Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:2629

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
06-05-2019
Datum publicatie
13-06-2019
Zaaknummer
351533
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Verdeling gemeenschappelijke woning. Beschermingsbewind. In het licht van de belangen over en weer bestaat geen aanleiding om vordering tot verdeling voor een bepaalde tijd uit te sluiten ex artikel 3:178 BW. Vervangende toestemming om rechtshandelingen namens deelgenoot te verrichten. Ontruiming. Uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang niet proportioneel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Jurisprudentie Erfrecht 2019/183
JERF Actueel 2019/183
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/351533 / KG ZA 19-123

Vonnis in kort geding van 6 mei 2019

in de zaak van

1. [naam eiseres 1 en bewindvoerder] , in haar hoedanigheid van beschermingsbewindvoerder van eiseres sub 2,

wonende te [woonplaats] ,

2. [naam],

wonende te [woonplaats] ,

eiseressen,

advocaat mr. M.C. van der Meij te Nijmegen,

tegen

[naam] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Eiseressen worden hierna afzonderlijk aangeduid met [naam eiseres 1 en bewindvoerder] en mevrouw [naam] en gedaagde met de heer [naam] . Eiseressen worden gezamenlijk aangeduid met [naam eiseres 1 en bewindvoerder]

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de mondelinge behandeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De heer en mevrouw [naam] zijn broer en zus. Sinds het overlijden van hun moeder op 8 augustus 2000 zijn zij ieder voor de onverdeelde helft gerechtigd tot de eigendom van het woonhuis aan de [adres woonhuis] [nummer kadaster] ) (hierna: de woning). Zij hebben aanvankelijk samen in de woning gewoond, thans woont de heer [naam] in de woning. De woning is vrij van hypotheek. Mevrouw [naam] heeft altijd de woonlasten voldaan.

2.2.

Mevrouw [naam] is meermaals opgenomen geweest bij Pro Persona. Door Pro Persona is op enig moment mentorschap en bewindvoering voor mevrouw [naam] verzocht en bij beschikkingen van 2 oktober 2017 is [naam eiseres 1 en bewindvoerder] tot haar mentor en bewindvoerder benoemd.

2.3.

Mevrouw [naam] woont thans in een zorginstelling.

2.4.

In maart 2016 heeft [naam eiseres 1 en bewindvoerder] tegen de heer [naam] een procedure aanhangig gemaakt bij deze rechtbank om te bewerkstelligen dat de woning kon worden verkocht dan wel overgenomen door de heer [naam] . Ter beëindiging van die procedure hebben partijen op de mondelinge behandeling van 16 april 2018 een regeling getroffen. Afgesproken is onder andere dat de heer [naam] tot 16 juli 2018 de tijd had om de woning over te nemen en dat partijen, wanneer uitkoop niet zou lukken of de heer [naam] daarvan zou afzien, gezamenlijk een verkoopopdracht aan de makelaar zouden geven.

2.5.

In augustus 2018 heeft [naam eiseres 1 en bewindvoerder] wederom een procedure tegen de heer [naam] aanhangig gemaakt teneinde hem te gelasten mee te werken aan de totstandkoming van een bemiddelingsovereenkomst ten aanzien van de verkoop van de woning en [naam eiseres 1 en bewindvoerder] te machtigen tot het te gelde maken van de woning. Bij vonnis van 10 oktober 2018 is de heer [naam] bij verstek onder meer veroordeeld tot het meewerken aan de totstandkoming van een bemiddelingsovereenkomst met Bram Heezen & Paul Jansen Makelaardij ten aanzien van de verkoop van de woning. De gevorderde machtiging tot het te gelde maken van de woning is destijds afgewezen.

2.6.

De woning staat inmiddels sinds enige tijd te koop.

2.7.

In januari 2019 is er een bod uitgebracht op de woning. Dit bod heeft vervolgens niet tot verkoop geleid.

2.8.

Paul Jansen, van Bram Heezen & Paul Jansen Makelaardij (hierna: de makelaar), heeft bij e-mailbericht van 1 april 2019 aan [naam eiseres 1 en bewindvoerder] het volgende geschreven:

[…]

De verkoop van de [adres woonhuis] wil helaas nog niet vlotten.

Een van de bezwaren bij kijkers is de onderhoudstoestand, die ronduit slecht te noemen is. De woning moet volledig gerenoveerd worden en dat belemmert de verkoop.

Het grootste bezwaar is echter de onzekerheid over de oplevertermijn. Zoals u weet is de bewoner, mede-eigenaar en mede-opdrachtgever op zoek naar een huurwoning. Zolang hij nog geen huurwoning heeft, wil hij zich niet binden aan een oplevertermijn. Dat maakt de verkoop onmogelijk. Er was een kandidaat-koper in januari, die de noodzakelijke renovatie accepteerde en ook de bewoner de tijd wilde geven om een huurwoning te vinden. Maar ook die kandidaat wilde wel een einddatum stellen, en de bewoner op dat moment niet.

Helaas ging die kans voorbij, inmiddels heeft de gegadigde wat anders gekocht.

Ik heb dit alles ook met de bewoner besproken. Zolang we geen oplevertermijn kunnen noemen is de verkoop niet te realiseren.

[…]

2.9.

Op de mondelinge behandeling heeft [naam adviseur gedaagde] , die de heer [naam] tijdens de mondelinge behandeling bijstond, een e-mailwisseling tussen haar en de makelaar voorgelezen en vervolgens aan zowel mr. Van der Meij als de voorzieningenrechter laten lezen. In de e-mailwisseling is te lezen dat [naam adviseur gedaagde] aan de makelaar vraagt om de (inhoud van) een brief van haar (namens [naam] ) gericht aan de makelaar te bevestigen, waarin staat dat [naam adviseur gedaagde] en de makelaar een dag eerder een telefoongesprek hebben gevoerd en dat de makelaar daarin verklaarde dat [naam] wel medewerking verleent aan de verkoop van het huis en dat hij nooit heeft gezegd dat [naam] niet wilde meewerken aan de verkoop. Ook heeft de makelaar nooit een akte van verkoop of levering aangeboden aan de heer [naam] die hij vervolgens heeft geweigerd te tekenen; er is nooit sprake geweest van een (ver)koopakte.

De makelaar heeft vervolgens gereageerd en geschreven dat er inderdaad nooit een (ver)koopakte ter ondertekening aan de heer [naam] is aangeboden en dat hij niet heeft gezegd dat de heer [naam] niet meewerkt. Hij geeft vervolgens aan dat met de bieders van januari (2019) wellicht tot een verkoop had kunnen worden gekomen als er een onderhandeling over de prijs had kunnen ontstaan, maar hiervoor was noodzakelijk dat een uiterste opleveringsdatum kon worden genoemd. Dat wilde de heer [naam] niet omdat hij nog geen vervangende woonruimte had gevonden.

3 Het geschil

3.1.

[naam eiseres 1 en bewindvoerder] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad zover de wet zulks toelaat:

I. toepassing geeft aan artikel 3:300 BW en derhalve (onvoorwaardelijke) vervangende toestemming verleent aan [naam eiseres 1 en bewindvoerder] , om alle noodzakelijke rechtshandelingen te kunnen verrichten namens de heer [naam] , teneinde de verkoop en levering van de woning en inschrijving van de levering van het registergoed in de openbare registers te kunnen bewerkstelligen, zulks tegen een in onderling overleg tussen [naam eiseres 1 en bewindvoerder] en makelaar Bram Heezen & Paul Jansen Makelaardij (Dorpstraat 86, 6661 BP Elst, gemeente Overbetuwe), te bepalen verkoopprijs en (op)leveringsvoorwaarden en bepaalt dat de uitspraak in de plaats van de (verkoop)akte(n) c.q. overeenkomst(en) en/of (een) de(e)l(en) daarvan zal/zullen treden;

II. de heer [naam] veroordeelt om de woning binnen drie weken na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis met al diegenen die, en datgene dat zich daarin of daarop vanwege de heer [naam] bevindt, volledig en behoorlijk te ontruimen en met afgifte van alle sleutels in behoorlijke staat ter vrije beschikking van [naam eiseres 1 en bewindvoerder] te stellen en vervolgens ontruimd te houden, zulks met machtiging van [naam eiseres 1 en bewindvoerder] bij gebreke van volledige voldoening hieraan, deze ontruiming en dit ontruimd houden zelf te bewerkstelligen op kosten van de heer [naam] ,

bij gebreke waarvan wordt verzocht tenuitvoerlegging van lijfsdwang (met behulp van de sterke arm van politie en justitie) te gelasten alsmede de vordering tot uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang toe te wijzen, ingaande op de tweeëntwintigste dag na betekening van het onderhavige vonnis en voor de duur van een maand, met de bepaling dat tenuitvoerlegging van lijfsdwang telkens opnieuw zal worden toegepast voor de duur van een maand, voor iedere maal dat de heer [naam] zich toegang tot de woning poogt te verschaffen,

dan wel lijfsdwang ingaande op zodanig moment en voor zodanige duur en frequentie als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;

III. de heer [naam] veroordeelt in de kosten van het geding.

3.2.

De heer [naam] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Met de aard van het gevorderde en het daaraan ten grondslag gelegde acht de voorzieningenrechter het spoedeisend belang bij de vorderingen gegeven. Het spoedeisend belang is voorts niet door of namens de heer [naam] betwist.

4.2.

[naam eiseres 1 en bewindvoerder] heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat mevrouw [naam] uit onverdeeldheid met de heer [naam] wil raken. Volgens [naam eiseres 1 en bewindvoerder] handelt de heer [naam] onrechtmatig door zijn medewerking niet te verlenen aan de verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap. Mevrouw [naam] woont al geruime tijd niet meer in de woning. Mevrouw [naam] loopt toeslagen en vergoedingen mis omdat zij over vermogen, de onverdeelde helft van de woning, beschikt, terwijl zij hier niet bij kan. Zij kan haar betalingsverplichtingen niet nakomen, waardoor haar schulden oplopen. Ook is het gelet op het medisch perspectief van mevrouw [naam] zaak dat de woning spoedig wordt verkocht. In januari 2019 is er een bod van € 215.000,00 op de woning uitgebracht, maar de heer [naam] heeft geweigerd mee te werken aan de verkoop. Omdat de heer [naam] , ondanks de afspraken die zijn vastgelegd in het proces-verbaal van 16 april 2018 en het veroordelende vonnis van 10 oktober 2018 niet meewerkt aan de verkoop, terwijl mevrouw [naam] belang heeft bij spoedige verkoop, vordert [naam eiseres 1 en bewindvoerder] met toepassing van artikel 3:300 BW aan [naam eiseres 1 en bewindvoerder] vervangende toestemming te verlenen tot het verrichten van alle noodzakelijke rechtshandelingen voor de verkoop van de woning en te bepalen dat de uitspraak in de plaats zal treden van, naar de rechtbank begrijpt, de medewerking van de heer [naam] aan (een deel van) de (verkoop)akte(n) c.q. overeenkomst(en). Omdat het niet aannemelijk is dat de heer [naam] vrijwillig zijn medewerking verleent aan (vervolg) bezichtigingen van de woning door aspirant kopers en het tijdig ontruimen en ontruimd houden van de woning wanneer deze moet worden opgeleverd, vordert [naam eiseres 1 en bewindvoerder] dat de heer [naam] wordt veroordeeld de woning binnen drie weken te ontruimen en ontruimd te houden, zo nodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie en uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang.

4.3.

Namens de heer [naam] is betwist dat hij niet meewerkt aan de verkoop van de woning. Voordat hij over een prijs gaat onderhandelen en een opleveringsdatum vaststelt, wil de heer [naam] echter wel eerst een vervangende (huur)woning vinden en dat is hem tot op heden nog niet gelukt.

4.4.

Vooropgesteld wordt dat het uitgangspunt van de wet is dat elke deelgenoot te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed kan vorderen, waarbij de rechter, indien de door een onmiddellijke verdeling getroffen belangen aanmerkelijk groter zijn dan de belangen die door de verdeling worden gediend een vordering tot verdeling voor een bepaalde tijd kan uitsluiten (artikel 3:178 BW). Het is daarom de vraag of hiertoe gelet op de bedoelde belangenafweging aanleiding bestaat.

4.5.

Op de mondelinge behandeling van 16 april 2018 hebben de heer [naam] en [naam eiseres 1 en bewindvoerder] in haar hoedanigheid van beschermingsbewindvoerder van mevrouw [naam] afgesproken dat de woning zou worden verkocht dan wel dat de heer [naam] de woning zou overnemen. In het verstekvonnis van de voorzieningenrechter van 10 oktober 2018 heeft de rechtbank vastgesteld dat de heer [naam] zich niet aan de gemaakte afspraken heeft gehouden en is hij veroordeeld tot het verlenen van medewerking aan een bemiddelingsovereenkomst met de makelaar ten aanzien van de woning. Verkoop van de woning is daarom in ieder geval vanaf 10 oktober 2018 het uitgangspunt. De woning is vervolgens ook te koop gezet bij de makelaar.

4.6.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat, gelet op een belangenafweging tussen partijen, de onder I. gevorderde toestemming aan [naam eiseres 1 en bewindvoerder] om alle noodzakelijke (rechts)handelingen te kunnen verrichten namens de heer [naam] ter zake de verkoop en levering van de woning moet worden toegewezen. Hiertoe wordt het volgende in aanmerking genomen.

4.7.

Mevrouw [naam] heeft een groot financieel belang bij verkoop van de woning. Zij bewoont de woning immers niet meer maar is wel aansprakelijk voor alle woonlasten, terwijl zij zelf over onvoldoende financiële middelen beschikt om aan haar eigen betalingsverplichtingen te kunnen voldoen, te meer omdat zij, gelet op haar vermogen in de vorm van de onverdeelde helft van de woning, geen aanspraak kan maken op toeslagen en vergoedingen. Door [naam adviseur gedaagde] is op de mondelinge behandeling aangevoerd dat de heer [naam] altijd netjes heeft meegewerkt aan de verkoop van de woning. De makelaar heeft immers aan haar bevestigd (zie 2.8.) dat aan de heer [naam] nooit een verkoopakte ter ondertekening is aangeboden en dat hij nooit heeft gezegd dat de heer [naam] niet meewerkt aan de verkoop. Uit de betreffende e-mail van de makelaar blijkt dat echter dat verkoop van de woning, zonder een opleveringsdatum te kunnen vaststellen, volgens de makelaar niet mogelijk is. Dit volgt ook met zoveel woorden uit het door [naam adviseur gedaagde] aangehaalde e-mailbericht van 16 april jl., waarin de makelaar te kennen geeft dat de woning in januari 2019 had kunnen worden verkocht, maar dat daarvoor in ieder geval de vaststelling van een uiterste opleveringsdatum noodzakelijk was, waartegen de heer [naam] zich op dat moment heeft verzet. [naam adviseur gedaagde] heeft in dit verband betoogd dat de heer [naam] pas met een bepaalde opleveringsdatum akkoord kan gaan als hij een nieuwe huurwoning in [woonplaats] heeft gevonden, maar op de mondelinge behandeling heeft zij desgevraagd toegelicht dat de heer [naam] in de loop van meer dan een jaar tijd slechts op drie huurwoningen heeft gereageerd en enkel binnen [woonplaats] . Gelet op de huidige krapte op de (huur)woningmarkt en de nijpende (financiële) situatie van mevrouw [naam] , had van de heer [naam] mogen worden verwacht dat hij ook in de (al dan niet nabije) omgeving van [woonplaats] naar een nieuwe woning had gezocht. Aangezien de makelaar met zoveel woorden te kennen heeft gegeven dat het niet kunnen vaststellen van een opleveringsdatum de verkoop van de woning in de weg staat, en de heer [naam] op dit punt reeds gedurende een lange periode geen duidelijkheid verschaft, werkt hij naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende mee aan de verkoop van de woning.

Daarnaast is in het kader van deze belangenafweging van belang dat de woning vrij van hypotheek is en dat bij verkoop van de woning ook voor de heer [naam] een flink bedrag vrijkomt. De voorzieningenrechter kan begrijpen dat hij liever in de woning zou blijven wonen, aangezien het zijn ouderlijk huis betreft, maar aangezien de heer [naam] op dit moment zelf ook over beperkte financiële middelen beschikt, en van mevrouw [naam] (niet langer) gevergd kan worden dat zij alle woonlasten voldoet, is het ook in zijn belang om de woning te (laten) verkopen door [naam eiseres 1 en bewindvoerder] . Onder de genoemde omstandigheden van het geval dient het belang van mevrouw [naam] bij verkoop van de woning boven het belang van de heer [naam] te prevaleren.

4.8.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om aan de toegewezen toestemming om (rechts)handelingen te verrichten namens de heer [naam] ter zake de verkoop en levering van de woning een minimaal te verkrijgen verkoopprijs te verbinden, nu [naam eiseres 1 en bewindvoerder] als gevolg hiervan bevoegd is om, samen met de makelaar, de verkoopprijs vast te stellen en de woning te verkopen. Deze minimale verkoopprijs zal worden bepaald op € 190.000,00, mede in aanmerking genomen de onderhoudstoestand van de woning en het reeds eerder uitgebrachte bod van € 215.000,00. Mocht na verloop van tijd blijken dat de woning niet kan worden verkocht voor een minimumprijs van € 190.000,00 dan staat het [naam eiseres 1 en bewindvoerder] vrij in een nieuw kort geding verlaging van voornoemd bedrag te vorderen.

4.9.

[naam eiseres 1 en bewindvoerder] heeft verder gevorderd dat de heer [naam] binnen drie weken na betekening van dit vonnis de woning moet ontruimen. Dit betekent dat de heer [naam] de woning hoogstwaarschijnlijk al vóór de verkoop daarvan moet verlaten. [naam eiseres 1 en bewindvoerder] heeft in dit verband toegelicht dat niet te verwachten valt dat de heer [naam] vrijwillig zal meewerken aan a. (vervolg) bezichtigingen van de woning dan wel b. het tijdig ontruimen en ontruimd houden van de woning om deze te kunnen opleveren. Verder moet de woning grondig worden schoongemaakt ten behoeve van bezichtigingen en moet (uitvoerig) onderhoud worden uitgevoerd. Namens de heer [naam] is in dit verband aangevoerd dat hij wel mee wil werken aan bezichtigingen en ontruiming maar dat hij wel eerst een nieuwe woning wil vinden.

4.10.

Voorop wordt gesteld dat de onderhoudstoestand van de woning slecht is en dat deze grondig moet worden schoongemaakt ten behoeve van bezichtigingen van aspirant kopers. Daarnaast moet de woning voor de makelaar beschikbaar zijn om deze bezichtigingen te kunnen uitvoeren en moeten wellicht onderhoudswerkzaamheden worden verricht. De voorzieningenrechter constateert dat er in dit verband geen sprake is van onwil aan de zijde van de heer [naam] maar van onmacht. Ook nadat de voorzieningenrechter tijdens de mondelinge behandeling heer [naam] heeft voorgehouden wat het gevolg is van toewijzing van de vorderingen van [naam eiseres 1 en bewindvoerder] , is de ernst van de situatie niet tot hem doorgedrongen. [naam adviseur gedaagde] blijft zich namens de heer [naam] immers op het standpunt stellen dat hij eerst een nieuwe (huur)woning wil vinden alvorens hij meewerkt aan de verkoop van zijn huidige woning. Zoals hiervoor is overwogen kan dit echter niet langer van mevrouw [naam] worden gevergd. In het licht van deze omstandigheden van het geval ziet de voorzieningenrechter aanleiding de onder II. gevorderde ontruiming van de heer [naam] toe te wijzen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn op twee maanden zal worden gesteld, zodat de heer [naam] nog voldoende tijd heeft om vervangende woonruimte te vinden. Voor zover nodig mag [naam eiseres 1 en bewindvoerder] als gevorderd de ontruiming ten uitvoer laten leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie; dit vloeit voort uit het bepaalde in de artikelen 556 lid 1 en 557 Rv. Zij zal daarom overeenkomstig worden gemachtigd.

4.11.

[naam eiseres 1 en bewindvoerder] heeft verder gevorderd het vonnis uitvoerbaar bij lijfsdwang te verklaren, voor het geval de heer [naam] de woning niet zal ontruimen dan wel ontruimd zal houden. Volgens [naam eiseres 1 en bewindvoerder] is te verwachten dat de heer [naam] weer zal terugkeren naar de woning en zichzelf weer toegang tot de woning zal (proberen te) verschaffen, ook als hij (al dan niet met behulp van de sterke arm van politie en justitie) al ontruimd is. De gevorderde tenuitvoerlegging bij lijfsdwang is daarom nodig om de woning in onbewoonde staat te verkopen, zo stelt [naam eiseres 1 en bewindvoerder]

4.12.

Op grond van artikel 587 Rv zal een vonnis alleen dan uitvoerbaar bij lijfsdwang worden verklaard, indien aannemelijk is dat toepassing van een ander dwangmiddel onvoldoende uitkomst zal bieden en het belang van de schuldeiser toepassing daarvan rechtvaardigt. De gevorderde lijfsdwang zal worden afgewezen, nu de rechtvaardiging voor een dergelijke ingrijpende maatregel door [naam eiseres 1 en bewindvoerder] onvoldoende is onderbouwd. Op de mondelinge behandeling heeft [naam eiseres 1 en bewindvoerder] weliswaar toegelicht dat van de uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang vooral een afschrikwekkende werking uitgaat, hetgeen in het onderhavige geval noodzakelijk is, maar dit is onvoldoende om de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang toe te wijzen. Zonder nadere toelichting, die ook op de mondelinge behandeling niet is gegeven, valt namelijk niet in te zien waarom niet met een minder verstrekkend middel kan worden voorkomen dat de heer [naam] na ontruiming terugkeert naar de woning dan wel dat hem dit wordt bemoeilijkt. Zo kunnen bijvoorbeeld de sloten van de woning worden vervangen en verder kan [naam eiseres 1 en bewindvoerder] de heer [naam] , wanneer hij zich toch toegang zou proberen te verschaffen tot de woning, wederom met behulp van de sterke arm van politie en justitie laten verwijderen. Gelet op het hiervoor overwogene is de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang niet proportioneel en zal dit deel van de vordering onder II. worden afgewezen.

4.13.

De heer [naam] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van dit geding worden veroordeeld op de wijze zoals hierna volgt, nu mevrouw [naam] op basis van een toevoeging procedeert. Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de door de griffier voorgeschoten exploot- en/of advertentiekosten niet mogelijk. De kosten aan de zijde van [naam eiseres 1 en bewindvoerder] worden begroot op:

- griffierecht 81,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.061,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verleent [naam eiseres 1 en bewindvoerder] vervangende toestemming om namens de heer [naam] alle noodzakelijke rechtshandelingen te verrichten teneinde de verkoop en levering van de woning, staande en gelegen aan de Julianastraat 23, 6851 KJ te [woonplaats] , en inschrijving van de levering van het registergoed in de openbare registers te kunnen bewerkstelligen, tegen een in onderling overleg tussen [naam eiseres 1 en bewindvoerder] en makelaar Bram Heezen & Paul Jansen Makelaardij te Elst te bepalen verkoopprijs van ten minste € 190.000,00 en (op)leveringsvoorwaarden, en bepaalt dat het vonnis zo nodig op grond van artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats zal treden van de medewerking van de heer [naam] aan de (verkoop)akte(n) c.q. overeenkomst(en) en/of (een) deel/delen daarvan;

5.2.

veroordeelt de heer [naam] de woning binnen twee maanden na betekening van dit vonnis met al diegenen die, en al datgene dat zich daarin of daarop vanwege de heer [naam] bevindt, volledig en behoorlijk te ontruimen en met afgifte van alle sleutels in behoorlijke staat ter vrije beschikking van [naam eiseres 1 en bewindvoerder] te stellen en vervolgens ontruimd te houden;

5.3.

machtigt [naam eiseres 1 en bewindvoerder] om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van de veroordeling onder 5.2. te bewerkstelligen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 556 lid 1 en 557 Rv, indien de heer [naam] in gebreke blijft aan het onder 5.2. van dit vonnis bepaalde te voldoen;

5.4.

veroordeelt de heer [naam] in de proceskosten, aan de zijde van [naam eiseres 1 en bewindvoerder] tot op heden begroot op € 1.061,00, waarin begrepen € 980,00 aan salaris advocaat, en bepaalt dat de heer [naam] deze kosten dient te voldoen aan de advocaat van [naam eiseres 1 en bewindvoerder] ;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2019.