Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:2144

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-05-2019
Datum publicatie
16-05-2019
Zaaknummer
05/880557-18
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2021:9526, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een man uit Doetinchem veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor medeplegen van afpersing van drie personen, mishandeling van één persoon en oplichting van twee personen. De man moet tevens schadevergoedingen betalen aan verschillende slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/880557-18

Datum uitspraak : 10 mei 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] , [woonplaats 1] .

Raadsman: mr. W.K. Cheng, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen

van 18 september 2018, 10 december 2018, 27 maart 2019 en 26 april 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 19 januari 2018 te Doetinchem,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van meerdere, althans een, telefoonabonnement(en),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of diens mededader(s):

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij geld gestort zou krijgen als

hij (een) telefoon(s) op zijn naam zou zetten en/of

- die [slachtoffer 1] met de auto heeft/hebben opgehaald en bij het instappen van

[slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat het 3 tegen 1 was en dat wanneer [slachtoffer 1] zou

weigeren, hij klappen zou krijgen en het toch niet zou winnen, althans woorden

van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- met die [slachtoffer 1] mee is/zijn gelopen naar de (telefoon)winkel(s) en/of buiten op die [slachtoffer 1] heeft/hebben gewacht en/of

- ( vervolgens) de telefoon(s) van [slachtoffer 1] heeft/hebben afgenomen,

althans (telkens) daden van gelijke dreigende aard/strekking, en (aldus) een voor die [slachtoffer 1] bedreigende situatie heeft/hebben geschapen; (Zaak 1)

en/of

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 19 januari 2018 te Doetinchem,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere mobiele telefoons, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of diens mededader(s):

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij geld gestort zou krijgen als hij (een) telefoon(s) op zijn naam zou zetten en/of

- die [slachtoffer 1] met de auto heeft/hebben opgehaald en bij het instappen van [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat het 3 tegen 1 was en dat wanneer [slachtoffer 1] zou weigeren, hij klappen zou krijgen en het toch niet zou winnen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- met die [slachtoffer 1] mee is/zijn gelopen naar de (telefoon)winkel(s) en/of buiten op die [slachtoffer 1] heeft/hebben gewacht en/of

- ( vervolgens) de telefoon(s) van [slachtoffer 1] heeft/hebben afgenomen,

althans (telkens) daden van gelijke dreigende aard/strekking, en (aldus) een voor die [slachtoffer 1] bedreigende situatie heeft/hebben geschapen; (Zaak 1)

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 19 januari 2018 te Doetinchem,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal

(telkens) een ander, te weten [slachtoffer 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of

door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen niet te doen of te dulden, te weten tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van een of meerdere telefoonabonnement(en), door:

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij geld gestort zou krijgen als hij (een) telefoon(s) op zijn naam zou zetten en/of

- die [slachtoffer 1] met de auto op te halen en bij het instappen van [slachtoffer 1] te zeggen dat het 3 tegen 1 is en dat wanneer [slachtoffer 1] zal weigeren, hij klappen zal krijgen en het toch niet zou winnen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- met die [slachtoffer 1] mee te lopen naar de (telefoon)winkel(s) en/of buiten op die [slachtoffer 1] te wachten en/of

- ( vervolgens) de telefoon(s) van [slachtoffer 1] af te nemen; (Zaak 1)

meer subsidiair

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 19 januari 2018 te Doetinchem,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van een of meerdere telefoonabonnement(en),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij geld gestort zou krijgen als hij (een)

telefoon(s) op zijn naam zou zetten en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] met de auto te hebben opgehaald en bij het instappen

van [slachtoffer 1] te hebben gezegd dat het 3 tegen 1 was en dat wanneer [slachtoffer 1] zou

weigeren, hij klappen zou krijgen en het toch niet zou winnen, althans woorden

van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- met die [slachtoffer 1] mee te zijn gelopen naar de (telefoon)winkel(s) en/of buiten op die [slachtoffer 1] heeft/hebben gewacht en/of

- ( vervolgens) de telefoon(s) van [slachtoffer 1] heeft/hebben afgenomen; (Zaak 1)

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 maart 2018

tot en met 12 maart 2018 te Doetinchem en/of Arnhem en/of Duiven,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van meerdere,

althans een, telefoonabonnement(en),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of diens mededader(s):

- op een dwingende toon tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat hij een of meerdere telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- die [slachtoffer 2] met de auto heeft/hebben opgehaald en naar de (telefoon)winkels heeft/hebben gebracht en/of mee de winkel in is/zijn gelopen en/of

- ( vervolgens) de telefoon(s) van die [slachtoffer 2] heeft/hebben afgenomen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij zijn bankpas en code af moest staan en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat de telefoon(s) zou(den) worden verkocht en dat [slachtoffer 2] de helft van de opbrengst zou krijgen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij geen risico zou lopen omdat hij, verdachte, er voor zou zorgdragen dat de BKR registratie van [slachtoffer 2] zou worden verwijderd en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij morsdood bij hen in de kofferbak zou liggen

en ze hem naar Duitsland brengen, althans (telkens) daden van gelijke dreigende aard/strekking, en (aldus) een voor die [slachtoffer 2] bedreigende situatie heeft/hebben geschapen; (Zaak 2)

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 maart 2018 tot en met 12 maart 2018 te Doetinchem en/of Arnhem en/of Duiven, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere mobiele telefoons, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of diens mededader(s):

- op een dwingende toon tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat hij een of meerdere telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- die [slachtoffer 2] met de auto heeft/hebben opgehaald en naar de (telefoon)winkels heeft/hebben gebracht en/of mee de winkel in is/zijn gelopen en/of

- ( vervolgens) de telefoon(s) van die [slachtoffer 2] heeft/hebben afgenomen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij zijn bankpas en code af moest staan en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat de telefoon(s) zou(den) worden verkocht en dat [slachtoffer 2] de helft van de opbrengst zou krijgen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij geen risico zou lopen omdat hij, verdachte, er voor zou zorgdragen dat de BKR registratie van [slachtoffer 2] zou worden verwijderd en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij morsdood bij hen in de kofferbak zou liggen en ze hem naar Duitsland brengen,

althans (telkens) daden van gelijke dreigende aard/strekking, en (aldus) een voor die [slachtoffer 2] bedreigende situatie heeft/hebben geschapen; (Zaak 2)

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 maart 2018 tot en met 12 maart 2018 te Doetinchem en/of Arnhem en/of Duiven, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) een ander, te weten [slachtoffer 2] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 2] wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen niet te doen of te dulden,

te weten tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of

(een) bankpas(sen) en/of de bijbehorende pincode(s), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van een of meerdere

telefoonabonnement(en), door:

- op een dwingende toon tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij meerdere, althans een, telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- die [slachtoffer 2] met de auto op te halen en naar (telefoon)winkels te brengen en/of mee de winkel in te lopen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij zijn bankpas en code af moest staan en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat de telefoon(s) zou(den) worden verkocht en dat [slachtoffer 2] de helft van de opbrengst zou krijgen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij geen risico zou lopen omdat hij, verdachte, er voor zou zorgdragen dat de BKR registratie van [slachtoffer 2] zou worden verwijderd en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij morsdood bij hen in de kofferbak zou liggen

en ze hem naar Duitsland brengen; (Zaak 2)

meer subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 maart 2018 tot en met 12 maart 2018 te Doetinchem en/of Arnhem en/of Duiven, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van een of meerdere telefoonabonnement(en),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat hij meerdere, althans een, telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat de telefoon(s) zou(den) worden verkocht en dat [slachtoffer 2] de helft van de opbrengst zou krijgen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat hij geen risico zou lopen omdat hij, verdachte, er voor zou zorgdragen dat de BKR registratie van [slachtoffer 2] zou worden verwijderd, waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of het aangaan van een of meerdere schuld(en); (Zaak 2)

3.

hij op of omstreeks 12 maart 2018 te Doetinchem, althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal op/tegen/in het gezicht/hoofd te slaan/stompen en/of bij de keel vast te pakken en/of vast

te houden; (Zaak 2)

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 maart 2018 tot en met 12 maart 2018 te Doetinchem en/of Arnhem en/of Duiven, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van een of meerdere telefoonabonnement(en),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [slachtoffer 3] in een auto opgehaald en haar voorgehouden dat er

verschillende manieren zijn om snel geld te verdienen en/of

- die [slachtoffer 3] drugs aangeboden en/of aangedrongen op het gebruik van drugs

en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat zij meerdere, althans een, telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat de telefoon(s) zou(den) worden verkocht en dat [slachtoffer 3] er geld mee zou verdienen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij, verdachte, iemand kende die diezelfde dag de BKR registratie van [slachtoffer 3] uit het systeem zou halen, (waardoor die [slachtoffer 3] werd bewogen tot afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of het aangaan van een of meerdere schuld(en); (Zaak 3)

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 maart 2018 tot en met 12 maart 2018 te Doetinchem en/of Arnhem en/of Duiven, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) een ander, te weten [slachtoffer 3] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derde, te weten [slachtoffer 3] wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen niet te doen of te dulden, te weten tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van een of meerdere telefoonabonnement(en), door:

- die [slachtoffer 3] in een auto op te halen en haar voor te houden dat er verschillende manieren zijn om snel geld te verdienen en/of

- die [slachtoffer 3] drugs aan te bieden en/of aan te dringen op het gebruik van drugs en/of

- tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat zij meerdere, althans een, telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat de telefoon(s) zou(den) worden verkocht en dat [slachtoffer 3] er geld mee zou verdienen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat hij, verdachte, iemand kende die

diezelfde dag de BKR registratie van [slachtoffer 3] uit het systeem zou halen; (Zaak 3)

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 februari 2018 tot en met 7 februari 2018 te Doetinchem en/of Duiven en/of Arnhem, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van een of meerdere telefoonabonnement(en), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven-

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij meerdere, althans een, telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat de telefoon(s) zou(den) worden verkocht en dat [slachtoffer 4] er geld mee zou verdienen en/of aan die [slachtoffer 4] veel contant geld laten zien en/of

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij, verdachte, iemand kent die de BKR registratie uit het systeem kan halen en/of

- die [slachtoffer 4] met de auto opgehaald en/of met die [slachtoffer 4] meegelopen naar de (telefoon)winkels en/of (buiten) op die [slachtoffer 4] gewacht,

waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of het aangaan van een of meerdere schuld(en);

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 05 februari 2018 tot en met 07 februari 2018 te Doetinchem en/of Duiven en/of Arnhem, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een ander, te weten [slachtoffer 4] ,

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derde,

te weten [slachtoffer 4] wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen niet te doen of te dulden,

te weten tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van een of meerdere telefoonabonnement(en), door

- tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat hij meerdere, althans een, telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat de telefoon(s) zou(den) worden verkocht en dat [slachtoffer 4] er geld mee zou verdienen en/of aan die [slachtoffer 4] veel contant geld laten zien en/of

- tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat hij, verdachte, iemand kent die de BKR registratie uit het systeem kan halen,

- die [slachtoffer 4] met de auto opgehaald en/of met die [slachtoffer 4] meegelopen naar de (telefoon)winkels en/of (buiten) op die [slachtoffer 4] gewacht,

waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of het aangaan van een of meerdere schuld(en);

6.

hij op of omstreeks 24 november 2017 te Dinxperlo, gemeente Aalten, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (te weten 1100 euro), in elk geval enig geldbedrag,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), door

- met een versnelde pas op die [slachtoffer 5] af te lopen en/of die [slachtoffer 5] (met kracht) te duwen en/of

- die [slachtoffer 5] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen/in het hoofd/gezicht te slaan en/of tegen het lichaam te schoppen en/of

- op het lichaam van die [slachtoffer 5] te gaan zitten en/of (daarbij) te roepen "Geef geld! Geef geld! Waar is je portemonnee" en/of "Meer! Meer!",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

7.

hij in of omstreeks de periode van 11 december 2017 tot en met 12 december 2017 te Doetinchem en/of Arnhem en/of Duiven, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of een bankpas en/of de bijbehorende pincode, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van meerdere, althans een, telefoonabonnement(en),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of diens mededader(s)

- die [slachtoffer 6] met de auto heeft/hebben opgehaald en/of

- die [slachtoffer 6] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen/in het gezicht en/of lichaam heeft/hebben gestompt/geslagen en/of

- op een dwingende toon tegen die [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd dat hij een of meerdere telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- tegen die [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd dat als het niet zou lukken, ze met een groep gozers nog een keer goed op hem in zouden slaan en dat als ze daar hun lol mee hadden gehad, ze die [slachtoffer 6] zouden afmaken en in het bos zouden dumpen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 6] naar de (telefoon)winkels heeft/hebben gebracht en/of mee de winkel in is/zijn gelopen en/of

- ( daarbij) heeft/hebben gezegd dat als die [slachtoffer 6] het niet zou doen of als het niet zou lukken, ze hem alsnog in elkaar zouden slaan en/of

- ( vervolgens) de telefoon(s) en/of de bankpas en/of de bijbehorende pincode van die [slachtoffer 6] heeft/hebben afgenomen, althans daden van gelijke dreigende aard/strekking, en (aldus) een voor die [slachtoffer 6] bedreigende situatie heeft/hebben geschapen;

althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 11 december 2017 tot en met 12 december 2017 te Doetinchem en/of Arnhem en/of Duiven, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een ander, te weten [slachtoffer 6] ,

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 6] wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden,

te weten tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of een bankpas en/of de bijbehorende pincode, in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van een of meerdere telefoonabonnement(en), door

- die [slachtoffer 6] met de auto op te halen en/of

- die [slachtoffer 6] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen/in het gezicht en/of lichaam te slaan/stompen en/of

- op een dwingende toon tegen die [slachtoffer 6] te zeggen dat hij een of meerdere telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- tegen die [slachtoffer 6] te zeggen dat als het niet zou lukken, ze met een groep gozers nog een keer goed op hem in zouden slaan en dat als ze daar hun lol mee hadden gehad, ze die [slachtoffer 6] zouden afmaken en in het bos zouden dumpen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 6] naar de (telefoon)winkels te brengen en/of mee de winkel in te lopen en/of

- ( daarbij) te zeggen dat als die [slachtoffer 6] het niet zou doen of als het niet zou lukken, ze hem alsnog in elkaar zouden slaan en/of

- ( vervolgens) de telefoon(s) en/of de bankpas en/of bijbehorende pincode van die [slachtoffer 6] af te nemen, althans daden van gelijke dreigende aard/strekking, en (aldus) een voor die [slachtoffer 6] bedreigende situatie heeft/hebben geschapen;

8.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juli 2017 tot en met 01 januari 2018 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot de afgifte van een

geldbedrag (te weten 600 euro), althans enig geldbedrag,

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of diens mededader

- die [slachtoffer 7] met de auto heeft/hebben opgehaald en/of

- die [slachtoffer 7] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen/in het gezicht heeft/hebben gestompt/geslagen en/of

- tegen die [slachtoffer 7] heeft/hebben gezegd dat ze de week er op 400 euro willen

hebben, omdat ze anders het broertje van die [slachtoffer 7] wat aan zouden doen,

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 7] heeft/hebben gezegd dat als hij nog een keer 200 euro zou betalen, het dan klaar zou zijn, althans daden van gelijke dreigende aard/strekking, en (aldus) een voor die [slachtoffer 7] bedreigende situatie heeft/hebben geschapen;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van afpersing van [slachtoffer 1] (feit 1 primair), medeplegen van afpersing en mishandeling van [slachtoffer 2] (feit 2 primair en 3), medeplegen van dwang van [slachtoffer 3] (feit 4 subsidiair), medeplegen van dwang van [slachtoffer 4] (feit 5 subsidiair), medeplegen van afpersing van [slachtoffer 5] (feit 6), medeplegen van afpersing van [slachtoffer 6] (feit 7 primair) en medeplegen van afpersing van [slachtoffer 7] (feit 8 primair).

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden wat verdachte onder feit 1 t/m 8 is tenlastegelegd en verzoekt hem hiervan vrij te spreken. Waar nodig zullen de verweren bij de bewijsmiddelen besproken worden.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak feiten 7 en 8

Nu de aangifte van [slachtoffer 6] (feit 7) en de aangifte van [slachtoffer 7] (feit 8) niet worden ondersteund door enig ander bewijsmiddel, is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de onder feit 7 en feit 8 tenlastegelegde feiten.

Bewezenverklaring feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 6

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de feiten 1 tot en met 6. Dit is gebaseerd op de navolgende overwegingen. De rechtbank zal eerst de bewijsmiddelen met betrekking tot feiten 2, 3 en 4 bespreken.

Bewijsmiddelen feit 2 ( [slachtoffer 2] ), feit 3 ( [slachtoffer 2] ) en feit 4 ( [slachtoffer 3] )

De rechtbank zal de bewijsmiddelen met betrekking tot de feiten 2, 3 en 4 gezamenlijk bespreken nu deze feiten met elkaar samenhangen.

Aangever [slachtoffer 2] heeft het volgende verklaard. Op 7 maart 2018 zijn [verdachte] (verder: [verdachte] ) en [medeverdachte 1] (verder: [medeverdachte 1] ) naar de instelling [naam instelling] aan de [adres 2] in Doetinchem gegaan, waar aangever [slachtoffer 2] (verder: [slachtoffer 2] ) woont. Ze vroegen hem of hij snel geld wilde verdienen. Hij zou mobiele telefoonabonnementen moeten afsluiten en [medeverdachte 1] en [verdachte] zouden de verkregen telefoons weer doorverkopen. De opbrengst van de verkoop van deze telefoons zou worden verdeeld. Het was veilig om te doen omdat [slachtoffer 2] weer uit de BKR registratie gehaald zou worden.

De dag erna zijn ze met z’n drieën naar het centrum van Doetinchem gereden. [verdachte] is met hem de Vodafonewinkel ingelopen. Hij heeft daar een telefoonabonnement2 afgesloten met een zwarte Iphone 8. [verdachte] deed de bijbetaling.3 [slachtoffer 2] moest de telefoon daarna in de auto laten liggen.4

Daarna zijn ze naar Arnhem gereden en heeft [slachtoffer 2] bij de Mediamarkt een Tele2 telefoonabonnement afgesloten met Iphone X, space grijs. De bijbetaling van € 197 is contant voldaan.5 [slachtoffer 2] moest de telefoon in de auto aan [verdachte] geven.6

Ze zijn daarna naar de T-Mobile winkel in Arnhem gegaan. Daar heeft [slachtoffer 2] een telefoonabonnement7 afgesloten met een Iphone 10. Hij had geld meegekregen voor bijbetaling van €125. [medeverdachte 1] had toen de telefoon en heeft deze aan [verdachte] gegeven.8 [slachtoffer 2] moest van [verdachte] nog twee abonnementen afsluiten. [slachtoffer 2] zei dat hij dat niet wilde. Door de manier waarop [verdachte] praatte durfde [slachtoffer 2] geen “nee” te zeggen. De dag erna kwamen [medeverdachte 1] en [verdachte] hem weer ophalen en zijn ze naar de Mediamarkt in Duiven gereden. Daar moest hij van [medeverdachte 1] en [verdachte] een telefoonabonnement van Hollands Nieuwe afsluiten met een Iphone X of 8. [slachtoffer 2] gaf expres een te laag inkomen op, waardoor het afsluiten niet lukte.

Op maandag 12 maart 2018 kwamen [medeverdachte 1] en [verdachte] met een meisje in de auto, weer naar de woning van [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] zei tegen hen dat hij geen abonnementen meer wilde afsluiten. [verdachte] zei toen op dwingende toon tegen [slachtoffer 2] dat hij zijn bankpas en code moest afgeven. [slachtoffer 2] wilde dat niet. [verdachte] en [medeverdachte 1] reden weg. [slachtoffer 2] had een stuk van het gesprek opgenomen. Kort daarna kreeg [slachtoffer 2] van [verdachte] een Snapchat dat hij naar buiten moest komen. [verdachte] gebaarde dat hij in de auto moest gaan zitten. Ze zijn naar de parkeerplaats bij het Metzo College gereden. [slachtoffer 2] stapte uit met [medeverdachte 1] en [verdachte] , het meisje bleef zitten. Hij zag en voelde dat [verdachte] hem direct een klap in zijn gezicht gaf op zijn linkerwang.9 Door de klap viel de bril van zijn hoofd.10 [verdachte] zei dat hij de opname moest verwijderen en dat hij de bankpas van [slachtoffer 2] wilde. [slachtoffer 2] wilde daarover nadenken. [verdachte] zei daarna: “als dit nog eens gebeurt, lig je morsdood bij ons in de kofferbak en brengen we je naar Duitsland en laten we je naakt achter”.11

De begeleider van [slachtoffer 2] zag op 12 maart dat één van de wangen van [slachtoffer 2] roder was dan de andere.12

[slachtoffer 3] (verder: [slachtoffer 3] ) heeft in haar aangifte verklaard dat zij [medeverdachte 1] leerde kennen op Graafschap Helpt Scoren in het Graafschap stadion in Doetinchem. Tijdens het kennismakingsgesprek met de groep heeft ze aangegeven dat ze een blowverslaving heeft.13 Op 9 maart 2018 stuurde [medeverdachte 1] haar een Snapchat met de vraag of ze iemand kende die snel geld wilde verdienen. [slachtoffer 3] was benieuwd en maakte die dag een afspraak met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] kwam met een jongen in een donkerblauwe Volkswagen Golf naar haar woonplaats [plaats] . Ze bleven maar pushen dat ze moest blowen.14

[medeverdachte 1] vertelde haar dat ze een telefoonabonnement kon afsluiten. Diezelfde dag zou iemand die ze kenden bij het BKR haar registratie eruit halen. Ze had dan een telefoon maar geen abonnement. De telefoon zou dan weer verkocht worden. Omdat er volgens [medeverdachte 1] en die andere jongen geen risico’s aan zaten, heeft ze ingestemd. Vanaf maandag zouden ze abonnementen gaan afsluiten en diezelfde dag zouden ze de telefoons weer doorverkopen aan mensen die [medeverdachte 1] en de jongen kenden.

Maandag 12 maart had [slachtoffer 3] in Doetinchem afgesproken met [medeverdachte 1] en de andere jongen.15 Ze hebben toen met de Volkswagen Golf nog een jongen opgehaald bij het begeleid wonen complex aan de [adres 2] . Die jongen zou dat weekend ook een abonnement hebben afgesloten, maar wilde nu niet meer. Voordat de jongen de auto weer uit ging, zag [slachtoffer 3] dat de jongen een spraakopname had gemaakt. Ze vertelde dit tegen [medeverdachte 1] . Ze zijn toen terug gereden, hebben de jongen weer opgehaald en zijn vervolgens naar het Graafschaps College gereden. Daar stapten [medeverdachte 1] , de andere jongen en de zojuist opgehaalde jongen uit, en gaf de bestuurder de jongen een klap in zijn gezicht. Zijn bril werd van zijn hoofd geslagen. De bestuurder keek de telefoon van de jongen nog na. Hij zei ook tegen de jongen: “ik wil je pinpas met pincode, dan kunnen we er geld op zetten”. De jongen wilde dit niet.16 [slachtoffer 3] werd toen bang en durfde niet meer terug. Ze was bang dat ze haar ook iets zouden aandoen.17 [medeverdachte 1] en de bestuurder hebben toen de jongen weer bij de [adres 2] afgezet.

[slachtoffer 3] is toen met [medeverdachte 1] en de bestuurder naar Mediamarkt gereden. Daar hebben ze haar verteld wat ze moest zeggen. Ze zijn met z’n drieën de Mediamarkt binnengelopen. Ze moest een telefoonabonnement van Tele2 afsluiten met een Iphone X. In de auto moest ze de telefoon en simkaart afgeven. Ze zijn daarna naar de Vodafonewinkel in Doetinchem gegaan, waar ze een telefoonabonnement heeft afgesloten met een Iphone 8. Ze moest €195 bij betalen.18 Daarna zijn ze naar de Mediamarkt in Duiven gereden, waar [slachtoffer 3] een telefoonabonnement van Hollands Nieuwe met een Iphone 8 heeft afgesloten. Vooraf had ze €120 van [medeverdachte 1] gekregen voor de bijbetaling. Ze zijn daarna naar Veenendaal gereden, naar een parkeerplaats bij een sportcentrum, bij een sportschool Krav Maga19. [slachtoffer 3] begreep dat ze de telefoons gingen verkopen. De bestuurder is uit gestapt en kwam na enige tijd terug. [medeverdachte 1] zei op de terugweg dat er geen telefoons waren verkocht. [slachtoffer 3] heeft [medeverdachte 1] meermalen gevraagd het BKR te regelen. [medeverdachte 1] zei steeds dat hij het zou regelen. Op dinsdagavond belde [medeverdachte 1] dat het BKR geregeld was en dat ze woensdag de telefoons zouden verkopen en dat ze haar geld zou krijgen. Ze heeft daarna geen contact meer kunnen krijgen met [medeverdachte 1] .20

In het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de uitwerking van het opgenomen spraakbericht van [slachtoffer 2] staat het volgende:

als jij zorgt dat jij die pasje gewoon hebt met code en die inlog dan regelen we alles vanavond. BKR en die… dat komt goed. Als het goed is…. dan wordt het sowieso niet morgen. Dat wordt overmorgen...”.21

Uit onderzoek naar de IMEI-nummers van de door [slachtoffer 2] gekochte telefoons is de gebruiker van de Iphone 10 achterhaald.22 De gebruiker heeft verklaard de telefoon te hebben gekocht bij [bedrijf] in Druten.23 [naam 1] (verder: [naam 1] ), eigenaar van het bedrijf [bedrijf] , heeft verklaard dat hij de desbetreffende telefoon heeft gekocht van [naam 2] .24 [getuige 1] heeft verklaard dat haar man, [naam 3] , als bijnaam [naam 2] heeft, in telefoons handelt en ook verkoopt aan [bedrijf] .25 [naam 3] (verder: [naam 3] ) heeft in een app-gesprek met [naam 1] een foto gestuurd van een jongen. Deze foto was afkomstig van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en was als profielfoto ingesteld.

Verbalisant [verbalisant 1] herkent op deze foto [medeverdachte 1] . [naam 3] noemt zichzelf ook wel [naam 2]26 en [naam 1] heeft een eigen bedrijf, [bedrijf]27. 28

[naam 3] wordt een fotoblad met twee foto’s getoond van twee personen. Op de linker foto staat [verdachte] en op de rechter foto staat [medeverdachte 1] . [naam 3] herkent de rechter jongen als de jongen die hem twee keer verkocht heeft in Arnhem en één keer in Veenendaal. Hij heeft van de linker jongen een keer bij de Krav Maga school in Veenendaal gekocht. Hij zei dat hij half Joegoslaaf was. Hij heeft een Iphone 8 en twee keer een Iphone X gekocht in de periode februari of maart 2018. Van de rechter jongen kocht hij een Iphone 8 of X.29 De linker jongen zei dat hij de telefoons had van jongens die geld nodig hadden en dat hij ze hielp. Er zat altijd een bon bij de telefoon. Bonnen van de KPN, Mediamarkt, T-Mobile en Vodafone.30

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij met [slachtoffer 2] naar een telefoonwinkel in Doetinchem is gegaan. [slachtoffer 2] had een telefoonabonnement afgesloten. Daarna is hij met [slachtoffer 2] naar een telefoonwinkel in Arnhem gegaan. Daar heeft [slachtoffer 2] één of twee abonnementen afgesloten. [verdachte] heeft de telefoons van [slachtoffer 2] doorverkocht.31

Hij is met [slachtoffer 3] naar een aantal telefoonwinkels gegaan, waar [slachtoffer 3] meerdere telefoonabonnementen heeft afgesloten. Verdachte heeft de telefoons doorverkocht.32

Tussenconclusie bewijs feiten 2 en 3 ( [slachtoffer 2] )

De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 2] en de verklaring van [slachtoffer 3] ten aanzien van hetgeen zij heeft verklaard over [slachtoffer 2] zoals hiervoor beschreven. Haar verklaring is concreet en specifiek op relevante onderdelen. Die verklaring biedt steun voor de aangifte van [slachtoffer 2] . [slachtoffer 3] zag dat [verdachte] en [medeverdachte 1] [slachtoffer 2] meenamen vanuit [naam instelling] en het was haar duidelijk dat [slachtoffer 2] telefoonabonnementen moest afsluiten terwijl hij dat niet wilde. Omdat in het door [slachtoffer 2] opgenomen gesprek is gezegd “BKR en die … dat komt goed”, stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer 2] is voorgehouden dat de BKR registratie, conform de modus operandi, verwijderd zou worden. Daarbij komt dat de door [slachtoffer 2] beschreven werkwijze van verdachten past binnen de beschreven modus operandi, zoals hieronder nader toegelicht.

De ontkenning van verdachte dat hij [slachtoffer 2] heeft mishandeld (feit 3) acht de rechtbank niet aannemelijk. De aangifte van [slachtoffer 2] wordt namelijk ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 3] , die heeft gezien dat [slachtoffer 2] door [verdachte] wordt geslagen. Getuige [getuige 2] zag kort daarna een rode wang bij [slachtoffer 2] .

De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer 2] door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] gedwongen is tot het afsluiten van telefoonabonnementen en tot het afgeven van de daarmee verkregen telefoons door dreiging van geweld en de feitelijkheden, zoals bij elk afzonderlijk gedachtestreepje is geformuleerd onder feit 2 primair. Ook acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem in het gezicht te slaan, zoals is tenlastegelegd onder feit 3. De rechtbank zal verdachte gedeeltelijk vrijspreken, ten aanzien van het bij de keel pakken en vasthouden van [slachtoffer 2] , nu hij, na meerdere verhoren niet over deze handelingen heeft verklaard.

De rechtbank is, gelet op de aangiftes van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en de getuigenverklaring van [naam 3] , waaruit blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in de tenlastegelegde periode verkopers van mobiele telefoons waren, en gelet op de overige feiten en omstandigheden, ook in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat bovendien vaststaat dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte.

Vervolgoverwegingen bewijs feiten 1 ( [slachtoffer 1] ), 4 ( [slachtoffer 3] ) en 5 ( [slachtoffer 4] )

De vraag is vervolgens of verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1, 4 en 5.

De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 4 zijn hiervoor reeds beschreven; de bewijsmiddelen met betrekking tot feiten 1 en 5 worden hierna uiteengezet.

Bewijsmiddelen feit 1 ( [slachtoffer 1] )

Op 19 januari 2018 kreeg aangever [slachtoffer 1] (verder: [slachtoffer 1] ) een appje van [naam 4] of hij geld wilde verdienen door twee telefoons op zijn naam te zetten. [slachtoffer 1] is bij [naam 4] , [naam 5] en een onbekende jongen in de auto gestapt. Er werd tegen hem gezegd dat het drie tegen één was en wanneer hij zou weigeren, hij klappen zou krijgen en dat hij het toch niet zou winnen. [slachtoffer 1] kreeg €120 om telefoons van te betalen. Ze zijn naar het centrum van Doetinchem gereden. [naam 5] en de onbekende jongen liepen met hem mee naar de KPN winkel en daar heeft hij een telefoonabonnement33 afgesloten met een zwarte I-phone 8+. Bij de Vodafonewinkel heeft hij een telefoonabonnement afgesloten met een zwarte I-phone 8. Bij het instappen in de auto moest [slachtoffer 1] de telefoons direct afstaan. Eind januari kreeg [slachtoffer 1] een mail van Vodafone en KPN dat de belkosten erg hard opliepen. Hij kon de abonnementen niet meer stopzetten omdat hij de bijbehorende telefoons niet meer had.34

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij in de auto heeft gezeten met [naam 4] en dat ze [slachtoffer 1] hebben opgehaald. Ze zijn toen naar het centrum gereden. [slachtoffer 1] kwam terug met twee I-phones.35 Verdachte heeft één of twee van deze telefoons doorverkocht. 36

De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer 1] , omdat de in zijn verklaring beschreven werkwijze op verschillende punten ondersteuning vindt in de verklaringen van de aangevers in de vergelijkbare zaken, zoals hierna nader uiteengezet wordt.

Bewijsmiddelen feit 5 ( [slachtoffer 4] )

[slachtoffer 4] (verder: [slachtoffer 4] ) heeft verklaard dat hij via een vriend in contact is gekomen met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] en [verdachte] vertelden over het frauderen met telefoonabonnementen. Ze zeiden dat hier veel geld mee te verdienen was. Ze lieten [slachtoffer 4] veel contant geld zien, rond de €800,-. Ze zeiden dat ze een mannetje bij het BKR hadden zitten die registraties weg kon halen.

Begin februari 2018 zeiden [verdachte] en [medeverdachte 1] dat [slachtoffer 4] een telefoonabonnement moest gaan afsluiten. Ze zouden de telefoon doorverkopen en [slachtoffer 4] zou een deel van het geld krijgen. Gelet op de reputatie van [verdachte] en [medeverdachte 1] durfde [slachtoffer 4] geen nee te zeggen. Op 5 februari 2018 zijn ze samen naar het centrum van Doetinchem gereden. Ze stelden hem gerust door te zeggen dat het goed was. Bij de Tele2 winkel heeft hij een telefoonabonnement37 met een Iphone 8 afgesloten. [medeverdachte 1] en [verdachte] zijn meegelopen de winkel in. [slachtoffer 4] heeft de telefoon in de auto aan [verdachte] gegeven. Hij zou €600,- krijgen voor de verkoop van dit toestel. Op 7 februari 2018 moest [slachtoffer 4] bij de Mediamarkt een telefoonabonnement afsluiten. Dat mislukte. Ze zijn doorgereden naar de Mediamarkt in Duiven. Daar heeft [slachtoffer 4] een abonnement38 afgesloten, maar hij kon de Iphone 8 pas later ophalen. Deze telefoon heeft hij later ook aan [verdachte] gegeven. Ook voor deze telefoon zou hij €600,- krijgen. Ze zijn die dag doorgereden naar de Mediamarkt in Arnhem en daar heeft [slachtoffer 4] een abonnement39 afgesloten met een Iphone X. Hij heeft deze telefoon overgedragen aan [verdachte] . [medeverdachte 1] en [verdachte] gaven uitdrukkelijk aan dat ze eerst de telefoon moesten verkopen en dat hij dan pas zijn geld zou krijgen. Na 7 februari hoorde [slachtoffer 4] niets meer van [verdachte] en [medeverdachte 1] . Hij heeft geen geld ontvangen van [medeverdachte 1] en/of [verdachte] .40

Getuige [getuige 3] (verder: [getuige 3] ) heeft rond 14 februari 2018 whatsapp-contact gehad met telefoonnummer [telefoonnummer 1] om een Iphone 8 te kopen. Hij heeft deze telefoon gekocht voor een cash bedrag van €550,-.41

Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] herkennen als de hun ambtshalve bekende [medeverdachte 1] op de profielfoto van telefoonnummer [telefoonnummer 1] .42

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij met [slachtoffer 4] naar verschillende telefoonwinkels in Doetinchem en andere plaatsen is gegaan, waar [slachtoffer 4] meerdere telefoonabonnementen heeft afgesloten. Hij heeft de telefoons weer verkocht.43

Nadere bewijsoverwegingen ten aanzien van feiten 1, 4 en 5

De vraag is of de tenlastegelegde feiten onder 1, 4 en 5 onder dwang van of door het voorwenden van leugens door verdachte (en/of anderen) hebben plaatsgevonden. Daarbij speelt de modus operandi een rol, alsmede de vraag of schakelbewijs kan worden toegepast. Van belang is voorts of sprake is geweest van een samenweefsel van verdichtsels.

De rechtbank overweegt over het steunbewijs voor de aangiften van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] het volgende.

De aangifte van [slachtoffer 3] wordt ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 2] . Hij ziet een meisje in de auto zitten op het moment dat hij wordt opgehaald om telefoonabonnementen af te sluiten. Verdachte heeft verklaard dat hij met [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] in de auto heeft gezeten en met hen mee is gelopen naar (telefoon)winkels om telefoonabonnementen af te sluiten.

De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer 3] , omdat haar verklaring verder bevestiging vindt in de modus operandi zoals beschreven in de aangiften van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] .

De aangifte van [slachtoffer 4] wordt ondersteund door de verklaring van verdachte [verdachte] dat hij met [slachtoffer 4] mee is gegaan naar telefoonwinkels om telefoonabonnementen met telefoons af te sluiten. De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer 4] , omdat zijn aangifte verder bevestiging vindt in de modus operandi zoals beschreven in de aangiften van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] .

Modus operandi

De feiten 1, 2, 4 en 5 zijn in de periode januari tot en met maart 2018 gepleegd in de gemeenten Doetinchem, Duiven en Arnhem. De aangevers spreken van een (nagenoeg) zelfde werkwijze (modus operandi): het afsluiten van telefoonabonnementen waarbij een kostbare mobiele telefoon (Iphone 8 of Iphone X) wordt verkregen, een verhaal dat verdachte en zijn mededader ervoor zouden zorgdragen dat de BKR registratie verwijderd zou worden na het afsluiten van deze telefoonabonnementen en waarbij verbale druk of geweld of bedreiging met geweld is uitgeoefend om deze personen te bewegen tot het afsluiten van deze telefoonabonnementen bij steeds dezelfde (telefoon)winkels in Doetinchem, Duiven en Arnhem.

Deze werkwijze wordt, naast de aangevers, bevestigd door twee getuigen, [getuige 4] en [getuige 5] .

[getuige 4] (verder: [getuige 4] ) is op 14 maart 2018 met [slachtoffer 3] mee geweest naar [medeverdachte 1] en een jongen die [naam 6] heette. De jongens begonnen een verhaal over het afsluiten van abonnementen. [naam 6] vertelde dat [getuige 4] bij verschillende winkels telefoonabonnementen moest afsluiten. Hij zei dat een bekende van hen bij het BKR werkte en dat die haar dan weer uit het systeem kon halen zodat ze geen maandelijkse kosten zou hebben voor de abonnementen.44

[getuige 5] (verder: [getuige 5] ) hoorde [medeverdachte 1] , [naam 7] en een jongen uit Terborg in februari 2018 praten over het aansmeren van abonnementen aan jongens. Ze lieten hen een telefoon en een abonnement kopen. Ze maakten hen dan wijs dat ze hun gegevens weer konden verwijderen. Ze gaven die jongens dan geld voor de telefoon. De jongens dachten dan geld verdiend te hebben, maar bleven natuurlijk wel vast zitten aan het abonnement. [medeverdachte 1] verkocht de telefoons dan weer voor veel geld door. Ze gebruikten hiervoor jongens die niet zo slim waren.45

De rechtbank overweegt verder dat uit het dossier volgt dat [slachtoffer 2] woont in instelling [naam instelling] in Doetinchem.46 Hij woont begeleid bij De [naam instelling] omdat hij is gediagnosticeerd met autisme. Hij is makkelijk beïnvloedbaar en denkt snel bevriend te zijn met iemand.47 [slachtoffer 3] is naar Graafschap Helpt Scoren gegaan omdat ze verslaafd is aan blowen en voor het leren van aanbrengen van structuur en discipline.48 Ze heeft ADD en Asperger.49 [slachtoffer 4] woont begeleid bij de [naam instelling] in Doetinchem.50 De rechtbank stelt daarnaast vast dat [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] kwetsbare personen zijn gelet op de door hen beschreven persoonlijkheidsproblematiek.

Op basis van de aangiften van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , en de verklaringen van getuigen [getuige 4] en [getuige 5] , stelt de rechtbank vast dat sprake is geweest van een identieke werkwijze, die bestond uit:

  • -

    het uitkiezen van kwetsbare personen om telefoonabonnementen af te sluiten;

  • -

    het door die personen op hun eigen naam laten afsluiten van telefoonabonnementen waarbij kostbare mobiele telefoons, Iphone 8 of Iphone X, worden verkregen,

  • -

    de mededeling dat verdachte en zijn mededader ervoor zouden zorgdragen dat de BKR registratie van de slachtoffers zou worden verwijderd na het afsluiten van deze telefoonabonnementen zodat zij van het abonnement af zouden zijn en

  • -

    het uitoefenen op de slachtoffers van verbale druk of dwang of geweld om ze te bewegen tot het afsluiten van deze telefoonabonnementen gevolgd door afgifte van de verkregen telefoons.

Schakelbewijs

De Hoge Raad laat het gebruik van aan andere bewezen geachte, soortgelijke, feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen toe als ondersteunend bewijs (schakel-, ketting- of ketenbewijs). Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een specifiek patroon in het gedrag van verdachte, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden bewijsmiddelen.

De rechtbank overweegt dat de feiten in de relatief korte periode van januari 2018 tot en met maart 2018 plaatsvonden, dat daarbij telkens dezelfde modus operandi werd toegepast en telkens dezelfde (telefoon)winkels gevestigd in Doetinchem, Duiven en Arnhem, werden bezocht. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat het bewijs ten aanzien van feit 2 ( [slachtoffer 2] ) als schakelbewijs in onderlinge samenhang bezien, redengevend is voor de feiten 1, 4 en 5.

Daar komt bij dat verdachte, op verdere vragen van de rechtbank, geen duidelijke verklaring wilde geven over de wijze waaronder de feiten hebben plaatsgevonden.

Samenweefsel van verdichtsels

Door verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] is tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] gezegd dat zij geld zouden verdienen aan de door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] gepresenteerde constructie.

Vaststaat wel, dat in werkelijkheid in deze constructie voor de afsluiters van de abonnementen geen geld te verdienen viel. Zij zaten immers vast aan de contractuele verplichtingen van het abonnement. De genoemde BKR-optie bestaat en bestond niet.

De rechtbank stelt hiermee vast dat het misleidend is geweest te zeggen dat er door [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] geld verdiend zou kunnen worden met de gepresenteerde constructie. Uit de feiten en omstandigheden blijkt immers dat er door [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] niets kon worden verdiend. Zij worden tot op de dag van vandaag geconfronteerd met de kosten. Zelfs al zouden [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] een deel van de opbrengst van de verkoop van de telefoons hebben ontvangen, dan zouden zij daarvan de maandelijkse kosten van de telefoonabonnementen nooit hebben kunnen voldoen.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat het eveneens misleidend is geweest dat “iemand bij de BKR” de BKR registraties van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] uit het systeem zou halen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het BKR een instelling is die uitsluitend leningen van personen registreert, en dat het BKR niet de bevoegdheid heeft om lopende contracten, aangegane schulden teniet te doen. Dit maakt dat de rechtbank concludeert dat de werkwijze van verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] een samenweefsel van verdichtsels is, nu de werkwijze een verband van leugens is geweest die elkaar wederkerig een bedrieglijke schijn van de waarheid hebben gegeven.

Tussenconclusie ten aanzien van feiten 1, 4 en 5

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde onder feiten 1, 4 en 5 en dat daarbij sprake is geweest van medeplegen.

De rechtbank is namelijk, gelet op de aangiftes van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en de getuigenverklaring van [naam 3] , waaruit blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in de tenlastegelegde periode verkopers van mobiele telefoons waren, en gelet op de overige feiten en omstandigheden, ook in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte. De rollen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] waren inwisselbaar en de bekendheid met de aangever was doorslaggevend of [verdachte] of [medeverdachte 1] de leiding nam in de benadering tot en communicatie met de aangevers. De werkwijze -modus operandi- bleef bij alle bewezenverklaarde feiten nagenoeg gelijk. Ten aanzien van feit 1 primair - de afpersing van [slachtoffer 1] , hebben verdachte en zijn medeverdachte beiden een rol gespeeld in deze afpersing. Dat verdachte niet aan de uitvoering van alle onderdelen, zoals geformuleerd onder de gedachtestreepjes, heeft deelgenomen, doet daar niet aan af.

Verdachte heeft in algemene zin het alternatieve scenario geschetst dat [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , en [slachtoffer 4] juist hem hebben benaderd (en niet andersom) om telefoons, die zij hebben verkregen door het op eigen initiatief afsluiten van telefoonabonnementen, door te verkopen. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij zelf slachtoffer is geweest van een bedreiging/afpersing. De rechtbank acht dit relaas niet aannemelijk geworden, reeds nu het niet verifieerbaar is op concrete, specifieke en relevante onderdelen.

Eindconclusie rechtbank ten aanzien van feiten 1 t/m 5

Verdachte heeft lopende het onderzoek van de politie geen verklaring willen afleggen. Na het sluiten van het dossier komt verdachte op 6 december 2018 en ter terechtzitting met een verhaal dat niet verifieerbaar is op concrete, specifieke en relevante onderdelen.

Het is de rechtbank op basis van het dossier niet gebleken dat de aangevers elkaar kenden en/of dat zij hun verklaring op elkaar hebben afgestemd, ook niet ten aanzien van het gepleegde geweld tegen [slachtoffer 2] .

Op basis van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte met andere(n) de hem onder feit 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en samen met medeverdachte [medeverdachte 1] , het hem onder feit 2 primair, feit 3, feit 4 primair en feit 5 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Feit 6

Bewijsmiddelen

[slachtoffer 5] (verder: [slachtoffer 5] ) was op 24 november 2017 rond 21:15 uur met [naam 8] bij tankstation Wikkerink in Dinxperlo omdat hij met iemand had afgesproken voor het kopen van vuurwerk. Hij had een telefoonnummer van [naam 9] (verder: [naam 9] ) gekregen van een jongen die vuurwerk zou verkopen.51 Dit was een telefoonnummer van [naam 10] : [telefoonnummer 2] . [naam 9] had dit nummer van [verdachte] gekregen, omdat de vriend van [verdachte] , [naam 10] , in vuurwerk handelde.52

Bij tankstation Wikkerink in Dinxperlo trof [slachtoffer 5] de jongen met wie hij had afgesproken. Omdat de jongen vroeg of hij geld bij zich had, toonde [slachtoffer 5] €50,-. De jongen vroeg hem of hij nog meer geld had. Er ontstond een worsteling. Er stapte toen een andere jongen uit de auto.53 Deze jongen schopte [slachtoffer 5] in zijn buik en rug. Ze riepen dat ze geld wilden. [slachtoffer 5] heeft toen €1100,- afgegeven aan de jongens. De jongens zijn weggereden in een blauwe Opel Astra met kenteken [kenteken] .54 [medeverdachte 2] is de te naam gestelde van de blauwe Opel Astra met kenteken [kenteken] .55

Tussen 21 november 2017 tot en met 24 november 2017 is er tussen het telefoonnummer van [slachtoffer 5] ( [telefoonnummer 3] ) en het telefoonnummer van [naam 10] ( [telefoonnummer 2] ) vele malen contact geweest. Op 24 november 2017 is er van 18:30 uur tot 21:18 uur 73 maal contact geweest tussen het nummer van [naam 10] en het nummer van [slachtoffer 5] .

De telefoon met nummer van [naam 10] , [telefoonnummer 2] , straalt op 24 november 2017 de volgende masten aan: om 20:53-54 uur in Gaanderen, om 20:55-57 uur in Terborg, om 21:00 uur in Silvolde, om 21:14 uur tot 21:18 uur in Dinxperlo, om 23:44 uur in Doetinchem, [adres 3] .56

Verdachte heeft verklaard dat hij op 24 november 2017 in Dinxperlo is geweest.57

Het telefoonnummer [telefoonnummer 4] staat op naam van [verdachte] . Dit telefoonnummer verplaatst zich in de periode 24 november 2017 om 19:00 uur en 24 november 2017 om 22:00 uur van Doetinchem via Silvolde en Ulft naar Dinxperlo. Tussen 21:09 uur en 21:32 uur wordt de zendmast Nieuwstraat 2 Dinxperlo aangestraald.

Om 19:38 en om 20:38 uur zoekt het telefoonnummer [telefoonnummer 4] , op naam van [verdachte] , contact met [telefoonnummer 5] , het telefoonnummer op naam van [medeverdachte 2] , wonende aan de [adres 4] in [woonplaats 2] . Op adres [adres 4] in [woonplaats 2] is [medeverdachte 2] , medeverdachte, ingeschreven.58 De broer van verdachte, [naam 11] , belt verdachte altijd op telefoonnummer [telefoonnummer 5] .59

Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van [medeverdachte 2] , [telefoonnummer 5] , blijkt dat op 24 november 2017 tussen 21:12 en 21:18 uur contact is met de zendmast aan de Beggelderdijk in Dinxperlo.60

In de periode van 18 november 2017 tot 12 december 2017 stralen de telefoons van ‘ [naam 10] ’ ( [telefoonnummer 2] ) en van [verdachte] op dezelfde momenten dezelfde masten aan61.

Overwegingen

De rechtbank staat voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend bewezen kan worden, dat verdachte samen met een ander, [slachtoffer 5] heeft afgeperst bij tankstation Wikkerink in Dinxperlo.

De rechtbank stelt op grond van de verklaring van verdachte vast dat hij op 24 november 2017 rond 21:15 uur in Dinxperlo is geweest. Het telefoonnummer van contactpersoon [naam 10] en het telefoonnummer van verdachte stralen in dezelfde tijdsperiode, kort voor de afspraak met [slachtoffer 5] , dezelfde route af. [slachtoffer 5] heeft een afspraak gemaakt met [naam 10] . [slachtoffer 5] heeft het nummer van [naam 10] van [naam 9] gekregen, die op zijn beurt het nummer van [naam 10] van verdachte [verdachte] heeft gekregen. [slachtoffer 5] en getuige [getuige 6] hebben tijdens de afspraak die avond twee personen gezien. De rechtbank is daarom van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zelf contactpersoon [naam 10] is geweest en dat verdachte zelf op de afspraak met [slachtoffer 5] is verschenen.

Verdachte heeft ontkend dat hij betrokken is bij de afpersing. Hij stelt die avond bij vrienden te zijn geweest in Dinxperlo maar wil geen namen noemen. Verdachte geeft als verklaring voor de onderzoeksresultaten dat zijn telefoon in het bijzijn van de telefoon van [naam 10] is geweest, dat hij door onbekende jongens is afgeperst en dat hij mogelijk op dat moment met [naam 10] in de auto heeft gezeten.

Nog daargelaten dat verdachte pas met een alternatieve uitleg is gekomen nadat hij gedurende het onderzoek lange tijd heeft gezwegen en nadat hij kon beschikken over alle onderzoeksresultaten, is het geschetste alternatieve scenario niet concreet, niet verifieerbaar en vindt het ook op geen enkele wijze steun in de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. Naar het oordeel van de rechtbank is het daarom niet aannemelijk geworden.

De rechtbank heeft hiervoor geconcludeerd dat verdachte op de afspraak met [slachtoffer 5] is verschenen. Gelet op het feit dat de auto van de broer van medeverdachte [medeverdachte 2] ter plaatse is gezien als auto van de daders, de telefoonnummers van medeverdachte [medeverdachte 2] en verdachte rond 21:15 uur contact met elkaar hebben, ondanks het gegeven dat niet op dezelfde momenten dezelfde zendmasten worden aangestraald, maar dat wel zendmasten in Dinxperlo worden aangestraald, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] tegelijkertijd en samen in Dinxperlo waren, op de plaats delict en dat zij samen het feit hebben gepleegd.

Uit de verklaring van [slachtoffer 5] en getuige [getuige 6] blijkt dat op het moment dat verdachte met [slachtoffer 5] in een worsteling komt, medeverdachte [medeverdachte 2] zich mengt in het geweld tegen [slachtoffer 5] door hem te schoppen en tegen [slachtoffer 5] te roepen dat hij zijn geld moest afgeven. Beide verdachten hebben daarmee naar het oordeel van de rechtbank een significante en wezenlijke bijdrage geleverd in het creëren van een dreigende situatie waardoor [slachtoffer 5] zich gedwongen voelde zijn geld af te geven, waardoor er sprake is van een bewust en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 2] .

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande en in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 2] op 24 november 2017 in Dinxperlo samen [slachtoffer 5] hebben afgeperst door [slachtoffer 5] te duwen, meermalen te slaan, te schoppen en te roepen “geef geld! geef geld!” of woorden van gelijke dreigende aard of strekking. De bewijsverweren vinden hun weerlegging in de bewijsmiddelen en –overwegingen zodat deze geen verdere bespreking behoeven.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, feit 2 primair, feit 3, feit 4 primair en feit 5 primair en 6 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. primair

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 19 januari 2018 te Doetinchem,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van meerdere, althans een, telefoonabonnement(en),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of diens mededader(s):

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij geld gestort zou krijgen als

hij (een) telefoon(s) op zijn naam zou zetten en/of

- die [slachtoffer 1] met de auto heeft/hebben opgehaald en bij het instappen van

[slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat het 3 tegen 1 was en dat wanneer [slachtoffer 1] zou

weigeren, hij klappen zou krijgen en het toch niet zou winnen, althans woorden

van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- met die [slachtoffer 1] mee is/zijn gelopen naar de (telefoon)winkel(s) en/of buiten op die [slachtoffer 1] heeft/hebben gewacht en/of

- (vervolgens) de telefoon(s) van [slachtoffer 1] heeft/hebben afgenomen,

althans (telkens) daden van gelijke dreigende aard/strekking, en (aldus) een voor die [slachtoffer 1] bedreigende situatie heeft/hebben geschapen;

2. primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 maart 2018

tot en met 12 maart 2018 te Doetinchem en/of Arnhem en/of Duiven,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van meerdere,

althans een, telefoonabonnement(en),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of diens mededader(s):

- op een dwingende toon tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat hij een of meerdere telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- die [slachtoffer 2] met de auto heeft/hebben opgehaald en naar de (telefoon)winkels heeft/hebben gebracht en/of mee de winkel in is/zijn gelopen en/of

- (vervolgens) de telefoon(s) van die [slachtoffer 2] heeft/hebben afgenomen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij zijn bankpas en code af moest staan en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat de telefoon(s) zou(den) worden verkocht en dat [slachtoffer 2] de helft van de opbrengst zou krijgen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij geen risico zou lopen omdat hij, verdachte, er voor zou zorgdragen dat de BKR registratie van [slachtoffer 2] zou worden verwijderd en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen dat hij morsdood bij hen in de kofferbak zou liggen

en ze hem naar Duitsland brengen,

althans (telkens) daden van gelijke dreigende aard/strekking, en (aldus) een voor die [slachtoffer 2] bedreigende situatie heeft/hebben geschapen;

3.

hij op of omstreeks 12 maart 2018 te Doetinchem, althans in Nederland,

[slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal op/tegen/in het gezicht/hoofd te slaan/stompen en/of bij de keel vast te pakken en/of vast

te houden;

4. primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 maart 2018 tot en met 12 maart 2018 te Doetinchem en/of Arnhem en/of Duiven, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van een of meerdere telefoonabonnement(en),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [slachtoffer 3] in een auto opgehaald en haar voorgehouden dat er

verschillende manieren zijn om snel geld te verdienen en/of

- die [slachtoffer 3] drugs aangeboden en/of aangedrongen op het gebruik van drugs

en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat zij meerdere, althans een, telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat de telefoon(s) zou(den) worden verkocht en dat [slachtoffer 3] er geld mee zou verdienen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat hij, verdachte, iemand kende die diezelfde dag de BKR registratie van [slachtoffer 3] uit het systeem zou halen, (waardoor die [slachtoffer 3] werd bewogen tot afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of het aangaan van een of meerdere schuld(en);

5. primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 februari 2018 tot en met 7 februari 2018 te Doetinchem en/of Duiven en/of Arnhem, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een of meerdere schuld(en), te weten het afsluiten van een of meerdere telefoonabonnement(en), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven-

- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij meerdere, althans een, telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat de telefoon(s) zou(den) worden verkocht en dat [slachtoffer 4] er geld mee zou verdienen en/of aan die [slachtoffer 4] veel contant geld laten zien en/of

- tegen die [slachtoffer 4] gezegd dat hij, verdachte, iemand kent die de BKR registratie uit het systeem kan halen en/of

- die [slachtoffer 4] met de auto opgehaald en/of met die [slachtoffer 4] meegelopen naar de (telefoon)winkels en/of (buiten) op die [slachtoffer 4] gewacht,

waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot afgifte van een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of het aangaan van een of meerdere schuld(en);

6.

hij op of omstreeks 24 november 2017 te Dinxperlo, gemeente Aalten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld

en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag

(te weten 1100 euro), in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), door:

- met een versnelde pas op die [slachtoffer 5] af te lopen en/of die [slachtoffer 5] (met kracht)

te duwen en/of

- die [slachtoffer 5] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen/in het hoofd/gezicht te slaan en/of tegen het lichaam te schoppen en/of

- op het lichaam van die [slachtoffer 5] te gaan zitten en/of (daarbij) te roepen "Geef geld! Geef geld! Waar is je portemonnee" en/of "Meer! Meer!",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

“medeplegen van afpersing, meermalen gepleegd”

Feiten 2 primair en 3

De eendaadse samenloop van:

“medeplegen van afpersing, meermalen gepleegd”

en

“mishandeling”

Ten aanzien van feiten 4 primair en 5 primair telkens:

“medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd”

Ten aanzien van feit 6:

“medeplegen van afpersing”

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3, feit 4 subsidiair, feit 5 subsidiair, feit 6, feit 7 primair en feit 8 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 22 januari 2019;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 7 juni 2018 en ten behoeve van terechtzitting gedateerd 13 maart 2019;

- een psychologisch rapport van E.H. Ameling, psycholoog, gedateerd 25 maart 2019.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het medeplegen van afpersing van drie verschillende slachtoffers en mishandeling van één van die drie. Daarnaast wordt hij veroordeeld voor het medeplegen van oplichting van twee andere slachtoffers.

Twee van de afpersingen en de oplichtingen verliepen volgens een nagenoeg vast patroon: Verdachte en zijn medeverdachten namen het slachtoffer mee in de auto. Vervolgens werd indringend en met leugens op het slachtoffer in gepraat. In sommige gevallen werd ook gedreigd. Het slachtoffer kreeg daarna instructies voor het op eigen naam afsluiten van het telefoonabonnementen inclusief gloednieuw toestellen en werd naar de telefoonwinkels gebracht. De op deze manier verkregen telefoons moesten onmiddellijk aan verdachte en zijn medeverdachte worden afgegeven. Verdachte en medeverdachten verkochten de toestellen vervolgens snel door en hielden de winst voor zichzelf.

Verdachte heeft dit uitgekiende en illegale verdienmodel in korte tijd meerdere keren toegepast.

Wat bij deze zaken opvalt is dat de slachtoffers door hun persoonlijkheidsproblematiek kwetsbare personen zijn. Door die kwetsbaarheid waren zij extra vatbaar voor de praktijken van verdachte. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij daar gebruik van heeft gemaakt.

Het gedrag van verdachte heeft bij de slachtoffers gevoelens van angst en verdriet veroorzaakt. Ook heeft het geleid tot forse geldschulden.

Bij de andere afpersing (aangifte [slachtoffer 5] ) hebben verdachte en zijn medeverdachte onder het mom van aankoop van illegaal vuurwerk gezorgd dat het slachtoffer met een aanzienlijk geldbedrag naar een parkeerplaats kwam. Ter plekke hebben ze op brutale wijze en met geweld het slachtoffer gedwongen zijn geld af te geven.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting ontkend de feiten te hebben gepleegd. Hij heeft geen verantwoordelijkheid genomen. Dit rekent de rechtbank hem aan.

Van belang voor de strafmaat is verder de hoeveelheid en de ernst van de feiten, de geraffineerde wijze waarop verdachte te werk is gegaan en zijn sturende rol.

De rechtbank is alles afwegende van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden op zijn plaats is. De rechtbank zal hiervan zes maanden voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van 3 jaar. Bedoeling hiervan is dat dit verdachte na het uitzitten van zijn detentie geen nieuwe feiten meer zal plegen.

De opgelegde straf is gelijk aan de eis van de officier van justitie, terwijl de rechtbank voor twee tenlastegelegde feiten vrijspreekt. Reden is dat de rechtbank de ernst van de wel bewezen feiten zwaarder weegt.

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven personenauto van verdachte, is vatbaar voor

verbeurdverklaring, nu de auto een voorwerp is met behulp waarvan het onder feiten 1, 2, 4

en 5 bewezenverklaarde is begaan.

De rechtbank heeft bij alle verdachten niet meegewogen dat sprake zou zijn geweest van een jeugdbende. Door het OM is immers niet deelname aan een criminele organisatie tenlastegelegd. Ook overigens biedt het dossier geen aanleiding om de conclusie te trekken dat de afzonderlijke feiten plaatsvonden in de context van een groter, georganiseerd en aangestuurd geheel.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding:

  • -

    [slachtoffer 1] : € 2.717,49

  • -

    [slachtoffer 2] : € 4.457,60

  • -

    [slachtoffer 3] : € 4.263,92

  • -

    [slachtoffer 4] : € 2.499,92

  • -

    [slachtoffer 5] : €1.708,82

  • -

    [slachtoffer 6] : € 2.713,38

De benadeelde partijen hebben gevorderd om voornoemde bedragen toe te wijzen en te vermeerderen met de wettelijke rente. Verder is verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] toe te wijzen voor het gevorderde bedrag van € 2.717,49, en de vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] hoofdelijk toe te wijzen voor de bedragen van respectievelijk € 4.443,60 (de reiskosten van €14,- zijn afgetrokken van het gevorderde bedrag aan materiële schade), € 2.485,92 (de reiskosten van €14,- zijn afgetrokken van het gevorderde bedrag aan materiële schade) en € 2.699,38 (de reiskosten van €14,- zijn afgetrokken van het gevorderde bedrag aan materiële schade). De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] geheel en hoofdelijk toe te wijzen voor de bedragen van € 4.263,92 en € 1.708,82.

Door de officier van justitie is verzocht om de toe te wijzen schadebedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Voor zover schadebedragen niet worden toegewezen, heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partijen voor het overige in de vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de vorderingen aangevoerd dat deze geheel of gedeeltelijk moeten worden afgewezen danwel dat de benadeelde partijen daarin niet ontvankelijk moeten worden verklaard. Volgens de verdediging is ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] deels sprake van eigen schuld. Het was voor hen mogelijk de afgesloten abonnementen stop te zetten en de schade daarmee te beperken. De verdediging heeft ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] verder aangevoerd dat de waarde van de telefoontoestellen onjuist is bepaald. Daarnaast is de door [slachtoffer 1] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] gevorderde immateriële schade niet onderbouwd. De verdediging heeft de vordering van [slachtoffer 3] verder betwist doordat de kosten van de telefoons al zijn gedekt door de verkoop van de telefoons. De verdediging heeft ten aanzien van [slachtoffer 5] aangevoerd dat er geen causaal verband is tussen het feit en de gevorderde schade.

Beoordeling door de rechtbank

- Benadeelde partij [slachtoffer 1] – feit 1

De vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 1] bestaat uit materiële schade voor een bedrag van € 1.717,49, bestaande uit de posten Vodafone kosten aanschaf telefoon, KPN kosten aanschaf telefoon en mobiele telefoonkosten KPN en uit immateriële schade voor een bedrag van € 1.000,-.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van het onder feit 1 primair bewezenverklaarde feit, tot vergoeding waarvan verdachte naar burgerlijk recht (artikel 6:166 BW) volledig aansprakelijk is, een en ander zoals hierna overwogen en beslist.

- Materiële schade

De kosten van de bij de afgesloten telefoonabonnementen verkregen telefoons zijn in de vordering duidelijk omschreven. Deze telefoons zijn, zoals bewezenverklaard, door verdachte en zijn mededaders voor eigen gewin verkocht, waarna de benadeelde met de abonnementskosten bleef zitten. De rechtbank is daarom van oordeel dat het totale bedrag van € 1.717,49 voor de door [slachtoffer 1] opgelopen materiële schade toewijsbaar is.

- Immateriële schade

De rechtbank acht, gelet op de modus operandi waaronder de bewezenverklaarde feiten zijn begaan, de persoon van [slachtoffer 1] en hetgeen hij bij het uitoefenen van zijn spreekrecht ter terechtzitting naar voren heeft gebracht, het aannemelijk dat hij psychische schade heeft geleden. Door de bewezenverklaarde feiten is hij angstig geworden en heeft hij minder vertrouwen in mensen gekregen. Verdachte en zijn mededader hebben bewust kwetsbare personen gezocht voor de bewezenverklaarde feiten en de rechtbank is van oordeel dat het aannemelijk is geworden dat de impact van het bewezenverklaarde feit zwaarder is geweest voor de benadeelde partij dan een gemiddeld persoon.

De rechtbank zal bij de bepaling van de hoogte van de immateriële schade gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en het schadebedrag vast stellen op €450,-. Voor het overige zal dit onderdeel van de vordering worden afgewezen.

Conclusie

De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een bedrag van € 2.167,49. Voor het overige zal de vordering worden afgewezen.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen over de materiële schade met ingang van 1 september 2018 en over de immateriële schade met ingang van 19 januari 2018.

Dit brengt verder mee dat de verdachte moet worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis in verband met de opgelegde hoofdelijkheid vaststelt op 16 dagen, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis op de helft vaststelt van het aantal dagen vervangende hechtenis die normaliter voor het totale bedrag - maximaal- kan worden opgelegd.

- Benadeelde partij [slachtoffer 2] – feiten 2 en 3

De vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 2] bestaat uit materiële schade voor een bedrag van € 3.207,60, bestaande uit de posten reiskosten en kosten met betrekking tot telefoonabonnementen en telefoons, en uit immateriële schade voor een bedrag van

€ 1.250,-.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van de onder feiten 2 primair en 3 bewezenverklaarde feiten, tot vergoeding waarvan verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is, een en ander zoals hierna overwogen en beslist.

- Materiële schade

Uit de onderbouwing bij de vordering zijn de kosten van de afgesloten telefoonabonnementen, toestelkosten, aanmaningen en herinneringen (€ 3.193,60) vanwege het niet kunnen beëindigen van deze abonnementen, duidelijk omschreven. Het verweer van de verdediging dat de waarde van de telefoontoestellen onjuist is bepaald wordt daarom verworpen. De verkregen telefoons zijn, zoals bewezenverklaard, door verdachte en zijn mededader voor eigen gewin verkocht, waarna de benadeelde met de abonnementskosten bleef zitten. Namens de benadeelde partij is ter terechtzitting voldoende duidelijk toegelicht dat en waarom de benadeelde partij niet bij machte is geweest de telefoonabonnementen te ontbinden. Het verweer van de verdediging dat de benadeelde partij diens schadebeperkingsplicht heeft geschonden, wordt daarom verworpen. Ook is voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij reiskosten heeft gemaakt zoals gevorderd.

Namens de benadeelde partij is ter zitting toegelicht dat de reiskosten van € 14,- gezamenlijk gemaakte reiskosten betreffen, namelijk door aangevers [slachtoffer 6] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] gemaakt. De rechtbank is daarom van oordeel dat deze kosten voor een derde deel toewijsbaar zijn, derhalve tot € 4,67.

De rechtbank is daarom van oordeel dat een bedrag van € 3.198,27 voor de door [slachtoffer 2] opgelopen materiële schade toewijsbaar is. Overigens zal de materiële schade worden afgewezen.

- Immateriële schade

De rechtbank acht, gelet op de modus operandi waaronder de bewezenverklaarde feiten zijn begaan, de persoon van [slachtoffer 2] en hetgeen bij het voorlezen van zijn schriftelijke slachtofferverklaring ter terechtzitting naar voren is gebracht, dat het zeer aannemelijk is dat hij psychische schade heeft geleden. Door de bewezenverklaarde feiten heeft de benadeelde partij zijn studie moeten stoppen en is hij angstig geworden. Verdachte en zijn mededader hebben bewust kwetsbare personen gezocht voor de bewezenverklaarde feiten en de rechtbank is van oordeel dat het aannemelijk is geworden dat de impact van het bewezenverklaarde feit zwaarder is geweest voor de benadeelde partij dan een gemiddeld persoon. Bovendien is door verdachte geweld gebruikt tegen de benadeelde partij.

De rechtbank zal bij de bepaling van de hoogte van de immateriële schade gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en het bedrag vast stellen op €575,-.

De vordering zal voor het overige worden afgewezen.

Conclusie

De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen tot een bedrag van € 3.773,27. Voor het overige zal de vordering worden afgewezen. Verdachte is voor de toegekende schadevergoeding hoofdelijk aansprakelijk, nu sprake is van medeplegen. Het is de rechtbank namelijk ambtshalve bekend dat in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 1] door de benadeelde partij eenzelfde vordering is ingediend. Daarom zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte [medeverdachte 1] dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

De rechtbank zal verder de gevorderde wettelijke rente toewijzen over de materiële schade met ingang van 13 maart 2019 en over de immateriële schade met ingang van 12 maart 2018.

Dit brengt verder mee dat de verdachte moet worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis in verband met de opgelegde hoofdelijkheid vaststelt op 23 dagen, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis op de helft vaststelt van het aantal dagen vervangende hechtenis die normaliter voor het totale bedrag –maximaal- kan worden opgelegd.

- Benadeelde partij [slachtoffer 3] – feit 4

De vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 3] bestaat uit materiële schade voor een bedrag van € 3.663,92, bestaande uit de posten telefoons en abonnementen, en uit immateriële schade voor een bedrag van € 600,-.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van het onder feit 4 primair bewezenverklaarde feit, tot vergoeding waarvan verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is, een en ander zoals hierna overwogen en beslist.

- Materiële schade

Uit de onderbouwing bij de vordering zijn de kosten, gebaseerd op de afbetaling van Iphone 8 verkregen bij een abonnement van Vodafone, de Iphone X verkregen bij een abonnement van T-Mobile, een Iphone X verkregen bij een abonnement van Tele2 en een Iphone 8 verkregen bij een abonnement van Iphone 8, duidelijk omschreven. Het verweer van de verdediging dat de waarde van de telefoontoestellen onjuist is bepaald wordt daarom verworpen. De verkregen telefoons zijn, zoals bewezenverklaard, door verdachte en zijn mededader voor eigen gewin verkocht, waarna de benadeelde met de abonnementskosten bleef zitten. De rechtbank gaat voorbij aan het niet aannemelijk geworden verweer van de verdediging dat de kosten van de benadeelde partij zijn gedekt door de verkoop van de telefoons. De rechtbank is daarom van oordeel dat het totale bedrag van € 3.663,92 voor de door [slachtoffer 3] opgelopen materiële schade toewijsbaar is.

- Immateriële schade

Artikel 6:95 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de schade die op grond van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding moet worden vergoed, bestaat in vermogensschade en ander nadeel, dit laatste voor zover de wet op vergoeding hiervan recht geeft. Artikel 6:106, eerste lid aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek brengt mee dat de benadeelde recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen immateriële schadevergoeding indien zij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen, in haar eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in haar persoon is aangetast.

Bewezen is verklaard dat de benadeelde partij het slachtoffer is geworden van oplichting. Dat is een vermogensdelict. Uit de artikelen 6:95 juncto 6:106 van het Burgerlijk Wetboek volgt dat uitsluitend in limitatief in de wet opgesomde gevallen aanspraak bestaat op smartengeld. In geval van vermogensdelicten bestaat die aanspraak niet zonder meer.

Gelet op de modus operandi waaronder het ten aanzien van [slachtoffer 3] bewezenverklaarde feit is begaan en de persoon van [slachtoffer 3] , is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en aannemelijk geworden dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde feit angst en spanningsklachten heeft gekregen. Verdachte en zijn mededader hebben bewust kwetsbare personen uitgezocht voor het kunnen plegen van de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank is van oordeel dat het aannemelijk is geworden dat de impact van het bewezenverklaarde feit relatief groter is geweest voor deze benadeelde partij. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat in deze zaak sprake is van enige vorm van aantasting in de persoon “op andere wijze”, zoals bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek.

De rechtbank zal bij de bepaling van de hoogte van de immateriële schade gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en het bedrag vast stellen op €300,-.

De vordering op dit onderdeel zal voor het overige worden afgewezen.

Conclusie

De rechtbank zal de vordering derhalve toewijzen (hoofdelijk) tot een bedrag van €3.963,92 en de vordering voor het overige afwijzen.

Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 1] door de benadeelde partij eenzelfde vordering is ingediend. Daarom zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte [medeverdachte 1] dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, over de materiële schade met ingang van 25 juni 2018 en over de immateriële schade met ingang van 12 maart 2018.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis in verband met de opgelegde hoofdelijkheid vaststelt op 24 dagen, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis op de helft vaststelt van het aantal dagen vervangende hechtenis die normaliter voor het totale bedrag –maximaal- kan worden opgelegd.

- [slachtoffer 4] – feit 5

De vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 4] bestaat uit materiële schade voor een bedrag van €1.999,92, bestaande uit de posten reiskosten en kosten met betrekking tot telefoons en afsluiten telefoonabonnementen, en uit immateriële schade voor een bedrag van €500,-.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit, tot vergoeding waarvan verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is, een en ander zoals hierna overwogen en beslist.

- Materiële schade

Uit de onderbouwing bij de vordering zijn de kosten van de afgesloten telefoonabonnementen (Vodafone, Hollands Nieuwe en Tele2), toestelkosten, aanmaningen en herinneringen vanwege het niet kunnen beëindigen van deze abonnementen, duidelijk omschreven. Het verweer van de verdediging dat de waarde van de telefoontoestellen onjuist is bepaald wordt daarom verworpen. De verkregen telefoons zijn, zoals bewezenverklaard, door verdachte en zijn mededader afhandig gemaakt en voor eigen gewin verkocht, waarna de benadeelde met de kosten bleef zitten. De gemachtigde van de benadeelde partij heeft ter terechtzitting genoegzaam aangevoerd dat en waarom de benadeelde partij niet bij machte is geweest de telefoonabonnementen te ontbinden. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het verweer van de verdediging als zou de benadeelde diens schadebeperkingsplicht hebben geschonden.

Namens de benadeelde partij is ter zitting toegelicht dat de reiskosten van € 14,- gezamenlijk gemaakte reiskosten betreffen, namelijk door aangevers [slachtoffer 6] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten voor een derde deel toewijsbaar zijn, derhalve tot € 4,67. De overige schade op dit onderdeel wordt afgewezen.

De rechtbank is daarom van oordeel dat een bedrag van €1.990,59 voor de door [slachtoffer 4] opgelopen materiële schade toewijsbaar is.

- Immateriële schade

Artikel 6:95 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de schade die op grond van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding moet worden vergoed, bestaat in vermogensschade en ander nadeel, dit laatste voor zover de wet op vergoeding hiervan recht geeft. Artikel 6:106, eerste lid aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek brengt mee dat de benadeelde recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen immateriële schadevergoeding indien hij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.

Bewezen is verklaard dat de benadeelde partij het slachtoffer is geworden van oplichting. Dat is een vermogensdelict. Uit de artikelen 6:95 juncto 6:106 van het Burgerlijk Wetboek volgt dat uitsluitend in limitatief in de wet opgesomde gevallen aanspraak bestaat op smartengeld. In geval van vermogensdelicten bestaat die aanspraak niet zonder meer.

Gelet op de modus operandi waaronder het ten aanzien van [slachtoffer 4] bewezenverklaarde feit is begaan en de persoon van [slachtoffer 4] , is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en aannemelijk geworden dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde feit angst en spanningsklachten heeft gekregen. Verdachte en zijn mededader hebben bewust kwetsbare personen uitgezocht voor het kunnen plegen van de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank is van oordeel dat het aannemelijk is geworden dat de impact van het bewezenverklaarde feit relatief groter is geweest voor deze benadeelde partij. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat in deze zaak sprake is van enige vorm van aantasting in de persoon “op andere wijze”, zoals bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek.

De rechtbank zal bij de bepaling van de hoogte van de immateriële schade gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en het bedrag vast stellen op €300,-. De vordering zal voor het overige worden afgewezen.

Conclusie

De rechtbank zal de vordering daarom (hoofdelijk) toewijzen tot een bedrag van €2.290,59 en zal de vordering voor het overige afwijzen.

Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 1] door de benadeelde partij eenzelfde vordering is ingediend. Daarom zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte [medeverdachte 1] dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

De rechtbank zal verder de gevorderde wettelijke rente toewijzen, over de materiële schade met ingang van 13 maart 2019 en over de immateriële schade met ingang van 7 februari 2018.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis in verband met de opgelegde hoofdelijkheid vaststelt op 16 dagen, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis op de helft vaststelt van het aantal dagen vervangende hechtenis die normaliter voor het totale bedrag –maximaal- kan worden opgelegd.

- [slachtoffer 5] – feit 6

De vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 5] bestaat uit materiële schade voor een bedrag van €1.100,-, bestaande uit het afgenomen geldbedrag en een post reiskosten van €33,82, en uit immateriële schade voor een bedrag van €575,-.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit, tot vergoeding waarvan verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is, een en ander zoals hierna overwogen en beslist.

- Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij rechtstreekse schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit. Het causaal verband tussen het feit en de gevorderde schade blijkt uit de bewezenverklaring, zodat de rechtbank het verweer van de verdediging op dit punt verwerpt. De gevorderde bedragen zijn voldoende onderbouwd. De rechtbank is daarom van oordeel dat het totale bedrag van €1.133,82 voor de door [slachtoffer 5] opgelopen materiële schade toewijsbaar is.

- Immateriële schade

De rechtbank acht, gelet op de aard van het bewezenverklaarde feit en gelet op de onderbouwing van het verzoek tot schadevergoeding, het aannemelijk dat [slachtoffer 5] psychische schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van €575,-.

Conclusie

De rechtbank zal de vordering derhalve (hoofdelijk) toewijzen tot een bedrag van €1.708,82.

Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 2] door de benadeelde partij eenzelfde vordering is ingediend. Daarom zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte [medeverdachte 2] dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente ten laste van de verdachte toewijzen, over de materiële schade met ingang van 25 juni 2018 en over de immateriële schade met ingang van 24 november 2017.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis in verband met de opgelegde hoofdelijkheid vaststelt op 13 dagen, waarbij de rechtbank de vervangende hechtenis op de helft vaststelt van het aantal dagen vervangende hechtenis die normaliter voor het totale bedrag –maximaal- kan worden opgelegd.

- [slachtoffer 6] – feit 7

De vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 6] bestaat uit materiële schade voor een bedrag van €1.849,38, bestaande uit de posten reiskosten en telefoons en abonnementen, en uit immateriële schade voor een bedrag van €850,-.

Conclusie

Verdachte wordt vrijgesproken van het feit als gevolg waarvan de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal reeds daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 55, 57, 317 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder feit 7 en feit 8 tenlastegelegde feiten.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

- dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

te weten: 1 (één) personenauto, Volkswagen Golf, 2010, kleur blauw, PG-603-B;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

 veroordeelt verdachte (art. 6:166 BW) ten aanzien van feit 1 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 2.167,49 (tweeduizendeenhonderdenzevenenzestig euro en negenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 1 september 2018 en over de immateriële schade vanaf 19 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

wijst af de vordering tot schadevergoeding voor het overige, ingediend door de benadeelde partij [slachtoffer 1];

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 2.167,49 (tweeduizendeenhonderdenzevenenzestig euro en negenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 1 september 2018 en over de immateriële schade vanaf 19 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 16 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 primair en 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 3.773,27 (drieduizendzevenhonderdendrieënzeventig euro en zevenentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 13 maart 2019 en over de immateriële schade vanaf 12 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

wijst af de vordering tot schadevergoeding voor het overige, ingediend door de benadeelde partij [slachtoffer 2];

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader [medeverdachte 1] het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 3.773,27 (drieduizendzevenhonderdendrieënzeventig euro en zevenentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 13 maart 2019 en over de immateriële schade vanaf 12 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 23 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 4 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 3.963,92 (drieduizendnegenhonderden drieënzestig euro en tweeënnegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 25 juni 2018 en over de immateriële schade vanaf 12 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

wijst af de vordering tot schadevergoeding voor het overige, ingediend door de benadeelde partij [slachtoffer 3];

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader [medeverdachte 1] het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van € 3.963,92 (drieduizendnegenhonderdendrieënzestig euro en tweeënnegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 25 juni 2018 en over de immateriële schade vanaf 12 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 24 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] .

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 5 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van € 2.290,59 (tweeduizendtweehonderdennegentig euro en negenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 13 maart 2019 en over de immateriële schade vanaf 7 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

wijst af de vordering tot schadevergoeding voor het overige, ingediend door de benadeelde partij [slachtoffer 4];

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader [medeverdachte 1] het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4], een bedrag te betalen van € 2.290,59 (tweeduizendtweehonderdennegentig euro en negenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 13 maart 2019 en over de immateriële schade vanaf 7 februari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 16 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] .

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 6 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] van een bedrag van € 1.708,82 (zeventienhonderdenacht euro en tweeëntachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 25 juni 2018 en over de immateriële schade vanaf 24 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader [medeverdachte 2] het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 5], een bedrag te betalen van € 1.708,82 (zeventienhonderdenacht euro en tweeëntachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade vanaf 25 juni 2018 en over de immateriële schade vanaf 24 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 13 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 6] (feit 7) niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.C. Cremers (voorzitter),

mr. M.C. van der Mei en mr. B.F. Schuver, rechters,

in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 mei 2019.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant E.B.L Dekkers van de politie Oost Nederland, district Noord en Oost Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2018121837, onderzoek REUS, gesloten op 7 september 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De als bijlage gevoegd contract van Vodafone, p. 997

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 993

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 1025

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 994

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 1025

7 De als bijlage gevoegde overeenkomsten T-Mobile, p. 1004-1005

8 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 1025

9 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 994 en eerste zin, p. 995

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 1021 laatste zin.

11 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 995

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 1027

13 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 1184 en eerste zin p. 1185

14 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 1185 en eerste zin p. 1186

15 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 1186

16 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 1187

17 Proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [slachtoffer 3] , p. 3

18 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 1187 en eerste zin p. 1188

19 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 3] , p. 1196 laatste alinea en 1197 eerste alinea.

20 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 1188 en eerste zin p. 1189

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1045

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1089.

23 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] , p. 1125.

24 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 1] , p. 1136

25 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] , p. 1138.

26 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] , p. 1149, 4e alinea

27 Proces-verbaal van verhoor [naam 1] , p. 1136 3e alinea.

28 De als bijlage gevoegde app-gesprek tussen [naam 2] en Appp, p. 1155

29 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] , p. 1152

30 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] , p. 1153

31 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , d.d. 6 december 2018, p. 5

32 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , d.d. 6 december 2018, p. 9

33 De als bijlage gevoegde overeenkomst mobiele aansluiting, p. 869

34 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 857-858

35 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 6 december 2018, p. 2

36 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 27 maart 2019.

37 De als bijlage gevoegde overeenkomst van Vodafone, p. 1956

38 De als bijlage gevoegde overeenkomst van Tele2, p. 1960-1961

39 De als bijlage gevoegde overeenkomst van Hollands Nieuwe, p. 1958-1959

40 Proces-verbaal van aangever [slachtoffer 4] , p. 1953-1955

41 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 2010

42 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2022

43 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 6 december 2018, p. 11

44 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , p. 1201-1202

45 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] , p. 943-944

46 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 2] , p. 993

47 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 1027

48 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 1184 en 1185 eerste zin.

49 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 3] afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 14 januari 2019, p. 2.

50 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 1953

51 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 2063, laatste alinea en 2064 eerste 2 regels en proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 6] , p. 2068

52 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 9] , p. 2071

53 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 2064, laatste alinea en proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 6] , p. 2068

54 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 2060 en p. 2065

55 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2082

56 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2116 en 2118

57 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 6 december 2018, p. 13

58 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2157

59 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2250

60 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2179

61 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2216