van het bezit van het gestolene. Het verweer wordt verworpen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van de Wet Wapens en Munitie door op deze wijze gebruik te maken van dit mes.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 17 december 2018 te Duiven een koptelefoon ( [merk 1] ) en/of een camera ( [merk 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehorende, te weten aan de Media Markt ( [vestiging 1] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1] en/of tegen een of meer (andere) medewerkers van de Media Markt en/of omstanders, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- zich los heeft gerukt (toen en aldaar die [benadeelde 1] en/of een of meer (andere) medewerkers en/of omstanders verdachte vast hadden) en/of

- (vervolgens) een mes, althans een scherp en/puntig voorwerp, in zijn, verdachtes, hand(en) heeft gehouden op zeer korte afstand en/of in de richting van die [benadeelde 1] en/of een of meer (andere) medewerkers en/of omstanders en/of

- (daarbij) stekende bewegingen naar en/of in de richting van die medewerkers en/of omstanders en/of [benadeelde 1] heeft gemaakt en/of die [benadeelde 1] daarbij een of meermalen de woorden toe heeft gevoegd: "I am going to kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 08 november 2018 te Arnhem een of meer goederen naar zijn, verdachtes, gading (waaronder lampen), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehorende, te weten aan de Intratuin ( [vestiging 2] ), heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

(toen en aldaar die [benadeelde 2] verdachte vast had gepakt) een mes, althans een

scherp en/puntig voorwerp, heeft gepakt en/of (vervolgens) heeft uitgeklapt en/of in zijn, verdachtes, hand(en) heeft gehouden op zeer korte afstand en/of in de richting van die [benadeelde 2] ;

3.

hij op of omstreeks 19 oktober 2018 te Arnhem een of meer winkelgoederen/levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander die toebehoorden, te weten aan de Albert Heijn ( [vestiging 3] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 3] en/of tegen een of meer

(andere) medewerkers van de Albert Heijn en/of een omstanders, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

een mes, althans een scherp en/puntig voorwerp, heeft gepakt en/of in zijn, verdachtes, hand(en) heeft gehouden op zeer korte afstand en/of in de richting van die (andere) medewerkers en/of omstanders en/of die [benadeelde 3] en/of die (andere) medewerkers en/of omstanders en/of [benadeelde 3] (daarbij) de woorden heeft toegevoegd: "Do you want to fight", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 14 december 2018 te Velp, gemeente Rheden, twee flessen wijn, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehorende, te weten aan de Albert Heijn ( [vestiging 4] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

5.

hij op of omstreeks 28 november 2018 te Velp, gemeente Rheden, een fles wijn, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehorende, te weten aan de Albert Heijn ( [vestiging 5] ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

6.

hij op of omstreeks 26 november 2018 te Arnhem een of meer winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehorende, te weten aan de Action ( [vestiging 6] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

7.

hij op een of meer tijdstippen of omstreeks in de periode van 19 oktober 2018 tot en met 17 december 2018 te Duiven en/of Arnhem, althans in Nederland, (telkens) een wapen van categorie IV heeft gedragen, te weten een (klap)mes, in elk geval een voorwerp, waarvan, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat zij was bestemd om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen en dat niet onder een van de andere categorieën viel.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

Ten aanzien van feit 2:

diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

Ten aanzien van feit 3:

diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

Ten aanzien van feit 4:

diefstal;

ten aanzien van feit 5:

diefstal;

ten aanzien van feit 6:

diefstal;

ten aanzien van feit 7:

handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 tot en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling voor zo lang als de reclassering dit nodig acht, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 7 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot 1 week hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij was als gevolg van ontslag zijn baan en woonruimte kwijt. Als arbeider uit Polen is hij door een betrokken uitzendbureau zeer slecht behandeld. Ook was zijn paspoort ingenomen. Hij zag geen andere uitweg dan te stelen om aan eten te komen en aan geld door de dure spullen in feit 1 te verkopen om een nieuw paspoort te kunnen aanvragen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 3 mei 2019;

- voorlichtingsrapportages van Reclassering Nederland, gedateerd 20 maart 2019, 3 april 2019 en 29 april 2019;

- een rapportage Pro Justitia van drs. [naam 7] , klinisch psycholoog, gedateerd 29 maart 2019.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in korte tijd schuldig gemaakt aan meerdere winkeldiefstallen. Hij heeft bij verschillende winkels etenswaren, flessen wijn, lampen, een koptelefoon en een camera weggenomen.

De rechtbank rekent het verdachte zeer aan dat hij, de keren dat zijn diefstallen werden ontdekt, een mes heeft getrokken om te kunnen ontkomen. Het (dreigen met) geweld werd hierbij steeds ernstiger. Op 19 oktober 2018 heeft verdachte bij betrapping op heterdaad een mes, mogelijk alleen ingeklapt, aan de medewerkers van de Albert Heijn en een omstander getoond, waarna hij heeft kunnen vluchten. Op 8 november 2018 heeft hij bij betrapping op heterdaad het mes uitgeklapt en in de richting van de medewerker van de Intratuin gehouden, waarna hij heeft kunnen vluchten. Op 17 december 2018 heeft hij bij betrapping op heterdaad het mes uitgeklapt, in de richting van een politieman in burger en medewerkers van de Media Markt gehouden in een poging om te vluchten, daarbij stekende bewegingen richting de politieman gemaakt en hem ook daadwerkelijk geraakt. Het is maar goed dat verdachte, mede dankzij kordaat optreden van [benadeelde 1] , op 17 december 2018 niet meer weg kon komen en is aangehouden, waardoor erger kon worden voorkomen.

Winkeldiefstallen veroorzaken op zichzelf al schade en overlast. Verdachte is echter meerdere keren een grens overgegaan door ook nog te dreigen met geweld en geweld toe te passen. De situaties moeten voor het winkelpersoneel en getuigen erg beangstigend zijn geweest. De gevolgen voor het personeel en de omstanders speelden voor verdachte kennelijk geen enkele rol.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet wapens en munitie door een mes bij zich te dragen bestemd om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen.

Uit de hiervoor genoemde voorlichtingsrapporten van Reclassering Nederland en de rapportage Pro Justitia van drs. [naam 7] komt onder meer naar voren dat verdachte een man is die sinds 2,5 jaar in Nederland woont. Hij lijkt zijn leven hier in eerste instantie goed op de rails te hebben gehad. Hij had huisvesting, een baan en een gezonde financiële situatie. Naar eigen zeggen verloor hij door onbekende reden zijn baan en nam de politie zijn ID in. Hierdoor was hij niet meer in staat zichzelf te onderhouden.

De omstandigheden ten tijde van de tenlastegelegde feiten waren dusdanig dat betrokkene zich genoodzaakt zag de feiten te plegen, waarbij hij zich bewust was van het onwetmatige van zijn handelen daar waar het gaat om de diefstallen. Betreffende de bedreigingen (verbaal en fysiek) blijft hij bij zijn standpunt dat hij zich moest verdedigen. Op basis van de huidige informatie en indrukken kan onvoldoende worden vastgesteld of deze uitingen van betrokkene gelieerd zijn aan eventuele onderliggende pathologie. Het tenlastegelegde kan op basis van de huidige bevindingen worden toegerekend. Gezien betrokkenes omstandigheden en inadequate coping (middelengebruik en narcistische afweer) is het geïndiceerd dat hij ondersteuning krijgt bij het op orde brengen van de diverse levensgebieden. De reclassering kan erop toezien dat dit vorm krijgt en betrokkene zich houdt aan een verder uit te werken behandel- en begeleidingsplan. Een forensische polikliniek zou waar mogelijk de diagnostiek verder kunnen aanscherpen en de behandelinterventies inhoudelijk vorm geven.

Indien betrokkene meer openheid geeft over zijn levensloop en derden geraadpleegd kunnen worden, komt er mogelijk meer zicht op eventuele ontwikkelings- en/of persoonlijkheidsproblematiek. Betrokkene heeft in voorarrest twee zelfmoordpogingen gedaan en heeft zich tevens onhandelbaar opgesteld in de penitentiaire inrichting. In verband met zijn kwetsbaarheid is overplaatsing naar een PPC aangevraagd.

Vanuit zorgpunt is toezicht door de reclassering geïndiceerd. Als er geen verandering komt in de situatie van betrokkene, dan acht de reclassering de kans op recidive hoog.

Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden: meldplicht bij reclassering en ambulante behandeling (Kairos of soortgelijk).

De rechtbank begrijpt op zich dat verdachte in een benarde situatie zat nadat hij heel wel mogelijk het slachtoffer is geworden van een malafide uitzendbureau voor Poolse medewerkers waardoor hij zijn baan, inkomen en huisvesting is kwijtgeraakt. Door echter winkeldiefstallen te gaan plegen en vervolgens niet mee te werken aan de aanhouding door het personeel bij betrapping op heterdaad, maar dan een mes te gebruiken om personeel en omstanders van zich af te houden en te vluchten is verdachte bij herhaling zo erg een grens over gegaan dat de rechtbank zijn handelen niet kan tolereren. Dat verdachte zich aldus genoodzaakt zag diefstallen te plegen, maakt dit niet anders. Het plegen van diefstallen en zeker gepaard gaand met (bedreiging met) geweld kan ook in die situatie niet getolereerd worden.

Omdat de feiten ernstig zijn, acht de rechtbank de gevangenisstraf voor de feiten 1 tot en met 6 zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden.

De rechtbank acht daarnaast van belang dat verdachte, zoals hij zelf ook wil, intensief begeleid wordt bij het op orde brengen van de diverse levensgebieden en behandeld wordt om te leren hoe hij moet reageren op spanningsvolle situaties, om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. De rechtbank zal daarom aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, met de hierna te noemen bijzondere voorwaarden met een proeftijd van drie jaren. De rechtbank zal de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht in aftrek brengen op het onvoorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf. Om verdachte ervan te weerhouden wederom met een mes op zak te lopen, zal de rechtbank, verdachte voor feit 7 veroordelen tot een voorwaardelijke geldboete van € 250,-, bij niet betalen te vervangen door 5 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren,

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 4] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit.

Door [benadeelde 1] wordt een totaalbedrag van € 792,74 bestaande uit € 192,74 aan materiële schade en € 600,- aan immateriële schade gevorderd.

Door [benadeelde 4] wordt een totaalbedrag van € 380,12 bestaande uit € 130,12 aan materiële schade en € 250,- aan immateriële schade gevorderd.

De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit.

Gevorderd wordt een totaalbedrag van € 2.025,- bestaande uit € 25,- aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot betaling van het bedrag van € 792,74 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] tot betaling van het bedrag van € 380,12 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] toe te wijzen tot het bedrag van € 625,-, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de vordering van [benadeelde 4] moet worden afgewezen. De schade die [benadeelde 4] heeft geleden is niet het gevolg van het handelen van verdachte. Hij is gestruikeld en als gevolg daarvan ten val gekomen waardoor hij schade heeft geleden.

De vordering van [benadeelde 1] kan voor een bedrag van € 22,75 aan materiële schade (in verband met kosten eigen risico ten behoeve van een tetanusinjectie) worden toegewezen. De gestelde schade aan de schoenen betreft gebruikersschade en is niet voor toewijzing vatbaar. De door [benadeelde 1] gestelde immateriële schade is onvoldoende gemotiveerd en dient te worden afgewezen dan wel gematigd.

De vordering van [benadeelde 3] dient integraal te worden afgewezen, omdat het onvoldoende is onderbouwd, dan wel te worden gematigd.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde 1] feit 1

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat benadeelde partij [benadeelde 1] als gevolg van het (dreigend) geweld dat verdachte tegen hem heeft gebruikt schade heeft geleden. De rechtbank acht de gestelde schade van € 792,74 voldoende onderbouwd en integraal voor toewijzing vatbaar. De schoenen van [benadeelde 1] waren nieuw en de schade aan deze schoenen is voldoende met foto’s onderbouwd. Ook is aan [benadeelde 1] door het bewezenverklaarde rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 17 december 2018. De rechtbank wijst het verzoek tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel toe.

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde 4] feit 1

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat benadeelde partij [benadeelde 4] als gevolg van het feit dat hij verdachte aan heeft willen houden schade heeft geleden. De rechtbank acht de gestelde schade van € 380,12 voldoende onderbouwd en integraal voor toewijzing vatbaar. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 17 december 2018. De rechtbank wijst het verzoek tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel toe.

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde 3] feit 3

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat benadeelde partij [benadeelde 3] als gevolg van het feit dat hij verdachte staande heeft willen houden schade heeft geleden. De rechtbank acht de gestelde materiële schade van € 25,- aan gemaakte telefoonkosten redelijk en billijk. Ook is aan [benadeelde 3] door het bewezen verklaarde rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank zal een bedrag van € 400,- toewijzen, omdat zij dat bedrag, gelet op de ernst van het feit, redelijk en billijk acht.

De benadeelde partij [benadeelde 3] zal voor het overige deel van zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan het restant van de vordering aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 19 oktober 2018. De rechtbank wijst het verzoek tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel toe.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 23, 24c, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 27 en 54 van de Wet wapens en munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde onder de feiten 1 tot en met 6 tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland, [adres 2] , en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd laat behandelen door forensische polikliniek Kairos Arnhem of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Indien blijkt dat betrokkenes verslavingsproblematiek ernstiger is dan het zich nu laat aanzien, zal betrokkene aangemeld worden bij de ambulante polikliniek van Iriszorg te Arnhem of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering;

- geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);

- stelt als voorwaarde dat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- stelt als voorwaarde dat veroordeelde medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde onder feit 7 tot een geldboete van € 250,- (tweehonderd en vijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis;

 bepaalt dat deze geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partijen

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden telkens begroot op nihil:

Benadeelde partij Bedrag

1. [benadeelde 1] € 792,74;

2. [benadeelde 4] € 380,12;

3. [benadeelde 3] € 425,-;

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2018 (vordering 1 en 2) en

19 oktober 2018 (vordering 3) tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij [benadeelde 3] in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is;

Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt:

Benadeelde partij Bedrag Vervangende hechtenis

1. [benadeelde 1] € 792,74dagen;

2. [benadeelde 4] € 380,12; 7 dagen;

3. [benadeelde 3] € 425,-dagen;

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat (voorzitter), mr. W. Bruins en mr. E.C. Ruinaard, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. Rijkse, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 juli 2019.

mr. E.C. Ruinaard en mr. B. Rijkse zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018567871, gesloten op 20 december 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaring verdachte ter terechtzitting 21 juni 2019.

3 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde 3] , p. 194 en 195.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] , p. 199 en 200 en proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] , p. 202.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] , p. 207.

6 Verklaring verdachte ter terechtzitting 21 juni 2019.

7 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde 2] , p. 115 tot en met 117.

8 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde 4] , p. 50 tot en met 52 en proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde 4] , p. 55 tot en met 58.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 73 tot en met 75.

10 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [benadeelde 1] , p. 76 en 77 en proces-verbaal van aangifte [benadeelde 1] , p. 96 tot en met 98.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 73 tot en met 75.

12 Proces-verbaal van bevindingen [naam 6] , p. 229.

13 Proces-verbaal van beslag, p. 230.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 89 en 90.