Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:1278

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-02-2019
Datum publicatie
25-03-2019
Zaaknummer
C/05/349565 / JE RK 19-208
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Kinderrechter verleent machtiging gesloten jeugdzorg, hoewel meisje van 15 jaar in principe naar een besloten of open setting zou moeten kunnen. Het kost de GI echter erg veel moeite om een plek voor dit meisje met haar problematiek te zoeken. De bekostigingssystematiek na de ‘transitie in de jeugdzorg’ maakt dit alleen maar moeilijker omdat de beschikbare jeugdzorg afhangt van de gemeente waarin de moeder van het meisje woont en moeder net twee keer is verhuisd. Deze systematiek is er dus mede verantwoordelijk voor dat dit meisje al te lang op een gesloten afdeling zit, zonder dat de GI en de kinderrechter haar ergens anders kunnen plaatsen. De kinderrechter vindt dit onacceptabel.

Wetsverwijzingen
Jeugdwet 6.1.2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2019-0089
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Zaakgegevens: C/05/349565 / JE RK 19-208

Datum uitspraak: 26 februari 2019

Beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, hierna: de GI,

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,

betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] , hierna: de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

[vader] , hierna: de vader,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 14 februari 2019, ingekomen bij de griffie op 18 februari 2019;

- de verklaring d.d. 14 februari 2019 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de instemmende verklaring d.d. 21 februari 2019 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 26 februari 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [minderjarige] , bijgestaan door mr. R.J.M. Oerlemans,

- de heer [naam] namens de GI.

Opgeroepen en niet verschenen zijn:

- de moeder,

- de vader.

De feiten
Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[minderjarige] verblijft op dit moment op behandelgroep [groep] .

Bij beschikking van 29 juni 2018 van de rechtbank Oost-Brabant is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 6 juli 2019. De kinderrechter heeft bij beschikking van 30 november 2018 van dezelfde rechtbank een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 3 maart 2019.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van drie maanden (tot en met 2 juni 2019).

De GI heeft het verzoek gehandhaafd en het volgende ter zitting naar voren gebracht. Er is tot op heden geen passende plek gevonden voor [minderjarige] omdat enerzijds het woonplaatsbeginsel geldt, anderzijds instellingen afhaken vanwege de heftige problematiek van [minderjarige] . Dat de moeder nu van plan is terug te verhuizen naar de provincie Brabant, zorgt in de huidige situatie alleen maar voor nog meer onduidelijkheid. Een tijdelijk verblijf van [minderjarige] bij de moeder vindt de GI niet in het belang van [minderjarige] . De moeder heeft geen vaste woonplek en kan [minderjarige] daardoor niet de stabiliteit bieden die zij nodig heeft en een crisisplaatsing is vaak voor kortere duur. Een tijdelijke terugplaatsing naar de moeder zal de situatie alleen maar verslechteren. Op dit moment kan de veiligheid van [minderjarige] alleen gewaarborgd blijven binnen een gesloten setting.

Het standpunt van belanghebbenden

Door en namens [minderjarige] is ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. [minderjarige] zit bijna twee jaar in een traject voor een besloten plaatsing en heeft inmiddels op verschillende plekken verbleven. In eerste instantie leek een gezinshuis een geschikte plek. Echter de gedragswetenschapper binnen de huidige groep waar [minderjarige] verblijft is van mening dat een gezinshuis, vanwege de heftigheid van de problematiek en haar gedrag, geen kans van slagen heeft en dat meer gezocht moet worden naar een open leefgroep. Volgens de advocaat van [minderjarige] kan worden gesproken over een bijzonder ongelukkige samenloop van omstandigheden waar [minderjarige] uiteindelijk de dupe van is. Verder heeft de advocaat ter zitting geen concrete aanwijzingen gehoord waaruit blijkt dat op korte termijn een plek zal worden gevonden. [minderjarige] ervaart de gesloten plaatsing als een vrijheidsbeperking. [minderjarige] mist haar vrijheid en wil graag weer het normale leven oppakken. Namens [minderjarige] heeft de advocaat daarom primair verzocht om het verzoek af te wijzen. Subsidiair heeft de advocaat verzocht de duur van de machtiging te beperken zodat een vinger aan de pols kan worden gehouden.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren.

De kinderrechter heeft besloten om het verzoek van de GI toe te wijzen. Uit de overgelegde stukken, zoals de verklaring van de gedragswetenschapper, blijkt dat [minderjarige] vanwege haar gedragsproblemen en zelfbepalend gedrag veel behoefte heeft aan duidelijkheid. Hoewel de geschikte plek voor [minderjarige] nog niet is gevonden, acht de kinderrechter het van belang dat [minderjarige] de stabiliteit en duidelijkheid blijft ervaren die haar binnen de gesloten setting wordt geboden.

De kinderrechter acht de alternatieven, te weten een tijdelijke terugplaatsing naar de moeder of een tijdelijk verblijf in een crisissetting van [minderjarige] niet in haar belang. Immers, geadviseerd is dat een vervolgplek een plaats moet zijn waar [minderjarige] zo lang mogelijk stabiel kan blijven en dus niet een plek voor korte duur omdat [minderjarige] dan op korte termijn weer overgeplaatst zou moeten worden. De moeder woont ook niet stabiel (zij is sinds kort tijdelijk bij haar ouders ingetrokken nadat haar relatie is gestrand) en op een crisisplek voor volwassenen is onvoldoende aandacht voor de specifieke problematiek van [minderjarige] . Om in ieder geval de komende tijd te overbruggen is het daarom noodzakelijk dat [minderjarige] in de gesloten setting blijft. Deze plek is voor [minderjarige] veilig en vertrouwd en zij kan daar de komende tijd nog profiteren van de stabiliteit en structuur die deze setting biedt. Daarbij komt dat eerdere beloftes die aan [minderjarige] zijn gedaan over een vervolgplek niet gerealiseerd konden worden en dit heeft bij [minderjarige] voor onduidelijkheid en teleurstelling gezorgd. Daardoor heeft [minderjarige] onlangs nog een terugval gehad: zij heeft geblowd en XTC gebruikt waardoor zij op de intensive care is terechtgekomen. De kinderrechter durft daarom – kort gezegd – het risico niet aan om [minderjarige] nu op een besloten of open plek te plaatsen waar onvoldoende structuur is en zij (weer) kan terugvallen. Dan zou alles wat [minderjarige] in de afgelopen tijd heeft geleerd, mogelijk voor niets zijn geweest.

Uiteraard is het wel van belang is dat er snel duidelijkheid komt over de woonplaats van de moeder, dit in verband met het woonplaatsbeginsel, zodat de GI (hopelijk) sneller kan handelen om een passende plek voor [minderjarige] te vinden. De kinderrechter heeft echter onvoldoende zicht op de termijn waarbinnen een geschikte plek voor [minderjarige] kan worden gevonden. Om een nieuwe teleurstelling bij [minderjarige] te voorkomen, acht de kinderrechter het niet in het belang van [minderjarige] om de termijn van de verzochte machtiging in duur te beperken. De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp daarom verlenen voor de duur van drie maanden, te weten tot uiterlijk 2 juni 2019.

Tenslotte moet de kinderrechter nog het volgende van het hart. Eigenlijk is iedereen het er over eens dat [minderjarige] klaar is voor een volgende stap: een besloten of open setting. Het probleem is alleen dat niet iedere open setting geschikt is voor [minderjarige] . Daardoor is het zo moeilijk om voor haar een passende plek te vinden. De GI heeft in het verzoekschrift en ter zitting ook uitgebreid toegelicht hoeveel moeite het haar kost om een instelling bereid te vinden die [minderjarige] een passende vervolgplek kan bieden. En precies de ‘transitie in de jeugdzorg’, die ervoor bedoeld was om zorg beter te laten aansluiten bij de specifieke jeugdige, zorgt er in dit geval voor dat dit nog moeizamer wordt. De zoektocht wordt namelijk belemmerd doordat het aanbod van jeugdzorg voor [minderjarige] wordt bepaald door de vraag met welke zorgaanbieders de gemeente waarin de moeder van [minderjarige] woont, een contract heeft. De moeder is in korte tijd echter twee maal verhuisd naar een andere gemeente, wat tot het (door haar onbedoelde) effect heeft gehad dat de GI haar zoektocht telkens opnieuw kon beginnen. Tel daarbij op de wachtlijsten voor minderjarigen met de specifieke problematiek van [minderjarige] en het wordt alleen maar lastiger. Het komt er dus op neer dat (het bekostigingssysteem als gevolg van) de ‘transitie in de jeugdzorg’ er in dit geval dus mede toe heeft geleid dat een meisje van 15 jaar eigenlijk al (te) lang in de gesloten jeugdzorg zit, zonder dat er ergens anders een passende plaats is. De kinderrechter vindt dit onacceptabel.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 3 maart 2019 tot uiterlijk 2 juni 2019 betreffende de minderjarige [minderjarige] .

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Rietveld, kinderrechter, in tegenwoordigheid van N.L.J. Hitijahubessij als griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2019.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 maart 2019.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden