Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:1418

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-03-2019
Datum publicatie
02-04-2019
Zaaknummer
05/840917-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van zijn moeder en zijn broertje en dat hij zijn broertje heeft bedreigd door een mes in zijn richting te houden. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de vernieling van een aantal goederen in de woning van zijn moeder. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan een drietal winkeldiefstallen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zonder noemenswaardige aanleiding grof geweld heeft gebruikt in de woning waar hij samen met zijn moeder en zijn broertje woonde en dat hij zijn frustratie heeft afgereageerd op zijn naasten. Zij houdt in de strafmaat ook rekening met het feit dat sprake is van undue delay en daarom zal zij de taakstraf enigszins beperken. Daarom zal de rechtbank een taakstraf opleggen voor de duur van 80 uren in plaats van de taakstraf van 120 uren die zonder undue delay passend was geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/840917-16, 05/841171-17, 05/059220-18 en 05/021420-18

Datum uitspraak : 28 maart 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,

raadsman: mr. E. Klijn, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 april 2018 en 14 maart 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Met betrekking tot parketnummer 05/840917-16

Feit 1

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Arnhem zijn moeder, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door deze [slachtoffer 1] (met kracht) tegen/op het (achter)hoofd te slaan en/of te stompen;

Feit 2

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Arnhem zijn broer [slachtoffer 2] , heeft mishandeld door deze [slachtoffer 2] één of meerdere malen (met kracht) tegen/op het lichaam te stompen en/of te slaan en/of te trappen en/of te schoppen;

Feit 3

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Arnhem [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes in de richting van die [slachtoffer 2] gehouden en/of voornoemde [slachtoffer 2] dreigend een de woorden toegevoegd :"Ik ga [slachtoffer 2] vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Feit 4

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Arnhem opzettelijk en wederrechtelijk een televisie en/of een laptop en/of een deur en/of gordijnen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Met betrekking tot parketnummer 05/841171-17

hij op of omstreeks 19 oktober 2017 te Arnhem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere tube(s) creme (Olaz), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Met betrekking tot parketnummer 05/059220-18

hij op of omstreeks 29 januari 2018 te Arnhem een fles Hennessy Cognac, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Gall & Gall, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Met betrekking tot parketnummer 05/021420-18

hij op of omstreeks 30 januari 2018 te Arnhem JBL-speaker, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de Mediamarkt (gelegen aan Velperplein 13), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten, met uitzondering van de vernieling van de gordijnen, tenlastegelegd onder feit 4 van parketnummer 05/840917-16.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van parketnummer 05/840917-16 heeft de raadsman zich ter zake de onder 1 tenlastegelegde mishandeling van [slachtoffer 1] op het standpunt gesteld dat verdachte niet het opzet had op de mishandeling en dat verdachte daarom van dit feit moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de onder 3 tenlastegelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht heeft de raadsman opgemerkt dat dit feit evenmin bewezen kan worden aangezien [slachtoffer 2] niet op de hoogte was geraakt van de bedreiging zodat er bij [slachtoffer 2] geen redelijke vrees is ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen. Verdachte moet dan ook van dit feit worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

De mishandeling van [slachtoffer 2] (feit 2) en de vernieling van de televisie, de laptop en de deur (feit 4) kunnen naar mening van de raadsman bewezen worden verklaard. Verdachte dient te worden vrijgesproken van de vernieling van de gordijnen.

De verdediging heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de winkeldiefstallen, tenlastegelegd onder de parketnummers 05/841171-17, 05/059220-18 en 05/ 021420-18, eveneens wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Beoordeling door de rechtbank

Met betrekking tot parketnummer 05/840917-16 1

Feiten 1, 2, 3 en 4

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen.

In de aangifte heeft [slachtoffer 2] – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij op 16 september 2016 in de woning was met zijn moeder en zijn broertje, zijnde verdachte. Na een woordenwisseling over geld werd verdachte erg boos en heeft verdachte aangever meermalen met beide handen en vuisten geslagen en geschopt. Hij heeft aangever overal geraakt. Aangever had pijn en letsel. Vervolgens zag aangever dat verdachte naar de keuken rende en dat verdachte een groot keukenmes pakte. Aangever zag dat verdachte achter hem aan ging met het keukenmes en aangever is daarop snel de gang in gerend en heeft de deur achter zich dicht getrokken. Moeder, [slachtoffer 1] , is vervolgens voor de deur gaan zitten waardoor verdachte niet naar aangever kon. Aangever werd hier zo boos over dat hij een gat in de deur heeft geslagen. Toen verdachte weg was, zag aangever dat zijn laptop vernield was.2

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat zij op 16 september 2016 thuis in haar woning in Arnhem was samen met haar twee zoons, [slachtoffer 2] en [verdachte] , zijnde aangever en verdachte. Op enig moment ontstond er een ruzie tussen [slachtoffer 2] en verdachte, wat leidde tot een handgemeen. Terwijl verdachte wild om zich heen sloeg, raakte hij met zijn arm of hand de achterkant van het hoofd van aangeefster. Aangeefster voelde direct pijn aan de achterzijde van haar hoofd. Vervolgens pakte verdachte de televisie en gooide deze op de grond kapot. Aangeefster zag vervolgens dat verdachte naar de keuken liep en dat hij een groot vleesmes pakte. Ze hoorde verdachte meermalen schreeuwen dat hij [slachtoffer 2] ging vermoorden. [slachtoffer 2] is toen de gang in gevlucht en heeft de deur dicht gedaan. Aangeefster is voor de deur blijven staan. Verdachte stond toen voor haar met het mes in zijn handen. Aangeefster heeft het mes afgepakt en vervolgens zag ze dat verdachte uit boosheid de laptop van [slachtoffer 2] vernielde.3

Verdachte heeft bij de politie4 en ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij die dag erg boos was omdat hij geen geld kreeg van zijn moeder. Zijn broertje, [slachtoffer 2] , bemoeide zich ermee en toen kregen ze ruzie. Ze begonnen te bekvechten en verdachte heeft met spullen gegooid. Hij heeft de laptop, de televisie en de deur vernield. Ook heeft hij zijn broertje [slachtoffer 2] geschopt en geslagen. Tijdens deze vechtpartij heeft hij zijn moeder op haar achterhoofd geraakt. Op enig moment is hij naar de keuken gelopen en heeft hij een mes gepakt. Verdachte is met dit mes achter [slachtoffer 2] en zijn moeder aangegaan. [slachtoffer 2] is de gang in gevlucht en heeft de gangdeur dichtgedaan. Omdat zijn moeder voor deze deur bleef staan, heeft verdachte hard op de gangdeur geslagen waardoor er een gat in de deur is ontstaan.

De rechtbank is op grond van bovenvermelde verklaringen van oordeel dat genoegzaam vast is komen te staan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van zijn moeder, [slachtoffer 1] en aan de mishandeling en de bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht van zijn broertje, [slachtoffer 2] , door dreigend een mes in de richting van aangever te houden. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de woordelijke bedreiging zoals tenlastegelegd, zodat verdachte van dit onderdeel dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de mishandeling van [slachtoffer 1] heeft de raadsman betwist dat verdachte opzet heeft gehad op het toebrengen van letsel. De rechtbank is van oordeel dat het handelen van verdachte op zijn minst voorwaardelijk opzet met zich brengt, nu verdachte, door als een wilde om zich heen te slaan, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij daarbij iemand zou kunnen raken. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen.

De rechtbank acht daarnaast bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de vernieling van de televisie, de laptop en de deur. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de vernieling van de gordijnen en zal verdachte daarom van dit onderdeel vrijspreken.

Met betrekking tot parketnummer 05/841171-17 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte door [naam 1] namens Kruidvat Arnhem;6

- de verklaring van verdachte afgelegd bij de politie7 en ter terechtzitting van 14 maart 2019.

Met betrekking tot parketnummer 05/059220-18 8

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte door [naam 2] namens Gall & Gall Arnhem;9

- de verklaring van verdachte afgelegd bij de politie10 en ter terechtzitting van 14 maart 2019.

Met betrekking tot parketnummer 05/021420-18 11

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte door [naam 3] namens Media Markt Arnhem;12

- de verklaring van verdachte afgelegd bij de politie13 en ter terechtzitting van 14 maart 2019.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Met betrekking tot parketnummer 05/840917-16

Feit 1

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Arnhem zijn moeder, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door deze [slachtoffer 1] (met kracht) tegen/op het (achter)hoofd te slaan en/of te stompen;

Feit 2

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Arnhem zijn broer [slachtoffer 2] , heeft mishandeld door deze [slachtoffer 2] één of meerdere malen (met kracht) tegen/op het lichaam te stompen en/of te slaan en/of te trappen en/of te schoppen;

Feit 3

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Arnhem [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes in de richting van die [slachtoffer 2] gehouden en/of voornoemde [slachtoffer 2] dreigend een de woorden toegevoegd :"Ik ga [slachtoffer 2] vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Feit 4

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Arnhem opzettelijk en wederrechtelijk een televisie en/of een laptop en/of een deur en/of gordijnen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Met betrekking tot parketnummer 05/841171-17

hij op of omstreeks 19 oktober 2017 te Arnhem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere tube(s) crème (Olaz), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Met betrekking tot parketnummer 05/059220-18

hij op of omstreeks 29 januari 2018 te Arnhem een fles Hennessy Cognac, in elk geval enig goed, dat die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Gall & Gall, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Met betrekking tot parketnummer 05/021420-18

hij op of omstreeks 30 januari 2018 te Arnhem JBL-speaker, in elk geval enig goed, dat die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de Mediamarkt (gelegen aan Velperplein 13), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Met betrekking tot parketnummer 05/840917-16

Feit 1:

Mishandeling begaan tegen zijn moeder.

Feit 2:

Mishandeling begaan tegen zijn broer.

Feit 3:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Feit 4:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Met betrekking tot parketnummer 05/841171-17

Diefstal.

Met betrekking tot parketnummer 05/059220-18

Diefstal.

Met betrekking tot parketnummer 05/021420-18

Diefstal.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat opgemerkt dat voor de feiten van 16 september 2016 ernstig rekening moet worden gehouden met het tijdsverloop en met het feit dat verdachte, gelet op zijn psychische gesteldheid destijds, ontoerekeningsvatbaar was. De raadsman heeft zich dan ook op standpunt gesteld dat voor deze feiten geen straf meer kan worden opgelegd.

Ten aanzien van de winkeldiefstallen heeft de raadsman een taakstraf voor de duur van 20 uur bepleit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte op de goede weg is en dat een forse straf geen recht doet aan de goede weg die verdachte nu aan het bewandelen is.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft ook gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 20 februari 2019;

- een voorlichtingsrapportage van Iriszorg, gedateerd 23 maart 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Iriszorg, gedateerd 4 maart 2019.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van zijn moeder en zijn broertje en dat hij zijn broertje heeft bedreigd door een mes in zijn richting te houden. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de vernieling van een aantal goederen in de woning van zijn moeder.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zonder noemenswaardige aanleiding grof geweld heeft gebruikt in de woning waar hij samen met zijn moeder en zijn broertje woonde. De rechtbank neemt het verdachte extra kwalijk dat hij zijn boosheid en frustratie heeft afgereageerd op zijn naasten, zijn moeder en zijn broertje. Naast dat zij hierdoor letsel hebben opgelopen heeft verdachte hen ook schrik aangejaagd. De gebeurtenissen zijn voor de slachtoffers zeer beangstigend en bedreigd geweest. Het bewezen verklaarde is daarmee een ernstige vorm van huiselijk geweld.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een drietal winkeldiefstallen.

Voor wat betreft de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de

rechtbank onder meer gelet op voormelde rapporten van Iriszorg. Daaruit komt naar voren dat

de feiten kunnen worden verklaard als gevolg van langer bestaande verslavingsproblematiek

(gokken en cannabis) en dat als gevolg hiervan een gebrek aan inkomsten bestond. Verder komt

naar voren dat betrokkene naast psychische klachten te maken had met gedragsproblemen. Dit

alles resulteerde in een vicieuze cirkel van psychische klachten in relatie tot het gebruik van

middelen en het plegen van vermogensdelicten, aldus Iriszorg.

Echter, sinds 8 maanden verkrijgt betrokkene vrijwillige hulpverlening van jeugd FACT

Iriszorg. Deze hulpverlening verloopt positief, mede omdat betrokkene nu trouw zijn medicijnen neemt.

Klinische hulpverlening wordt door de reclassering en Jeugd FACT Iriszorg dan ook op dit moment niet meer nodig geacht. Mocht blijken dat sprake is van toenemende psychiatrische klachten, een terugval in gokken/middelengebruik en/of delictgedrag, dan zijn er binnen de vrijwillige hulpverlening mogelijkheden om de nodige hulp te realiseren. Concluderend is de reclassering van mening dat betrokkene positief gebruik maakt van de vrijwillige hulp en dat er dan ook geen reden is om hulp in een gedwongen kader te laten plaatsvinden.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting en heeft daarnaast ten gunste van verdachte mee gewogen zijn jeugdige leeftijd en het feit dat verdachte al geruime tijd geen contact meer heeft gehad met politie en/of justitie.

De rechtbank heeft daarnaast meegewogen dat verdachte zich de impact van zijn daden lijkt te realiseren en er spijt van heeft, dat hij gemotiveerd is om tot een gedragsverandering te komen, dat hij positief staat tegenover reclasseringsbegeleiding en dat hij reeds vrijwillig onder behandeling staat en bereid is deze vrijwillig voort te zetten.

De rechtbank stelt, met de officier van justitie en de raadsman, vast dat sprake is van undue delay ten aanzien van de feiten die gepleegd zijn op 16 september 2016. Immers, heeft het bijna twee jaar geduurd voordat verdachte voor deze feiten werd gedagvaard, en heeft het vervolgens zonder aanwijsbare reden bijna een jaar geduurd voordat de zaak opnieuw op zitting werd gepland.

De rechtbank acht oplegging van een taakstraf in beginsel passend en geboden. De rechtbank zal, zoals ook door de officier van justitie is voorgesteld, de omvang van het op te leggen aantal uren taakstraf echter beperken, gelet op het feit dat sprake is van undue delay. De rechtbank zal daarnaast geen voorwaardelijk strafdeel opleggen.

Zij overweegt daartoe dat verdachte het afgelopen jaar heeft aangetoond dat hij geen voorwaardelijke straf en verplichte begeleiding nodig heeft om hem ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen.

Bij gebrek aan onderbouwing heeft de rechtbank met betrekking tot de hoogte van de straf geen rekening gehouden met de psychische gesteldheid van verdachte ten tijde van het plegen van de delicten, temeer nu verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij zich destijds ‘wel onder controle had.’

De rechtbank zal, alles afwegend, een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, in plaats van 120 uren taakstraf die zonder undue delay passend waren geweest.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging

van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde [naam 2] heeft zich namens Gall & Gall in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder parketnummer 05/059220-18 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 215,78.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht het gevorderde met betrekking tot de fles Hennessy Cognac toe te wijzen, te weten € 18,79, en de gevorderde schade met betrekking tot de USB-stick af te wijzen aangezien benadeelde de USB-stick terug heeft gekregen. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade van € 181,- heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat, als deze schade nog niet gevorderd is bij de Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA)/Stichting Afrekenen met winkeldieven, deze schade beschouwd moet worden als materiële schade en alsdan toegewezen kan worden.

De officier van justitie vordert daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, alsmede toewijzing van de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de vordering op het standpunt gesteld dat de gevorderde schade met betrekking tot de fles Hennessy Cognac toegewezen kan worden en dat de gevorderde schade met betrekking tot de USB-stick en de immateriële schade afgewezen moet worden.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [naam 2] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 68,79 schade heeft geleden, bestaande uit € 18,79 inzake de fles Hennessy Cognac en een geschat bedrag van € 50,- in verband met de tijd die het benadeelde heeft gekost om aangifte van winkeldiefstal te doen, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering. De benadeelde partij kan derhalve dat deel van de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De vordering dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2018.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 24c, 36f, 57, 285, 300, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een taakstraf, te weten een werkstraf gedurende 80 (tachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 2] .

 Veroordeelt verdachte ten aanzien van de feiten tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam 2], van een bedrag van € 68,79 (acht en zestig euro en negen en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2018, tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 2] , een bedrag te betalen van € 68,79 (acht en zestig euro en negen en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 1 dag hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 verklaart de benadeelde partij [naam 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.W. Monteiro (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en mr. E.H.T. Rademaker, rechters, in tegenwoordigheid van E.T. Vriezekolk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 maart 2019.

Mr. Monteiro is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant van de politie Oost Nederland, District Gelderland- Midden, Basisteam IJsselwaarden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016460714, gesloten op 17 september 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , pag. 14-15.

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , pag. 17-18.

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 37-38.

5 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant van de politie Oost Nederland, District Gelderland-Midden, Basisteam Rivierenland-Oost, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600- 2017485212, gesloten op 28 oktober 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

6 Proces-verbaal van aangifte door [naam 1] namens Kruidvat Arnhem, pag. 8-12.

7 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 17-18.

8 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant van de politie Oost Nederland, District Gelderland- Midden, Basisteam Arnhem-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018059797, gesloten op 27 maart 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

9 Proces-verbaal van aangifte door [naam 2] namens Gall & Gall Arnhem, pag. 5.

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 15-16.

11 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant van de politie Oost Nederland, District Gelderland- idden, Districtsrecherche Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600- 2018047387, gesloten op 5 februari 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

12 Proces-verbaal van aangifte door [naam 3] namens Gall & Gall Arnhem, pag. 10-11.

13 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 18.