Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:1389

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-03-2019
Datum publicatie
01-04-2019
Zaaknummer
05/780050-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft een 48-jarige man uit Apeldoorn vrijgesproken van het (mede)plegen, althans medeplichtigheid aan mensenhandel en van deelnemen aan een criminele organisatie. De man is wel veroordeeld voor het medeplegen van schuldwitwassen tot een taakstraf voor de duur van 120 uur voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar.

De man was verdachte in een grootschalig onderzoek waarbij eerder door de rechtbank meerdere personen zijn veroordeeld voor onder meer mensenhandel, witwassen en het deelnemen aan een criminele organisatie. De man is veroordeeld voor schuldwitwassen, omdat hij een overeenkomst heeft ondertekend, waarin stond dat hij geld uitleende. Die overeenkomst was bedoeld om crimineel geld mee wit te wassen. Van een echte geldlening geen sprake.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank enerzijds in aanmerking genomen dat mede door het handelen van de man geld, dat was vergaard in de “onderwereld” een schijn van legaliteit werd gegeven waarmee vervolgens investeringen in de “bovenwereld” konden worden gedaan. Daarmee heeft de man bijgedragen aan ondermijning van het financieel stelsel. De rechtbank heeft de man niet veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, allereerst omdat de man in een min of meer afhankelijke positie verkeerde van degenen die de door hem ondertekende overeenkomst van geldlening misbruikten. Ook heeft de rechtbank meegewogen dat het strafbare feit is bijna vier jaar geleden is begaan, alsmede dat de man al geruime tijd geleden is gedagvaard voor onder meer mensenhandel en het deelnemen aan een criminele organisatie, van welke feiten hij bij vonnis van heden geheel is vrijgesproken. De man heeft daarover lang in onzekerheid gezeten en gezien de forse straffen die de rechtbank in 2017 aan medeverdachten voor die feiten heeft opgelegd moet die onzekerheid zwaar op hem hebben gedrukt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/780050-15

Datum uitspraak : 25 maart 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

Raadsman: mr. S. Kriekaard, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 februari 2017, 1 mei 2017, 22 oktober 2018 en 11 maart 2019.

1 De inhoud van de tenlastelegging

De inhoud van de tenlastelegging is te vinden in de bijlage bij dit vonnis, en omvat kort weergegeven de navolgende verdenkingen:

 feit 1: (mede)plegen van, althans medeplichtigheid aan mensenhandel in de periode van 1 februari 2013 tot en met 3 februari 2015 met betrekking tot [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] ;

 feit 2: (mede)plegen van witwassen, althans schuldwitwassen in de periode van 25 mei 2014 tot en met 3 februari 2015;

 feit 3: deelnemen aan een criminele organisatie in de periode van 1 februari 2013 tot en met 3 februari 2015.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van de feiten 1 primair en subsidiair, 2 primair en 3:

Evenals de officier van justitie en de verdediging heeft de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting en de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

[betrokkene 1] had sinds 24 mei 2012 een eenmanszaak “ [naam] ”.2 Op 24 december 2014 is de rechtsvorm “eenmanszaak” gewijzigd in een “Besloten Vennootschap” en stond [betrokkene 1] als enig aandeelhouder en bestuurder geregistreerd.3

Uit zowel het saldo-overzicht4 als het grootboekoverzicht5 volgt dat er vanaf 1 juli 2014 geldbedragen in- en afgeboekt werden. De rechtbank gaat daarom uit van 1 juli 2014 als de werkelijke startdatum van de besloten vennootschap “ [naam] ” van [betrokkene 1] .

Van het in de nieuwe vennootschap ingebrachte (start)kapitaal had een totaalbedrag van 48.300 euro een onbekende herkomst.6

Tijdens een doorzoeking op het adres [adres] te Apeldoorn in de bedrijfsloods en op het bedrijfsterrein (het vestigingsadres van [naam] ) werden, naast een aanzienlijke hoeveelheid goederen, ook bescheiden en een administratie aangetroffen.7 In die administratie bevond zich een op 25 mei 2014 gedagtekende, handgeschreven leenovereenkomst (hierna: de leenovereenkomst) tussen [verdachte] (verdachte) en [betrokkene 1] ten bedrage van € 20.000,-- tegen een renteloze regeling.8 De leenovereenkomst is voorzien van één handtekening, onder de naam van verdachte.

Bij vonnissen d.d. 3 maart 2017 zijn [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 3] veroordeeld wegens, onder meer, deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, waaronder gewoontewitwassen.9

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte op 25 mei 2014 te Apeldoorn, samen met een ander, heeft verhuld wat de herkomst was van een geldbedrag van € 15.000, terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat geldbedrag, onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit misdrijf.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en daartoe, kort zakelijk weergegeven, het navolgende aangevoerd.

Verdachte is analfabeet, gebruikte in die periode drugs, had geen geld en had geen dak boven zijn hoofd. Verdachte was zich daarom niet bewust van hetgeen hij ondertekende, als hij al degene was die de handtekening op de leenovereenkomst had gezet. Bovendien heeft hij nooit geld uitgeleend aan [betrokkene 1] of haar onderneming. Verdachte kon immers een dergelijk geldbedrag niet uitlenen gezien zijn slechte financiële situatie. Verdachte maakte ook geen deel uit van de criminele organisatie, zodat niet kan worden gezegd dat hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat sprake was van verhulling van de herkomst van crimineel geld.

Beoordeling door de rechtbank

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat de handtekening onder de leenovereenkomst lijkt op zijn handtekening, maar dat hij zich niet kan herinneren die handtekening te hebben gezet. Ten overstaan van de politie op 3 maart 2015 heeft verdachte uitvoerig over de totstandkoming van de leenovereenkomst d.d. 24 mei 2014 verklaard, waarbij hij ook heeft erkend deze handtekening te hebben gezet.10 Gelet op het vorenstaande gaat de rechtbank ervan uit dat de handtekening daadwerkelijk door verdachte onderaan de leenovereenkomst is geplaatst.

De rechtbank gaat er voorts van uit dat verdachte niet werkelijk het genoemde geldbedrag ad 20.000 euro heeft uitgeleend aan [betrokkene 1] , dan wel aan de op haar naam staande onderneming. Immers, verdachte heeft dit ter terechtzitting uitdrukkelijk ontkend en ook is niet gebleken dat hij over zoveel geld kon beschikken.11 In 2013 had verdachte een legaal inkomen van € 14.465,--.12 In 2014 was dit € 14.568,--.13 De rechtbank merkt de leenovereenkomst derhalve als een schijnconstructie aan.

De rechtbank overweegt vervolgens dat de leenovereenkomst is aangetroffen in de bedrijfs-administratie van [naam] . Nu enerzijds sprake is van een onverklaard (start)kapitaal van deze onderneming en anderzijds deze leenovereenkomst een schijnconstructie betreft, heeft de rechtbank de overtuiging dat de leenovereenkomst bedoeld was om te dienen als een schijnverklaring voor de herkomst van kapitaal dat voor de bedrijfsvoering zou zijn gebruikt. Aldus is de werkelijke herkomst van dat kapitaal verhuld.

In het eerder genoemde vonnis van [betrokkene 2] heeft de rechtbank Gelderland overwogen dat [naam] werd gebruikt om criminele gelden in te brengen en wit te wassen. 14

De rechtbank neemt de desbetreffende overweging en bewijsmiddelen over.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat [naam] weliswaar geregistreerd stond op naam van [betrokkene 1] , maar dat de feitelijke leiding bij onder meer [betrokkene 2] lag. Immers, [betrokkene 2] was de persoon die voor de bedrijfsvoering belangrijke handelingen verrichte en die beslissingen nam. Zo stond op een verzekeringsaanvraag voor [naam] het adres van [betrokkene 2] vermeld15, werd het e-mailadres van [betrokkene 2] gebruikt bij advertenties voor het autobedrijf16 en werden vrijwaringsbewijzen van auto’s doorgemaild naar het e-mailadres van [betrokkene 2]17. Ook stond het telefoonnummer van [betrokkene 2] op internet vermeld als het telefoonnummer van [naam] .18

Voorts volgt uit een afgeluisterd telefoongesprek dat [betrokkene 2] telefonisch opdracht gaf om te zorgen dat € 2.000 op de rekening van [betrokkene 1] moest komen te staan en dat de belasting aan [betrokkene 1] zal worden betaald, waarna [betrokkene 1] dat dan weer in de zaak kon pompen.19

[betrokkene 2] is schuldig bevonden aan verschillende strafbare feiten, waaronder afpersing en oplichting, die naar hun aard gericht zijn op vergaring van criminele opbrengsten.20

De rechtbank heeft derhalve de overtuiging dat de leenovereenkomst bedoeld was om de herkomst van illegale opbrengsten van criminele gedragingen door (onder meer) [betrokkene 2] te verhullen en daaraan de schijn van een legale herkomst te geven.

Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden in hoeverre verdachte van deze schijnconstructie op de hoogte was. Daartoe overweegt de rechtbank allereerst dat verdachte er van op de hoogte was dat [betrokkene 2] een actieve rol speelde in de bedrijfsvoering van [naam] . Hij heeft immers verklaard dat [betrokkene 2] hem heeft aangeboden om op de [adres] te logeren en dat hij vanaf dag één wist dat zij daar met een bedrijf bezig waren. Verdachte heeft verklaard dat [betrokkene 3] zich hoofdzakelijk met de autohandel aan de [adres] bezighield, maar dat hij zich wel liet informeren/ begeleiden door [betrokkene 2] .21

Voorts overweegt de rechtbank dat op 1 maart 2015 een telefoongesprek is gevoerd tussen [betrokkene 2] (“ [betrokkene 2] ” genoemd) en verdachte waarin “ [betrokkene 2] ” en verdachte de navolgende woorden hebben gewisseld:

a. [betrokkene 2] : “[…] er zijn mensen die een bezoekje nodig hebben”,

met als reactie van verdachte: “ik ga met u mee haha”. 22

[betrokkene 2] : “[…] die zwerver moet straf hebben”,

met als reactie van verdachte: “Komt goed.”.23

De rechtbank overweegt verder dat in oktober 2014 [betrokkene 4] is bezocht door [betrokkene 2] en verdachte. Volgens [betrokkene 2] had [betrokkene 4] een schuld van een halve ton bij hem en in het gesprek heeft [betrokkene 2] [betrokkene 4] uitgenodigd erover te komen praten. Verdachte heeft in dat gesprek vervolgens tegen [betrokkene 4] gezegd: “Ik zou het maar gauw doen. Als je niet doet wat [betrokkene 2] zegt, dan snij ik persoonlijk je strot door”.24

Op grond van het voorgaande heeft de rechtbank de overtuiging dat verdachte - ten minste - wetenschap had van de betrokkenheid van [betrokkene 2] in het autobedrijf en van lucratieve strafbare feiten, gepleegd door - in elk geval - [betrokkene 2] . Derhalve had verdachte - minst genomen - redelijkerwijze moeten vermoeden dat de door hem ondertekende leenovereenkomst, waar immers geen daadwerkelijke lening tegenover stond, gebruikt werd om crimineel geld wit te wassen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 mei 2014 tot en met 3 februari 2015 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) van een voorwerp, te weten (een) geldbedrag(en), zijnde een deel van een totaal geldbedrag van ongeveer 48.300 euro, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen/verhuld en/of heeft/hebben verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op het/die voorwerp(en) /geldbedrag(en) was/waren,

terwijl hij en/of verdachtes mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat die/dat geldbedrag(en) (telkens) –onmiddellijk of middellijk- (mede) afkomstig was/waren uit misdrijf.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2 subsidiair:

Medeplegen van schuldwitwassen.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf voor de duur van 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar.

Het standpunt van de verdediging

Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, heeft de verdediging een lagere taakstraf bepleit.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie, gedateerd 21 januari 2019.

De rechtbank overweegt meer in het bijzonder dat verdachte zich, samen met anderen, heeft

schuldig gemaakt aan witwashandelingen door een overeenkomst van geldlening te

ondertekenen waarmee geld, dat was vergaard in de “onderwereld”, een schijn van legaliteit

werd gegeven waarmee vervolgens investeringen in de “bovenwereld” konden worden

gedaan. Met deze handelwijze heeft ook verdachte bijgedragen aan ondermijning van het

financieel stelsel. Voorts heeft verdachte op deze wijze het normale uitgangspunt dat

misdaad niet mag lonen, ondermijnd.

Mede gezien de hoogte van de desbetreffende bedragen, is in beginsel een onvoorwaardelijke

gevangenisstraf voor dit feit zonder meer passend en geboden.

Echter, in de onderhavige zaak ziet de rechtbank gelet op het navolgende aanleiding om te volstaan met een straf die gelijk is aan de eis van de officier van justitie. In de periode dat verdachte de leenovereenkomst ondertekende, verkeerde hij in een min of meer afhankelijke positie van degenen die die overeenkomst misbruikten. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat sprake is van een aanzienlijk tijdsverloop; het strafbare feit is bijna vier jaar geleden begaan. Daarnaast is verdachte al geruime tijd geleden gedagvaard, welke dagvaarding mede betrekking had op mensenhandel en het deelnemen aan een criminele organisatie, van welke feiten hij bij vonnis van heden geheel zal worden vrijgesproken. Eerst vijf dagen voor de zitting heeft de officier van justitie verdachte meegedeeld vrijspraak te zullen vorderen voor beide laatstgenoemde feiten. Verdachte heeft ten aanzien van die verdenkingen geruime tijd in onzekerheid gezeten en gezien de forse straffen die de rechtbank in 2017 aan medeverdachten voor die feiten heeft opgelegd, moet die onzekerheid zwaar op verdachte hebben gedrukt.

7a. De beoordeling van de civiele vordering

Nu de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het hem onder 1 ten laste gelegde feit, voor welk feit [benadeelde 1] zich als benadeelde partij heeft gevoegd in het strafproces, zal die benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 47, 63, 420quater van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte het overige tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot het verrichten van een taakstraf voor de duur van 120

(éénhonderdtwintig) uren;

 bepaalt, dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op 1 (één) jaar wordt bepaald, te weten dat de veroordeelde zich niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht (3 dagen = 6 uur).

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] .

 verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.B. Heijmans (voorzitter), mr. P.C. Quak en mr. C.E.W. van de Sande, rechters, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 maart 2019.

Bijlage: tenlastelegging

Aan verdachte is, na een toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij, op één of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 februari 2013 tot en met 3 februari 2015 te Apeldoorn, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) ander(en), te weten [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijk verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of doormisbruik van de kwetsbare positie, heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] ,

en/of

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , en/of (telkens) met één of meerdere van de onder 1° genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar/hun seksuele handelingen

met en/of voor een derde, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (één of meermalen)

  • -

    (seks)advertenties op internet geplaatst en/of

  • -

    de klanten naar die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] gebracht en/of die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] bij klanten gebracht en/of

  • -

    gecontroleerd hoeveel klanten die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] had(den) en/of hoeveel geld ze daarmee had(den) verdiend en/of betaalafspraken gemaakt met de klanten en/of

  • -

    het door [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] verdiende geld (deels) ingenomen en/of beheerd en/of (deels) aangewend voor zijn/hun eigen gebruik en/of

  • -

    de werktijden van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] als prostituee(s) bepaald en/of

  • -

    meerdere condooms verstrekt aan die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of

  • -

    één of meerdere auto-kentekens op naam van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] gezet en/of

  • -

    de mobiele telefoon en/of privé-contacten van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] gecontroleerd en/of de mobiele telefoon van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] afgepakt en/of in beslaggenomen (teneinde haar/hun privéleven te kunnen beheersen) stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

[betrokkene 3] en/of [betrokkene 2] , op één of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 februari 2013 tot en met 3 februari 2015 te Apeldoorn, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) ander(en), te weten [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijk verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of doormisbruik van de kwetsbare positie, heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] ,

en/of

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan [betrokkene 3] en/of [betrokkene 2] en/of zijn/hun mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het

verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of (telkens) met één of meerdere van de onder 1° genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft/hebben bewogen [betrokkene 3] en/of [betrokkene 2]

en/of zijn/hun mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar/hun seksuele handelingen met en/of voor een derde, immers heeft/hebben [betrokkene 3] en/of [betrokkene 2] en/of zijn/hun mededader(s) (één of meermalen)

  • -

    (seks)advertenties op internet geplaatst en/of

  • -

    de klanten naar die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] gebracht en/of die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] bij klanten gebracht en/of

  • -

    gecontroleerd hoeveel klanten die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] had(den) en/of hoeveel geld ze daarmee had(den) verdiend en/of betaalafspraken gemaakt met de klanten en/of

  • -

    het door [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] verdiende geld (deels) ingenomen en/of beheerd en/of (deels) aangewend voor zijn/hun eigen gebruik en/of -de werktijden van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] als prostituee(s) bepaald en/of

  • -

    meerdere condooms verstrekt aan die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of

  • -

    één of meerdere auto-kentekens op naam van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] gezet en/of

  • -

    de mobiele telefoon en/of privé-contacten van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] gecontroleerd en/of de mobiele telefoon van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] afgepakt en/of in beslaggenomen (teneinde haar/hun privéleven te kunnen beheersen)

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 februari 2013 tot en met 3 februari 2015 te Apeldoorn, althans te Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] weg te brengen en/of op te halen en/of kamers te huren en/of aanwezig te zijn bij afspraken met klanten;

2.

hij, op één (of meer) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode 25 mei 2014 tot en met 3 februari 2015, te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een voorwerp, te weten (een) geldbedrag(en), (een deel van het in

totaal zijnde een geldbedrag van ongeveer 48.300,-), te verwerven en/of voorhanden te hebben en/of over te dragen en/of om te zetten en/of van die/dat geldbedrag(en) gebruik te maken, terwijl hij en/of verdachtes mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat die/dat geldbedrag(en),(telkens) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 mei 2014 tot en met 3 februari 2015 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) van een voorwerp, te weten (een) geldbedrag(en), een deel van het in totaal zijnde een geldbedrag van ongeveer 48.300,--) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen/verhuld en/of heeft/hebben verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op het/die voorwerp(en) /geldbedrag-(en) was/waren terwijl hij en/of verdachtes mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat die/dat geldbedrag(en) (telkens) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit misdrijf.

3.

hij, op één (of meer) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 februari 2013 tot en met 3 februari 2015 te Apeldoorn, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, heeft/hebben deelgenomen aan een organisatie, te weten een

samenwerking van natuurlijke en/of rechtsperso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het meermalen plegen van - oplichting (artikel 326 Sr) en/of - afpersing (artikel 317 Sr) en/of - bedreiging met zware mishandeling en/of enig misdrijf tegen het leven gericht (artikel 285 Sr) en/of - mensenhandel (artikel 273f Sr) en/of - (een gewoonte maken van) witwassen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de Districtsrecherche Noord- en Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 660, onderzoek WIDIA, gesloten op 12 januari 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Een bedrijfsprofiel [naam] , kamer van koophandel d.d. 11 november 2014 (pag. 5063 e.v.);

3 Een uittreksel uit de kamer van koophandel (pag. 5067 e.v.);

4 Saldo overzicht [naam] , pag. 5233-5244.

5 Grootboek overzicht [naam] B.V., pag. 5077-5099.

6 Proces-verbaal witwasonderzoek d.d. 16 juli 2015, pag. 5008 en pag. 5015

7 Een proces-verbaal van bevindingen (pag. 656);

8 Een leenovereenkomst d.d. 25 mei 2014 (pag. 5154/5155);

9 Vonnissen inzake [betrokkene 3] (parketnummers 05/880065-15 en 05/780045-15), [betrokkene 2] (parketnummers 05/880062-15 en 109464-14) en [betrokkene 1] (parketnummer 05/880175-15);

10 Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 maart 2015 (pag. 5166).

11 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 11 maart 2019, alsmede de getuigenverklaring van [betrokkene 3] bij de rechter-commissaris d.d. 2 augustus 2017, pag. 2.

12 Een schriftelijk bescheid “overzicht inkomstenverhoudingen per jaar” (pag. 5157).

13 Een schriftelijk bescheid “overzicht inkomstenverhoudingen per jaar” (pag. 5158).

14 Vonnis d.d. 3 maart 2017 inzake [betrokkene 2] (parketnummers 05/880062-15 en 05/109464-14), p. 35

15 Schriftelijk bescheid van Aegon Verzekeringen, pag. 5395-5396

16 Overzicht Marktplaats-advertenties, pag. 5323, alsmede het proces-verbaal van verhoor [betrokkene 2] , pag. 5289

17 Uitwerking e-mailberichten, pag. 829-851

18 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 5335

19 Uitwerking tapgesprek, pag. 1415

20 Vonnis d.d. 3 maart 2017 inzake [betrokkene 2] (parketnrs. 05/880062-15 en 05/109464-14), pag. 46/47

21 Een proces-verbaal van verhoor, inhoudende het 6e verhoor van [verdachte] (pag. 5841)

22 Een schriftelijk bescheid, te weten de uitwerking van een telefoongesprek (pag. 1417)

23 Een schriftelijk bescheid, te weten de uitwerking van een telefoongesprek (pag. 1439)

24 Een proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van R. [betrokkene 4] (pag. 2012);