Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:288

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-01-2019
Datum publicatie
28-01-2019
Zaaknummer
05/760141-17, 05/760142-17, 05/760143-17 en 05/760005-18 (gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De meervoudige militaire kamer van de rechtbank Gelderland is van oordeel dat met betrekking tot parketnummer 05/760141-17 sprake is van een nietige dagvaarding, nu deze onderhevig is aan innerlijke tegenstrijdigheden. Voorts spreekt de militaire kamer verdachte vrij van het tenlastegelegde inzake parketnummer 05/760005-18, vanwege onvoldoende overtuigend bewijs. Ten aanzien van de parketnummers 05/760141-17 en 05/760142-17 acht de militaire kamer bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan smaadschrift, in de zin van artikel 261 lid 2 Sr. Een geslaagd beroep op de bijzondere rechtvaardigingsgrond van artikel 261 lid 3 Sr doet zich in beide zaken niet voor. De militaire kamer veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een geldboete van € 750,00, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: 05/760141-17, 05/760142-17, 05/760143-17 en 05/760005-18 (gevoegd)

Datum uitspraak : 28 januari 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

[woonplaats] ,

officier-raadsman: drs. M.M.H. Heijligers, luitenant ter zee der 1e klasse.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 oktober 2018 en van 14 januari 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/760143-17 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 19 juli 2017 te Oosterwolde, gemeente Ooststellingwerf, en/of Den Helder, althans in Nederland, opzettelijk een minderjarige die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt, te weten zijn zoon [naam 1] geboren op [geboortedatum] , heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag te weten [naam 2] en/of [naam 3] , immers heeft/is verdachte toen en daar die minderjarige meegenomen en aldus voornoemde minderjarige buiten het bereik en invloed van die [naam 2] en/of [naam 3] gebracht en gehouden, immers heeft verdachte

  • -

    tegen een medewerker van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) gezegd dat hij van plan was om zijn zoontje [naam 1] van school te halen en/of mee te nemen op vakantie en/of

  • -

    tegen één of meer collega’s gezegd dat hij de gevolgen voor het ophalen van zijn zoon voor lief zou nemen en/of

  • -

    zich (vervolgens) naar de basisschool van zijn zoontje, [naam 4] , gevestigd aan de [adres 2] begeven en/of (vervolgens) het schoolplein van de voornoemde basisschool opgelopen en/of

  • -

    tegen verbalisant [verbalisant 1] gezegd, nadat hem de toegang tot de basisschool was geweigerd: “Wie bepaalt dat? Ik kom mijn zoon halen. Dat is mijn recht. Ik heb gezag!”,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/760005-18 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks de periode van 18 oktober 2017 tot en met 19 oktober 2017 te Oosterwolde, gemeente Ooststellingwerf en/of Appelscha, althans in Nederland, opzettelijk een minderjarige die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt, te weten zijn zoon [naam 1] , geboren op [geboortedatum] , heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde te weten [naam 2] en/of [naam 3] gebracht en gehouden, immers heeft hij, verdachte, zonder toestemming van voornoemde Van [naam 2] en/of [naam 3]

  • -

    zich naar de basisschool van zijn zoontje, [naam 4] , gevestigd aan de [adres 2] te Oosterwolde begeven en/of (vervolgens) zijn zoontje vanaf het schoolplein mee naar zijn woning aan de [adres 1] te Appelscha genomen en/of zijn zoontje thuis gehouden en/of zijn zoontje meegenomen naar de vader van verdachte en/of

  • -

    (vervolgens) zijn zoontje op school ziek gemeld.

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/760141-17 ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 februari 2017 tot en met 2 april 2017, te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk door middel van verspreiding en/of openlijke tentoonstelling van (een) geschrift(en) de eer en/of goede naam van gezinsvoogd [naam 2] (werkzaam bij [naam 5] ) heeft aangerand door telastlegging van een (of meer) bepaald(e) feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte (telkens) met voormeld doel (een) geschrift(en), verspreid en/of openlijk tentoongesteld,

te weten: een (voor ieder toegankelijk en/of openbaar) bericht op Facebook, onder andere inhoudende dat

  • -

    de gezinsvoogd heeft zich niet aan meerdere wetten gehouden en/of

  • -

    de gezinsvoogd heeft zich niet aan de gemaakte afspraken gehouden en/of

  • -

    de gezinsvoogd heeft haar macht meerdere malen misbruikt en/of

  • -

    de gezinsvoogd heeft meerdere malen gelogen in de rechtbank en/of

  • -

    de gezinsvoogd heeft zich niet gehouden aan de opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming en/of

  • -

    de gezinsvoogd heeft bewust 4 maanden cruciale documenten achter gehouden en/of

  • -

    de gezinsvoogd heeft contact tussen 2 families verboden op enkel verzoek van de moeder

terwijl hij, verdachte, wist, dat dit/deze tenlastegelegde feit(en) in strijd met de waarheid was/waren.

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/760142-17 ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 maart 2017 tot en met 4 mei 2017, te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk door middel van verspreiding en/of openlijke tentoonstelling van (een) geschrift(en) de eer en/of goede naam van gezinsvoogd [naam 2] (werkzaam bij [naam 5] ) heeft aangerand door telastlegging van een (of meer) bepaald(e) feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte (telkens) met voormeld doel (een) geschrift(en), verspreid en/of openlijk tentoongesteld,

te weten: een (voor ieder toegankelijk en/of openbaar) bericht op Facebook, inhoudende

!! WAARSCHUWING!!

!! DELEN!!

Op 24 maart 2017 heeft de Tuchtrechter een !! officiële waarschuwing!! gegeven aan [naam 2] , gezinsvoogd bij het [naam 5] te Leeuwarden. De uitspraak betrof:

- Blijk van weinig inzicht in het belang van metacommunicatie en reflectie bij de gezinsvoogd;

- Niet verstrekken noodzakelijke stukken zoals van het Plan van Aanpak, Veiligheidsplan en actieagenda;

- Overschrijding verstrekking termijn dossier (normaal 4 weken, nu 4 maanden);

- Niet voldoen aan informatievoorziening vanwege het niet verstrekken van antwoorden en informatie na vragen en herhaaldelijke verzoeken.

Ik verzoek dit te delen om zo bekendheid te geven aan het handelen van deze gezinsvoogd om zo mensen te bereiken die of al met haar te maken te hebben of in de toekomst met haar te maken krijgen. Indien er ouders zijn die ook deze ervaringen hebben met deze gezinsvoogd of een andere en dit verhaal herkennen dan kan men deze uitspraak opvragen bij het [naam 6] of via een PB bij mij,

terwijl hij, verdachte, wist, dat dit/deze tenlastegelegde feit(en) in strijd met de waarheid was/waren.

2 Nietigheid van de dagvaarding, parketnummer 05/760143-17

Allereerst overweegt de militaire kamer ten aanzien van de zaak met parketnummer 05/760143-17 dat de opsteller van deze tenlastelegging kennelijk het oog heeft gehad op het misdrijf van artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

In de tenlastelegging staat vermeld dat verdachte zijn zoon “heeft onttrokken” (kennelijk doelend op het wettig gezag) en dat hij “die minderjarige heeft meegenomen en (…) buiten het bereik en invloed (...) gebracht en gehouden.” Aldus lijkt de tenlastelegging op een voltooid delict betrekking te hebben. Aan het einde van de tenlastelegging staat vermeld “terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid”, hetgeen er op duidt dat de tenlastelegging op een strafbare poging betrekking heeft.

De militaire kamer is van oordeel dat de tenlastelegging hierdoor onderhevig is aan innerlijke tegenstrijdigheden. De tenlastelegging voldoet dientengevolge niet aan de daaromtrent in artikel 261, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) neergelegde voorschriften. Met betrekking tot parketnummer 05/760143-17 is derhalve sprake van een nietige dagvaarding.

3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De militaire kamer acht van belang enkele voorafgaande opmerkingen te maken over hetgeen de verdediging ter terechtzitting naar voren heeft gebracht. De verdediging heeft zorgen geuit omtrent het functioneren van Jeugdzorg, van de Jeugdbescherming en van de kinderrechter en heeft zich beroepen op een aantal wetten en verdragsbepalingen die jegens verdachte onvoldoende zorgvuldig zouden zijn nageleefd. De militaire kamer overweegt dat op basis van de artikelen 348 en 350 Sv de tenlastelegging als grondslag dient voor de rechterlijke beslissingen in strafzaken. Gelet hierop, zal de militaire kamer bij de te nemen beslissingen slechts beoordelen en meewegen datgene wat door of namens verdachte naar voren is gebracht voor zover dat ziet op de inhoud van de tenlastelegging.

Ten aanzien van parketnummer 05/760005-18

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde onttrekking aan het wettig gezag.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft vrijspraak verzocht.

Beoordeling door de militaire kamer

Nog daargelaten dat de tenlastelegging niet geheel duidelijk is, is de militaire kamer met de officier van justitie en de verdachte van oordeel dat er onvoldoende overtuigend bewijs is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder dit parketnummer tenlastegelegde, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van parketnummer 05/760141-17 1

De feiten

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

[naam 2] (hierna: aangeefster) is als gezinsvoogd werkzaam bij het [naam 5] . Zij voert namens deze gecertificeerde instelling de ondertoezichtstelling uit van de zoon van verdachte, [naam 1] .2 Verdachte heeft bij verzoekschrift van 9 januari 2017 de kinderrechter verzocht om de gecertificeerde instelling te vervangen door een andere instelling. De kinderrechter heeft bij beschikking van 17 februari 2017 dit verzoek afgewezen. Verdachte heeft vervolgens op 23 februari 2017, ergens in Nederland, een bericht op zijn openbaar toegankelijke profiel op Facebook geplaatst waarin hij onder meer vermeldde:

  • -

    de gezinsvoogd heeft zich niet aan meerdere wetten gehouden;

  • -

    de gezinsvoogd heeft zich niet aan de gemaakte afspraken gehouden;

  • -

    de gezinsvoogd heeft haar macht meerdere malen misbruikt;

  • -

    de gezinsvoogd heeft meerdere malen gelogen in de rechtbank;

  • -

    de gezinsvoogd heeft zich niet gehouden aan de opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming;

  • -

    de gezinsvoogd heeft bewust 4 maanden cruciale documenten achter gehouden;

  • -

    de gezinsvoogd heeft contact tussen 2 families verboden op enkel verzoek van de moeder. 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ‘laster’, omdat deze beweringen op Facebook in strijd met de waarheid waren en omdat verdachte dit ook wist. Immers, de beweringen van verdachte waren zodanig ongenuanceerd en ongespecificeerd dat ze niet in overeenstemming konden zijn met de waarheid. Voorts kon de mededeling dat de gezinsvoogd zich niet heeft gehouden aan de opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming niet waar zijn, omdat de Raad voor de Kinderbescherming geen opdrachten mag geven aan de gezinsvoogd.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft vrijspraak bepleit. Voor zover er al sprake is van smaad of smaadschrift heeft de verdachte aangevoerd dat hij te goeder trouw mocht aannemen dat zijn beweringen wel juist waren. Verdachte beschouwt zich bovendien als een klokkenluider en wilde met het plaatsen van dit bericht andere ouders waarschuwen voor gezinsvoogden zoals aangeefster.

Beoordeling door de militaire kamer

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar eer en goede naam heeft aangetast door het plaatsen van dit bericht op zijn openbare Facebookprofiel. Hierdoor heeft hij haar professioneel handelen openbaar in twijfel getrokken.4

Verdachte heeft verklaard dat hij volledig achter zijn uitspraken staat en dat hij dit bericht bewust heeft geplaatst om het disfunctioneren van de gezinsvoogd aan de kaak te stellen.5 Tevens heeft hij verklaard dat hij had verwacht dat aangeefster zijn bericht niet leuk zou vinden, omdat het bericht negatieve uitingen over haar functioneren bevat.6

Gelet hierop is de militaire kamer van oordeel dat verdachte willens en wetens het bericht heeft geplaatst, wetende dat de inhoud van het bericht de eer en goede naam van aangeefster zou aantasten. Immers, met het plaatsen van een bericht op een digitaal medium als Facebook heeft hij dit bericht ter kennis van het publiek gebracht en openlijk tentoongesteld. Hierdoor heeft verdachte gehandeld met het kennelijke doel om aan deze mededelingen ruchtbaarheid te geven.

De militaire kamer heeft, anders dan de officier van justitie, op basis van de inhoud van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging dat verdachte wist dat wat hij schreef in strijd was met de waarheid. Verdachte zal dan ook partieel worden vrijgesproken van dit deel van de tenlastelegging, hetgeen betekent dat de militaire kamer van oordeel is dat ‘laster’ niet kan worden bewezen.

Verdachte heeft een uitdrukkelijk beroep heeft gedaan op de bijzondere rechtvaardigings-grond van artikel 261 lid 3 Sr, te weten dat hij wel te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat de beweringen in zijn Facebookbericht waar waren en dat het algemeen belang die berichtgeving eiste. Ofschoon dit beroep de strafbaarheid van het te bewijzen feit raakt, zal de militaire kamer daarop reeds nu ingaan.

De militaire kamer is van oordeel dat genoemde rechtvaardigingsgrond zich hier niet voordoet. Daartoe stelt de militaire kamer voorop dat de beschuldigingen door verdachte aan het adres van aangeefster Van [naam 2] zeer algemeen geformuleerd zijn. Daarbij is van belang dat aangeefster niet alleen ten aanzien van de zoon van verdachte als gezinsvoogd optrad, maar dat zij ook voor andere minderjarigen als gezinsvoogd heeft gewerkt. Dat aangeefster in het kader van andere ondertoezichtstellingen heeft gefunctioneerd op de wijze zoals deze door verdachte is ervaren, is niet gebleken. Om die reden heeft verdachte ten onrechte aangenomen dat het algemeen belang eiste dat hij dit Facebookbericht plaatste.

Met betrekking tot de ten laste gelegde periode overweegt de militaire kamer nog als volgt.

De politie heeft waargenomen dat het bericht op 24 maart 2017 nog op de Facebookpagina van verdachte stond.7 Eveneens heeft de politie geconstateerd dat het bericht op 3 april 2017 niet meer op zijn Facebookpagina stond.8 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij het bericht voor 3 april 2017 heeft verwijderd.9 Gelet hierop gaat de militaire kamer er in de bewezenverklaring van uit dat verdachte het bericht in de periode van 23 februari 2017 tot en met 2 april 2017 op zijn Facebookpagina heeft geplaatst.

Ten aanzien van parketnummer 05/760142-17 10

De feiten

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

[naam 2] (hierna: aangeefster) is als gezinsvoogd werkzaam bij het [naam 5] en zij voert namens deze gecertificeerde instelling de ondertoezichtstelling van de zoon van verdachte, [naam 1] , uit.11 Verdachte heeft een klacht ingediend over het functioneren van aangeefster.12 Het College van Toezicht van het Kwaliteitsregister Jeugd (hierna: het College van Toezicht) heeft bij beslissing van 24 maart 2017 het klaagschrift gedeeltelijk gegrond verklaard.13Verdachte heeft op 29 maart 2017, in elk geval in Nederland, naar aanleiding van de beslissing van het College van Toezicht het volgende bericht op zijn Facebookpagina geplaatst:

!! WAARSCHUWING!!

!! DELEN!!

Op 24 maart 2017 heeft de Tuchtrechter een !! officiële waarschuwing!! gegeven aan [naam 2] , gezinsvoogd bij het [naam 5] te Leeuwarden. De uitspraak betrof:

- Blijk van weinig inzicht in het belang van metacommunicatie en reflectie bij de gezinsvoogd;

- Niet verstrekken noodzakelijke stukken zoals van het Plan van Aanpak, Veiligheidsplan en actieagenda;

- Overschrijding verstrekking termijn dossier (normaal 4 weken, nu 4 maanden);

- Niet voldoen aan informatievoorziening vanwege het niet verstrekken van antwoorden en informatie na vragen en herhaaldelijke verzoeken.

Ik verzoek dit te delen om zo bekendheid te geven aan het handelen van deze gezinsvoogd om zo mensen te bereiken die of al met haar te maken te hebben of in de toekomst met haar te maken krijgen. Indien er ouders zijn die ook deze ervaringen hebben met deze gezinsvoogd of een andere en dit verhaal herkennen dan kan men deze uitspraak opvragen bij het [naam 6] of via een PB bij mij. 14

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich door plaatsing van dit bericht schuldig heeft gemaakt aan ‘smaadschrift’. Immers, uit de (latere) beslissing van het College van Beroep van het Kwaliteitsregister Jeugd vloeit voort dat hetgeen verdachte op Facebook heeft gezet in strijd met de waarheid was. Er is geen bewijs dat verdachte dit ook wist ten tijde van plaatsing van het bericht op Facebook.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft vrijspraak gevraagd. Daarbij heeft hij verwezen naar de uitspraak van het College van Toezicht d.d. 24 maart 2017, wiens beslissingen door hem, verdachte, slechts zijn overgenomen in het Facebookbericht.

Beoordeling door de militaire kamer

Aangeefster heeft verklaard dat zij van het Facebookbericht van verdachte op de hoogte raakte toen zij een WhatsApp bericht ontving van een klant, waarvoor zij werkzaam is. Zij voelde zich in haar eer en goede naam aangetast door het door verdachte geplaatste bericht op Facebook15. Verdachte heeft verklaard dat hij mensen heeft opgeroepen om zijn bericht te delen zodat het bereik groter wordt. Verdachte heeft tevens verklaard dat zo een soort olievlek wordt gecreëerd, waardoor hij meer mensen bereikt.16

De militaire kamer is van oordeel dat verdachte opzettelijk dit bericht, inclusief oproep om het te delen, heeft geplaatst. Daarbij heeft verdachte naar het oordeel van de militaire kamer bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de eer en goede naam van aangeefster als professional publiekelijk zouden worden aangetast. Dat verdachte daarbij wist dat zijn bericht in strijd met de waarheid was, kan overigens niet uit de bewijsmiddelen worden afgeleid.

Verdachte heeft ook ten aanzien van dit Facebookbericht een uitdrukkelijk beroep gedaan op de bijzondere rechtvaardigingsgrond van artikel 261 lid 3 Sr, te weten dat hij te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat de beweringen in zijn Facebookbericht waar waren en dat het algemeen belang die berichtgeving eiste. Ofschoon dit beroep de strafbaarheid van het te bewijzen feit raakt, zal de militaire kamer - evenals hierboven - daarop reeds nu ingaan.

Weliswaar kan verdachte worden nagegeven dat hij in zijn Facebookbericht kennelijk slechts tot uitdrukking heeft willen brengen hetgeen, zij het in meer genuanceerde bewoordingen en in deelbeslissingen, door het College van Toezicht is beslist. Maar de militaire kamer is ook hier van oordeel dat er geen gronden van algemeen belang bestonden die deze openbaarmaking vereisten. Dit geldt temeer nu voor aangeefster [naam 2] nog de mogelijkheid van beroep tegen de beslissingen van het College van Toezicht open stond. De militaire kamer is dan ook van oordeel dat het beroep door verdachte op deze rechtvaardigingsgrond niet slaagt.

Met betrekking tot de ten laste gelegde periode overweegt de militaire kamer het navolgende. Verbalisant [verbalisant 2] heeft onderzoek gedaan naar het door verdachte geplaatste bericht en meldt in zijn proces-verbaal dat het bericht op 29 maart 2017 om 10:06 uur is geplaatst op Facebook17. Verdachte heeft op 4 mei 2017 verklaard dat hij er over zou nadenken of hij het bericht van Facebook zou verwijderen en ter terechtzitting heeft hij verklaard het bericht toen te hebben verwijderd.18 Gelet hierop heeft de militaire kamer de overtuiging dat het bericht in ieder geval in de periode van 29 maart 2017 tot en met 4 mei 2017 op de Facebookpagina van verdachte heeft gestaan.

4 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde inzake de parketnummers 05/760141-17 en 05/760142-17 heeft begaan, te weten:

ten aanzien van parketnummer 05/760141-17, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 februari 2017 tot en met 2 april 2017, te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk door middel van verspreiding en/of openlijke tentoonstelling van (een) geschrift(en) de eer en/of goede naam van gezinsvoogd [naam 2] (werkzaam bij [naam 5] ) heeft aangerand door telastlegging van een (of meer) bepaald(e) feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte (telkens) met voormeld doel (een) geschrift(en), verspreid en/of openlijk tentoongesteld, te weten:

een (voor ieder toegankelijk en/of openbaar) bericht op Facebook, onder andere inhoudende de woorden:

  • -

    de gezinsvoogd heeft zich niet aan meerdere wetten gehouden en/of;

  • -

    de gezinsvoogd heeft zich niet aan de gemaakte afspraken gehouden en/of;

  • -

    de gezinsvoogd heeft haar macht meerdere malen misbruikt en/of;

  • -

    de gezinsvoogd heeft meerdere malen gelogen in de rechtbank en/of;

  • -

    de gezinsvoogd heeft zich niet gehouden aan de opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming en/of;

  • -

    de gezinsvoogd heeft bewust 4 maanden cruciale documenten achter gehouden en/of

  • -

    de gezinsvoogd heeft contact tussen 2 families verboden op enkel verzoek van de moeder;

terwijl hij, verdachte, wist, dat dit/deze tenlastegelegde feit(en) in strijd met de waarheid was/waren.

ten aanzien van parketnummer 05/760142-17, dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 maart 2017 tot en met 4 mei 2017, te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk door middel van verspreiding en/of openlijke tentoonstelling van (een) geschrift(en) de eer en/of goede naam van gezinsvoogd [naam 2] (werkzaam bij [naam 5] ) heeft aangerand door telastlegging van een (of meer) bepaald(e) feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte (telkens) met voormeld doel (een) geschrift(en), verspreid en/of openlijk tentoongesteld, te weten een (voor ieder toegankelijk en/of openbaar) bericht op Facebook, inhoudende:

!! WAARSCHUWING!!

!! DELEN!!

Op 24 maart 2017 heeft de Tuchtrechter een !! officiële waarschuwing!! gegeven aan [naam 2] , gezinsvoogd bij het [naam 5] te Leeuwarden. De uitspraak betrof:

- Blijk van weinig inzicht in het belang van metacommunicatie en reflectie bij de gezinsvoogd;

- Niet verstrekken noodzakelijke stukken zoals van het Plan van Aanpak, Veiligheidsplan en actieagenda;

- Overschrijding verstrekking termijn dossier (normaal 4 weken, nu 4 maanden);

- Niet voldoen aan informatievoorziening vanwege het niet verstrekken van antwoorden en informatie na vragen en herhaaldelijke verzoeken.

Ik verzoek dit te delen om zo bekendheid te geven aan het handelen van deze gezinsvoogd om zo mensen te bereiken die of al met haar te maken te hebben of in de toekomst met haar te maken krijgen. Indien er ouders zijn die ook deze ervaringen hebben met deze gezinsvoogd of een andere en dit verhaal herkennen dan kan men deze uitspraak opvragen bij het [naam 6] of via een PB bij mij.

terwijl hij, verdachte, wist, dat dit/deze tenlastegelegde feit(en) in strijd met de waarheid was/waren.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid en kwalificatie van de feiten

Het in beide gevallen bewezen verklaarde smaadschrift is in het licht van artikel 261, derde lid, Sr slechts dan niet strafbaar wanneer de betrokkene heeft gehandeld ter noodzakelijke verdediging of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat de beweringen waar waren en dat het algemeen belang de bekendmaking eiste. Verdachte heeft zich beroepen op laatstgenoemde rechtvaardigingsgrond. Zoals bij de bewijsoverwegingen overwogen, is de militaire kamer ten aanzien van beide feiten van oordeel dat deze rechtvaardigingsgrond zich niet voordoet.

De feiten zijn dan ook strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert ten aanzien van parketnummer 05/760141-17 op:

Smaadschrift.

Het bewezenverklaarde levert ten aanzien van parketnummer 05/760142-17 op:

Smaadschrift.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van parketnummers 05/760141-17, 05/760142-17 en 05/760143-17 zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 950,00, te vervangen door 19 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft hierbij uitdrukkelijk rekening gehouden met de Beleidsregel veiligheidsonderzoeken.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ingeval van strafoplegging verzocht om rekening te houden met de ernstige gevolgen die de feiten reeds voor hem hebben gehad. Verdachte is namelijk beland in een vicieuze cirkel. Verdachte is gearresteerd op het schoolplein van zijn zoon, er is een artikel over hem in het regionaal nieuwsblad verschenen en hij heeft inmiddels geen omgang meer met zijn zoon, ondanks dat hij zijn zoon nimmer iets heeft aangedaan. Ook heeft verdachte schulden vanwege advocaatkosten in de door hem gevoerde civiele procedures. Tot slot heeft de verdediging verzocht rekening te houden met de gevolgen van een mogelijke intrekking van de Verklaring van Geen Bezwaar voor de werkzaamheden van verdachte bij de Koninklijke Marine. In geval van een ontslag zou het voor verdachte nog moeilijker kunnen worden om zijn zoon te zien.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 26 november 2018.

De militaire kamer heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich in een kort tijdsbestek tweemaal schuldig gemaakt aan smaadschrift door gedurende enkele dagen een onnodig belastende tekst over de gezinsvoogd op internet te plaatsen. De militaire kamer heeft geconstateerd dat er al langere tijd problemen bestaan in het contact tussen verdachte en de gezinsvoogd, maar verdachte heeft het verkeerde middel gekozen om aandacht te krijgen voor zijn kant van het verhaal. Deze handelwijze van verdachte is onnodig kwetsend geweest en kon tot gevolg hebben dat de gezinsvoogd haar werkzaamheden niet meer goed zou kunnen vervullen. De militaire kamer houdt daarbij voorts rekening met de keuze van verdachte voor het medium van Facebook en de inherente risico’s op verdere verspreiding die dit medium met zich brengt.

De militaire kamer weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen en dat verdachte – zoals ter zitting ook is gebleken – veel verdriet heeft ondervonden doordat hij vanwege de conflicten met de jeugdzorginstanties het contact met zijn zoon is kwijtgeraakt. Door het voeren van meerdere procedures met betrekking tot de omgang met zijn zoon heeft verdachte bovendien schulden gekregen en het lijkt erop dat hij ten einde raad was.

Gelet op het vorenoverwogene acht de militaire kamer een geldboete passend en geboden. Gelet op het feit dat de militaire kamer minder bewezen acht dan de officier van justitie zal de militaire kamer tot een lagere boete komen dan gevorderd. Bovendien ziet de militaire kamer in de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de gevolgen die de feiten reeds voor hem hebben gehad aanleiding om deze geldboete geheel voorwaardelijk op te leggen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 57 en 261 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De meervoudige militaire kamer:

verklaart de dagvaarding inzake parketnummer 05/760143-17 nietig;

 spreekt verdachte inzake parketnummer 05/760005-18 vrij van het ten laste gelegde feit;

 verklaart inzake de parketnummers 05/760141-17 en 05/760142-17 bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 4, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 5;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis;

 bepaalt, dat deze geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald, te weten dat de veroordeelde zich niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.B. Heijmans (voorzitter) en mr. P.C. Quak, rechters,

en kapitein ter zee logistieke dienst mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, militair lid,

in tegenwoordigheid van mr. S. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare

terechtzitting van deze rechtbank op 28 januari 2019.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] , wachtmeester 1e klasse der Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, brigade Drenthe-IJsselstreek, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27ND/17-001131, gesloten op 30 maart 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte [naam 2] p. 3.

3 Proces-verbaal van aangifte [naam 2] p. 3-4, alsmede proces-verbaal van ontvangst klacht, p. 6 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2019.

4 Proces-verbaal van aangifte [naam 2] p. 3-4.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 13.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 12.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 20.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 23.

9 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2019.

10 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 4] , adjudant onderofficier bij de Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, brigade Drente-IJsselstreek, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27ND/17-001599, gesloten op 8 mei 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

11 Proces-verbaal van aangifte [naam 2] , p. 3.

12 Een schriftelijk bescheid, inhoudende “tuchtrechtelijke klacht zaaknummer 16.0881 (aanvulling cruciale gegevens)” d.d. 8 januari 2017, door verdachte ter terechtzitting van 15 oktober 2018 overgelegd en door de militaire kamer aan het dossier toegevoegd.

13 Nagekomen stuk: schriftelijk bescheid, zijnde de beslissing van het College van Toezicht van het Kwaliteitsregister Jeugd (zaaknummer: 16.088T) d.d.24 maart 2017.

14 Proces-verbaal van aangifte [naam 2] , alsmede de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2019.

15 Proces-verbaal van aangifte [naam 2] , p. 4.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 7.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 13, alsmede de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2019.