Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:1980

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-05-2019
Datum publicatie
08-05-2019
Zaaknummer
7636857 VV EXPL 19-23
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Nieuwe eigenaar toegangsweg komt de afgesproken verplichting tot onderhoud van die weg niet na waardoor de gebruiker van die weg, een centrum voor de opvang van jongeren, ernstige hinder ondervindt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Apeldoorn

Zaaknummer : 7636857 VV EXPL 19-23

Afschrift aan : (gem.) partijen

Vonnis in kort geding d.d. 1 mei 2019

in de zaak van:

de stichting, Stichting Parc Spelderholt,

gevestigd te Beekbergen,

eisende partij, verder te noemen Spelderholt,

gemachtigde: mr. M.K. van den Berge,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

3. [gedaagde 3] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partijen, verder gezamenlijk te noemen [gedaagden] ,

gemachtigde: P.D. van Doesburg.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 16 april 2019 met producties

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 24 april 2019

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

De Staat der Nederlanden, verder: de Staat, is eigenaar van percelen grond te Beekbergen die in erfpacht zijn uitgegeven aan Spelderholt. Daarop bevindt zich een landgoed waar Spelderholt zowel een academie voor jongeren als een hotel exploiteert.

Van het erfpachtsrecht maakte ook de toegangsweg naar het landgoed deel uit.

2.2

[gedaagden] is eveneens eigenaar van een perceel grond te Beekbergen. In 2018 heeft [gedaagden] met Van Wijnen Projectontwikkeling Oost B.V. een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor de ontwikkeling van een paardensportcentrum met hotelfaciliteiten, een restaurant en appartementen.

2.3

De Staat en [gedaagden] zijn een ruilovereenkomst aangegaan, als gevolg waarvan het perceel grond waarop de toegangsweg naar het landgoed van Spelderholt -hierna verder: de toegangsweg- is gelegen eigendom is geworden van [gedaagden]

In een overeenkomst van ruiling/wijziging erfpachtvoorwaarden vastgelegd bij notariële akte d.d. 18 april 2018 tussen de Staat, [gedaagden] en Spelderholt is, onder meer, ten behoeve van de aan de Staat toebehorende percelen en het daarop rustende recht van erfpacht een erfdienstbaarheid van weg gevestigd. Dit betreft de hiervoor vermelde toegangsweg. In de notariële akte is voor zover van belang in verband hiermee bepaald:

VESTIGING VAN ERFDIENSTBAARHEID VAN WEG

[…]

2. De kosten van het onderhoud en het herstel van de paden of wegen waarvan overeenkomstig de in het eerste lid gevestigde erfdienstbaarheid gebruik wordt gemaakt, komen ten laste van de eigenaar van de dienende erven (thans [gedaagden] ).

3. Tot de uitvoering van het in de vorige volzin bedoelde onderhoud en na te melden herstel van paden en wegen zal eerst worden overgegaan nadat daaromtrent overleg is gepleegd met de gerechtigde tot de in het eerste lid van dit artikel genoemde heersende erven (thans de Staat en Parc Spelderholt)

HERSTEL- EN ONDERHOUDSVERPLICHTING

1. In aanvulling op het hiervoor bepaalde zijn de Staat en [gedaagden] overeengekomen dat [gedaagden] de thans noodzakelijke onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan genoemde wegen (bestaande uit het opvullen van de gaten in de weg met ‘koud’ asfalt) uiterlijk op vijftien tweeduizend achttien (15-05-2018) ten genoegen van de Staat zal hebben uitgevoerd. Bij niet-nakoming door [gedaagden] van het in dit lid 1 bepaalde, zal [gedaagden] een direct opeisbare boete aan de Staat zijn verschuldigd ten bedrage van tienduizend euro (€ 10.000,00).

[…]

3. [gedaagden] verplicht zich voorts jegens zowel de Staat als jegens Erfpachter om voorafgaand aan de start van de door [gedaagden] of diens rechtsopvolgers geplande bouwwerkzaamheden (inzake de realisatie van een appartementencomplex en grondgebonden villa’s) te zorgen voor aanleg van een geasfalteerde bouwweg.

[…]

5. [gedaagden] verplicht zich jegens Erfpachter tot onderhoud -en zo nodig herstel- van de thans aanwezige lantaarnpalen/verlichting van de weg, totdat de weg aan de gemeente Apeldoorn is overgedragen.”

2.4

Tussen 7 mei 2018 en 15 maart 2019 is veelvuldig tussen Spelderholt en [gedaagden] gecorrespondeerd over de conditie van de toegangsweg en de daar aanwezige lantaarnpalen, waarbij Spelderholt telkens heeft aangedrongen op herstel en onderhoud daarvan.

Op 15 maart 2019 schreef [gedaagden] aan de gemachtigde van Spelderholt onder meer:

Lantaarnpalen

Afgelopen week hebben wij geconstateerd dat alle 7 lantaarnpalen op dit moment werkend zijn. Uw cliënt heeft ons de facturen doorbelast van [naam] , zij zouden deze hersteld hebben. In beginsel staan wij niet negatief tegenover de betaling hiervan, echter is de factuur voor ons niet controleerbaar. […]

Toegangsweg

Het (recente) verleden heeft geleerd dat het opvullen van mogelijke gaten niet leidt tot een langdurige gewenste oplossing. De toegangsweg zal in de toekomst volledig vervangen worden en niet op korte termijn. Gezien voorstaande en tevens na overleg gisteren met de heer Bijvank van Domeinen/Staat zijn wij van mening dat de enige oplossing voor langere termijn is het affrezen van de ‘toplaag’ van het asfalt. Wij hebben onze adviseur de opdracht gegeven om deze mogelijkheid met Dostal te onderzoeken. […] De doorbelasten kosten voor koudasfalt zullen wij gaan betalen.”

2.5

Voor de levering van koudasfalt heeft Koudasfalt Van den Broek Heteren B.V. op 21 februari 2019 aan Spelderholt € 562,83 in rekening gebracht. Voor het aanbrengen van noodverziening terreinverlichting heeft [naam] in januari/februari 2019 in totaal € 1.871,49 aan Spelderholt in rekening gebracht.

3 De vordering en het verweer

3.1

Spelderholt vordert, verkort en zakelijk weergegeven, de hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] bij vonnis uitvoerbaar om:

a. de toegangsweg binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis te herstellen en dat in de toekomst te blijven doen telkens binnen 24 uur nadat gaten in de weg ontstaan, alsmede telkens in voorkomend geval de verlichting langs de weg te repareren binnen 24 uur na het uitvallen of haperen ervan;

b. de door Spelderholt reeds gemaakte en eventuele nadere kosten te vergoeden, noodzakelijke juridische kosten daaronder begrepen, welke voortvoeien uit de verplichting tot onderhoud van de toegangsweg en de verlichting daarlangs;

c. binnen 48 uur na betekening van het te wijzen vonnis schriftelijk bewijs bij te brengen aan Spelderholt van huidige of toekomstige reparatieopdrachten als onder a. Bedoeld;

d. dwangsommen te betalen van € 500,- per dag voor iedere overtreding van de geboden onder a. t/m c. zolang deze overtredingen zullen voortduren gerekend vanaf 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis;

e. de buitengerechtelijke kosten, de proceskosten en de nakosten te betalen;

3.3

[gedaagden] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna voor zover nodig zal worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Het spoedeisend belang van de vordering tot herstel van de toegangsweg en de naastgelegen verlichting vloeit voort uit de aard van die vordering en de stellingen van Spelderholt over het ongemak en het gevaar voor haar bewoners en bezoekers dat voortvloeit uit de huidige gebrekkige toestand. Daarop kunnen niet spoedeisende nevenvorderingen van Spelderholt naar vaste rechtspraak ‘meeliften’.

4.2

Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagden] , eufemistisch gezegd, niet veel werk gemaakt van haar verplichting om de toegangsweg te herstellen en te onderhouden. In een oeverloos overleg heeft zij wel toezeggingen gedaan. Die zijn echter steeds aangepast en op de lange baan geschoven, waardoor begrijpelijk bij Spelderholt de indruk heeft kunnen ontstaan dat zij aan het lijntje is gehouden. Ook op de zitting is [gedaagden] er niet in geslaagd duidelijk te maken wat er concreet gaat gebeuren en op welke termijn. Duidelijk is wel geworden dat de geasfalteerde bouwweg er nog lang niet komt omdat dit afhankelijk is van vergunningkwesties, iets dat overigens vaag is gebleven, en de voortgang bij de verkoop van de appartementen.

4.3

Afgaande op de door Spelderholt in het geding gebrachte foto’s ligt de toegangsweg er intussen erbarmelijk bij. Zoals hiervoor al werd overwogen levert dat ongemak maar ook gevaar op voor met name wandelaars en fietsers die (dagelijks) van de toegangsweg gebruik moeten maken. Kennelijk is deze toestand (mede) het gevolg van het verzuim van [gedaagden] om al uiterlijk op 15 mei 2018 zorg te dragen voor het met ‘koud’ asfalt opvullen van de toen al bestaande gaten in de weg. Van algemene bekendheid is immers dat gaten in een asfaltweg tijdig moeten worden gerepareerd om aanvullende schade te voorkomen.

4.4

[gedaagden] wordt niet gevolgd in het verweer dat alleen de Staat haar aan kan spreken op nakoming van de in de notariële akte van 18 april 2018 opgenomen herstel- en onderhoudsverplichting. Het is inderdaad exclusief de Staat aan wie [gedaagden] door niet-nakoming van die verplichting per 15 mei 2018 een direct opeisbare boete verbeurde, die kennelijk door de Staat nog niet is opgeëist, maar Spelderholt maakt daarop geen aanspraak. Zij vordert nakoming van de herstel- en onderhoudsverplichting en naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is Spelderholt daartoe gerechtigd. In de eerste plaats wordt de specifieke bepaling in de notariële akte die zich richt op de toestand per 15 mei 2018 daarvoor aangemerkt als een derdenbeding bedoeld in artikel 6:253 BW, dat immers ten behoeve van de feitelijke gebruiker van de toegangsweg is gemaakt en door haar als partij bij de notariële akte ook is aanvaard. Daarom is Spelderholt gerechtigd de overeengekomen prestatie van [gedaagden] te vorderen. Daar komt nog bij dat Spelderholt als erfpachter op grond van artikel 5:84 lid 5 BW wordt aangemerkt als eigenaar van het heersend erf voor de uitoefening van de gevestigde erfdienstbaarheid van weg. Op grond van de notariële akte bestaat de last van die erfdienstbaarheid niet alleen in het dulden van het gebruik van de weg maar ook uit de verplichting tot het onderhouden van werken in samenhang met dat gebruik, hetgeen artikel 5:71 lid 2 BW mogelijk maakt.

4.5

Nu ten aanzien van de toegangsweg de verplichting tot herstel en onderhoud jegens Spelderholt voorlopig wordt aangenomen, rijst de vraag hoe dat praktisch moet worden ingevuld. Ter zitting is gebleken dat beide partijen van mening zijn dat het opvullen van de gaten in de weg met ‘koud’ asfalt geen zin meer heeft. In plaats daarvan is geopperd de weg te frezen. Daardoor ontstaat weliswaar een ruwe oppervlakte, zo begrijpt de kantonrechter, maar gaten en scheuren worden daarmee gedicht.

Omdat geen van de partijen hierover voldoende concrete informatie heeft aangedragen, niet in de laatste plaats over de termijn waarop dat kan worden uitgevoerd, zal de zaak naar de rol worden verwezen voor het aanleveren van deze informatie. Dat is nodig omdat Spelderholt een niet-realistische en onvoldoende concrete vordering op dit onderdeel heeft ingesteld die alleen maar tot executieproblemen aanleiding zal geven, terwijl overigens datgene wat zij in de kern wil wel voor toewijzing in aanmerking komt.

De kantonrechter verwacht dat beide partijen tenminste twee (2) offertes in het geding brengen van geschikte (wegenbouw)bedrijven waarin staat aangegeven welke exacte werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, tegen welke prjs en op welke (haalbare) termijn.

4.6

Iedere verdere beslissing wordt intussen aangehouden.

5 De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:

verwijst de zaak naar de rol van 15 mei 2019 voor akteverzoek gelijktijdig van beide partijen voor het onder 4.5 omschreven doel,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.T.G. Roovers en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.