Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:975

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-03-2018
Datum publicatie
02-07-2019
Zaaknummer
AWB - 17 _ 4559, AWB - 17 _ 5008
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rentevoordeel voor een eigenwoning lening moet als loon worden aangemerkt. Voormalig werkgever van eiser is de inhoudingsplichtige

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 03-07-2019
FutD 2019-1801
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RechtbanK gelderland

Team belastingrecht

zaaknummers: AWB 17/4559 en 17/5008

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 maart 2018

in de zaken tussen

[X] , wonende te [Z] , eiser

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.

Procesverloop

De gemeente Aalten heeft op 14 september 2016 een brief aan eiser gestuurd over de wijze waarop het fiscale voordeel uit de aan hem verstrekte personeelslening wordt belast.

Op 16 september 2016 heeft eiser bezwaar gemaakt bij de gemeente Aalten tegen de inhouding van loonbelasting over het rentevoordeel in 2016.

De gemeente heeft het bezwaarschrift doorgestuurd aan verweerder.

Op 6 maart 2017 heeft eiser bezwaar gemaakt bij verweerder tegen de inhouding van loonbelasting over het rentevoordeel in de periode 1 januari 2017 tot en met 16 februari 2017.

Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 20 juli 2017 de bezwaren ongegrond verklaard.

Eiser heeft daartegen bij brief van 28 augustus 2017 beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2018. Eiser is zonder bericht niet verschenen. Namens verweerder zijn verschenen [gemachtigde] , [A] en [B] .

Verweerder heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en een exemplaar overlegd aan de rechtbank.

Eiser is na het sluiten van het onderzoek ter zitting alsnog verschenen. De rechtbank zag hierin aanleiding voor heropening van het onderzoek. Dit onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2018.

Eiser heeft ter zitting een pleitnota overlegt aan de rechtbank.

Een proces verbaal van het onderzoek ter zitting en de pleitnota van eiser zijn naar verweerder gestuurd.

Bij brief van 19 januari 2018, door de rechtbank ontvangen op 25 januari 2018 heeft verweerder gereageerd op de pleitnota van eiser. Verweerder heeft toestemming verleend om uitspraak te doen zonder nadere zitting.

Op 26 januari 2018 is aan eiser een brief gestuurd waarin is aangekondigd om uitspraak te doen zonder nadere zitting. Eiser is gevraagd om een reactie indien hij toch een nadere zitting wenst. Omdat geen reactie van eiser is ontvangen, heeft de rechtbank op 23 februari 2018 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Feiten

1. Eiser heeft in 1991 een (aflossingsvrije) hypothecaire lening afgesloten bij zijn toenmalige werkgever de gemeente Dinxperlo . De hoogte van de lening per 1 januari 2016 bedroeg € 158.823,96. Hierover is eiser een gemiddeld rentepercentage van 3,4% verschuldigd. De schuld bestaat in 2016 uit vijf leningen.

2. Eiser is enige jaren geleden bij de gemeente uit dienst getreden. De lening is met gebruikmaking van de personeelsfaciliteit voortgezet met het daarbij behorende rentepercentage.

3. Per 1 januari 2015 is de gemeente Dinxperlo samengegaan met de gemeente Aalten, waarbij het recht van hypotheek is overgedragen aan de gemeente Aalten.

4. De gemeente Aalten heeft per brief van 14 september 2016 het daadwerkelijk te belasten rentevoordeel in 2016 bekendgemaakt. Op 20 december 2016 heeft de gemeente Aalten aan eiser verzocht het verschuldigde bedrag aan loonheffingen (€ 560,04) vóór 31 januari 2017 over te maken aan de gemeente Aalten.

5. Per brief van 16 januari 2017 is eiser door de gemeente Aalten op de hoogte gebracht dat het belaste rentevoordeel vanaf 1 januari 2017 € 166,68 per maand bedraagt. Doordat eiser op 16 februari 2017 de leningen heeft overgesloten, is door de gemeente Aalten het van dat jaar belaste voordeel vastgesteld op een bedrag van € 255,58 en als loon aangemerkt.

Geschil

6. Tussen partijen is in geschil:

  • -

    Of er sprake is van een rentevoordeel voor een eigenwoninglening vanaf 2016 dat als loon moet worden aangemerkt en of deze juist is berekend; en

  • -

    Of de gemeente Aalten als inhoudingsplichtige kan optreden voor belasting op het voordeel dat wordt genoten uit een personeelslening van oud-werknemers; en

  • -

    Of de gemeente Aalten het legaliteitsbeginsel heeft geschonden; en

  • -

    Of de gemeente Aalten onrechtvaardig heeft gehandeld bij de verrekening van de vordering op eiser ter zake van het negatieve loon.

Beoordeling van het geschil

Is er een rentevoordeel van de personeelslening dat kwalificeert als loon en is dit voordeel juist bepaald?

7. Artikel 10 van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB) bepaalt dat loon al hetgeen is dat uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetrekking wordt genoten, daaronder mede verstaan hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het kader van de dienstbetrekking.

8. Op grond van artikel 13 van de Wet LB wordt niet in geld genoten loon in aanmerking genomen naar de waarde die daaraan in het economische verkeer kan worden toegerekend, met dien verstande dat ingeval door een derde, niet zijnde een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap, ter zake van het niet in geld genoten loon een bedrag aan de inhoudingsplichtige in rekening wordt gebracht, het door de derde in rekening gebrachte bedrag in aanmerking wordt genomen.

9. Vaststaat dat eiser in het verleden een publiekrechtelijke dienstbetrekking bij de gemeente Dinxperlo had en dat hij een hypothecaire lening heeft afgesloten bij deze gemeente.

10. Eiser stelt dat er geen sprake is van een rentevoordeel omdat er op het moment van afsluiten geen sprake was van een korting, maar van een – aanvankelijk – relatief voordelig rentetarief en van andere leningsvoorwaarden, die gerelateerd zijn aan de lange termijn leningen die de gemeente zelf aanging. Het “voordeel” dat daarbij ontstond is niet anders dan het voordeel dat bij het sluiten van een hypothecaire lening in een vrije markt bereikt kan worden door het vergelijken van verschillende aanbieders. Daarnaast stelt eiser dat voor de bepaling of er sprake is van een rentevoordeel, er gekeken moet worden naar de rente in het jaar waarin het voordeel zou zijn behaald. Eiser is derhalve van mening dat geen sprake is van een rentevoordeel omdat de door hem aan gemeente Aalten betaalde rente in 2016 en 2017 lager is dan de marktrente in die jaren. Op 16 februari 2017 heeft eiser zijn hypothecaire lening overgesloten, bij een andere partij, tegen een lager rentepercentage, waardoor volgens hem niet gesteld kan worden dat sprake is van een rentevoordeel.

11. De rechtbank overweegt dat voor het bepalen of sprake is van een rentevoordeel gekeken moet worden naar het rentevoordeel dat gevormd wordt door het verschil tussen de afgesproken rente en de rente voor een vergelijkbare lening in de markt. De rechtbank acht het standpunt van eiser dat voor de beoordeling of sprake is van een rentevoordeel gekeken moet worden naar de rentes in 2016 respectievelijk 2017 onjuist. Eiser heeft meerdere leningen met een vast rentepercentage afgesloten. Het rentepercentage van deze door eiser afgesloten leningen moet vergeleken worden met het rentepercentage van soortgelijke leningen die worden afgesloten in de vrije markt gerekend naar het moment van afsluiten van de leningen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat het door hem berekende rentevoordeel op een juiste wijze is bepaald. De rechtbank verklaart het beroep in zoverre ongegrond.

Kan de gemeente Aalten optreden als inhoudingsplichtige voor belasting op het rentevoordeel?

12. Op grond van artikel 6 van de Wet LB is inhoudingsplichtige degene, die aan een of meer personen loon uit een vroegere dienstbetrekking tot hemzelf of tot een ander verstrekt.

13. Eiser heeft in 2016 en 2017 loon in natura ontvangen. Dit rentevoordeel komt voort uit de vroegere dienstbetrekking die eiser had bij de gemeente Dinxperlo , de rechtsvoorganger van de gemeente Aalten. De rechtbank oordeelt dat de gemeente Aalten de inhoudingsplichtige is voor het genoten rentevoordeel.

Is sprake van schending van het legaliteitsbeginsel?

14. Eiser stelt dat het legaliteitsbeginsel is geschonden nu de gemeente Aalten eiser pas op 14 september 2016 heeft geïnformeerd over de wijze waarop het rentevoordeel wordt berekend.

15. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van strijd met het legaliteitsbeginsel. In de Fiscale Verzamelwet 2015 zijn maatregelen voorgesteld ter voorkoming van een tarief-voordeel binnen de eigenwoningregeling als gevolg van de tot 1 januari 2016 bestaande nihilwaardering in de loonbelasting van het rentevoordeel van de personeelslening. Deze wet is op 2 december 2015 gepubliceerd en op 1 januari 2016 zijn de regelingen betreffende het belasten van rentevoordeel in werking getreden. De rechtbank oordeelt dat de berekening van het rentevoordeel gebaseerd is op de op dat moment geldende wet- en regelgeving, waardoor geen sprake is van schending van het legaliteitsbeginsel.

Heeft de gemeente Aalten onrechtvaardig gehandeld bij de verrekening van de vordering op eiser ter zake van negatief loon?

16. Over de verrekening van de vordering kan de rechtbank niets zeggen. De belastingrechter is daarvoor niet bevoegd. Alleen de civiele rechter kan hierover oordelen.

17. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.J. Engel, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Roosma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.