Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:1564

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-03-2019
Datum publicatie
11-04-2019
Zaaknummer
05/720020-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland veroordeelt vier mannen en een vrouw voor betrokkenheid bij een drugslaboratorium op een perceel in Voorst. Daarnaast veroordeelt de rechtbank één van deze mannen en de vrouw voor betrokkenheid bij twee hennepkwekerijen op hetzelfde perceel. Ten slotte veroordeelt de rechtbank de eigenaar van één van deze twee hennepkwekerijen.

Op 10 januari 2018 is door de politie een drugslaboratorium aangetroffen op een perceel waar in 2015 en 2017 hennepkwekerijen zijn aangetroffen. In het lab werd amfetamine geproduceerd. Het drugsafval werd geloosd in een nabij gelegen sloot. De productie van harddrugs en de teelt van hennep gaat gepaard met allerlei vormen van criminaliteit en brand- en ontploffingsgevaar. Bovendien zorgt het lozen van drugsafval in de natuur zorgt voor ernstige milieuvervuiling. De rechtbank rekent het alle betrokkenen zwaar aan dat zij zich hebben bezig gehouden met deze feiten. Alleen een langdurige gevangenisstraf is daarom passend.

Twee mannen uit Deventer zijn door de rechtbank aangemerkt als de eigenaren van het lab. Een derde man uit Twello leverde de grondstoffen. Het drietal krijgt celstraffen tussen de 30 maanden en 5 jaar opgelegd. De bewoners van het perceel hebben hun schuur ter beschikking gesteld aan het drietal om daar een lab in te vestigen. Ook hebben zij zich op verschillende manieren bezig gehouden met de eerder aangetroffen hennepkwekerijen. De rol van de man was steeds groter dan die van de vrouw, waardoor de man een celstraf van 24 maanden en een voorwaardelijke geldboete van € 10.000,-- krijgt opgelegd en de vrouw een voorwaardelijke celstraf van een jaar een taakstraf van 240 uur. Een andere man uit Deventer is door de rechtbank aangemerkt als eigenaar van de in 2017 aangetroffen hennepkwekerij. Hij krijgt een celstraf van 6 maanden opgelegd, waarvan de helft voorwaardelijk.

De rechtbank bepaalt dat alle veroordeelden de door hen met de productie van harddrugs en de teelt van hennep verdiende bedragen moeten betalen aan de Staat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/720020-18

Datum uitspraak : 27 maart 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd te PI Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo,

raadsman: mr. B.G.J. de Rooij, advocaat te Eindhoven.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van
24 april 2018, 3 juli 2018, 25 september 2018, 17 december 2018 en 27 februari 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank op 25 september 2018 toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2017 tot en met 10 januari 2018 te Voorst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in een pand/loods gelegen aan de [adres 1] te Voorst) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
-1 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAJD5995NL) en/of
-240 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAJD5964NL) en/of
-12,8 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAJD5966NL) en/of
-20 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAIQ0414NL) en/of
-911 gram MDMA(-hydrocholoride), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA(-hydrochloride) (kenmerk NFI: AAIQ0419NL en/of AAIQ0420NL) en/of
-15 liter GHB, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB (kenmerk NFI: AAIQ0429NL),
in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,
-1 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAJD5995NL) en/of
-240 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAJD5964NL) en/of
-12,8 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAJD5966NL) en/of
-20 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAIQ0414NL) en/of
-911 gram MDMA(-hydrocholoride), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA(-hydrochloride) (kenmerk NFI: AAIQ0419NL en/of AAIQ0420NL) en/of
-15 liter GHB, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB (kenmerk NFI: AAIQ0429NL),
zijnde amfetamine en/of amfetaminebase en/of GHB en/of MDMA en/of MDMA-hydrochloride (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2017 tot en met 10 januari 2018 te Voorst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) al dan niet opzettelijk stoffen, te weten:
-methamfetamine en/of
-norefedrine en/of
-norpseudoefedrine en/of
-n-formylamfetamine en/of
-amfetaminil en/of
-amphetamine en/of
-n-acetyl-amphetamine en/of
-methanol en/of
-aceton,
althans met bovengenoemde stoffen verontreinigd water, heeft gebracht in een sloot (gelegen aan of nabij de [adres 1] te Voorst), zijnde een oppervlaktewaterlichaam, terwijl:
-een daartoe strekkende vergunning niet was verleend door Onze Minister dan

wel het bestuur van het betrokken waterschap en
-daarvoor geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur en
-artikel 6.3 van de Waterwet niet van toepassing was;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2017 tot en met 10 januari 2018 te Voorst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) al dan niet opzettelijk een hoeveelheid van de stoffen:
-methamfetamine en/of
-norefedrine en/of
-norpseudoefedrine en/of
-n-formylamfetamine en/of
-amfetaminil en/of
-amphetamine en/of
-n-acetyl-amphetamine en/of
-methanol en/of
-aceton,
heeft geloosd en/of gedeponeerd en/of gedumpt en/of laten liggen in een sloot (aan of nabij de [adres 1] te voorst), in elk geval handelingen heeft verricht en/of nagelaten, terwijl verdachte en/of zijn mededaders wisten of redelijkerwijs hadden kunnen vermoeden dat door die handelingen en/of het nalaten daarvan de bodem en/of de oever van het oppervlaktewaterlichaam, te weten de sloot (gelegen aan of nabij de [adres 1] te Voorst), kon worden verontreinigd en/of aangetast, en hebben verdachte en/of zijn mededaders niet aan zijn/hun verplichting voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van verdachte en/of zijn mededaders konden worden gevergd om die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging en/of aantasting zich voordoet, de verontreiniging en/of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken;

4.

hij op of omstreeks 10 januari 2018 te Deventer, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 30 liter amfetamineolie, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

hij op of omstreeks 10 januari 2018 te Deventer, althans in Nederland, een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (Hs Product Hs 9 Sub-Compac) en/of munitie van categorie III, te weten 72 patronen (9mm), voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 10 januari 2018 is in een schuur op het perceel aan de [adres 1] in Voorst (hierna: het perceel) een laboratorium ter vervaardiging van synthetische drugs (hierna: drugslaboratorium) aangetroffen.2 Die dag zijn op het perceel verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] aangehouden.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat het medeplegen van het aan verdachte onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het tenlastegelegde onder de feiten 4 en 5 kan eveneens wettig en overtuigend worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de in het dossier opgenomen bewijsmiddelen niet dwingend wijzen op strafbare betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde onder de feiten 1, 2 en 3. Verdachte heeft verklaard dat hij klussen heeft uitgevoerd op het perceel en dat hij niet heeft geweten wat zich heeft bevonden in de ruimte waar het drugslaboratorium is aangetroffen. Voorts heeft verdachte verondersteld dat andere personen het drugslaboratorium in stand hebben gehouden.
De feiten 4 en 5 kunnen worden bewezen, mede gelet op de bekennende verklaring van verdachte.

De beoordeling door de rechtbank

Feiten 1, 2 en 3

De aangetroffen situatie

Op 10 januari 2018 is door de groep Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO) bij het naderen van het drugslaboratorium geconstateerd dat ter hoogte van de buitendeur (die toegang gaf tot de “kantine” (een ruimte in de schuur)) de duidelijk herkenbare geur van amfetamine was waar te nemen. Voor de ingang van de kantine stond een witte Peugeot geparkeerd. In de laadruimte van dit voertuig werden onder meer vijftig jerrycans gevuld met zoutzuur aangetroffen.4 De vloer van de gang in de schuur was dermate vervuild met chemicaliën en/of halfproduct of afval dat de geur duidelijk waarneembaar was in alle ruimtes van de schuur.5 Verder heeft de LFO een groot aantal lege zakken caustic soda en APAA(N) aangetroffen, stoffen die gebruikt worden bij de productie van BMK en amfetamine. Volgens de LFO kan op basis van de aangetroffen situatie worden geconcludeerd dat in het drugslaboratorium op grote schaal BMK en amfetamine is geproduceerd.6

Van verschillende aangetroffen materialen zijn door de LFO monsters genomen die vervolgens door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zijn geanalyseerd. De monsters met NFI-kenmerken AAJD5995NL, AAJD5964NL, AAJD5966NL en AAIQ0414NL bleken amfetamine(base) te bevatten. Het monster met NFI-kenmerk AAIQ0419NL bleek MDMA-hydrochloride te bevatten. Daarvan is 911 gram aangetroffen. Het monster dat is genomen van zeven paarse tabletten en één brok kristal heeft NFI-kenmerk AAIQ0420NL gekregen. De tabletten bleken MDMA te bevatten en de brok kristal bleek MDMA-hydrochloride te bevatten. Het monster met NFI-kenmerk AAIQ0429NL bleek GHB te bevatten.7 De rechtbank stelt vast dat de aangetroffen hoeveelheden van de materialen die door het NFI zijn geanalyseerd en amfetamine(base) en GHB bleken te bevatten, overeenkomen met de in de tenlastelegging opgenomen hoeveelheden.

De monsters die amfetamine(base) bleken te bevatten, zijn volgens het NFI materialen die kunnen worden geclassificeerd binnen het proces van vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode. Ook zoutzuur is een materiaal dat kan worden geclassificeerd binnen dit vervaardigingsproces.8 In een voorraadruimte in de schuur zijn 22 jerrycans aangetroffen die in totaal 110 liter methanol bleken te bevatten en een jerrycan die twaalf liter zwavelzuur bleek te bevatten.9 Methanol en zwavelzuur zijn chemicaliën die nodig zijn voor de omzetting van amfetaminebase in amfetamine-sulfaat (een eindproduct).10 Amfetaminepasta is een mengsel van amfetaminesulfaat, methanol, zwavelzuur en water.11 Methanol en zwavelzuur zijn dus ook benodigde chemicaliën voor de productie van amfetaminepasta (tevens een eindproduct).

Op basis van de aangetroffen en geanalyseerde materialen is de rechtbank van oordeel dat in het drugslaboratorium amfetaminebase en amfetamine is geproduceerd. Van de aangetroffen materialen die MDMA en GHB bleken te bevatten, is niet gebleken dat deze in het drugslaboratorium zijn geproduceerd, omdat niets is gevonden wat met het productieproces van deze stoffen samenhangt.

Het Waterschap Vallei en Veluwe heeft geconstateerd dat vanuit de schuur waarin het drugslaboratorium zich bevond een slang over het terrein liep die uitkwam in een straatkolk. In de straatkolk was een bruin gekleurde vloeistof te zien en er was een penetrante, chemische geur te ruiken. Daarnaast is geconstateerd dat de inhoud van het oppervlaktewaterlichaam aan de andere zijde van de [adres 1] uit een bruin gekleurde vloeistof bestond en dat de vegetatie op de taluds sterk bruin was verkleurd en was afgestorven. Bij dit oppervlaktewaterlichaam was nog steeds een chemische geur te ruiken.12 De grond uit de sloot is bemonsterd en geanalyseerd en in de grond zijn resten van amphetamine, metamphetamine, n-acetyl-amphetamine aanwezig en van de vluchtige verbindingen zijn methanol en aceton verhoogd aangetroffen.13 Verder is in het water de aanwezigheid van norefedrine, norpseudoefedrine, n-formylamfetamine en amfetaminil aangetoond.14 Voor de locatie is door het waterschap geen vergunning verleend voor het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam en er zijn geen maatregelen genomen om de verontreiniging of aantasting van bodem en oever van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken.15 De rechtbank is op basis van het voorgaande van oordeel dat vanuit het drugslaboratorium afvalwater is geloosd in de sloot nabij het perceel.

De betrokkenen en de periode

De vraag waarvoor de rechtbank zich voorts ziet gesteld, is wie in welke mate betrokken is geweest bij de exploitatie van het drugslaboratorium. Daarnaast is het de vraag hoe lang het drugslaboratorium in werking is geweest.

Op 28 november, 4 december en 21 december 2017 is er geobserveerd. Op deze dagen is gezien dat een witte Toyota Aygo tussen 07.00 en 08.00 uur vanaf de [adres 2] in Deventer is vertrokken en even later is gestopt op de [adres 3] in Deventer, nabij de uitgang van het schuurtje behorend bij [adres 4] in Deventer. [verdachte] is op 21 december herkend als de bestuurder van de Toyota Aygo. [verdachte] heeft tijdens de stop op de [adres 3] plaatsgenomen in het voertuig als passagier en een onbekende man is als bestuurder in de auto gestapt. Daarna is het voertuig naar het perceel in Voorst gereden en daar gestopt.16 Ook op 10 januari 2018 is er geobserveerd en is nagenoeg hetzelfde waargenomen, alleen is er op die dag gereden in een donkerkleurige Peugeot 108.17 Op 21 december zijn de inzittenden van de Toyota Aygo rond 08.15 uur bij een verkeerscontrole gecontroleerd en daarbij is gebleken dat de door [verdachte] opgehaalde bestuurder [medeverdachte 2] is.18

Op 5 december 2017 is een observatiecamera op het perceel in Voorst geplaatst. Op de beelden van 5 tot en met 19 december 2017 is gezien dat een witte Toyota Aygo bijna elke werkdag tussen 08.00 en 09.00 uur het perceel is opgereden. De bestuurder van die Toyota Aygo heeft het perceel steeds niet eerder verlaten dan aan het eind van de middag, dan wel het begin van de avond. Deze bestuurder is herkend als [medeverdachte 2] .19 Op de beelden is tevens gezien dat een witte Peugeot Expert op meerdere werkdagen op meerdere wisselende momenten het perceel is opgereden en het perceel weer heeft verlaten na één à twee uur. De bestuurder van dit voertuig is herkend als [medeverdachte 1] .20 Op de beelden van 22 december 2017 is gezien dat [medeverdachte 1] zwarte handschoenen droeg.21 Uit de opgenomen beelden is gebleken dat [verdachte] nagenoeg dagelijks op het perceel kwam.22 Ook is uit de opgenomen beelden gebleken dat [medeverdachte 3] en Steevensz contact hebben gehad met de personen die zijn aangehouden op het perceel.23 De partner van [verdachte] is eveneens gezien op het perceel, op 7, 8 en 21 december 2017. Op 7 december is zij met meerdere bigshoppers in de richting van de schuur gelopen.24

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij geen andere mensen op het terrein bij de schuur heeft gezien dan [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . [verdachte] en [medeverdachte 2] zaten altijd in de schuur en [medeverdachte 1] kwam spullen bezorgen en wegbrengen.25

Getuige [getuige] heeft verklaard dat de witte Peugeot Expert op zijn naam staat, maar dat [medeverdachte 1] gebruik heeft gemaakt van dit voertuig en dat [medeverdachte 1] als enige beschikte over de sleutel van het voertuig.26

In een ruimte in de schuur waarin het drugslaboratorium zich bevond, is in een vuilnisbak een tweetal zwarte nitril/latex handschoenen aangetroffen.27 In de bemonsteringen van de handschoenen is DNA aangetroffen dat afkomstig kan zijn van [medeverdachte 2] . De kans dat dit DNA-profiel matcht met een willekeurig ander persoon dan [medeverdachte 2] is kleiner dan één op één miljard.28 In een andere ruimte is een aantekeningenschrift aangetroffen.29 In de bemonstering van de buitenzijde van het schrift is DNA aangetroffen dat afkomstig kan zijn van [verdachte] . De kans dat dit DNA-profiel matcht met een willekeurig ander persoon dan [verdachte] is kleiner dan één op één miljard.30 Gelet op deze bevindingen op grond van DNA-onderzoek en het feit dat [medeverdachte 2] en [verdachte] op het perceel zijn aangetroffen, stelt de rechtbank vast dat zij de donoren zijn van respectievelijk het celmateriaal in de bemonsterde handschoenen en van het celmateriaal aan het bemonsterde schrift.

Conclusies t.a.v. verdachten [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]

Op basis van de beschreven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het drugslaboratorium van [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] is geweest. De rechtbank baseert dit oordeel op het volgende. Vastgesteld is dat een in werking zijnd drugslaboratorium is aangetroffen in een schuur op het perceel in Voorst. [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn vaak op het perceel geweest in de ten laste gelegde periode en [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij niemand anders bij de schuur heeft gezien dan deze personen. Ook heeft [medeverdachte 3] verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte 2] altijd in de schuur zaten. Op de observatiebeelden zijn ook geen andere personen gezien dan de aangehouden verdachten, [betrokkene] en de partner van [verdachte] . Van [verdachte] en [medeverdachte 2] is DNA aangetroffen in ruimtes in de schuur waarin het drugslaboratorium zich heeft bevonden. Het standpunt dat [verdachte] en [medeverdachte 2] op het perceel kwamen met een ander doel dan werken in het drugslaboratorium is gelet op het voorgaande weerlegd. Er was daar niets anders dan een drugslaboratorium en er is daar niemand anders gezien in de ten laste gelegde periode.

[medeverdachte 1] was steeds één à twee uur op het perceel aanwezig en hij had de sleutel van de schuur waarin het drugslaboratorium was gevestigd. Het voertuig waarvan hij gebruik heeft gemaakt was op het moment van het aantreffen van het drugslaboratorium volgeladen met zoutzuur, wat nodig is voor de vervaardiging van amfetamine. Dat [medeverdachte 1] steeds minstens één uur per keer aanwezig was op het perceel, past niet bij zijn verklaring dat hij enkel op het perceel kwam om spullen af te leveren of op te halen. Daarnaast is het onvoorstelbaar dat [medeverdachte 1] over een sleutel van het drugslaboratorium heeft beschikt zonder een rol te hebben gespeeld bij de exploitatie van dat laboratorium. De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 1] minst genomen de grondstoffen voor de vervaardiging van amfetamine heeft geleverd, wat maakt dat hij een sleutelrol heeft gespeeld bij de exploitatie.

Gelet op de op 10 januari 2018 aangetroffen situatie, is de rechtbank van oordeel dat het drugslaboratorium al enige tijd in werking moet zijn geweest voordat het is aangetroffen. Uit de observaties is gebleken dat [verdachte] en [medeverdachte 2] vanaf 28 november 2017 op meerdere werkdagen samen naar het perceel in Voorst zijn gereden en vanaf het moment van het plaatsen van de observatiecamera zijn [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op het perceel gezien op meerdere werkdagen. Het drugslaboratorium is dan ook in ieder geval in de ten laste gelegde periode in werking geweest. Het kan niet anders zijn dan dat het afval uit het drugslaboratorium eveneens gedurende deze periode in de sloot werd geloosd.

[verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben aldus nauw en bewust samengewerkt bij de exploitatie van het drugslaboratorium in de ten laste gelegde periode. De rechtbank acht ten aanzien van de drie genoemde verdachten het medeplegen van het bereiden van amfetamine(base) en het medeplegen van het aanwezig hebben van MDMA(-hydrochloride) en GHB wettig en overtuigend bewezen.

Als medeplegers van de productie van amfetamine in het drugslaboratorium, zijn [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] verantwoordelijk voor het gehele productieproces, dus ook voor de afvoer van het drugsafval. Het is een feit van algemene bekendheid dat bij de bereiding van synthetische drugs afval vrij komt. Vastgesteld is dat het drugsafval terecht is gekomen in de sloot. Door het afval in het laboratorium weg te laten lopen, hebben genoemde verdachten willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat het afval in de sloot terecht zou komen. Genoemde verdachten hebben zich dan ook schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk overtreden van artikel 6.2 van de Waterwet. Blijkens de beschreven bewijsmiddelen was de verontreiniging van de straatkolk en de sloot duidelijk waarneembaar en niet is gebleken dat enige maatregel is genomen om de verontreiniging te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Daarmee hebben [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zich tevens schuldig gemaakt aan het medeplegen van de opzettelijke overtreding van artikel 6.8 van de Waterwet.

Hetgeen door de verdediging is aangevoerd, vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen en behoeft in het kader van de bewezenverklaring van het tenlastegelegde geen verdere bespreking.

Feit 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaalnummer 128 van 11 september 2018;

- het proces-verbaal van bevindingen van 12 september 2018;

- het NFI-rapport van 13 september 2018, p. 4;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 377.

Feit 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 350-352;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 377.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2017 tot en met 10 januari 2018 te Voorst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in een pand/loods gelegen aan de [adres 1] te Voorst) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
-1 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAJD5995NL) en/of
-240 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAJD5964NL) en/of
-12,8 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAJD5966NL) en/of
-20 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAIQ0414NL) en/of
-911 gram MDMA(-hydrocholoride), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA(-hydrochloride) (kenmerk NFI: AAIQ0419NL en/of AAIQ0420NL) en/of
-15 liter GHB, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB (kenmerk NFI: AAIQ0429NL),
in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,
-1 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAJD5995NL) en/of
-240 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAJD5964NL) en/of
-12,8 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAJD5966NL) en/of
-20 liter van een materiaal bevattende amfetamine(base), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(base) (kenmerk NFI: AAIQ0414NL) en/of
-911 gram MDMA(-hydrocholoride), althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA(-hydrochloride) (kenmerk NFI: AAIQ0419NL en/of AAIQ0420NL) en/of
-15 liter GHB, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB (kenmerk NFI: AAIQ0429NL),
zijnde amfetamine en/of amfetaminebase en/of GHB en/of MDMA en/of MDMA-hydrochloride (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2017 tot en met 10 januari 2018 te Voorst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) al dan niet opzettelijk stoffen, te weten:
-methamfetamine en/of
-norefedrine en/of
-norpseudoefedrine en/of
-n-formylamfetamine en/of
-amfetaminil en/of
-amphetamine en/of
-n-acetyl-amphetamine en/of
-methanol en/of
-aceton,
althans met bovengenoemde stoffen verontreinigd water, heeft gebracht in een sloot (gelegen aan of nabij de [adres 1] te Voorst), zijnde een oppervlaktewaterlichaam, terwijl:
-een daartoe strekkende vergunning niet was verleend door Onze Minister dan

wel het bestuur van het betrokken waterschap en
-daarvoor geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur en
-artikel 6.3 van de Waterwet niet van toepassing was;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2017 tot en met 10 januari 2018 te Voorst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) al dan niet opzettelijk een hoeveelheid van de stoffen:
-methamfetamine en/of
-norefedrine en/of
-norpseudoefedrine en/of
-n-formylamfetamine en/of
-amfetaminil en/of
-amphetamine en/of
-n-acetyl-amphetamine en/of
-methanol en/of
-aceton,
heeft geloosd en/of gedeponeerd en/of gedumpt en/of laten liggen in een sloot (aan of nabij de [adres 1] te voorst), in elk geval handelingen heeft verricht en/of nagelaten, terwijl verdachte en/of zijn mededaders wisten of redelijkerwijs hadden kunnen vermoeden dat door die handelingen en/of het nalaten daarvan de bodem en/of de oever van het oppervlaktewaterlichaam, te weten de sloot (gelegen aan of nabij de [adres 1] te Voorst), kon worden verontreinigd en/of aangetast, en hebben verdachte en/of zijn mededaders niet aan zijn/hun verplichting voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van verdachte en/of zijn mededaders konden worden gevergd om die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging en/of aantasting zich voordoet, de verontreiniging en/of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken;

4.

hij op of omstreeks 10 januari 2018 te Deventer, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 30 liter amfetamineolie, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

hij op of omstreeks 10 januari 2018 te Deventer, althans in Nederland, een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (Hs Product Hs 9 Sub-Compac) en/of munitie van categorie III, te weten 72 patronen (9mm), voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de bewezenverklaring kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van overtreding van het voorschrift gesteld bij artikel 6.2 van de Waterwet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

Medeplegen van overtreding van het voorschrift gesteld bij artikel 6.8 van de Waterwet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van feit 5:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

en

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om, in het geval van strafoplegging, tot uitdrukking te brengen dat de wijze van aanhouding van verdachte disproportioneel is geweest, wat moet leiden tot een lagere straftoemeting.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van 15 januari 2019;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland van 26 maart 2018.

Verdachte heeft zich samen met anderen gedurende een periode van ongeveer anderhalve maand op professionele wijze schuldig gemaakt aan de productie van amfetamine, aan het aanwezig hebben van harddrugs en aan het lozen van drugsafval in een sloot. Daarnaast is bij verdachte thuis nog dertig liter amfetamineolie en een vuurwapen met munitie aangetroffen.

Amfetamine en andere synthetische drugs zijn schadelijk voor de volksgezondheid. De handel in en het gebruik van drugs brengen ook allerlei vormen van overlast en criminaliteit met zich. Behaalde drugswinsten leiden tot ontwrichting van bestaande economische, sociale en bestuurlijke structuren. De productie van en de handel in drugs gaat vaak gepaard met geweldsdelicten. Dat in de woning van verdachte een vuurwapen is aangetroffen, is daarvoor illustratief. Voorts is het bij de productie verkregen afval op illegale wijze gedumpt in een sloot. Dergelijke dumpingen leiden tot grote milieuschade en gigantische opruimkosten.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij kennelijk slechts zijn eigen financiële gewin voor ogen heeft gehad en daarbij geen acht heeft geslagen op de hierboven beschreven negatieve gevolgen. Verdachte heeft bovendien geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.

Uit het dossier volgt dat bij de aanhouding van verdachte een politiehond is ingezet. Uit het proces-verbaal van bevindingen van AOT BSB 323 van 16 januari 2018 volgt naar het oordeel van de rechtbank dat op goede gronden is besloten tot de inzet van de politiehond. De inzet is dan ook niet onrechtmatig geweest en zal daarom niet leiden tot een lagere straftoemeting.

Op de gepleegde strafbare feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van lange duur. De oplegging van een dergelijke straf is ook noodzakelijk om een voldoende afschrikwekkend effect te bewerkstelligen en recidive te voorkomen. De door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf is daarvoor passend. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van vijf jaar, met aftrek van het voorarrest.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J.M. van Apeldoorn (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en
mr. B.F.M. Klappe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 maart 2019.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [naam] van de politie Oost-Nederland, district IJsselland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017536477, gesloten op 20 juli 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 152.

3 Het proces-verbaal van aanhouding van [medeverdachte 1] , p. 493; het proces-verbaal van aanhouding van [medeverdachte 2] , p. 399; het proces-verbaal van aanhouding van [verdachte] , p. 366; het proces-verbaal van aanhouding van [medeverdachte 3] , p. 443.

4 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 310; het proces-verbaal van bevindingen LFO, p. 55; bijlage 1 bij het NFI-rapport van 23 maart 2018, p. 11.

5 Het aanvullend proces-verbaal LFO – geuren en deuren, p. 2/4.

6 Het proces-verbaal van bevindingen LFO, p. 57.

7 Het proces-verbaal van bevindingen LFO, p. 48-53; bijlage 1 bij het NFI-rapport van 23 maart 2018, p. 10-11.

8 Het NFI-rapport van 23 maart 2018, p. 6.

9 Het proces-verbaal van bevindingen LFO, p. 52-53; bijlage 1 bij het NFI-rapport van 23 maart 2018, p. 10-11.

10 Het aanvullend proces-verbaal LFO – vraag 1 van 18 december 2018, p. 4/5.

11 Het herzien NFI-rapport van 22 februari 2019, p. 6.

12 Het proces-verbaal van Waterschap Vallei en Veluwe, nummer 2018-005, p. 124.

13 Bijlage 8 bij het proces-verbaal van Waterschap Vallei en Veluwe, nummer 2018-005, p. 64-79.

14 Bijlage 7 bij het proces-verbaal van Waterschap Vallei en Veluwe, nummer 2018-005, p. 63.

15 Het proces-verbaal van Waterschap Vallei en Veluwe, nummer 2018-005, p. 124.

16 Het proces-verbaal van observatie dinsdag 28 november 2017, p. 35-36; het proces-verbaal van observatie maandag 4 december 2017, p. 40-41; het proces-verbaal van observatie donderdag 21 december 2017, p. 43-44.

17 Het proces-verbaal van observatie woensdag 10 januari 2018, p. 133-134.

18 Het proces-verbaal van bevindingen verkeerscontrole, p. 33.

19 Het proces-verbaal van uitkijken camerabeelden, p. 235 en 237; het aanvullend proces-verbaal van uitkijken camerabeelden van 24 september 2018.

20 Het proces-verbaal van uitkijken camerabeelden, p. 239-240; het aanvullend proces-verbaal van uitkijken camerabeelden van 24 september 2018.

21 Het proces-verbaal van 22 februari 2018, p. 256.

22 Het proces-verbaal van 22 februari 2018, p. 263.

23 Het proces-verbaal van 22 februari 2018, p. 245 en p. 249.

24 Het proces-verbaal van uitkijken camerabeelden, p. 242; het proces-verbaal van bevindingen Molier van 30 augustus 2018.

25 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] , p. 466.

26 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 281-283.

27 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 310.

28 Het proces-verbaalnummer 53, biologisch vooronderzoek; het NFI-rapport van 19 juli 2018.

29 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 310.

30 Het proces-verbaalnummer 53, biologisch vooronderzoek; het NFI-rapport van 2 augustus 2018.