Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:900

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-02-2018
Datum publicatie
19-02-2019
Zaaknummer
AWB - 18 _ 649
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

afwijzing voorlopige voorziening- geen spoedeisend belang

Examencommissie heeft de door betrokkene afgelegde toets Jaarrekeninglezen als onvoldoende beoordeeld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/649

uitspraak van de voorzieningenrechter van

op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M.O. Wattilete),

en

de Examencommissie voor de Beroepsopleiding Advocaten te Nijmegen, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 september 2018 heeft verweerder de door verzoeker afgelegde toets Jaarrekeninglezen als onvoldoende beoordeeld.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 22 januari 2018 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter bovendien verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 februari 2018. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en mr. W.D. Bierens de Haan (Stichting Kring van Leidse Repetitoren). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.W.P. de Boer en mr. E.S. Panford.

Overwegingen

Twee opmerkingen vooraf.

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in beroep.

De wetsartikelen die voor deze uitspraak van belang zijn, zijn opgenomen in de bijlage van deze uitspraak.

1. Verzoeker is advocaat-stagiair. Op 18 juli 2017 heeft hij in het kader van de Beroepsopleiding Advocaten de toets Jaarrekeninglezen afgelegd. Verweerder heeft deze toets als onvoldoende beoordeeld. Verzoeker heeft het examen dus niet gehaald. Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft verweerder verzoeker voor wat betreft de gesloten vragen één extra punt toegekend en voor wat betreft de open vragen twee extra punten. Dit is echter nog altijd onvoldoende om het examen te halen.

Verzoeker heeft betoogd dat dit de derde en laatste keer was dat hij de toets Jaarrekeninglezen mocht afleggen. Daardoor vreest dat hij dat met ingang van 28 februari 2018 van het tableau zal worden geschrapt. Met het verzoek om voorlopige voorziening wil verzoeker bereiken dat hij voorlopig niet kan worden geschrapt.

2. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist en behandeling van het beroep niet kan worden afgewacht. Ter zitting is gebleken dat verzoeker niet alleen het vak Jaarrekeninglezen niet heeft gehaald. Ook het vak Burgerlijk Recht heeft hij niet gehaald. Bovendien is het niet verweerder, maar de Orde van Advocaten die beslist of en zo ja, met ingang van welke datum, verzoeker van het tableau zal worden geschrapt. Een procedure tot schrapping van het tableau begint bovendien met een voornemen, waar verzoeker zijn zienswijze tegen in kan dienen. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij beoordeling van het verzoek en wijst het verzoek daarom af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. Jue, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 26 februari 2018.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Bijlage:

Artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht:

Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.