Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:303

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-01-2019
Datum publicatie
29-01-2019
Zaaknummer
05/930092-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Gelet op de inhoud van het rapport van de reclassering en het verhandelde ter zitting, waaronder de door de deskundige gemaakte opmerkingen, alsmede de standpunten van respectievelijk de raadsvrouw en de officier van justitie, ziet de rechtbank in dit specifieke geval redenen deze zaak in samenhang te behandelen met de vordering verlenging terbeschikkingstelling, die is aangehouden op de zitting van 21 december 2018.

De rechtbank geeft de officier van justitie opdracht om de deskundige van het NIFP, de psychiater, op de hoogte te stellen van de laatste stand van zaken en hem om een advies te vragen betreffende de hervatting van de dwangverpleging, waarna de reclassering aanvullend zal moeten rapporteren. De rechtbank merkt op dat er wellicht in de tussentijd ook (meer) duidelijkheid zal komen over een eventuele aangifte.

In verband hiermee zal de rechtbank de beslissing ten aanzien van de hervatting van de dwangverpleging, na heropening daartoe, aanhouden voor de duur van maximaal drie maanden en de stukken in handen van de officier van justitie stellen teneinde een en ander in gang te zetten.

Zowel de hervatting als de vordering verlenging TBS zullen behandeld worden op 15 maart 2019 om 13.30 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/930092-05

Datum uitspraak: 25 januari 2019

Beslissing van de meervoudige kamer op de vordering ingevolge artikel 509j van het Wetboek van Strafvordering jo artikel 38k van het Wetboek van Strafrecht

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] ,

thans verblijvende in HvB Arnhem.

Raadsvrouw: mr. A.L. Louwerse te Haarlem.

Procedure

Betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 10 augustus 2005 veroordeeld tot (onder meer) terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege ter zake van verkrachting meermalen gepleegd, met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd, en een poging tot misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een minderjarige, wiens minderjarigheid betrokkene kent, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen van hem te dulden.

Deze maatregel is ingegaan op 14 augustus 2006. De maatregel is het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank Gelderland van 6 oktober 2017 en de dwangverpleging is voorwaardelijk beëindigd bij beslissing van deze rechtbank van 8 december 2017 onder de voorwaarden dat:

  1. betrokkene zich niet schuldig zal maken aan het plegen van strafbare feiten;

  2. betrokkene in een door hem te bepalen frequentie contact onderhoud met de reclassering, dat hij zich daarbij zal houden aan de aanwijzingen, dat hij meewerkt aan huisbezoeken en dat hij zich begeleidbaar opstelt;

  3. betrokkene woont op het [adres] en dat hij niet zonder toestemming van de reclassering zal verhuizen;

  4. betrokkene meewerkt aan relatiegesprekken door [instelling] , waarbij hij zich houdt aan de afspraken en aanwijzingen van de behandelaar;

  5. betrokkene inzage geeft in zijn seksualiteitsbeleving. Op indicatie heeft hij een gesprek met een psychiater ter beoordeling van eventueel medicatiegebruik, zoals antidepressiva;

  6. betrokkene meewerkt aan huisbezoeken door het transmuraal team van het FPC. Dit ter overbrugging naar een andere instantie die de huisbezoeken kan overnemen, bv. het forensisch factteam van de AfPN (Ambulante forensische Psychiatrie Noord Nederland), of soortgelijke instelling;

  7. betrokkene toestemming heeft om in het weekend 2 eenheden alcohol te gebruiken. Op indicatie van de reclassering werkt hij mee aan urine-/bloedcontroles;

  8. betrokkene inzage geeft in zijn financiën en dat hij indien geïndiceerd meewerkt aan beschermingsbewind;

  9. betrokkene inzage geeft in zijn sociaal netwerk;

  10. betrokkene toestemming geeft voor het onderling uitwisselen van informatie tussen trajectrelevante personen, onder wie zijn partner en/of instellingen;

  11. betrokkene meewerkt, ook op eigen verzoek, aan een time-out opname in FPC [naam 1] indien hij mocht afglijden in een risicovolle situatie, indien de reclassering en of andere betrokkenen dat geïndiceerd achten.

Bij tussenbeslissing van 28 september 2018 is door deze rechtbank het onderzoek heropend voor wat betreft de verlenging van de maatregel en geschorst tot een nader te bepalen zitting ná 8 december 2018 en zijn eveneens de voorwaarden gewijzigd in die zin dat deze per 28 september 2018 luiden dat:

1. betrokkene zich niet schuldig zal maken aan het plegen van strafbare feiten;

2. betrokkene meewerkt aan een reclasseringstoezicht waaronder huisbezoeken;

3. betrokkene medewerking verleent aan de vaststelling van zijn identiteit.

De behandeling van de verlenging op 21 december 2018 is niet door gegaan, omdat de raadsvrouw zich had onttrokken en om aanhouding van de behandeling had verzocht. Omdat op 11 januari 2019 de psychiater niet aanwezig kon zijn op de zitting, zoals door de rechtbank onder andere was bepaald op 21 december 2018, is de vordering tot verlenging niet gelijktijdig behandeld met onderstaande vordering.

Bij vordering van 21 december 2018, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank de hervatting van de verpleging van overheidswege zal bevelen.

Bij beschikking van 24 december 2018 heeft de rechter-commissaris de voorlopige hervatting van de verpleging bevolen.

De rechtbank heeft kennis genomen van de processtukken, waaronder het adviesrapport van de reclassering van 21 december 2018 en het aanvullende rapport van 9 januari 2019. In deze adviesrapporten wordt geadviseerd de voorwaardelijk beëindigde terbeschikkingstelling om te zetten naar terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

Het onderzoek ter terechtzitting

Ter zitting van 11 januari 2019 zijn gehoord:

- betrokkene;

- de raadsvrouw, mr. A.L. Louwerse;

- de deskundige [naam 2] , reclasseringswerker en

- de officier van justitie, mr. G. Steeghs.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering toegelicht en daarin volhard.

Meer in het bijzonder heeft de officier van justitie daaromtrent aangevoerd dat een hervatting van de dwangverpleging onvermijdelijk is; de grensoverschrijdende WhatsApp berichten die betrokkene naar zijn minderjarige achternichtje heeft gestuurd spreken voor zich en bovendien volgt er nog een aangifte. Daar komt bij dat betrokkene geen openheid in zijn financiële situatie heeft gegeven. In zijn algemeenheid heeft de officier van justitie hierover nog opgemerkt dat zijns inziens zowel het grensoverschrijdende gedrag met betrokkenes achternichtje als de financiële situatie, zich al afspeelden ten tijde van de bijzondere voorwaarden zoals deze golden vanaf 8 december 2017 en dus vóór de wijziging van de bijzondere voorwaarden op 28 september 2018.

Het standpunt van betrokkene

De raadsvrouw van betrokkene heeft het woord gevoerd en heeft primair bepleit de vordering af te wijzen aangezien betrokkene de per 28 september 2018 gewijzigde voorwaarden niet heeft overtreden. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat zowel het grensoverschrijdende gedrag als het niet-communiceren van de financiële situatie hebben plaatsgevonden ná wijziging van de voorwaarden d.d. 28 september 2018 en dat deze incidenten niet vallen onder de (gewijzigde) bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht. Overigens was de reclassering al vanaf januari 2018 op de hoogte van de financiële situatie van betrokkene.

Subsidiair heeft de raadsvrouw aanhouding van de zaak bepleit zodat deze gelijktijdig behandeld kan worden met de vordering verlenging terbeschikkingstelling, welke is aangehouden op de verlengingszitting van 21 december 2018. De raadsvrouw heeft daartoe voorgesteld om opdracht te geven aan de deskundige van het NIFP, [naam 3] , na met de nieuwe stukken op de hoogte te zijn gesteld van de laatste stand van zaken, om aanvullend advies uit te brengen betreffende de hervatting van de dwangverpleging. Tevens heeft zij voorgesteld dat door de reclassering, aan de hand van dat advies, een aanvullend rapport wordt opgemaakt.

De beoordeling

De rechtbank heeft kennis genomen van de processtukken, waaronder het aanvullende adviesrapport van de reclassering van 9 januari 2019. In dit adviesrapport wordt geadviseerd de dwangverpleging te hervatten.

In bovengenoemd adviesrapport van de reclassering d.d. 9 januari 2019 staat – onder meer – het volgende vermeld:

“(..)

In essentie was betrokkene het niet eens met onze zorg en kanttekening ten aanzien van het logeren door zijn achternichtje bij hem thuis en de daaruit voortvloeiende visie/stellingname, namelijk dat het gelet het geheel een potentieel risicovolle en dus een niet wenselijke situatie was. Dit bleek moeilijk bespreekbaar onder meer daar betrokkene op geëmotioneerde/bozige wijze aangaf het gevoel had niet vertrouwd te worden en dat hij ‘afgerekend’ werd op zijn verleden. Onder externe druk heeft hij toch besloten tot een (tijdelijk) opschorten van het logeren door zijn achternichtje. De indruk bestond dat dit logeren weer hervat zou gaan worden zodra de maatregel zou eindigen.

(..)

Dit contact deed ons denken aan een van de indexdelicten. Betrokkene liet ons en zijn omgeving in de waan dat er niks loos was en reageerde zelfs boos en verongelijkt toen de gelijkenis benoemd werd. Het app-verkeer met zijn achternichtje spreekt echter boekdelen. Er is gelet op de inhoud en aard van de verstuurde apps sprake van grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van dit jonge meisje. Dit is zeer zorgelijk. Temeer er een dringend advies was gegeven het logeren te staken en betrokkene achteraf via WhatsApp en mogelijk ook via Messenger een dergelijke communicatie op na hield, welke verborgen bleef voor een ieder.

(..)

Ook ten aanzien van de financiële situatie, de forse schulden, concluderen wij dat betrokkene niet open en transparant is geweest.

(..)

Wij kunnen dan niet anders dan concluderen dat betrokkene bewust relevante zaken en informatie over zijn financiële situatie, maar vooral de contacten met zijn achternichtje voor ons achter heeft gehouden. Dit terwijl hij in een vergevorderd stadium van zijn tbs-maatregel was en de contacten met zijn achternichtje prominent onderwerp van gesprek waren.

(..)

Derhalve adviseren wij hervatting van de dwangverpleging.”

Ter zitting heeft de deskundige het rapport aangevuld in die zin dat het klopt dat de reclassering op de verlengingszitting van 28 september 2018 positief was over betrokkene en dat dat nu 180 graden gedraaid is. De deskundige merkt daartoe op dat de reclassering dacht een positieve ontwikkeling te zien bij betrokkene, maar dat dat veranderde vanaf het moment dat er een melding binnenkwam dat zijn 12-jarige achternichtje bij hem in huis logeerde en ook zijn financiële situatie ter sprake kwam. Er zijn daarna gesprekken geweest, maar de zorg nam alleen maar toe. De deskundige heeft tot slot nog opgemerkt dat betrokkene hem heeft verteld dat zijn achternichtje sinds de zomervakantie in de weekenden bij hem heeft gelogeerd en dit ligt vóór het moment van wijziging van de voorwaarden.

Gelet op de inhoud van het rapport van de reclassering en het verhandelde ter zitting, waaronder de door de deskundige gemaakte opmerkingen, alsmede de standpunten van respectievelijk de raadsvrouw en de officier van justitie, ziet de rechtbank in dit specifieke geval redenen deze zaak in samenhang te behandelen met de vordering verlenging terbeschikkingstelling, die is aangehouden op de zitting van 21 december 2018.

De rechtbank geeft de officier van justitie opdracht om de deskundige van het NIFP, de heer [naam 3] , psychiater, op de hoogte te stellen van de laatste stand van zaken onder toezending van de laatste stukken en hem om een advies te vragen betreffende de hervatting van de dwangverpleging, waarna de reclassering aanvullend zal moeten rapporteren. De rechtbank merkt op dat er wellicht in de tussentijd ook (meer) duidelijkheid zal komen over een eventuele aangifte.

In verband hiermee zal de rechtbank de beslissing ten aanzien van de hervatting van de dwangverpleging, na heropening daartoe, aanhouden voor de duur van maximaal drie maanden en de stukken in handen van de officier van justitie stellen teneinde een en ander in gang te zetten.

Beslissing

De rechtbank:

- heropent het onderzoek;

- houdtde beslissing omtrent de hervatting van de dwangverpleging aan onder de bepaling

dat de officier van justitie de deskundige de heer [naam 3] , psychiater, van het NIFP

op de hoogte stelt van de laatste stand van zaken onder toezending van de laatste stukken

omtrent betrokkene en onder de bepaling dat de rechtbank hierover nadere voorlichting

wenst te ontvangen in de vorm van een aanvullend rapport inzake het wel of niet hervatten

van de dwangverpleging;

- houdt de beslissing omtrent de hervatting van de dwangverpleging voorts aan onder de

bepaling dat de rechtbank een aanvullend rapport van Reclassering Nederland wenst te

ontvangen;

- schorst daartoe het onderzoek tot de terechtzitting van 15 maart 2019 om 13.30 uur en stelt

daartoe de stukken in handen van de officier van justitie teneinde de bedoelde rapportages

te doen opmaken en beveelt de oproeping van betrokkene, zijn raadsvrouw, de deskundige

I. [naam 3] , psychiater, en de reclasseringsmedewerker die belast is met het opstellen

van het voorlichtingsrapport, tegen de hiervoor genoemde terechtzitting.

Deze beslissing is gegeven door mr. B.F.M. Klappe, als voorzitter, mr. W. Bruins en

mr. J.M. Hamaker als rechters in tegenwoordigheid van E.T. Vriezekolk-Velner, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 januari 2019.

De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.