Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:2906

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-05-2019
Datum publicatie
02-07-2019
Zaaknummer
C/05/353830/KZ RK 19/81
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Gewraakt wordt omdat de rechter aan verzoeker heeft medegedeeld dat het dossier is gesloten en dat niet meer op zijn bericht wordt ingegaan. De wrakingskamer is van oordeel dat het wrakingsverzoek te laat is ingediend. Ook heeft de wrakingskamer in het wrakingsverzoek geen concrete gronden voor wraking kunnen ontdekken. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/353830 / KZ RK 19/81

Beslissing van 27 mei 2019

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van:

[verzoeker] ,

wonende te Arnhem,

hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van

mr. J.S.W. Lucassen,

kantonrechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het schriftelijke wrakingsverzoek van 15 mei 2019, aangevuld op 16 mei 2019;

  • -

    de schriftelijke reactie van de rechter van 21 mei 2019;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 27 mei 2019.

De rechter heeft laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.

Verzoeker is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De wrakingskamer heeft ter zitting mondeling uitspraak gedaan. Deze beslissing is de schriftelijke uitwerking daarvan.

2 Het wrakingsverzoek

2.1

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer BM 60261.

2.2

Verzoeker heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter verzoeker bij brief van 13 mei 2019 heeft laten weten dat het dossier gesloten is en dat niet wordt ingegaan op zijn bericht. Aanvullend heeft verzoeker aangevoerd dat hij de belastingdienst door toedoen van de bewindvoerder € 1.000,-- moet terugbetalen en dat het niet zo kan zijn dat een klacht over de bewindvoerder niet in behandeling wordt genomen omdat het bewind al is opgeheven. Het betreft namelijk de periode dat de kantonrechter ambtshalve zijn functie diende te bekleden en de bewindvoerder verantwoordelijk was. Verzoeker stelt dat hem niet duidelijk is verteld dat hij alleen nog mondeling zijn standpunt kon toelichten.

2.3

De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het wrakingsverzoek schriftelijk gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3 De beoordeling

3.1

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.

3.2.

Verder schrijft de wet voor dat het verzoek moet worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden die aanleiding gaven tot het wrakingsverzoek bekend zijn geworden en dat het verzoek moet worden gedaan voor de uitspraak.

3.3.

Naar het oordeel van de wrakingskamer is het wrakingsverzoek te laat ingediend. Het bewind is namelijk op 17 januari 2019 opgeheven. Verzoeker heeft, zoals hij per mail had aangekondigd, geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de mondelinge behandeling over de rekening en verantwoording bij te wonen. De rekening en verantwoording is op 13 mei 2019 door de rechter goedgekeurd, wat verzoeker per brief van diezelfde datum is medegedeeld. Het wrakingsverzoek dateert van 15 mei 2019; op dat moment waren de lopende procedures rondom verzoekers bewind al door de rechter beëindigd.

De wrakingskamer heeft overigens in het onderhavige verzoek geen concrete gronden voor wraking kunnen ontdekken.

Gelet op het vorenstaande kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.

4 De beslissing

De wrakingskamer:

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

Deze beslissing is mondeling gegeven op 27 mei 2019 door mr. M.C. van der Mei, voorzitter, en

mr. P.J.C. Cremers en mr. E. Schippers, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier [naam griffier] en op schrift gesteld op 28 mei 2019.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.