Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2019:1091

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-03-2019
Datum publicatie
14-03-2019
Zaaknummer
C/05/348103/ KG ZA 19-18
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. IE-zaak. Binx Smartility tegen Bincx. Merkinbreuk artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE. Handelsnaaminbreuk artikel 5 Hnw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/348103 / KG ZA 19-18

Vonnis in kort geding van 4 maart 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BINX SMARTILITY B.V.,

gevestigd te Groenlo,

eiseres,

advocaat mr. D.A. Grobokopatel te Doetinchem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BINCX B.V.,

gevestigd te Kootwijkerbroek,

gedaagde,

advocaat mr. E. Koekoek te Barneveld.

Partijen zullen hierna Binx Smartility en Bincx worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 31

  • -

    de nagezonden producties 32 tot en met 34 van Binx Smartility

  • -

    de nagezonden producties 35 en 36 van Binx Smartility

  • -

    de producties 1 tot en met 29 van Bincx

  • -

    de mondelinge behandeling van 4 februari 2019

  • -

    de pleitnota van Binx Smartility

  • -

    de pleitnota van Bincx

  • -

    de nagezonden kostenspecificatie van Binx Smartility

  • -

    de brief van 15 februari 2019 van Bincx

  • -

    de brief van 18 februari 2019 van Binx Smartility.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In september 2016 is een joint-venture opgericht onder de naam Binx Smartility waarin twee bouwbedrijven deelnemen, te weten WSI en [bouwbedrijf 2]. Binx Smartility houdt zich met name bezig met de realisatie van gebouwen van grote omvang die geen woonbestemming hebben, de zogenaamde utiliteitsbouw. Binx Smartility heeft als handelsnaam in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder andere de namen Binx Smartility en Binx laten registreren, onder welke namen zij ook naar buiten treedt.

2.2.

Binx Smartility heeft op 6 januari 2017 het Benelux-woordmerk BINX Smartility gedeponeerd voor klasse 37. Deze inschrijving is bekend onder inschrijvingsnummer 1007898.

2.3.

[bouwbedrijf 3] (hierna [bouwbedrijf 3]) is een bouwbedrijf dat eveneens werkzaam is in de utiliteitsbouw. Op 17 juli 2018 heeft zij aangekondigd haar onderscheidingsmiddelen, waaronder haar handelsnaam, per 1 oktober 2018 te zullen wijzigen in Bincx. Vooruitlopend daarop is [bouwbedrijf 3] eind 2017/begin 2018 gestart met het wijzigen van haar naam en logo op onder andere haar wagenpark, bedrijfskleding en reclamematerialen.

2.4.

In september 2018 is Binx Smartility bekend geraakt met het voorgenomen gebruik door [bouwbedrijf 3] van het teken en de naam Bincx. Binx Smartility heeft [bouwbedrijf 3] per e-mailbericht van 12 september 2018 aangeschreven en gevraagd het onderscheidingsmiddel Bincx niet te gaan gebruiken. [bouwbedrijf 3] heeft daaraan geen gehoor gegeven. Ook naar aanleiding van de brief van de advocaat van Binx Smartility van 24 september 2018, waarin werd verzocht het onderscheidingsmiddel Bincx niet te gaan gebruiken, heeft [bouwbedrijf 3] het (voorgenomen) gebruik niet gestaakt.

2.5.

Op 25 september 2018 heeft [bouwbedrijf 3] een Uniemerkaanvraag ingediend voor het woordmerk BINCX, onder andere voor klasse 37.

2.6.

Met ingang van 1 oktober 2018 is [bouwbedrijf 3] verder gegaan onder de naam Bincx. In dat kader heeft zij de domeinnaam www.bincx.nl in gebruik genomen. Houder van deze domeinnaam is de moedermaatschappij van Bincx.

2.7.

Tussen partijen hebben vervolgens gesprekken plaatsgevonden over het (staken van het) gebruik van het teken Bincx. Deze gesprekken hebben er niet toe geleid dat Bincx dat gebruik heeft gestaakt.

2.8.

De Uniemerkaanvraag voor het woordmerk BINCX is op 3 januari 2019 goedgekeurd. Vanaf deze datum is Bincx rechthebbende van het Uniewoordmerk BINCX.

3 Het geschil

3.1.

Binx Smartility vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I Bincx te veroordelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis ieder gebruik van de handelsnaam Bincx en van iedere andere handelsnaam die identiek is aan of slechts in geringe mate afwijkt van de handelsnaam van Binx Smartility te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Bincx nalaat aan dit verbod gevolg te geven;

II Bincx te veroordelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis ieder gebruik in de Benelux van het Beneluxmerk BINX Smartility, geregistreerd onder nummer 1007898, of van een daarmee overeenstemmend teken, waaronder mede begrepen het gebruik van het teken BINCX, te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Bincx nalaat aan dit verbod gevolg te geven;

III Bincx te veroordelen de domeinnaam www.bincx.nl aan Binx Smartility over te dragen binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Bincx nalaat aan dit gebod gevolg te geven;

IV Bincx te veroordelen als voorschot op een op artikel 2.21 BVIE gebaseerde schadevergoeding tot betaling aan Binx Smartility van een bedrag van € 3.000,00, dan wel een bedrag dat de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht, binnen beertien dagen na betekening van dit vonnis;

V Bincx te veroordelen als voorschot op een op artikel 6c Handelsnaamwet gebaseerde schadevergoeding tot betaling aan Binx Smartility van een bedrag van

€ 3.000,00, dan wel een bedrag dat de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis;

VI binnen uiterlijk veertien dagen na betekening van dit vonnis, Bincx te gebieden de volgende tekst op een duidelijke wijze bovenaan de pagina www.[bouwbedrijf 3] te plaatsen:

‘Bij vonnis [datum vonnis] heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland te Arnhem beslist dat [bouwbedrijf 3] met het gebruik van de benaming ‘BINCX’ inbreuk maakt op de intellectuele eigendomsrechten van BINX Smartility ( www.bi-smart.nl ). [bouwbedrijf 3] zal conform de veroordeling van de voorzieningenrechter handelen en maakt vanaf heden geen gebruik meer van de benaming ‘BINCX’.,

zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Bincx niet aan dit gebod voldoet;

VII op basis van artikel 1019i Rv de termijn waarbinnen een bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt te bepalen op zes maanden, te rekenen vanaf de datum van het vonnis, dan wel op een termijn die de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht;

VIII Bincx te veroordelen in de volledige proceskosten conform artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige voldoening.

3.2.

Bincx voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

De spoedeisendheid van de vorderingen vloeit voldoende uit de stellingen van Binx Smartility voort.

4.2.

Binx Smartility vordert kort gezegd staking van het gebruik van het teken BINCX (hoewel Bincx vanaf 3 januari 2019 rechthebbende is van het Uniewoordmerk BINCX hebben partijen geen beroep gedaan op de (mogelijke) (rechts)gevolgen daarvan). Binx Smartility legt aan deze vordering ten grondslag dat zij rechthebbende is van het Benelux-woordmerk BINX Smartility, bekend onder inschrijvingsnummer 1007898. Binx Smartility stelt dat Bincx door het gebruik van het teken BINCX inbreuk maakt op haar woordmerk BINX Smartility en dat, nu Bincx dat gebruik niet vrijwillig wil staken, zij daartoe dient te worden veroordeeld.

4.3.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Vooropgesteld wordt dat het Benelux-woordmerk BINX Smartility een geldig merk is, nu Bincx de nietigheid daarvan niet heeft ingeroepen. Het woordmerk BINX Smartility is daarnaast niet zuiver beschrijvend voor de diensten waarvoor het merk is geregistreerd, te weten (specifieke onderdelen van) de (utiliteits)bouw. Dit betekent dat op de onderhavige zaak het Beneluxverdrag intellectuele eigendom (BVIE) van toepassing is. Artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE geeft de merkhouder het recht om op grond van zijn uitsluitend merkrecht iedere derde die niet zijn instemming daartoe heeft verkregen, het gebruik van een teken te verbieden wanneer dat teken gelijk is aan het merk en in het economisch verkeer wordt gebruikt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven.

4.4.

Ten aanzien van het gebruik van het woordmerk BINX Smartility heeft te gelden dat deze niet exact gelijk is aan het teken BINCX. Ten aanzien van de door partijen aangeboden diensten dient voor de toepassing van artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE verder te worden beoordeeld of het woordmerk BINX Smartility enerzijds en het teken BINCX anderzijds in het economisch verkeer worden gebruikt voor dezelfde waren of diensten als waarvoor Binx Smartility haar woordmerk heeft geregistreerd. De stelling van Binx Smartility dat dit zonder meer het geval is, valt te betwijfelen. Ter zitting heeft Binx Smartility aangevoerd dat haar activiteiten (vrijwel) volledig bestaan uit utiliteitsbouw en dan met name de bouw van maatschappelijke projecten als horecagelegenheden, scholen en hotels, terwijl moet worden aangenomen dat de maatschappelijke tak voor Bincx, zoals onweersproken door haar ter zitting is verklaard, slechts een gering percentage van haar omzet vertegenwoordigt (circa 3-5%). Bincx heeft aangevoerd dat haar onderneming zich in het bijzonder richt op utiliteitsbouw in de agrarische en industriële sector, terwijl dat bij Binx Smartility dus niet het geval is. Bij deze stand van zaken kan op voorhand niet worden aangenomen dat Bincx het teken BINCX in het economisch verkeer voor dezelfde waren of diensten gebruikt als Binx Smartility haar woordmerk BINX Smartility. Niet aannemelijk is dan ook dat Bincx merkinbreuk maakt op grond van artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE, zodat deze grondslag niet tot toewijzing van de vordering kan leiden.

4.5.

Aannemelijk is wel dat de door partijen aangeboden diensten in de kern genomen wel met elkaar overeenstemmen en soortgelijk zijn in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE, nu beide partijen actief zijn op het gebied van de utiliteitsbouw. Voor het aannemen van een inbreuk op grond van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE is voorts vereist dat merk en teken met elkaar overeenstemmen. Daarvan is sprake indien het woordmerk van Binx Smartility en het teken van Bincx, globaal beoordeeld, naar de totaalindruk die zij maken, visueel, auditief of begripsmatig zodanige gelijkenis vertonen, daarbij onder meer rekening houdend met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen, dat daardoor de mogelijkheid bestaat dat bij het in aanmerking komende publiek verwarring wordt gewekt tussen het woordmerk en het teken (directe verwarring), dan wel de indruk wordt gewekt dat enig verband bestaat tussen beiden (indirecte verwarring). Daarbij dient de onderscheidingskracht van – in dit geval – het woordmerk BINX Smartility in aanmerking te worden genomen (vergelijk HvJ EG 11 november 1997, NJ 1998, 523, Puma/Sabèl, HvJ EG 12 juni 2007, C-334/05, BHIM/Shaker, HvJ EG 20 september 2007, C-193/06, Nestlé/Quick). Ter beoordeling van de overeenstemming van merk en teken heeft te gelden dat het publiek een merk gewoonlijk waarneemt als één geheel en niet let op de verschillende details ervan (zie bijvoorbeeld het hiervoor reeds genoemde arrest Puma/Sabèl). Daarbij worden de dominerende en onderscheidende kenmerken het gemakkelijkst onthouden. Bovendien wordt doorgaans meer aandacht besteed aan het begingedeelte van een merk dan aan het eindgedeelte ervan (GvEA van 7 september 2006, zaak T-133/05, PAM-PAM).

4.6.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat (het onderscheidende en dominerende bestanddeel van) het woordmerk BINX Smartility en het teken Bincx auditief overeenstemmen. Binx gebruikt namelijk het woord BINX, dat nagenoeg identiek is aan het teken BINCX, met daarachter een toevoeging. Niet in geschil is dat het woordmerk Binx Smartility en het teken BINCX op dezelfde wijze worden uitgesproken. Enkel de letter C ontbreekt in het woordmerk ten opzichte van het teken en niet in geschil is dat het woordmerk en het teken daardoor bij hardop uitspreken exact dezelfde klank hebben. Ook in visueel opzicht verschillen het woordmerk en het teken vrijwel niet van elkaar. Het woordmerk BINX Smartility wordt zoals gezegd met slechts de letter C minder op exact dezelfde wijze als het teken BINCX gespeld en het merk en het teken ogen daardoor vrijwel hetzelfde. De enkele toevoeging van het element Smartility maakt dit niet anders, omdat hiervoor al is overwogen dat door het relevante publiek doorgaans meer aandacht wordt besteed aan het begingedeelte van een merk of teken dan aan het eindgedeelte daarvan. Aangenomen moet worden dat dit eens te meer geldt indien het toegevoegde element als enigszins beschrijvend kan worden aangemerkt, zoals hier het geval zou kunnen zijn voor de diensten die Binx Smartility aanbiedt, door een samenvoeging van de Engelse woorden ‘smart’ en ‘utility’. Geconcludeerd moet dan ook worden dat het woordmerk en het teken (globaal beoordeeld) dezelfde totaalindruk maken. Dit betekent dat bij het in aanmerking komende publiek, in dit geval derden die een (groot) project zonder woonbestemming willen laten bouwen, verwarring tussen beide ondernemingen kan ontstaan, althans dat de indruk wordt gewekt dat enig verband tussen hen bestaat, mede in aanmerking genomen dat beide ondernemingen soortgelijke diensten verrichten. Indien het woordmerk en het teken in zodanige mate overeenstemmen als in het onderhavige geval, is verwarringsgevaar in beginsel gegeven. Aangenomen moet daarom worden dat aan alle vereisten voor merkinbreuk op grond van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE is voldaan en dat genoegzaam is gebleken dat Bincx door gebruik van het teken BINCX in strijd met het merkrecht van Binx Smartility handelt. De vordering tot staking van dit inbreukmakend handelen zal dan ook worden toegewezen.

4.7.

Nu de vordering reeds op grond van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE zal worden toegewezen, behoeven de overige aangevoerde gronden waarop een eventuele merkinbreuk zou kunnen worden gebaseerd geen bespreking meer.

4.8.

Binx Smartility vordert voorts veroordeling van Bincx tot het staken en gestaakt houden van het voeren van de handelsnaam Bincx. Binx Smartility legt aan deze vordering ten grondslag dat zij vanaf september 2016 de handelsnaam Binx Smartility voert en dat Bincx op een later moment, zijnde 1 oktober 2018, nagenoeg dezelfde (voornoemde) handelsnaam is gaan voeren. Binx Smartility stelt dat dit strijd oplevert met de Handelsnaamwet (Hnw) en dat Bincx het gebruik van de naam dient te staken en gestaakt dient te houden.

4.9.

Op de voet van artikel 5 Hnw is het verboden een handelsnaam te voeren, die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig werd gevoerd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats waar zij zijn gevestigd, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen is te duchten.

4.10.

Tussen partijen staat vast dat Binx Smartility de handelsnaam Binx Smartility eerder voerde dan dat Bincx gebruik is gaan maken van de handelsnaam Bincx. Binx Smartility voert deze naam immers al sinds september 2016, terwijl Bincx eerst in oktober 2018 is gestart met het gebruik van haar naam. Uit de beoordeling van de merkinbreuk volgt dat de handelsnamen van partijen, gelet op hun dominerende en kenmerkende bestanddelen, slechts in geringe mate van elkaar afwijken. Ten aanzien van het onderscheidend vermogen is kenmerkend voor het handelsnaamrecht dat daaraan lage eisen worden gesteld. In beginsel komt iedere aanduiding, ook indien beschrijvend, mits als handelsnaam gevoerd, voor bescherming in aanmerking. Volgens vaste jurisprudentie wordt de grens van bescherming van beschrijvende handelsnamen wel bereikt als de gevraagde bescherming zou leiden tot monopolisering van algemeen beschrijvende woorden, zodanig dat anderen die niet meer zouden kunnen gebruiken als aanduiding van hun onderneming. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bij de handelsnamen Binx Smartility en Bincx, in relatie tot de door hen aangeboden diensten, niet gaat om een louter beschrijvende aanduiding. De namen Binx en Bincx zijn niet beschrijvend voor de utiliteitsbouw. Voor zover zou moeten worden aangenomen dat de eerste drie letters van de naam Binx werkelijk staan voor de beginletters van de woorden bouwen, installeren en nazorg en dat de laatste letter staat voor de kruising van deze drie woorden, moet ervan worden uitgegaan dat dit slechts een gedachte van de bedenkers van de naam Binx is geweest die niet op enigerlei wijze naar buiten toe kenbaar is gemaakt. Die omstandigheid kan de naam Binx dan ook geen (louter) beschrijvend karakter geven.

4.11.

Omdat beide ondernemingen (in overwegende mate) dezelfde soort diensten aanbieden, te weten kort gezegd de bouw van projecten zonder woonbestemming in de maatschappelijke, agrarische en industriële sector, is de aard van beide ondernemingen nauw verwant. Daarnaast is voldoende aannemelijk geworden dat beide partijen zijn gevestigd en in ieder geval actief zijn in hetzelfde geografische gebied, namelijk midden Nederland. Bovendien zijn beide ondernemingen door heel Nederland actief als gevolg van het gebruik van (een) website(s) op internet. Dat daarmee ook zonder meer verwarring is te duchten bij het relevante publiek, kan enkel op basis daarvan nog niet worden aangenomen. Het beoordelingskader daarvoor is niet hetzelfde als voor het merkrecht. Binx Smartility heeft in dat verband ter zitting echter voldoende aannemelijk gemaakt dat het publiek dat van de bouwkundige expertise en ervaring van partijen gebruik wenst te maken gemakkelijk de onderneming van Binx Smartility met die van Bincx kan verwarren. Partijen zijn beiden in Gelderland gevestigd en zij zijn ook beiden al eens in het vaktijdschrift Cobouw genoemd als zijnde opdrachtnemer van dezelfde soort bouwprojecten. Het ligt daarom voor de hand dat derden die een aannemer voor hun bouwproject zoeken Binx Smartility en Bincx met elkaar verwarren of aannemen dat zij ten minste op een bepaalde wijze aan elkaar zijn gelieerd. In dat verband speelt ook een rol dat het logo van Binx Smartility aanzienlijke gelijkenis vertoont met het logo van Bincx, in die zin dat de logo’s beiden donkerblauw van kleur zijn, (nagenoeg) hetzelfde lettertype hebben en eenzelfde soort accenten op individuele letters leggen. Daarbij komt dat het vanwege de auditieve overeenstemming van de handelsnamen van partijen op dit moment voor derden niet mogelijk is om radioreclames voor de ene of de andere onderneming aan die specifieke onderneming te linken, zodat ook op basis daarvan gerede kans op verwarring tussen Binx Smartility en Bincx bestaat. Bincx heeft dit standpunt van Binx Smartility naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet afdoende betwist. Daarom dient voorshands te worden aangenomen dat (ook) sprake is van verwarringsgevaar als bedoeld in artikel 5 Hnw, zodat aannemelijk is dat aan de eisen voor handelsnaaminbreuk is voldaan en de vordering strekkende tot staking van dat gebruik zal worden toegewezen.

4.12.

Binx Smartility vordert verder veroordeling van Bincx tot overdracht van de domeinnaam www.bincx.nl aan haar. Bincx heeft zich tegen deze vordering verweerd door aan te voeren dat niet zij, maar haar moedermaatschappij houder van deze domeinnaam is. Een vordering strekkende tot overdracht zou volgens Bincx daarom niet tegen haar, maar haar moeder moeten worden ingesteld. Binx Smartility heeft de juistheid van dit standpunt niet weersproken. Daarom moet worden aangenomen dat Bincx geen houder van de domeinnaam www.bincx.nl is en niet in staat is deze aan Binx Smartility over te dragen. De vordering strekkende daartoe zal dan ook worden afgewezen. Wel bestaat gelet op de aangenomen merk- en handelsnaaminbreuk aanleiding Bincx te verbieden de domeinnaam www.bincx.nl te gebruiken. Dit verbod zal als hierna te melden worden toegewezen.

4.13.

Een belangenafweging kan niet tot een ander oordeel leiden. Hoewel aannemelijk is dat Bincx in 2018 fors heeft geïnvesteerd in het (destijds) voorgenomen gebruik van het teken en de handelsnaam BINCX, staat haar inbreukmakend handelen eraan in de weg dat zij het gebruik van deze naam en dit teken (nog langer) mag voortzetten. Niet te verwachten valt dat daarover in een eventuele bodemprocedure anders zal worden gedacht.

4.14.

De gevorderde dwangsommen zullen op de voet van artikel 611a Rv worden toegewezen als na te melden, tot een maximum totaalbedrag van € 150.000,00 is bereikt.

4.15.

Binx Smartility vordert voorts veroordeling van Bincx tot betaling van een voorschot op schadevergoeding van in totaal € 6.000,00. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening. Bincx heeft de verschuldigdheid van de gevorderde schadevergoeding gemotiveerd weersproken. Nu voor een nadere onderbouwing of bewijslevering in kort geding vanwege haar aard geen plaats is, kan gelet op het verweer van Bincx op dit moment niet met een voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat Bincx werkelijk een bedrag van ten minste € 6.000,00 aan Binx Smartility is verschuldigd. Nu verder gesteld noch gebleken is welk spoedeisend belang Binx Smartility heeft bij toewijzing van de vordering, zal de vordering worden afgewezen.

4.16.

Ook de vordering strekkende tot veroordeling van Bincx een rectificatie op haar website te plaatsen zal worden afgewezen. Niet gebleken is dat zich in de afgelopen maanden concrete verwarringsgevallen hebben voorgedaan die via een bericht op een website zouden moeten worden gecorrigeerd, zodat niet valt in te zien welk belang Binx Smartility heeft bij plaatsing van een bericht als door haar voorgesteld. Een veroordeling tot het staken van het gebruik van het teken en de handelsnaam Bincx wordt op dit moment afdoende geacht.

4.17.

De termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak ex artikel 1019i Rv zal zoals gevorderd worden bepaald op zes maanden na de datum van dit vonnis.

4.18.

Bincx zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Binx Smartility heeft met een beroep op artikel 1019h Rv veroordeling van Bincx gevorderd tot vergoeding van de volledige advocaatkosten. In dat kader vordert Binx Smartility in totaal een bedrag van € 9.177,64. Ter onderbouwing van dit bedrag heeft zij een kostenspecificatie in het geding gebracht, verder aangevuld na afloop van de mondelinge behandeling in deze zaak. Bincx heeft de redelijkheid en evenredigheid van deze kosten gemotiveerd weersproken. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding aan te sluiten bij de indicatietarieven voor rechtbanken. Nu het een relatief eenvoudige zaak betreft, zal dienovereenkomstig een bedrag van € 6.000,00 aan salaris advocaat worden toegekend. Met inachtneming hiervan, worden de kosten aan de zijde van Binx Smartility tot op heden begroot op:

  • -

    explootkosten € 81,83

  • -

    griffierecht € 1.992,00

  • -

    salaris advocaat € 6.000,00

Totaal € 8.073,83

4.19.

De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen als na te melden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt Bincx met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis ieder gebruik van de handelsnaam Bincx te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat hieraan niet wordt voldaan, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.2.

veroordeelt Bincx met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis ieder gebruik in de Benelux van het met het Benelux-woordmerk BINX Smartility, geregistreerd onder nummer 1007898, overeenstemmende teken BINCX te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat hieraan niet wordt voldaan, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.3.

verbiedt Bincx met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis de domeinnaam www.bincx.nl te gebruiken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 1.000,00 per dag dat hieraan niet wordt voldaan, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.4.

bepaalt de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv waarbinnen een bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt op zes maanden, te rekenen vanaf de datum van dit vonnis,

5.5.

veroordeelt Bincx tot betaling van de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 8.073,83, waarin begrepen € 6.000,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening,

5.6.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier [naam griffier] op 4 maart 2019.