Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:2668

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-05-2019
Datum publicatie
14-06-2019
Zaaknummer
NL18.1068
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Geen dwaling/bedrog bij totstandkoming van (notariële) aktes van schenking en overdracht van aandelen van de ouders aan twee zonen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2019-0137
JONDR 2019/843
JIN 2019/126 met annotatie van Kok, A.J.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

_________________________________________________________________ _

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer: NL18.1068

Vonnis van 29 mei 2019

in de zaak van

1 [eiser 1]
2. [eiser 2] ,
wonende te [woonplaats eiser]
eisers van de vordering,
verweerders op de tegenvordering,
hierna te noemen: [eiser 1] en [eiser 2] , gezamenlijk ook de ouders Bilir ,
advocaat D.J.J. Folgering te 's-Hertogenbosch,

tegen

1 [verweerder 1] ,
wonende te [woonplaats verweerder 1] ,
2. [verweerder 2] ,
wonende te [woonplaats verweerder 2] ,
verweerders op de vordering,
eisers van de tegenvordering,
hierna te noemen: [gezamenlijke verweerders] ,
advocaat M.P.A. Bos.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de procesinleiding met 17 producties

- het verweerschrift met een tegenvordering met 30 producties

- het verweerschrift op de tegenvordering

- de akte overlegging producties van de [gezamenlijke verweerders] met gewijzigde en vernummerde producties 1 tot en met 30

- de akte indiening stukken van [gezamenlijke eisers] met de gewijzigde producties 1 tot en met 42

- de akte indiening stukken van [gezamenlijke eisers] met productie 43

- het proces-verbaal van mondelinge behandeling, gehouden op 22 juni 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser 1] is de bestuurder van Setay Polyethersnijderij Beheer B.V. (verder: Setay Beheer) welke vennootschap enig aandeelhouder en enig bestuurder is van Setay Polyethersnijderij B.V. (verder: Setay). Setay is een onderneming die polyetherschuim snijdt en bewerkt ten behoeve van de productie van kussens en matrassen voor de meubelindustrie.

2.2.

[eiser 1] heeft de onderneming in 1995 opgericht en vijf jaar later ingebracht in een
BV-structuur. De in totaal 40.300 aandelen in Setay Beheer werden gehouden door [eiser 1] en zijn echtgenote [eiser 2] . [eiser 1] hield steeds het merendeel van de aandelen.

2.3.

[verweerder 1] en [verweerder 2] , twee van de drie zonen van [eiser 1] en [eiser 2] , zijn reeds vele jaren voor Setay werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst. De laatste jaren geven zij mede leiding aan de onderneming. Setay heeft nog ongeveer 20 andere medewerkers.

2.4.

In de loop van de jaren zijn [verweerder 1] en [verweerder 2] gaan aandringen op formele medezeggenschap in Setay Beheer en op overdracht van aandelen in deze vennootschap. In dat verband zijn spanningen ontstaan tussen partijen.

2.5.

In november 2015 heeft per e-mail overleg plaatsgevonden tussen [naam belastingadviseur] van AT&C Belastingadviseurs namens Setay en de financier, SNS Bank. [naam belastingadviseur] is sinds 1998 de (belasting)adviseur van [eiser 1] Met een e-mail van 16 november 2015 informeert [naam belastingadviseur] de SNS Bank over voorgenomen wijzigingen in de structuur bij Setay waarbij [verweerder 1] en [verweerder 2] door middel van schenking ieder 9.225 aandelen verkrijgen en [eiser 1] met 21.850 aandelen de meerderheid behoudt. [eiser 2] zou dan geen aandelen meer houden.

2.6.

Een jaar later, op 15 december 2016, heeft in de woning van [eiser 1] een (familie)bespreking plaatsgevonden tussen partijen en twee anderen. Daarvan is een schriftelijke verslaglegging (‘Verslag’) gemaakt, welke verslaglegging niet is voorzien van handtekeningen. Een vertaling in het Nederlands van deze verslaglegging, zoals ook door partijen in eerdere procedures is overgelegd, luidt voor zover thans relevant als volgt:

2. [eiser 2] , rb) zal haar 49% aandelen aan [verweerder 1] en [verweerder 2] overdragen als beloning voor hun inspanningen.

3. Omdat [verweerder 1] en [verweerder 2] de aandelen die zij van [eiser 2] overgenomen hebben niet tegen betaling van geld hebben verkregen, mogen zij die niet tegen geld overdragen.

4. Indien [verweerder 2] en [verweerder 1] pogingen doen om het bedrijf te verlaten, kunnen zij hun aandelen alleen aan de meerderheid van 51% overdragen.

5. [eiser 1] , rb) heeft het recht om zijn 51% aandelen wanneer hij 67 wordt, dus wanneer zijn pensioengerechtigde leeftijd is gekomen, aan de andere aandeelhouders, te weten [verweerder 1] en [verweerder 2] , om niet of tegen een bepaalde waarde, over te dragen. Dat besluit is aan hem.

6. 50% van de kapitaalswinstaandelen van het bedrijf vallen toe aan [eiser 1] en [eiser 2] , 50% aan [verweerder 1] en [verweerder 2] . (...)

10. Wij willen onze vader aan het hoofd van het bedrijf houden en hem voortdurend naast ons zien.

In onderhavige procedure is een tweede vertaling van het verslag overgelegd welke vertaling spreekt van een ‘Overeenkomst’ en waarbij een iets andere formulering wordt gebruikt. Punt 10 van de verslaglegging wordt als volgt vertaald:

10. Wij willen dat onze vader als hoofd van het bedrijf bij ons is en altijd bij ons zal zijn.

2.7.

Hierna is over de verdere uitwerking van de afspraken contact geweest met (belasting)adviseur [naam belastingadviseur] en een notaris. Bij e-mail van 4 januari 2017 heeft [naam belastingadviseur] een

e-mail van de notaris van 3 januari 2017 aan [verweerder 1] doorgestuurd met onder andere de ontwerpaktes van schenking van de aandelen en de statutenwijziging. Daarnaast heeft [naam belastingadviseur] aan [verweerder 1] een concept aandeelhoudersovereenkomst toegestuurd. Bij e-mail van 6 januari 2017 heeft [naam belastingadviseur] aan [verweerder 1] een e-mail doorgestuurd van de notaris van 5 januari 2017 met het aangepaste ontwerp van de akte van statutenwijzing (artikel 24 lid 1) en het aangepaste ontwerp van de akte van schenking (punt B.2 Bepalingen inzake schenking).
Vervolgens hebben partijen de hieronder genoemde aktes bij de notaris ondertekend.

2.8.

Bij notariële akte van 10 januari 2017 (hierna verder: akte 1) hebben [eiser 1] en [eiser 2] aandelen in Setay Beheer aan [verweerder 1] en [verweerder 2] geschonken en geleverd. Blijkens deze akte betreft het een schenking en overdracht van 775 aandelen B en 775 aandelen C door [eiser 1] aan [verweerder 1] en schenking en overdracht van 9225 aandelen B en 9225 aandelen C door [eiser 2] aan [verweerder 2] .

2.9.

Bij notariële akte van eveneens 10 januari 2017 (hierna verder: akte 2) zijn de statuten van Setay Beheer in die zin gewijzigd dat zij onder meer als volgt zijn komen te luiden.

Stemrecht

Artikel 24

1. a. Tot één januari tweeduizend vierentwintig heeft iedere houder van aandelen A,

ongeacht het aantal van de door hem gehouden aandelen, recht op het uitbrengen van

twee stemmen.

b. Tot één januari tweeduizend vierentwintig heeft iedere houder van aandelen B,

ongeacht het aantal van de door hem gehouden aandelen, recht op het uitbrengen van

één stem.

c. Tot één januari tweeduizend vierentwintig heeft iedere houder van aandelen C,

ongeacht het aantal van de door hem gehouden aandelen, recht op het uitbrengen van

één stem.

d. Met ingang van één januari tweeduizend vierentwintig heeft iedere aandeelhouder,

ongeacht de soort en het aantal van de door hem gehouden aandelen, recht op het

uitbrengen van één stem.

2. De algemene vergadering besluit bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte

stemmen, voor zover de wet of deze statuten niet anders bepalen.

2.10.

Op 10 januari 2017 hebben partijen verder een aandeelhoudersovereenkomst ondertekend (hierna verder: akte 3). Daarin is onder meer in artikel 5.1. bepaald dat [eiser 1] samen met [verweerder 1] en [verweerder 2] het dagelijks bestuur van Setay en Setay Beheer vormt en dat zij als statutair bestuurders worden benoemd.

In artikel 5.2. is bepaald dat het bestuur beslist met een gewone meerderheid van stemmen, maar dat [eiser 1] tot 1 januari 2024 binnen het bestuur twee stemmen heeft.

Verder is in artikel 7.5 bepaald dat de aandeelhouder die in strijd handelt met of niet voldoet aan het in de aandeelhoudersovereenkomst bepaalde, ten behoeve van de andere aandeelhouder terstond een boete verbeurt van € 50.000 per overtreding en € 5.000 voor elke dag dat deze overtreding voortduurt.

Tot slot is in de artikelen 7.8. en 7.9. bepaald dat [eiser 1] het recht heeft om, voor zover de financiële situatie van de onderneming dit toelaat, een totaalbedrag van € 250.000,00 van de vennootschap te lenen of als dividend uit de aan zijn aandelen toebehorende dividendreserve uit te keren gedurende 10 jaar en het recht om een bedrag van € 182.000,00 op te nemen in rekening-courant.

2.11.

Daarop heeft [eiser 1] in februari 2017 de liquide middelen, op dat moment een bedrag van meer dan € 425.000,00, aan de onderneming onttrokken. [verweerder 1] en [verweerder 2] hebben deze onttrekking niet geblokkeerd.

2.12.

Hierna zijn de verhoudingen tussen [eiser 1] , [verweerder 1] en [verweerder 2] verslechterd. Op 3 juni 2017 heeft in het bedrijfsgebouw van Setay (Beheer) tussen partijen een geweldsincident plaatsgevonden waarin de politie heeft geïntervenieerd.

Op 4 juni 2017 hebben [verweerder 1] en [verweerder 2] het bedrijfsgebouw van Setay

(Beheer) voor [eiser 1] ontoegankelijk gemaakt door verandering van de codes op de sloten

van de toegangsdeuren.

2.13.

[verweerder 1] en [verweerder 2] zijn niet tot statutair bestuurders van Setay Beheer

benoemd. Een daartoe strekkend aandeelhoudersbesluit en de inschrijving van de nieuwe

bestuurders in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, zijn uitgebleven.

2.14.

Bij verzoekschrift van 2 oktober 2017 hebben [verweerder 1] en [verweerder 2] de

Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam onder meer verzocht één of meer deskundigen te benoemen die het beleid en de gang van zaken binnen Setay dienen te onderzoeken, alsmede een zodanige voorzienig in het bestuur van Setay Beheer te treffen dat [eiser 1] gedurende het onderzoek als bestuurder wordt geschorst en [verweerder 1] en [verweerder 2] tot gezamenlijk bestuurders worden benoemd, onder toekenning van een gelijk stemrecht als aandeelhouders aan [eiser 1] , [verweerder 1] en [verweerder 2] .

2.15.

Hangende die procedure heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij vonnis in kort geding van 3 november 2017 een vordering van [eiser 1] tot, kort gezegd, het veroordelen van de [gezamenlijke verweerders] tot het verlenen van medewerking aan het terugdraaien van de schenking van de aandelen en de statutenwijziging en het verschaffen van toegang tot de onderneming aan [eiser 1] , afgewezen. Dit om verdere escalatie van het geschil te voorkomen in afwachting van de beslissing van de Ondernemingskamer.

2.16.

Bij beschikking van 1 februari 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken bij Setay Beheer en Setay. De onderzoeker wordt gevraagd te kijken naar de vraag welke bestuursstructuur [eiser 1] , [verweerder 1] en [verweerder 2] destijds op het oog hadden, alsook welke bestuursstructuur naar zijn oordeel gelet op de aard van de onderneming en de mogelijkheden van voornoemde drie personen naar zijn of haar oordeel het meest aangewezen is.

Bij beschikking van 5 februari 2018 heeft de Ondernemingskamer [naam onderzoeker] als onderzoeker aangewezen en de [naam nieuwe bestuurder] benoemd tot nieuwe bestuurder van Setay Beheer en Setay.

2.17.

Er zijn (nog) geen onderzoeksresultaten bekend.

3 Het geschil op de vordering en de tegenvordering

3.1.

[eiser 1] en [eiser 2] vorderen kort gezegd vernietiging en doorhaling van akte 1, akte 2 en akte 3 met welke aktes een aandelenoverdracht is gerealiseerd. Daarnaast vorderen zij terugdraaiing van de gevolgen van de schenking en de overdracht van de aandelen.

3.2.

[eiser 1] en [eiser 2] baseren hun vordering tot vernietiging en terugdraaiing van de gevolgen van de aktes, kort gezegd, op grond van dwaling en/of bedrog.

[eiser 1] en [eiser 2] stellen dat zij bij het ondertekenen van de (notariële) aktes hebben gedwaald dan wel dat hun zonen bedrog hebben gepleegd omdat hun zonen bewust de aktes hebben opgesteld met een (gedeeltelijk) andere inhoud dan de gemaakte afspraken en/of omdat zij de inhoud van de aktes en de gevolgen daarvan (juist ten aanzien van die afwijkende bepalingen) niet aan hun ouders hebben medegedeeld terwijl zij daartoe wel gehouden waren. Hun zonen hebben na de gemaakte afspraken op 15 december 2016 stappen gezet om alles te formaliseren en hebben zonder voorafgaand overleg met hun ouders contact opgenomen met de notaris en de (belasting)adviseur. De in het Nederlands opgestelde aktes zijn voorafgaand aan de ondertekening niet naar het Turks vertaald. Ten tijde van de ondertekening van de aktes op 10 januari 2017 was geen tolk aanwezig en hebben hun zonen met de opmerking “Vertrouw je ons niet?” de indruk gewekt dat de aktes conform de op 15 december 2016 gemaakte afspraken zouden zijn opgesteld, aldus [eiser 1] en [eiser 2] . Achteraf is echter gebleken dat de inhoud van de aktes op een aantal punten ten nadele van [eiser 1] en [eiser 2] afwijkt. Gezien de ernstige gevolgen daarvan voor [gezamenlijke eisers] zouden zij nooit met deze transactie hebben ingestemd als zij op de hoogte waren van de exacte inhoud daarvan, aldus - steeds - [eiser 1] en [eiser 2] .

3.3.

[verweerder 1] en [verweerder 2] voeren gemotiveerd verweer en betwisten dat bij het sluiten van de overeenkomsten sprake is geweest van dwaling en/of bedrog. Omdat de aktes volgens hen in stand kunnen blijven vorderen de [gezamenlijke verweerders] op straffe van een dwangsom nakoming van de afspraak dat zij worden benoemd tot bestuurders van Setay Beheer door ondertekening door [eiser 1] van een aandeelhoudersbesluit en van een (inschrijvings)formulier voor de Kamer van Koophandel. Daarnaast vorderen zij veroordeling van [eiser 1] tot betaling van een contractuele boete van € 500.000,00.

3.4.

[eiser 1] en [eiser 2] voeren gemotiveerd verweer op de tegenvordering.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling van de vordering en de tegenvordering

4.1.

Omdat de vordering en de tegenvordering nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de rechtbank deze gezamenlijk.

4.2.

De centrale vraag is of de drie voormelde aktes ondanks een beroep op dwaling en/of bedrog in stand kunnen blijven en dat aan die aktes verdere uitvoering moet worden gegeven, óf dat de aktes vernietigd moeten worden en de gevolgen moeten worden teruggedraaid.

4.3.

Uitgangspunt is dat notariële aktes dwingend bewijs opleveren van hetgeen partijen blijkens die akte ten overstaan van de notaris hebben verklaard (artikel 157 Rv). Deze notariële aktes kunnen echter worden vernietigd als dwaling en/of bedrog bij het tot stand komen van die overeenkomsten komt vast te staan. [gezamenlijke eisers] stellen dat de [gezamenlijke verweerders] in afwijking van de op 15 december 2016 gemaakte afspraken bewust, voor [gezamenlijke eisers] ongunstige bepalingen in de aktes hebben laten opnemen waarvan zij wisten dat hun ouders daar nooit mee zouden instemmen (beroep op bedrog, artikel 3:44 BW) en dat hun zonen hen daarover niet hebben ingelicht (beroep op dwaling, artikel 6:228 lid 1 onder b BW).

Het ligt op de weg van [gezamenlijke eisers] om dit aan te tonen.

4.4.

In dat kader stellen [gezamenlijke eisers] , althans zo begrijpt de rechtbank, dat hun zonen bij het ondertekenen van de aktes op 10 januari 2017 er op hebben aangestuurd dat [gezamenlijke eisers] deze door de zonen opgestelde aktes zouden tekenen, terwijl wat daarin stond niet allemaal was afgesproken op 15 december 2016. De [gezamenlijke verweerders] wisten dat hun ouders de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn om de gehele inhoud te kunnen begrijpen. Er is niet gezorgd voor een tolk die de aktes voor hen kon vertalen en de (afwijkende) inhoud is niet besproken. De [gezamenlijke verweerders] hebben met de opmerking “Vertrouw je ons niet” de indruk gewekt dat de aktes waren opgesteld conform de op 15 december 2016 tussen partijen gemaakte afspraken. Achteraf is gebleken dat dit niet het geval is, aldus [gezamenlijke eisers] . Zo wijkt volgens [gezamenlijke eisers] het aantal geschonken aandelen en de soort (aandelen B of aandelen C) af van de in december 2016 gemaakte afspraken. Ook is [eiser 1] als gevolg van de drie aktes en, anders dan voorheen, niet langer enig directeur en bestuurder, is het stemrecht in de statuten niet juist weergegeven, en gelden er plotseling een blokkeringsregeling en een boetebepaling. Verder is de terugbetaling van € 182.000,00 aan geplaatst aandelenkapitaal aan voorwaarden verbonden en is de waarde van de aandelen volgens [gezamenlijke eisers] te laag vastgesteld. Bovendien moet het bedrag van € 250.000,00 ten behoeve van de oudste zoon, [naam oudste zoon] , nu uit de aandelen van [eiser 1] worden betaald in plaats vanuit het aandeel van [verweerder 1] en [verweerder 2] . Tot slot betogen [gezamenlijke eisers] dat in de aktes ten onrechte geen melding is gemaakt van het door de onderneming aan [eiser 2] te betalen salaris van € 5.000,00 per maand. Ook bij de notaris, 10 januari 2017, zijn de aktes voorafgaand aan de ondertekening niet besproken en/of voorgelezen, terwijl ook daar geen tolk aanwezig was. Dit alles heeft ertoe geleid dat [gezamenlijke eisers] in goed vertrouwen hun handtekening hebben gezet, terwijl zij de (van de afspraken afwijkende) inhoud van de aktes niet hebben begrepen en in zoverre niet wisten wat zij ondertekenden, aldus - steeds - [gezamenlijke eisers] .

4.5.

De [gezamenlijke verweerders] betwisten dat van dwaling en/of bedrog sprake is. Volgens hen is het verslag van 15 december 2016 geen definitieve overeenkomst maar een weergave van het resultaat van onderhandelingen tot dat moment. Na die bespreking hebben partijen eind december 2016 en begin januari 2017 gesproken over de verdere uitwerking en formalisering. De inhoud van de aktes is daarvan het resultaat. Volgens de [gezamenlijke verweerders] is dit geheel in lijn met hetgeen partijen al jaren beoogden, namelijk dat zij 49% aandeel in de onderneming zouden krijgen en dat medezeggenschap zou worden geformaliseerd. De daarvoor benodigde aktes zijn eerst in concept aangeleverd door de (belasting)adviseur van [eiser 1] , [naam belastingadviseur] , en een reeds eerder door [eiser 1] ingeschakelde notaris. Daarbij is tussen 4 en 10 januari 2017 nog uitgebreid gesproken en onderhandeld over deze conceptaktes en de daarin opgenomen bepalingen. Volgens de [gezamenlijke verweerders] blijkt dit uit het feit dat het eerste concept van de aandeelhoudersovereenkomst wezenlijk afwijkt van de uiteindelijk getekende versie. Ook de statuten wijken ten gunste van [eiser 1] af van het eerste concept van 4 januari 2017 welke wijzigingen vooral in het belang van [eiser 1] zijn en betrekking hebben op de door [eiser 1] gewenste zeggenschap. Bovendien tekende [eiser 1] nooit zomaar klakkeloos documenten, aldus de [gezamenlijke verweerders] . [gezamenlijke eisers] bespraken altijd alles met hun (belasting)adviseur [naam belastingadviseur] waarbij de rechterhand van [eiser 1] , [naam tolk] , als tolk optrad. Zelfs op het moment van ondertekenen van de aktes op 10 januari 2017 is in artikel 4.4. van de aandeelhoudersovereenkomst nog een tekstuele wijziging opgenomen ten gunste van [eiser 1] als gevolg waarvan de koopsom van de aandelen van [eiser 1] met zijn pensioen in één keer door de [gezamenlijke verweerders] moeten worden voldaan nu de woorden ‘voor zover mogelijk’ zijn doorgehaald. Volgens de [gezamenlijke verweerders] is het daarom niet aannemelijk dat [eiser 1] niet zou hebben begrepen wat er in de aktes staat. Verder wijzen de [gezamenlijke verweerders] erop dat na 15 december 2016 aanvullende afspraken zijn gemaakt ten gunste van [gezamenlijke eisers] , waaronder de afspraak dat zij geld uit de onderneming mogen opnemen om aan de oudste zoon te voldoen (€ 250.000,00) en voor de afkoop van het aandelenkapitaal (€ 182.000,00). Ook hieruit blijkt dat er nog onderhandelingen hebben plaatsgevonden en het niet de bedoeling was van partijen om enkel de afspraken van 15 december 2016 in de aktes vast te leggen. Indien hun ouders de aktes van 10 januari 2017 nog hadden willen laten vertalen in het Turks, hadden ze dit kunnen doen, aldus steeds de [gezamenlijke verweerders] .

4.6.

De rechtbank overweegt als volgt. Vooropgesteld moet worden dat de aktes gevolgen hebben voor de positie van [gezamenlijke eisers] binnen de onderneming, zoals zij betogen. Deze gevolgen hebben partijen echter ook beoogd. Zoals uit de eigen stellingen van [gezamenlijke eisers] volgt, hadden zij de intentie om hun (drie) zonen op termijn te belonen voor hun jarenlange werkzaamheden en inzet bij en voor Setay (Beheer) door participatie in de onderneming. Wellicht is het tijdstip waarop dit zou gebeuren op aandringen van hun zonen [verweerder 1] en [verweerder 2] eerder gekomen dan waar [gezamenlijke eisers] in eerste instantie op hadden gerekend, maar tussen partijen is niet in geschil dat zij op 15 december 2016 hebben gesproken over de voorwaarden waaronder een en ander zou kunnen worden gerealiseerd. Nog los van de vraag wat de status is van het document van 15 december 2016 - een overeenkomst zoals [gezamenlijke eisers] betogen of een gespreksverslag zoals de [gezamenlijke verweerders] betogen - is de rechtbank gebleken dat partijen niet van mening verschillen over de bedoeling en het merendeel van de gemaakte afspraken, die in de ondertekende aktes hun weerslag hebben gevonden. Zoals uit het document van 15 december 2016 blijkt zouden [verweerder 1] en [verweerder 2] 49% van de aandelen geschonken krijgen voor hun werkzaamheden en inzet bij Setay. Daarbij gingen partijen ervan uit dat [eiser 2] volledig over deze 49% aandelen beschikte. Dat dit ten tijde van de overdracht niet het geval bleek te zijn, zoals [eiser 1] en [eiser 2] betogen, waardoor er kennelijk ook aandelen van [eiser 1] moesten worden overgedragen aan de zonen, maakt deze bedoeling van partijen niet anders. Ditzelfde geldt voor de kennelijke verschrijving in akte 1 dat [verweerder 1] eigenaar werd van 775 aandelen B en 775 aandelen C en [verweerder 2] van 9.225 aandelen B en 9.225 aandelen C. [verweerder 1] en [verweerder 2] erkennen dat het de bedoeling van partijen was dat zij beiden 10.000 aandelen zouden krijgen. Dit blijkt ook uit akte 3. Indien nodig kan een en ander door middel van een herstelakte door partijen worden aangepast maar dit maakt niet dat om die reden bij het ondertekenen van de desbetreffende akte sprake is van dwaling of bedrog. Verder was het de bedoeling van partijen dat de [gezamenlijke verweerders] de aan hen geschonken aandelen niet zouden mogen doorverkopen of overdragen, anders dan aan [eiser 1] Daarnaast lijkt tussen partijen ook niet in geschil te zijn dat [eiser 1] zijn resterende 51% aandelen op zijn pensioengerechtigde leeftijd aan [verweerder 1] en [verweerder 2] zou overdoen, al dan niet tegen betaling. Dergelijke blokkeringsregelingen zijn ook in de aktes opgenomen. Dat [eiser 1] in het verleden met een dergelijke blokkeringsregeling geen rekening hoefde te houden, maakt niet dat om die reden sprake is van dwaling en/of bedrog want deze afspraak volgt ook uit het document van 15 december 2016 waarvan [gezamenlijke eisers] stellen dat dit de tussen partijen gemaakte afspraken zijn.

4.7.

Over de vraag of - kort gezegd - ook de zeggenschap, het stemrecht, de boetebepaling, de terugbetaling van het aandelenkapitaal, het aan de oudste zoon uit te keren bedrag en het salaris van [eiser 2] conform de bedoeling van partijen in de aktes zijn vastgelegd, verschillen partijen echter van mening. Hoewel [gezamenlijke eisers] het in de procesinleiding en de spreekaantekeningen doen voorkomen dat er ná 15 december 2016 en tot de ondertekening op 10 januari 2017 niets meer met hen is besproken, is dit naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser 1] immers zelf verklaard dat er tussen 4 en 10 januari 2017 inderdaad in zijn aanwezigheid een bespreking heeft plaatsgevonden op het kantoor van [naam belastingadviseur] . Daarbij overweegt de rechtbank dat uit de eigen stellingen van [gezamenlijke eisers] volgt dat [naam belastingadviseur] al sinds 1998 hun adviseur was en eerder met de notaris documenten had opgesteld aangaande de overdracht van aandelen in de onderneming. Uit de door de [gezamenlijke verweerders] overgelegde e-mailwisseling volgt dat die bespreking bij [naam belastingadviseur] heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de door hem op 3 en 4 januari 2017 toegezonden conceptaktes. Uit het feit dat op 6 januari 2017 vervolgens gewijzigde conceptaktes aan [verweerder 1] zijn gezonden blijkt dat daar overleg over heeft plaatsgevonden. Dat de e-mailberichten met conceptaktes door [naam belastingadviseur] niet ook aan [eiser 1] zijn gezonden, zoals [gezamenlijke eisers] betogen, maakt niet dat om die reden moet worden aangenomen dat [gezamenlijke eisers] de inhoud van de aktes in het geheel niet kenden. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de eigen stellingen van [gezamenlijke eisers] volgt dat er na 15 december 2016 nadere afspraken zijn gemaakt. Zo blijkt uit de aktes bijvoorbeeld dat een bedrag van € 250.000,00 bestemd is voor de oudste zoon. Een dergelijke afspraak blijkt niet uit het verslag van 15 december 2016. En, hoewel niet in de aktes is opgenomen dat een maandelijks salaris aan [eiser 2] zou worden betaald, blijkt uit de verklaringen van partijen tijdens de mondelinge behandeling dat ook dit tussen hen is besproken en dat hieraan wordt voldaan. Gelet op deze voorbeelden is het aannemelijk dat partijen na 15 december 2016 nadere afspraken hebben gemaakt. Verder hebben [gezamenlijke eisers] onvoldoende weersproken dat zelfs op 10 januari 2017, ten tijde van de ondertekening, een wijziging is doorgevoerd in akte 3 waarbij het niet aannemelijk is dat [eiser 1] niet begreep waar het hierom ging. Gelet op deze omstandigheden zijn de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten aangedragen om aan te nemen dat [gezamenlijke eisers] uitdrukkelijk een andere bedoeling hebben gehad.

4.8.

Zelfs indien wordt aangenomen dat de aktes bij de notaris niet zijn voorgelezen of besproken of dat [gezamenlijke eisers] de inhoud daarvan niet hebben begrepen omdat er geen tolk aanwezig was, maakt dit niet zondermeer dat sprake is van dwaling en/of bedrog. [gezamenlijke eisers] wisten dat zij 10 januari 2017 bij de notaris aktes zouden ondertekenen en hadden zelf voor een tolk kunnen zorgen zoals zij kennelijk vaker deden. Ook spreken de [gezamenlijke verweerders] Turks en hebben zij een en ander aan hun ouders kunnen uitleggen, wat kennelijk ook gebeurd is gezien de aanpassing ter plaatse in akte 3. Als [gezamenlijke eisers] de inhoud van de aktes niet hebben begrepen, komt dat derhalve voor rekening van [gezamenlijke eisers] .

4.9.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en gelet op de gemotiveerde betwisting van de [gezamenlijke verweerders] had het op de weg van [gezamenlijke eisers] gelegen om hun stelling dat sprake is van dwaling en/of bedrog nader te onderbouwen. Omdat [gezamenlijke eisers] dit hebben nagelaten, komt de rechtbank niet toe aan nadere bewijslevering.

4.10.

De vorderingen van [gezamenlijke eisers] worden derhalve afgewezen. Omdat daaruit volgt dat de aktes in stand blijven, kan de tegenvordering tot - kort gezegd - verdere uitvoering van artikel 5.1. in de aandeelhoudersovereenkomst worden toegewezen. Daarbij overweegt de rechtbank dat de benoeming van de [gezamenlijke verweerders] tot statutair bestuurders een uitvloeisel is van de aktes die niet vernietigd worden en derhalve verder moeten worden uitgevoerd. Dit staat los van de (andere) vraag die nog bij de Ondernemingskamer voorligt namelijk welke bestuursstructuur [eiser 1] , [verweerder 1] en [verweerder 2] destijds op het oog hadden, alsook welke bestuursstructuur naar het oordeel van de onderzoeker gelet op de aard van de onderneming en de mogelijkheden van voornoemde drie personen naar zijn of haar oordeel het meest aangewezen is.

4.11.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als hierna bepaald.

4.12.

De door de [gezamenlijke verweerders] gevorderde betaling van een contractuele boete van € 500.000,00 wordt afgewezen. [gezamenlijke eisers] hebben, toegespitst op de betreffende bepaling, het verweer gevoerd dat er getwijfeld moet worden aan de totstandkoming en de bedoeling van deze bepaling. Tijdens de mondelinge behandeling is namens de [gezamenlijke verweerders] verklaard dat de boeteclausule op verzoek en ten gunste van [eiser 1] is genomen omdat hij bang was dat de door hem bedongen bedragen niet zouden worden uitgekeerd. De betreffende bepaling is dus volgens de [gezamenlijke verweerders] opgenomen om de belangen van [gezamenlijke eisers] veilig te stellen. Deze toelichting is door de [gezamenlijke eisers] niet weersproken. Nu als vaststaand heeft te gelden dat de bepaling strekte tot nakomingsprikkel voor de [gezamenlijke verweerders] kan, gelet op de bedoeling van partijen bij het overeenkomen van deze bepaling, door de [gezamenlijke verweerders] hierop geen beroep worden gedaan zoals zij thans voorstaan. Gelet hierop zal de vordering van de [gezamenlijke verweerders] op dit punt worden afgewezen.

4.13.

Gelet op de familierelatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank

op de vordering

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

op de tegenvordering

5.3.

veroordeelt [eiser 1] tot nakoming van de afspraak die is vastgelegd in artikel 5.1. van de aandeelhoudersovereenkomst door binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot ondertekening van het aandeelhoudersbesluit en het formulier van de Kamer van Koophandel die als productie 29 en 30 op 5 maart 2018 namens de [gezamenlijke verweerders] zijn ingediend;

5.4.

veroordeelt [eiser 1] om aan de [gezamenlijke verweerders] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag dat hij niet aan de in 5.3. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.5.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Mans en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2019.